CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20221335360 Transcript raadsvergadering d d 7 november 2022

gemeenteraad 15 december 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript vergadering d.d. 7, 10 en 17 november 2022 (alleen naar aanleiding van)53.107 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

2 alinea's met “vreemd”: 25 162

TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 7 november 2022

Programma behandeling Begroting en Bestuursrapportage 1.

Opening en mededelingen [Geen audio tussen 0:00:00 en 0:02:58]

4.

Advies opvolging Duisenberg light aanbevelingen t.b.v. behandeling begroting 2023-2027 De voorzitter: Regelen dat is dramatisch. Ja, je kan nog beter geen gezicht hebben dan geen geluid voor dit soort processen. Het wordt opgelost, hoor ik. Moet ik door blijven praten om vast te stellen of het geluid, oh ja we kunnen ook gebarentaal, wie kon dat ook alweer? Even kijken, oh nee dat kan niet, helaas, helaas, ja. Komt er een signaal op het moment dat wij weer geluid hebben? Ja, ik denk inderdaad dat als het toch iets langer duurt dat ik, ja dat ik even schors met wel graag de afspraak dat u beschikbaar, oh hij doet het, geweldig, geweldig. Dank aan de techniek, fantastisch. Het woord is aan de heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter. Het is een belangrijke week voor Haarlem. De komende week besluit de gemeenteraad over de begroting voor de komende jaren. Ons beleid en onze begroting moeten een antwoord zijn op de zorgen van Haarlemmers. Kan ik aan het einde van de maand mijn energierekening wel betalen? Kan ik als jongere over een paar jaar wel in Haarlem blijven wonen? Wat gaat mijn bezoek betalen om in de buurt te parkeren en komen ze dan nog wel? In ons werk maken we keuzes die raken aan de kern van de levens van Haarlemmers. Toch is de publieke tribune nagenoeg leeg. De interesse en het vertrouwen in de politiek zijn laag.

Voorzitter, het vertrouwen in de politiek, voor het vertrouwen in de politiek zijn niet alleen de keuzes die wij maken van belang, ook de manier waarop wij tot die keuzes komen, is cruciaal. Vaak horen we samen met de stad, samen met elkaar. Maar zijn dit holle woorden of menen we dit ook? Het samen met de stad, samen met elkaar is bij deze begroting ver te zoeken. Deze begroting is volledig tot stand gekomen vanuit een oude bestuurscultuur. Deze begroting is vooral een omzetting van het coalitieakkoord, een coalitieakkoord dat slechts kan rekenen op een krappe meerderheid in deze raad na een verkiezing waaraan de helft van de Haarlemmers niet meedeed. Twee vragen daarom aan de voorzitter van het college. Op welke wijze heeft het college bij deze begroting verbinding gezocht met deze stad? En op welke wijze heeft het college ruimte gegeven aan de belangen die vertegenwoordigd worden door de oppositie? Alles wijst erop dat het college het doorpakken boven het draagvlak stelt. U kunt op uw klompen aanvoelen dat dit niet houdbaar is want in een goed functionerende democratie heeft de meerderheid oog voor minderheden en in Haarlem heeft de regerende meerderheid grote moeite om oog te hebben voor meerderheden. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Ja, dank u wel, voorzitter.

Kijk, dit is het begin van deze week maar u geeft een soort stemverklaring alsof het einde van de week is. Het lijkt alsof u al weet hoe de begroting eruitziet, welke amendementen er aangenomen gaan worden, welke moties er wel of niet worden aangenomen terwijl volgens mij kunnen we hier elkaar toch juist overtuigen met een goed idee? Dan kunnen we samen die begroting aanpassen. U bent gekozen door het volk, we zijn hier samen het hoogste orgaan dus volgens mij kunnen we toch pas donderdag de balans opmaken in plaats van dat u nu al vraagt wat is het resultaat van de

1

begroting. Dus ik ben heel benieuwd naar uw ideeën, van alle collega’s heel benieuwd naar ideeën, dus kunt u mij vertellen: weet u al de uitslag? De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter. Mijn opmerkingen in het eerste gedeelte van mijn bijdrage die zaten vooral op het proces van de totstandkoming van deze begroting. Mijn vragen daarbij zijn: waarom is de stad daarbij niet betrokken? En waarom zijn de leden uit de oppositie daar niet bij betrokken? Waarom is dit eigenlijk voornamelijk een uitwerking van het coalitieakkoord? Mijn punt daarbij was dat op het moment dat wij dit niet samen doen dat een kleine minderheid beslist over de meerderheid van deze stad, dat het draagvlak van de politiek steeds verder zal wegzakken. Dat is het probleem wat ik hier in eerste instantie aankaartte. De voorzitter: De heer Drost heeft ook een interruptie. De heer Drost: Ja, misschien als vervolg want als ik het goed begrijp, we hebben ook gewoon een heel debat en allemaal dagen in de kadernota gehad toch? Volgens mij is uiteindelijk de begroting een vertaling van de kadernota. Ook daar waren er allemaal voorstellen. Volgens mij is dat ook het moment geweest dat elke partij ook zijn punten had kunnen inbrengen of heeft ingebracht.

Dus dan is toch gewoon nu dit de vertaling van de kadernota? De heer Van Kessel: Ja, maar dan heeft u de begroting niet goed gelezen. De kadernota geeft inderdaad de kaders van de begroting waar we nu in zitten maar die kaders die worden bij deze begroting aangepast naar aanleiding van het coalitieakkoord wat u bent aangegaan. Ik neem aan dat u dat wel begrepen heeft en dat u ook vooral goed heeft gekeken of alle punten die u belangrijk vindt, ook verwerkt zijn in deze begroting want daar lijkt het wel op. De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Ik denk dat ik dat niet met u eens ben omdat we een amendement hebben ingediend om dat coalitieakkoord te verwerken in de kadernota en daar ziet u nu een uitwerking van. Dus volgens mij is dat gewoon perfect in lijn en nogmaals is die kadernota het moment geweest dat daar de discussie over heeft plaatsgevonden, volgens mij in alle openheid. De heer Van Kessel: Hoe werd de kadernota ook alweer genoemd? Was niet een beleidsarme kadernota? Volgens mij wel, volgens mij staan hier ontzettend veel nieuwe voorstellen in, namelijk het hele coalitieakkoord dat hierin verwerkt is.

Nou ja goed, mijn punt tot op heden is waarom zijn eigenlijk alle oppositiepartijen, die overigens nog niet aan het woord geweest zijn behalve wij, waarom zijn die niet gehoord in dit proces? Ik ben ook benieuwd hoe gehoord zij zich voelen en of ze zich net zo gehoord voelen als de rest van Haarlem. De voorzitter: De heer Drost nog een keer. De heer Drost: Nee, als laatste daar nog over. Kijk, dan hint u bijna naar een soort raadsakkoord en met alle partijen in een coalitie zitten, volgens mij tijdens de onderhandelingen is juist ook aangegeven van joh daar had niemand zin in. Dus daar was ook geen meerderheid voor te vinden om het op die manier te doen. Dan

2

lijkt mij elke stap, nogmaals het coalitieakkoord is gewoon verwerkt in de kadernota en die kadernota zit vervolgens in de begroting, dus dan lijkt mij elke stap logisch die tot nu toe is genomen. De voorzitter: De heer Van Kessel, gaat u verder. De heer Van Kessel: Het onvermogen om ruimte te geven aan andere belangen zien we niet alleen bij de totstandkoming van deze begroting maar zien we ook bij veel andere plannen in deze stad. Het opknappen en onderhouden van Haarlem raakt op achterstand omdat plannen zoals in Meerwijk niet op draagvlak kunnen rekenen. Het bouwen van woningen raakt vertraagt omdat de plannen zoals in Zuidwest niet op draagvlak kunnen regelen. In de Indische buurt en tien andere wijken wordt tegen de wens van veel bewoners betaald parkeren ingevoerd. Dat kan in de ogen van het bestuur wel de oplossing zijn voor iets maar het is in ieder geval niet samen met de stad en het is ook niet samen met elkaar. Voorzitter, als het ons niet lukt om gezamenlijk te opereren dan komen we niet tot gedragen oplossingen voor deze stad. Als we niet tot gedragen oplossingen komen voor de problemen van Haarlemmers dan brokkelt het vertrouwen in de Haarlemse democratie steeds verder af en dan blijven deze publieke tribunes leeg. Voorzitter, het is tijd voor een nieuwe politiek, het is tijd voor een nieuwe bestuurscultuur.

Een cultuur waarin we meer samendoen, samen met de stad, samen met elkaar. Een cultuur waarin het gewoon is om eerst het gesprek aan te gaan met anderen, te luisteren en de uitkomsten mee te nemen in de plannen, ook zeg ik tegen de heer Wiedemeijer, als die ander iets anders belangrijk vindt dan jij dat vindt. Dat vraagt van collegeleden en de coalitie om over hun schaduw heen te springen, om oprecht het gesprek aan te gaan en ruimte te bieden aan geluiden aan de oppositie en van de betrokken Haarlemmers in de stad. Voor leden van de oppositie geldt dat wij dat gesprek oprecht willen aangaan en het compromis ook weten te waarderen. Een alles of niets mentaliteit is ook oude bestuurscultuur. Voor de hele gemeenteraad geldt, nog meer dan dat wij nu al doen, dat we het contact met die Haarlemmers moeten vergroten. Wij moeten samen de oren, de ogen en de stem van Haarlemmers willen zijn. Hierbinnen nemen we besluiten maar daarbuiten gebeurt het. De VVD vraagt aan de voorzitter van de gemeenteraad, maar tegelijk de voorzitter van het college het boegbeeld van het Haarlemse bestuur, om te reflecteren op onze wens om tot een nieuwe bestuurscultuur te komen en de rol die hij daarbij voor zichzelf ziet. Voorzitter, doet u mee? De VVD vraagt ook aan de gemeenteraad over die nieuwe bestuurscultuur: doet u mee? Voorzitter, dan kom ik terug bij de begroting zelf.

Zoals gezegd een omzetting van het coalitieakkoord. Het was en het is niet ons coalitieakkoord. Voor het geluid van de VVD was geen ruimte en het resultaat voelde voor ons als een mokerslag voor de middenklasse. Onevenredig wordt een grote groep hardwerkende Haarlemmers overgeslagen in de plannen van deze coalitie. Een trend die in der lijn der verwachting in deze begroting verder is uitgewerkt. De hoge sociale huurwens van de coalitie die leidt tot woonprojecten waar alleen arm en rijk kunnen wonen maar voor de werkende middenklasse is er steeds minder ruimte in Haarlem. Dat vindt de VVD, in tegenstelling tot de heer Wiedemeijer, zeer onwenselijk. De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Ja, het voelt toch wel een beetje alsof we eenzelfde discussie al honderd jaar aan het voeren zijn maar wat ik niet zo snap, is je hebt veertig, veertig, twintig en misschien heb ik niet zo goed opgelet op de basisschool maar de tweede veertig lijkt toch verdacht veel hetzelfde als de eerste veertig. Dus de eerste veertig is veertig procent sociale huur en de tweede veertig procent is middelduur. U zegt het is alleen maar arm en rijk. Probeer mij nog een keer te overtuigen hoe de tweede veertig meer of minder is dan de eerste veertig. De voorzitter: De heer Van Kessel.

3

De heer Van Kessel: Ja, ik kijk naar één van de ontwikkelingen die onlangs in de stad is goedgekeurd, namelijk de ontwikkeling van het Deli-terrein. Ja, als ik daar ga kijken, zie je toch dat vijftig procent duur is en vijftig procent sociaal. Voor de middel dure woningen, ja die zijn, die worden daar niet gebouwd. Ja, dat is toch eeuwig spijtig. In de ontwikkelplannen. De voorzitter: De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Nou, als u nu de plancapaciteit bekijkt over de hele stad dan kom je gewoon op de veertig, veertig, twintig uit dus die cijfers zullen uw ontwikkelingswoordvoerders bekend zijn. Dus de heer Bruch schudt van nee dus misschien moet u het dan even uitvragen en dan krijgt u die cijfers en dan kunt u de plancapaciteit over de hele stad zien. Dus volgens mij uw verhaal is niet waar. Nog steeds kunt u het met mij oneens zijn maar het is niet waar dat we alleen voor arm en rijk bouwen. De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Dan is de realiteit van hierbinnen en wellicht in de stukken van de heer Wiedemeijer een andere dan erbuiten. Vraag is aan de werkende middenklasse of zij er vertrouwen in hebben dat zij een goede woning kunnen gaan vinden, een betaalbare woning in Haarlem en dan denk ik dat dat antwoord een ander is. In de ontwikkelplannen blijven ook de kansen voor werkgelegenheid achter. Mensen willen niet alleen wonen maar ook werken.

Denk bijvoorbeeld aan het toevoegen van projecten met horeca- en kantoorruimten of denk aan het door ontwikkelen van onze bedrijventerreinen. Het gebrek aan investeren in de goede doorstroming van het autoverkeer is ook een bewuste keuze die de verkeersveiligheid in de binnenstad niet helpt en de Haarlemmers onnodig in de file zet. De VVD vindt dat eveneens onverstandig. De middeninkomens gaan een stevige rekening betalen voor extra compensatie voor minima bovenop alle regelingen die al vanuit het rijk worden geregeld. Deze regelingen vergroten de afstand tot de arbeidsmarkt en maken dat werken niet meer loont en ook dat vindt de VVD onverstandig. Daarbij leidt deze begroting tot hogere lasten voor hardwerkende Haarlemmers. Voor zo ver het goede nieuws. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar, oh, kijk aan er is nog iemand die een vraag heeft. De heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Voorzitter, dank u wel. U heeft het erover dat de lasten enorm stijgen en dat werken niet meer loont. We zien natuurlijk gewoon dat de lokale lasten langzamer gaan stijgen dan de cao-lonen. Dan denk ik: u bent van de VVD, u bent die partij die al jarenlang de lonen in Nederland laag houdt maar desalniettemin blijven onze lokale lasten lager dan die cao-lonen.

Dus u kunt niet, kijk u kunt of die lonen een keer gaan verhogen in Nederland dan hebben we een ander gesprek maar desalniettemin blijven die lokale lasten lager. Dus wat zijn die hoge lasten waar u het over heeft die we gaan doorvoeren? De heer Van Kessel: Dir is een lang verhaal om er omheen te draaien dat de lasten omhooggaan. Dat zijn de gemeentelijke belastingen die ook aan de top zitten. Als je bijvoorbeeld kijkt hoe de provincie dit beoordeelt, dan zie je een mooi rood blokje staan op pagina 138 of ergens anders. Dus ja, ook de provincie en de toezichthouder die tikt het college en die tikt Haarlem op de vingers, dus ja goed. De heer Wiedemeijer: Maar wat vindt u dan hoog? Hoeveel stijgen ze volgend jaar wat u hoog vindt? De heer Van Kessel: Mijn opmerking hier was dat ze te hoog zijn en in tijden van

4

De heer Wiedemeijer: Wat is dan te hoog? De heer Van Kessel: In tijden van armoede dan is zal maar zeggen het verhogen van die gemeentelijke belastingen is een keuze die de VVD, in tegenstelling tot de PvdA, niet zou maken. De voorzitter: Goed, de heer Wiedemeijer, u heeft alle gelegenheid uw visie op het geheel te geven. Nee? Oh, ik dacht dat u klaar was. Ik dacht u het bij goed nieuws zou houden. Maar dan zou ik zeggen gaat u verder. De heer Van Kessel: Ik ga ook nog het slechte nieuws behandelen. De voorzitter: Oké, maar dan heeft u ook nog een nieuwe interruptie dus goed. De heer Aynan. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. De VVD zegt dat werken niet loont, dan ben ik heel benieuwd naar hun voorstellen. Maar even een andere vraag. De minimaregelingen gaan naar 130 procent, daar zijn wij op zich hartstikke blij mee, weet u dat heel veel hardwerkende Haarlemmers daar ook gebruik van maken? De heer Van Kessel: Nou, iedereen die tot aan 130 procent van het minimumloon verdient, of van de bijstandsnorm verdient, die maakt daar gebruik van. Daar zitten inderdaad ook heel veel hardwerkende mensen zitten daar ook tussen ja, dat klopt. Voor die mensen wordt zal maar zeggen de afstand zag maar zeggen, ja goed dat ligt eraan beter werk naar ander werk naar meer werk, ja dat wordt groter. Dus voor die groep is het pijnlijk maar zeker voor de groep die geen baan heeft.

Daar is het niet meer voor te doen om op een gegeven moment over te stappen naar een baan. De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: Bedoelt u dat het voor die groep pijnlijk wordt? Dat volg ik niet. De heer Van Kessel: Nee, op het moment dat iemand aan het werk gaat dan ga je er op inkomen achteruit. Dat is natuurlijk de wereld op zijn kop. We zouden eigenlijk in deze samenleving, als we willen dat volgend jaar beter is dan dit jaar, dan zouden we allemaal willen dat iedereen bijdraagt aan, waar die dat kan, aan het groter maken van die koek. Wat hier gebeurt. Is eigenlijk een verdeling van die koek die dus op zichzelf niet groter wordt. Ja, ik denk dat het dus een heel onverstandig signaal is dat mensen die dus aan het werk willen door goed bedoelde armoederegelingen van het werk worden afgehouden en dat is het probleem wat ik hier aankaartte. Ik denk dan kun je dat geld beter op een andere manier besteden. De voorzitter: De heer Aynan nog één keer. De heer Aynan: Die verhoging naar 130 procent zorgt er toch voor dat juist zegt maar de armoedeval dat die juist voorkomen wordt? De heer Van Kessel: Nee kijk, daar zijn we het over eens maar dat, ik denk, daar zijn we het niet over eens maar ik verwacht dat dit een semantische discussie gaat worden die ik op dit moment niet wil voeren.

Die kunnen we, die hebben we eigenlijk al heel vaak gevoerd en die kunnen we ook in de commissie nog een keer herhalen. Ik was het ook niet eens met de beantwoording van het college hierover op het moment dat je minimagelden opplust dan wordt de afstand tot werk wordt groter want simpelweg, het is ook heel logisch te volgen, op het moment dat je aan het werk gaat dan raak je dit soort regelingen raak je kwijt. Nou ja, dan heb je een probleem.

5

De heer Aynan: Voorzitter, gelukkig denken de hardwerkende Haarlemmers daar anders over. De voorzitter: Geen verdere interruptie nu van u op dit punt. Er zijn anderen die willen het nu weer overnemen dus de heer Visser. De heer Visser. Ja, u heeft het over afstand tot werk, de heer Van Kessel, maar er is natuurlijk ook afstand tussen werkenden. Dat is als je twee werkenden hebt en eentje gaat er één euro meer verdienen en dan krijgt hij ineens geen 2600 euro huurtoeslag meer. Dus als ik uw redenatie volg, bent u dan met mij eens dat er juist voor die groep die net boven die grens zit dat daar wat moet gebeuren dat misschien niet 1300 per jaar maar een lager bedrag zodat die overgang geleidelijker wordt? Is daar met de VVD over te praten? De heer Van Kessel: Nou kijk, wat hier eigenlijk aan het gebeuren is en dat is natuurlijk het meest vreemde, is dat hier nu inkomenspolitiek bedreven wordt. Inkomenspolitiek is nou net iets wat wij bij het rijk hebben neergelegd om ervoor te zorgen dat ook gelijke monniken gelijke kappen, werkende Nederlanders en niet werkende Nederlanders hetzelfde behandeld worden. Nu is het zo dat als je in de ene gemeente woont of in de andere gemeente woont dat je anders, dat je daar zeg maar anders beoordeeld wordt of anders behandeld wordt. Dat vind ik dus niet zo handig.

Dus ik zou zeggen er is een royale regeling vanuit het rijk neergelegd in ieder geval ten aanzien van de energiearmoede bijvoorbeeld. Nou, dat is hartstikke mooi maar laten we daar nou niet vanaf wijken en laten we al die andere uitdagingen oppakken die er ook in Haarlem liggen. De voorzitter: Heel kort om het af te ronden want de heer Van Kessel moet ook zijn slechte nieuws kunnen brengen. De heer Visser: Ik kan een heel eind met u meegaan, ware het niet dat die energietoeslag nadrukkelijk bij de gemeenten is neergelegd omdat die het snel kunnen uitvoeren. Uw redenatie is die grens inderdaad wel heel absoluut terwijl het om een heel groot bedrag gaat. Dus dan zou toch in de VVD-ideologie juist voor die hardwerkende mensen die net rond die 130 procent zitten zou toch die overgang wat zachter moeten worden? Daar zou je toch als VVD voor moeten zijn voor die hardwerkende mensen? De heer Van Kessel: Nee, u haalt hier beleid en uitvoering door elkaar. Daar houd ik het even bij. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja, inderdaad inhakend op die 130 procent. Trots Haarlem heeft voorgesteld om het naar 150 procent te verhogen want dan valt die hardwerkende Haarlemmer er zeker onder, die vangt nu alles mis, die moet zijn kaartje bij het zwembad duurder betalen en die andere mensen krijgen het allemaal goedkoop en voor een prikkie.

Wat vindt u ervan? De heer Van Kessel: Waarvan akte. De heer Van den Raadt: Dan een vervolgvraag, voorzitter. De voorzitter: Nee, nee, nee, nee, nee. We gaan, de heer Van Kessel is bezig met zijn algemene beschouwing en ik wil hem de gelegenheid geven om daarmee verder te gaan. De heer Van den Raadt: Dan een andere interruptie op zijn verhaal tot nu toe. De voorzitter: Nee, u komt net binnen. Het lijkt mij niet zinvol dat we nou beginnen. De heer Van Kessel.

6

De heer Van den Raadt: Discriminatie van nieuwkomers. De heer Van Kessel: In deze begroting vallen ons twee zaken in het bijzonder op en daarop overwegen wij een motie. Allereerst het financiële ravijn. Vanaf 2027 heeft deze gemeente financieel een groot structureel probleem. Het college sluit haar ogen hiervoor en neemt geen maatregelen. Als gemeenteraad moeten wij ons willen voorbereiden op een situatie waarin de rijksinkomsten achterblijven en de economische omstandigheden de komende jaren verslechteren. Andere gemeenten doen dit wel en die doen dat op verschillende manieren. Na bespreking van meerdere ideeën in de commissie bestuur zal de VVD een voorstel willen doen om het instellen van een behoedzaamheidsbuffer te onderzoeken en de gemeenteraad hier voor de kadernota over te informeren. De voorzitter: Een interruptie van de heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag want u zegt we moeten hier ons moeten willen voorbereiden maar eigenlijk geeft u daarmee een motie van wantrouwen naar uzelf. We hebben het hier pas over iets wat in 2027 gaat plaatsvinden en eigenlijk moet natuurlijk het rijk ervoor zorgen dat alle gemeenten structureel langdurig goed worden gefinancierd, u bent de grootste partij van het land en u zegt dat gaat niet lukken dus we moeten ons maar alvast gaan voorbereiden dan het niet gebeurt.

Dus mag ik concluderen dat de VVD er geen vertrouwen in heeft dat er een goede structurele financiering uit het rijk komt? De heer Van Kessel: Nou, ik vind het wel vleiend dat de heer Wiedemeijer denkt dat ik een grotere invloed heb op landsfinanciën dan hij dat heeft maar ik zal hem uit die droom helpen: dat is niet zo. De uitkering die wij vanuit het rijk krijgen dat is een factor waar wij als gemeente geen invloed op hebben en we zien wel dat we, dat het voor een groter probleem gaat zorgen. Mijn voorstel is daar kun je dan beter op voorbereid zijn en juist u zal zich willen voorbereiden op de besluitvorming van die landelijke VVD dus bereidt u erop voor, zou ik zeggen. Zorg gewoon dat je als gemeente, daar bent u verantwoordelijk voor, u bent niet verantwoordelijk voor wat er in het rijk gebeurt, u bent verantwoordelijk voor de financiën hier, zorg dan dat je je daar goed op voorbereid. Bijvoorbeeld door alvast wat te sparen voor slechtere tijden. De voorzitter: De heer Drost. De heer Drost: Ja, ik heb daar toch wel vragen over. Ik heb die ook in de commissie gesteld vorige week en ik, nou ik begreep toen niet helemaal uw antwoord. U heeft het over een buffer, volgens mij dat ziet u ook in deze begroting, er is redelijk wat incidenteel geld. Incidenteel is het probleem niet meer volgens mij zou eerder het probleem zijn dat we zien dat er structureel een tekort is.

Dan kunt u nu al een buffertje aanleggen maar volgens mij moet gewoon, voor de toezichthouder moeten wij gewoon een structureel sluitende begroting neerleggen. Dus dan moet er een verhouding zijn tussen structureel wat er binnenkomt en wat er buitenkomt. Dan kunnen we nu wel een buffertje aanleggen maar volgens mij is uw voorstel waar moet er bezuinigd worden en niet zo zeer over het incidentele geld. Dus bedoelt u nou met dat buffertje: kijk nou waar we eventueel structureel gaan bezuinigen? Of begrijp ik het nou niet goed? Ik probeer echt uw voorstel te begrijpen. De heer Van Kessel: Ja kijk, hoe we die buffer vullen dat is nog nader uit te zoeken. Het verzoek is dus ook aan het college om dat te gaan onderzoeken. Je kunt dat doen bijvoorbeeld te bezuinigen, wat u nu voorstelt, nou ik weet niet of dat het beste is. Alhoewel er best wel een aantal plekken zijn in de gemeente waar we zouden kunnen bezuinigen. Maar dat is niet het voorstel wat ik doe. Ik snap dat dat uw zorg is maar dat is niet het

7

voorstel wat ik doe. Voorstel is: ga dat onderzoeken. U noemt zelf bijvoorbeeld de incidentele middelen die we de komende jaren gaan krijgen. Dat zijn middelen die we eigenlijk in die zin ook niet verwacht hadden, die we ook niet structureel in die begroting hebben staan. Het zou helemaal niet onverstandig zijn om van dat gedeelte wat we incidenteel binnenkrijgen bijvoorbeeld daar een deel van te reserveren en die bijvoorbeeld ook buiten je weerstandsvermogen te houden en op zo’n manier te kijken kunnen we een potje vullen voor 2028, op het moment dat het slechter is. Dat wij nog even de tijd hebben om ook die nieuwe gemeenteraad, de gemeenteraad na u, om die niet met een dik ravijn op pad te sturen maar dat die even de tijd hebben om zich structureel aan te passen. Dat is het idee van dit voorstel. Dan kom ik bij het uitstellen van honderd miljoen aan investeringen, ander punt. Met de pennenstreek stelt dit college voor om honderd miljoen aan investeringen uit te stellen, zonder onderbouwing. Pas bij navraag door de VVD weten we om welke dossiers dit gaat. Even los van het gegeven of je als raadslid voor of tegen bepaalde investeringen bent, je wil als raadslid niet op deze manier geïnformeerd worden.

Het CDA heeft dit punt ook gezien en terecht gevraagd: hoe zijn die keuzes gemaakt? Wat gaan de Haarlemmers de komende jaren missen? Maar verder dan het noemen van de projecten komt het college niet. De VVD wil het graag toch concreet maken. Het college schuift grote investeringen in de openbare ruimte van Schalkstad, Zuiderpolder, Meerwijk en Oostpoort op de lange baan. Wat zijn de gevolgen voor de woningbouw en het niveau van onderhoud, zo vraag ik aan het college. Het college stelt fiets parkeren bij het Stationsplein uit, investeringen in het busverkeer en duurzame mobiliteit. Wat zijn de gevolgen voor het OV, zo vraag ik de wethouder. De herinrichting van de Europaweg, de Wilhelminastraat, de Kennedylaan, Belgiëlaan, Floris van Adrichemlaan, spoorovergang Westergracht, Nassaulaan, Waddenstraat worden uitgesteld. Wat zijn de gevolgen daar voor de mobiliteit en de fietsveiligheid, zo vraag ik de wethouder. De groene agenda komt ook in het nauw. De bomen in Schalkwijk, de vergroening van de Oostersingelgracht, het actieplan fiets inclusief de plannen op de Groenmarkt, investeringen in watergroen, klimaatadaptatie en ecologie, PvdD let u op, wordt ook uitgesteld. Dan het vervangen en uitbreiden van ons ICT en digitale informatie, op dat punt ook graag een reactie van de wethouder.

Graag ontvangt de VVD een brief, als het moet geheim, over de gevolgen die deze uitgestelde investeringen hebben voor de informatieveiligheid van de gemeente Haarlem. We stellen onderhoud en rioleringen uit en de kade van het kinderhuis West zal nog iets langer moeten volhouden. Tot slot komen de parkeeroplossingen Spaarnesprong en de doorstroming van de Waarderweg op de lange baan. Jarenlang hebben wij hierover in commissies gesproken en nu haalt het college zonder onderbouwing voorlopig een streep door deze investeringen. En de gemeenteraad wordt geen enkel handelingsperspectief geboden. Ook kennen wij de financiële gevolgen van dit uitstel niet. Wat zijn de hogere instandhoudingskosten en wat doet de inflatie met de businesscase? Wat de VVD betreft is dit onderdeel van de begroting simpelweg niet behandelrijp, maar de zes miljoen aan kapitaallasten voor 2023 die vrijvallen door dit uitstel die zijn al bestemd, dus de coalitie is hier vakkundig schaakmat gezet en kan niets anders dan voor stemmen. Mijn algemenere vraag aan de burgemeester is hoe hij de positie van de gemeenteraad hier beoordeelt en of hij hier nog een oplossing voorziet en we overwegen op dit punt een amendement of een motie. Voor zover de eerste termijn van de VVD. De voorzitter: Dank u wel. De heer Visser heeft nog een interruptie. De heer F.

Visser: Ja voorzitter, ik hoor een interessant verhaal van de VVD. Ik zie dat op het ogenblik twintig moties en amendementen zijn ingediend, maar niks is van de VVD. Gaat de VVD al zijn voorstellen pas in de tweede termijn indienen en waarom? De heer Van Kessel: Ja volgens mij is het geen plicht om moties in te dienen en ik heb in mijn verhaal, als u geluisterd heeft, twee zaken aangekondigd waar ik een motie overweeg. Daarvoor wil ik eerst de reacties van

8

andere partijen horen, ik wil graag de reactie van het college horen. En eventueel, als ik denk dat dat zin heeft, dan dienen wij als fractie een motie in. Dan kom ik ook bij u langs om te vragen of u het een goed idee vindt en dan dienen we een motie in. Maar het indienen van een motie is niet het hoogst haalbare, een gehaalde motie is ook niet het hoogst haalbare. Wat ik al zei, wat er hier gebeurt in deze gemeenteraad en de moties die u hier indient, die hebben weinig tot geen impact op die samenleving. Buiten gebeurt het en die moties, de zee aan moties, de vijftig moties die wij gaan krijgen, ik vraag mij af of dat de goede weg is. Dus ik ben daar in ieder geval heel zuinig op en niet zo kien als u. De voorzitter: De heer Visser. De heer F. Visser: Ik ben het met u eens dat moties geen emoties moeten worden, maar als ik wel een verhaal hoor met emoties, namelijk met heel veel wensen en heel veel kritiek die behoorlijk fundamenteel is, dan verwacht ik van de grootste oppositiepartij wel concrete voorstellen. Wat mij betreft zou dat één groot voorstel kunnen zijn waarin u zegt, dit en dit en dit in de begroting wil ik anders en dat u met wat posten schuift. Volgens mij heeft u heel veel financiële experts in uw fractie. En het valt mij gewoon tegen dat u dat dan niet neerlegt, want dat kunnen we heel moeilijk even in de tweede termijn nog regelen.

We willen het juist goed bestuderen en dan is het handig als dat ene voorstel van u op papier staat. Ik ben het helemaal met u eens, wat minder voorstellen dus ik begrijp uw oproep tot matigen, maar ik had toch wel verwacht dat u uw voorstel nu op tafel had gelegd. De voorzitter: Goed, ik begrijp dat daar geen reactie meer op komt. Dan gaan we naar de heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Ja nee, goed punt van mijn collega Visser want ik begreep net dat de coalitie meer naar de oppositie moest luisteren, maar ja dan moeten er wel echt ideeën ook naar voren komen. Voorzitter, vandaag wil ik het hebben over het verschil moeten maken. In een tijd van oplopende armoede, forse woningnood en de steeds meer aanwezige klimaatcrisis, is het voor de PvdA van groot belang ons te richten op de Haarlemmers waarvoor we het verschil moeten maken. Haarlemmers waarvoor de politiek het verschil moet maken. Dit zijn geen kwesties waar de politiek het verschil kan maken, maar zaken van grote noodzaak. Fundamentele voorwaarden tot bestaanszekerheid, zaken die onder grote druk staan, zaken waarvoor actie meer dan ooit tevoren noodzakelijk is. Zaken waar de komende jaren met deze begroting jaarlijks meer dan 600 miljoen wordt uitgegeven en jaarlijks zo'n 75 miljoen wordt geïnvesteerd in onze mooie stad.

In tijd van toenemende armoede is het noodzakelijk dat Haarlem handelt, maar Haarlem kan het niet alleen, hiervoor is ook toereikend kabinetsbeleid nodig waar met inzet van onder andere PvdA en GroenLinks gelukkig het broodnodige energieplafond is gekomen. Nog steeds blijft meer nodig, hogere lonen en lagere lasten op arbeid zo dat werken loont. De PvdA blijft dan ook landelijk knokken voor een verhoging van het minimumloon naar 14 euro per uur, zoals we dat ook bijvoorbeeld lokaal met Spaarnelanden hebben afgesproken. Hier in Haarlem worden de minimaregelingen per 1 januari verruimd naar 130 procent van de bijstandsnorm, daar zijn we erg blij mee en hebben we ook de laatste jaren erg veel voor geknokt. Dit betekent dat meer Haarlemmers mee kunnen doen aan bijvoorbeeld sport, kunst en cultuur en huiswerkbegeleiding, zo kan het verschil echt gemaakt worden door de politiek. Juist voor Haarlemmers die het minder breed hebben moeten we daadkrachtig handelen ten aanzien van de torenhoge energiekosten. Komend jaar trekken we hier omstreeks zes miljoen voor uit. Deels voor een groter bereik van de energietoeslag. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Kessel.

9

De heer Wiedemeijer: Mag ik even mijn zin afmaken dan mag hij daarna een vraag stellen. En deels voor het verbeteren van de kwaliteit van de woningen en betere isolatie. Zo combineren we sociaal en duurzaam beleid. De heer Van Kessel: Ja dank u wel voorzitter. We verwachtten natuurlijk wel dat de PvdA flink zou uitpakken met alle mooie dingen waar ze geld aan uit gaan geven, maar kan de heer Wiedemeijer wellicht ook reflecteren op het feit dat er honderd miljoen aan investeringen uit worden gesteld en dat het onderhoud aan onze scholen, het onderhoud aan onze rioleringen, het hele lijstje wat ik heb opgenoemd dat dat hetgeen is wat diezelfde mensen ook verwachten van een overheid en dat hij dat niet goed aan het regelen is? De heer Wiedemeijer: Nou voorzitter, ik kan de heer Van Kessel bevestigen dat ik het vooral over dingen ga hebben waar we wel geld aan uit gaan geven, dat lijkt me inderdaad wel zo handig. Het klopt inderdaad dat een aantal investeringen niet op de termijn worden uitgevoerd zoals we hadden gehoopt, maar ik wil daar toch ook wel een tegengeluid tegenover uw wat sombere verhaal zetten. Ik bedoel, ik ben en ik denk wel meer mensen in de raad, teleurgesteld dat een aantal investeringen naar achteren zijn geplaatst, maar als ik kijk naar de afgelopen jaren dan hebben we jaarlijks omstreeks 40 tot 50 miljoen geïnvesteerd.

En nu zie je eigenlijk in de jaarschijf de komende jaren dat dat omhooggaat naar 75 tot 80 miljoen per jaar. Dus dat zijn verdubbeling een in de openbare ruimte, dat zijn verdubbelingen op scholen, dat zijn verdubbelingen in mobiliteit als ik het even allemaal op een grote hoop gooi. Dus er wordt juist fors meer geïnvesteerd de komende jaren in alles wat deze stad zo mooi maakt. De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja dat is het mooie, die plannen en die mooie woorden die hebben we al meer dan negen jaar horen we van u, maar elke keer blijkt dat u uw mooie woorden niet waarmaakt. Er wordt nu zelfs voor honderd miljoen en wel even vlak na de verkiezingen natuurlijk, want je wil er geen last mee hebben met de kiezer, dan wordt er honderd miljoen uitgesteld. Dus het is leuk dat u die ambities heeft en dat u die hoog inzet, maar zorgt u nu ook maar een keertje dat u die waarmaakt mijnheer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Ik zal daar zo in het geval van de openbare ruimte op terugkomen, maar u verkoopt denk ik wel een beetje knollen voor citroenen. Want toen wij de formatiebegeleiding hadden, toen lagen er stukken vanuit het financiële apparaat die de hele raad heeft gekregen en daar stond ook in, we moeten goed kijken voor de organisatie wat we jaarlijks kunnen investeren.

Toen was onze voorkeur van de PvdA, want dat staat gewoon in alle stukken, om de financiële ruimte te besteden aan beleid. Uw voorkeur was om extra investeringen te doen, ook al was vanuit de organisatie al lang duidelijk dat dat niet haalbaar was. Vervolgens staat in de kadernota dat het IP realistisch gemaakt moest worden, dus ik ben niet verbaasd, dat is nu gebeurd. Ik vind het niet leuk, maar het is wel de realiteit. De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja en dan wil ik er wel op wijzen dat het een realiteit is van negen jaar PvdA-bestuur. De heer Wiedemeijer: Volgens mij is het iets langer maar dat laten we dan even in het midden. Voorzitter, ik ga verder met sociaal en duurzaam beleid, daar was ik geëindigd. Het goed uitvoeren van onze zorgtaken in het sociaal domein blijft een uitdaging. Lange termijn financiering staat onder druk en ondertussen maken meer Haarlemmers gebruik van de Wmo en de jeugdzorg. Daarom is het goed dat we de komende jaren hier acht miljoen extra voor uittrekken, zodat we de Haarlemmers die zorg nodig hebben dat ook kunnen bieden.

10

Nu er sprake is van stijgende armoede maken wij ons zorgen om toenemende dak- en thuisloosheid onder Haarlemmers. Niemand slaapt op straat moet juist nu onze ambitie zijn. Kan het college aangeven wat de huidige signalen zijn en of hier ook genoeg financiële middelen voor beschikbaar zijn? Voorzitter, ik heb een vraag over een hele belangrijke sociale instelling in Schalkwijk. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja voorzitter dank u wel. Ik zit er alweer een tijdje dus ik mag weer een vraag stellen. Vindt u het een goed idee wat de Trotse motie is, die eraan zit te komen, om sporthallen ook in geval van nood open te houden om mensen op te vangen, die anders zonder eten en verwarming zitten? De heer Wiedemeijer: Voorzitter, ik ken het voorstel niet maar zoals ik net al zei is de coalitie benieuwd naar alle voorstellen die er komen, dus ik ga hem bekijken en dan gaan we kijken wat we ervan vinden op donderdag. Ik ga verder met Schalkwijk, daar zal de heer Van den Raadt het vast mee eens zijn, want ik wilde het namelijk hebben over Triple Threat, een heel inspirerend initiatief waar wij recent een werkbezoek aan hebben gehad. Zij kunnen heel lastig huisvesting vinden voor de lange termijn en wij horen graag van het college wat de actuele status is en hoe zij ervoor kunnen zorgen dat zij langdurig gehuisvest worden.

Dan ga ik verder met de wooncrisis. Er woedt een stevige wooncrisis in Haarlem. In de vorige periode hebben we veel ontwikkelzones vastgesteld, zodat de komende jaren de broodnodige betaalbare woningen daadwerkelijk kunnen worden opgeleverd. Deze periode is het vooral noodzaak om plannen uit te voeren, immers in gelul kun je niet wonen. Om de uitvoering verder mogelijk te maken wordt de reserve ongedeelde stad aangevuld met tien miljoen euro zodat we meer sociale woningen aan de westkant van Het Spaarne kunnen bouwen. Om de bouw van betaalbare woningen te versnellen wil de PvdA het college vragen om te onderzoeken wat de consequenties zijn als we alleen nog maar sociaal en middelduur bouwen op eigen grond. Kortom, geen dure woningen meer op eigen grond, dure woningen zijn er immers genoeg. De PvdA neemt dit onderzoek graag mee in het voorjaar in de discussie omtrent de ruim aanwezige incidentele middelen, wellicht kunnen we die daarvoor aanwenden. Dan ga ik verder met onze maatschappelijke partners de corporaties, die hebben we namelijk hard nodig. Om bestaande huurwoningen te verduurzamen en meer sociale huurwoningen, hebben we de corporaties keihard nodig. Per 1 januari hebben zij meer middelen nodig, meer middelen beschikbaar, excuus, door de afschaffing van de verhuurderheffing.

Dit lijkt echter grotendeels te verdampen door hogere bouwkosten, hogere rentelasten en een hogere belastingdruk. De PvdA wil dat het college scherp in de gaten houdt of de corporaties wel genoeg middelen hebben om onze ambities waar te maken, anders moeten we lokaal subsidies beschikbaar stellen zodat we onze doelen fier overeind kunnen houden. Voorzitter, in de komende vier jaar, we hadden het er net al een beetje over, wordt er in ... De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Ja dat is wel een goed idee natuurlijk om als gemeente geld te geven aan de woningbouwcorporaties. Vindt u dan ook dat als wij bijvoorbeeld zeggen, wat Trots Haarlem straks gaat zeggen in een motie, cruciale banen, agenten, verpleegkundigen, de mensen van de kinderopvang dat we zorgen dat we daar dan geld voor besteden en dat die woningbouwcorporaties daar woningen specifiek voor gaan bouwen? De heer Wiedemeijer: Voorzitter, ik denk dat ik een beetje in herhaling val, maar ik zou graag eerst uw voorstel willen zien. Ik word niet zelf direct enorm enthousiast voor subsidies voor woningen voor bepaalde beroepsgroepen. We hebben wel voorrangsregelingen voor bepaalde beroepsgroepen. Maar nogmaals, ik zie graag uw voorstel tegemoet en dan gaan we kijken of er iets verstandig zijn in staat.

11

De voorzitter: Interruptie van de heer Blokpoel. De heer Blokpoel: Ja dank u wel voorzitter. Ja mijnheer Wiedemeijer, we horen nu met miljoenen strooien voor sociale huurwoningen, wat heel nobel is van u want het is uw eigen geld niet, maar zit er ook een limiet aan? Want u blijft maar met de miljoenen hier en miljoenen daar en nu moeten er weer miljoenen naar de corporaties, waar houdt het op? De heer Wiedemeijer: De limiet is simpel, tot de problemen zijn opgelost, daarvoor zitten we hier in de politiek. Dus tot die tijd gaat de PvdA door, de heer Van Kessel dacht dat het pas negen jaar was, maar we blijven nog wel een tijdje doorgaan tot de problemen zijn opgelost. Misschien dat we een keer zijn gefuseerd, maar we gaan door tot de problemen zijn opgelost. De heer Blokpoel: Ja tot de problemen zijn opgelost, dus u blijft investeren, u blijft geld van de Haarlemmers pompen in een aantal woningen om een smal deel van de Haarlemmers te helpen? Dus u stelt het merendeel van Haarlem achter, terwijl u een klein deel van de Haarlemmers helpt? De heer Wiedemeijer: Ja u vindt mensen in een villa heel zielig, ik heb meer moeite met mensen die dak- en thuisloos zijn. Zo maken we allemaal eigen prioriteiten, ik kom op voor mensen die in de supermarkt werken, die in de klas staan en u voor mensen die een ton per jaar verdienen, dat vindt u zielig.

Ja dat zijn politieke keuzes, wij kiezen ervoor om die wachttijden van tien jaar naar beneden te gaan brengen, u kiest ervoor dat elk jaar opnieuw de vluchtelingen in de schoenen te schuiven. Dat zijn keuzes, dat is politiek, het is een strijd van ideeën en dit zijn de keuzes die wij maken. De voorzitter: De heer Blokpoel. De heer Blokpoel: Mijnheer Wiedemeijer, het is geen strijd van ideeën, het is een strijd van uw oude politieke visie. Wij staan voor iedereen, wij staan voor Haarlemmers van elke afkomst, van elk milieu. U benoemde het net zelf, in gelul kunt u niet wonen, maar in uw woorden kunt u ook niet wonen. De heer Wiedemeijer: Nou dank u wel. Ik vind het geen kleine groep, 42 procent van Haarlem heeft een inkomen wat recht heeft op een corporatiewoning. Ik weet niet of wij ook een oude visie hebben, gezien de verkiezingsuitslag ben ik daar iets hoopvoller in, dus daar ga ik graag mee verder. Ik ga verder met de investeringen in de openbare ruimte. In de komende vier jaar wordt hier namelijk 150 miljoen geïnvesteerd in de openbare ruimte. Om deze te vergroenen, klaar te maken voor de toekomst en achterstallig onderhoud weg te werken. Hiervoor is het bittere noodzaak om de realisatiegraad te verhogen, het klimaat wacht niet op ons, achterstallig onderhoud wacht niet op ons. Dit is onze schuld aan de huidige bewoners, maar ook aan jonge Haarlemmers.

Wat vertellen we aan hen als straks de huizen vollopen bij zware regenval. Wat vertellen we aan hen als de stad niet klaar is voor toenemende hitte. Wat vertellen we hen voor steeds meer mensen, dieren een planeet onleefbaar is geworden. Om onze schuld in te lossen moeten we allemaal een bijdrage leveren. De voorzitter: De heer Van den Raadt heeft weer een interruptie. De heer Van den Raadt: Dank u wel voorzitter. Ik hoop niet dat ik dit ook moet opschrijven, het zijn twee zinnen, maar vindt u niet dat met dat achterstallig onderhoud dat eigenlijk we daar ook een kans hebben om de tweedeling weg te vegen en overal het onderhoudsniveau gelijk te houden? Dat we overal in Haarlem hetzelfde onderhoudsniveau hebben, wat vindt u daarvan? Of moet ik dat eerst opschrijven?

12

De heer Wiedemeijer: U hoeft het niet op te schrijven, ik ben het volledig met u eens. Sterker nog, ik ga u een voorbeeld geven en dan hoop ik niet dat dat te veel discussie los brengt, want het is een project dat nogal veel is besproken de afgelopen maanden. Het hele idee bij IVORIM was, we beginnen bij één van de minst rijke buurten en investeren daar het meest. Of we dat groot succes is geworden dat moeten we dan maar even in het midden laten, maar dat was wel het idee. Dus de PvdA kijkt altijd bij die investeringen waar ze het meeste nodig zijn, welke buurten als eerste moeten opgeknapt worden. Dan ga ik verder, nou toch niet. De voorzitter: De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja speelde daar bij die overweging om daar te beginnen ook nog mee dat de opkomst daar misschien veel lager is en mensen nog minder geïnteresseerd zijn in de politiek? Dacht u, dit is misschien een buitenkansje om wel eens een keertje onze slechte plannen door de strot van de Haarlemmers te drukken? De heer Wiedemeijer: Nou ik denk dat dat een vraag is waarvan u het antwoord kent. Nee wij menen oprecht dat de buurten die de minst draagkrachtige bewoners hebben dat daar als eerste in moet worden geïnvesteerd.

Maar ik denk dat u wel een principieel punt aansnijdt mijnheer Van Kessel, want waarom zitten wij hier met zijn allen? Ik stelde u daarnet een aantal vragen over, wat vertelt u aan de inwoners van de stad? En uw antwoord is elke keer de participatie is niet goed, mensen vonden het niet leuk. Als ik dat gesprek op deze manier over tien jaar nog heb, tien jaar stilstand, tien jaar alles weer terugsturen naar de tekentafel, dan is dat uw keuze. Ik zit hier en vele anderen trouwens met mij, omdat je ergens naartoe wil, omdat je een Haarlem voor je hebt over een paar jaar wat groener is, dat achterstallig onderhoud heeft weggewerkt. Dan moet je af en toe ergens voor durven te staan. En u zegt telkens nee nee nee. De voorzitter: De heer Van Kessel? De heer Van Kessel: Nou en niet alleen de heer Van Kessel zegt nee nee nee, 72 procent van de inwoners in de Indische buurt die zeggen tegen uw plannen nee. Het is meer dan 50 procent van de mensen in Schalkwijk die zeggen nee tegen uw ideeën. Het is meer dan de helft van de Haarlemmers in Meerwijk die zeggen, u heeft niet naar ons geluisterd en dit zijn onze plannen niet, dat zeggen ze tegen het college.

En nu kunt u wel een mooie visie hebben van over hoe u vindt dat Haarlem er over vijftig jaar uit moet zien, maar het gaat er niet om wat u vindt want u bent hier morgen niet meer, ik ben hier morgen niet meer, wij zijn hier morgen niet meer. Maar de Haarlemmers die zijn hier morgen wel en zij zijn degenen die besluiten over hoe Haarlem eruit komt te zien. En als u het dan niet voor elkaar krijgt als minderheid om te luisteren naar die grote meerderheid, dan bent u het instrument wat wij hier hebben om die Haarlemmers te helpen, bent u aan het uitrollen. En dat neem ik u wel kwalijk en ik vind echt dat u daarover moet nadenken. De heer Wiedemeijer: Ja voorzitter, ik vond het op zich mooi dat de heer Van Kessel zegt dat wij er op een gegeven moment niet meer zijn. En dan breng ik toch een mooie christelijke term naar voren, rentmeesterschap, wellicht vindt de burgemeester dat een mooie term. Het gaat er inderdaad om, wat laat je op een gegeven moment achter. En wat ik wil achterlaten is een leefbare planeet. Dat is niet een mooie visie, dat is nou precies wat ik in het begin bedoelde met het verschil moeten maken. Velen van u zien hier klimaatverandering als een leuke hobby. Het gaat erom dat die stad straks onleefbaar is. Dat is niet een keuze en dan moet je daar ook gewoon voor blijven staan, ook als dat impopulair is.

Dan wil ik bewoners in deze stad niet knollen voor citroenen verkopen van, nee hoor we laten uw openbare ruimte gewoon lekker een versteende plek, laat die auto's maar lekker staan, laat het onderhoud ook maar zitten. Als u dat niet wil dan luister ik naar u, ook al is dat totaal onhoudbaar. Die keuze maken wij niet. Als u die keuze wil maken dan moet u dat doen.

13

De voorzitter: U krijgt een laatste kans voor een interruptie nu, maar ik wijs u er wel even op u weet het zelf ook, maar de tijd tikt door. Dit is wel interessanter denk ik dan lange monologen dat moet ik eerlijk toegeven, maar we schieten door onze tijd heen. De heer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja mijnheer het kan natuurlijk, mijnheer de voorzitter het kan natuurlijk niet van tweeën één zijn. Op het ene moment staat mijnheer Wiedemeijer nog te vieren over de grote bedragen die hij weg klotst aan nieuw beleid. Op het moment dat nieuwe beleid tot goede oplossingen zou komen onder PvdAbewind, dan had die stad er nu een stuk mooier voorgestaan kan ik u vertellen. Maar u staat ons te verwijten dat wij niet bereid zijn om te investeren, of te verwijten dat we juist vooral aan het investeren willen in de stad. Dus u kan niet zeggen, aan de ene kant geef ik het geld nu uit en investeringen daar doe ik niet aan mee, om vervolgens nu trots te zijn over hoe goed u aan het investeren bent. Het zijn juist de andere partijen hier die bezig zijn geweest om die investeringsagenda omhoog te houden. En dat u het niet voor elkaar krijgt om die investeringen uit te rollen tot het einde, dat is nog een keertje slecht bestuur ook.

De heer Wiedemeijer: Ik heb nog geen vraag gehoord, maar ik denk dat het mij ook niet om een schuldvraag gaat, het gaat er mij juist om dat ik u wil meenemen in een gedeelde verantwoordelijkheid. En die verantwoordelijkheid die ligt heel breed, want om die schuld in te lossen moeten we allemaal een bijdrage leveren, het college, de bewoners, de ambtenaren maar ook de raad. We moeten het eerlijke verhaal vertellen en daar ging onze discussie net over. We kunnen niet op de huidige weg doorgaan, dit vraagt een raad die beslissingen durft te nemen, ook als ze impopulair zijn. Wij zijn de gekozen volksvertegenwoordigers die onze blik moeten richten op de toekomst waar we met Haarlem naartoe willen. Niet uit luxe maar uit bittere noodzaak. De planeet staat in de fik en ondertussen maken velen zich vooral druk over het geluid van het brandalarm. Voorzitter, het is nog vroeg op de avond maar ik wil het nu hebben met u over de nacht. De voorzitter: Ja het schiet wel op om aan de heer Aynan die wil nog even bij dit moment blijven. De heer Aynan: Ja het was inderdaad een interessant debat tussen de twee heren. Maar mijnheer Wiedemeijer die zij iets interessants over Meerwijk, IVORIM.

U zegt van, ja we moeten keuzes durven maken en in dat licht bezien vraag ik u, waarom heeft u dan aan het college gevraagd om te kijken hoe de participatie in het vervolg beter kan, welke lessen u uit de mislukte participatie wil trekken? Waarom vraagt u dat dan als u gewoon door wil gaan? De heer Wiedemeijer: Voorzitter, ik vind het een hele goede vraag maar misschien schuilt er ook wel een beetje een valse tegenstelling in. Want volgens mij moet je ten eerste ambities hebben waar je naartoe wil, maar dat maakt je nog niet onfeilbaar. Dus volgens mij moet je dat allebei combineren. Ik denk juist waar het ons om ging dat je wil evalueren of die participatie goed is, maar daarnaast moet je nog steeds durven te staan voor de keuzes die je maakt. Dus komt uit de participatie naar voren dat mensen vooral de participatie niet goed vonden omdat ze meer autoparkeerplaatsen willen, dan heb je met zijn allen een keuze gemaakt. En dat verschil denk ik dat je dat samen moet proberen te achterhalen, bij eigenlijk al die grote projecten de komende jaren. Welke ambities heb je met de stad, hoe kun je mensen daarbij betrekken, maar je moet ook eerlijk zijn over de verwachtingen die je daarbij hebt. De voorzitter: De heer Aynan. De heer Aynan: Kijk, now we're talking. Dus u bent bereid om na de bewoners betrokken te hebben uw keuzes bij te stellen? Want zo hoor ik het.

14

De heer Wiedemeijer: Voorzitter, wel als ze binnen de kaders passen die je met zijn allen hebt afgesproken. Dus stel dat je zegt een buurt moet groener anders is hij niet klaar voor de toekomst. En een buurt zegt vervolgens, ik maak er nu een beetje een gekscherend iets van, maar stel dat een buurt zegt, wij willen dat alle bomen worden gekapt, even gewoon een krankzinnig voorbeeld. Dan denk ik niet dat wij gaan zeggen, laten we dat dan gaan doen. Dus ik denk, volgens mij gaan we het ook nog hebben over hoe het participatiebeleid opnieuw moet worden vormgegeven. Ik denk dat het eigenlijk het allerbelangrijkste is dat je aan de voorkant duidelijk hebt waar iemand over kan gaan. En niet dat je teleurstellingen creëert met dat iemand over alles gaat. De voorzitter: Een laatste reactie van de heer Aynan. De heer Aynan: Dank u wel voorzitter. Kijk ik denk eerlijk gezegd dat over het wat dat we het daar best wel over eens kunnen worden, want ook wij vanuit de oppositie zijn bereid om ook daarover mee te denken. En over het hoe, als die ruimte er is, dan zijn we ook bereid om mee te denken net als de bewoners zelf.

Maar het mag niet zo zijn dat de kaders zo dichtgetimmerd zijn dat het geen zin heeft om mee te doen, want dan komen we inderdaad in het scenario van de VVD dat het wantrouwen alleen maar toeneemt en dat we uiteindelijk met lege tribunes en zelf als politiek, met lege handen komen te zitten. De heer Wiedemeijer: Voorzitter dat lijkt me een heel goed gesprek bij het nieuwe participatiebeleid en dat is volgens mij echt een hele goede discussie die we met zijn allen moeten hebben. Dan ga ik om zeven uur 's avonds de nacht met u in voorzitter. Twee jaar geleden diende de PvdA met grote steun hier in de raad een motie in om een locatieverkenning uit te voeren, naar mogelijke locaties voor 24-uurs vergunningen. Tot dusver hoorden we hier weinig over terug. Uit technische vragen bleek dat de afgelopen twee jaar de uitvoering hiervan complex was. Alle begrip voor alle uitdagingen tussentijds, zoals alles rondom de coronacrisis, maar minder begrip is er voor de gebrekkige informatievoorziening voor deze vertraging en de informatie daaromtrent. Voorzitter, naast portefeuillehouder bent u ook voorzitter van de raad, ik vraag u dan ook toe te zien op een goede informatievoorziening richting de raad in het vervolg als dergelijke vertragingen optreden en wij hopen dat we op korte termijnperspectief kunnen schetsen naar de jonge Haarlemmers.

Dan ga ik verder waar wij positief over zijn, namelijk de inzet van de burgemeester en het college voor een inclusieve, solidaire gemeenschap in deze uitdagende tijden, zowel binnen Haarlem als met de warme blik naar buiten. Zo toonde het college zich daadkrachtig met de opvang van vluchtelingen op de vlucht voor de vreselijke oorlog in Oekraïne. en lopen wij ook niet achter met de huisvesting van statushouders. En vragen wij aandacht voor de onderdrukte vrouwen in Iran, maar ook hier in Haarlem kunnen we de positie van de LHBTIgemeenschap versterken en kijken wij uit naar de agenda diversiteitinclusie onder verantwoordelijkheid van wethouder De Raadt. De voorzitter: Ja mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Een vraag, wat gaat u doen voor die onderdrukte vrouwen in Iran, gaat u ook een stuk van uw haar afknippen? De heer Wiedemeijer: Nee wij vragen aandacht voor de situatie, als u een goed idee heeft staan we daarvoor open, ik was niet zelf van plan om mijn haar te gaan afknippen in alle eerlijkheid. Mevrouw Van Zetten: Nee maar wat is dan het idee, want u doet net alsof u iets strijdbaars gaat uitvoeren, maar dan ben ik benieuwd wat u voorstelt en dan ga ik u steunen natuurlijk.

15

De heer Wiedemeijer: Ik hoop dat u mij ook steunt als ik niet een concreet voorstel hebt, want ik heb op dit moment geen concreet voorstel. Voorzitter, even namens het seniorenconvent, dat zal mevrouw Van Zetten ook goed vinden. De voorzitter: De heer Van den Raadt had nog een punt. De heer Van den Raadt: Ja even terug over dat steunen van Iran, daar was ik ook helemaal voor. Ik heb toen een stuk van mijn haar afgeknipt en de oproep gedaan of wij als college niet de oproep kunnen doen in Haarlem ook allemaal de hoofddoek af te werpen, wilt u dat steunen dan want dat willen ze in Iran ook. De heer Wiedemeijer: Nee daar ga ik u niet in steunen. Voorzitter, namens het seniorenconvent dien ik graag bij deze graag het amendement in versterk de griffie. Met het amendement besluiten we om de komende jaren zo'n vier ton extra beschikbaar te stellen, deels gedekt door incidentele middelen en structureel door een taakstelling op te voeren. Ik weet niet of ik het dictum hier adequaat mee heb benoemd, want dat is voor mij nog even oefenen. Voorzitter, afsluitend, de PvdA ziet dat deze begroting het verschil maakt voor de Haarlemmers waarvoor het verschil gemaakt moet worden en tracht de bestaanszekerheid te versterken.

Daarom is de PvdA trots op de begroting die voorligt en waar we samenwerken aan een sociale en duurzame toekomst en zijn we benieuwd naar de ideeën waar u deze week meekomt. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan wij verder met mevrouw Van den Broek van de Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Broek: Dank u wel voorzitter. Voorzitter, we bespreken vandaag de programmabegroting van de gemeente Haarlem, een begroting die duurzaamheid uitstraalt, maar waar wat de Partij voor de Dieren betreft nog wel een tandje bij kan, maar daarover straks meer. Ik wil eerst even uitzoomen. Gisteren is in Egypte de 27e klimaatconferentie begonnen, doorbraken op het vlak van klimaatbeleid worden vanwege de geopolitieke spanningen in de wereld niet verwacht lees ik in de media. Dat is dramatisch, want de klimaatverandering eist dagelijks overal in de wereld haar tol. Ik deel hiervan wat met u. Emiel, zeventien jaar woont in Peru en ziet de gletsjers voor zijn ogen smelten. Mary, ook zeventien, woont in Kenia en beleeft de grootste droogte in veertig jaar waardoor hun dieren sterven. En op het Filipijnse eiland Batasan proberen Alan en de bewoners te voorkomen dat hun huizen worden opgeslokt door de zee, door hun huizen op palen voortdurend te verhogen. Hun verhalen staan deze week in de Volkskrant.

U zult zich wellicht afvragen, moeten we het hier nu in deze vergadering over hebben? Ja voorzitter dat is nodig, want het treurige is dat zij niet of nauwelijks de veroorzaker zijn van de klimaatcrisis, dat zijn wij bewoners van Europa, Nederland en ook Haarlem. Onze consumptie en levenspatroon veroorzaakt zo'n grote uitstoot van broeikasgassen en legt een zodanige druk op natuurlijke hulpbronnen dat we drieënhalve aarde nodig zouden hebben, als de hele wereld net zoals wij zouden leven. Of nog op een andere manier gezegd, met onze manier van leven zouden we na vijftig dagen het jaarlijkse natuurlijke kapitaal dat de aarde ons geeft en wat zij kan regenereren, volledig opgebruikt hebben, vijftig dagen voorzitter. Is dat onze manier van rentmeesterschap, van solidariteit? Dus voorzitter, alle klimaatinspanningen die wij moeten leveren zijn niet alleen nodig om Haarlem leefbaar te houden in de toekomst, we doen het juist ook voor de toekomst van de Emiels en Mary's van deze wereld. Daar mogen we bij het bespreken van de klimaatmaatregelen ons misschien best eens wat vaker van bewust zijn, het gaat niet alleen om ons. Daarom voorzitter, zal ik met mijn bijdrage met de klimaatconferentie in gedachten, vooral richten op de duurzaamheidsbegroting. Partij voor de Dieren is blij dat de gemeente ... De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van den Raadt.

16

De heer Van den Raadt: Ja ik ben het helemaal met u eens hoor over die klimaatproblemen. Ik heb wel eens voorgesteld dat we veel meer alert moeten zijn, zeker ook wat u schetst dat wij daar allemaal schuldig aan zijn, dat we veel beter moeten zorgen voor klimaatvluchtelingen. Bent u het met me eens dat we eigenlijk voorrang zouden moeten geven aan klimaatvluchtelingen en oorlogsvluchtelingen in de regio moeten opvangen? Mevrouw Van den Broek: Ik heb liever dat we ervoor zorgen dat er geen klimaatvluchtelingen zijn en dat we voor ... Nee we moeten er gewoon voor zorgen en ik denk, daar gaat de klimaatconferentie natuurlijk over, dat gaat over schuld inlossen. Dus wij moeten bijdragen aan het feit dat het leven daar leefbaar blijft. De heer Van den Raadt: Ja dat ben ik met u eens, maar daar is het nu een beetje te laat voor. Dus de vraag blijft nog steeds staan, maar ik begrijp dat het een moeilijke vraag is. Mevrouw Van den Broek: Voorzitter, ik ga door. Haarlem moet, wil het de klimaatdoelen uit het regeerakkoord halen, 65 procent CO2 reduceren in 2030 ten opzichte van de uitstoot in 2017. In 2020 zaten we op 21 procent, dus we hebben nog wel wat voor de boeg.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12196450/1