20221335360 Transcript raadsvergadering d d 7 november 2022
Tekst van het document
46
besluiten te komen werken in Haarlem. We willen weer trots zijn op Haarlem waar mensen met een cruciale baan niet uit wanhoop de stad verlaten of een andere baan zoeken. Maar zich juist welkom en gesteund voelen in Haarlem. En dan de derde crisis die wij belangrijk vinden is de participatiecrisis. Bij elk groot project, Anton Pieckhofje, Domus Plus, IVORIM Meerwijk, Slachthuisbuurt, horen we, ja er is iets misgegaan met de participatie maar de volgende keer dan leren we ervan en dan komt alles goed. En de volgende keer, dan is er weer een project en dan horen we, er is iets misgegaan maar de volgende keer doen we het beter en komt alles goed. Vroeger werd er ook wel gezegd, ja, het staat in de krant, mensen hadden … De voorzitter: Interruptie van de heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ja, mijnheer Van der Raadt, met wie had u in de Slachthuisbuurt willen participeren en waarover? Die mis ik even in het rijtje. De heer Van den Raadt: Nou, die mensen, die bewoners zeggen wat gebeurt er eigenlijk hier want we zien dat er een heel groot flatgebouw gebouwd wordt. Maar dat was natuurlijk al veel langer bekend maar die mensen hebben allemaal geen krant. En dat werd ook vroeger gezegd, ja het staat in die krant, je had het kunnen weten.
Maar juist vandaag horen we dat het Haarlems Weekblad ermee stopt omdat de gestegen kosten energie en papier niet meer opwegen tegen de opbrengsten. Ook hier heeft de kachel op 19 graden zetten kennelijk niet geholpen. En het Haarlems Dagblad kost in papiervorm 3 euro 60, dus die zullen ook veel mensen als bezuiniging de deur uit hebben gedaan. Wij vragen het college hoe zij nog denkt de bevolking goed te kunnen informeren en via welke kanalen. Creatieve ideeën graag. Ons idee van Trots Haarlem is om ieder geval met, dat heb ik weleens gezien bij andere grote projecten, dat je met een virtualrealitybril kan zien hoe het hele project eruit gaat zien als het klaar is. Dus dan hoeft niemand te schrikken van oh het was 40 meter hoog dat flatgebouw, ik dacht dat het veel kleiner was op het plaatje. Maar dan kan je het live zien en daar zullen wij ook een motie voor indienen. En het dictum is: kijk of het mogelijk is om virtual reality toe te passen bij grote bouwprojecten. Dan gaan we maar even wat sneller want die tijd die vliegt als een malle. Nou ja, ik sluit dit af met dat we graag weer trots op Haarlem willen worden en waar het kan, dat alle bewoners mee mogen denken, meedoen en meebeslissen en participatie hoog in het vaandel staat. Dan, wat verder ter tafel komt, dan ga ik even kort dictums op lezen, die moties die er nog aan zitten te komen.
Het dictum is, even kijken, om alle reserveringen voor duurzaamheid en biodiversiteit de bedragen te gebruiken voor de enige echte crisis, en dat is de armoedecrisis. Het dictum schaf hondenbelasting af. Het dictum motie van punt naar vierkant, zorgt dat elk rijtjeshuis een vierkante dakopbouw mag krijgen waardoor je veel sneller extra woningen krijgt. Dan de belofte om de 1.000 per jaar te bouwen die toch niet gestand houden, of 10.000 woningen per jaar. Het dictum, voordat Haarlem een smart city wordt de dataveiligheid en privacy van burgers controleerbaar geborgd te hebben. De dictum hou je broek op waarbij … De voorzitter: Mijnheer Van den Raadt, al deze moties zijn nog niet bekend bij de raad. Dat klopt, dus die komen waarschijnlijk nog. Maar wilt u dan toch in ieder geval de moeite doen om het zo aan de raad te presenteren dat ze u kunnen volgen? Ik zie mensen met een vraagteken kijken. Dus al u gewoon even aangeeft van oké, dit is de motie, de raad spreekt uit en dan komt er iets. De heer Van den Raadt: Ik heb dat toch niet verzonnen, dat ik het allemaal moet oplezen in mijn eigen tijd. Kom nou. Er komt een motie aan waarbij de subsidie, degene die subsidie krijgt en dat gebruikt om juist subsidievrij te worden voorrang krijgt. PNIL is niet wat je wil motie, verzoek om de loonkosten van de PNIL in de begroting op te nemen.
47
De voorzitter: Ik vrees dat deze moties straks gewoon niet behandeld kunnen worden omdat dit gewoon niet voldoet aan de afspraken die er gemaakt zijn. Wacht dan gewoon even. Als u de motie gemaakt hebt kunt u het dictum voorlezen. Wat u nu hebt gedaan, dat is even zeggen waar het over gaat. Dat is iets anders. En u heeft nog een minuut, dus als u die minuut nog even opspaart, dan kunt u de tekst zo meteen gewoon voorlezen in tweede termijn. Ik begrijp dat u overweegt om het zo te doen, nou, dat vind ik mooi. Ik denk dat dat helpt. De heer Van den Raadt: Helemaal niet. De voorzitter: Dank. De heer Van den Raadt: Ik was nog niet klaar, voorzitter. Kost me weer allemaal tijd. De voorzitter: Ik was bang dat er niks meer zou komen, maar … De heer Van den Raadt: Even de voorkant van de kaft, jongens, want die behandel ik ook altijd. Steek die moties maar ergens daar in het donkere hol ondertussen. Klopt het dat deze straat de Hospeslaan is in Duinwijk? Klopt het dat deze fietsers een rijrichting inrijden die verboden is? En klopt het dat als we deze straat kijken, en die helemaal leeg is van auto’s, op eentje na, dat het wel heel erg raar is dat hier dan gereguleerd betaald parkeren ingevoerd gaat worden? Kunt u daar antwoord op geven? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel voor de uitsmijter. Dan gaan wij naar de heer Visser van de ChristenUnie. De heer F.
Visser: Ja voorzitter, het is niet uitgesproken, maar de eerste zin komt u bekend voor. Voorzitter, de drie vrolijke fietsers op de kaft van de begroting onderstrepen de hoge ambitie met het fietsbeleid. En dat juicht de ChristenUnie van harte toe. Maar voorzitter, de overheid moet ook het goede voorbeeld geven en op deze foto is toch duidelijk sprake van een verkeersovertreding. Wat vindt de burgemeester als opperhandhaver daarvan? Voorzitter, meerdere fracties hadden het al over vertrouwen. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard en in deze tijd van groeiend wantrouwen kijken burgers juist ook naar dit soort kleine dingen. Ik werd laatst ook door een kiezer aangesproken toen ik een kort stukje over de stoep fietste bij een wegopbreking. En terecht. Laten we met elkaar scherp zijn op dit soort dingen. Maar laten we ook kijken hoe we in deze politieke arena de scherpte opzoeken, de manier waarop. Want een scherp debat is goed, maar de toon en de intenties zijn net zo belangrijk. En de inhoud en het zoeken van verbinding lijkt in het politieke debat steeds meer ondergeschikt te worden aan het belang van partijprofilering. Hoe zorgen we met elkaar dat dat in deze raad niet gebeurt? De ChristenUnie maakt zich zorgen dat er in de samenleving, maar ook in de lokale politiek, steeds meer een cultuur ontstaat van wij tegenover zij.
Hoe zorgen we met elkaar voor dat er niet nog meer zaadjes van wantrouwen in de samenleving worden gezaaid. Begrijp me goed, ik heb het nu niet over een specifieke casus in deze raad, maar als ik kijk hoe we bijvoorbeeld met insprekers omgaan dan vind ik dat deze te vaak worden ingezet voor eigen politiek gewin in plaats van dat we luisteren wat de insprekers te zeggen hebben. Meer in het groot zie ik de laatste jaren een enorme toename van wantrouwen in de overheid. De toeslagenaffaire, de omgang met Groningen, de coronacrisis en de stikstofcrisis heeft dit enorm versterkt. En is ook niet gek, want veel mensen en bedrijven zitten ook nog eens in financieel zwaar weer of maakt zich zorgen over de toekomst. Want we hebben natuurlijk ook nog de crisis op de woningmarkt, de inflatie, de oorlog in Oekraïne, de vluchtelingencrisis enzovoort. En waar de een op de barricade gaat voor meer loon en de ander voor het redden van het klimaat trekt weer een ander zich in boosheid terug in zijn eigen cocon. Het is dan denk ik wachten tot de boosheid er op een gegeven moment toch wel uitkomt. Op ons rust daarom de taak om alles te doen om het wantrouwen en de boosheid te bestrijden en mensen weer
48
reden te geven tot vertrouwen. Voorzitter, we hebben veel woningbouwplannen en dat is mooi. Maar ik betwijfel of het genoeg is. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Aynan. De heer Aynan: Ja, ik wachtte even tot hij klaar was met dit thema. U zegt wat mij betreft iets interessants, insprekers zouden wij hier gebruiken, inzetten voor eigen politiek gewin. Wat bedoelt u daarmee? De heer F. Visser: Dat er mensen woorden in de mond worden gelegd, u vindt toch ook dat en dan wordt een deel van het verhaal, wat niet het gehele verhaal is wordt voorgelezen en dan wordt de inspreker eigenlijk gedwongen om te zeggen, ja daar ben ik het mee eens. Dan zijn we politiek gewin bezig in plaats van luisteren naar de inspreker. Voorzitter, ik ga verder. Ik betwijfel of het rondom woningbouw genoeg is. In de begroting staat namelijk niet alleen dat de gemiddelde wachttijd voor sociale huurwoning nu ruim acht jaar is, maar ook dat de streefwaarde voor die wachttijd in 2027 nog steeds acht jaar is. Kan die ambitie niet scherper? Zoveel jongeren zitten te springen om een woning. En ik hoop dat puur die streefwaarde per ongeluk verkeerd is opgeschreven. Als dat niet zo is en het college echt verwacht dat de wachttijd in 2027 nog steeds zo lang zal blijven, dan zullen we echt veel meer moeten gaan bouwen. Graag een uitleg van de wethouder. De voorzitter: Interruptie van de heer Smit.
De heer Smit: Mijnheer Visser, goede opmerking. Kunt u een hint geven voor een acceptabele wachttijd in 2027? De heer F. Visser: Een aantal jaar geleden was die 5,4 jaar. Of we dat gaan redden 2027, om daar weer terug te gaan, maar er moet een flinke dalende lijn zijn richting die kant op in ieder geval. Voorzitter, de ChristenUnie is blij met de extra investeringen in wegenonderhoud. Want de slechte staat van sommige wegen is een grote bron van irritatie bij veel inwoners. En deze inhaalslag gaat wel ten koste van de reserves. En we maken ons daarom zorgen hoe de stad over tien jaar onderhouden moet worden. Kan het college dit in kaart brengen? Want regeren is immers vooruitzien. Het extra geld voor de cultuurbegroting is wel erg veel. Als je kijkt hoeveel nog nodig is voor het bouwen van woningen, scholen en sportzalen, het huisvesten van daklozen en alle uitdagingen in het sociaal domein. Elke euro kan je maar één keer uitgeven. En de ChristenUnie snapt de noodzaak van investeren in het Frans Halsmuseum, daar zijn we ook bereid echt stappen voor te zetten. Maar alle extra’s, zoals uitbreiding van Toneelschuur en investeringen in de broedplaatsen, die willen wij eerst kritisch bekijken. Want de grootste zorg van veel Haarlemmers is op dit moment namelijk niet of er broedplaatsen bij komen maar of de energierekening kan worden betaald.
En de ChristenUnie is blij met alle initiatieven die op dit vlak worden genomen door het college. Bijvoorbeeld dat in Haarlem ook de groep tussen de 120 en 130 procent van de bijstandsnorm de energietoeslag krijgt. De voorzitter: Interruptie van de heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ja, ik snap uw zorgen over de energietoeslag maar als u de cultuurpot heeft weggegeven voor de energie, de aanhoudende energiecrisis, wat is dan het volgende domein waar u geen uitgaven wilt doen? Want het is maar eenmalig uit te geven. De heer F. Visser: Ik hoop dat dat dan, over een paar jaar die energiecrisis voorbij is, wat betreft de hoge energielasten. Maar het gaat mij wel om dat de begroting in balans is. Ik ben ook positief over een aantal cultuurplannen, ik noemde Frans Halsmuseum, maar we zullen scherp aan de wind moeten varen de komende
49
jaren. Dat is wat ik hiermee wil zeggen. Ik ga toch even door over die 130 procent, als u het goed vindt. Want als je net wat te veel spaargeld hebt kom je ook niet in aanmerking. Of als je één euro te veel verdient, ook niet. En de ChristenUnie steunt daarom de motie van Jouw Haarlem over de groep tussen 120 en 130 procent met net te veel spaargeld. Maar we willen ook voor de groep daar net boven, eigenlijk een zachtere overgang. We beseffen dat dat veel geld kost maar we willen daar toch met u over nadenken. Geef bijvoorbeeld de mensen tussen de 130 en 150 procent nog de helft, of een kwart van de energietoeslag. Is het college bereid daarover na te denken? Wij vinden dat er meer aandacht nodig is voor de groep er vlak boven namelijk. Vlak boven die 130 procent, de middeninkomens. Voor deze groep gebeurt nu namelijk weinig. De VVD had in dit verband een interessante vraag over de armoedeval. Volgens college neemt deze door allerlei regelingen af en op zich klopt dat wel. Dat geldt namelijk als je tussen die 120 en 130 procent zit. Maar als je daar net boven zit, dan neemt die armoedeval juist toe. Je loopt dan immers in één klap 2.600 euro energietoeslag mis. Ruim 100 euro per maand. Door de hoge energielasten zit echter ook voor deze groep mensen, zijn er ook in deze groep mensen die maar een kapotte koelkast verwijderd zijn van serieuze geldproblemen.
En voorzitter, dan is het mooi dat we 200 huizen van mensen met een HaarlemPas gaan isoleren, maar in kleinere gemeenten, een veel kleinere gemeente als Zutphen doet dit met bijna 400 huizen. En daar komen wel de inkomsten tot 150 procent daarvoor in aanmerking. In Haarlem, ik heb het opgevraagd, zijn 2.200 huishoudens in de groep tussen 130 en 150 procent. En hierbij zitten, heb ik ook opgevraagd, een paar honderd huiseigenaren. De ChristenUnie wil deze kwetsbare groep tegemoetkomen en daarom dien ik een amendement in met het verzoek de subsidie voor woningisolatie op korte termijn beschikbaar te stellen voor alle huiseigenaren met een inkomen tot 150 procent en hiervoor 500.000 euro beschikbaar te stellen, te dekken uit het positieve saldo van baten en lasten. Voorzitter, en ook voor studenten is snel duidelijkheid nodig. We moeten niet langer wachten op het Rijk. Studentensteden als Nijmegen, Zwolle, Delft, Utrecht, Tilburg, Enschede en Leeuwarden hebben allemaal besloten de energietoeslag te gaan uitkeren. De ChristenUnie heeft daarom een motie met het verzoek aan het college. Indien het Rijk voor 15 november niet met een regeling komt zelf nog dit jaar over te gaan tot het uitkeren van de energietoeslag aan alle studenten die wonen in Haarlem en die een eigen energiecontract hebben en net als de gemeente Enschede de extra kosten te declareren bij het Rijk.
En ik zeg daarbij, er is ook compensatie nodig voor studentenhuizen met een gezamenlijk energiecontract, maar dat is wat ingewikkelder. Voorzitter, onlangs werden met dank aan een 112-melding en kordaat optreden van de politie in Haarlem Noord twee verdachten aangehouden op verdenking van mensenhandel en illegale prostitutie. De ChristenUnie vreest dat dit het topje van de ijsberg is. Ook in Nederland is in elke gemeente sprake van mensenhandel en illegale prostitutie. Hoe staat het met de aanpak hiervan? Er komen nu regionale handhavers, mooi. Maar de ChristenUnie ziet graag in de planning- en controlcyclus meer informatie over de inzet op dit vlak en de resultaten. Hoe vaak zetten we bijvoorbeeld een mystery guest in? Voorzitter, en hoe gaat het met het oudste beroep ter wereld in Haarlem? Nee, ik heb het dan dus niet over prostitutie, want dat heb ik net al besproken. Wat betreft de ChristenUnie kun je dit ook geen beroep noemen, want het is regelrechte uitbuiting. Maar wat is dan het oudste beroep? Iemand een idee? Voorzitter, dat is de tuinman en de tuinvrouw. Dat was immers de taak van Adam en Eva in het paradijs. En we hebben toen als mens een opdracht gekregen. De ChristenUnie staat daarom voor goede zorg voor de schepping. En dat gaat niet alleen om de natuurgebieden maar ook om het groen in en rond de stad.
Er ligt een mooi groen beleidsplan om Haarlem groener te maken. Maar ik lees hier weinig in over het onderhoud van het bestaande groen. De voorzitter: U heeft iets losgemaakt in de raad, begrijp ik. Maar ik verzoek iedereen toch weer rustig te worden. De heer F. Visser: Mooi, voorzitter.
50
De voorzitter: U krijgt ook meteen een interruptie erbij van de heer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ja, ik vind het een mooie verwijzing naar Adam en Eva, maar vindt u het niet ontzettend zonde dat er op een gegeven moment bedacht is dat we overal maar kerstbomen in ons huis gaan neerzetten om een geloofsfeest te vieren en dat dat eigenlijk een enorme impact heeft op het klimaat, de leefbaarheid. De heer F. Visser: Komen nu in een verleidelijke discussie om hier ook een hele theologische gesprek over te gaan doen, maar laten we dat bij de koffie zo doen. Voorzitter, het college zet nu een stap vooruit bij het bestrijden van de Japanse duizendknoop. In juni pleitte de ChristenUnie nog voor verdubbeling van het budget. Een amendement om dit te regelen werd toen nog verworpen terwijl overduidelijk was dat er meer geld nodig was. Nu neemt het college het amendement alsnog over. Waarvoor dank, college. Maar nog steeds is de vraag, is dit genoeg? Er kunnen we met een kwart miljoen euro per jaar nog steeds maar 10 van de 31 locaties worden aangepakt. En dat betekent dat het probleem op de andere locaties alleen maar groter wordt. En we hopen natuurlijk te leren van die aanpak op die eerste locaties zodat de bestrijding goedkoper wordt. Maar daarnaast moeten we wat betreft de ChristenUnie ook creatief kijken wat nog meer mogelijk is.
We zetten nu bijvoorbeeld alleen maar professionele bedrijven in. Maar waarom zouden we niet, onder begeleiding, vrijwilligers mee kunnen helpen? Bij het onderhoud van de knotwilgen gebeurt het ook. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Wiedemeijer. De heer Wiedemeijer: Ja, ik vroeg me af of Adam en Eva last hadden van de duizendknoop. En zo ja, hoe hebben zij dat opgelost? De heer F. Visser: Volgens mij hadden daar een ander klimaat, maar interessante vraag. Voorzitter, volgens de ChristenUnie kan het ook prima bij de aanpak van de duizendknoop. En daarom dienen we een motie in waarin wij het college verzoeken een proef te doen met het onder professionele begeleiding inzetten van vrijwilligers bij de bestrijding van de Japanse duizendknoop. Ook hebben wij de motie Hardlopen voor iedereen waarin wij het college verzoeken deze collegeperiode tenminste één Finse piste in Haarlem te realiseren en hiervoor in 2023 een of meerdere locaties te selecteren en de aanleg te dekken uit de extra middelen uit het coalitieakkoord voor sport. Door zo’n looprondje met zachte ondergrond te maken, stimuleren wij meer Haarlemmers om te sporten en te genieten van het groen in de stad. Het voorkomt ook veel blessures. In Vlaanderen is het een enorm succes en ik hoop op brede steun van de raad. Voorzitter, dan het sociaal domein. In 2023 gaat VanHier aan de slag met de sociale basis.
De zorg wordt hiermee efficiënter, intergraler, meer wijkgericht en laagdrempeliger. De ChristenUnie is benieuwd naar de uitwerking op het gebied van ontmoeting. Er zijn mooie initiatieven, zoals het Open Huis en de kringloopwinkel van Woord en Daad. VanHier gaat ontmoetingen faciliteren, maar hoe zorgen we dat er in Haarlem ook daadwerkelijk meer plekken komen waar mensen elkaar echt kunnen ontmoeten en dit tegelijk ook betaalbaar houden? Dus niet van alles georganiseerd door professionals, maar door de bewoners zelf. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Smit. De heer Smit: Mijnheer Visser, u zegt VanHier gaat een aantal activiteiten verrichten en dan wordt het beter. Vanwaar kunt u die constatering nu al maken?
51
De heer F. Visser: Ik vind in ieder geval de plannen die gepresenteerd zijn heel interessant. Alleen daar ging het vooral over de zorg en mijn punt die ik nu probeer te maken is juist die faciliterende rol, wat gaan we daaraan doen. De heer Smit: Nee, wacht even, voorzitter. Nee juist over die zorg. Hoe weet u nu al dat die beter gaat worden? De heer F. Visser: Nou, we hebben een hele mooie dag gehad in Haarlem Oost. Volgens mij was u daar niet bij, waar die plannen zijn gepresenteerd. En die vond ik heel inspirerend. Voorzitter, ik ga in ieder geval met de tijd verder als u het niet erg vindt. De voorzitter: En de laatste keer voor de heer Smit. De heer Smit: Andere vraag. Hoe weet u dat, als die plannen mooi zijn, dat het ook de werkelijkheid wordt? De heer F. Visser: Dat is altijd afwachten en daarvoor zijn we hier als controlerende raad. Voorzitter, huiskamers zijn immers niet alleen gewenst in Haarlem Oost maar ook elders in Haarlem. Graag een reactie van de wethouder. Aanstaande donderdag is het de dag van de mantelzorger. De ChristenUnie blijft het belang van waardering voor de vele Haarlemse mantelzorgers onderstrepen. Het eenmalige mantelzorgcompliment is dit jaar enorm gewaardeerd. Veel mantelzorgers hebben gereageerd en we dienen daarom samen met het CDA een motie in om ook in 2023 door te gaan met het mantelzorgcompliment. Het CDA zal die later nog voorlezen.
Voorzitter, voor mantelzorgers heeft ChristenUnie daarnaast een grote droom, de realisatie van een respijthuis in Haarlem. Nu worden nog bedden gehuurd in verzorgingshuizen alleen soms is dat gewoon niet passend. Het is voor verzorgingshuizen ook ingewikkelde zorg omdat het afwijkt van reguliere zorg. De ChristenUnie dient daarom een motie in met het verzoek de haalbaarheid van de realisatie van een respijtvoorziening in Haarlem te onderzoeken op basis van de vraag naar respijtzorg en daarbij te kijken of er gemeentelijk vastgoed is dat hiervoor geschikt zou zijn. Dit naar het voorbeeld, zoals al is gerealiseerd, let u op Trots Haarlem, in Alkmaar. Ja, zij doen meer goed dan alleen de toiletten. Het CDA tekent deze motie mee. Het aantal cliënten, nee dit sla ik even over in verband met de tijd. Voorzitter, deze week is het de week van de pleegzorg. En terecht, want dit waardevolle werk verdient veel meer aandacht. In de Haarlemse nota Samen voor de jeugd uit 2019 staan een paar goede uitgangspunten. Alle kinderen en jongeren groeien thuis op en als dat niet goed is voor hun veiligheid en ontwikkeling, dan groeien ze op in een vervangend thuis waar ze zich veilig en gekoesterd worden. Ook wordt in deze nota benoemt dat de gemeente pleegouders extra wil ondersteunen.
Maar wat doen we eraan? Wat is het resultaat? Gaat het nu beter dan drie jaar geleden? Binnenkort hebben we een indicatorenconferentie en misschien moet het dan ook naar dit thema kijken. We kijken namelijk nu naar het aantal cliënten dat de zorg als nuttig ervaart. Prima, maar zouden we niet moeten kijken hoe het echt met de jongeren gaat? En de tweede indicator die we meten is dat we het aantal jongeren meten dat in de pleegzorg of in de gezinsvervangende verblijfsvormen zit. Het aantal jongeren is sterk gegroeid. In 2018 ging het om 195 jongeren, vorig jaar al 275. Dat is dus bijna 50 procent groei. Dat vind ik fors. Maar komt dit omdat we meer jongeren bereiken, of is dit echt een teken dat het minder goed gaat met onze jongeren? En we op preventief vlak dus minder succesvol zijn. Sowieso is het cijfer in ieder geval zorgwekkend. Maar tegelijk zegt het ook weer te weinig. Want in het leven van een jongere wat op zijn kop staat kan één of twee maanden aanvoelen als een jaar en kunnen problemen snel groter worden. Hoe sneller de hulp, hoe beter. Maar lukt ons dat? Landelijk gezien neemt het tekort aan pleegouders toe en worden wachtlijsten langer. Ik vrees dat het in Haarlem niet veel anders is. In onze begroting meten we die wachtlijsten echter niet en op de site van Kenter jeugdhulp staan verschillende advertenties waar pleegouders worden gezocht voor Haarlemse pubers.
De ChristenUnie maakt zich zorgen hierover. Doen we als gemeente
52
samen met onze partners genoeg om meer pleeggezinnen te werven? Is onze ondersteuning van pleegouders voldoende? Ik zou het college willen uitdagen komend jaar met dit thema aan de slag te gaan. We hebben het vaak over de kosten van de jeugdzorg en zeker is het mooi dat het college ook extra geld beschikbaar stelt voor de uitvoering van de Jeugdwet maar het begint in de gezinnen. En als een jongere eenmaal in een pleeggezin komt dan kunnen we nog zoveel problemen voorkomen als we zorgen dat die gezinnen goed worden ondersteund. Ik heb hierover geen motie, ik hoop dat het college de handdoek oppakt, handschoen, it takes a village to raise a child. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, en ik geloof dat de heer Van Kessel uw laatste minuut nu ook wil proberen al te laten gebruiken. Mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel voorzitter. Het einde van het betoog van de ChristenUnie ging over hoe zwaar de jeugd het heeft. Aan het begin van het betoog hoorde ik hem zeggen dat hij pleitte om broedplaatsen af te schaffen. Hoe vindt hij dat die twee zich tot elkaar verhouden? Denkt u dat die jongeren niet juist gebaat zijn bij plekken zoals broedplaatsen? De heer F. Visser: Volgens mij vergelijkt u appels met peren. Dit gaat over jongeren met problemen in gezinnen. Verder ga ik er niet op in gezien de spreektijd.
De voorzitter: Goed, dan doen we het daarmee en dan gaan wij tot slot, want BV Nederland daar blijven wij verstoken, althans deze vergadering, van de bijdrage. Forum voor Democratie, mevrouw Hartman. Mevrouw Hartman: Ja, dank u wel voorzitter. Wij zullen deze avond als laatste ons licht op de begroting laten schijnen. Een begroting die met een hoop cijfertjes een uitwerking is van politieke keuzes en prioriteiten. Het geld dat wij als gemeente gaan besteden is natuurlijk niet zomaar geld. Het is geen geld waar wij hard voor hebben gewerkt en waarmee we keuzes gaan maken die ons in ons leven verder helpen. Het is geld waar de Haarlemmers hard voor hebben gewerkt en waar wij keuzes over moeten maken die het leven van bijna 163.000 mensen kunnen beïnvloeden. Daar moeten we voorzichtig in zijn. Zeker in onzekere tijden. Tijdens de vergadering van commissie Bestuur van vorige week werd gesteld dat de begroting behoudend is en dat daarnaast veel beleid vanuit het Rijk gestuurd wordt. Bij klimaatadaptatie zijn er gewoon doelen die moeten behaald worden en we moeten nou eenmaal een x-aantal immigranten en vluchtelingen huisvesten. Soms komt daar nog een extra rijksbijdrage voor beschikbaar maar het zet je toch aan het denken.
Hoeveel procent van het uiteindelijk uitgegeven geld is nu daadwerkelijk een beslissing die wij hier hebben gemaakt? Voorzitter, we zijn geen 39 baasjes van Haarlem, we zijn hooguit 39 managers van de portemonnee. En die portemonnee is best flink gevuld, we hebben inmiddels een reserve opgebouwd van maar liefst ruim 53 miljoen en eventueel 124,5 miljoen bestemmingsreserve. Forum voor Democratie is van mening dat het een redelijk goede zaak is dat we een buffer hebben. Het is tenslotte beter om het geld te reserveren voor bijvoorbeeld echt slechte tijden, dan om het uit te geven aan prestigeprojecten of vage zaken zoals het redden van het wereldklimaat. Maar daar is het wel even belangrijk om erbij stil te staan dat we niet opereren als bedrijf met een winstoogmerk. We kunnen onszelf wel op de borst kloppen omdat we jaar in jaar uit minder uitgeven dan wat er is binnengekomen maar tegelijkertijd is ook het volgende waar. We krijgen te veel geld binnen. We hebben meer dan nodig aan de Haarlemmer gevraagd. Wij denken dat het een pas op de plaats passend is bij de situatie waarin wij verkeren. Dat doen we door conservatief om te gaan met onze uitgaven, alleen datgene te doen waarvan wij vinden dat Haarlem er concreet baat bij heeft. Kort door de bocht, wel geld naar het leefbaar houden van een wijk en naar zorg, jeugdzorg, politie en het onderwijs.
Daar zal ik straks nog even op terugkomen. Niet naar subsidies voor groene daken en klimaat en mobiliteitstransities. Inzetten op zelfredzaamheid en verantwoordelijkheid in plaats van afhankelijkheid. Ook moeten we zorgvuldig omgaan
53
met het geld dat we wel uitgeven. Wij denken dat veel van de problemen waar we tegenaan lopen niet los staan van elkaar. Alleen geld investeren in Doel A leidt niet tot verbetering wanneer er bijvoorbeeld een enorm personeelstekort is om die verbetering te realiseren. Neem bijvoorbeeld het onderwijs. Alleen geld investeren in het onderwijs zorgt niet voor direct beter onderwijs. In een school kun je er wel beter materiaal van kopen maar beter onderwijs bereik je ook door kleinere klassen en meer aandacht. Voor kleinere klassen heb je meer personeel nodig. Die mensen die kun je bijvoorbeeld aantrekken door een beter salaris te bieden. Maar tegelijkertijd kun je het als leerkracht niet betalen om hier in Haarlem te kunnen wonen en ben je eigenlijk alleen toegewezen op sociale huur waar een wachtlijst van ruim acht jaar is. En mogelijk nog langer. Met alleen geld naar scholen los je dus het probleem niet op. Wij stellen dan ook voor om naar de dieperliggende oorzaken van het probleem te kijken. Nu is wat je daaraan kunt doen in de gemeente natuurlijk deels beperkt maar het kan zo simpel zijn als, wil je meer leerkrachten aantrekken, geef ze onder andere voorrang op betaalbare woningen. Dat heb ik eerder hier deze avond gelukkig ook al gehoord. Een financiële buffer is oké, maar zal door de hoge inflatie wel op een snel tempo aanzienlijk minder waard worden.
Daar moeten we bewust van zijn. Als je een meevaller hebt, of geld niet uitgeeft, zou je dat kunnen reserveren. Wij denken echter wel dat het dan van belang is om het aan de burger uit te leggen waarom wij het voor hen reserveren. Forum voor Democratie ziet graag het geld terugvloeien naar de Haarlemmer zodat zij zichzelf kunnen voorbereiden in en voor moeilijke tijden. Dit zien we liever op een directe wijze gebeuren in een vorm van een teruggave en niet in vorm van subsidies waaraan wij alle duurzame voorwaarden aan gaan stellen. Lagere lasten zijn in deze tijden gunstig voor de Haarlemmer, zodat zij meer ruimte hebben om zichzelf te kunnen ontplooien en hun zelfredzaamheid te vergroten. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van de eerste termijn van de raad. We hebben een korte schorsing, want er moet ook nog antwoord van het college komen. Dus laten we proberen om over tien minuten weer verder te gaan. Schorsing Plaatsvervangend voorzitter: Dames en heren, welkom terug bij deze begrotingsbehandeling. Ik zit op deze plek omdat de burgemeester inmiddels op een andere plek zit. Hij maakt namelijk nu deel uit van het college. Dat doet hij altijd, maar als hij ook moet spreken als deel van het college, als lid van het college, dan kan hij niet ook de vergadering voorzitten. Vandaar dat ik dat nu even tijdelijk overneem van hem.
We zijn aangekomen bij de eerste termijn van het college en ik ga de wethouders de mogelijkheid geven om te reageren op wat zij zojuist hebben gehoord van u. En we hebben daar een volgorde voor bepaald, als eerste is de heer Roduner aan het woord, wethouder van Financiën. Gaat uw gang. Wethouder Roduner: Ja, dank u wel voorzitter. Hartstikke goed dat we deze avond bij elkaar zitten. We gaan proberen het snel te doen om het de avond niet te laat te maken. En het eerste wat we dan altijd zeggen als college dat we uw moties en amendementen komende woensdag van preadvies van het college zullen voorzien dus u zult vanuit ons geen uitgebreide reactie verwachten. Ik hoor nu in de eerste termijn op uw moties en amendementen, die krijgt u schriftelijk toegestuurd. Dus dan kunnen we dat deel van de vergadering uiteindelijk ook op donderdag verder behandelen. Dus dat is denk ik het eerste praktische punt. Qua inhoud, volgens mij heeft veel mensen het al gezegd, het gaat hartstikke goed financieel met Haarlem. Haarlem staat er goed voor, onze begroting is op orde. Er zijn overschotten verwacht de komende jaren dus reserves staan er goed voor, we zijn financieel gezond. Hoe deze begroting tot stand is gekomen, het proces, was uiteindelijk een kadernota die redelijk beleidsarm was.
Daarin heeft u het coalitieakkoord, of in ieder geval de financiële paragraaf geamendeerd en dat, in aanvulling met de meicirculaire, was voor ons het
54
startpunt om tot deze begroting te komen. Wij hebben een aantal onzekerheden van het Rijk uiteindelijk in de begroting meegenomen. Denk aan, wat is het effect van de hervormingsagenda van de jeugdzorg, hoe gaan we om met het ravijn en daar zit uiteindelijk dan ook, uiteindelijk is dat de basis gelegd voor dit, voor deze begroting. Toen zijn we verder gegaan met een aantal afwegingen die wij vonden dat we moesten maken. Een aantal autonome ontwikkelingen die eigenlijk onvermijdelijk op ons afkwamen. Een heel terughoudend aantal beleidsmatige keuzen. Het effect van inflatie, daar hebben we het eigenlijk niet over gehad vanavond maar er zit een stevige reservering in om in ieder geval rekening te houden met de effecten van inflatie op de gemeente-uitgaven. Denk aan het, volgens mij hier ook wel langsgekomen, hoe gaat het met onze subsidiepartners? Wat als we een nieuw gascontract moeten hebben bij de zwembaden? Wat als de cao-lonen tussentijds verhoogd gaan worden? Onze pennen en potloden, materialen worden duurder. Dat zijn een aantal van onze zaken waar wij in ieder geval verwachten dat het de komende periode duurder gaat worden en het leek ons verstandig om daar een buffer voor aan te leggen. Hetzelfde geldt voor een buffer in onze IP. Het kan zomaar zijn dat komende periode projecten duurder worden, grondstoffen zijn flink gestegen.
En dan is het verstandig dat we daar in ieder geval een buffer aanhouden om te kijken om dat ook te doen. Voor het eerste deel vragen we een deel van u mandatering, het tweede deel komt dan conform de reguliere afspraken bij kredieten bij u langs. Een ander deel, en daar heb ik ook al veel over gehoord, ging over het aanpassen of het actualiseren van het IP. Daar hebben we in de kadernota, zijn daar wel de eerste kaders al wel voor geschetst. Er is bijvoorbeeld gezegd, het is ook een brief die in januari is behandeld in de commissie Beheer, de IP-projecten, dus in de openbare ruimte, zijn geraamd in driejaaruitgaven. Dat is wel heel snel voor grotere projecten. Is dat niet verstandig om dat over vijf jaar te doen? Is dat niet meer, doet dat niet meer recht aan de werkelijkheid? Dat zijn een aantal van de aanpassingen die we hebben gedaan om tot een realistische IP te komen. Volgens mij een heel uitdrukkelijke wens ook die we hier bij de kadernota hebben gehad, om die opdracht aan het college te geven. Dat is wat ons betreft het startpunt. U heeft ook gevraagd, maar wat als het dan toch sneller kan? Ja, dat zou hartstikke fijn zijn zeg ik dan altijd ook tegen mijn collega’s. Doe dat vooral, probeer te versnellen, dat geld zit nog steeds in het IP en het is natuurlijk hartstikke bespreekbaar om dat ook eerder uit te geven als dat kan.
Want we willen graag dat investeringen ook gedaan worden in een stad. Het is uiteindelijk ook niet een structureel voorbeeld, want uiteindelijk structureel gaan we ervan uit dat de investeringen gewoon gedaan worden. Alleen op korte termijn levert het soms wel wat voordeel op. Plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Çimen. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel voorzitter. Dank voor de beantwoording tot nu toe, wethouder. Dus als ik u goed begrijp, die flexibiliteit zit dus nog wel ook in de organisatie, dat als er wel een versnelling mogelijk is, dan is daar ook gewoon ruimte voor. Dus die flexibiliteit houdt u wel aan als college op alle beleidsdomeinen? Wethouder Roduner: Ja, ik denk wel dat, ik ga er natuurlijk wel een beetje op toetsen van hoe flexibel gaan we zijn. Is die investering inderdaad nodig? Zitten we nu aan desinvestering te doen? Maar als het toch mogelijk is om een aantal investeringen die we bijvoorbeeld eerder gepland hadden nu naar achter waren verschoven weer naar voren te halen. Ja graag. Volgens mij moeten we dat met elkaar willen. Dat zal dan incidenteel wat kapitaalslasten kosten maar volgens mij, dat gesprek zou ik ook op terugkomen, maar er is ruimte genoeg om dat incidenteel ook gewoon weer in te lopen. Dus dat is denk ik een belangrijk punt ten aanzien van de inflatie.
Als u kijkt gewoon naar het algemene beeld van deze begroting dan ziet u dat we in ieder geval incidenteel grote overschotten hebben. Dat hebben we hier al een paar keer geconstateerd. Dus gewoon de komende jaren, en de septembercirculaire is nog niet eens verwerkt in deze begroting, zien we dat we grote overschotten hebben incidenteel, maar meerjarig echt wel tegen het ravijn aan lopen waarvan wij nog steeds verwachten dat het Rijk uiteindelijk ons helpt dat ravijn te dichten. Of dat ravijn eigenlijk voor ons dicht. Dat is
55
dus incidenteel en we hebben met elkaar gezegd in de begroting dat wij een proces aan willen gaan om richting de kadernota 2024 met u ook een gesprek aan te gaan van die overschotten, wat is een verstandige en gedragen besteding voor. Wat zijn nieuwe ideeën? Wat zijn het college van ideeën vanuit de organisatie, het college. En hoe komen we het proces uiteindelijk met elkaar tot stand om te komen tot het bestemmen van die incidentele middelen. Daar hebben we het in de commissie Bestuur ook kort over gehad. Ik hoorde hier het Seniorenconvent, u zei ik wil een brief. Ik heb gezegd, ik ga dat even kortsluiten met het presidium ook om te kijken van of, het Seniorenconvent maakt me niet zo heel veel uit, maar even met elkaar kijken wat is een goed proces daarvoor. Is dat bijvoorbeeld de commissie Bestuur of een extra commissie Bestuur waarin we gewoon aan de hand van een brief met een opties- of opinienota met u kijken, wat zijn de richtingen die u wil meegeven, zonder dat we dan al met een uitgewerkte kadernota die avond weglopen. Maar wel dat wij, het college, goed naar u luisteren om te kijken wat zijn uw ideeën en welke koers wilt u kiezen. Plaatsvervangend voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Çimen. Gaat uw gang. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel voorzitter. Helder, deze toezegging, die heeft u ook in Bestuur aangegeven.
Ons punt was met name van waar onze voorkeur naar uitgaat. En prima als dat in eerste instantie via het presidium loopt maar ik denk wel dat het belangrijk is dat we gewoon op een centrale plek deze hele raad erbij betrekken. En wat ons betreft heeft het ook de voorkeur om het gewoon in een commissievergadering in het openbaar met elkaar te bespreken. Wethouder Roduner: Nou, dat is fijn. Ik denk in ieder geval vanuit het college ook de voorkeur om het in ieder geval openbaar te bespreken. En dan moeten we even kijken of een commissievergadering daarvoor voldoende ruimte biedt. Dus dat is denk ik uiteindelijk ook hoe wij het proces in willen gaan. Volgens mij, ik hoorde de VVD goed, u zegt terecht, en dat kan ik als wethouder Financiën eigenlijk alleen maar omarmen, let op voor die onzekere tijden, verjubel het niet, leg een potje aan. Ik ben erg benieuwd naar uw motie daarover om te kijken of dat ook inderdaad soelaas biedt om dat ravijn tijdelijk te dichten. Ook in dat proces gaan we het hebben over een tienjarig IP, dus dat is dan ook nog een discussie die we hebben over hoe komen we uiteindelijk tot een verlengd IP waarin al die investeringen een goede plek hebben en we ook wat meer rekening houden voor de investeringen die wat verder buiten onze horizon liggen. En ik denk dan zelf altijd aan het vernieuwen van de zwembaden.
Dat is een stevige investering die nu buiten onze periode valt maar die toch echt wel uiteindelijk ook, moeten we zicht op houden en grip op houden. In aanloop daarnaar is misschien ook wel goed, kijk het gaat ook veel over prioritering, capaciteit, we hebben daar in het college ook gesprekken over met de organisatie, met de directie, er ligt een ambitieus coalitieakkoord, er zijn heel veel bestaande plannen, heel veel bestaande acties. We zien ook met z’n allen de tekorten op de arbeidsmarkt, het piept en kraakt op sommige plekken en aan ons is nu in ieder geval in eerste instantie de opdracht om te kijken hoe gaan we dat piepen en kraken oplossen. Of in ieder geval, en wat voor een keuzes moeten daarin gemaakt worden. Kan het zo zijn dat we zeggen, een aantal plannen die we hebben gaan we even niet doen op de lange termijn omdat we andere dingen op dit moment belangrijker vinden. Dat is eigenlijk het proces van prioriteren, faseren. Daar zijn wij als college nu mee bezig, ook in druk overleg met de directie, het IP realistisch plannen was daar denk ik een eerste proeve van en dit is dat tweede stuk en we gaan u daarover informeren ook met een brief.
En ik denk dat het dan goed is dat we ook kijken de doorvertaling daarvan, bijvoorbeeld naar projecten, dat we die wat meer nadrukkelijk aandacht geven zodat u ook niet verrast wordt als we zeggen, dat betekent ook dat aanvullende keuzes in het IP iets naar voren, iets naar achter. Ik denk dat dat uiteindelijk het samenspel is van dingen die we met elkaar moeten beoordelen. En die brief kunnen we dan gewoon met u ook inhoudelijk bespreken. Dan heeft u gewoon ook het gevoel op deze manier stuurt dit college op de tekorten en de ontwikkeling op de arbeidsmarkt. Dus dat is denk ik ten aanzien van …
56
Plaatsvervangend voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Kessel. Gaat uw gang. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel voorzitter. Kijk, als ik de wethouder op deze manier zo verstandig hoor over het betrekken van de gemeenteraad bij het prioriteren van de investeringen, hoe blikt hij dan terug op het feit dat hier eigenlijk zonder enige afspraak of enig gesprek met de gemeenteraad u toch voorstelt om 100 miljoen aan investeringen uit te stellen? Wethouder Roduner: Ik heb altijd gezegd, we stellen niet uit, het is niet een keuze om uit te stellen. We hebben gezegd we gaan realistischer ramen. Dus we gaan kijken hoe die projecten zich ontwikkelen, daar zijn wel degelijk discussies over geweest want wat ik al zei, in de commissie Beheer is een discussie geweest over hoe gaat het uiteindelijk met de realisatiekracht binnen het beheer- en onderhoudsdomein. Daar is een stuk voor geweest wat in de commissie is behandeld. Daarin stond onder andere bijvoorbeeld het voorstel om te zeggen projecten programmeren wij nu in drie jaar, dus in driejaarschijven, is het niet veel verstandiger om te kijken om daar wat meer tijd voor te nemen. Vijf jaar, grote projecten duren gewoon soms langer en als je een project van drie jaar naar vijf jaar opschuift dan zul je die verschuivingen gaan zien.
Dus daar hebben we volgens mij in de brief, maar ook in de kadernota ziet u ook al wel wat voorbehoud, ook ten aanzien van ook sport, dus wat zijn sportinvesteringen die ook aanhangen, ziet u wel het beeld ontstaan dat we toch moeten gaan schuiven. En wat ik zeg, volgens mij heeft u ook bij de kadernota nadrukkelijk het college verzocht om dat ook te doen. Dus, ik heb ook het gevoel dat ik iets heb uitgevoerd, dan kunt u mij dat ook niet helemaal kwalijk nemen. Plaatsvervangend voorzitter: U heeft nog een aanvullende vraag denk ik, van de heer Van Kessel. Gaat uw gang. De heer Van Kessel: Ja, want ik hoor dan de wethouder zeggen dat ten aanzien bijvoorbeeld van de investeringen in schoolhuisvesting, dat dat langs is gekomen of dat daar eigenlijk om gevraagd is. Maar de onderbouwing waarop dit gedaan is, dat hebben wij toch niet eerder in die gemeenteraad gezien? En dan kun je zeggen, ja ik heb een opdracht gekregen om realistisch te plannen, maar een begin van een uitleg over hoe is die realistische planning tot stand gekomen, wat waren de criteria daarbij, dat zat er niet in. Ik hoorde u aan de andere kant zeggen, in de toekomst willen we dat beter gaan doen, willen we dat anders gaan doen. Daar ben ik ontzettend blij mee, maar ondertussen ligt hier wel nu een voorstel voor wat slecht onderbouwd is, wat niet toegelicht is.
En dan vraag ik toch af, hoe kijkt u daar dan op terug? Had u dat achteraf beter willen doen of zegt u, nee eigenlijk is dit zoals we het nu doen ook hoe we het de komende jaren willen doen? Wethouder Roduner: We hadden deze discussie ook in commissie Bestuur en ik zit er nog een beetje mee te puzzelen. Deels denk ik dat wij gewoon wel degelijk hebben uitgelegd, ik bedoel, nogmaals, als je projecten van drie naar vijf jaar verschuift, dan schuift er gewoon, dan ga je iets over meer tijd uitschuiven en dat gaat niet naar het verleden toe, dus dat gaat altijd naar achter. Dus dat is denk ik een belangrijk deel van de verklaring en dat is wel degelijk hier aan de orde geweest. Deels volgens mij ook andere beleidsdomeinen, maar ik snap wel dat u zegt, al die beleidsdomeinen zijn allemaal losse brokjes. We hebben een SAO voor onderwijs, we hebben een apart project voor beheer en onderhoud, ik heb u weleens geïnformeerd over de woningbouwproductie, dat zijn natuurlijk allemaal losse brokken en dan, in dit beeld komt het samen. En u zegt eigenlijk, als ik dit beeld zie dan is het voor mij lastig om al die verschillende discussies dan weer even terug te halen en is dat inderdaad wat we met elkaar, is dit de uitkomst van wat we in al die discussies met elkaar hebben besproken en is dat voldoende onderbouwd. Dat zegt u.
Dat snap ik ook dus ik ben inderdaad, ik ben ook zoekend naar van hoe krijgen we dit proces dan in de toekomst beter, dat het meer recht doet aan het inhoudelijke gesprek wat we dan ook met elkaar willen hebben over het realisatietempo, bijvoorbeeld bij
57
de onderwijshuisvesting, bijvoorbeeld bij de sportvoorziening, bijvoorbeeld bij de openbare ruimte van woningbouwprojecten. Dus ik wil dat gesprek wel degelijk met u aan. Wat ik u zeg, volgens mij in eerste, wij gaan in die prior of capaciteit zullen wij daar in ieder geval ook aandacht aan geven van wat zijn verschillende producten die dan langskomen de volgende periode. Om u daar wat meer overzicht over te bieden. Alternatief kan zijn is dat we zeggen, als dat IP, het concept-IP eenmaal gepresenteerd wordt bij de kader, richting kadernota, dat u zegt dat is een klein deel van de kadernota dat wil ik dan, dat deeltje wil ik dan apart in de betrokken commissies nog bespreken. Dat kan ook. We hebben ook wel in het verleden delen, de begroting of de berap is nu langs alle commissies gegaan om over die beleidsvelden te praten. Dat zou je natuurlijk ook met een kadernota kunnen doen. Maar dat is iets meer, dat gaat denk ik ook over hoe u wil hoe we in de kadernota dat agenderen. Dus, wat ik zeg, ik heb uw kritiek gehoord en trek me dat ook wel aan maar ik kijk ook een beetje naar wat is een pragmatische manier om dat beter te doen. Dat is denk ik ten aanzien van mijn algemene verhaal, financiën. Ik zou er nog een paar vragen over beantwoorden en dan ga ik op een gegeven moment door naar mij RO-portefeuille ook.
Volgens mij heb ik al iets gezegd over, het CDA heeft nog een vraag gesteld over het verbeteren van de linkjes. Ja, dat ga ik u toezeggen, ik ga die de volgende keer gewoon allemaal zelfstandig langslopen om te kijken waar ik uitkom. Actiepartij heeft een vraag gesteld over de kostendekkendheid van leges. Dat zijn er maar een paar, daar is in het verleden wel vaker discussie over geweest, onder andere over de havengelden, en we zitten ten opzichte van andere gemeenten redelijk hoog dus ik denk niet dat het nou opportuun is om een heel nieuw onderzoek te gaan doen om die dan nog weer verder te verhogen. Het gaat ook over relatief bescheiden bedragen en er ligt wel een degelijk een inhoud onder. Dan ga ik toch over naar de … Plaatsvervangend voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Van Leeuwen. Gaat uw gang. De heer Van Leeuwen: Ja, dank u wel. U noemt het een bescheiden bedrag, maar volgens mij komt het op 2,3 miljoen jaarlijks uit. En dat vind ik best een hoop geld. Wethouder Roduner: Ik kan, we moeten, dan kom ik straks in de pauze nog even bij u terug. Maar ik dacht dat het over de leges van de havengelden, de evenementen, dat zit ongeveer, dat kost ongeveer 275.000 euro, daar halen we 275.000 euro op. Maar er is nog een andere post in het vizier. Dan mijn RO-wonengedeelte. Volgens mij heeft GroenLinks dat al goed gezegd. We zijn eigenlijk, we staan er klaar voor.
We zijn op stoom, de woningbouwprojecten die vliegen de afgelopen commissies Ontwikkeling maar langs met grote SPvE’s, met omvangrijke plannen in vergaand stadium. Dus dat is aan de ene kant hartstikke goed nieuws. We zitten echt op stoom om op die 40/40/20 te halen met die 10.000 woningen, dus dat is denk ik wel heel mooi met goede inzet van de instrumenten van de stad. Maar goed, stikstof is hier denk ik al een paar keer langsgekomen. Ik heb in antwoord op vragen van Jouw Haarlem volgens mij, Trots had ze ook gesteld, gezegd ik ga met een brief komen om u kort te informeren. Dus dat ga ik doen, volgens mij, ik heb u gehoord, D66 met een aantal punten maar misschien toch nog een, dus dat briefje komt er snel aan. Zal niet een heel lang briefje worden, kunnen we wel het debat over voeren. Maar misschien wel een punt van, kijk het zijn niet onze projecten, wij gaan niet die onderzoeken doen. Het zijn vergunningen van, binnen bijvoorbeeld een SPvE, een vastgesteld SPvE binnen de raad waarin de ontwikkelaar nu bezig is om de vergunningsaanvraag in te dienen. Dat zijn dan vaak vergunningsaanvragen waar bijvoorbeeld wel al is gekeken naar het structurele effect van stikstofuitstoot. Dat gaat in Haarlem vaak gewoon goed. Zeker aan de oostkant van de stad waar veel ontwikkeld wordt gaat dat goed. Maar de bouwfase is nu een extra onderzoek wat erbij is gekomen.
En bouw, daar kun je, daar moeten we eerst maar eens even kijken wat het effect daarvan is. Om daarna te kijken wat de oplossingen daarvan zijn. Ik ben niet helemaal wanhopig want vaak zie je dat er al een stikstofruimte op zat, bijvoorbeeld is een kantoorgebouw, daar zit stikstofruimte op, die stikstofruimte kun je dan ook gebruiken in de bouwfase. Maar
58
je kunt kijken, in het verleden ook wel de elektrische kraantjes, dus kun je het vervoeren van het personeel met elektrische busjes, dat zijn echt van zulk soort type maatregelen zit je te denken. Maar om dat goed te kunnen doen heb je wel een onderzoek nodig. En daar piept en kraakt het nu aan alle kanten. Want iedereen heeft, doet een beroep op dezelfde groep experts die het al hartstikke druk had met die definitieve berekeningen maar nu een tweede onderzoek erbij krijgt. Daar maak ik mij echt zorgen over en ik denk ook wel degelijk dat we rekening moeten houden met gewoon vertraging van projecten. Niet uitstel maar wel vertraging, dat het gewoon een paar maanden duurt. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Smit en daarna nog een interruptie van mevrouw Çimen. Mijnheer Smit, gaat uw gang. De heer Smit: Mijnheer Roduner, topspecialisten zijn altijd schaars. Is het mogelijk om die gezamenlijk met andere gemeenten of met de provincie of met de MRA in te huren zodat die een breed advies voor meerdere gemeentes of voor de MRA kunnen geven? Wethouder Roduner: Kijk, wat ik zeg, wij doen die onderzoeken niet zelf. Dus de ontwikkelaars moeten die, ik bedoel de ontwikkelaar is verantwoordelijk voor het goed aanleveren van een vergunningsaanvraag voor woningbouwprojecten.
Er zijn natuurlijk, want hadden het even over scholen of eigen projecten, ja dan moeten we zelf ook dat inkopen. Dat kunnen we in MRA-verband doen maar in principe leggen wij in eerste instantie de verantwoordelijkheid bij de ontwikkelaar. Plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Çimen. Neem me niet kwalijk, u heeft nog een aanvullende vraag, mijnheer Smit? De heer Smit: Mijnheer de wethouder, waar het mij omgaat is natuurlijk die toetsing die u dan pleegt. Is daar een vorm van gezamenlijkheid in te bedenken zodat daar meer power en effectiviteit uit die deskundigheid wordt gehaald? Wethouder Roduner: Dat lijkt mij goed punt. Dat ga ik met de afdeling bespreken. Dus dat even ten aanzien van … Plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Çimen, gaat uw gang. Mevrouw Çimen: Sorry, nog heel eventjes over stikstof inderdaad. Kijk we hebben natuurlijk een hoop vragen gesteld en ik hoor de wethouder gelukkig zeggen, ik ben niet wanhopig. Daar ben ik blij om, dat doet mij deugd. En u geeft nu een aantal zaken aan die voor u als wethouder er zo klaar als een klontje zijn. Dat is fijn maar ik denk wel dat het goed is om de raad hierin gewoon echt heel goed mee te nemen om gewoon een goed beeld te hebben met elkaar van wat is vergund, wat is onvergund, wat is nou die impact van die zaak.
En wat is vertraging? Gaat het om zes weken, gaat het om zes maanden? En u zegt, het is aan de ontwikkelaars om dan die experts te regelen, om dat onderzoek te doen. Soit, prima, dat neem ik zo van u aan dan nu. Maar wat kan de raad dan eventueel doen? Wat kan deze gemeente eventueel doen om de zaken te versnellen, want we willen die woningen realiseren. Dus veel meer vanuit die redenering heb ik mijn vragen gesteld en ik hoop wel dat u hier enigszins op kunt reageren in die brief die u nog gaat schrijven binnen nu en een paar weken. Wethouder Roduner: Ja, moet even kijken, ik wil die brief ook vooral even feitelijk houden. En toch, ik zit hier zelf wel ontspannen in geloof ik. Omdat ik denk, ja het is een groot probleem, zeker, maar ik probeer me ook
59
altijd wel toch te focussen op de problemen die je zelf kan beïnvloeden. En dit is gewoon een lastig dilemma waarin, wij bepalen niet, wij gaan die maatregelen niet verzinnen, wij gaan die kraantjes niet elektrisch maken, dat moet echt de ontwikkelaar zelf doen. Dus volgens mij onze rol is om het gesprek te voeren met de ontwikkelaar, wat is het resultaat van dat onderzoek, wat vraagt dat u, wat vraagt dat misschien u wel in de aanpassing van uw programma? Dat kan zomaar komen. Op dat moment gaan wij, komen wij in actie en zullen we natuurlijk constructief gaan meedenken en helpen om de keuze te maken die wij ook denken dat goed zijn voor Haarlem. Maar ja, wij zijn volgens mij meer volgend dan leidend hierin. Dat is eigenlijk wat ik zeg. Plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Çimen heeft een aanvullende vraag. Gaat uw gang. Mevrouw Çimen: Ja, ik snap dat op zich wel en de reden dat we hierom vragen is, wat is dan ons handelingsperspectief. U zegt aan, dit zijn problemen die liggen elders, dat ga ik me niet per definitie claimen. Dat begrijp ik ook. Tegelijkertijd, als het dusdanig veel vertraging oplevert is het uiteindelijk ook ons probleem. Goed, het is in ieder geval goed om hier wat fundamenteler met elkaar over door te praten in de commissie. Dank u wel. Wethouder Roduner: Ja, dat snap ik ook, dat u dat zegt. Misschien nog een paar kleine punten dan.
De Partij van de Arbeid heeft gezegd, sociaal en middelduur op eigen grond. Ik denk dat, we hebben niet zoveel eigen grond, dus dat speelt een. Ik denk dat we dat dan per keer zouden moeten bekijken. Misschien is dat beter voor een technische sessie of keer dat we de planeconomen erbij vragen om de impact daarvan door te rekenen. Wat de impact daarvan zou zijn op de verkoop van eigen grond, om te beoordelen of dat de moeite waard is. Dat lijkt me denk ik een betere manier om gewoon een keer zo’n sessie te organiseren. Plaatsvervangend voorzitter: Wethouder, u heeft een interruptie van de heer Wiedemeijer. Gaat uw gang. De heer Wiedemeijer: Ja, dank u wel voorzitter. Dat was ook eigenlijk hoe ik hem voor me zag. Ik denk ook dat het niet veel tijd kost, want hebben inderdaad niet zoveel grond. Dus ik ben inderdaad gewoon benieuwd naar die doorrekening. En dan zien we die met veel plezier tegemoet. Wethouder Roduner: Dan kijken we even of we daar iets van een sessie voor kunnen organiseren. In plaats van dat we dat allemaal onder geheimhouding in commissies gaan bespreken. Ik maak me ook zorgen over de capaciteit, de financieringscapaciteit van corporaties, maar dat gaan we bij de addendumafspraken met elkaar bespreken. De ChristenUnie heeft nog gezegd over de streefwaarde, dus voor 2027. Dat is voor u een pleidooi om nog meer te willen bouwen.
Ik denk dat we al een behoorlijke stevige bouwambities hebben met een goed aandeel sociale huur. Ik ben blij dat we dat hebben, want anders was die streefwaarde waarschijnlijk nog verder opgelopen. Maar ik zou vooral willen zeggen, laten we aan de slag gaan om die woningen proberen, dat die gerealiseerd worden. En dan is denk ik die streefwaarde uiteindelijk ook een afgeleide van dat hogere doel om gewoon de sociale voorraad te vergroten. Tot slot, een allerlaatste vraag, die was ik even vergeten in de eerste termijn. Maar dat is op de bestuursrapportage, eigenlijk het tweede product dat voorligt. In de bestuursrapportage is nog niet, ligt het voornemen eigenlijk, het voorgenomen besluit om de middelen van de ventilatie uiteindelijk het labeltje ervan af te halen in de coronareserve. Dat is nog niet helemaal verwerkt, dat zou bij de decemberrapportage gebeuren. Ik heb u in de commissie al toegezegd dat ik u goed gehoord heb en dat wij het labeltje ventilatie er nog even op laten. Dus dat zult u dan bij de decemberrapportage zien. Dan is volgens mij nu, met die toezegging, volgens mij een amendement op deze bestuursrapportage nog niet nodig omdat het nog niet in de financiële tabellen verwerkt zit.
60
Plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, wethouder. Dan ga ik graag door met de heer Wienen. Gaat uw gang. Burgemeester Wienen: Dank u wel voorzitter. Zijn een paar puntjes. De VVD die vraagt aandacht voor het feit dat de begroting tot stand gekomen is zonder dat daar de belangen die de oppositie behartigt goed in betrokken zijn. Nou moet ik wel zeggen dat ik het gevoel heb dat dat niets nieuws is. Begrotingen zijn over het algemeen het product van een coalitie die aan het besturen is. En dat is soms tot verdriet van partijen die niet in die coalitie zitten. Maar ik heb niet het idee dat op dat punt iets anders is dan het gebruikelijk is. U vraagt in ieder geval aandacht voor de voldoende informatiepositie aan de raad en daar is de wethouder al op ingegaan. Op het punt wat u inbracht, met name over het investeringsprogramma.
En ten aanzien van de belangen van de bewoners en de wijze waarop bewoners participeren bij uitvoering van zaken, dat is denk ik een belangrijk aandachtspunt, dat komt iedere keer weer opnieuw naar voren, zullen we waarschijnlijk ook nooit echt helemaal ideaal oplossen, maar dat is wel een punt waar u ook kan verwachten dat van het college nadere voorstellen komen waarvan het goed is om dat met elkaar ook over te praten, hoe doe je dat en hoe zorg je ervoor dat bewoners niet het idee hebben dat er alleen maar over hen wordt beslist, maar dat ze ook betrokken zijn. Overigens is belangrijkste manier waarop dat gebeurt is natuurlijk bij de verkiezingen. De heer Van Kessel, oh sorry … Plaatsvervangend voorzitter: Voorzitter, ik was de voorzitter. Mijnheer Van Kessel, gaat uw gang. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel voorzitter. Kijk, als het antwoord is op de vraag van kunt u reflecteren op het feit dat voor het oplossen van goede problemen je draagvlak nodig hebt in de maatschappij en draagvlak nodig hebt in een gemeenteraad. Dat die van belang zijn voor je democratie. Op het moment dat het antwoord dan is, ja maar we doen het al jaren zo en helaas voor de oppositiepartij, het is nu eenmaal zo dat de coalitie de legitimiteit van besluitvorming heeft, dat is eigenlijk wat u zegt, dan wijs ik op de representativiteit van besluitvorming.
En dan vraag ik mij af waarom kiest u, als die twee moet wegen, waarom kiest u dan niet voor draagvlak? Waarom kiest u dan voor de legitimiteit van de besluitvorming? Burgemeester Wienen: Dat is wat wij in ons democratisch bestel dus gewend zijn. Uiteindelijk is het de gemeenteraad die vaststelt of de begroting voldoende draagvlak heeft. Waar u op wijst, dat is een algemeen, denk ik, heel goed beginsel in een democratisch proces waarbij je kijkt van, jongens hoe kun je zorgen dat zo’n samenleving een beetje draagvlak is voor datgene wat je doet. Een ding is dat bij verkiezingen in ieder geval wordt vastgesteld welke partijen voldoende aanhang hebben om besluiten te kunnen nemen. Maar twee is, hoe zorg je ervoor dat je zodanig met de stad communiceert en ook met partijen communiceert dat het draagvlak zo stevig mogelijk is. En dat is een punt waarvan ik gezegd heb dat is volgens mij echt belangrijk om daar aandacht aan te besteden. Plaatsvervangend voorzitter: Mijnheer Van Kessel. De heer Van Kessel: Goed, nog een vervolgvraag. Als u dan toch kijkt ook naar hoe dat dan gaat met IVORIM in Meerwijk, als je kijkt hoe gaat dat in de Indische Buurt, waar voor een verkiezing die zo belangrijk was toch andere woorden geuit dan na een verkiezing.