CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20221208400 3 Bijlage 2 Rapport herijking warmteoplossing Schalkwijk

commissie Beheer 6 oktober 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: 22.30 Informatienota voortgang ontwikkelfase Warmte Schalkwijk.15.216 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De optie WKO in combinatie met TEO lijkt op dit moment technisch en ruimtelijk gezien haalbaar, al verdient het verder

24

onderzoek om de daadwerkelijke potentie en risico’s van TEO als mogelijke alternatieve warmtebron nu en na 15 jaar nader in de kaart te brengen. Bovendien geldt dat de warmteoplossingen restwarmte uit het datacentrum Cyrus One en geothermie één warmtebron hebben, waardoor deze op lange termijn relatief kwetsbaar zijn voor onvoorziene omstandigheden zoals veranderende wetgeving of economische en (geo-)politieke instabiliteit. Mocht het voorkomen dat blijkt dat de warmtebron (tussentijds) niet (meer) beschikbaar zal zijn dan is er op korte termijn geen alternatieve bron beschikbaar zijn. De optie WKO in combinatie met TEO kan daarentegen modulair opgebouwd worden, waardoor deze minder kwetsbaar is voor onvoorziene omstandigheden. Indien gekeken wordt naar de gevoeligheid van de oplossing voor wijzingen in aan te sluiten woningaantallen en volloopsnelheid, kan gesteld worden dat de centrale route het minst flexibel is. Zowel de warmtebron als het overgrote deel van het distributienet (backbone) zal in één keer gerealiseerd moeten worden, wat een hoge voorinvestering vraagt die enkel met een groot aantal aansluitingen en een hoge aansluitsnelheid (deels) terugverdiend kan worden. De centrale route is hiermee uitermate gevoelig voor wijzingen in aan te sluiten woningaantallen en volloopsnelheid.

De decentrale en lokale route hebben als voordeel dat ze flexibeler zijn ten aanzien van zowel de inpassing van alternatieve warmtebronnen als minder gevoelig zijn voor wijzingen in aan te sluiten woningaantallen en volloopsnelheid. Zo zijn in beide routes, naast WKO in combinatie met lucht en TEO, ook andere warmtebronnen en technieken voor handen die kunnen worden toegepast. Dit geeft in tegenstelling tot de centrale route de mogelijkheid om afhankelijk van de specifieke context te kiezen voor andere warmtebronnen. Door de kleinere schaal zal de voorinvestering bovendien lager zijn, waardoor deze routes ook aanzienlijk minder gevoelig zijn voor wijzingen in aan te sluiten woningaantallen en volloopsnelheid. Dit geldt met name voor de lokale route. Door de kleine schaal per gebouw of per cluster van gebouwen is deze veruit het meest flexibel. Tot slot hebben de recente geopolitieke ontwikkelingen in Oost-Europa en de Nederlandse afhankelijkheid van buitenlands aardgas een grote impact op de wijze waarop er momenteel naar de energietransitie wordt gekeken in de maatschappij. Het belang en de urgentie om woningen binnen korte tijd aardgasvrij te maken was al hoog maar is nu nog dringender geworden. In dit licht geldt dat elke route waarmee snel met de uitvoering en aansluiting gestart kan worden een belangrijke bijdrage levert aan de totale opgave.

Zoals gezegd, draagt de kleinere schaal van de decentrale en lokale routes bij aan de flexibiliteit en geldt daarom dat er bij deze routes naar verwachting sneller gestart en aangesloten kan worden ten opzichte van de centrale route.

4.1.4

Duurzaamheid

De duurzaamheid van een warmteoplossing wordt weergegeven in kg CO2/GJ geleverde warmte (woningzijde). Uit de CO2-berekeningen (zie ook bijlage 2) blijkt dat de centrale route met geothermie met afstand de laagste CO2-uitstoot heeft van alle varianten. Dit komt vooral doordat er in deze variant weinig elektriciteit benodigd is en bijvoorbeeld warmtepompen niet nodig zijn. De overige warmteoplossingen uit de centrale route hebben juist een relatief hoge CO2-uitstoot. De warmteoplossingen uit de decentrale en lokale route liggen qua duurzaamheid dichtbij elkaar en hebben een lagere CO 2-uitstoot dan de centrale varianten met warmtepompen. Dit wordt met name veroorzaakt door de verschillen in distributierendement en productietemperatuur van de warmtepompen. Waar in de centrale route vanuit de warmtepompen een productietemperatuur van 90°C benodigd is om een temperatuurtraject van 70/40°C in de woningen te kunnen leveren, zal dat bij de decentrale variant en lokale variant 80°C respectievelijk 75°C zijn.

25

Figuur 10 - Specifieke CO2-uitstoot per warmteoplossing

De CO2-emissiefactor voor elektriciteit heeft grote invloed op de berekeningen. Er is uitgegaan van een CO 2emissiefactor van elektriciteit van 0,34 ton/MWh, conform de CO 2-memo van Equans (d.d. 2 september 2021). Deze CO2-emissiefactor komt overeen met de projectie die ECN (TNO) voor 2020 heeft gemaakt. Onderstaande tabel geeft weer hoe de uitkomsten veranderen bij verschillende (toekomstige) CO 2emissiefactoren voor elektriciteit. Hierin valt vooral op dat geothermie dichterbij andere varianten komt te liggen, naarmate de CO2-emissiefactor van elektriciteit daalt. Tabel 3 - CO2-uitstoot warmteoplossingen bij verschillende CO2-emissiefactoren

Bron Jaar CO2-emissiefactor [kg CO2/kWhe] Huidige oplossing Variant 1A Variant 1B Variant 1C Variant 2A Variant 2B Variant 3A

4.1.5

Equans/KEV 2017 2020 0,34 46,2 44,4 21,1 45,4 38,7 38,8 38,7

KEV 2021 2025 0,21 34,2 32,3 19,8 32,9 28,8 28,9 28,8

KEV 2021 2030 0,09 23,0 21,2 18,5 21,4 19,7 19,7 19,7

Betaalbaarheid

De betaalbaarheid van een warmteoplossing is gedefinieerd als de onrendabele top in euro’s. Om de onrendabele top te kunnen berekenen is een financiële analyse uitgevoerd, waarbij de businesscase op hoofdlijnen is doorgerekend voor de verschillende varianten. De integrale businesscase van de huidige oplossing is hierbij als uitgangspunt gebruikt. Om informatie te verkrijgen over de businesscase van de huidige oplossing, heeft op 18 februari 2022 een gesprek met Rutger Nelis plaatsgevonden. Hieruit bleek dat er, buiten de businesscase in het ECW-model zoals aangeleverd door de begeleidingscommissie, een zeer uitgebreide integrale businesscase van de huidige oplossing bestaat. Ondanks zijn omvang is er toch voor gekozen om deze uitgebreide businesscase als vertrekpunt te nemen voor de financiële analyse, om zo een goede onderlinge vergelijking tussen warmteoplossingen te kunnen maken. Het ECW-model bleek hier niet voor geschikt, onder meer vanwege het ontbreken van gedetailleerde invoermogelijkheden met betrekking tot verschillende kosten- en opbrengstenposten.

26

In de financiële analyse is de onrendabele top berekend bij een vereist projectrendement van 4% en 8%, zoals ook is gedaan in de businesscase van de huidige oplossing. Daarnaast is het totale projectrendement (IRR) berekend en is een indicatie gegeven van de investeringskosten per woning. In de berekeningen is ervoor gekozen om de overeengekomen BAK en warmtetarieven voor alle varianten hetzelfde te houden als in de businesscase van de huidige oplossing3. Hiervoor is gekozen om de financiële resultaten per variant vergelijkbaar te houden. In de praktijk is het goed denkbaar dat de BAK en warmtetarieven nog zullen wijzigen, aangezien dit direct raakt aan de betaalbaarheid van huurders en woningcorporaties nu en in de toekomst. Hoe de onrendabele top uiteindelijk wordt gedekt en wat voor invloed dit eventueel heeft op de BAK en/of warmtetarieven, is een keuze van de projectpartners en zou onderdeel moeten zijn van de nadere uitwerking. Dit valt verder buiten de scope van dit onderzoek. Naast de BAK en warmtetarieven, zijn in de financiële analyse ook alle overige uitgangspunten zoveel mogelijk gelijk gehouden aan de businesscase van de huidige oplossing. Om tot een financieel resultaat per variant te komen, zijn wijzigingen doorgevoerd in de businesscase (vooral in de kostenraming) op basis van ervaringsen kengetallen uit vergelijkbare projecten.

Dit betekent wel dat de resultaten een eerste inschatting betreffen. Voor een nauwkeuriger beeld is nadere uitwerking noodzakelijk. Aangezien er in de businesscase van de huidige oplossing een SDE++ subsidie is meegenomen, is deze ook meegenomen in alle warmteoplossingen met restwarmte vanuit het datacentrum van Cyrus One als bron (1A en 1C). Voor de overige varianten is geen SDE++ subsidie meegenomen, terwijl deze mogelijk de businesscase nog wel kan verbeteren. Voor de volledigheid worden de resultaten uit de financiële analyse zowel met als zonder SDE++ subsidie weergegeven. Tabel 4 - Investering, projectrendement (IRR) en onrendabele top (incl. SDE++ huidige oplossing, variant 1A en 2A)

Route

Variant

Centraal

Decentraal Lokaal

IRR

Huidige oplossing

Bruto investering (per woning) € -12.300

2,4%

Onrendabele top (bij IRR 4%) € -8.100.000

Onrendabele top (bij IRR 8%) € -18.000.000

Variant 1A

€

-12.000

3,3%

€

-3.600.000

€

-15.000.000

Variant 1B

€

-11.700

4,2%

€

900.000

€

-13.000.000

Variant 1C

€

-11.300

1,5%

€

-9.500.000

€

-16.000.000

Variant 2A

€

-13.500

3,3%

€

-2.600.000

€

-12.000.000

Variant 2B

€

-12.000

4,0%

€

200.000

€

-11.000.000

Variant 3A

€

-11.800

5,1%

€

4.500.000

€

-7.000.000

Tabel 5 - Investering, projectrendement (IRR) en onrendabele top (excl. SDE++ huidige oplossing, variant 1A en 2A)

Route

Variant

Centraal

Decentraal Lokaal

IRR

Huidige oplossing

Bruto investering (per woning) € -12.300

1,4%

Onrendabele top (bij IRR 4%) € -13.500.000

Onrendabele top (bij IRR 8%) € -21.000.000

Variant 1A

€

-12.000

2,2%

€

-9.000.000

€

-18.000.000

Variant 1B

€

-11.700

4,2%

€

900.000

€

-13.000.000

Variant 1C

€

-11.300

1,5%

€

-9.500.000

€

-16.000.000

Variant 2A

€

-13.500

1,0%

€

-10.800.000

€

-17.000.000

Variant 2B

€

-12.000

4,0%

€

200.000

€

-11.000.000

Variant 3A

€

-11.800

5,1%

€

4.500.000

€

-7.000.000

Uit de resultaten blijkt dat de onrendabele top over het algemeen hoger is in de centrale varianten dan in de decentrale en lokale varianten. Dit wordt met name veroorzaakt doordat er in decentrale en lokale varianten minder leidingwerk is, er minder verliezen zijn en installaties daardoor kleiner kunnen worden gedimensioneerd. Een uitzondering hierop vormt geothermie, die een gunstig projectrendement heeft vergeleken met de andere centrale warmteoplossingen. Bovendien blijkt uit de resultaten dat een gasketel op gebouwniveau in plaats van op de centrale productielocatie, een gunstige financiële impact heeft. De investeringskosten per woning liggen bij alle varianten in dezelfde orde van grootte.

3

Conform de memo ‘Tarieven warmtenet Schalkwijk v6’ (d.d. 14 oktober 2021) 27

5 Beschouwing per stakeholder Naast de uitwerking van de verschillende routes langs de gedefinieerde afwegingscriteria, is er een beschouwing gehouden van de mogelijk veranderende rol van de bestaande projectpartners: gemeente Haarlem, de woningcorporaties, Firan en Equans. Elke projectpartner heeft een eigen perspectief en zal hoge weegfactoren hanteren bij de onderwerpen die voor hem relevant zijn en lage weegfactoren voor onderwerpen die voor hem minder relevant zijn. Een keuze voor een route heeft daardoor verschillende consequenties voor de rol per projectpartner.

5.1

Gemeente

De gemeente Haarlem heeft de wettelijke taak om de stad aardgasvrij te maken en werkt daarom aan aardgasvrije wijken en de opschaling daarvan. De gemeente voert om die reden de regie in de energietransitie en moet binnen die rol sturen en toezien op een efficiënte en effectieve uitvoeren van alle initiatieven binnen de warmtetransitie, met inbegrip van de ontwikkeling van warmtenetten. Bij een keuze voor de centrale route heeft de gemeente een belangrijke rol in het ondersteunen en faciliteren van de woningcorporaties die te maken krijgen met een vereiste hoge aansluitsnelheid van de woningen. Door de voorgenomen participatie in het warmtenetwerkbedrijf HWN, waarin zowel de gemeente als Firan (in samenwerking met de provincie Noord-Holland) participeren, neemt de gemeente binnen de centrale route bovendien een actieve rol in voor de totstandkoming van het warmtenet. In hoeverre de gemeente deze actieve rol wil blijven spelen bij de decentrale route, is een afweging die de gemeente zelf moet maken. Bij de decentrale en lokale route krijgt de gemeente in ieder geval een nadrukkelijkere regierol op het gebied van ruimtelijke ordering. Gezien de beperkte ruimte die beschikbaar is binnen de wijk vraagt zowel de ondergrondse als bovengrondse inpassing van voorzieningen coördinatie en regie.

Daarnaast vraagt de decentrale route een zorgvuldige clustering van gebouwen die in samensprak met de woningcorporaties en andere woningeigenaren in Schalkwijk moet plaatsvinden, zodat voorkomen wordt dat er selectief gewinkeld wordt waardoor de meer technisch uitdagende woningen overgeslagen worden en niet meegenomen worden in de warmtetransitie.

5.2

Woningcorporaties

Elan Wonen, Pré Wonen en Ymere beschikken over het aan te sluiten vastgoed in Schalkwijk. Binnen de centrale route hebben de woningcorporaties de rol van afnemer van warmte. Hiervoor is het de taak om in verband met de hoge vereiste volloopsnelheid de verantwoordelijkheid dragen voor het snel geschikt maken van de woningen om aangesloten te kunnen worden op het warmtenet. Daarmee wordt een beroep gedaan op de vaardigheid van de woningcorporatie om in relatief korte tijd voldoende financiële middelen en technische mensen te mobiliseren, zowel binnen de organisatie als in de markt. Binnen de decentrale en lokale route kan deze druk op korte termijn iets afnemen, doordat er meer vrijheid is in de (strategische) keuzes die gemaakt worden over welke woningen als eerste aardgasvrij gemaakt kunnen worden. Zoals gezegd, is het echter wel zaak dat voorkomen wordt dat er selectief gewinkeld wordt. Om op korte termijn voldoende schaal te kunnen realiseren, zal er ook in deze routes een beroep worden gedaan om in relatief korte tijd voldoende financiële middelen en technische mensen te mobiliseren. Indien Firan (al dan niet samen met de gemeente Haarlem) en/of EQUANS bij deze routes geen rol als warmteproducent en -leverancier voor zich zien, zullen de woningcorporaties bovendien actiever de regie moeten pakken om uiteindelijk aardgasvrij te worden.

5.3

Firan en EQUANS

Firan verzorgt, als onderdeel van het warmtenetwerkbedrijf HWN, binnen de centrale route de aanleg van het warmtenet (zowel de transportleidingen als de wijkdistributienetten) en gedeeltelijk rol van warmteproducent. EQUANS vervult eveneens de gedeeltelijk rol van warmteproducent en is 28

warmteleverancier. Hiervoor is door de gemeente concessie verleend. In hoeverre Firan een eventuele rol wil en mag spelen, en in hoeverre EQUANS binnen de contractuele voorwaarden van de concessie een eventuele rol wil en mag spelen, in de decentrale of lokale route, zal in onderlinge samenspraak moeten worden afgewogen en afgestemd.

29

Bijlage 1 – Resultaten inventarisatiefase Zie aparte notitie.

30

Bijlage 2 – Onderbouwing CO2-berekening Parameter

Eenheid Waarde Algemeen Aantal woningen [-] 5200 Aantal woningen per complex [-] 35 Aantal woningen per opwekker centrale route [-] 5200 Aantal woningen per opwekker decentrale route [-] 1300 Aantal woningen per opwekker lokale route [-] 350 3 Calorische bovenwaarde aardgas [MJ/Nm ] 35,17 Primaire energiefactor elektriciteit [MJp/MJf] 1,45 Primaire energiefactor restwarmte [MJp/MJf] 0,10 CO2-emissiefactor elektriciteit [ton/MWh] 0,34 CO2-emissiefactor aardgas [kg/GJ] 50,8 CO2-emissiefactor restwarmte [ton/MWh] 0,034 CO2-emissie geothermie (uit formatiegas) [kg/GJ] 4,8 Warmtevraag en vermogens 0,85 Gelijktijdigheidsfactor f, (n (26-40)) (gasketels) [-]

Bron Aansluitlijst (afgerond) Aansluitlijst (afgerond) Aansluitlijst (afgerond) Aanname Aanname Algemeen kengetal CO2-memo Equans CO2-memo Equans CO2-memo Equans CO2-memo Equans CO2-memo Equans TNO (gemiddelde) ISSO 7

0,55

ISSO 7

Gemiddeld verwarmingsvermogen per woning (RV+TW) [kW] Warmtevraag ruimteverwarming + warm tapwater [GJ] Reductie warmtevraag per jaar [%] Debiet WKO-bron [m3/h] Vermogen per WKO-doublet [kW] Centrale route

7,7 30 0,75% 100 582

Berekend o.b.v. CO2-memo Projectgroep Projectgroep Schatting (veilige kant) Schatting

Aandeel preferent vermogen (ßpref)

[%]

32%

Aandeel niet-preferent vermogen

[%]

68%

CO2-memo Equans CO2-memo Equans

Energiefractie preferent vermogen (Fpref)

[%]

82%

CO2-memo Equans

Gelijktijdigheidsfactor f, (n (>205)) (warmtenet)

[-]

CO2-memo Equans Energiefractie niet-preferent vermogen (Fpref) [%] 18% Decentrale en lokale route Aandeel preferent vermogen (ßpref) [%] 40% Referentieprojecten Aandeel niet-preferent vermogen [%] 60% Referentieprojecten Energiefractie preferent vermogen (Fpref) [%] 80% Referentieprojecten Energiefractie niet-preferent vermogen [%] 20% Referentieprojecten Warmteverliezen, rendementen, COP's Distributierendement centrale opwek [%] 83% Technische uitgangspunten Distributierendement decentrale opwek [%] 90% Schatting Distributierendement lokale opwek [%] 95% Schatting COP water-/waterwarmtepomp 24-90 °C (variant 1A) [-] 3,3 Equans COP water-/waterwarmtepomp 16-90 °C (variant 1C) [-] 2,9 Correctie 1A o.b.v carnotfactor Correctie 1A o.b.v carnotfactor COP water-/waterwarmtepomp 24-80 °C (variant 2A) [-] 3,8 Correctie 1A o.b.v carnotfactor COP water-/waterwarmtepomp 16-80 °C (variant 2B) [-] 3,3 Correctie 1A o.b.v carnotfactor COP water-/waterwarmtepomp 16-75 °C (variant 3A) [-] 3,5 COP lucht-/waterwarmtepomp 70 °C (variant 2B) [-] 2,5 Correctie 1A o.b.v carnotfactor SCOP water-/waterwarmtepomp 24-80 °C (variant 1A) [-] 3,8 CO2-memo Equans SCOP water-/waterwarmtepomp 16-80 °C (variant 1C) [-] 3,3 Correctie 1A o.b.v carnotfactor Correctie 1A o.b.v carnotfactor SCOP water-/waterwarmtepomp 24-70 °C (variant 2A) [-] 4,5 Correctie 1A o.b.v carnotfactor SCOP water-/waterwarmtepomp 16-70

°C (variant 2B) [-] 3,8 Correctie 1A o.b.v carnotfactor SCOP water-/waterwarmtepomp 16-65 °C (variant 3A) [-] 4,1 Schatting SCOP lucht-/waterwarmtepomp (variant 2B ) [-] 3,8 SCOP bronpompen [-] 20 Referentieprojecten SCOP TEO [-] 60 Referentieprojecten SCOP droge koeler [-] 20 Referentieprojecten 31

Centraal Parameter

Eenheid

Huidig

1A

Decentraal

Lokaal

1B

1C

2A

2B

3A

Algemeen Aantal woningen per preferente opwekker (water/water warmtepomp) Aantal woningen per niet-preferente opwekker (luchtwarmtepomp) Aantal woningen per niet-preferente opwekker (gasketel) Gelijktijdigheidsfactor preferent vermogen (water/water warmtepomp) Gelijktijdigheidsfactor niet-preferent vermogen (luchtwarmtepomp) Gelijktijdigheidsfactor niet-preferent vermogen (gasketel) Distributierendement preferente opwekker (water/water warmtepomp) Distributierendement niet-preferente opwekker (luchtwarmtepomp) Distributierendement niet-preferente opwekker (gasketel) Vermogensfractie preferente opwekker (water/water warmtepomp) Vermogensfractie niet-preferente opwekker (luchtwarmtepomp) Vermogensfractie niet-preferente opwekker (gasketel) Energiefractie preferente opwekker (water/water warmtepomp) Energiefractie niet-preferente opwekker (luchtwarmtepomp) Energiefractie niet-preferente opwekker (gasketel) Gemiddeld verwarmingsvermogen per woning (RV+TW) COP preferente opwekker (water/water warmtepomp) COP niet-preferente opwekker (lucht/water warmtepomp) SCOP preferente opwekker (water/water warmtepomp) SCOP niet-preferente opwekker (lucht/water warmtepomp) Opwekrendement niet-preferente opwekker (gasketel) Opwek preferent vermogen (water/water warmtepomp) - per opweklocatie Opwek preferent vermogen (water/water warmtepomp) - aantal opweklocaties Opwek preferent vermogen

(water/water warmtepomp) - totaal

[-]

5.200

5.200

5.200

5.200

1.300

1.300

350

[-]

5.200

5.200

5.200

5.200

1.300

1.300

350

[-]

5.200

35

35

35

35

35

35

[-]

0,55

0,55

0,55

0,55

0,55

0,55

0,55

[-]

0,55

0,55

0,55

0,55

0,55

0,55

0,55

[-]

0,55

0,85

0,85

0,85

0,85

0,85

0,85

[-]

0,83

0,83

0,83

0,83

0,90

0,90

0,95

[-]

0,83

0,83

0,83

0,83

0,90

0,90

0,95

[-]

0,83

0,95

0,95

0,95

0,95

0,95

0,95

[-]

0,32

0,32

0,32

0,32

0,40

0,28

0,40

[-]

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,42

0,00

[-]

0,68

0,68

0,68

0,68

0,60

0,60

0,60

[-]

0,82

0,82

0,82

0,82

0,82

0,65

0,82

[-]

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,17

0,00

[-]

0,18

0,18

0,18

0,18

0,18

0,18

0,18

[kWth]

7,72

7,72

7,72

7,72

7,72

7,72

7,72

[-]

3,3

3,3

1,0

2,9

3,8

3,3

3,5

[-]

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

2,5

2,5

[-]

3,8

3,8

1,0

3,3

4,5

3,8

4,1

[-]

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

3,8

1,0

0,8 0,8 Gevraagd vermogen

0,8

0,8

0,8

0,8

0,8

[kWth]

8.517

8.517

8.517

8.517

2.455

1.718

626

[kWth]

1

1

1

1

4

4

15

[kWth]

8.517

8.517

8.517

8.517

9.818

6.873

9.302

[-]

Opwek niet-preferent vermogen (lucht/water warmtepomp) - per opweklocatie Opwek niet-preferent vermogen (lucht/water warmtepomp) - aantal opweklocaties Opwek niet-preferent vermogen (lucht/water warmtepomp) - totaal Opwek niet-preferent vermogen (gasketel) - per opweklocatie Opwek niet-preferent vermogen (gasketel) - aantal opweklocaties Opwek niet-preferent vermogen (gasketel) - totaal Opwek vermogen - totaal Bronvermogen warmtepomp Warmtevraag Te produceren warmte -Waarvan preferent (water/water warmtepomp) of geothermie -Waarvan niet-preferent ((lucht/water warmtepomp) -Waarvan niet-preferent (gasketel) Energievraag elektriciteit preferente opwek (water/water warmtepomp) Energievraag elektriciteit nietpreferente opwek ((lucht/water warmtepomp)) Energievraag aardgas nietpreferente opwek (gasketel) Energievraag hernieuwbaar (bronnen geothermie/WKO) Energievraag restwarmte Energievraag elektriciteit pompenergie bronnen Energievraag elektriciteit regeneratievoorziening Primaire energiebehoefte preferente opwek (water/water warmtepomp) Primaire energiebehoefte nietpreferente opwek (lucht/water warmtepomp) Primaire energiebehoefte nietpreferente opwek (gasketel) Primaire energiebehoefte pompenergie geothermie/WKO Primaire energiebehoefte regeneratievoorziening Primaire energiebehoefte restwarmte Totale primaire energiebehoefte Primaire energiefactor warmtenet (fPdel) Aandeel

herniewbaar + restwarmte (fPren)

[kWth]

0

0

0

0

0

2.577

0

[kWth]

1

1

1

1

4

4

15

[kWth]

0

0

0

0

0

10.309

0

[kWth]

18.099

164

164

164

145

145

145

[kWth]

1

149

149

149

149

149

149

[kWth] [kWth] [kWth]

18.099 24.438 24.438 26.616 32.955 32.955 5.936 5.936 0 Warmtevraag en -productie [GJ/jaar] 156.000 156.000 156.000 [GJ/jaar] 187.952 183.678 183.678

24.438 32.955 5.623

21.563 31.381 7.222

21.563 38.745 4.796

21.563 30.865 6.673

156.000 183.678

156.000 171.691

156.000 171.691

156.000 164.211

[GJ/jaar]

154.120

154.120

154.120

154.120

142.133

112.667

134.653

[GJ/jaar] [GJ/jaar]

0 0 33.831 29.558 Energieverbruik

0 29.558

0 29.558

0 29.558

29.467 29.558

0 29.558

[GJ/jaar]

40.750

40.750

0

46.571

31.769

29.563

32.534

[GJ/jaar]

0

0

0

0

0

7.754

0

[GJ/jaar]

45.108

39.411

39.411

39.411

39.411

39.411

39.411

[GJ/jaar] [GJ/jaar]

0 113.371

0 113.371

116.589 0

107.550 0

0 110.364

83.104 0

102.118 0

[GJ/jaar]

0

0

5.829

5.377

0

4.155

5.106

[GJ/jaar]

0

0

0

1.792

0

1.385

5.106

[GJ/jaar]

59.087

59.087

0

67.528

46.066

42.866

47.175

[GJ/jaar]

0

0

0

0

0

11.244

0

[GJ/jaar]

45.108

39.411

39.411

39.411

39.411

39.411

39.411

[GJ/jaar]

0

0

8.453

7.797

0

6.025

7.404

[GJ/jaar]

0

0

0

2.599

0

2.008

7.404

[GJ/jaar] [GJ/jaar]

11.337 115.532

11.337 109.834

0 47.863

0 117.335

11.036 96.512

0 101.554

0 101.393

[MJp/MJf]

0,74

0,70

0,31

0,75

0,62

0,65

0,65

[-]

0,50

0,51

0,71

0,48

0,53

0,45

0,50

33

CO2-emissie CO2-emissie elektriciteit preferente opwek (water/water warmtepomp) CO2-emissie elektriciteit preferente opwek ((lucht/water warmtepomp) CO2-emissie aardgas nietpreferente opwek (gasketel) CO2-emissie pompenergie geothermie/WKO CO2-emissie regeneratievoorziening CO2-emissie restwarmte CO2-emissie geothermie (uit verbranding van formatiegas) CO2-emissie totaal Specifieke CO2-uitstoot (KCO2)

[ton/jaar]

3849

3849

0

4398

3000

2792

3073

[ton/jaar]

0

0

0

0

0

732

0

[ton/jaar]

2292

2002

2002

2002

2002

2002

2002

[ton/jaar]

0

0

551

508

0

392

482

[ton/jaar] [ton/jaar]

0 1071

0 1071

0 0

169 0

0 1042

131 0

482 0

[ton/jaar] [ton/jaar] [kg CO2/GJ]

0 7211 46,2

0 6921 44,4

740 3292 21,1

0 7078 45,4

0 6045 38,7

0 6050 38,8

0 6039 38,7

34

Bijlage 3 – Uitgangspunten financiële analyse In deze bijlage volgt allereerst een kostenraming per variant. Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste wijzigingen die, ten opzichte van de integrale business-case van de huidige oplossing, per variant zijn doorgevoerd. Als laatste worden de gebruikte kengetallen weergegeven in een tabel.

Kostenraming per variant Huidige oplossing Investering (prijspeil 2021)

Jaar van investering

Investering (geïndexeerd met 1,8% / jaar)

Afschrijvingstermijn

Bron en opwek Ontwikkelingskosten

-€ 820.000

2021

-€ 820.000

15

Elektriciteitsaansluiting

-€ 750.000

2022 en 2029

-€ 844.744

30

Transportleiding

-€ 5.934.000

2022

-€ 6.040.812

15

Warmte-uitkoppeling

-€ 1.883.500

2022

-€ 1.917.403

15

Voorinvestering in voorziening warmtepompen

-€ 1.127.700

2022

-€ 1.147.999

15

Warmtepompen

-€ 3.383.100

-€ 3.615.395

15

Warmteproductiegebouw

-€ 2.200.000

2022, 2024 en 2028 2022

-€ 2.239.600

30

Warmtenet Ontwikkelingskosten

-€ 1.000.000

2021

-€ 1.000.000

15

Operations system

-€ 300.000

2021

-€ 300.000

15

Aftakkingen

-€ 14.094.086

-€ 14.732.643

30

Aansluitleiding + inpandige kosten

-€ 24.323.240

-€ 27.293.548

30

Transportnet

-€ 8.016.914

2022, 2023, 2024, 2027, 2028 en 2034 2022 t/m 2041 2022 en 2023

-€ 8.177.306

30

Nieuwe afleversets

nvt

-€ 6.251.328

15

Transportpompen/expansievaten/waterbehandeling

-€ 1.340.000

2038 t/m 2057 2022

-€ 1.364.120

30

Piekvoorziening Ontwikkelingskosten

-€ 250.000

2021

-€ 250.000

15

Groen gasketels (gebouwniveau)

-€ 1.837.500

-€ 794.297

15

Nieuwe groen gasketels (gebouwniveau)

nvt

-€ 317.007

15

Collectieve gasaansluiting (gebouwniveau)

-€ 240.000

2022, 2023, 2025 en 2028 2038, 2039, 2041 en 2044 2022

-€ 37.367

30

Totaal Totaal (bruto)

-€ 68.112.540

BAK

€ 35.808.000

Totaal (netto)

-€ 32.304.540

Bruto per woningequivalent

-€ 12.304

-€ 79.574.641 2022 t/m 2041

€ 40.769.039 -€ 38.805.602

30

Variant 1A Investering (prijspeil 2021)

Jaar van investering

Investering (geïndexeerd met 1,8% / jaar)

Afschrijvingstermijn

Bron en opwek Ontwikkelingskosten

-€ 820.000

2021

-€ 820.000

15

Elektriciteitsaansluiting

-€ 750.000

2022 en 2029

-€ 844.744

30

Transportleiding

-€ 5.934.000

2022

-€ 6.040.812

15

Warmte-uitkoppeling

-€ 1.883.500

2022

-€ 1.917.403

15

Voorinvestering in voorziening warmtepompen

-€ 1.127.700

2022

-€ 1.147.999

15

Warmtepompen

-€ 3.383.100

-€ 3.615.395

15

Warmteproductiegebouw

-€ 2.200.000

2022, 2024 en 2028 2022

-€ 2.239.600

30

Warmtenet Ontwikkelingskosten

-€ 1.000.000

2021

-€ 1.000.000

15

Operations system

-€ 300.000

2021

-€ 300.000

15

Aftakkingen

-€ 14.094.086

-€ 14.732.643

30

Aansluitleiding + inpandige kosten

-€ 24.323.240

-€ 27.293.548

30

Transportnet

-€ 8.016.914

2022, 2023, 2024, 2027, 2028 en 2034 2022 t/m 2041 2022 en 2023

-€ 8.177.306

30

Nieuwe afleversets

nvt

-€ 6.251.328

15

Transportpompen/expansievaten/waterbehandeling

-€ 1.340.000

2038 t/m 2057 2022

-€ 1.364.120

30

Piekvoorziening Ontwikkelingskosten

-€ 250.000

2021

-€ 250.000

15

Groen gasketels (gebouwniveau)

-€ 745.591

-€ 794.297

15

Nieuwe groen gasketels (gebouwniveau)

nvt

-€ 317.007

15

Collectieve gasaansluiting (gebouwniveau)

-€ 35.076

2022, 2023, 2025 en 2028 2038, 2039, 2041 en 2044 2022, 2023, 2025 en 2028

-€ 37.367

30

Totaal Totaal (bruto)

-€ 66.203.207

BAK

€ 35.808.000

Totaal (netto)

-€ 30.395.207

Bruto per woningequivalent

-€ 11.959

36

-€ 77.143.570 2022 t/m 2041

€ 40.769.039 -€ 36.374.531

30

Variant 1B Investering (prijspeil 2021)

Jaar van investering

Investering (geïndexeerd met 1,8% / jaar)

Afschrijvingstermijn

Bron en opwek Ontwikkelingskosten

-€ 820.000

2021

-€ 820.000

15

Elektriciteitsaansluiting

-€ 150.000

2022

-€ 152.700

30

Transportleiding

€0

2022

€0

15

Geothermiebron

-€ 7.675.920

2022

-€ 7.814.087

30

Geothermie installaties

-€ 5.117.280

2022

-€ 5.209.391

15

Herinvestering geothermie installaties

nvt

2037

-€ 2.772.116

15

Warmteproductiegebouw

-€ 2.200.000

2022

-€ 2.239.600

30

Warmtenet Ontwikkelingskosten

-€ 1.000.000

2021

-€ 1.000.000

15

Operations system

-€ 300.000

2021

-€ 300.000

15

Aftakkingen

-€ 14.094.086

-€ 14.732.643

30

Aansluitleiding + inpandige kosten

-€ 24.323.240

-€ 27.293.548

30

Transportnet

-€ 8.016.914

2022, 2023, 2024, 2027, 2028 en 2034 2022 t/m 2041 2022 en 2023

-€ 8.177.306

30

Nieuwe afleversets

nvt

-€ 6.251.328

15

Transportpompen/expansievaten/waterbehandeling

-€ 1.340.000

2038 t/m 2057 2022

-€ 1.364.120

30

Piekvoorziening Ontwikkelingskosten

-€ 250.000

2021

-€ 250.000

15

Groen gasketels (gebouwniveau)

€ 745.591

€ 794.297

15

Nieuwe groen gasketels (gebouwniveau)

nvt

€ 317.007

15

Collectieve gasaansluiting (gebouwniveau)

-€ 35.076

2022, 2023, 2025 en 2028 2038, 2039, 2041 en 2044 2022, 2023, 2025 en 2028

-€ 37.367

30

Totaal (bruto)

-€ 64.576.925

BAK

€ 35.808.000

Totaal (netto)

-€ 28.768.925

Bruto per woningequivalent

-€ 11.665

Totaal

37

-€ 77.302.902 2022 t/m 2041

€ 40.769.039 -€ 36.533.863

30

Variant 1C Investering (prijspeil 2021)

Jaar van investering

Investering (geïndexeerd met 1,8% / jaar)

Afschrijvingstermijn

Bron en opwek Ontwikkelingskosten

-€ 820.000

2021

-€ 820.000

15

Elektriciteitsaansluiting

-€ 750.000

2022 en 2029

-€ 844.744

30

WKO

-€ 2.341.818

2022

-€ 2.383.971

30

Herinvestering WKO

-€ 702.545

2037

-€ 934.628

15

Warmtepompen

-€ 4.510.800

-€ 4.820.526

15

Herinvestering warmtepompen

nvt

-€ 2.519.829

15

TEO

-€ 2.849.000

2022, 2024 en 2028 2037, 2039 en 2043 2022

-€ 2.900.282

30

Herinvestering TEO

nvt

2037

-€ 758.031

15

Warmteproductiegebouw

-€ 2.200.000

2022

-€ 2.239.600

30

Warmtenet Ontwikkelingskosten

-€ 1.000.000

2021

-€ 1.000.000

15

Operations system

-€ 300.000

2021

-€ 300.000

15

Aftakkingen

-€ 14.094.086

-€ 14.732.643

30

Aansluitleiding + inpandige kosten

-€ 24.323.240

-€ 27.293.548

30

Transportnet

-€ 8.016.914

2022, 2023, 2024, 2027, 2028 en 2034 2022 t/m 2041 2022 en 2023

-€ 8.177.306

30

Nieuwe afleversets

nvt

2038 t/m 2057 2022

-€ 6.251.328

15

-€ 1.364.120

30

-€ 1.340.000

Transportpompen/expansievaten/waterbehandeling

Piekvoorziening Ontwikkelingskosten

-€ 250.000

2021

-€ 250.000

15

Groen gasketels (gebouwniveau)

€ 745.591

€ 794.297

15

Nieuwe groen gasketels (gebouwniveau)

nvt

€ 317.007

15

Collectieve gasaansluiting (gebouwniveau)

-€ 35.076

2022, 2023, 2025 en 2028 2038, 2039, 2041 en 2044 2022, 2023, 2025 en 2028

-€ 37.367

30

Totaal Totaal (bruto)

-€ 62.787.889

BAK

€ 35.808.000

Totaal (netto)

-€ 26.979.889

Bruto per woningequivalent

-€ 11.342

38

-€ 76.516.619 2022 t/m 2041

€ 40.769.039 -€ 35.747.580

30

Variant 2A Investering (prijspeil 2021)

Jaar van investering

Investering (geïndexeerd met 1,8% / jaar)

Afschrijvingstermijn

Bron en opwek Ontwikkelingskosten

-€ 205.000

2021

-€ 205.000

15

Elektriciteitsaansluitingen

-€ 150.000

2022

-€ 152.700

30

Transportleiding

-€ 3.708.750

2022

-€ 3.775.508

15

Warmte-uitkoppeling

-€ 470.875

2022

-€ 479.351

15

Warmtepompen

-€ 1.318.335

2022

-€ 1.342.065

15

Herinvestering warmtepompen

nvt

2037

€0

15

Warmteproductiegebouw

-€ 550.000

2022

-€ 559.900

30

Warmtenet Ontwikkelingskosten

-€ 250.000

2021

-€ 250.000

15

Operations system

-€ 75.000

2021

-€ 75.000

15

Aftakkingen

-€ 3.523.522

2022 & 2023

-€ 3.619.227

30

Aansluitleiding + inpandige kosten

-€ 6.080.810

2022 & 2023

-€ 6.245.977

30

Transportnet

-€ 2.004.229

2022 & 2023

-€ 2.058.667

30

Nieuwe afleversets

nvt

2037 & 2038

-€ 1.632.477

15

Transportpompen/expansievaten/waterbehandeling

-€ 335.000

2022

-€ 341.030

30

Piekvoorziening Ontwikkelingskosten

-€ 62.500

2021

-€ 62.500

15

Groen gasketels (gebouwniveau)

-€ 175.452

2022 & 2023

-€ 180.217

15

Nieuwe groen gasketels (gebouwniveau)

nvt

2037 & 2038

-€ 282.614

15

Collectieve gasaansluiting (gebouwniveau)

-€ 8.769

2022

-€ 8.927

30

Totaal Totaal (bruto)

-€ 18.918.241

BAK

€ 9.049.500

Totaal (netto)

-€ 9.868.741

Bruto per woningequivalent

-€ 13.542

39

-€ 21.271.160 2022 & 2023

€ 9.295.335 -€ 11.975.826

30

Variant 2B Investering (prijspeil 2021)

Jaar van investering

Investering (geïndexeerd met 1,8% / jaar)

Afschrijvingstermijn

Bron en opwek Ontwikkelingskosten

-€ 205.000

2021

-€ 205.000

15

Elektriciteitsaansluitingen

-€ 150.000

2022

-€ 152.700

30

WKO

-€ 479.600

2022

-€ 488.233

30

Herinvestering WKO

nvt

2037

-€ 191.410

15

Bodemwarmtepompen

-€ 922.566

2022

-€ 939.172

15

Herinvestering Bodemwarmtepompen

nvt

2037

-€ 490.933

15

TEO

-€ 634.822

2022

-€ 646.249

30

Herinvestering TEO

nvt

2037

-€ 168.907

15

Luchtwarmtepompen

-€ 1.383.849

2022

-€ 1.408.758

15

Herinvestering luchtwarmtepompen

nvt

2037

-€ 736.399

15

-€ 550.000

2022

-€ 559.900

30

Warmteproductiegebouw

Warmtenet Ontwikkelingskosten

-€ 250.000

2021

-€ 250.000

15

Operations system

-€ 75.000

2021

-€ 75.000

15

Aftakkingen

-€ 3.523.522

2022 & 2023

-€ 3.619.227

30

Aansluitleiding + inpandige kosten

-€ 6.080.810

2022 & 2023

-€ 6.245.977

30

Transportnet

-€ 2.004.229

2022 & 2023

-€ 2.058.667

30

Nieuwe afleversets

nvt

2037 & 2038

-€ 1.632.477

15

Transportpompen/expansievaten/waterbehandeling

-€ 335.000

2022

-€ 341.030

30

Piekvoorziening Ontwikkelingskosten

-€ 62.500

2021

-€ 62.500

15

Groen gasketels (gebouwniveau)

-€ 175.452

2022 & 2023

-€ 180.217

15

Nieuwe groen gasketels (gebouwniveau)

nvt

2037 & 2038

-€ 70.654

15

Collectieve gasaansluiting (gebouwniveau)

-€ 8.769

2022

-€ 8.927

30

Totaal Totaal (bruto)

-€ 16.841.118

BAK

€ 9.049.500

Totaal (netto)

-€ 7.791.618

Bruto per woningequivalent

-€ 12.055

40

-€ 20.532.337 2022 & 2023

€ 9.295.335 -€ 11.237.002

30

Variant 3A Investering (prijspeil 2021)

Jaar van investering

Investering (geïndexeerd met 1,8% / jaar)

Afschrijvingstermijn

Bron en opwek Ontwikkelingskosten

-€ 55.192

2021

-€ 55.192

15

Elektriciteitsaansluitingen

-€ 37.500

2022

-€ 38.175

30

WKO

-€ 179.600

2022

-€ 182.833

30

Herinvestering WKO

nvt

2037

-€ 71.679

15

Bodemwarmtepompen

-€ 336.162

2022

-€ 342.213

15

Herinvestering Bodemwarmtepompen

nvt

2037

-€ 178.885

15

Droge koelers

-€ 303.359

2022

-€ 308.819

30

Herinvestering droge koelers

nvt

2037

-€ 80.714

15

Warmteproductiegebouw

-€ 148.077

2022

-€ 150.742

30

Warmtenet Ontwikkelingskosten

-€ 67.308

2021

-€ 67.308

15

Operations system

-€ 20.192

2021

-€ 20.192

15

Aftakkingen

-€ 948.640

2022

-€ 965.716

30

Aansluitleiding + inpandige kosten

-€ 1.637.141

2022

-€ 1.666.610

30

Transportnet

-€ 539.600

2022

-€ 549.313

30

Nieuwe afleversets

nvt

2037

-€ 435.593

15

Transportpompen/expansievaten/waterbehandeling

-€ 90.192

2022

-€ 91.816

30

Piekvoorziening Ontwikkelingskosten

-€ 16.827

2021

-€ 16.827

15

Groen gasketels (gebouwniveau)

-€ 46.787

2022

-€ 47.629

15

Nieuwe groen gasketels (gebouwniveau)

nvt

2037

-€ 18.673

15

Collectieve gasaansluiting (gebouwniveau)

-€ 2.361

2022

-€ 2.403

30

Totaal Totaal (bruto)

-€ 4.428.939

BAK

€ 2.428.500

Totaal (netto)

-€ 2.000.439

Bruto per woningequivalent

-€ 11.811

41

-€ 5.291.332 2022 & 2023

€ 2.472.213 -€ 2.819.119

30

Wijzigingen per variant ten opzichte van businesscase huidige oplossing Variant 1A • Gasketels (piekvoorziening) op gebouwniveau (woningen met energielabel <C), leidend tot veranderingen in: o Investeringskosten gasketels; o Staffels energiebelasting en ODE; o Onderhoudskostenpercentage gasketels; o Collectieve gasaansluiting gebouwniveau; o Warmteverliezen. Variant 1B • Warmtebron gewijzigd naar geothermie: o Kleinere elektriciteitsaansluiting en lagere kosten; o ZLT-leiding (incl. bijbehorende kosten en restwaarde) vervalt; o Warmtepompen en bijbehorende kosten vervallen; o Geothermiebron en -installaties: investering, herinvestering en onderhoud o Elektriciteitsverbruik: bronpompen i.p.v. warmtepompen en transportpompen ZLT-leiding; o Geen inkoop duurzame warmte na 15 jaar. • Gasketels (piekvoorziening) op gebouwniveau (woningen met energielabel <C), leidend tot veranderingen in: o Investeringskosten gasketels; o Staffels energiebelasting en ODE; o Onderhoudskostenpercentage; o Collectieve gasaansluiting gebouwniveau; o Warmteverliezen. • Geen SDE++-subsidie meegenomen. Variant 1C • Warmtebron gewijzigd naar warmtepomp o.b.v. WKO + TEO: o ZLT-leiding (incl. bijbehorende kosten en restwaarde) vervalt; o WKO: investering, herinvestering en onderhoud; o TEO: investering, herinvestering en onderhoud; o Elektriciteitsverbruik: bronpompen, warmtepompen en TEO i.p.v.

warmtepompen en transportpompen ZLT-leiding; o Geen inkoop duurzame warmte na 15 jaar. • Gasketels (piekvoorziening) op gebouwniveau (woningen met energielabel <C), leidend tot veranderingen in: o Investeringskosten gasketels; o Staffels energiebelasting en ODE; o Onderhoudskostenpercentage; o Collectieve gasaansluiting gebouwniveau; o Warmteverliezen. • Geen SDE++-subsidie meegenomen.

42

Variant 2A •

•

•

Doorrekening business-case per cluster. Bepaalde posten van de business-case zijn naar verhouding (25%, ca. vier clusters) van de centrale route bepaald: o Aantal individuele en collectieve aansluitingen; o Ontwikkelingskosten; o Warmteproductiegebouwen; o Alle posten van warmtenet (na opweklocatie t/m gebouw); o SDE+-subsidie; o Vennootschapsbelasting; o Inkomsten: levering, vastrecht, meetdienst en verhuur afleversets. Centrale bron- en productielocatie gewijzigd naar decentrale bron- en productielocaties: o Investeringskosten ZLT-leiding (aanname 2,5x huidige oplossing bij totaal van vier clusters) o Elektriciteitsaansluiting; o Warmtepompen: investering en herinvestering; o Warmteverliezen. Gasketels (piekvoorziening) op gebouwniveau (woningen met energielabel <C), leidend tot veranderingen in: o Investeringskosten gasketels; o Staffels energiebelasting en ODE; o Onderhoudskostenpercentage; o Collectieve gasaansluiting gebouwniveau. o Warmteverliezen.

Variant 2B •

•

•

•

Doorrekening business-case per cluster. Bepaalde posten van de business-case zijn naar verhouding (25%, ca. vier clusters) van de centrale route bepaald: o Aantal individuele en collectieve aansluitingen; o Ontwikkelingskosten; o Warmteproductiegebouwen; o Alle posten van warmtenet (na opweklocatie t/m gebouw); o Vennootschapsbelasting; o Inkomsten: levering, vastrecht, meetdienst en verhuur afleversets. Wijziging naar decentrale bron- en productielocaties met warmtepompen o.b.v. WKO en lucht en TEO voor regeneratie van WKO-bronnen: o ZLT-leiding (incl. bijbehorende kosten en restwaarde) vervalt; o Elektriciteitsaansluiting; o WKO: investering, herinvestering en onderhoud; o Bodemwarmtepompen: investering, herinvestering en onderhoud; o Luchtwarmtepompen: investering, herinvestering en onderhoud; o TEO: investering, herinvestering en onderhoud; o Elektriciteitsverbruik: bronpompen, warmtepompen en TEO i.p.v. warmtepompen en transportpompen ZLT-leiding; o Warmteverliezen; o Geen inkoop duurzame warmte na 15 jaar. Gasketels (piekvoorziening) op gebouwniveau (woningen met energielabel <C), leidend tot veranderingen in: o Investeringskosten gasketels; o Staffels energiebelasting en ODE; o Onderhoudskostenpercentage; o Collectieve gasaansluiting gebouwniveau. o Warmteverliezen. Geen SDE++-subsidie meegenomen.

43

Variant 3A •

•

•

•

Doorrekening business-case per cluster. Bepaalde posten van de business-case zijn naar verhouding (6,7%, ca. vijftien clusters) van de centrale route bepaald: o Aantal individuele en collectieve aansluitingen; o Ontwikkelingskosten; o Warmteproductiegebouwen; o Alle posten van warmtenet (na opweklocatie t/m gebouw); o Vennootschapsbelasting; o Inkomsten: levering, vastrecht, meetdienst en verhuur afleversets. Wijziging naar lokale bron- en productielocaties met warmtepompen o.b.v. WKO en droge koelers voor regeneratie van WKO-bronnen: o ZLT-leiding (incl. bijbehorende kosten en restwaarde) vervalt; o Elektriciteitsaansluiting; o WKO: investering, herinvestering en onderhoud; o Bodemwarmtepompen: investering, herinvestering en onderhoud; o Droge koelers: investering, herinvestering en onderhoud; o Elektriciteitsverbruik: bronpompen, warmtepompen en droge koelers i.p.v. warmtepompen en transportpompen ZLT-leiding; o Warmteverliezen; o Geen inkoop duurzame warmte na 15 jaar. Gasketels (piekvoorziening) op gebouwniveau (woningen met energielabel <C), leidend tot veranderingen in: o Investeringskosten gasketels; o Staffels energiebelasting en ODE; o Onderhoudskostenpercentage; o Collectieve gasaansluiting gebouwniveau. o Warmteverliezen. Geen SDE++-subsidie meegenomen.

44

Kengetallen financiële analyse Parameter

Eenheid

Waarde

Bron

Woningen en aansluitingen Gem. aantal woningen per complex

[-]

35

Aansluitlijst

Aantal individuele aansluitingen

[-]

4108

BuCa

Aantal collectieve aansluitingen

[-]

1428

BuCa

Aandeel woningen Energielabel <C

[% van alle woningen]

0,34

Aansluitlijst

Aandeel Energielabel <C indiv.

[% van individuele aansluitingen]

0,14

Aansluitlijst

Aandeel Energielabel <C coll.

[% van collectieve aansluitingen]

60%

Aansluitlijst

[GJ/woning]

30

Aansluitlijst

Reductie warmtevraag per jaar

[%]

0,75%

Aansluitlijst

Distributierendement centraal

[%]

0,83

Technische uitgangspunten

Distributierendement decentraal

[%]

0,90

Schatting

Distributierendement lokaal

[%]

0,95

Schatting

Warmtevraag en distributie Warmtevraag

Investeringskosten Gasketels (op gebouwniveau)

[€/kWth]

90

Referentieprojecten

WKO

[€/kWth]

400

Referentieprojecten

Warmtepompen

[€/kWth]

537

BuCa

TEO

[€/kWth]

220

Vesta MAIS

Droge koelers

[€/kWth]

110

Referentieprojecten

Geothermie

[€/kWth]

1523

Vesta MAIS

- waarvan bron

[€/kWth]

914

Aanname 60%

[€/kWth]

609

Aanname 40%

- waarvan WTB

Herinvesteringskosten (na 15 jaar) Gasketels (op gebouwniveau)

[% van investering]

30%

BuCa

WKO

[% van investering]

30%

Referentieprojecten

Warmtepompen

[% van investering]

40%

Referentieprojecten

TEO

[% van investering]

20%

Referentieprojecten

Droge koelers

[% van investering]

20%

Referentieprojecten

Geothermie (WTB)

[% van investering]

40%

Referentieprojecten

Afschrijftermijnen Gasketels (op gebouwniveau)

[jaar]

15

Referentieprojecten

WKO

[jaar]

30

Referentieprojecten

Warmtepompen

[jaar]

15

Referentieprojecten

TEO

[jaar]

30

Referentieprojecten

Droge koelers

[jaar]

30

Referentieprojecten

Geothermie (bron)

[jaar]

30

Referentieprojecten

Geothermie (WTB)

[jaar]

15

Referentieprojecten

Onderhoudskosten Gasketels (op gebouwniveau)

[% van investering/jaar]

3,0%

Huidige oplossing + 1%

WKO

[% van investering/jaar]

2,0%

Referentieprojecten

Warmtepompen

[% van investering/jaar]

3,6%

BuCa

TEO

[% van investering/jaar]

6,0%

Referentieprojecten

45

Droge koelers

[% van investering/jaar]

3,0%

Referentieprojecten

Opwekkingsrendement/SCOP Gasketels (op gebouwniveau)

[-]

0,94

BuCa

TEO

[-]

60

Referentieprojecten

Droge koelers

[-]

20

Referentieprojecten

Bronpompen geothermie

[-]

23

Vesta MAIS

Bronpompen WKO

[-]

20

Referentieprojecten

Warmtepompen variant 1A

[-]

3,8

Technische uitgangspunten

Warmtepompen variant 1C

[-]

3,3

Correctie 1A o.b.v. carnotfactor

Warmtepompen variant 2A

[-]

4,5

Correctie 1A o.b.v. carnotfactor

Warmtepompen variant 2B

[-]

3,8

Correctie 1A o.b.v. carnotfactor

Warmtepompen variant 3A

[-]

4,1

Correctie 1A o.b.v. carnotfactor

Thermisch vermogen per cluster (centraal = 1 cluster, decentraal = ca. 4 clusters, lokaal = ca. 15 clusters) Gasketels (op gebouwniveau)

[kWth/gebouw]

145

CO2-berekening

Warmtepompen variant 1A

[kWth/cluster]

8400

Technische uitgangspunten

Warmtepompen variant 1C

[kWth/cluster]

8400

Technische uitgangspunten

Warmtepompen variant 2A

[kWth/cluster]

2455

CO2-berekening

Warmtepompen variant 2B

[kWth/cluster]

4295

CO2-berekening

- waarvan lucht

[kWth/cluster]

2577

CO2-berekening

- waarvan bodem

[kWth/cluster]

1718

CO2-berekening

Warmtepompen variant 3A

[kWth/cluster]

626

CO2-berekening

WKO variant 1C

[kWth/cluster]

5855

CO2-berekening

WKO variant 2B

[kWth/cluster]

2886

CO2-berekening

WKO variant 3A

[kWth/cluster]

449

CO2-berekening

TEO variant 1C

[kWth/cluster]

12950

CO2-berekening

TEO variant 2B

[kWth/cluster]

1199

CO2-berekening

Droge koelers variant 3A

[kWth/cluster]

2758

CO2-berekening

Geothermie 1B

[kWth/cluster]

8400

Technische uitgangspunten

Elektrisch vermogen per cluster (centraal = 1 cluster, decentraal = ca. 4 clusters, lokaal = ca. 15 clusters) Centraal

[kWe/cluster]

7000

Technische uitgangspunten

Decentraal

[kWe/cluster]

1400

Correctie 20% centraal o.b.v. WP

Lokaal

[kWe/cluster]

350

Correctie 5% centraal o.b.v. WP

46

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11912428/1