CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20220937770 07. Bijlage 1.5. Calamiteitenprotocol perceel 1 en perceel 2

commissie Samenleving 27 oktober 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20.10 uur Inkoopprocedure voor de verwerving van de jeugdhulp (BL)1.269 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Calamiteitenprotocol jeugdhulp regio’s IJmond en ZuidKennemerland – Percelen 1 en 2

Gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen en Zandvoort

1

Calamiteitenprotocol Jeugd In deze notitie wordt het proces omtrent het melden van calamiteiten beschreven en de rol van de aangesloten Gemeenten weergegeven. Dit protocol geeft alleen aan – en maakt inzichtelijk - hoe aanbieders dienen te handelen in het geval van een geweldsincident en/of calamiteit, het protocol geeft niet aan hoe gemeenten intern de melding dienen af te handelen.

Calamiteiten en (gewelds)incidenten

1. Calamiteit

Onder een calamiteit in het kader van de Jeugdwet wordt het volgende verstaan: ‘een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de jeugdhulp en die tot een ernstig schadelijk gevolg voor of de dood van een jeugdige of een ouder heeft geleid’ . Een calamiteit omvat kortom de volgende vier elementen:

1.

Het betreft een niet beoogde of onverwachte gebeurtenis;

2.

Het heeft plaatsgevonden bij verlening jeugdhulp of bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering;

3.

Het heeft betrekking op de kwaliteit van de jeugdhulp;

4.

Het heeft geleid tot een ernstig schadelijk gevolg of dood van de jeugdige of zijn ouders/verzorgers.

Calamiteiten zijn onder andere: •

(On)natuurlijke dood van een kind of jongere tot 18 jaar;

•

Ernstige mishandeling of zwaar blijvend lichamelijk letsel van een kind of jongere tot 18 jaar binnen een gezinssituatie waarvoor ingrijpen van buitenaf nodig is gebleken;

•

Ernstige mishandeling of zwaar blijvend lichamelijk letsel van een kind of jongere tot 18 jaar bijvoorbeeld ineen instelling door een medewerker van een instelling (hulpverlener of verzorger) of een andere jeugdige;

•

Geweld (zwaar blijvend lichamelijk letsel) tegen medewerkers van een instelling die met kinderen en jongeren tot 18 jaar en hun ouders werken, door de jongere of de ouder.

Geweldsincidenten Onder geweldsincidenten wordt verstaan geweld bij de verlening van jeugdhulp, de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering: lichamelijk, geestelijk of seksueel geweld jegens een jeugdige of een ouder, of bedreiging daarmee, door iemand die werkzaam is voor de jeugdhulpaanbieder of een gecertificeerde instelling, of door iemand die werkzaam is voor een rechtspersoon die in opdracht van de aanbieder of gecertificeerde instelling jeugdhulp verleent of door een andere jeugdige of ouder met wie de jeugdige of ouder gedurende het etmaal of een dagdeel bij de aanbieder verblijft. Voor meer informatie zie de Leidraad Meldingen Jeugd van de Inspectie voor de Gezondheidszorg en Jeugd.

2

Welke ‘instellingen’ kunnen betrokken zijn bij een calamiteit of (gewelds)incident? Het betreffen de gecontracteerde en/of gesubsidieerde aanbieders die taken uitvoeren in het kader van de Jeugdwet. In de huidige praktijk kunnen de volgende partijen betrokken zijn: •

Gecontracteerde jeugdhulpaanbieders;

•

Gecertificeerde instellingen;

•

Veilig Thuis;

•

Raad voorde Kinderbescherming;

•

Gebiedsteam.

2. Wettelijk kader en melden van een calamiteit/geweldsincident Over het melden en af handelen van een calamiteit heeft de Jeugdwet het volgende vastgelegd:

Artikel 4.1.8 Jeugdwet 1. De Jeugdhulpaanbieder en de gecertificeerde instelling doen aan de ingevolge deze wet met het toezicht belaste ambtenaren onverwijld melding van: a) iedere calamiteit die bij de verlening van jeugdhulp of bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering heeft plaatsgevonden, en; b) geweld

bij

de

verlening

van

jeugdhulp

of

de

uitvoering

van

een

kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering. 2. De Jeugdhulpaanbieder, de jeugdhulpverlener en de gecertificeerde instelling verstrekken bij en naar aanleiding van een melding als bedoeld in het eerste lid aan de ingevolge deze wet met toezicht belaste ambtenaren (van de Inspectie) de gegevens, daaronder begrepen persoonsgegevens,

gegevens

betreffende

de

gezondheid

en

andere

bijzondere

persoonsgegevens, die voor het onderzoeken van de melding noodzakelijk zijn.

In artikel 4.1.8 van de Jeugdwet is opgenomen dat een Jeugdhulpaanbieder, de jeugdhulpverlener en de gecertificeerde instelling bij een calamiteit de met toezicht belaste Jeugd ambtenaren (Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd) informeren. Na ontvangst beoordeelt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd of zij een nader onderzoek instelt. Mocht dat het geval zijn, dan zal de Inspectie de betrokken gemeente informeren over de uitkomsten van dat onderzoek. De gemeente moet zich tijdens dat onderzoek terughoudend opstellen in het zelf verzamelen van informatie, het debatteren over de calamiteit of een mogelijke oplossing voor het voorkomen van gelijksoortige calamiteiten zolang het onderzoek loopt. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd is hierin leidend.

Het is noodzakelijk dat naast melding aan Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd de calamiteit ook aan de betrokken Gemeente gemeld wordt. Deze melding aan de Gemeente geschiedt echter met inachtneming van het beroepsgeheim en met uitsluiting van tot het individu herleidbare persoonsgegevens, in overeenstemming met de AVG. Gegevens die bijvoorbeeld niet met een Gemeente gedeeld mogen worden zijn de naam, adres en BSN-nummer van de jeugdige en informatie over zijn gezondheidstoestand, zoals zijn zorgindicatie. Wel kan een Jeugdhulpaanbieder informatie

3

met de Gemeente delen over de aard en omvang van de calamiteit.

3. Stappenplan In onderstaand stappenplan staat vermeld wat de gemeenten van Jeugdhulpaanbieders verlangt op het moment dat er sprake is van een calamiteit en of geweldsincident. Iedere Gemeente hanteert vervolgens een intern calamiteitenprotocol over hoe de calamiteit of het geweldsincident verder af gehandeld wordt.

Stap 1. Signalering Signaleren van de gebeurtenis en beoordelen of er sprake is van een meldingswaardige calamiteit of geweldsincident (zie hoofdstuk 1).

Stap 2. Interne afweging Jeugdhulpaanbieder Het intern afwegen door de Jeugdhulpaanbieder of er een melding dient te worden gedaan bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd: a.

Indien er op basis van de gebeurtenis geen melding nodig is bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd kan de Jeugdhulpaanbieder het incident verder intern afhandelen (einde stappenplan).

b.

Indien melding op basis van de gebeurtenis bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd moet worden gedaan, dient de Jeugdhulpaanbieder de gebeurtenis binnen 6 weken de gebeurtenis te melden. De inspectie beoordeeld vervolgens of onderzoek noodzakelijk is.

Stap 3. Informeren gemeenten De Jeugdhulpaanbieder meldt het incident tevens (los van stap 2) bij (1) de gemeente waar de gebeurtenis heeft plaatsgevonden, (2) de gemeente die op basis van het woonplaatsbeginsel betrokken is bij de jeugdige en eventueel (indien cliënt niet verblijft in gemeente die op basis van het woonplaatsbeginsel betrokken is) (3) de gemeente waar de jeugdige verblijft. Hierbij rekening houdend met: •

De Jeugdhulpaanbieder overweegt of de melding van de gebeurtenis bij de betreffende gemeenten – gezien de aard van de gebeurtenis - nodig is. In het geval sprake is van media-aandacht, dan wel grote maatschappelijke onrust als gevolg van de Gebeurtenis wordt te allen tijde aan de gemeenten gemeld en dient de melding aan de gemeenten onverwijld te geschieden.

Stap 4. Onderzoek Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd bepaalt of er nader onderzoek nodig is: a.

De Jeugdhulpaanbieder informeert voornoemde gemeenten, via <e-mailadres>, in alle gevallen van een voornemen tot onderzoek van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd;

b.

De Jeugdhulpaanbieder houdt bij het informeren van de gemeenten rekening met de AVG. De gemeenten ontvangen slechts een korte anonieme beschrijving van de gebeurtenis en de stappen die door de Jeugdhulpaanbieder zijn gezet. Indien de Gemeente of gemeenten meer informatie nodig heeft/hebben, wordt hierover contact met de Jeugdhulpaanbieder opgenomen.

c.

De Jeugdhulpaanbieder informeert de gemeenten over het verloop van het onderzoek van de Inspectie

4

Gezondheidszorg en Jeugd.

Stap 5. Rapport Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd a.

De Jeugdhulpaanbieder informeert de gemeenten via <e-mail> dat het rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ontvangen en beschikbaar is.

b.

Naar aanleiding van het rapport en overige signalen kan de Gemeente c.q. kunnen de gemeenten besluiten om in gesprek te gaan met de zorgaanbieder.

Stap 6. Sluiting melding Indien de melding voldoende is afgehandeld en er geen vervolgstappen nodig zijn wordt de melding van de Jeugdhulpaanbieder door de Gemeente en/of gemeenten afgesloten en opgenomen in het dossier van de Jeugdhulpaanbieder.

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12263328/1