CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20220876506 2. Bijlage 1 SPvE Project Pasteur

commissie Ontwikkeling 29 september 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Stedenbouwkundig programma van Eisen Project Pasteur vrijgeven voor inspraak (FR)23.754 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Denk aan flexibel indeelbare plattegronden, het over dimensioneren van de draagstructuur, et cetera. • Het bouwen in hout voor deze opgave serieus overwegen. • Het Grondstoffenplan gemeente Haarlem wordt gebruikt bij de engineering en ontwerp van de openbare ruimte. • Voor de te slopen gebouwen verlangt de gemeente een circulair sloopplan. Wensen ten aanzien van gevelmateriaal • Energie van het transport reduceren door bak- en natuursteen uit nabijgelegen fabrieken en groeves te halen. • Toepassen van baksteen dat 30% hergebruikt materiaal in zich heeft. • Toepassen van baksteen dat minder energie vergt tijdens het productieproces. • Toepassen van demontabel metselwerk; door gebruik te maken van mortel met een chemische samenstelling die er bij demontage eenvoudig af te halen is, of het gebruik maken van stapeltechnieken met pinnen, beugels etc.

• Toepassen van keramische gevelmaterialen die de Nederlandse traditie op een moderne, duurzame wijze doorzetten. 4.11 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN In deze paragraaf worden alleen de milieu- en omgevingsaspecten benoemd die van belang zijn voor de haalbaarheid van de ontwikkeling van Project Pasteur of die waarmee in dit stadium al rekening gehouden moet worden. Het betreffen de volgende aspecten: 1. Windhinder; 2. Bezonning; 3. Natuur (stikstof); 4. Geluid. Van deze milieu- en omgevingsaspecten is het noodzakelijk dat ze meteen al meegenomen worden in het stedenbouwkundig plan en niet pas bij (de voorbereiding van) een bestemmingsplan of omgevingsvergunning worden onderzocht. In het laatste geval is er immers nog maar weinig ruimte om het plan erop aan te passen. De regels in deze paragraaf vloeien voort uit hogere wet- en regelgeving of zijn afkomstig uit gemeentelijk beleid. Regels die gebaseerd zijn op wet- en regelgeving zijn randvoorwaardelijk; hiervan kan niet worden afgeweken, tenzij de wet zelf die mogelijkheid biedt. Vaak bepaalt de wet een ondergrens waaraan minimaal voldaan moet worden. De gemeente kan in sommige gevallen bepalen om boven die ondergrens te gaan zitten of om aanvullende eisen ten opzichte van de wet te stellen.

4.11.1 Windhinder Het bouwen van een gebouw met een bouwhoogte van 15 meter is alleen toegestaan, indien met een windhinderonderzoek wordt aangetoond dat sprake is van een aanvaardbaar windklimaat of wanneer naar het oordeel van burgemeester en wethouders door een windhinderdeskundige in voldoende mate schriftelijk is aangetoond dat nader onderzoek niet noodzakelijk is. Randvoorwaarde • Het windhinderonderzoek moet voldoen aan normstelling NEN 8100:2006. • In afwijking van NEN 8100:2006 hebben burgemeester en wethouders de bevoegdheid gebruik te maken van een aangepaste normstelling voor private buitenruimtes, mits deze normstelling door een windhinderdeskundige is onderbouwd. • Van een aanvaardbaar windklimaat is sprake indien conform de normstelling NEN 8100:2006 voor windhinder het kwaliteitsniveau ‘goed’ of ‘matig’ wordt behaald. • Een ‘slecht’ windklimaat is niet toegestaan. In situaties waar, vanwege specifieke P. 49

locatieomstandigheden, het windhinderklimaat in redelijkheid niet kan worden verbeterd volgens het windhinderonderzoek, hebben burgemeester en wethouders de bevoegdheid van deze eis af te wijken. • Bij windgevaar moet de kwalificatie ‘gevaarlijk’ als bedoeld in de normstelling NEN 8100:2006, te allen tijde worden vermeden. • Burgemeester en wethouders zijn ter voorkoming van onevenredige windhinder en/of windgevaar bevoegd nadere eisen te stellen ten behoeve van het realiseren van te treffen maatregelen en voorzieningen, zoals die uit het windhinder onderzoek naar voren zijn gekomen. • Het windhinderonderzoek bij de aanvraag omgevingsvergunning dient aan te tonen dat voldaan kan worden aan het bepaalde t.a.v. windhinder. 4.11.2 Bezonning Bij bezonning bij ruimtelijke ontwikkelingen gaat het om voldoende zon op de gevel en om schaduwwerking. Nieuwbouw kan schaduw veroorzaken op de openbare ruimte of tuinen van omwonenden. Voorkomen moet worden dat de schaduw te veel toeneemt. Sommige functies hebben juist een goede bezonning nodig, zoals tuinen, terrassen of speelplekken. Er is geen wet- en regelgeving voor bezonning, maar de gemeente Haarlem hanteert de TNO-norm.

TNO kent een ‘lichte’ en een ‘strenge’ norm: • De ‘lichte’ TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam. • De ‘strenge’ TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam. Deze normen worden alleen toegepast op gevels die zon kunnen ontvangen. Noordgevels ontvangen immers -nooit direct zonlicht. Randvoorwaarde • Er wordt een bezonningsstudie verricht op basis van de TNOnormen in relatie tot de bestaande (woon)bebouwing in de omgeving en in relatie tot nieuwe binnenpleinen, pleinen waar veel activiteiten plaatsvinden (speelvoorzieningen). Eisen • Er moet worden voldaan aan minimaal de ‘lichte’ TNO-norm. • Indien niet voldaan kan worden aan de ‘lichte’ TNO-norm, dient gemotiveerd te worden P. 50 SPVE Project Pasteur

waarom de ontwikkeling alsnog aanvaardbaar wordt geacht met inachtneming van de maatschappelijke belangen van de ontwikkeling in relatie tot de negatieve effecten op de omwonenden. NB Bijlage I geeft de bezonningsonderzoek voor Project Pasteur. In paragraaf 3.4.4 wordt de onderbouwing gegeven waarom de uitkomsten van dit onderzoek aanvaardbaar worden geacht voor deze ontwikkeling. 4.11.3 Natuur (stikstof) Wetgeving met betrekking tot de bescherming van de natuur richt zich op twee hoofdthema’s. Het gaat hierbij om de bescherming van natuurgebieden (gebiedsbescherming) en de bescherming van planten diersoorten (soortenbescherming). De randvoorwaarden, eisen en wensen voor de soortenbescherming zijn opgenomen in paragraaf 4.4.3. Randvoorwaarden • Te allen tijde moet worden voldaan aan de zorgplicht als bedoeld in de Wet natuurbescherming. • Om het effect op de Natura 2000-gebieden te beoordelen moet een AERIUSberekening (stikstofdepositieberekening) worden uitgevoerd aan de hand van de meest recent beschikbare AERIUS-calculator, zoals wordt voorgeschreven in de Wet natuurbescherming. • Indien de ontwikkeling leidt tot een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000-gebied moet aangetoond worden op welke wijze voldaan zal worden aan de Wet natuurbescherming (bijvoorbeeld door een ecologisch voortoets met inbegrip van intern salderen).

4.11.4 Geluid De mate waarin wegverkeerslawaai, spoorwegverkeerslawaai en/of industrielawaai het woonmilieu mogen belasten is geregeld in de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer. Deze wet stelt dat in principe de geluidbelasting op de gevel van gevoelige bestemmingen (bijvoorbeeld woningen, scholen of ziekenhuizen) niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Randvoorwaarden • Voor elk gebouw dient een akoestisch onderzoek te worden verricht naar de geluidsbelasting van de weg bij woningen (wegverkeerslawaai). • Indien de voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt overschreden, geldt een maximale ontheffingswaarde van 63 dB op grond van de Wet geluidhinder.

• Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden moet in het kader van het te nemen besluit Hogere waarden door het bevoegd gezag, aangetoond worden dat wordt voldaan aan de Beleidsregel hogere waarden wet geluidhinder (2009) van Haarlem. Eisen • Indien een besluit Hogere waarden is vereist, moet voldaan worden aan de volgende uitgangspunten zoals verwoord in de Beleidsregel hogere waarden wet geluidhinder (2009) van Haarlem: - De woning dient ten minste één geluidsluwe zijde te hebben. Een geluidsluwe zijde is de zijde van een gebouw waar voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde. - Bij een geluidsbelasting hoger dan 48 dB vanwege wegverkeer, moet(en) de buitenruimte(n) die als gebruiksruimte(n) word(en)t gebruikt, aan de geluidsluwe zijde liggen. - Bij een geluidsbelasting hoger dan 53 dB vanwege wegverkeer, moeten verblijfsruimten zoveel mogelijk aan de geluidsluwe zijde liggen. Ook moet tenminste één slaapkamer aan de geluidsluwe zijde liggen. • Voor gebouwen die gesitueerd zijn aan een binnenplein of plein waar veel activiteiten plaatsvinden (speelvoorzieningen) en bij horeca(terrassen), moet in het akoestisch onderzoek aandacht worden besteed aan de invloed van stemgeluid op de woningen.

P. 51

4.12 GROENPARAGRAAF In deze paragraaf worden alle uitgangspunten en kaders eerder omschreven in dit document (2.2, 3.4.5, 3.5, 4.4.2-4.4.6) gebundeld. 4.12.1 huidige groen- en bomenkwaliteit (naar 2.2) Boerhaavewijk is een relatief groene wijk met een aantal hoofdboomstructuren. Deze hoofdstructuren liggen vooral op doorgaande routes zoals de Amerikaweg, de Floris van Adrichemlaan, Boerhaavelaan, Professor Eijkmanstraat en de Louis Pasteurstraat. Veel bomen zijn net als de wijk zo’n 50 jaar oud en beeldbepalend voor de uitstraling van de wijk. Bewoners geven aan prettig in de wijk te wonen vanwege de hoeveelheid groen in en om de wijk. Het aanwezige groen is enigszins versnipperd en ligt vooral tussen de bebouwing en langs de Floris van Adrichemlaan. De kwaliteit van het openbare groen is vaak goed, maar de gebruiksfunctie is niet optimaal. Het is niet overal goed toegankelijk. Dat geldt vooral voor het noordelijke deel en de randen van de wijk. Vaak zijn het achterkanten van bebouwing en plinten met bergingen die het gebruik van het groen bemoeilijken. Dit geld ook voor de projectlocatie. Het binnengebied is prachtig groen maar heeft, mede door de vele gesloten en ‘dode’ plinten geringe verblijfskwaliteit. 4.12.2 bomen (naar 3.4.5) Bouw woningen versus behoud bomen Bij de transformatie van Project Pasteur is groen in de openbare ruimte een belangrijk aandachtspunt.

Hierbij gaan wij uit van het zoveel mogelijk behouden van bomen en zeker waardevolle bomen. Voor de nieuwe stedenbouwkundige opzet, de verdichtingsopgave, de bouw van meer woningen en voorzieningen op een beperkte ruimte ontkomen wij er echter niet aan om bomen te moeten kappen of verplaatsen. Ook voor de aanleg van de gracht zullen bomen moeten wijken maar dit valt buiten het projectgebied. De te kappen of te verplaatsen bomen voor de aanleg van de gracht zijn daarom niet meegenomen in dit SPvE. Mede aan de hand van een bomeninventarisatie (zie bijlage II) is er een zorgvuldige afweging gemaakt welke bomen behouden moeten blijven en welke worden gekapt. Te behouden en te kappen bomen De 10 bomen aan de noordkant langs het middenpad (conditie redelijk) worden behouden. Deze gaan in belangrijke mate het karakter en de verblijfskwaliteit van het groen in het plan bepalen.

P. 52 SPVE Project Pasteur

24 bomen kunnen niet behouden worden op hun huidige plaats. Hieraan ligt de volgende afweging ten grondslag: • 22 van 50 de bomen, kunnen niet behouden blijven op hun huidige plaats vanwege de benodigde ruimte voor de nieuwe woongebouwen. Van deze 22 bomen staan er 9 op grond in eigendom van de gemeente. 2 van deze 9 bomen zijn verplaatsbaar, 2 van deze te kappen bomen op gemeente grond zijn ouder dan 50 jaar. • Daarnaast kan het nog een overweging zijn ten behoeve van een goede verdeling van het groen over de Pasteurstraat twee bomen met een matige kwaliteit en korte levensverwachting te kappen, ook 1 van deze te kappen bomen op gemeente grond ouder is dan 50 jaar. Aan te planten bomen Gezien de beperkte ruimte op het perceel is het niet haalbaar alle 20 (of 22) te kappen bomen te compenseren door de aanplant van nieuwe bomen. Wel komt er ruimte voor nieuwe bomen in het plan, aan de nieuwe doorsteek door het binnengebied. Ook zal bij herinrichting van de parkeerstoken rondom gekeken worden naar plekken waar bomen kunnen worden toegevoegd. Daarnaast wordt naar een andere passende manier om het verlies aan groen te compenseren gezocht met bijvoorbeeld andere watervasthoudende beplanting. Het streven is 11 nieuwe bomen te plaatsen mits dit binnen alle randvoorwaarden haalbaar is.

4.12.3 groenparagraaf (naar 3.5) 4.12.3.1 Inleiding In 4.12.2 is de afweging beschreven tussen behoud van bomen enerzijds en de realisatie van nieuwe woningen anderzijds. In deze groenparagraaf wordt, gezien de beoogde transformatie, de vraag gesteld: wat is de huidige groenkwaliteit en wat is de beoogde nieuwe groenkwaliteit op de locatie. Hiertoe is allereerst het huidige groen geïnventariseerd en opgemeten. De aanwezige bomen zijn beoordeeld op beeldkwaliteit en onderzocht op conditie en levensverwachting in een Boominventarisatie of Boom Effect Rapportage (Groenadvies Amsterdam bv, 9 september 2020). Daarnaast wordt een doorkijk gegeven van de nieuwe beoogde groenkwaliteit in Project Pasteur. Ten derde wordt kort ingegaan op de kaders die de gemeente stelt aan het nieuwe groen (in H4) om deze kwaliteit ook te verkrijgen. De ontwikkelende partij zal dit in een ontwerp voor de openbare ruimte inzichtelijk maken. 4.12.3.2 Beschrijving bestaande groensituatie In de huidige situatie is de locatie voor een groot deel groen tussen de bebouwing en aan de zuidrand aan de Floris van Adrichemlaan. De randen van de locatie bestaan uit parkeerplaatsen en stoepen en is de openbare ruimte voornamelijk ingericht met asfalt en

betontegels. Tussen de parkeerplekken staan enkele bomen en langs de lange gevel van het blok aan de westzijde liggen op sommige plekken geveltuinen in het straatprofiel. Het binnengebied, tussen de blokken en op sommige plekken ook grenzend aan de straten is heel groen met grasvlakken, hagen en heesters rondom de blokken en hagen rondom de privé buitenruimtes van de woningen en bomen in volle grond. Het groene/ onverharde deel, grasvlakken, heesters/ hagen en boomspiegels, op het huidige perceel beslaat 4350m² (gemeten totaan nieuw aan te leggen gracht) en bedraagt ca. 37% van het totaal oppervlak. Achter groene hagen ligt in dit binnengebied nog ca. 480m2 privé buitenruimte grenzend aan de woningen. Langs het pad in het binnengebeid staan 8 grote Hollandse iepen. Aanwezig zijn verder gewone esdoors, Hongaarse eiken, trompetbomen, zomereiken, westerse levensboom, Huntington iepen, watercipressen, meelbessen, meidoorns, elsen en een vlier. De Bestaande groenkwaliteit is beschouwd. Bomen aan de Louis Pasteurstraat maken deel uit van een laanbeplanting. 4.12.3.3 Inventarisatie bomen: status, conditie, toekomstwaarde De huidige bomen in Project Pasteur zijn beoordeeld op kwaliteit en levensverachting in in een Boorminvertarisatie (Groenadvies Amsterdam bv, 9 september 2020, Bijlage I).

In het plangebied staan in de huidige situatie 50 bomen, waarvan 26 op grond nu in het bezit van de gemeente. Geen van deze bomen heeft een status (Open Data op de kaart Gemeente Haarlem) wel zijn 7 van deze bomen ouder dan 50 jaar. Van de 26 bomen op gemeente grond zijn er 20 redelijk, 5 matig en is er 1 slecht. Alle andere bomen zijn allemaal redelijk. De bomen met een matige conditie liggen langs de Louis Pasteurstraat, betreffen twee Huntington Essen aan de noordrand, een watercipres en twee gewone esdoorns. De boom met een slechte conditie ligt aan het middenpad en betreft een meidoorn. De toekomstverwachting van het grootste deel van de bestaande bomen (21 van de 26 en 19 van de 24) is redelijk. Dit houdt in dat de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom enigszins zijn verminderd maar dat er binnen een termijn van 10 jaar geen problemen te verwachten zijn. De matige of slechte toekomstverwachting betreft de meelbessen (op eigen terrein) en meidoorn net ten Noorden van Zoed. 4.12.3.4 Inventarisatie waardevolle bomen De bomen aan weerszijden van het pad, 8 grote Hollandse iepen, in het binnengebied zijn waardevol voor het karakter van de binnengebied. Iets noordelijker staan nog twee

grote moseiken. De zomereiken aan de westkant van de Roordastraat geven deze straat aan weerszijden een groen karakter. Aan de noordrand staan drie Huntington iepen, waarvan de middelste volgroeid en in redelijke conditie, de twee andere hebben een matige conditie. 4.12.3.5 Conclusies bestaand • Het huidige Project Pasteur is langs de randen deels zeer verhard, op sommige plekken aan de randen is wel nog redelijk wat groen, het binnengebied heeft een heel groen kwaliteit. • De kwaliteit van het huidige groen is met name te vinden in het binnengebied met een aantal prachtig volgroeide bomen. Ook de aanwezige bomen in het straatprofiel brengen groen kwaliteit in deze veelal stenige ruimte. De kwaliteit van deze bomen in wel wisselend. • Er staan 50 bomen in het plangebied waarvan er 7 van de 26 op gemeentegrond ouder dan 50 jaar zijn en daarom gemeentelijk waardevol. • De meeste bestaande bomen (50) hebben een redelijke of goede conditie en 40 van de 50 bomen hebben een redelijke toekomstverwachting (10 jaar of meer). 4.12.3.6 Nieuwe groenkwaliteit In het plan is er speciale aandacht voor routes en verblijfsplekken. In het nieuwe plan zal flink verdicht worden. Het is daarom belangrijk om de openbare ruimte die in deze nieuwe opzet ontstaat een zo hoog mogelijke verblijfskwaliteit te geven. Dit wordt bereikt door de bestaande kwaliteiten optimaal te benutten.

De binnentuin behoudt zijn openbare karakter, tuinen krijgen een lage groen afscheiding. Fraaie groene plekken en wandelstroken met een hoge verblijfskwaliteit lopen door het binnengebied. De verpoos- en speelplekken hierlangs zijn bereikbaar voor iedereen. Door logisch aan te sluiten op routes vanuit de aangrenzende blokken ontstaan zo prettige en veilige groene wandelroutes met veel beplanting en bomen. Het verbinden van groene ruimtes is ook goed voor flora en fauna. Noord-Zuid de bestaande wandelroute met de prachtige moseiken en Hollandse iepen, Oost-west de nieuwe route door het plangebied een verbinding welke dan doorloopt tot aan de Amerikavaart en het Willem Os park. Op de kop aan de gracht langs de Floris van Adrichemlaan wordt een verblijfsplein gemaakt met veel groen en fraaie bomen waar het goed toeven is in de zon. Op het kruispunt van de groene routes is ook een logische aanleiding voor een grotere verblijfsruimte.

P. 53

4.12.3.7 Eisen in het SPVE Om het bovenstaande te verwezenlijken worden er in dit SPVE de nodige eisen gesteld aan het plan. In 4.12.4 worden de inrichtingseisen voor groen gegeven. Denk bijvoorbeeld aan de eisen om nieuwe bomen en beplanting een zo groot mogelijke kans van slagen te geven, boven- en ondergronds, en om zo groot mogelijke ecologische waarden te behalen. In het Schetsontwerp Openbare Ruimte dat verplicht zal worden gesteld in het Stedenbouwkundig Plan zal moeten worden aangetoond of en hoe aan deze eisen wordt voldaan. In 4.12.5 worden de eisen gesteld die de gemeente stelt aan de groenparagraaf die verplicht zal worden gesteld in het Stedenbouwkundig Plan. 4.12.4 randvoorwaarden SP (naar 4.4.2-4.4.5) 4.12.4.1 Bestaande bomen Randvoorwaarden • De waardevolle bomen die gehandhaafd dienen te worden (zie paragraaf 3.4.8) worden in beginsel gehandhaafd op de bestaande locatie. De standplaats van de bestaande bomen mag niet verslechteren. Zowel bovengrondse als ondergrondse groeiruimte wordt behouden. Hier wordt onder andere rekening mee gehouden bij nieuwbouw of het plaatsen van ondergrondse containers. • Op basis van de Bomen Effect Analyse (zie bijlage II) wordt onderbouwd op wat voor manier er wordt gezorgd dat bestaande bomen zo min mogelijk hinder ondervinden van de plannen en hoe de waarden van het groen worden verbeterd.

• Er wordt een ecologisch onderzoek (Quickscan en eventueel een aanvullend specifiek soortenonderzoek) uitgevoerd om de effecten van te slopen bebouwing en te verwijderen groen op eventuele beschermde flora en fauna te onderzoeken. Eisen • Bestaande beheerkaart: beheerniveau Schalkwijk is B (BBOR). • De bestaande waardevolle bomen die worden behouden, worden een logisch onderdeel van en zijn medebepalend voor de proporties van te vormen ruimtes en plekken. • Bestaande groene plekken aan de randen worden zoveel mogelijk behouden. • Bij planvorming een ruimtereservering in acht nemen voor het behouden en versterken van bestaande waardevolle en monumentale bomen, boomstructuren, groengebieden met (ecologische) waarde. Te behouden bomen: Bestaande wortelruimte conform kroonprojectie blijft onaangetast. Zie ook 4.6. • Een Boom Effect Rapportage wijst uit welke bestaande bomen in principe behouden blijven: Bij >15 jaar of 10-15 jaar: behoud. Bij 5-10 jaar: bekijk de situatie. Bij <5 jaar: niet behouden. P. 54 SPVE Project Pasteur

4.12.4.2 Groenkwaliteit en ecologie Eisen • De planvorming leidt tot een vergroting van de biodiversiteit en de ecologische waarde neemt toe. Door een biodiverse inheemse soortenkeuze ontstaat een openbare ruimte die interessant is voor e mens en vogels, bijen en vlinders. De vergroening maakt de stad ecologisch interessant en klimaat-robuust. Inheems/oorspronkelijk genoom geldt zeker ook voor lage beplanting (kruidenlaag). Werk met gebiedseigen soorten, autochtoon materiaal (en ook zonder gif gekweekt). • Soortendiversiteit: inheems en oorspronkelijk genoom voor bomen en struiken. Het stedelijk gebied bevat ten minste 50% inheemse soorten (met oorspronkelijk genoom). • Toevoegen groene speelplekken. 4.12.4.3 Nieuwe bomen Eisen • De minimale plantafstand voor nieuwe bomen ten opzichte van een watergang is in verband met het onderhoud van de oever in beginsel 4 meter. Dit is afhankelijk van de situatie, zoals talud breedte.

• Bovengrondse standplaatseisen voor bomen: - Boom 1e grootte (= > 15 meter hoog en 10 meter breed), plantafstand minimaal 5 meter uit de gevel, streefafstand 6 meter; - Boom 2e grootte (= 8 tot 15 meter hoog en 7,5 meter breed), plantafstand minimaal 4 meter uit de gevel, streefafstand 5 meter; - Boom 3e grootte (=<8 m en 5 meter breed), plantafstand minimaal 3 meter uit de gevel streefafstand 4 meter; - Deze plant-strook heeft bij voorkeur een groen invulling, bijvoorbeeld gras of heesters. Indien verharding wordt toegepast, dan moet dit een vocht- en luchtdoorlatende verharding zijn die niet zwaar belast wordt. • De boomspiegel (de zwarte grond rond de stam) moet een minimale maat hebben van 1,80 bij 1,80 meter (zie HIOR). 4.12.4.4 Principeprofielen, type straten, ruimtes en plekken Randvoorwaarde • Louis Pasteurstraat is in de profieltypen van de inrichting van de openbare ruimte benoemd als profiel A, wijkontsluiting. • Louis Pasteurstraat maakt onderdeel uit van de hoofdbomenstructuur op wijkniveau. Op wijkniveau bestaat de bomenstructuur uit grote en middelgrote bomen. Bomen hebben voldoende ondergrondse ruimte. De ondergrondse ruimte die bomen nodig hebben is in principe even groot als het kroonvolume. De wens is dat in elke straat zicht is op minimaal één boom. Voor bomen in de wijk kiest Haarlem voor kwaliteit in plaats van

kwantiteit. Liever wat minder maar wel gezonde bomen dan veel bomen van slechte kwaliteit. • Afgekoppeld hemelwater wordt geborgen op straat en vertraagd afgevoerd op het boezemsysteem. Bergingscapaciteit van de profielen is tenminste 90 mm zonder dat er water de gebouwen inloopt. 4.12.5 randvoorwaarden groenparagraaf SP (naar 4.5) Deze paragraaf geeft aan waar een groenparagraaf, gekoppeld aan het stedenbouwkundig plan op in dient te gaan. In paragraaf 2.2 is beschreven wat de huidige groen- en bomenkwaliteit is (mede op basis van de gemaakte Bomen Effect Analyse, zie bijlage II). In paragraaf 3.4.5 is de stedenbouwkundige afweging omschreven tussen behoud van bestaande (deels gemeentelijk waardevolle) bomen en het inpassen van nieuwe woongebouwen. Randvoorwaarden • De ontwikkelende partijen stellen een groenparagraaf op. Deze wordt gekoppeld aan het stedenbouwkundig plan en het maaiveldontwerp en moet voldoen aan de in dit SPvE gestelde randvoorwaarden en eisen. Hierbij wordt de bestaande en de nieuwe situatie tegen elkaar afgewogen en wordt de nieuwe situatie onderbouwd. Dit betreft: - groenoppervlakte (onverhard terrein bestaand en nieuwe), - bomen (bestaande bomen, bestaande waardevolle bomen, nieuwe bomen), - ecologische waarden (bestaand en nieuw), - beeldkwaliteit van het groen (bestaand en nieuwe).

Eisen • Voor bomen met dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 15 centimeter (omtrek 50 cm) op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld geldt een vergunningplicht.

< 1 jaar te leven 1 - 5 jaar te leven 5 - 10 jaar te leven > 10 jaar te leven Boom verplaatsen Boom verwijderen Extra waardevolle boom Boom heeft extra aandacht nodig Zoekgebied Boom oudernieuw dan 50groen jaar Boom mogelijk te verwijderen, gezien de kwaliteit Grondeigendom Elan wonen Plangebied

Bestaande bomen in relatie tot het voorstel: 22 bomen verdwijnen voor bouwvelden, (waarvan 9 tegen het einde van de levensduur), mogelijk verdwijnen nog 2 bomen langs de straat (waarvan 1 tegen het einde van de levensduur), 2 bomen kunnen worden verplaatst er verdwijnen 2 bomen >50 jaar), en mogelijk nog 1 extra (van matige kwaliteit)

P. 55

STROOMBAAN STROOMBAAN

STROOMBAAN

ca. 16 bomen verdwijnen voor de gracht, ca. 4 bomen kunnen hiervan worden verplaatst

05. KADERS BEELDKWALITEIT GEBOUWEN 5.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de kaders voor de beeldkwaliteitsaspecten voor de gebouwen gegeven. In de ontwerpfase worden deze kaders uitgewerkt tot een beeldkwaliteitsplan (BKP) dat gekoppeld wordt aan het Stedenbouwkundig plan (SP) voor Project Pasteur. Doel van dit BKP is het borgen van beeldkwaliteit en eenheid & samenhang tussen de verschillende gebouwen en de omgeving. 5.2 ARCHITECTUURSTIJL In vormgeving zal de nieuwe bebouwing op een eigentijdse aansluiting zoeken bij het karakter van de wederopbouw architectuur in de directe omgeving. De drie woonblokken krijgen samenhang in de architectonische en stedenbouwkundige uitwerking. De woonblokken zijn eenduidige volumes met platte daken. Blok A is vijf lagen, blok B drie lagen en blok C vier lagen. Dakopbouwen zoals liftuitlopen, installaties, worden zeer zorgvuldig geplaatst en ontworpen. Met horizontale banden, glasvlakken, tegelvlakken of andere karakteristieken wordt in beeldtaal aansluiting gezocht bij de stijlkenmerken van de Wederopbouwarchitectuur. In meerdere opzichten wijken de nieuwe blokken duidelijk af van hun voorgangers uit de wederopbouwperiode: in de nieuwe blokken komen geen blinde kopgevels en gesloten plinten. De blokken worden alzijdig en krijgen ramen rondom.

En ook zeer belangrijk; de materialisatie en detaillering wordt van een veel hogere architectonische en technische kwaliteit. In een van de blokken komt een woonwinkel en een kantoor, De architectuur van deze functies is familie van de architectuur van de woningen. De enige gevel waar een eigen signatuur gemaakt mag worden is aan de kopgevel van blok B aan de Floris van Adrichemlaan. 5.3 MATERIAAL, PLASTIEK EN TEXTUUR VAN DE GEVELS Alle blokken worden in hetzelfde materiaal uitgevoerd. Baksteen ligt hier voor de hand maar is geen harde eis. Als voorbeeld van een gemotiveerde afwijking hiervan zou circulariteit en duurzaamheid kunnen zijn. Belangrijk is wel dat het materiaal in kleur en toon aansluit bij de blokken in de directe omgeving (licht en warm). De bouwblokken krijgen een eenduidige kleurstelling zonder opdeling in kleinere verticale eenheden. Tussen de blokken onderling kan een kleine kleurnuance worden aangebracht maar de blokken dienen wel ‘familie’ van elkaar te zijn. De toe te passen materialen, kleuren en detaillering dient de tand des tijds goed P. 56 SPVE Project Pasteur

te doorstaan zodat gebouwen ook lang nadat ze zijn opgeleverd er nog mooi uitzien. Materialen die dit niet in zich hebben, worden vermeden of met de grootste zorgvuldigheid gedetailleerd en afgewerkt. Bij het detailleren van de gevel is er aandacht voor plastiek en textuur. Dit zorgt voor schaduwwerking en daarmee voor geleding en differentiatie. 5.4 RAMEN, BALKONS EN LOGGIA’S Buitenruimtes op de verdiepingen kunnen zowel uitgevoerd worden als aangehangen balkons, als inpandige loggia’s of iets er tussenin. Per gevel wordt een oplossing gekozen met een eenduidig ritme en herhaling. Vormgeving, materiaal- en kleurgebruik van de balkons inclusief balustraden is passend bij het beoogde architectonische beeld. Buitenruimtes op de begane grond worden meegenomen in de architectuur van het blok, of in het ontwerp van het groen. 5.5 PLINTEN Plinten krijgen een zo transparante mogelijke uitstraling zonder dat de gebouwen gaan zweven. De gebouwen staan duidelijk op de grond. Bergingen op de begane grond zijn nooit over grote lengtes dominant in het gevelbeeld. Deze worden strategisch afgewisseld met een woonprogramma of een collectieve entree. 5.6 HOOFDENTREES APPARTEMENTEN Hoofdentrees van appartementen worden open en transparant vormgegeven. Entrees worden zo veel mogelijk gespreid over de straten.

De entrees zijn duidelijk herkenbaar, ruim van opzet, overzichtelijk, veilig en goed verlicht. Postbussen en belpanelen worden mee-ontworpen in het entree-ontwerp en worden zo ontworpen dat ze niet een dood stuk plint vormen. 5.7 HWA’S EN INSTALLATIES IN DE PLINTEN EN OP DE DAKEN Noodzakelijke technische voorzieningen in plinten en op daken zijn niet of hoogstens van zeer grote afstand zichtbaar vanaf de openbare ruimte. Hemelwaterafvoeren zijn integraal onderdeel van de architectonische uitwerking (geen pvc op de gevel, ingekast in het metselwerk met aansluitende kleurstelling, etc.). Ruimten voor bijvoorbeeld trafo’s en andere installaties op de begane grond worden mee-ontworpen in de gevel, inclusief de toegangsdeuren. Doel is het zo veel mogelijk beperken van de negatieve impact op het gevelbeeld. Installaties op het dak worden door een verhoogde dakrand aan het zicht onttrokken of worden verwerkt in de architectonische signatuur van het gebouw (bijvoorbeeld lift-opbouwen). Eventuele klimaat- en glazenwasinstallaties worden op niet zicht-locaties opgesteld en mee-ontworpen. Ook Pv-panelen op daken zijn niet zichtbaar vanaf de openbare ruimte.

5.8 GROEN OP, AAN EN ROND DE GEBOUWEN Deze paragraaf geeft de beeldkwaliteitsaspecten die gekoppeld zijn aan de ambities om klimaatbestendig en natuurinclusief te ontwerpen. Concreet dienen de volgende aspecten verder uitgewerkt te worden in het BKP: Erfafscheidingen bij woningen op de begane grond krijgen een zo groen mogelijk uitstraling, bijvoorbeeld door toepassing van een haag of lage tuinmuur met geïntegreerde bloembakken. Nestkasten en rustplekken voor vogels, vleermuizen, solitaire bijen en vlinders worden op een zodanige manier in de gevelontwerpen geïntegreerd dat het een verrijking van de plastiek en textuur van de gevels oplevert. Als wens willen we het stimuleren van groen op balkons meegeven. Dit vergroot niet alleen het groene beeld, maar heeft ook een gunstig effect op verkoeling, individuele expressie en geborgenheid. 5.9 OVERGANGSZONE PRIVÉ-OPENBAAR Aandacht wordt besteed aan de zorgvuldige vormgeving en materialisatie van de verschillende overgangszones tussen de gebouwen en de openbare ruimte. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen overgangszones tussen wonen en de openbare ruimte van de stoep/straat en de openbare ruimte van stoep/groenzone. Afspraken worden vastgelegd in het BKP en verwerkt in het ontwerp openbare ruimte.

5.10 RECLAMEBELEID Gevels en omgeving worden niet door reclame-uitingen (corporatienaam en namen van gebouwen) gedomineerd; ze zijn ondergeschikt en geïntegreerd in de architectuur van de gebouwen. Plakkaten tegen gevels zijn niet toegestaan. Vorm, kleur en afmeting moet passen bij het uiterlijk van het gebouw en niet ontsierend zijn in het straat- of pleinbeeld. Reclame-uitingen mogen alleen geplaatst in ‘reclamezones’ die in de puien mee ontworpen zijn en als zodanig zichtbaar zijn.

P. 57

BIJLAGEN: HOOFDSTUK

P. 58 SPVE Project Pasteur

BIJLAGE 1: BEZONNINGSONDERZOEK

P. 59

I. BEZONNING

BIJLAGE

21 juni 8:00 correctie zomertijd 21 juni 7:00

21 juni 10:00 correctie zomertijd 21 juni 9:00

21 juni 12:00 correctie zomertijd 21 juni 11:00

21 juni 16:00 correctie zomertijd 21 juni 15:00

21 juni 18:00 correctie zomertijd 21 juni 17:00

21 september/maart 8:00 correctie zomertijd 21 september 7:00

21 september/maart 10:00 correctie zomertijd 21 september 9:00

21 september/maart 12:00 correctie zomertijd 21 september 11:00

21 september/maart 16:00 correctie zomertijd 21 september 15:00

21 september/maart 18:00 correctie zomertijd 21 september 17:00

21 december 8:00

21 december 10:00

21 december 12:00

21 december 16:00

21 december 18:00

Bezonning bestaande situatie P. 60 SPVE Project Pasteur

21 juni 8:00 correctie zomertijd 21 juni 7:00

21 juni 10:00 correctie zomertijd 21 juni 9:00

21 juni 12:00 correctie zomertijd 21 juni 11:00

21 juni 16:00 correctie zomertijd 21 juni 15:00

21 juni 18:00 correctie zomertijd 21 juni 17:00

21 september/maart 8:00 correctie zomertijd 21 september 7:00

21 september/maart 10:00 correctie zomertijd 21 september 9:00

21 september/maart 12:00 correctie zomertijd 21 september 11:00

21 september/maart 16:00 correctie zomertijd 21 september 15:00

21 september/maart 18:00 correctie zomertijd 21 september 17:00

21 december 8:00

21 december 10:00

21 december 12:00

21 december 16:00

21 december 18:00

Bezonning nieuwe situatie P. 61

4u 35min

19 februari 09.10 (start zon)

19 februari 10.25 (einde zon)

19 februari 13.30 (start zon)

19 februari 16.50 (einde zon)

4u 25min

21 oktober 08.45 (start zon)

21 oktober 09.55 (einde zon)

Bezonning bestaande situatie voor nieuwbouw St Joris aan noordzijde Pasteurstraat P. 62 SPVE Project Pasteur

21 oktober 13.00 (start zon)

21 oktober 16.25 (einde zon)

3u 20min

19 februari 13.30 (start zon)

19 februari 16.50 (einde zon)

4 uur

21 oktober 13.00 (start zon)

21 oktober 16.20 (einde zon)

21 oktober 16.45 (start zon)

21 oktober 17.25 (einde zon)

Bezonning nieuwe situatie voor nieuwbouw St Joris aan noordzijde Pasteurstraat P. 63

6u 5min

19 februari 12.00 (start zon)

19 februari 14.00 (einde zon)

19 februari 16.10 (start zon)

19 februari 17.50 (einde zon)

5u 50min

21 oktober 08.55 (start zon)

21 oktober 13.30 (einde zon)

21 oktober 15.40 (start zon)

21 oktober 16.55 (einde zon) februari: 5 uur oktober: 5 uur

19 februari 10.50 (start zon)

19 februari 15.50 (einde zon)

21 oktober 10.50 (start zon)

Bezonning bestaande situatie voor kop Westermanstraat (nr. 48) en noordzijde Pasteurstraat (237 t/m 265) P. 64 SPVE Project Pasteur

21 oktober 15.50 (einde zon)

19 februari 12.00 (start zon)

19 februari 13.00 (einde zon)

19 februari 16.10 (start zon)

19 februari 16.55 (einde zon)

19 februari 17.40 - 17.50 februari: 1 u 55 min oktober: 1 u 50 min

21 oktober 12.00 (start zon)

21 oktober 13.00 (einde zon)

21 oktober 16.05 (start zon)

21 oktober 16.55 (einde zon)

NB: Hier is alleen de zon op de kopgevel gemeten, er valt ook zon op de voor- en achtergevel deze is hierin alleen nog niet meegenomen. Het totaal zal dan wel hoger dan twee uur uitvallen. februari: 3 u 25 min oktober: 3 u 45 min

19 februari 11.50 (start zon)

19 februari 15.15 (einde zon)

21 oktober 11.30 (start zon)

21 oktober 15.15 (einde zon)

Bezonning nieuwe situatie voor kop Westermanstraat (nr. 48) en noordzijde Pasteurstraat (237 t/m 265) P. 65

HOOFDSTUK Conclusie bezonning Het effect van de voorgesteld nieuwbouw is gering. De figuren laten zien dat op de meest kritische datum voor de beoordeling van de lichte TNO-nrom (19 februari) er wel invloed is van de nieuwbouw op de omringende woningen te verwachten is maar dat deze in de meeste gevallen gering is. Lokaal is de afname van de mogelijke bezonningsduur op de zijgevel van één van de woningen aan de Pasteurstraat weliswaar bijna 4 uur, maar er valt voor en na die tijd ook nog zon op de achter- en voorgevel en ook op de zijgevel maar niet meer volledig. Gemeten is wanneer er helemaal geen schaduw op de gevel valt, de periode dat er op een deel van de gevel zon valt is dus langer. De afname vindt plaats in de ochtend, waarbij de zon zeer schuin op de gevels staat. Er kan dan ook geconcludeerd worden dat de effecten van de nieuwbouw op de bezonning van de omringende woningen beperkt is en dat ook in de nieuwe bebouwingssituatie er voldaan wordt aan de bezonningseisen van de lichte TNO-norm.

P. 66 SPVE Project Pasteur

BIJLAGE 2: BOMEN EFFECT ANALYSE /BOOMINVENTARISATIE

P. 67

P. 68 SPVE Project Pasteur

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12265006/1