CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20220876506 2. Bijlage 1 SPvE Project Pasteur

commissie Ontwikkeling 29 september 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Stedenbouwkundig programma van Eisen Project Pasteur vrijgeven voor inspraak (FR)23.754 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

PROJECT PROJECT PASTEUR PASTEUR

SPvE Project Pasteur

01. Boerhaavewijk Noord, Haarlem

HOOFDSTUK

JULI 2022

JULI 2022

P. 1

COLOFON Aan dit stedenbouwkundig programma van eisen hebben o.a. meegewerkt: Gemeente Haarlem - Simon Bukman - Willemijn Enders - Nanno Brink - Maaike Silman - Martine de Graaf - Ingrid Boelens - Fred van ‘t Woud - Sjoerd Andela Elan Wonen - Marieke Heilbron - Jeroen Wessel - John Weijers Faro Archtecten - Jurgen van der Ploeg - Robert Adema - Yannick Warmerdam - Esmoreit Kempkes - Dana Ibrahim - Demi van Diest Hosper landschaparchitectuur en stedenbouw - Hilke Floris Bij de totstandkoming is overleg gevoerd met de volgende partijen: - ARK - wijkraad, omwonenden

versie update 1: 30/08/2022 P. 2 SPVE Project Pasteur

INHOUDSOPGAVE 01.

INLEIDING PROJECT PASTEUR P.

04

02.

ANALYSE EN BELEID P.

08

03.

VISIE EN RUIMTELIJK CONCEPT P.

20

04.

SPELREGELS, RANDVOORWAARDEN, EISEN EN WENSEN P.

26

GROENPARAGRAAF P.

52

KADERS BEELDKWALITEIT GEBOUWEN P.

56

BIJLAGEN P.

58

05.

- BEZONNINGSONDERZOEK - BOMEN EFFECT RAPPORTAGE / BOOMINVENTARISATIE

P. 3

01. INLEIDING 1.1 INTRODUCTIE EN LEESWIJZER Project Pasteurstraat vormt het sluitstuk van de vernieuwing van de Boerhaavewijk. In verschillende fases heeft Elan Wonen haar bezit in deze wijk aangepakt, waardoor er nu een meer leefbare en afwisselende wijk is ontstaan. Het voorliggend Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) richt zich op de vervanging van 84 verouderde sociale huur woningen voor circa 150 woningen, 1.400 m² BVO kantoor voor Elan wonen en 200m² BVO woonwinkel. Ook wordt de aangrenzende openbare ruimte vernieuwd. Kern van dit document zijn de gemeentelijke randvoorwaarden, eisen en wensen waaraan de nieuwe gebouwen en de openbare ruimte van Project Pasteur moeten voldoen. Dit SPvE dient daarmee als toetsingskader voor het stedenbouwkundig plan (SP) dat door de ontwikkelende partijen wordt opgesteld. Leeswijzer Dit SPvE bestaat uit vijf hoofdstukken en een aantal bijlagen. Het eerste hoofdstuk geeft inzicht in de huidige status van de transformatie, het doel van dit SPvE en het verdere proces richting realisatie. Vervolgens bevat hoofdstuk twee een beknopte analyse van de projectlocatie, de geldende beleidskaders en de ambities van de gemeente en stakeholders. In hoofdstuk drie wordt dit vertaald naar een (ruimtelijke) visie op de locatie en de ontwikkeling.

Hoofdstuk vier geeft de randvoorwaarden, eisen en wensen aan die van toepassing zijn op de ontwikkeling. Hoofdstuk vijf bevat de kaders voor de beeldkwaliteit van de gebouwen. De bijlagen betreffen onderzoeken naar bezonning en de bomen in het plangebied. 1.2 ACHTERGROND EN STATUS TRANSFORMATIE In opdracht van Elan Wonen en de gemeente Haarlem is FARO architectuur/stedenbouw/ research gevraagd om in een experimenteel proces op een snelle en effectieve manier te komen tot een gedragen SPvE en SP voor de herontwikkeling van het woonveld tussen de Louis Pasteurstraat, de Roordastraat en de Floris van Adrichemlaan. Na een aantal Stedenbouwkundig Werkateliers waar alle belangrijke stakeholders en vakspecialisten van de gemeente aan meewerkten is Project Pasteur tot stand gekomen. De belangrijkste aanleiding is de vervanging van verouderd bezit in de Boerhaavewijk van Elan Wonen. Het gaat om een locatie tussen de Roordastraat en de Pasteurstraat. Elan Wonen heeft hier in 3 gebouwen 84 portieketagewoningen. Doel van deze transformatie is naast een verdichtingsslag en een vernieuwing van de gebouwen, een meer gedifferentieerd woningaanbod te realiseren. Tegelijkertijd is het P. 4 SPVE Project Pasteur

een aanleiding een levendiger overgang van openbaar naar privé te maken en een positieve bijdrage aan de kwaliteit van de directe woonomgeving te leveren. Ook de woonwinkel en het kantoor van Elan Wonen zullen een plek krijgen in de nieuwbouw. 1.3 VOORTGANG IN HET HAARLEMS RUIMTELIJK PLANPROCES Sinds enige jaren wordt binnen Haarlem projectmatig gewerkt aan de ontwikkelopgaven van de stad. Bij de uitvoering van een ontwikkelproject worden zes fases doorlopen volgens het Haarlems Ruimtelijk Planproces (HRPP). Het planproces geeft inzicht in de op te stellen producten, momenten waarop inspraak en participatie plaatsvindt en besluitvorming. Project Pasteur bevindt zich in de definitiefase. In de definitiefase zijn onder supervisie van het bureau Faro architecten en door de gemeente de randvoorwaarden, eisen en wensen voor de ontwikkeling nader gedefinieerd en vastgelegd in een kaderstellend product; het Stedenbouwkundig Programma van Eisen. Het SPvE wordt door de gemeenteraad vastgesteld. In de ontwerpfase (de volgende fase) wordt met het stedenbouwkundig plan een ontwerp gemaakt door de ontwikkelende partijen dat de basis vormt voor de verdere uitwerking van de gebouwen en de openbare ruimte. Het SP dient te voldoen aan het SPvE.

Het SP biedt inzicht in de situering van bebouwing, volumes, afstanden, de samenhang tussen de bebouwde en onbebouwde ruimte en het functioneel programma. Het SP wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Na afronding van de definitie- en ontwerpfase volgt de voorbereidingsfase waarin de ruimtelijke procedure wordt doorlopen om de ontwikkeling juridisch mogelijk te maken. Hiertoe zal een procedure worden doorlopen voor een bestemmingsplan en/of een omgevingsvergunning. 1.4 DOEL EN WERKING STEDENBOUWKUNDIG PROGRAMMA VAN EISEN Het SPvE geeft de ruimtelijke en functionele kaders weer waaraan het stedenbouwkundig plan (en daarmee de nieuwe bebouwing en de openbare ruimte) Project Pasteur moet voldoen. Dit betreft zowel kwantitatieve als kwalitatieve kaders met betrekking tot programma, bouwvolume, beeldkwaliteit, openbare ruimte, bereikbaarheid, sociale veiligheid, milieu- en duurzaamheidsaspecten. Deze kaders zijn vastgelegd in randvoorwaarden, eisen en wensen en spelregelkaarten (zie hoofdstuk 4). 1.5 PARTICIPATIE EN PLANNING Het ontwerp-SPvE voor Project Pasteur wordt door het college vrijgegeven voor de inspraak gedurende een termijn van zes weken. Belanghebbenden waaronder omwonenden en ondernemers, kunnen op het ontwerp reageren via een inspraakreactie.

Alle inspraakreacties worden beoordeeld en waar dit aanleiding geeft, zal het SPvE erop aangepast worden. Tijdens de inspraakperiode wordt ook een inloopmoment

georganiseerd om geïnteresseerden te informeren en bij te praten over de ontwikkeling en het SPvE. Het SPvE wordt in het vierde kwartaal (Q4) van 2022 vastgesteld door de raad. Nadat het SP is vastgesteld door het college, zal de ruimtelijke procedure worden opgestart en zal een ontwerpbestemmingsplan en/of een ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage worden gelegd in het laatste kwartaal (Q4) van 2022. Mede afhankelijk van de zienswijzen die zijn ingediend tijdens de ruimtelijke procedure, zal besluitvorming over het bestemmingsplan en/of de omgevingsvergunning plaatsvinden in het tweede kwartaal of het derde kwartaal van 2023. De uitvoering van het project zal dan starten medio 2024.

Centrum Haarlem

Schipholweg

Project Pasteur Poelpolder Spaarne

Boerhaavewijk Ringvaart

Winkelcentrum Schalkwijk

Het plangebied in de context

Project Pasteur in het Haarlems Ruimtelijk Planproces P. 5

Roordastraat

Louis Pasteurstraat P. 6 SPVE Project Pasteur

locatie

Floris van Adrichemlaan

flat Pré Wonen

P. 7

02. ANALYSE EN BELEID 2.1 INLEIDING Dit hoofdstuk bevat allereerst een beknopte analyse van de historische en bestaande situatie van de Boerhaavewijk. Daarna komen de gemeentelijke beleidskaders aan bod en wat dit betekent Project Pasteur in de Boerhaavewijk. Vervolgens vertalen we de analyse en het beleid naar een centrale ambitie. 2.2 BESTAANDE SITUATIE LOCATIE Het plangebied ligt in de Boerhaavewijk en grenst aan de Louis Pasteurstraat en de Roordastraat. Aan de zuidzijde grenst het plangebied aan de Floris van Adrichemlaan. De Boerhaavewijk is samen met de Europawijk het oudste deel van Schalkwijk en kent in de traditie van de na-oorlogse stedenbouw een heldere opzet. Het stedenbouwkundigontwerp van de wijk wordt gekenmerkt door de zogenaamde stempelpatronen: een herhaling van vergelijkbaar opgezette bouwblokken. Deze openbare ruimte wordt echter, om verschillende redenen, vaak minimaal gebruikt. Op de stempel staan nu drie portiekflats in vier en vijf lagen van Elan wonen, de flat van Pré Wonen in twaalf lagen en een tijdelijk gebouw van ZOED in een laag. De flat van Pré Wonen blijft staan. De locatie ligt tussen twee verschillende stedenbouwkundige ‘blokopzetten’. Ten westen komt de voorgestelde gesloten bebouwing van ‘Haave’ en St.

Jacob, de Poort van Boerhaavewijk, wat aansluit bij de historische opzet waarbij in deze zone afwijkende bebouwing staat (oorspronkelijk zowel in programma als in vorm). Ten oosten liggen de reeds getransformeerde bouwvelden naar een plan van Must voor Elan. Hier wordt strokenbouw (gestapeld) gecombineerd met een bouwblok grondgebonden woningen. Daartussen is een stuk collectief groen behouden dat binnen het bouwveld is gelegen en een informele doorsteek voor het langzaamverkeer door het blok vormt. De locatie is goed bereikbaar met openbaar vervoer. Parkeren is vooral op straat, alleen in het nu in aanbouw zijnde plan Haave wordt gebruik gemaakt van parkeren op eigen terrein. In straten in de directe omgeving is op veel plekken haaks parkeren aan een zijde en haaksparkeren of langsparkeren aan de andere zijde van de straat. De straten hebben aan beide zijden trottoirs en er is ruimte tussen de parkeerplaatsen voor af en toe een boom. In de straten is de verblijfskwaliteit matig, het zijn vooral rustige ruimtes om je te verplaatsen. De ruimtes met meer groen en verblijfskwaliteit zijn vooral te vinden binnen de bouwvelden. Boerhaavewijk is een relatief groene wijk met een aantal hoofdboomstructuren. Deze P. 8 SPVE Project Pasteur

hoofdstructuren liggen vooral op doorgaande routes zoals de Amerikaweg, de Floris van Adrichemlaan, Boerhaavelaan, Professor Eijkmanstraat en de Louis Pasteurstraat. Veel bomen zijn net als de wijk zo’n 50 jaar oud en beeldbepalend voor de uitstraling van de wijk. Bewoners geven aan prettig in de wijk te wonen vanwege de hoeveelheid groen in en om de wijk. Het aanwezige groen is enigszins versnipperd en ligt vooral tussen de bebouwing en langs de Floris van Adrichemlaan. De kwaliteit van het openbare groen is vaak goed, maar de gebruiksfunctie is niet optimaal. Het is niet overal goed toegankelijk. Dat geldt vooral voor het noordelijke deel en de randen van de wijk. Vaak zijn het achterkanten van bebouwing en plinten met bergingen die het gebruik van het groen bemoeilijken. Dit geld ook voor de projectlocatie. Het binnengebied is prachtig groen maar heeft, mede door de vele gesloten en ‘dode’ plinten geringe verblijfskwaliteit. Boerhaavewijk kent twee watergangen: de Boerhaavevaart in het noorden en de Amerikavaart in het westen. Ze zijn verbonden via twee doorspoelgemalen. In de beleving van bewoners spelen deze watergangen een beperkte rol. Ze hebben naast een ecologische functie vooral een civieltechnische functie: ontwatering en doorstroming. Water en waterberging wordt steeds belangrijker in onze steden.

In de huidige wijk is weinig water, het water dat er is ligt aan de rand van de wijk. Om de situatie voor de toekomst te verbeteren wordt nu bij plan Haave het eerste deel aangelegd van een waterverbinding dwars door de wijk langs de Floris van Adrichemlaan. Mede vanwege de beperkt beschikbare ruimte is dit een grachtprofiel met een twee harde kades. In het profiel is aan een zijde wel ruimte gemaakt voor beplanting in het water. Deze gracht zal in de toekomst ook doorlopen ter plaatse van de project locatie. In de toekomst moet deze verbinding oostelijk van de Roordastraat als een profiel met een harde kade aan zuidkant en een zachte groene oever aan de noordkant worden. De beoogde waterverbinding komt voort uit het anticiperen op klimaatverandering waar ook Haarlem mee te maken krijgt. Op stedelijk schaalniveau zijn daarom zogenaamde stroombanen aangeduid die het water tijdens piekbuien gecontroleerd moeten afvoeren. In de Boerhaavewijk is de Louis Pasteurstraat aangewezen als stroombaan. Naast de esthetische en ecologische waarde van de watergang speelt de watergang dus ook een belangrijke rol in het opvangen van regenwater. De watergang, met natuurlijke oevers, wordt breder gemaakt dan noodzakelijk is voor extra wateropslag en zo uitgevoerd dat er voldoende stroming is in het water.

In de Boerhaavewijk zijn diverse voorzieningen te vinden. De meeste voorzieningen bevinden zich aan de zuidzijde van de Floris van Adrichemlaan. De belangrijkste en meest bezochte zijn de scholen en de supermarkt (Lidl) direct ten zuiden van het bouwveld. Op het bouwveld is nu een ZOED (zorg onder één dak) gevestigd. Deze functie zal straks samen met een kantoor een kinderdagverblijf en een brasserie opgenomen worden in de nieuwbouw van Sint Jacob in de noordwesthoek van de Boerhaavewijk. In de gebiedsvisie is de wens voor een dynamische pool met voorzieningen beschreven. Echter op de Damiate locatie in plan Haave komt slechts 50m2 voor een voorziening. Dit is te weinig om recht te doen aan deze ambitie aan de noordzijde van de Floris van Adrichemlaan. 2.3 BELEIDSANALYSE Beleidskaders Bij de transformatie van de projectlocatie aan de Pasteurstraat komt veel gemeentelijk beleid bij elkaar. Het belangrijkste beleid en de betekenis hiervan voor het plan komt in deze paragraaf aan bod. Daarnaast is er veel landelijke wet- en regelgeving dat vanzelfsprekend van kracht is. Denk bijvoorbeeld aan het Bouwbesluit, Bijna Energieneutrale gebouwen (BENG), MilieuPresentatie Gebouwen (MPG), Wet Natuurbescherming (Wnb), de Keur van Rijnland en het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Beleidsvisies in relatie tot Project Pasteur Nota Ruimtelijke Kwaliteit Ruimtelijke initiatieven worden getoetst aan de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit valt onderhavige aanvraag binnen de ‘Transformatie regie’. Dit regieniveau is onderverdeeld in verschillende gebiedstypen. Het ingediende plan wordt zowel stedenbouwkundig, landschappelijk als planologisch getoetst aan de criteria voor ruimtelijke kwaliteit die gelden voor het gebiedstype ‘Strokenbouw 19601975’. Gebiedsvisie Boerhaavewijk. (mei 2012) De gebiedsvisie is een plan op hoofdlijnen. De bedoeling is om Boerhaavewijk in samenhang op sociaal/ maatschappelijk, economisch en fysiek vlak te verbeteren. Er worden vijf speerpunten benoemd: een hart voor de wijk, meedoen in de wijk, een duurzame woonwijk, zichtbare kwaliteit van de woonomgeving en een economisch vitale wijk. Daarnaast benoemt de gebiedsvisie Boerhaavewijk een viertal ‘verandergebieden’. Delen van de wijk waar zichtbare veranderingen plaatsvinden. Dat kan gaan om de vernieuwing van bebouwing, verbetering van de openbare ruimte of sociale programma’s.

Voor de Boerhaavewijk Noord (verandergebied C) is de opgave gedefinieerd om ‘via fysieke ingrepen in bebouwing en openbare ruimte – renovatie, nieuwbouw en herinrichting – de woonomgeving te verbeteren en beter te laten aansluiten op het hart van de wijk’. Hierbij moet diversiteit worden aangebracht in de woningbouw, zoals een grotere variatie tussen grondgebonden- en gestapelde woningen. Uitgangspunten voor de vernieuwing van de woonbuurt zijn; - deels renovatie / deels sloop en nieuwbouw van grondgebonden woningen; - de voorkant van de nieuwbouw wordt georiënteerd op de openbare ruimte; - nieuwbouwwoningen voor verhuur / verkoop in de sociale en vrije huursector; - de overgangen tussen openbaar en privé worden helder vormgegeven. Ook de groene omgeving maakt de wijk plezierig om te wonen. Dit komt enerzijds tot uitdrukking via het buurtpark met de singel die in de toekomst midden in de wijk zullen liggen. De voorzieningen langs deze as zorgen voor verschillende sferen. Groei van Haarlem 2040 Voorzieningen, zoals winkels, scholen en sportvelden moeten meegroeien met het aantal inwoners en de verhouding wonenwerken moet op gelijk niveau blijven. Dit blijkt uit het programma Groei van Haarlem 2040 (2019). Het advies vanuit het programma is dat tenminste 15% van het totale BVO (bruto vloeroppervlak) van een gebiedsontwikkeling wordt ingevuld met (verzorgende) wijkeconomie.

In de praktijk zal dit percentage in woonwijken lager liggen en in centrum- en werkgebieden juist hoger. De balans wordt beschouwd op ontwikkelzoneniveau. Omgevingsvisie Haarlem 2045 De gemeente Haarlem bereidt momenteel de Omgevingsvisie Haarlem 2045 (2021) voor. De Omgevingsvisie geeft aan de hand van zes strategische keuzes en twaalf speerpunten een integrale ntwikkelrichting van de stad voor 2045 weer. Deze keuzes zijn: • Mengen en verdichten • Buurtgericht ontwikkelen • Vergroenen & vernatten • Bevorderen gezonde leefomgeving • Ruimte voor de energietransitie • Mobiliteitstransitie. Deze zes keuzes komen bij elkaar bij Project Pasteur. Uit de bovenstaande beleidsvisies blijkt de complexiteit van de transformatie. Veel gemeentelijke ambities komen bij elkaar en zijn van betekenis voor het plan. Bijvoorbeeld als het gaat om verdichting, functiemenging, mobiliteit, duurzaamheid en openbare ruimte. De uitdaging zit hem in het bij elkaar en in balans brengen van de P. 9

kantoor, brasserie + KDV

Zoed

Infractructuur : Gebiedontsluiting, wijkontsluiting en woonstraat, fietsverbindngen en halte OV

P. 10 SPVE Project Pasteur

Andere functies dan wonen

Gebiedsontsluiting

Onderwijs / BSO-KDV

Wijkontsluiting

Detailhandel

Woonstraat

Brandweer

Fietsverbinding

Wijkcentrum

Halte OV

Kerkgenootschap

Plangrens

verzorgd/ beschermd wonen

H

D

X

C

G

A

F

B

B

B

Y

E

Relaties tussen verschillende blokken/stempels. Blok X en Y zijn overgangsvelden tussen de repeterende / gestempelde B blokken en de uitzonderingen aan de rand : blokken D en E.

Bouwhoogtes

1 laagse bebouwing 2 laagse bebouwing 3 laagse bebouwing 4 laagse bebouwing 5 laagse bebouwing 6 laagse bebouwing 7 laagse bebouwing 12 laagse bebouwing P. 11

1.

2.

3.

2.

3. 1.

P. 12 SPVE Project Pasteur

1.

3. 2.

P. 13

verschillende gemeentelijke ambities. Beleid Openbare Ruimte en Stedenbouw Structuurvisie openbare ruimte SOR (november 2019) In de Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR) is een prioritering opgenomen voor de te maken afwegingen. Het beschermen en versterken van groen heeft de eerste prioriteit en water de tweede. Daarna komt het inpassen van maatregelen om klimaatverandering op te vangen. Dan komt de ruimte voor mobiliteit waar het belang van de voetganger als eerste komt. Daarna komt de fiets, dan het openbaar vervoer en als laatste het gemotoriseerd verkeer. De laatste prioriteit is ruimte voor objecten en parkeren. Leidend principe om de groeiende stad zowel bereikbaar als leefbaar te houden is inzetten op een mobiliteitstransitie. Dat houdt in dat de stad zo wordt ingericht dat het meer vanzelfsprekend is om te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer te gaan. Bij nieuwe ontwikkelingen moet inzichtelijk worden gemaakt wat de verkeerskundige consequenties zijn. In deze structuurvisie staat ook het sleutelproject ‘dwars door Schalkwijk’. De Belgiëlaan, Kennedylaan en Floris van Adrichemlaan vormen een brede verbindingsroute dwars door Schalkwijk. Met dit sleutelproject kan de verblijfskwaliteit op deze route worden verbeterd en dat betekent meer ruimte voor recreatief gebruik, bewegen en spelen en meer interactie tussen de wijken.

Na herinrichting ontstaat er een aaneengesloten groene route met veel gras, en speel-, zit en wandelmogelijkheden. Ter hoogte van de Floris van Adrichemlaan wordt de parkstrook verrijkt met een nieuwe waterloop. Het groen en water leveren een belangrijke bijdrage aan de natuurkwaliteit in Schalkwijk. De route door de wijk brengt bewoners naar het buitengebied langs de Zuid-Schalkwijkerweg en naar de Poelpolder. In het dagelijks gebruik wordt de route een veiliger zone voor schoolgaande kinderen. Een aantrekkelijke route zorgt voor meer aansluiting tussen Europawijk en Boerhaavewijk. Handboek Inrichting Openbare Ruimte In het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR, 2015, Schalkwijk herzien juli 2017) is een visie opgenomen voor Schalkwijk over de inrichting van de openbare ruimte (inclusief groen). Louis Pasteurstraat is hierin aangegeven als een profiel A, regionale ontsluiting. De Roordastraat als een profiel C, woonstraat. We zullen met de inrichting van de openbare ruimte ook aansluiten op de omliggende inrichting in de omgeving. Afvalstoffenverordening gemeente Haarlem 2019 en uitvoeringsbesluit De Afvalstoffenverordening gemeente Haarlem 2019 en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Haarlem 2019 stellen eisen aan de wijze waarop huishoudelijkP. 14 SPVE Project Pasteur

en bedrijfsafval wordt verzameld en dient te worden aangeboden. De documenten bevatten onder andere richtlijnen en eisen ten aanzien van afvalscheiding, afstand tot (ondergrondse) containers en bereikbaarheid van (ondergrondse) containers. Nota Ruimtelijke Kwaliteit De Nota Ruimtelijke Kwaliteit (NRK, 2012) geeft een integrale stadsbrede visie op ruimtelijke kwaliteit die voor ieder nieuw ruimtelijk plan de basis vormt. Project Pasteur valt onder gebiedstype ‘Strokenbouw (1960-1975)’ en behoort tot de stad in transformatie. Dit deel van de stad is klaar voor een nieuw stedelijk milieu dat onvergelijkbaar is met die aan de westkant van het Spaarne. Daarom geldt in de Beoordelingskaders Ruimtelijke Kwaliteit voor de (relatief jongere) stadsdelen waar de stedelijke structuur een veranderingsproces doormaakt, zoals Schalkwijk en de Waarderpolder een ‘transformatie regie’. De gemeente stuurt hier door middel van gebiedsvisies waarin de bestaande en de nieuwe kwaliteiten van bebouwing en de openbare ruimte in samenhang met de bredere context, worden verbeeld en toetsbaar gemaakt. De lange lijnen vormen in deze stadsdelen een specifieke stedenbouwkundige ontwerpopgave. In gebieden met transformatie regie mogen ontwikkelingen van grotere woonbuurten zich onderscheiden van hun stedenbouwkundige context.

Bij transformatie is duurzaamheid (waterhuishouding, materiaalkeuze etc.) een nieuwe opgave. De nota bevat daarnaast beoordelingscriteria die bijvoorbeeld betrekking hebben op bestaande ruimtelijke structuren, materialen, reclame-uitingen (zie ook het reclamebeleid ), lange lijnen, winkelpuien en openbare kunst. Economisch Beleid Economische visie Haarlem Met de Economische Visie Haarlem 2020 streeft Haarlem ook in de toekomst een woon-werkstad te blijven. Het beleid zet in op aantrekkelijke, multifunctionele woonwerkgebieden met een hoog voorzieningenniveau, bij voorkeur nabij (H)OV-knooppunten. Waar mogelijk wordt wonen en werken dichter bij elkaar gebracht. Dit versterkt Haarlem als aantrekkelijke stad voor bewoners, bedrijven en bezoekers. In de economische visie is de ambitie opgenomen om per extra inwoner minimaal 0,43 arbeidsplaats toe te voegen. De streefwaarde is 0,5 arbeidsplaats per inwoner Programma Groei van Haarlem: Impact op werkgelegenheid Haarlem heeft de ambitie om 10.000 woningen in acht ontwikkelzones te bouwen. Op basis van gemiddeld twee personen per woning is de verwachte bevolkingsgroei 20.000 inwoners. Met de groei van de stad dient de huidige woon-werkbalans van 0,43 baan per inwoner behouden te blijven (peildatum 2018:

68.739 banen, 159.717 inwoners). Woonbeleid Woonvisie 2021-2025 De doelstelling van de Woonvisie 2021-2025 is op hoofdlijnen om: meer, betaalbaarder en energiezuiniger woningaanbod in de Haarlemse wijken te realiseren voor verschillende woningzoekenden samen met betrokken partners zodat de wijken vitaal en veerkrachtig blijven. De overkoepelende thema’s vanuit de woonvisie zijn bijna allemaal van toepassing op de beoogde woningbouw op deze locatie. Bijzondere aandachtspunten zijn de behoefte aan nieuwe woonvormen en het versterken van de leefbaarheid. Belangrijke doelgroepen zijn starters en ouderen. Nota Kaders en Instrumenten sociale huur en middensegment Naast de gebruikelijke verdeling van 40-40-20 zijn er aanvullende afspraken gemaakt met betrekking tot functiemenging, de exploitatie van de sociale huurwoningen, de verdeling binnen het middeldure segment, passende toewijzing en de minimale exploitatieduur van de woningen in de middencategorie. De nota stelt verder eisen aan de oppervlaktes van de woningen per segment. De gewenste woningdifferentiatie in Boerhaavewijk, Meerwijk en de Slachthuisbuurt kan worden bereikt door bij toevoegen van woningen een andere verdeling te hanteren dan de bestaande verhouding tussen sociale huur en overige segmenten.

Gelet op de wens om in zijn totaliteit meer sociale huurwoningen tot stand te brengen wil het college ook in deze wijken nieuwbouw (en absolute toename) van sociale huur niet uitsluiten. Dit betekend dat voor nieuwbouw projecten in deze wijken ook moet worden uitgegaan van een percentage sociale huur in het woningbouwprogramma. In spelregel 2 van deze nota staat dat de voorwaarde 40/40/20 niet geldt voor sloopnieuwbouwprojecten van corporaties. Het initiatief is van corporatie Elan Wonen. Ze hoeft daarmee niet te voldoen aan de 40/40/20 voorwaarde. In juli 2021 is wel in een motie vastgelegd hoe hiermee voor project Pasteur zal worden omgegaan. Mobiliteit Mobiliteitsbeleid 2021 Haarlem zet met het Mobiliteitsbeleid (2021) in op een mobiliteitstransitie. Dit houdt grofweg in dat we binnen de stad zoveel mogelijk te voet of te fiets reizen. Van en naar de stad reizen doen we met het openbaar vervoer en we pakken alleen de (elektrische) auto wanneer het niet anders kan. Daarnaast organiseren we onze distributie schoner en zetten we in op nabijheid van voorzieningen. Concreet betekent dit dat in 2030 in Haarlem 90% van de binnenstedelijke verplaatsingen van minder dan 2,5 kilometer te

voet of per fiets plaatsvindt en dat 60% van de verplaatsingen vanuit of naar Haarlem per fiets of OV gebeurd. Het aantal auto’s in de stad neemt niet toe en de meeste wegen zijn omgezet naar 30km/h. Autoluwe zones zijn vaker van toepassing en het voetgangersgebied is uitgebreid. De openbare ruimte is in 2030 groener en leefbaarder, met minder auto’s op straat. Daarnaast is het Haarlems parkeerbeleid met parkeernormen (opgenomen in het ‘Parapluplan parkeernormen Haarlem 2018’) van toepassing. Eén van de uitgangspunten van dit beleid is dat parkeren op eigen terrein wordt opgelost. Indien dit niet lukt biedt het beleid kaders om op een andere manier invulling te geven aan het parkeren. Hiervan is voor Project Pasteur gebruik gemaakt. Verder is de beleidsregel ‘bergingen nieuwe woongebouwen’ van toepassing. Dit beleid biedt de mogelijkheid om gemeenschappelijke buitenbergingen te maken als alternatief voor een niet-gemeenschappelijke berging. Het beleid bevat voorwaarden en eisen waar gemeenschappelijke bergingen aan moeten voldoen. Tot slot hanteert de gemeente richtlijnen van het CROW en ASVV waar het gaat om inrichtingseisen, maatvoeringen en normen (bv. bezoekers fietsparkeren). Veiligheid Integraal Veiligheids- handhavingsbeleid Veiligheid is een basisvoorwaarde voor een goed functionerende en leefbare stad. Alleen in een veilige omgeving kun je vrij leven.

Met het beleid zet Haarlem zich in voor een leefbare stad waar inwoners zich veilig voelen en criminaliteit wordt tegengegaan. Het beleid ziet een aantal (ruimtelijke) uitdagingen waaronder overlast van malafide bedrijvigheid, hondenpoep, illegaal aangeboden afval, parkeer- en fietsenoverlast en jeugdoverlast en -criminaliteit. Deze thema’s spelen vooral in de openbare ruimte. De leefbaarheid van wijken en buurten is dan ook één van de prioriteiten. Archeologiebeleid Het archeologische beleid is vertaald in het vigerende bestemmingsplan Boerhaavewijk 2020. De gronden binnen het plangebied hebben de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’. Op basis van de regels geldt voor bodemverstorende bouwwerkzaamheden met een omvang van meer dan 2.500 m² en dieper dan 0,30 m onder het maaiveld dat een waardestellend archeologisch rapport moet worden opgesteld. Dit dient onderzoek dient te worden uitgevoerd volgens de Haarlemse Richtlijnen Archeologie 2014. Op basis van de resultaten van dit onderzoek zal de gemeente besluiten over mogelijk vervolgonderzoek en de te zetten vervolgstappen. De werkzaamheden moeten conform de vigerende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie worden uitgevoerd. Tot slot is er een nieuwe archeologische beleidskaart in de maak. Deze kaart wordt gekoppeld aan de Omgevingsvisie. P. 15

Klimaat & Energietransitie Richtlijn Duurzaam Bouwen In 2040 wil Haarlem aardgasvrij en circulair zijn. Daarnaast moet in 2050 de openbare ruimte zo zijn ingericht dat deze klimaatbestendig is en bijdraagt aan gezondheid voor mens en dier. Dit doet de gemeente Haarlem aan de hand van vijf verschillende thema’s: mobiliteit, klimaatadaptatie, circulariteit, energie & warmte en groen & ecologie. De ‘Richtlijn Duurzaam Bouwen’(2020) is bedoeld voor bouwprojecten, ontwikkelingsgebieden, tenders en de inrichting van particuliere openbare ruimte. De richtlijn is een handreiking aan initiatiefnemers, ontwerpers en de gemeente die met projecten in het plangebied aan de slag gaan. Daarnaast heeft het college begin 2022 het Strategisch plan Klimaatadaptatie vastgesteld. Met dit plan geeft het college uitvoering aan de ondertekende intentieovereenkomst ‘Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland’. In de MRA is het basisveiligheidsniveau afgesproken. Hierin hebben gemeenten, hoogheemraadschappen, provincie en marktpartijen samen bepaald waaraan nieuwbouw zou moeten voldoen. Er is afgesproken dat alle partijen dit basisveiligheidsniveau gaan hanteren. Voor alle nieuwbouw in Haarlem wordt het daarom voortaan als eis meegegeven. Het strategisch plan bevat verder een beleidsrichting waarmee de gemeente inzet op klimaatadaptieve stad.

Dit wordt komend jaar verder uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma en voorgelegd aan de gemeenteraad. Verder is het Grondstoffenplan Haarlem van belang. Het plan heeft als doel om de afvalstroom voor (openbare) projecten tot nul terug te brengen. Dit doet het grondstoffenplan onder andere door eisen te stellen als het gaat om hoogwaardig hergebruik, inzicht in materiaalstromen en het reduceren van materiaalgebruik. Groen, ecologie en water Ecologisch beleidsplan Het Ecologisch Beleidsplan (actualisatie 2019) heeft als doel het kwalitatief verbeteren en verhogen van de ecologische waarden en de richtlijnen uit het beleid verankeren in planprocessen en beheer en onderhoudsprogramma’s. Het beleidsplan richt zich onder meer op het versterken van de biodiversiteit, beschermde diersoorten, het behouden van bestaande ecologische elementen en natuurinclusief bouwen. Binnen Haarlem zijn verschillende gebieden aangegeven als ecologische hotspots of als ecologische potentiegebieden. Deze laatste zijn waardevolle groene gebieden die zich door de juiste inrichting en beheer tot hotspots kunnen ontwikkelen. Bij nieuwe relevante ruimtelijke ontwikkelingen binnen het plangebied wordt het ecologisch beleidsplan Haarlem betrokken. Vanuit het Bomenbeleidsplan 2009 – 2019 en de Bomenverordening 2012 worden P. 16 SPVE Project Pasteur

er eisen en voorwaarden gesteld aan de eventuele kap, verplanting en herplanting van bomen. Het uitgangspunt is om bomen te beschermen en zoveel mogelijk te behouden. Een groenparagraaf (uitvoering motie 21.1) dient onderdeel te zijn van het stedenbouwkundige plan. Natuurbescherming Via de Wet natuurbescherming wordt de soortenbescherming en gebiedsbescherming geregeld. De soortenbescherming heeft betrekking op alle, in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, op een aantal vissen, libellen en vlinders, op enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde diersoorten en op een honderdtal vaatplanten. Gebiedsbescherming wordt geregeld middels de Natura 2000-gebieden. Hierbij speelt met name dat te veel stikstof leidt tot schade aan de plant- en diersoorten in een Natura 2000-gebied. Zodoende is de zorgplicht van toepassing en is het maken van een stikstofdepositieberekening noodzakelijk. Water Voor wat betreft het waterbeleid willen de gemeente Haarlem en Rijnland graag tot een reductie van afvalwater komen om een doelmatigheidswinst voor ontwerp en bouw van de nieuwe zuivering te behalen. We gaan als Haarlem bijna 1.000m3/h minder afvalwater lozen. Een reductie van afvalwater kan bereikt worden door het hemelwater af te koppelen van gemengde riolering en dit te lozen in de bodem of op oppervlaktewater.

Door de toename van woningen gaan we weliswaar meer afvalwater produceren, maar kunnen we tegelijkertijd door afkoppelen ervoor zorgen dat er minder water naar de zuivering moet worden afgevoerd. Daarvoor moet Haarlem in 2030 ruim 40 hectare afvoerend oppervlak afgekoppeld hebben. Wanneer er sprake is van een toename van het verhard oppervlak dan moet hiervoor compensatie plaatsvinden in de vorm van 15% extra open water. Bij voorkeur wordt deze compensatie in de nabijheid van de projectlocatie gezocht. Tot slot zijn de eisen uit de Keur van Rijnland vanzelfsprekend van toepassing. Gezondheid Een gezonde fysieke leefomgeving is onlosmakelijk verbonden met ruimtelijke ordening en bestaat uit gezondheidsbevordering (fysiek en sociaal) en gezondheidsbescherming (fysiek). Gezondheidsbescherming en gezondheidsbevordering zijn belangrijke elementen die in alle fases van de planontwikkeling kunnen worden meegenomen. Gezondheidsbevordering heeft vooral te maken met het faciliteren van gezonde keuzes, onder andere door bewegen en ontmoeten te stimuleren. Gezondheidsbescherming gaat

meer over zaken als geluid, straling en kwaliteit. De Regionale Nota Gezondheidsbeleid 2021 – 2028 (2021 ) agendeert vijf gezondheidsvraagstukken; gezondheid in de fysieke en sociale leefomgeving, het verkleinen van gezondheidsachterstanden, de druk op het dagelijks leven bij jeugd en jongvolwassenen, vitaal ouder worden en het tegengaan en verminderen van overgewicht, alcohol en roken. Specifieke aandacht is nodig voor de inpassing van traforuimtes. Vanwege de groei van de stad en de energietransitie zal de vraag naar elektriciteit groeien, het net uitbreiden en aantal traforuimtes toenemen. Traforuimtes veroorzaken straling dat een verhoogd risico op kinderleukemie met zich mee kan brengen. Op dit moment voert het Rijk nader onderzoek uit dat moet leiden tot een nieuw advies. Uiteindelijk zal dit advies via het Besluit kwaliteit en Leefomgeving in het stelsel van de Omgevingswet worden opgenomen. Tot vaststelling van het definitieve besluit stelt Haarlem daarom als extra randvoorwaarde in projecten geen verblijfsruimten direct naast of boven traforuimtes te bouwen. Dat betekent dat winkels, bepaalde werkruimtes, verkeersruimtes, bergingen, fietsenstallingen en dergelijke wel rondom de traforuimte kunnen worden gesitueerd. Ook het geluid is een belangrijk thema dat gezondheid en leefbaarheid raakt.

De mate waarin geluid het woonmilieu mag belasten is geregeld in de Wet geluidhinder en de Wet milieubeheer. Deze wet stelt dat in principe de geluidbelasting op de gevel van gevoelige bestemmingen (bijvoorbeeld woningen, scholen of ziekenhuizen) niet hoger mag zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden moet in het kader van het te nemen besluit Hogere waarden door het bevoegd gezag, aangetoond worden dat wordt voldaan aan de Beleidsregel hogere waarden wet geluidhinder (2009) van Haarlem.

de centrale positie in de wijk, de ligging aan de stadstraat en de aanwezige groene en blauwe netwerken ontstaat hier de kans om te verdichten met aandacht voor duurzaamheid, klimaatadaptatie en leefbaarheid. 2.5 CONCLUSIE De bestaande situatie en de reeds gezette stappen geven meer dan voldoende aanleiding om de volgende fase van de transformatie in te luiden. Er liggen nadrukkelijk kansen om invulling te geven aan gemeentelijke ambities zoals vastgelegd in het beleid en de ambities van Elan wonen. In het volgende hoofdstuk worden de ambities vertaald naar het ruimtelijke concept voor de projectlocatie.

2.4 BELEIDSAMBITIE De voorgaande paragraaf gaf een overzicht van de verschillende beleidskaders die van toepassing zijn op Project Pasteur. Als samenvatting van de beleidskaders wordt de gemeentelijke ambitie voor de projectlocatie duidelijk: De ambitie is om Project Pasteur als onderdeel van de Boerhaavewijk tot een gezonde, duurzame en aantrekkelijk leefomgeving te transformeren. Door toevoegen van ander programma in de vorm van maatschappelijke voorzieningen (of functies) en variatie in woningen ontstaat gewenste diversiteit in de buurt. Met de nieuwbouw kunnen ook de de overgangen tussen openbaar en privé worden helder vormgegeven. De transformatie draagt bij aan de beoogde mobiliteitstransitie. Het gebied is te voet en met de fiets goed bereikbaar, verbindt de omliggende blokken en nodigt uit tot bewegen in de openbare ruimte of in het nabijgelegen groen. Met de woningbouwopgave, P. 17

urbanism stedebouw urbanisme städtebau urbanismo

stedenbouwkundige visie Boerhaavewijk Noord, Haarlem

Sint Jacob: nieuwbouw

Boerhaave wijk - Noord

Haave

Boerhaavewijk Noord, stedenbouwkundige visie Must + realisatie

locatie Roordastraat

Amerikavaart

Boerhaave:

Must/Elan wonen Louis Pasteurstraat

Poort van

Floris van Adrichemlaan ‘Dwars door Schalkwijk’

groene pool “

Amerikavaart

“dynamische pool “

Boerhaavevaart

voorzieningen

nieuwe waterloop

P. 18 SPVE Project Pasteur

plannen Haave

DIVERSITEIT WONINGBOUW Diversiteit woningbouw DIVERSITEIT WONINGBOUW DIVERSITEIT WONINGBOUW

RENOVATIE + NIEUWBOUW Renovatie en nieuwbouw RENOVATIE + NIEUWBOUW

WATER BELEEFBAAR MAKEN WATER BELEEFBAAR MAKEN Water beleefbaar maken WATER BELEEFBAAR MAKEN

ONTMOETING UITLOKKEN ONTMOETING UITLOKKEN Ontmoeting ONTMOETING UITLOKKEN faciliteren

RENOVATIE + NIEUWBOUW

VERBINDING POELPOLDER Verbinding met poelpolder VERBINDING POELPOLDER VERBINDING POELPOLDER

HELDERE SCHEIDING HELDERE SCHEIDING

OPENBAAR /PRIVÉ HELDERE SCHEIDING Heldere scheiding privé OPENBAAR /PRIVÉ OPENBAAR /PRIVÉ en openbaar

plannen St. Jacob

VERSNIPPERD GROEN VERBINDEN Versnipperd groen VERSNIPPERD GROEN VERBINDEN VERSNIPPERD GROEN VERBINDEN

verbinden

Hoofdzaken gebiedsvisievisuele visuele samenvatting Hoofdzaken Hoofdzaken gebiedsvisie gebiedsvisie visuele samenvatting samenvatting

MIX VAN BEWONERS MIX VANvan BEWONERS Mix bewoners MIX VAN BEWONERS

Hoofdzaken gebiedsvisie als randvoorwaarden voor de invulling van de locatie

VOORGEVELS GERICHT OP OPENBARE Voorgevels gericht op RUIMTE VOORGEVELS GERICHT OP OPENBARE RUIMTE VOORGEVELS GERICHT OP OPENBARE RUIMTE openbare ruimte

4. 4.

4.

P. 19

03. VISIE EN RUIMTELIJK CONCEPT 3.1 INLEIDING In de voorgaande hoofdstukken zijn de belangrijkste conclusies uit de analyse vermeld. Ook is de essentie van het gemeentelijk beleid voor het plangebied verkend en zijn de ambities van de verschillende stakeholders van het gebied in kaart gebracht. In hoofdstuk 3 zijn de bevindingen uit de analyse, het beleid en gezamenlijke ambities doorvertaald naar een ruimtelijke concept voor Project Pasteur. 3.2 RUIMTELIJK CONCEPT PROJECT PASTEUR De belangrijkste aanleiding voor Project Pasteur is de vervanging van verouderd bezit op deze locatie tussen de Roordastraat en de Pasteurstraat. Doel van deze transformatie is naast een verdichtingsslag en een vernieuwing van de gebouwen, een meer gedifferentieerd woningaanbod te realiseren en daarnaast ook niet-woon programma toe te voegen op deze locatie in de vorm van een maatschappelijke functie. Tegelijkertijd is het een aanleiding een levendiger overgang van openbaar naar privé te maken en een positieve bijdrage aan de kwaliteit van de directe woonomgeving te leveren. De groenstructuur met bomenlanen is van goede kwaliteit en van grote waarde voor de wijk en blijft zoveel mogelijk behouden en wordt waar mogelijk nog versterkt. Dit concept is gestructureerd en samengevat in een viertal pijlers: 1. Eigentijdse invulling binnen wederopbouw context 2.

Groen als verbindende kwaliteit en verblijfsgebied 3. Variatie toevoegen in programma en verdichten. 4. Verduurzaming in de brede zin (woningen en woonomgeving) 1. Eigentijdse invulling binnen wederopbouw context De nieuwe invulling sluit aan op enkele kenmerkende eigenschappen van de wederopbouw. Zo ontstaat een nieuwe invulling van de stempel in aansluiting op de bestaande flat van Pré Wonen. Voor de nieuwe blokken wordt uitgegaan van eenduidige herkenbare bouwvolumes. Tegelijkertijd is de transformatie een aanleiding een levendiger overgang van openbaar naar privé en een levendige plint te maken en daarmee een positieve bijdrage aan de kwaliteit van de directe woonomgeving te leveren. 2. Groen als verbindende kwaliteit en als verblijfsgebied Bestaande kwaliteiten van het groen en de openbare ruimte in het binnengebied worden zo veel mogelijk behouden en versterkt. De toevoeging van een doorsteek vanuit de Roordastraat naar de tussenstraat van het plan Haave richting de oever van de Amerikavaart is een meerwaarde voor de hele buurt. De huidige noord-zuid route blijft behouden als informele route voor voetgangers. Groene verbindingen voor P. 20 SPVE Project Pasteur

bewoners en omwonenden maar met ook een meerwaarde voor flora en fauna. Bij de inrichting van de openbare ruimte tussen de blokken is aandacht voor het verbeteren van de verblijfskwaliteit van deze ruimte door speelaanleidingen of speelplekken en verblijfsplekken toe te voegen. 3. Variatie toevoegen in programma en verdichten. Doel van deze transformatie is naast vernieuwing en een verdichtingsslag een meer gedifferentieerd woningaanbod te realiseren en ook niet-woon programma toe te voegen op deze locatie. De toevoeging van ruimte voor maatschappelijk programma naast woonprogramma versterkt het plan door functiemenging. 4. Verduurzaming in de brede zin (woningen en woonomgeving) Met de nieuwbouw van de woningen kan worden gebruik gemaakt van duurzame energieconcepten en aandacht uitgaan naar het gebruik van duurzame oplossingen en circulair materiaal gebruik. Naast aandacht voor duurzaamheid in de gebouwen zelf gaat aandacht uit naar een gezonde directe leefomgeving. Een omgeving die uitnodigt tot buiten zijn en bewegen. De nabijheid van het openbaar vervoer zal extra onder de aandacht worden gebracht, fietsenberging worden goed bereikbaar gemaakt. 3.3 STEDENBOUWKUNDIGE STRUCTUUR 3.3.1 Inleiding Het ruimtelijk concept is uitgewerkt in de beoogde opbouw in gebouwen, straten en de groene middenzone van het plangebied.

Het richt zich zowel op de relatie met de omgeving als op het creëren van een goede en prettige binnenwereld. De volgende paragraaf beschrijft wat de stedenbouwkundige structuur betekent voor Project Pasteur, voor de manier waarop gebruikers zich in en naar de locatie bewegen, voor de verdeling van functies over de locatie en hoe de locatie is ingebed in de omgeving. Hiermee geeft de stedenbouwkundige structuur invulling aan de vier gestelde pijlers. 3.3.2 Bebouwingsstructuur Met de invulling van het stempel is gezocht naar invulling waarin het de functie van een schakel tussen de oostelijk gelegen stempels en het westelijk gelegen speciale ‘poort’stempel kan vormen. Uitgangspunt zijn eenduidige volumes. Ook hier wordt een ruimtelijk hoogtespel gespeeld door de combinatie van verschillende volumes met een verschillende bouwhoogtes op een veld. Met de nieuwe oost-west verbinding ontstaat op het een perceel een groen kruis met vier hoeken. De zuid-oost hoek wordt ingevuld door de bestaande flat van pré Wonen en bijbehorende parkeerterrein. De nieuwe bebouwing beslaat de andere drie hoeken : twee diepere blokken (corridorwoningen) in noordzuid richting aan de Pasteurstraat (blok A en B) en een carré vormig blok in de noord-

oost hoek van het perceel met een collectieve binnentuin (blok C). De hoogte van de blokken sluit aan bij de directe stedelijke context : de aangepaste stempels ten westen, de aanwezige woonblokken op het perceel en de nieuwe bebouwing van Haave en structurende elementen op een hoger schaalniveau (de 5-laage portiekflats).

en in een deel van de plint in het zuidelijke blok (blok B) grenzend aan de Floris van Adrichemlaan. Dichtbij de reeds bestaand commerciële functies aan de overzijde van de Floris van Adrichemlaan en OV-halte. De ruimtes op de begane grond en de verdieping zijn intern verbonden en richten zich op de Floris van Adrichemlaan.

3.3.3 Openbare ruimte Met de nieuwe oost-west verbinding ontstaat op het een perceel naast de bestaande groene noord-zuid wandelroute een dwarsverbinding. Het kruispunt van deze routes kan aanleiding zijn om hier een speciale verblijfruimte te realiseren. Hier kan ruimte voor ontmoeting worden gerealiseerd die gezien de omgeving ook geschikt is voor ouderen. Ook de ruimte tussen het zuidelijke blok en de nieuwe gracht wordt een nieuwe groene verblijfsruimte.

3.4 STEDENBOUWKUNDIGE OPZET 3.4.1 Inleiding In het voorstel vormt de locatie een verbinding tussen het westelijk gelegen ‘Haave’ en de getransformeerde stempels van het eerder aangepaste deel van Elan wonen door Must. Bij deze beide transformaties was en is het doel het unieke karakter van dit wederopbouwgebied te behouden. In Project Pasteur is ook het doel het groene karakter van dit wederopbouwgebied te behouden en te versterken. 3.4.2 Groene Kruis Het bestaande openbare groen binnen het blok in noord-zuid richting blijft behouden. We koesteren de groene kwaliteit vanuit de wederopbouw verkaveling. Deze groene ruimte krijgt een extra impuls door hier ook een aantal entree’s op de begane grond te voorzien. Dwars op deze bestaande groenzone komt een nieuwe groene route die het groen en water van de Poort van Boerhaave met het reeds getranformeerde deel (‘plan Must’) ten oosten van de locatie, verbindt. Uitgangspunt voor de verkaveling is de helderheid van bouwvolumes die voor de naoorlogse stedenbouw zo kenmerkend is in een nieuw voorstel te behouden. 3.4.3 Groene pleinruimte aan de Gracht De zuidzijde van het plangebeid grenst aan de geplande gracht welke wordt doorgezet vanuit het aangrenzende Haave. Het profiel hiervan ligt reeds vast tot aan de rand van projectlocatie.

Het zuidelijke blok van Project Pasteur ligt aan de Floris van Adrichemlaan op dezelfde rooilijn als het de blokken van Haave. Hierdoor ontstaat een brede pleinruimte tussen het blok en de gracht met goede verblijfskwaliteit. In deze kop aan de Floris van Adrichemlaan is ook ruimte in de plint voor het meer publieksgerichte maatschappelijk programma wat ook levendigheid aan deze ruimte brengt. 3.4.4 Bouwhoogtes In hoogte sluit het voorstel aan op de naastliggende verkaveling (oostelijk) waarbij de noord-zuid blokken vijf lagen beslaan. Daartussen staan lagere blokken. Ook vormt Project Pasteur een overgang naar ‘plan Haave’, de entree van de Boerhaavewijk. Blok A gaat mee in het ritme van de oostelijke portiekflats uit de jaren ‘60 in 5 lagen. Blok B sluit in hoogte aan op de 3 lagen van Haave aan de overzijde van de straat. In blok B is op de begane grond en de kantoorverdieping sprake van een extra hoge verdiepingshoogte. Blok C sluit in hoogte weer aan bij de oorspronkelijke bebouwing op deze plek in 4 lagen en is daarmee lager dan blok A. In de bouwenveloppen wordt rekening gehouden met

Speciale aandacht gaat uit naar de overgangen tussen openbaar en privé. Rondom de privé ruimtes van de woningen en de openbare ruimte komen in het groene middengebied hagen. Aan de straatzijde wordt door middel van plantvakken of andere middelen de privé ruimte van de openbare ruimte onderscheiden. Daarnaast komen er woningen in de plint welke de sociale veiligheid rondom zullen verbeteren. Parkeren gebeurt in het nieuwe plan vooral in de openbare ruimte, hierbij wordt gebruik gemaakt van de huidige parkeercapaciteit in de directe omgeving. Met het nieuwe stedenbouwkundige plan zal er wel iets geschoven moeten worden met de bestaande parkeerplekken om mooie aansluitingen te realiseren. Uitgangspunt hierin is dat het verharde oppervlak ten behoeve van parkeren in de toekomstige situatie niet zal toenemen. Bij het herschikken van de parkeervakken aan de Pasteurstraat en de Roordastraat wordt ook gezocht naar ruimte om extra bomen in het straatbeeld te maken. 3.3.4 aansluiten op de wijken en lange lijnen, routes en verbindingen Met de aandacht die uitgaat naar de bomen langs de Pasteurstraat en de dwarsverbinding door het plan wordt aansluiting gezocht bij de aangrenzende blokken. Naast de toegenomen doorwaadbaarheid en de verbeterde gebruiks- en verblijfkwaliteiten van de openbare ruimte verbeteren hiermee ook ecologische verbindingen.

De bestaande noord-zuid wandelroute door het plan blijft in de toekomst gewaarborgd door een kleine voetgangersbrug over de nieuwe gracht en de zuidelijk gelegen voorzieningen en OV-halte. 3.3.5 verdeling en positionering functies. Het nieuwe programma bestaat hoofdzakelijk uit wonen. Daarnaast komt ook ruimte voor een maatschappelijke functie. De ruimte hiervoor is gereserveerd op de verdieping

P. 21

de ambitie het project in hout uit te kunnen voeren waarbij sprake is van iets hogere verdiepingshoogtes.

de toekomstige situatie nog voldoende licht in de woningen zal komen en de grootste schaduwhinder zich beperkt tot een korte periode van het kalenderjaar (oktober-februari).

3.4.4 Bezonning De blokken sluiten in hoofdlijn aan op de bouwhoogtes in het bestaande plan. Hierdoor zijn de gevolgen op de bezonning van de omliggende gebouwen beperkt. De nieuwe noord-zuid gerichte blokken/blok A en B langs de Pasteurstraat worden wel dieper wat invloed heeft op de bezonning van de noordelijk gelegen woningen aan de overzijde van de Pasteurstraat. Het carré-vormige blok/blok C komt dichter op de straat aan de noordzijde wat invloed heeft op de bezonning van de woningen aan de overzijde van de Pasteurstraat.

Op basis van de bezonningsstudie wordt daarom geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling Project Pasteur niet zal leiden tot onevenredige schaduwhinder voor de bestaande woongebouwen in de omgeving. De ontwikkeling van het plangebied is van zo’n groot belang dat aan het verlies van een aantal zonuren op een aantal panden gedurende een beperkt aantal maanden minder gewicht wordt toegekend.

Er bestaan in Nederland geen officiële landelijke bezonningsnormen. Daarom is er een bezonningsstudie verricht op basis van de zogenoemde TNO-normen (Bezonningsstudie, bijlage I), welke de gemeente Haarlem als richtlijn gebruikt. Voor de ontwikkeling van Project Pasteur is gekeken of de lichte TNO-norm kan worden behaald. Volgens de lichte TNO-norm is er sprake van voldoende bezonning van een woning bij tenminste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari t/m 21 oktober. Als gevolg van schaduwwerking van de nieuwe gebouwen, zal de bezonning verminderen op het zuid-oostelijk gelegen blok van van de nieuwbouw van St. Jacob en de bestaande gebouwen aan de Westermanstraat 48, Pasteurstraat 237 t/m 265. Voor de nieuwbouw van St Jacob en de woningen aan de Pasteurstraat 237 t/m 265 blijkt ruimschoots te kunnen worden voldaan aan de lichte TNO-norm. De kopwoning aan de Westermanstraat 48 is net kritsch met 1x een uur in de voormiddag en 1x aan het eind van de middag op de kopgevel. Voor bezonning van woningen bestaan zoals gezegd geen wettelijke normen. Daarom dient er een belangenafweging plaats te vinden, waarbij het belang van omwonenden bij een aanvaardbaar woon- en leefklimaat moet worden betrokken. De extra schaduwhinder ten opzichte van de bestaande situatie moet in de belangenafweging daarom afgezet worden tegen het belang van het plan.

De realisatie van het plan draagt bij aan de vernieuwing van Boerhaavewijk en het toevoegen van variatie in woningen en programma waardoor een meer gemengd milieu ontstaat. Deze transformatie zorgt ervoor dat de loactie zich tot een attractief gemengd milieu kan ontwikkelen. Daarnaast levert de verdichte woningbouw een essentiële bijdrage aan de woningbouwopgave van Haarlem. De schaduwhinder moet als aanvaardbaar worden geacht omdat hier sprake is van een stedelijke omgeving waaraan minder hoge eisen mogen worden gesteld ten aanzien van lichtinval en bezonning dan in een minder bebouwde omgeving. Voor alle woningen geldt bovendien dat in P. 22 SPVE Project Pasteur

3.4.5 Bomen Bouw woningen versus behoud bomen Bij de transformatie van Project Pasteur is groen in de openbare ruimte een belangrijk aandachtspunt. Hierbij gaan wij uit van het zoveel mogelijk behouden van bomen en zeker waardevolle bomen. Voor de nieuwe stedenbouwkundige opzet, de verdichtingsopgave, de bouw van meer woningen en voorzieningen op een beperkte ruimte ontkomen wij er echter niet aan om bomen te moeten kappen of verplaatsen. Ook voor de aanleg van de gracht zullen bomen moeten wijken maar dit valt buiten het projectgebied. De te kappen of te verplaatsen bomen voor de aanleg van de gracht zijn daarom niet meegenomen in dit SPvE. Mede aan de hand van een bomeninventarisatie (zie bijlage II) is er een zorgvuldige afweging gemaakt welke bomen behouden moeten blijven en welke worden gekapt. Te behouden en te kappen bomen De 10 bomen aan de noordkant langs het middenpad (conditie redelijk) worden behouden. Deze gaan in belangrijke mate het karakter en de verblijfskwaliteit van het groen in het plan bepalen. 24 bomen kunnen niet behouden worden op hun huidige plaats. Hieraan ligt de volgende afweging ten grondslag: • 22 van 50 de bomen, kunnen niet behouden blijven op hun huidige plaats vanwege de benodigde ruimte voor de nieuwe woongebouwen. Van deze 22 bomen staan er 9 op grond in eigendom van de gemeente.

2 van deze 9 bomen zijn verplaatsbaar, 2 van deze te kappen bomen op gemeente grond zijn ouder dan 50 jaar. • Daarnaast kan het nog een overweging zijn ten behoeve van een goede verdeling van het groen over de Pasteurstraat twee bomen met een matige kwaliteit en korte levensverwachting te kappen, ook 1 van deze te kappen bomen op gemeente grond ouder is dan 50 jaar.

Aan te planten bomen Gezien de beperkte ruimte op het perceel is het niet haalbaar alle 20 (of 22) te kappen bomen te compenseren door de aanplant van nieuwe bomen. Wel komt er ruimte voor nieuwe bomen in het plan, aan de nieuwe doorsteek door het binnengebied. Ook zal bij herinrichting van de parkeerstoken rondom gekeken worden naar plekken waar bomen kunnen worden toegevoegd. Daarnaast wordt naar een andere passende manier om het verlies aan groen te compenseren gezocht met bijvoorbeeld andere watervasthoudende beplanting. Het streven is 11 nieuwe bomen te plaatsen mits dit binnen alle randvoorwaarden haalbaar is.

bestaande situatie

met invulling aansluiten op omringende context

met invulling groene dwarsverbinding realiseren

3.5 GROENPARAGRAAF 3.5.1 Inleiding In 3.4.5 is de afweging beschreven tussen behoud van bomen enerzijds en de realisatie van nieuwe woningen anderzijds. In deze groenparagraaf wordt, gezien de beoogde transformatie, de vraag gesteld: wat is de huidige groenkwaliteit en wat is de beoogde nieuwe groenkwaliteit op de locatie. Hiertoe is allereerst het huidige groen geïnventariseerd en opgemeten. De aanwezige bomen zijn beoordeeld op beeldkwaliteit en onderzocht op conditie en levensverwachting in een Boominventarisatie of Boom Effect Rapportage (Groenadvies Amsterdam bv, 9 september 2020). Daarnaast wordt een doorkijk gegeven van de nieuwe beoogde groenkwaliteit in Project Pasteur. Ten derde wordt kort ingegaan op de kaders die de gemeente stelt aan het nieuwe groen (in H4) om deze kwaliteit ook te verkrijgen. De ontwikkelende partij zal dit in een ontwerp voor de openbare ruimte inzichtelijk maken. 3.5.2 Beschrijving bestaande groensituatie In de huidige situatie is de locatie voor een groot deel groen tussen de bebouwing en aan de zuidrand aan de Floris van Adrichemlaan. De randen van de locatie bestaan uit parkeerplaatsen en stoepen en is de openbare ruimte voornamelijk ingericht met asfalt en betontegels. Tussen de parkeerplekken staan enkele bomen en langs de lange gevel van het blok aan de westzijde liggen op sommige plekken geveltuinen in het straatprofiel.

bestaande groenstructuur

toekomstige groenstructuur

Het binnengebied, tussen de blokken en op sommige plekken ook grenzend aan de straten is heel groen met grasvlakken, hagen en heesters rondom de blokken en hagen rondom de privé buitenruimtes van de woningen en bomen in volle grond. Het groene/ onverharde deel, grasvlakken, heesters/ hagen en boomspiegels, op het huidige perceel beslaat 4350m² (gemeten totaan nieuw aan te leggen gracht) en bedraagt ca. 37% van het totaal oppervlak. Achter groene hagen ligt in dit binnengebied nog ca. 480m2 privé buitenruimte grenzend aan de woningen. Langs het pad in het binnengebeid staan 8 grote Hollandse iepen. Aanwezig zijn verder P. 23

gewone esdoors, Hongaarse eiken, trompetbomen, zomereiken, westerse levensboom, Huntington iepen, watercipressen, meelbessen, meidoorns, elsen en een vlier. De Bestaande groenkwaliteit is beschouwd. Bomen aan de Louis Pasteurstraat maken deel uit van een laanbeplanting. 3.5.3 Inventarisatie bomen: status, conditie, toekomstwaarde De huidige bomen in Project Pasteur zijn beoordeeld op kwaliteit en levensverachting in in een Boorminvertarisatie (Groenadvies Amsterdam bv, 9 september 2020, Bijlage I). In het plangebied staan in de huidige situatie 50 bomen, waarvan 26 op grond nu in het bezit van de gemeente. Geen van deze bomen heeft een status (Open Data op de kaart Gemeente Haarlem) wel zijn 7 van deze bomen ouder dan 50 jaar. Van de 26 bomen op gemeente grond zijn er 20 redelijk, 5 matig en is er 1 slecht. Alle andere bomen zijn allemaal redelijk. De bomen met een matige conditie liggen langs de Louis Pasteurstraat, betreffen twee Huntington Essen aan de noordrand, een watercipres en twee gewone esdoorns. De boom met een slechte conditie ligt aan het middenpad en betreft een meidoorn. De toekomstverwachting van het grootste deel van de bestaande bomen (21 van de 26 en 19 van de 24) is redelijk. Dit houdt in dat de mechanische en/of fysiologische toestand van de boom enigszins zijn verminderd maar dat er binnen een termijn van 10 jaar geen problemen te verwachten zijn.

De matige of slechte toekomstverwachting betreft de meelbessen (op eigen terrein) en meidoorn net ten Noorden van Zoed. 3.5.4 Inventarisatie waardevolle bomen De bomen aan weerszijden van het pad, 8 grote Hollandse iepen, in het binnengebied zijn waardevol voor het karakter van de binnengebied. Iets noordelijker staan nog twee grote moseiken. De zomereiken aan de westkant van de Roordastraat geven deze straat aan weerszijden een groen karakter. Aan de noordrand staan drie Huntington iepen, waarvan de middelste volgroeid en in redelijke conditie, de twee andere hebben een matige conditie. 3.5.5 Conclusies bestaand • Het huidige Project Pasteur is langs de randen deels zeer verhard, op sommige plekken aan de randen is wel nog redelijk wat groen, het binnengebied heeft een heel groen kwaliteit. • De kwaliteit van het huidige groen is met name te vinden in het binnengebied met een aantal prachtig volgroeide bomen. Ook de aanwezige bomen in het straatprofiel P. 24 SPVE Project Pasteur

brengen groen kwaliteit in deze veelal stenige ruimte. De kwaliteit van deze bomen in wel wisselend. • Er staan 50 bomen in het plangebied waarvan er 7 van de 26 op gemeentegrond ouder dan 50 jaar zijn en daarom gemeentelijk waardevol. • De meeste bestaande bomen (50) hebben een redelijke of goede conditie en 40 van de 50 bomen hebben een redelijke toekomstverwachting (10 jaar of meer). 3.5.6 Nieuwe groenkwaliteit In het plan is er speciale aandacht voor routes en verblijfsplekken. In het nieuwe plan zal flink verdicht worden. Het is daarom belangrijk om de openbare ruimte die in deze nieuwe opzet ontstaat een zo hoog mogelijke verblijfskwaliteit te geven. Dit wordt bereikt door de bestaande kwaliteiten optimaal te benutten. De binnentuin behoudt zijn openbare karakter, tuinen krijgen een lage groen afscheiding. Fraaie groene plekken en wandelstroken met een hoge verblijfskwaliteit lopen door het binnengebied. De verpoos- en speelplekken hierlangs zijn bereikbaar voor iedereen. Door logisch aan te sluiten op routes vanuit de aangrenzende blokken ontstaan zo prettige en veilige groene wandelroutes met veel beplanting en bomen. Het verbinden van groene ruimtes is ook goed voor flora en fauna.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12265006/1