20220760512 Rapport Analyse opkomst verkiezingen gemeenteraad
Tekst van het document
Opkomst verkiezingen gemeenteraad Trends en motieven en achtergrond niet-stemmers 17 augustus 2022 Data, Informatie en Analyse (DIA)
Samenvatting Om beter inzicht te krijgen in de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen is een analyse uitgevoerd op basis van landelijke en lokale informatie en data. Hierbij is o.a. gekeken naar het opkomstpercentage bij de gemeenteraadsverkiezingen door de tijd heen, de opkomstpercentages bij andere verkiezingen, motieven om niet te stemmen en de achtergrond van niet-stemmers. Hierbij is, waar mogelijk, gekeken hoe Haarlem zich verhoudt tot het landelijk beeld. De belangrijkste bevindingen uit deze analyse zijn: • Het opkomstpercentage bij de gemeenteraadsverkiezingen is in Haarlem redelijk stabiel en fluctueert tussen 51,7% en 54,9% (1998-2022). Landelijk is sinds 2010 sprake van een dalende trend in het opkomstpercentage bij de gemeenteraadsverkiezingen. In 2022 was de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen in Haarlem (52,8%) voor het eerst hoger dan landelijk (51,0%). • In Haarlem was de opkomst bij de laatste vier verkiezingen (Tweede Kamer, Provinciale Staten, Europarlement en gemeenteraad) hoger dan het landelijk gemiddelde. • De opkomst bij Tweede Kamerverkiezingen is veel hoger dan bij de andere verkiezingen, zowel in Haarlem, als landelijk.
• Uit landelijk onderzoek uitgevoerd door Ipsos daags na de gemeenteraadsverkiezingen 2022 blijkt dat de meest voorkomende redenen om niet te gaan stemmen zijn: niet weten op welke partij te stemmen (32%), geen vertrouwen in de gemeentelijke politiek (28%) en geen interesse in de politiek (27%). • Voor vrouwen is de meest voorkomende reden om niet te gaan stemmen dat ze niet weten op welke partij ze moeten stemmen (36% versus 27% bij de mannen); voor mannen is dit dat ze geen vertrouwen hebben in de gemeentelijke politiek (32% versus 23% bij de vrouwen). Voor jongeren (18-24 jaar) is een gebrek aan interesse in de politiek de voornaamste reden om niet te gaan stemmen. • Uit diverse studies blijkt dat er een verband is tussen de opkomst enerzijds en het inkomen en het opleidingsniveau anderzijds: lageropgeleiden en mensen met een lager inkomen gaan relatief weinig stemmen. Daarnaast constateert Ipsos dat bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 mannen (57% opkomst) veel vaker gingen stemmen dan vrouwen (44% opkomst). • Uit een analyse van de gemeenteraadsverkiezingen 2018 blijkt dat ook in Haarlem een verband bestaat tussen de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen en het inkomen: de opkomst was veelal relatief laag in wijken met een relatief laag gemiddeld huishoudinkomen en relatief hoog in wijken met een relatief hoog gemiddeld huishoudinkomen.
2
Inhoudsopgave 1.
2.
Opkomstpercentage trends en vergelijkingen
4
1.1
Opkomst gemeenteraadsverkiezingen 1998 - 2022
4
1.2
Opkomstpercentage verschillende soorten verkiezingen
5
Niet-stemmers: motieven en achtergrond
6
2.1
Motieven om niet te stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen
6
2.2
Achtergrond niet-stemmers
7
2.2.1
Externe studies
7
2.2.2
Verband inkomen en opkomst Haarlem
9
3
1.
Opkomstpercentage trends en vergelijkingen 1.1 Opkomst gemeenteraadsverkiezingen 1998 - 2022 In de volgende grafiek is de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen sinds 1998 voor Haarlem en heel Nederland weergegeven. Grafiek: Opkomstpercentage gemeenteraadsverkiezingen 1998-2022 Haarlem en heel Nederland Bron: Kiesraad, gemeente Haarlem * Heel Nederland: gemiddelde van alle stemgerechtigden in Nederland
60%
58,9%
57,9%
58,6% 54,9%
52,4%
54,1% 53,0%
54,0% 53,0%
54,5%55,0% 52,8%
51,7%
51,0%
50%
40% 1998
2002
2006
2010
2014
Haarlem
Heel Nederland*
2018
2022
Uit de grafiek blijkt dat: 1. Het opkomstpercentage in Haarlem redelijk stabiel is en fluctueert tussen 51,7% en 54,9%. 2. Er landelijk sinds 2010 sprake is van een dalende trend in het opkomstpercentage bij de gemeenteraadsverkiezingen. 3. Van 1998 t/m 2018 de opkomst in Haarlem lager was dan in heel Nederland, waarbij het verschil tussen de landelijke en Haarlemse opkomstpercentages steeds kleiner wordt. In 2022 was de opkomst in Haarlem (52,8%) juist hoger dan in heel Nederland (51,0%).
4
1.2 Opkomstpercentage verschillende soorten verkiezingen In de volgende tabel is de opkomst van de laatste vier verkiezingen voor Haarlem en heel Nederland weergegeven. Tabel: Opkomstpercentage Haarlem en heel Nederland bij de laatste vier verkiezingen Bron: Kiesraad, gemeente Haarlem * Heel Nederland: gemiddelde van alle stemgerechtigden in Nederland Verkiezing
Opkomstpercentage Haarlem
Opkomstpercentage heel Nederland*
Europarlement 2019 Provinciale Staten maart 2019 Tweede Kamer maart 2021 Gemeenteraad maart 2022*
47,2% 57,8%
41,9% 56,2%
Verschil (Haarlem t.o.v. heel Nederland) + 5,3% + 1,5%
80,5% 52,8%
78,7% 51,0%
+ 1,8% + 1,8%
* Bij de gemeenteraadsverkiezingen worden meer personen opgeroepen dan bij andere verkiezingen. In Haarlem zijn dit er ongeveer 10.000 meer (Tweede Kamer 2021: 117.084 opgeroepenen, gemeenteraad 2022: 127.065 opgeroepenen). De reden hiervoor is dat, in tegenstelling tot andere verkiezingen, bij de gemeenteraadsverkiezingen ook niet-Nederlanders uit de Europese Unie en niet-Nederlanders van buiten de EU die minimaal 5 jaar legaal in Nederland wonen mogen stemmen. Uit de tabel blijkt dat: 1. In Haarlem de opkomst bij de laatste vier verkiezingen hoger was dan het landelijk gemiddelde. 2. De opkomst bij Tweede Kamerverkiezingen veel hoger is dan bij de andere verkiezingen. Dit geldt zowel voor Haarlem, als landelijk.
5
2.
Niet-stemmers: motieven en achtergrond 2.1 Motieven om niet te stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen Onderstaande tabel geeft de vijf meest gekozen antwoorden op de vraag ‘Wat zijn voor u de belangrijkste redenen om niet te gaan stemmen?’ uit het onderzoek dat Ipsos gehouden heeft onder niet-stemmers daags na de gemeenteraadsverkiezingen 2022. Hierbij is een uitsplitsing gemaakt naar geslacht en leeftijdsgroep. Tabel: 5 meest gekozen redenen om niet te stemmen uit onderzoek onder niet-stemmers gemeenteraadsverkiezingen 2022. Meerdere antwoorden mogelijk Bron: Ipsos De meest voorkomende reden voor de betreffende groep is vet weergegeven GESLACHT LEEFTIJD Totaal Man Vrouw 18-24 25-34 35-49 50-69 jaar jaar jaar jaar Ik weet niet op welke partij ik 32% 27% 36% 34% 31% 44% 22% moet stemmen Ik heb geen vertrouwen in de 28% 32% 23% 30% 21% 22% 31% gemeentelijke politiek Geen interesse in de politiek 27% 22% 30% 49% 20% 34% 19% Ik voel me niet vertegenwoordigd 15% 22% 8% 5% 14% 8% 21% Mijn stem doet er niet toe, het 15% 13% 16% 20% 11% 15% 12% maakt niet uit of ik wel of niet stem
70+ jaar 36% 33% 23% 17% 18%
Uit deze tabel blijkt dat de meest voorkomende redenen om niet te gaan stemmen zijn: 1. Niet weten op welke partij te stemmen (32%) 2. Geen vertrouwen in de gemeentelijke politiek (28%) 3. Geen interesse in de politiek (27%) Er zijn hierbij verschillen naar geslacht en leeftijd, zoals: • Voor vrouwen is de meest voorkomende reden om niet te gaan stemmen dat ze niet weten op welke partij ze moeten stemmen (36% versus 27% bij de mannen). • Voor mannen is de meest voorkomende reden om niet te gaan stemmen dat ze geen vertrouwen hebben in de gemeentelijke politiek (32% versus 23% bij de vrouwen). • Voor de helft van de jongeren (18-24 jaar) is een gebrek aan interesse in de politiek een reden om niet te gaan stemmen. Jongeren hebben ook relatief veel verschillende redenen om niet te gaan stemmen. Zie ook: Historisch lage opkomst, waarom gingen zo weinig mensen naar de stembus? (nos.nl)
6
2.2 Achtergrond niet-stemmers 2.2.1
Externe studies
Er zijn diverse studies uitgevoerd naar de samenhang tussen de opkomst en de achtergrondkenmerken van de (niet-)stemmers. Ipsos (Overzicht Gemeenteraadsverkiezingen 2022 | Ipsos) constateert dat bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 met 57 procent een ruime meerderheid van de mannen ging stemmen, maar vrouwen in meerderheid thuisbleven: onder vrouwen was de opkomst 44 procent. Ook opleidingsniveau speelde een grote rol bij de opkomst; lager opgeleiden gingen minder vaak naar de stembus dan middel- en hoogopgeleiden. Grafiek: Opkomst gemeenteraadsverkiezingen Nederland naar opleiding en geslacht Bron: Ipsos
Het CBS schrijft in een artikel over het verschil tussen de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen en de Tweede Kamerverkiezingen (Het verschil in opkomst tussen Tweede Kamerverkiezingen en gemeenteraadsverkiezingen (cbs.nl)) dat dit verschil de afgelopen jaren groter is geworden. De opkomst voor Tweede Kamerverkiezingen ligt meestal rond de 80 procent, terwijl de opkomst voor gemeenteraadsverkiezingen 50 à 60 procent bedraagt. In buurten met een hoog percentage hoogopgeleiden en een hoog percentage 65-plussers is het verschil in opkomst tussen de Tweede Kamer- en gemeenteraadsverkiezingen klein, omdat beide groepen in hogere mate op komen dagen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Het verschil in opkomst tussen beide verkiezingen is groter naarmate er meer mensen met een laag inkomen in een buurt wonen. Mensen met een laag inkomen stemmen sowieso minder vaak en bij hen is het opkomstverschil nog groter. Ook een grotere bevolkingsdichtheid in een gemeente hangt samen met een iets lagere opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen en dus een groter verschil.
7
Grafiek: Opkomst Tweede Kamer- en gemeenteraadsverkiezingen voor Nederland en buurttype naar inkomen en opleidingsniveau Bron: CBS, kiesraad
In 'de Atlas van afgehaakt Nederland' worden de bevindingen van Ipsos en het CBS onderschreven (Atlas van Afgehaakt Nederland | Kennisbank Openbaar Bestuur (kennisopenbaarbestuur.nl) Daarnaast wordt hierin ook een verband tussen de opkomst en andere kenmerken die samenhangen met inkomen en opleiding geconstateerd. Uit twee onderzochte verkiezingsuitslagen valt vooral de samenhang op tussen een lagere opkomst en een minder goed ervaren gezondheid, meer eenzaamheid, minder vrijwilligers, meer arme huishoudens, meer bijstand, meer werkloosheid en meer arbeidsongeschiktheid. Ook is er een samenhang tussen een lagere opkomst en minder vertrouwen in de medemens, een slechtere vermogenspositie, meer obesitas, meer chronisch zieken en meer medicijngebruik.
8
2.2.2
Verband inkomen en opkomst Haarlem
Voorheen werd met stemdistricten gewerkt. Bij elk stemdistrict hoorde een stembureau. Het stembureau van het district werd op de oproepkaart vermeld en de kiezer was in eerste instantie gebonden aan dit stembureau. Bij de laatste twee verkiezingen is dit systeem vanwege corona losgelaten. Men kon zelf kiezen naar welk stembureau men wilde gaan. Consequentie hiervan is dat voor de laatste verkiezingen niet bepaald kan worden wat het opkomstpercentage per gebied is. Vandaar dat bij de hierna beschreven opkomstanalyses per wijk gebruik is gemaakt van data uit 2018. Onderstaande kaart geeft per wijk inzicht in het opkomstpercentage voor de gemeenteraadsverkiezingen 2018 en het gemiddelde besteedbare huishoudinkomen in hetzelfde jaar. Kaart: Gemiddeld besteedbaar huishoudinkomen per jaar (links) en opkomstpercentage gemeenteraadsverkiezingen (rechts) 2018* per wijk Bron: CBS en gemeente Haarlem Let op: gegevens Waarder- en Veerpolder niet betrouwbaar vanwege lage aantal huishoudens!
Zie https://haarlem.incijfers.nl/databankkaart_ink_op_2018 voor de interactieve versie. Hierna zijn de wijken op basis van dezelfde gegevens weergegeven in een grafiek, waarbij de opkomstpercentages (verticale as) zijn afgezet tegen het gemiddeld besteedbaar huishoudinkomen (horizontale as).
9
Grafiek: Gemiddeld besteedbaar huishoudinkomen per jaar afgezet tegen opkomst gemeenteraadsverkiezingen 2018* per wijk Bron: CBS en gemeente Haarlem Achter wijknaam is gemiddeld besteedbaar huishoudinkomen en opkomstpercentage weergegeven Let op: gegevens Waarder- en Veerpolder niet betrouwbaar vanwege lage aantal huishoudens
Zie https://haarlem.incijfers.nl/databankgrafiek_ink_op_2018 voor een interactieve en beter leesbare versie. Uit deze kaart en grafiek blijkt dat ook in Haarlem de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen veelal relatief laag is in wijken met een relatief laag gemiddeld huishoudinkomen*, zoals in de wijken (tussen haakjes opkomst % en gemiddeld besteedbaar huishoudinkomen): • Meerwijk (36,5%, €32.400), • Slachthuiswijk (37,6%, € 33.200), • Boerhaavewijk (41,8%, €36.500), • Europawijk (41,9%, €36.500), • Delftwijk (42,6%, € 33.900) en • Parkwijk (45,1%, € 38.700) en relatief hoog in wijken met een relatief hoog gemiddeld huishoudinkomen, zoals: • Houtvaartkwartier (68,8%, € 49.600), • ter Kleefkwartier (64,1%, € 55.700), • Duinwijk (63,7%, € 53.900), • Oude stad (62,8%, € 43.700), • Haarlemmerhoutkwartier (59,9%, € 63.000), • Vogelenwijk (59,4%, €47.000) en • Spaarndam (59,0% , € 48.100). * In Haarlem was in 2018 de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezing 54,5% en het gemiddeld besteedbare huishoudinkomen per jaar € 44.000.
10
Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 17 augustus 2022
Tekst: Annemarie Wagelaar ________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 11