CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20220689715 2. Bijlage 1 Leer- en Verbeterplan sociale basis 2021

commissie Samenleving 9 juni 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Leer- en Verbeterplan sociale basis 20214.082 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Leer- en Verbeterplan sociale basis Haarlem 2021 1 mei 2022 Wouter Bouman Maatschappelijke Ondersteuning

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

4.

Inleiding

3

1.1

Definities

3

1.2

Samenhang

3

Resultaten

4

2.1

Verantwoordingsinformatie (niveau 1)

5

2.2

Monitorinformatie (niveau 2)

5

2.3

Effectinformatie (niveau 3)

6

Conclusie

6

3.1

Financiën op orde

7

3.2

Gezonde leefstijl

7

3.3

Ontmoeten

8

3.4

Opvoeden en opgroeien

8

3.5

Redzaam in en om het huis

8

3.6

Vrijwillige inzet en mantelzorg

9

3.7

Waardevol werk

9

3.8

Gebieden

9

Doorkijk naar 2022 en verder

10

2

1.

Inleiding In 2020 heeft het college van B&W besloten over de toekenning van subsidies voor partners in de sociale basis voor 2021. De subsidies zijn op een andere wijze dan voorheen uitgevraagd, aangevraagd en beoordeeld. De eerste stap was dat de gemeenteraad een uitvraag heeft vastgesteld met doelen op verschillende thema's. De partners in Haarlem hebben vervolgens hun aanvragen opgesteld voor een periode van één jaar. Door de gemeente zijn deze aanvragen beoordeeld op de mate waarin ze bijdragen aan de gemeentelijke doelen. De laatste stap in deze nieuwe werkwijze zijn de afspraken tussen gemeente en subsidiepartners over de wijze waarop de subsidiepartners verantwoorden over de uitvoering en effectiviteit van hun activiteiten, en hoe gemeente en subsidiepartners vervolgens daardoor leren- en verbeteren. Deze afspraken zijn beschreven in het Verantwoordings- en evaluatieplan. Een belangrijk kenmerk van de hierin beschreven systematiek is dat subsidiepartners dit zoveel mogelijk gezamenlijk en op eenduidige wijze doen. Dit alles heeft geresulteerd in dit Leer- en verbeterplan, waarin de verantwoording van college en subsidiepartners aan de gemeenteraad staat.

1.1 Definities Verantwoorden, monitoren en evalueren zijn termen die vaak door elkaar heen gebruikt worden, terwijl ze een andere betekenis hebben. We verhelderen hieronder wat we onder deze termen verstaan en hoe ze met elkaar samenhangen. Onder individueel verantwoorden verstaan we dat duidelijk gemaakt wordt dat de activiteiten conform de aanvraag zijn uitgevoerd. Elke organisatie doet dit afzonderlijk. Uitvoeren conform aanvraag betekent:  dat alle activiteiten zijn uitgevoerd;  op de wijze zoals beschreven in het plan van aanpak/de aanvraag, met toepassing van de 'wat werkt' principes;  conform de begroting (de daarvoor bestemde middelen zijn ook daadwerkelijk ingezet). Wanneer daarvan wordt afgeweken is een toelichting vereist waarom is afgeweken en welk effect dit had op de te behalen doelen. Onder monitoren verstaan we dat bijgehouden wordt in welke mate de doelgroep ook daadwerkelijk wordt bereikt. Monitorinformatie komt uit de registratie van uitvoerders van activiteiten. Onder bereik verstaan we:  aantal unieke deelnemers per jaar Onder effectmeting verstaan we dat het beschrijven of de beoogde effecten ook daadwerkelijk zijn gerealiseerd bij de doelgroep(en). Effecten zijn in dit geval vastgesteld door:  het rechtstreeks te bevragen bij de doelgroep via een enquête.

1.2 Samenhang Verantwoordings- en monitorinformatie vormen de basis van de evaluatie waarin je laat zien dat de activiteiten effect hebben. Ze kunnen niet zonder elkaar, maar alle drie soorten informatie hebben een afzonderlijke primaire functie:

3

  

Verantwoordingsinformatie (niveau 1) vormt de basis voor de individuele rapportage die los gezien kan worden van de inhoudelijke effectinformatie (de evaluatie), verantwoordingsinformatie levert wel een bijdrage aan de effectinformatie. Monitorinformatie (niveau 2) is vooral geschikt om activiteiten tussentijds te beoordelen; liggen we nog op koers, bereiken we de juiste doelgroep, bereiken we voldoende mensen uit de doelgroepen, moeten we activiteiten eventueel bijstellen? Effect-informatie (niveau 3) vormt de kern van de evaluatie. Om effecten vast te stellen moet worden uitgegaan van de hoofd- en subdoelen zoals vastgesteld door de gemeente in de uitvraag. Effecten worden benoemd door vanuit deze doelen redeneringen op te stellen voor activiteitensoorten en daarbij gebruik te maken van de 'wat werkt'-principes. Door bij de doelgroepen vast te stellen dat de ‘wat werkt'-principes’ ook bij hen werken (zoals beoogd en omschreven) en door te laten zien dat de 'wat werkt'-principes aantoonbaar zijn verwerkt in het aanbod (zoals gerapporteerd in de verantwoordingsinformatie), wordt de effectiviteit van de activiteiten vastgesteld. Dit is gedaan door middel van enquêtes. Door middel van evaluatie kan ten slotte aangetoond worden dat de activiteiten bijdragen aan het realiseren van de beleidsdoelen van de gemeente (niveau 4).

De gemeente hanteert verschillende databronnen (zoals eigen registratie en het gezondheidsonderzoek van de GGD) om de impact van het beleid te laten zien. We weten echter dat de sociale realiteit ingewikkeld is en zich niet laat vangen in enkele cijfers/percentages. De cijfers/percentages uit de databronnen worden gebruikt om de evaluatiegegevens van de gezamenlijke aanbieders te interpreteren en met elkaar te leren en te verbeteren, maar niet om de effectiviteit van activiteitensoorten te beoordelen.

Samen met de subsidiepartners is dit Leer- en verbeterplan opgesteld. Het Leer- en verbeterplan brengt de informatie over de uitvoering van activiteiten (niveau 1) en doelgroepbereik (niveau 2) en ervaren effectiviteit (niveau 3) samen en combineert dit met informatie die de gemeente verzamelt over de realisatie van hoofd- en subdoelen (maatschappelijke effecten op niveau 4).

2.

Resultaten Alle subsidierelaties zijn onderverdeeld in activiteitensoorten. Iedere activiteitensoort valt onder een thema en draagt bij aan een doel, zoals geformuleerd in de uitvraag sociale basis 2021. Dit is niet het enige doel waaraan wordt bijgedragen. Van alle aanvragen is geregistreerd aan welke doelen zij bijdragen, maar om het geheel overzichtelijk en werkbaar te houden is ervoor gekozen om ze in de uiteindelijke verantwoording alleen te koppelen aan het ‘’belangrijkste’’ doel waaraan naar verwachting het meest wordt bijgedragen. In Bijlage 1 staat het totaaloverzicht van activiteitensoorten en bijbehorende doelen met de behaalde resultaten. Hieronder staat per niveau een korte toelichting op deze informatie.

Het effect van de coronamaatregelen Een terugkerend element in de resultaten op de verschillende niveaus zijn de effecten van de beperkende coronamaatregelen in 2021 (kleinere groepen, beperkte doorgang van activiteiten en gedeeltelijke sluiting van locaties). Hierdoor is in 2021 bijvoorbeeld anders invulling gegeven aan de beoogde activiteiten en ondersteuningsvormen; waren er minder deelnemers dan verwacht; en zijn de indicatoren op maatschappelijk effectniveau (veelal negatief) beïnvloed. Om herhaling in de rapportage te voorkomen zal hier naast deze algemene disclaimer verder niet te uitgebreid op worden ingegaan.

4

2.1 Verantwoordingsinformatie (niveau 1) In 2021 is er € 16.697.435,- aan subsidies verstrekt aan 67 organisaties die activiteiten uitvoeren in de sociale basis van Haarlem. De organisaties gaven allemaal conform afspraak uitvoering aan de beoogde activiteiten. De organisaties hebben wel alternatieve oplossingen bedacht om contact te houden met bewoners en hen te ondersteunen bij vragen en problemen. Bijvoorbeeld met meer telefonisch contact, de inzet van apps, online programma’s en beeldbellen. Of met huisbezoek en persoonlijke begeleiding in situaties waarin dit noodzakelijk is. Op deze manier is toch invulling gegeven aan het ondersteunen van diverse kwetsbare doelgroepen. Deze alternatieve inzet is wel altijd in overleg met de gemeente en conform afspraak en de afgesproken ‘wat werkt’-principes geweest.

2.2 Monitorinformatie (niveau 2) In 2021 hadden de organisaties in totaal 101.476 deelnemers aan hun activiteiten. Dit is de som van het geregistreerde aantal door de organisaties, maar niet het totaalaantal unieke deelnemers dat is bereikt. De deelnemers worden namelijk niet geregistreerd op BSN-niveau. Het is daarom goed mogelijk dat inwoners aan meerdere activiteiten (bij meerdere organisaties) deelnamen en op die manier vaker terugkomen in de registratie. Ook is het goed mogelijk dat er meer mensen hebben deelgenomen dan dat er zijn geregistreerd. Het is ook geen doel dat de som van het aantal deelnemers het totaalaantal unieke inwoners is. De activiteiten en ondersteuning vanuit de sociale basis dienen laagdrempelig beschikbaar te zijn en strikte registratievoorwaarden belemmeren deze laagdrempeligheid. Daarnaast is registratie op persoonsniveau voor het beoogde doel niet nodig en daarmee vanuit de AVG niet wenselijk. Het is interessanter om te zien in hoeverre het verwachte aantal deelnemers (zoals door de organisaties benoemd in de aanvraag) per activiteitensoort en organisatie is gerealiseerd in 2021 en hoe zich dit verhoudt tot de beschreven doelgroep en de omvang hiervan. Bij de meerderheid van de activiteitensoorten is het verwachte aantal deelnemers ook daadwerkelijk gerealiseerd.

Toch heeft een deel van de activiteitensoorten niet het verwachte aantal deelnemers behaald. Naast de beperkende coronamaatregelen komt dit doordat inwoners zelf minder contact zochten. Verschillende organisaties geven aan dat ze merken dat veel inwoners uit angst voor besmetting thuis bleven. Hierop probeerden organisaties meer outreachend te werken en actief contact te zoeken met deze inwoners. Ten slotte is voor elke activiteitensoort geprobeerd de beoogde doelgroep te specificeren en te kwantificeren. Hierdoor kan enigszins zichtbaar worden gemaakt welk percentage van de beoogde doelgroep in de sociale basis bereikt is. Toch is het lastig om hier harde conclusies uit te trekken en dient dit nu vooral ter indicatie. Zoals eerder aangegeven is de som van het ‘unieke’ aantal deelnemers immers niet sluitend, maar ook mag niet verwacht worden dat de organisaties de totale doelgroep bereiken. Aan de ene kant omdat organisaties niet de middelen en de opdracht hebben om de totale doelgroep te bedienen. Zo is de beoogde doelgroep eerder een overkoepelende groep waaronder de specifieke doelgroepen van de verschillende organisaties vallen. De doelgroep van de activiteitensoort ‘Individuele begeleiding (en in groepsverband)’ binnen het thema Redzaam in en om het huis bijvoorbeeld is gespecificeerd als ‘Haarlemmers die zich niet als volledig redzaam beschouwen’.

De organisaties binnen deze activiteitensoort bereiken ieder weer een specifieke doelgroep (zoals weduwen en weduwnaars of mensen met geheugenproblemen of (beginnende) dementie en hun naasten) die wel onder de beoogde doelgroep vallen, maar gezamenlijk niet volledig dekkend zijn. Aan de andere kant zijn er naast de sociale basis nog veel meer plekken en mogelijkheden waar de beoogde doelgroep terecht kan en

5

wordt geholpen. Denk hierbij aan vrijwilligers die zich inzetten bij sportverenigingen. Het is daarom niet opvallend dat het uiteindelijke percentage bij de meeste activiteitensoorten relatief laag is (≤10%). Opvallender is dat bij één activiteitensoort (Jongerenwerk) het percentage hoger dan 100% is. Dit is te verklaren doordat dit typisch een activiteitensoort met veel dubbele registraties is, omdat er aan meerdere activiteiten kan worden deelgenomen die allemaal worden geregistreerd. Ook kunnen niet alle doelgroepen specifiek genoeg gekwantificeerd worden. Daarvoor ontbreken de benodigde gegevens. Zo is de beoogde doelgroep van de activiteitensoort Opvoedondersteuning bijvoorbeeld: Haarlemse ouders met kinderen van 0-14 jaar, waar het tijdelijk niet lekker loopt. Alleen zijn deze gegevens niet beschikbaar. Daarom is het met de wel beschikbare data gekwantificeerd als 24.589 Haarlemse huishoudens met kinderen, maar is dit eigenlijk te breed.

2.3 Effectinformatie (niveau 3) De gemeente heeft in samenwerking met de organisaties per activiteitensoort een uniforme vragenlijst ontwikkeld. Het doel van de enquêtes was het verkrijgen van inhoudelijke informatie over de effecten die de subsidiepartners met hun activiteiten en ondersteuning proberen te bereiken. De opzet van de enquête was in de basis:  Eén effectvraag die beantwoord kan worden op een schaal van 1-10. Deze effectvraag linkt de activiteitensoort direct aan het beoogde subdoel en toetst zo in hoeverre het gewenste effect bereikt is bij de deelnemer.  Een aantal stellingen over de activiteitensoort waarbij bewoners kunnen aangegeven of ze het met de stelling eens, neutraal of oneens zijn. Als een bewoner de vraag niet van toepassing vindt voor zichzelf, kan dit aangegeven worden. Hiermee kan worden geduid waarom een bepaald effect is gerealiseerd.  Een open vraag als mensen nog iets kwijt willen. In overleg met organisaties is de opzet voor de effectmeting bij bepaalde activiteitensoorten anders ingevuld. Er deden in totaal 2.885 bewoners aan de effectmeting. In Bijlage 2 zijn alle uitkomsten van de effectmeting per activiteitsoort opgenomen inclusief een korte gezamenlijke analyse door de betrokken organisaties. In Bijlage 1 is onder ‘’Effectmeting’’ het gemiddelde cijfer van de effectvraag per activiteitensoort opgenomen.

Uit deze effectmetingen blijkt dat dat het overgrote deel van de activiteitensoorten het gewenste effect heeft bij inwoners en dus bijdragen aan het realiseren van de beleidsdoelen van de gemeente. Wel geven de subsidiepartners aan dat corona invloed heeft gehad op de ervaring van het aanbod en kwam bij verschillende activiteitensoorten naar voren dat deelnemers willen dat organisaties meer ruimte krijgen om bijvoorbeeld het aanbod uit te breiden en ruimere openingstijden te bieden. Ook helpt de effectmeting om te duiden waarom een bepaald effect is gerealiseerd en biedt het inzicht in bepaalde behoeften van deelnemers. Hiermee gaan de desbetreffende organisaties zelf aan de slag. Voorbeelden hiervan zijn “vaker een dagje uit te willen”, “meer bekendheid aan de activiteit te wensen”, “na de maaltijd meer tijd om met elkaar na te praten” en “ruimere openingstijden”.

3.

Conclusie Op basis van de resultaten op de eerste drie niveaus kan geconcludeerd worden dat binnen de sociale basis de activiteiten zijn uitgevoerd op de wijze zoals beschreven in de aanvraag; en met toepassing van de 'wat werkt' principes (niveau 1). Hierbij is bij de meeste activiteitensoorten ook het aantal deelnemers bereikt dat beoogd was (niveau 2). Tevens zijn bij deze bereikte inwoners in

6

het overgrote deel de beoogde effecten ook daadwerkelijk gerealiseerd (niveau 3). Hiermee mag verondersteld worden dat de activiteiten in de sociale basis positief bijdragen aan de beoogde maatschappelijke effecten en doelen van de gemeente (niveau 4). Deze positieve bijdrage is niet overal terug te zien bij de gekoppelde indicatoren. Er zijn verschillende databronnen (zoals eigen registratie, Inwonerspeiling en het gezondheidsonderzoek van de GGD) gehanteerd om de impact van het beleid te laten zien (Bijlage 3). De sociale realiteit is echter ingewikkeld is en laat zich niet vangen in enkele cijfers/percentages. De sociale basis draagt weliswaar bij aan deze cijfers, maar er zijn ook andere sociaal economische ontwikkelingen die een grote rol spelen bij de onderzoeksresultaten. Daarnaast was er niet voor elk subdoel een passende indicator en blijken veel cijfers niet beschikbaar te zijn of niet actueel, waardoor ze niet in deze rapportage kunnen worden opgenomen. De onderzoeken worden (wanneer beschikbaar) wel gebruikt om de evaluatiegegevens van de partners te interpreteren en met elkaar te leren en te verbeteren. Hieronder wordt per thema en gebied nog iets dieper ingegaan op de resultaten uit 2021 en wat de leer- en verbeterpunten zijn voor 2022 en verder.

3.1 Financiën op orde Corona en de bijbehorende maatregelen hebben in 2021 invloed gehad op de behaalde resultaten. Zo was het niet alleen wisselend mogelijk om de gestelde doelen te behalen door de beperkingen bij de uitvoering van het activiteitenaanbod, maar is er bij het vaststellen van de maatschappelijke effecten ook onvoldoende rekening gehouden met de onverwachte/plotselinge omstandigheden die buiten de invloed van de gemeente vallen. Zo is er met een stijging van 16% naar 21% duidelijk sprake van een negatieve trendbreuk bij het percentage inwoners dat zegt in het dagelijks leven beperkt te worden door de eigen financiële situatie. Wel hebben de bereikte deelnemers het aanbod over het algemeen positief ontvangen en als effectief ervaren.

Leer- en verbeterpunten  Met ingang van 2022 zijn de organisaties in de activiteitensoort ‘’(financiële) tegemoetkoming verstrekking voor bepaalde activiteiten’’ geen onderdeel meer van de sociale basis. Vanwege de uitsluitend financiële aard van deze subsidies zijn ze overgeheveld naar de verantwoordelijkheid van de vakafdeling.

3.2 Gezonde leefstijl Hoewel er in 2021 minder mensen ‘live’ bereikt konden worden, zijn er door alternatieve inzet toch veel mensen bereikt. De deelnemers geven aan dat de activiteiten helpen om beter om te gaan met problemen/dilemma’s en dat ze beter in staat zijn om de gezonde keuzes te maken. De effectiviteit van het aanbod wordt dan ook met een 8 of hoger gewaardeerd.

Leer- en verbeterpunten  Het is goed om door te gaan met het huidige aanbod dat hoog gewaardeerd wordt. Het behoud van de samenwerkingsverbanden in de wijk is daarbij van belang.  Voor 2022 en verder moet worden gekeken om het bereik (met name van volwassenen en ouderen) te vergroten.

7

3.3 Ontmoeten Naast dat de coronamaatregelen belemmerend werkten voor veel activiteiten rond ontmoeten, zorgde het ook voor creativiteit bij de organisaties. Zo zijn er veel alternatieve activiteiten of activiteiten op een andere manier georganiseerd, waardoor ook weer andere doelgroepen zijn bereikt. Uit de hoge impactcijfers blijkt tevens dat de deelnemers aan de activiteitensoorten deze ook als effectief ervaren.

Leer- en verbeterpunten  De resultaten uit 2021 leren de gemeente om vertrouwen te hebben in de creativiteit, flexibiliteit en het verantwoordelijkheidsgevoel van de organisaties en de organisaties om andere vormen van activiteiten, zoals digitaal aanbod, vast te houden.  Het percentage inwoners dat aangeeft niet voldoende contacten te hebben of er meer zou willen en het percentage inwoners dat zich eenzaam voelt, is toegenomen. Hieruit blijkt met name dat de coronamaatregelen een grote impact hadden op de Haarlemse bevolking. Dit is een aandachtspunt voor 2022 en verder.

3.4 Opvoeden en opgroeien Het jongerenwerk is in 2021 flexibel omgegaan met de steeds veranderende omstandigheden en regels. Hierbij is steeds gekeken naar wat wel mogelijk was. Zo heeft de diversiteit aan organisaties in Haarlem ervoor gezorgd dat veel inwoners, en veel verschillende doelgroepen, bereikt zijn en jongeren met verschillende benaderingen en methodieken goed gestimuleerd worden in het ontdekken en ontwikkelen van hun talenten. Dat de deelnemers dit ook zo ervaren blijkt uit de hoge impactcijfers in de effectmeting.

Leer- en verbeterpunten  Een goede ontwikkeling die in 2022 en verder moet worden doorgezet is dat in de uitvoering van het jongeren- en kinderwerk steeds meer wordt samengewerkt. Niet alleen met verwante domeinen, zoals het onderwijs, maar ook onderling. Een voorbeeld hiervan is dat jongerenorganisaties elkaar via een digitaal platform op de hoogte houden van hun activiteiten zodat zij bij elkaar kunnen aanhaken.

3.5 Redzaam in en om het huis Binnen het thema Redzaam is het verwachte doelgroepbereik grotendeels behaald. Wel is bij de activiteitensoort Vervoersondersteuning (Praktische diensten) het aantal gerealiseerde ritten enigszins lager dan de streefwaarde net als bij de activiteitensoort Individuele begeleiding (en in groepsverband). Inwoners ervaren de activiteiten en ondersteuning binnen het thema Redzaam als effectief gelet op de impactcijfers van een 8 of hoger.

Leer- en verbeterpunten  Voor 2022 zal het huidige aanbod worden voortgezet. Hierbij is de hoop en de verwachting dat gedurende het jaar de effecten van de coronapandemie zullen afnemen.  Bij de activiteitensoort Vervoersondersteuning liggen er, op basis van de reacties van deelnemers, kansen om de bekendheid te vergroten.

8

3.6 Vrijwillige inzet en mantelzorg Binnen het thema Vrijwillige inzet is het doelgroepbereik met het aantal deelnemende inwoners en matches van vrijwilligers en hulpvragers ruimschoots behaald. Wat hierbij opvalt is een verschuiving naar het gebruik van digitale platforms door inwoners, omdat de mogelijkheden van het reguliere vrijwilligerswerk door de coronamaatregelen werden beperkt. De deelnemers ervaren de activiteiten en ondersteuning binnen het thema Vrijwillige inzet als effectief met een impactcijfer van minimaal een 7,3. Op het gebied van mantelzorgondersteuning konden er in 2021 minder bijeenkomsten worden georganiseerd. Toch is het bereik van het aantal mantelzorgers niet veel lager dan verwacht. Er is, onder andere door telefonisch contact, geïnvesteerd in direct contact met mantelzorgers wat goed aansluit bij de ‘wat werkt’-principes. Mantelzorgers zijn over het algemeen zeer tevreden met de geboden ondersteuning en de ervaren effectiviteit.

Leer- en verbeterpunten  Binnen het thema Vrijwillige inzet moet worden voortgebouwd op de ervaringen van de afgelopen periode. Zo zal het gebruik van digitale middelen bij inwoners voor het vinden en aanbieden van vrijwillige inzet naar verwachting verder toenemen en zal het aanbod van organisaties hierop moeten inspelen.  Uit de effectmeting blijkt dat een aanzienlijk deel van de deelnemers aan ‘’werving, begeleiding en waardering’’ het niet van toepassing vindt dat de ondersteuning bijdraagt aan het weten waar men zich kan inzetten als vrijwilliger en het helpen om vrijwilligerswerk te blijven doen. Dit zijn wel belangrijke aspecten van vrijwilligerswerk en daarom is het een verbeterpunt voor 2022 en verder om hier op in te zetten.  Voor 2022 en verder blijft het bereiken van mantelzorgers met een niet-westerse achtergrond een aandachtspunt.  Met betrekking tot mantelzorgondersteuning blijft het belangrijk om extra in te zetten op de naamsbekendheid, ook bij verwijzers.

3.7 Waardevol werk De organisaties binnen het thema Waardevol Werk hebben arbeidsmatige dagbesteding geboden conform afspraak en volgens de ‘wat werkt’-principes. Hierbij is het verwachte aantal deelnemers ook bereikt en bovendien gaven deze deelnemers aan de activiteiten als effectief te hebben ervaren. Uit deze effectmeting blijkt dat de aspecten die voor Waardevol Werk van belang zijn (gebaseerd op gesprekken met deelnemers aan activiteiten in 2018, georganiseerd door Movisie) ook worden ervaren door de deelnemers. Slechts een klein deel van de deelnemers geeft aan een of meerdere aspecten niet te ervaren.

Leer- en verbeterpunten  Voor 2022 en verder is het van belang om voort te bouwen op de positieve resultaten van 2021 en bij de enkele negatieve reactie te achterhalen waar dit vandaan komt en hoe dit te verbeteren is.

3.8 Gebieden Wat er wel en niet goed gaat bij inwoners verschilt niet alleen per thema, maar ook per wijk. Daarom zijn er ook per gebied doelen geformuleerd. In principe wordt door alle activiteitensoorten aan een of meerdere van deze gebiedsdoelen bijgedragen, waarbij een aantal activiteitensoorten

9

specifiek gericht waren op deze gebiedsdoelen. Gelet op de resultaten van de organisaties, de ervaren effectiviteit van deelnemers en de uiteindelijke maatschappelijke effecten komen veelal dezelfde bewegingen als bij de indicatoren per thema op stadsniveau naar voren. Zo neemt bijvoorbeeld het percentage inwoners dat aangeeft meer contact te willen en het percentage inwoners dat gevoelens van eenzaamheid ervaart net als op stadsniveau ook toe in Noord, Schalkwijk en het Centrum. Terwijl bijvoorbeeld het percentage inwoners dat de gezondheid als goed of zeer goed ervaart en de eigen gezondheid (zeer) goed noemt net als op stadsniveau toeneemt in Schalkwijk. Maar hoewel de beweging veelal hetzelfde is, wordt er bij al deze indicatoren nog steeds minder gescoord vergeleken met de andere gebieden en Haarlem als geheel.

Leer- en verbeterpunten  Het blijkt wederom dat ieder gebied zijn eigen dynamiek, cultuur, mogelijkheden en uitdagingen heeft. Dit betekent dat er in elke wijk behoefte is aan andere activiteiten en ondersteuning waar in 2022 en verder nog beter op aangesloten kan en moet worden.

4.

Doorkijk naar 2022 en verder Dit is het laatste jaar voordat de sociale basis overgaat naar Gewoon in de Wijk. Voor 2022 is besloten om de afspraken van 2021 met een jaar te verlengen. Ook op basis van de resultaten uit 2021 is er geen aanleiding om voor dit jaar de (sub)doelen te wijzigen en dus zal het aanbod worden voortgezet met aandacht voor de per thema en activiteitensoort aangestipte verbeterpunten. De organisaties zullen in tegenstelling tot de afgelopen jaren hierbij hopelijk niet beperkt worden door de coronamaatregelen. Dit jaar zal met name in het teken staan van de overgang naar Gewoon in de Wijk. Hierbij zullen de opgedane lessen en benoemde verbeterpunten uit de sociale basis worden meegenomen. Onder andere bij de inrichting van de monitoring en verantwoordingssystematiek van Gewoon in de Wijk. Zo gaven de verschillende organisaties aan dat de enquêtes een goede manier waren om met hun deelnemers in gesprek te gaan en meningen en ervaringen op te halen. Het werd als positief ervaren dat de enquête kort was, waardoor deelnemers sneller geneigd waren hem in te vullen. Wel geven deelnemers aan dat er nog genoeg kansen liggen om deze te optimaliseren. Zo zijn er verschillende mogelijkheden benoemd om de objectiviteit te vergroten en sociaal wenselijke antwoorden te voorkomen.

Ook wordt geadviseerd om een volgende keer gebruik te maken van vragenlijsten op een duidelijk afgestemd taalniveau, en daar doelgroep /activiteiten specifieke variatie in aan te brengen. Denk hierbij aan simpel taalgebruik, werken met plaatjes en het aanbieden in meerdere talen. Deze input wordt meegenomen bij de doorontwikkeling van de effectmeting in 2022 en bij de inrichting van de monitoring en verantwoordingssystematiek van Gewoon in de Wijk vanaf 2023. Verder kwam het idee naar voren om een panel, bestaande uit deelnemers, samen te stellen om op basis van de analyse te kijken hoe de aanpak in de toekomst het beste vorm kan worden geven. Er zit namelijk verschil tussen hoe de doelgroep het ervaart en hoe de professionals het willen door ontwikkelen. Ook blijkt wederom hoe lastig het is om de maatschappelijke effecten van beleid te meten. De aan de doelen gekoppelde indicatoren bleken niet allemaal beschikbaar of actueel. Tevens lijken sommige indicatoren toch eerder prestatie- dan effectindicatoren te zijn. Daarom wordt, met het oog op Gewoon in de Wijk, ook hierop een ontwikkelslag gemaakt. Aan de beleidsdoelen van Gewoon in de Wijk worden momenteel beschikbare en passende effectindicatoren gekoppeld, zodat deze een beter beeld geven van de impact en trends op maatschappelijk niveau.

10

Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 1 mei 2022 _______________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12265170/1