20220668692 3. Bijlage 2 APV-artikel deelscooters
Tekst van het document
Besluit tot wijziging van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Haarlem, vergunningplicht commercieel aanbieden deelvoertuigen De raad van de gemeente Haarlem; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum]; Gelet op artikel 108, eerste lid en artikel 149 van de Gemeentewet; Overwegende dat een beperkt aantal vergunningen voor het commercieel aanbieden van deelvoertuigen in de openbare ruimte kan worden verleend om te voorkomen dat er negatieve gevolgen ontstaan voor de kwaliteit, leefbaarheid, veiligheid van die openbare ruimte; Besluit de Algemene plaatselijke verordening gemeente Haarlem als volgt te wijzigen: Artikel I De Algemene plaatselijke verordening gemeente Haarlem wordt als volgt gewijzigd: na afdeling 5.3 wordt een afdeling ingevoegd, luidende: Afdeling 5.3 A Commercieel aanbieden deelvoertuigen Artikel 5:16a Begripsbepalingen a. Deelvoertuig: een publiek toegankelijk voertuig, dat voor een korte duur (tijd) en tegen betaling in een netwerk wordt aangeboden door een commerciële aanbieder. b.
Voertuigcategorie: hetgeen daaronder wordt verstaan volgens de definitie in deze nadere regels of indien dit niet is bepaald, hetgeen hieronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 of de Wegenverkeerswet of indien deze regelgeving geen uitsluitsel geeft, hetgeen daaronder verstaan wordt in het dagelijks gebruik. c. Elektrische fiets: fiets met trapondersteuning.
Artikel 5:16b Vergunningplicht commercieel aanbieden deelvoertuigen 1. Het is verboden zonder vergunning van het college deelvoertuigen op een openbare plaats ter gebruik aan derden aan te bieden tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden. 2. Het college wijst categorieën deelvoertuigen aan waarvoor een vergunning als bedoeld in het eerste lid verleend kan worden. 3. Vergunning wordt voor 2 jaar verleend. 4. Het in het eerste lid opgenomen verbod is niet van toepassing op auto’s en (elektrische) fietsen. 5. Het college kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 en 1:8 een vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren of intrekken indien het aanbieden: a. gevaar of hinder oplevert voor de veiligheid van de gebruikers; b. de verkeersveiligheid in gevaar brengt;
c. een nadelige invloed heeft op het milieu; d. afbreuk doet aan de directe leefomgeving; e. onevenredig beslag legt op de openbare ruimte; f.
afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte.
g. in strijd is met of de vergunninghouder in strijd handelt met het bij of krachtens deze afdeling bepaalde. 6. Het college kan een maximaal aantal deelvoertuigen en een maximaal aantal vergunninghouders per categorie deelvoertuigen vaststellen. 7. Het college kan stallingsplaatsen of openbare plaatsen aanwijzen waar het verboden is om deelvoertuigen als bedoeld in het eerste lid ter gebruik aan te bieden. 8. Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van het aanbieden van deelvoertuigen als bedoeld in deze afdeling. 9. In afwijking van het eerste lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van dit artikel reeds een kalenderjaar onder dit artikel vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten eerst zes maanden na inwerkingtreding van dit artikel of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is.
Gelet op de Algemene plaatselijke verordening gemeente Haarlem; overwegende dat op grond van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Haarlem vergunning kan worden verleend voor het commercieel aanbieden van deelvoertuigen op openbare plaatsen; dat een beperkt aantal vergunningen voor het commercieel aanbieden van deelvoertuigen in de openbare ruimte kan worden verleend om te voorkomen dat er negatieve gevolgen ontstaan voor de kwaliteit, leefbaarheid, veiligheid van die openbare ruimte; dat daarom in deze nadere regels wordt bepaald voor welke deelvoertuigen vergunning kan worden verleend, hoeveel vergunningen beschikbaar worden gesteld en voor hoeveel deelvoertuigen vergunning wordt verleend; dat deze nadere regels procedureregels bevatten om te bepalen wie in aanmerking komt voor een vergunning in het geval er meerdere aanvragers in aanmerking willen komen voor een vergunning en daarmee de gestelde maximale hoeveelheid wordt overschreden.