CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20220606659 3. Bijlage 2 Bijlagen Groenbeleidsplan

gemeenteraad 13 oktober 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen Groenbeleidsplan 2022-203014.049 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlagen Groenbeleidsplan

1 september 2022 Cluster Groenbeleid, Ecologie & Spelen Afdeling Beheer en Beleid Openbare Ruimte Haarlem

Inhoudsopgave 1.

Verklarende woordenlijst

3

2.

Waarden van groen

7

3.

Analyse huidige situatie

9

4.

Groen in de stadsdelen & wijken

14

5.

Speerpunten

16

6.

Uitvoering in groene sporen

20

6.1

Spoor 1: Groeninclusief ontwerpen

20

6.2

Spoor 2: Robuust netwerk van groenstructuren

24

6.3

Spoor 3: Samen maken we groen!

29

6.4

Spoor 4: Groenere woonomgeving

32

7.

Bomenmonitor

35

8.

Standaard Programma van Eisen Groen

36

9.

Groenstructuurkaart

39

9.1 Groenfuncties & wijkgroenstructuur

40

10.

Natuur Netwerk Haarlem

42

11.

Boomstructuurkaart met ontbrekende schakels

44

12.

Informatie en ledenoverzicht Platform Groen

45

2

1.

Verklarende woordenlijst In onderstaande verklarende woordenlijst worden een aantal termen uit het Groenbeleidsplan nader gedefinieerd en toegelicht. Adoptie (groen) Is het vrijwillig onderhouden van een groenstrook, een plantsoen of een hofje door de bewoners. Biodiversiteit Hiermee wordt de gehele levende natuur aangeduid, dus alle dier- en plantensoorten. Naast de verscheidenheid aan soorten omvat biodiversiteit ook de diverse ecosystemen (leefgebieden) waar die soorten voorkomen. Buurtgroen Vakken met beplanting, gras en bomen met een oppervlakte tussen de 0,5 en 5 hectare die over het algemeen functioneren als gebruiksgroen, ontmoetingsplek, speelplek, aankleding van de buurt. Als het buurtgroen groter dan enkele hectares is kan gesproken worden van een buurtpark. Dagelijks beheer en onderhoud Het dagelijkse onderhoud van het groen in de stad, zoals maaien, schoffelen, snoeien en dergelijke. Ecologisch beheer Vorm van beheren waarbij gestreefd wordt de biodiversiteit te vergroten, en de flora en fauna de kans te geven zich te ontwikkelen. De focus in het beheer is dan niet het in stand houden van huidig groen, maar het actief begeleiden naar een andere, soortenrijkere samenstelling van het groen. Ecosystemen Geheel van planten en dieren in een (leef)gebied en hoe ze in verhouding staan tot elkaar en hun omgeving.

Groene gevel Gevels van gebouwen waar planten langs groeien. Soms gaat het om klimplanten die zelf langs of tegen de gevel opklimmen, maar er kan ook gebruik worden gemaakt van hulpmiddelen om planten aan gevels te bevestigen. Een groene gevel biedt dekking, voedsel en nestgelegenheid voor vogels en insecten. Gebruiksgroen/verblijfsgroen Is groen waar je in kunt. Dus niet waar je langs kunt of naar kunt kijken. Groen waar je kan wandelen, varen, spelen, zonnen, fietsen, sporten, uitrusten, picknicken. Het gaat dus over parken en plantsoenen waarin men kan recreëren. Denk aan een buurt/wijkpark en grote plantsoenen, sportterrein, volkstuin, begraafplaatsen, recreatieterrein. Groen Alle bomen, struiken, gras en plantsoenen in de openbare ruimte die door de gemeente worden onderhouden. Groenarme buurten Aanduiding voor gebrek aan groen binnen een buurt als dit onder de 10 m2 per woning ligt.

3

Groene routes Verbindingen voor voetgangers en fietsers die door groengebieden lopen of die langs de route een kralensnoer van groene elementen hebben. De verbindingen hebben voldoende continuïteit (er zijn geen grote barrières) en het groene karakter overheerst er. Groennorm Een norm die aangeeft hoeveel openbaar groen er minimaal in een stad of buurt moet zijn, voor een leefbare omgeving. Die wordt gehanteerd als richtlijn voor ruimtelijke ontwikkelingen in de buurten. Groenanalyse Een instrument dat helpt om de waarde van het groen (en bomen) van een locatie beter in beeld te brengen bij (voorgenomen) bouw, aanleg en/of (her)inrichting. Hiermee kan worden beoordeeld of een duurzame instandhouding van het groen mogelijk is met uitvoering van de voorgenomen plannen. Het is een verplicht onderdeel van elk plan voor ruimtelijke ontwikkeling en (her)inrichting, waarin verantwoord is hoe met het bestaande groen omgegaan wordt. Groot onderhoud aan groen Ingrepen zoals het verbeteren van de groeiomstandigheden en het zo nodig (gedeeltelijk) vervangen van beplanting en bomen. Kijkgroen Groen dat zorgt voor de aankleding van de openbare ruimte. Denk hierbij aan lijnvormige en repeterende structuren als laanbeplanting, wegbegeleidende plantvakken, repeterende strookjes, vakjes of randjes die architectonisch de beleving van de openbare ruimte ondersteunen.

Het is het groen langs weg- en slootbermen, waarlangs men rijdt, loopt of naar kijkt. Klimaatadaptatie Is het aanpassen van samenlevingen en gebieden aan veranderingen van het klimaat, zodat de kwetsbaarheid hiervoor vermindert of er geprofiteerd wordt van de kansen die een veranderend klimaat biedt. Kwarrende bomen Kwarrende bomen of planten hebben verminderende of geen groeikracht. Natuurinclusief bouwen Bij natuurinclusief (of groeninclusief) bouwen wordt er bij het ontwerp van een gebouw of openbare ruimte optimaal rekening gehouden met de lokale biodiversiteit en natuurwaarden. De natuur krijgt zo een volwaardige plek in de stad. Openbaar groen Groen dat over het algemeen voor iedereen vrij toegankelijk is en dat meestal is gelegen in de stedelijke omgeving en in het beheer van de gemeente Haarlem. Park Aaneengesloten en samenhangend groengebied dat functioneert als recreatieplek. Parken worden onderverdeeld in stadsparken (bijvoorbeeld De Hout), wijkparken (bijvoorbeeld het Molenplaspark) en buurtparken (bijvoorbeeld het Zaanenpark) afhankelijk van hun omvang, de voorzieningen en het gebied waarvoor zij een functie vervullen.

4

Participatie Er is sprake van participatie als bewoners meedenken, meepraten en meedoen bij (bestuurlijke) planprocessen van de gemeente. Participatieladder Toont een hiërarchie van participatievormen, gerangschikt naar de mate waarin participatie binnen een maatschappij mogelijk is. Met een participatieladder is de mate van invloed die actieve burgers kunnen uitoefenen te toetsen. In Haarlem is voor dit doel het model van Participatie- en inspraakplan opgesteld. Plantsoen Openbaar groen van beperkte omvang met bomen, gras en beplanting. Publieke en private ruimte Publieke ruimte is de ruimte waar iedereen mag komen. Iedereen kan dus genieten van groen in de publieke ruimte, zoals buurt- en stadsparken. De private ruimte is in het bezit van particulieren en/of organisaties, en kan vaak niet door iedereen gebruikt worden. Voorbeelden hiervan zijn achtertuinen, binnentuinen en daktuinen. Recreatiegebied Gebied dat dient voor ontspanning en sportieve activiteiten (wandelen, fietsen, joggen, paardrijden) en dat over het algemeen extensief ingericht en beheerd is. Een voorbeeld is Spaarnwoude. Robuust netwerk aan groenstructuren De samenhangende opbouw van groene objecten (parken, begraafplaatsen, sportcomplexen, recreatiegebieden en ander grootschalig groen) en de groene verbindingen in de stad, verbindt het omringende landschap tot in de haarvaten van de wijk.

Het bestaat uit een gevarieerd groen palet: van bloemen tot bomen, van rustige tot drukkere gebieden, van ecologisch groen tot speelgroen. Het robuuste netwerk aan groenstructuren functioneert als de 'longen' van de gemeente Haarlem. Snippergroen Overwegend op zichzelf staande kleine groenvakjes die geen structuur vormen en geen andere bijzondere functie hebben (straathoekjes, overhoekjes langs profielen, inritten, waterloopje, tussenpaadjes, rondom nutsvoorzieningen en parkeerplaatsjes). Stedenbouwkundig verkavelingspatroon Wijze waarop een gebied is ingedeeld volgens een bepaald (stedenbouwkundig) patroon. Technische staat De technische staat van beplanting beschrijft de vitaliteit van beplanting/boom en wordt bepaald door kale plekken in een vak, de mate van groeikracht en de conditie van de beplanting/boom. Vergroeningsdagen Samen met de wijkraden en betrokken inwoners van Haarlem organiseren wij bijeenkomsten “groendagen” om andere bewoners te enthousiasmeren en te stimuleren voor een meer natuurlijke inrichting van privétuinen en geveltuinen. Hiermee vergroten wij het bewustzijn over het belang en het voordeel van een groene tuin bij tuinbezitters. Wij, we Dit plan is in een actieve wij vorm geschreven. Als we ‘wij’ of ‘we’ gebruiken, dan bedoelen wij hiermee de gemeentelijke organisatie van Haarlem.

5

Woontypologie De opbouw van een buurt gekenmerkt door het stedenbouwkundige verkavelingspatroon, woningdichtheid, aanwezigheid van tuinen (privé en collectief), bouwhoogtes, woningtype (rijwoningen, appartementen, villa’s) en percentage openbare ruimte versus privé-grondoppervlak.

6

2.

Waarden van groen Groen in de stad is onmisbaar en van groot belang voor een leefbare toekomst. Hoe groter de biodiversiteit, hoe veerkrachtiger de leefomgeving van de toekomst. Het nut van stadsgroen bestaat over het algemeen niet uit effecten die door een afzonderlijke boom of struik worden veroorzaakt, maar door al het stadsgroen plus het bijbehorende dierenleven en bodemleven bij elkaar. Ze worden daarom ecosysteemdiensten genoemd. Groen wordt op verschillende manieren gewaardeerd. Deze bijlage geeft toelichting op enkele belangrijke waarden van groen: ecologische waarde, klimatologische waarde, economische waarde, gezondheidswaarde en architectonische waarde. Ecologische waarde Groen levert een belangrijke bijdrage aan de natuurwaarden in een stedelijke omgeving. Groen biedt vestigingsplaatsen, schuilplaatsen, foerageergebieden en verbindingszones voor dieren en planten. Bomen(lanen) en groenstroken zijn leefgebied voor veel soorten en kunnen vleermuizen, vogels en allerlei insecten schuil-, slaap-, foerageer-, nestgelegenheid en oriëntatiepunten bieden. De stad is belangrijk voor de biodiversiteit, want al die tuintjes zijn belangrijk voor insecten. Terwijl op het platteland, met maar één soort beplanting, bijna niets rondvliegt. Klimatologische waarde Op warme dagen ligt de temperatuur in stedelijk gebied een stuk hoger dan in het buitengebied.

Deze verschillen leiden in het stedelijke gebied tot een onaangename woon- en werkomgeving. Groen, en met name bomen, zorgen voor schaduw en verdampen water, wat effectief zorgt voor verkoeling in de stad. Ook filteren ze de lucht. Economische waarde Groen heeft een positieve invloed op het vestigingsklimaat voor zowel wonen als werken. Goede inrichting en goed beheer van openbaar groen hebben positieve economische effecten op de maatschappij. Groen zorgt voor economische winst door gezondere inwoners, lagere zorgkosten, hogere waarden van vastgoed, lagere energiekosten en een hogere arbeidsproductiviteit. Gezondheidswaarde Groen in de woonomgeving bevordert de gezondheid, het gevoel van welbevinden, het woonplezier, herstel van stress en mentale vermoeidheid. Uit onderzoek is gebleken dat mensen zich gezonder voelen, minder snel ziek worden en minder vaak bij de huisarts komen met angststoornissen en depressies wanneer er meer (straat)groen in de omgeving is. Een bewezen effect is dat zicht op groen, rust en ontspanning geeft en mensen sneller herstellen.

7

Architectonische waarde (Ruimtelijke kwaliteit) Het gaat hierbij om de samenhang van de bebouwde omgeving en het omliggende landschap, de oriëntatie en herkenbaarheid die het samenspel van groen en bebouwing bieden. Het groen levert een bijdrage aan de sfeer, identiteit en de belevingswaarde van de bebouwde omgeving en zorgt voor oriëntatie en herkenbaarheid van deze omgeving.

8

3.

Analyse huidige situatie Deze bijlage bevat een analyse van het groen in Haarlem, als antwoord op de vraag hoe ‘groen’ Haarlem is. Het antwoord beschrijft: • Groen in de stad: fysieke situatie van het groen in de stad (oppervlakte, diversiteit en kwaliteit). • Beleving van het groen: hoe het groen door de inwoners van Haarlem ervaren wordt. De analyse op deze punten leidt tot verbeterpunten.

Groen in de stad Hoewel Haarlem cijfermatig geen uitgesproken groene stad is, staat het wel bekend als een aantrekkelijke stad. Dit is mede te danken aan de unieke locatie van Haarlem, met haar ligging tussen duinen en polder, haar rijke historie en landgoederen en het Spaarne dat door de stad slingert. De stad zelf heeft een langgerekte structuur, met oudere delen op de strandwal westelijk van het Spaarne en de nieuwere uitbreidingen op zandopspuitingen oostelijk van het Spaarne. De overgang van de stad naar het duingebied wordt gevormd door een kleinschalige strook met een afwisseling tussen open- en dichtere bebouwing. Aan de oostkant vormt de door water begeleide groenstructuur de overgang naar het veenweidelandschap. Het regionale groen rondom Haarlem bestaat uit het duin- en kustgebied (Natura 2000) en het veenweidegebied. Het regionale groen is waardevol voor flora en fauna en om uit te waaien, te sporten of de natuur te beleven. Het stadslandschap bestaat uit een vlechtwerk van parken, lanen, water en bebouwing, met per woonwijk een andere verhouding tussen bebouwing en groen. Kenmerkend voor de stad zijn de lange noord-zuidlijnen, met dwarsverbindingen haaks op de doorgaande routes, vaak gevormd door parkgebieden, zoals de Haarlemmerhout, het Florapark, het Frederikspark, de Gasthuissingel, de Bolwerken, het Kenaupark, Kleverlaangebied en het Zaanenpark.

Ze verbinden en begrenzen woonwijken en bieden oriëntatiepunten in de stad. Deze dragende structuren vormen een groenstructuur, samen met het Spaarne en de grote, groene infrastructuurlijnen. De groenstructuur wordt verder ingevuld door de woonbuurten, ieder met een specifiek stedenbouwkundig verkavelingspatroon, stratenpatroon en groene inrichting. Haarlem heeft een rijk palet aan woontypologieën en daarmee aan woon- en groensferen. De groenstructuur zorgt ook voor verbinding met de groene landschappelijke omgeving. Sommige onderdelen van de structuur zijn relatief zwak. Ook ontbreken er enkele noodzakelijke schakels. Er liggen kansen om de kwaliteit van parken verder te verbeteren, om ecologische barrières weg te nemen, ecologische hotspots en potentielocaties te ontwikkelen en waardevoller te maken. Over de hele stad gezien is de bomenstructuur onregelmatig en onderbroken en zijn er ontbrekende schakels, zoals weergegeven op de Boomstructuurkaart in bijlage 12 (bron: SOR). De groenstructuur is op te delen in stadslandschap, natuurgroen, stadsgroen, buurtgroen en fijnmazig ecologisch groen. De periode van aanleg is bepalend voor de groene inrichting en de opbouw van de wijk en de buurt.

9

Groenkarakteristieken Haarlem De karakteristieke historische kern van Haarlem is een beschermd stadsgezicht en bestaat uit stedelijke, stenige, levendige ruimtes zoals winkelstraten, stenige pleinen en smalle steegjes. Te midden van deze gezellige drukte vind je verstilde groene plekken in groene hofjes en binnentuinen. Ten zuiden van het centrum liggen de ruim opgezette villawijken op het zand en de oorspronkelijke buitenplaatsen, met romantisch slingerende straatpatronen en losse villa’s met ruime voor- en achtertuinen. Het weinige openbare groen accentueert het stratenpatroon of de parkachtig ingerichte pleinen en/of knooppunten. De grote tuinen zorgen voor een groene uitstraling. Grote delen van de stad zijn, als gevolg van economische situatie, bijzonder compact gebouwd, met weinig ruimte voor (buurt)groen. In deze arbeidersbuurten vind je laat negentiende-eeuwse bouw (Indische buurt, Rozenprieel, Amsterdamse Buurt, Leidsebuurt). Er is een hoge bebouwingsgraad, met grondgebonden woningen, smalle straten zonder of met kleine voortuinen en een hoge parkeerdruk. Daarnaast zijn er kleine groene plekken op knooppunten (rotondes, verbredingen), hofjes, poorten en straatbomen met vaak slechte groeiomstandigheden. Door de schaarste van de openbare ruimte is het gebruik intensief en de slijtage hoog.

In de periode 1945 -1960, zijn deze arbeidersbuurten uitgebreid en ontstaan de typische wederopbouwwijken, met woningen tegen de stoep zonder noemenswaardige voortuin en vrijwel geen openbaar groen. De woonwijken uit eind jaren vijftig en begin jaren zestig (o.a. Delftwijk en Sinnevelt) zijn opgebouwd uit gemeenschappelijke centrale groengebieden, omsloten door een afwisseling van hoog- en laagbouw. De groenstructuur is losgekoppeld van de wegenstructuur. De groene inrichting is gevarieerd maar eenvoudig, met beplanting, gras en boomgroepen. Vaak ligt de verantwoordelijkheid voor onderhoud rondom hoogbouw bij woningbouwcorporaties en VVE’s en voor de grotere groengebieden bij de gemeente. Dit zorgt af en toe voor onduidelijkheid. Het functionele bouwen van na de oorlog, maakte plaats voor leefomgevingen waarbij de saamhorigheid in een wijk de nadruk moest krijgen: woonerven. Buurtgebouwtjes en speeltuintjes liggen centraal in de wijk en de gebieden zijn vaak autoluw doordat er geen doorgaande verbindingen zijn. Veel groen en water moest het dorpse gevoel aanwakkeren. Molenwijk en Meerwijk zijn typerende woonerven, met hun fijnmazig hiërarchisch lobbensysteem als schakel tussen woning, groen en water. De groene inrichting is afwisselend eenvoudig met inheemse beplanting en gras.

Vele bomen staan te dicht op wegen en huizen, een plek waar ze niet tot volle wasdom kunnen ontwikkelen en er staat te dichte beplanting, die enerzijds goed is voor de planten en dieren en anderzijds een sociaal onveilig gevoel oproept. De woningbouw vanaf de jaren ’90 kenmerkt zich vooral door afwisseling tussen hoog en laagbouw, waarbij het groen zich concentreert rondom hoogbouw en gekoppeld is aan de infrastructuur. Er is overmaat aan infrastructuur aanwezig door de brede straatprofielen. Ook is er veel snippergroen, nagenoeg te klein om gebruikt te worden. Zelfs de grote groengebieden hebben slechts een kijkfunctie. De aanwezige laagbouwbuurten zijn zeer groen met een hoge sierwaarde. De aanwezige boomstructuur is niet eenduidig.

Samenvattend beschouwen we Haarlem als een compact gebouwde stad, mooi gelegen in het landschap van Zuid-Kennemerland. Aan de ene kant met een rijk historisch verleden (beschermd stadsgezicht) en aan de andere kant een aantal groenarme, versteende buurten met smalle straatjes en weinig voortuinen, hoge parkeerdruk en intensief gebruik. Waar groen schaars is, zijn er groene accenten op straatverbredingen en/of rotondes en in de vorm van straatbomen, weliswaar met vaak slechte groeiomstandigheden en hoge slijtage. De groenstructuur zorgt voor verbinding met het omringende landschap en voor groene begrenzingen tussen de wijken.

10

Beleving van het groen Haarlem wordt over het algemeen ervaren als een prettige stad om in te wonen en te verblijven. Dit klinkt ook door in de bewonersenquêtes die regelmatig worden uitgevoerd. Wat betreft het groen kunnen hierbij de volgende nuanceringen worden aangebracht. Ongeveer de helft van de ondervraagden is tevreden over het groen, zowel over kwaliteit en aanbod als over het onderhoud. Ongeveer 3 op de 10 is erg ontevreden over het groen in de woonomgeving. Die ontevredenheid hangt grotendeels samen met de beperkte hoeveelheid groen (groenarme wijken), de kwaliteit van de inrichting (te weinig bloemen en afwisseling), geringe medewerking van de gemeente of het onderhoud (aanwezigheid van afval, slecht geschoffeld of gesnoeid etc.).

Enquête beleving van groen in Haarlem Juli 2020, gemeentelijke registratie Kwaliteit groen • 30% is zeer ontevreden over het groen in hun woonomgeving • 48% is tevreden over het groen in hun woonomgeving Aanbod groen • 30% vindt dat er onvoldoende groen is in de buurt (vooral in Indische wijk, Zijlwegkwartier, Slachthuiswijk, daarna Oude Stad, Houtvaartkwartier, Parkwijk, Transvaalwijk en Spaarndam) • 57% vindt dat er voldoende aanbod is in de wijk (met name in Duinwijk, Ter Kleefkwartier en Europawijk) Onderhoud groen • 28% is ontevreden over het groenonderhoud • 49% is tevreden over het groenonderhoud NB: een terugkerende wens van bewoners is meer bloemrijk gras, zomerperkjes met bloemen en/of plantenbakken in de parken.

Grootste ergernissen Juli 2020, gemeentelijke registratie • • • •

Veel afval dat het groene beeld verpest Slecht onderhoud Te vaak gesnoeid/te veel weggehaald Te weinig bloemen

De beschrijving van de huidige situatie in Haarlem leidt tot een aantal concrete verbeterpunten voor het groenbeleid. Om de kwaliteit en de hoeveelheid groen in Haarlem op een aanvaardbaar peil te houden, zal dit groenbeleidsplan de volgende punten oppakken.

Verbeterpunten huidige situatie • • • •

Herstel en ontwikkeling van samenhangend netwerk aan groenstructuren met aandacht voor ecologie (en biodiversiteit) meer aanbod van recreatief groen op loopafstand vergroening van versteende wijken verbetering van groeiomstandigheden en hiermee de groenkwaliteit

11

Verbeterpunt 1: Herstel en ontwikkeling van het samenhangend netwerk aan groenstructuren met aandacht voor ecologie Het ecologische netwerk maakt onderdeel uit van de groenstructuur in en om de stad, zij het dat deze groenstructuur in Haarlem op een groot aantal plaatsen onvoldoende voorwaarden biedt voor het goed functioneren van het ecologisch netwerk. Het plan Natuur Netwerk Haarlem borgt en verbetert de samenhang en zal daarom een belangrijke bijdrage leveren aan de verdere versteviging en uitbreiding van de onderliggende groenstructuur. Niet door concrete inrichtingen voor te stellen, maar door aan te geven dat op deze routes in de nabije toekomst aandacht moet worden gegeven aan een goed ecologisch netwerk. In het plan Natuur Netwerk Haarlem wordt dit verder uitgewerkt.

Verbeterpunt 2: Meer aanbod van recreatief groen op loopafstand In nagenoeg alle wijken is er in meer of mindere mate sier- of kijkgroen aanwezig, maar op loopafstand van de woning ontbreekt er vaak recreatief groen om in te wandelen, te sporten of te spelen. Dit heeft effect op de matige beleving het groen van sommige bewoners. Daar staat wel tegenover dat Haarlem omringd is door waardevol landschap waar ook wordt gewandeld, gefietst of gesport en de natuur kan worden beleefd.

Verbeterpunt 3: Vergroening van versteende wijken Door de gevolgen van klimaatverandering is de kans op oververhitting in de versteende, groenarme gebieden groot en lopen vooral kwetsbare groepen hierdoor gezondheidsrisico`s. In het compact gebouwde deel van de stad wordt het stenige beeld van de stad versterkt. Dit komt door de hoge parkeerdruk in combinatie met soms smalle straten, geen of kleine voortuinen en het ontbreken van parken op loopafstand. Hier is weinig ruimte voor (buurt)groen en sprake van ‘groenarmoede’.

Groenarme wijken in Haarlem (< 20m2 openbaar groen/woning. 2021, gemeentelijke registratie) • • • • • • •

Herprofilering van de straten, stimuleren van meer groen in bouwopgaven en gebiedsontwikkelingen en het stimuleren van vergroening van particulier terrein biedt kansen om deze groenarmoede aan te pakken.

• •

Verbeterpunt 4: Verbetering van groeiomstandigheden

•

•

Indische wijk (excl. Molukkenbuurt) Zijlwegkwartier Amsterdamsewijk (excl. Van Zeggelenbuurt) Slachthuiswijk Transvaalwijk Ter Kleefkwartier (Bomenbuurt W+O, Kleverpark-Zuid) Vogelenwijk (Nachtegaal- en Meeuwenbuurt) Delftwijk (Rivierenbuurt) Haarlemmerhoutkwartier (Rozenprieel, Koninginnebuurt) Vondelkwartier (Van Aemstel, Roemer Visscher, Muiderkring) Oude Stad (excl. Stationsbuurt)

In Haarlem is het openbaar groen schaars goed. Slechte groeiomstandigheden voor bomen zien we in elke wijk terug, aangezien bijna 3 op de tien bomen in verharding staat. Het belangrijkste knelpunt voor de groeiplaatsen van straatbomen is de toename van ruimteclaims, waardoor beperkte boven- en ondergrondse groeiruimte ontstaat door bijvoorbeeld onderhoudswerkzaamheden aan het riool en de herstraatwerkzaamheden. De gemiddelde levensduur van een Haarlemse straatboom is mede daardoor slechts dertig jaar. Het is de ambitie om de gemiddelde leeftijd van de bomen fors te verhogen. De gemiddelde levensduur kan worden verlengd door een beter boombehoud bij bouwprojecten en andere fysieke werkzaamheden, met name door de bescherming van wortels en het bewaken van de vochttoetreding. Verder dragen groeiplaatsverbetering, beter onderhoud van de bomen in alle

12

levensfasen en het toepassen van levensduur verlengende maatregelen bij aan het vergroten van de levenskansen en het bereiken van een hogere leeftijd van de (straat)bomen.

Bomen standplaats Boom in verharding

Boom in beplanting 4% 30%

28%

Boom in bos

Boom in grasvegetatie 12%

26% Vormbomen

13

4.

Groen in de stadsdelen & wijken De 3-30-300 vuistregel is makkelijk te onthouden voor de gehele stad en geeft handvatten om op drie niveaus aan verbetering van het groen te werken. Het percentage groen uit onderstaande grafieken geeft inzicht in de ‘30’ uit de vuistregel.

Figuur 1 – Percentage openbaar groen als percentage van de totale oppervlakte, Stadsdelen, Haarlem in cijfers

Figuur 2 – Percentage openbaar groen als percentage van de totale oppervlakte, Wijken, Haarlem in cijfers

14

Onderstaande figuur toont het oordeel dat Haarlemmers geven aan de kwaliteit van het groen in de buurt.

Figuur 3 - Rapportcijfer dat het oordeel van de kwaliteit van de groenvoorziening in de buurt aangeeft. De score van het rapportcijfer kan variëren van 0 (zeer slecht) tot en met 10 (zeer goed). Hoe hoger het cijfer, hoe positiever inwoners zijn over de kwaliteit van groenvoorzieningen in de buurt. Gevraagd is: Wat vindt u van de kwaliteit van de groenvoorziening in uw buurt?, Haarlem in cijfers.

15

5.

Speerpunten NAAR EEN KWALITATIEVERE, GROENERE WOONOMGEVING Het inrichten en beheren van het groen in de directe woonomgeving door het versterken van een (fijnmazig) netwerk van groen en water, opdat het omringende landschap en de stad onderling goed zijn verbonden.

NAAR EEN GROENERE WOONOMGEVING

“Het inrichten en beheren van het groen in Haarlem op een wijze die robuust, toekomstbestendig en toegankelijk is.”

WAT WILLEN WE BEREIKEN?

Robuust Robuust netwerk van netwerk groenstructuren groendragers

Toegankelijk gebruiksgroen voor mens en dier

Toekomst bewust ontwerpen

… dat de groendragers en structuren in de stad met het omringende landschap onderling goed zijn verbonden tot in de haarvaten van de wijk

… dat er in elke buurt binnen 10 minuten lopen voldoende aantrekkelijk en bruikbaar groen aanwezig is voor de bewoners en dieren

…dat inrichtingsplannen rekening houden met behoud van het bestaande groen en heldere keuzes worden gemaakt voor aantrekkelijk, duurzaam groen

… optimale, robuuste kwaliteit van parken, grotere groengebieden, bomenstructuur en wijkgroen

…richtnormen en bouwstenen voor een duurzame standplaats: juiste boom op de juiste plek. Groeiplaats afgestemd op boomgrootte

Duurzame instandhouding

… dat het groen in Haarlem duurzaam in stand wordt gehouden, nu en in de toekomst …beheervriendelijke ontwerpkeuzes, waarbij met de beoogde beheerinspanning de gevraagde kwaliteit haalbaar is … synchroniseren in beheer en onderhoud

Omschrijving Wij werken aan de verbinding en de verbetering van het groen in de stad met de omringende landschappen. Hiermee ondersteunen wij zowel de biodiversiteit als het welzijn en de gezondheid van inwoners. Ons doel is de bestaande groenstructuur, het netwerk van groenstructuren, beter te laten aansluiten, te beschermen en robuuster te maken. Het is gericht op het verbinden van het omringende stadslandschap, natuurgroen, stadsgroen en groen in de wijk/buurt. Dit ligt in het verlengde van de Structuurvisie Openbare Ruimte, het ecologisch beleid en sluit aan op de Omgevingsvisie. Door verbinding van groene gebieden blijft de stad Haarlem leefbaar en weerbaar tegen klimaatinvloed en ontstaan er meer mogelijkheden voor dieren en planten om te leven en voor mensen om daarvan te genieten. Geleidelijk ontstaat zo in de publieke en in de private buitenruimte een samenhangende groenstructuur, waarin en waardoor je kunt bewegen en waar ontmoetingen kunnen plaatsvinden. Daarom houden we wat groen is groen, waar het kan breiden we het groen uit en waar groen verdwijnt compenseren we dit. De kwaliteit van de inrichting is bepalend voor het beheer en onderhoud dat nodig is om dit in stand te houden. Dat begint met het maken van natuur- en beheervriendelijke ontwerpkeuzes, gericht op een samenhangende, fijnmazige groenstructuur.

We streven naar de juiste inrichting op de juiste plaats, waar groeiplaatsen zijn afgestemd op de boomgrootte en boomsoort en waar met de beoogde beheerinspanningen de gevraagde groenwaarde en kwaliteit haalbaar is.

16

NAAR EEN KLIMAATBESTENDIGE STAD Het inrichten en beheren van het groen op een wijze die zorgt voor opvang en verzachting van concrete effecten van klimaatverandering, met name wateroverlast, droogte en hittestress.

Omschrijving Ook in Haarlem wordt het warmer, natter en droger. Door groen en/of water toe te voegen of door meer schaduw te creëren, draagt vergroening van de stad bij aan de klimaatopgave. Groen zorgt voor verkoeling door middel van verdamping. Groen houdt water beter vast en geeft een meer geleidelijke afvoer van water. Wij gaan daarom de groen- en waterstructuur in de stad versterken. Een groene stad draagt zo bij aan droge voeten, maar ook aan het tegengaan van extreme droogte. De openbare ruimte wordt groener ingericht, zodat een natuurlijke vorm (verdamping en schaduwwerking) van koeling ontstaat. Vooral bomen, met name oudere grotere bomen, spelen een belangrijke rol: ze filteren stof, leveren zuurstof en in hun schaduw is de temperatuur al snel enkele graden lager dan in de volle zon. De voorgestelde klimaatmaatregelen bieden tegelijk een kans de belevingswaarde van de openbare ruimte te verhogen.

17

NAAR EEN MEER BIODIVERSE STAD Het inrichten en beheren van groen zodat het een gezonde, gevarieerde leefomgeving biedt en de dieren en planten hier kunnen leven, voortplanten en verplaatsen.

Omschrijving Haarlem wil de in de stad aanwezige biodiversiteit vergroten en ecologische waarde verder versterken, zodanig dat de dieren en planten zich hier kunnen leven, voortplanten en verplaatsen. Hiermee voldoet de gemeente aan zijn wettelijke verplichtingen in het kader van de Wet Natuurbescherming. Verbinding en realisme zijn hierbij sleutelwoorden. Omringend stadslandschap, natuurgroen, stadsgroen en fijnmazige ecologisch verbindingen daartussen zorgen voor een fijnmazig groen netwerk: de samenhangende groenstructuren. Anders beheren en biodivers inrichten zal vruchten afwerpen. Door in te zetten op verbinden van het omringende stadslandschap met natuurgroen en stadsgroen door fijnmazige, ecologische verbindingen met aandacht voor het bevorderen van de biodiversiteit en natuurinclusief bouwen, verwacht Haarlem meerwaarde te bereiken voor de biodiversiteit, leefbaarheid en een aantrekkelijke omgeving.

18

NAAR EEN GROENBEWUSTERE STAD Het vergroten en stimuleren van het bewustzijn op het gebied van groen, klimaatadaptatie en biodiversiteit.

Omschrijving Vergroening start met bewustzijn. Haarlem wil dat het belang en de positieve invloed van groen voor de stad nog vanzelfsprekender wordt. We streven daarom naar een groter bewustzijn en een stevigere positie van het groen binnen de gemeentelijke organisatie en bij de Haarlemmer. Een groot deel van de vergroeningsopgave in Haarlem ligt echter in privaat stedelijk gebied, bij inwoners, bedrijven, woningbouwcorporaties en maatschappelijke organisaties. Bevorderen van het groenbewustzijn in de hele stad, bijvoorbeeld door educatie, communicatie en kennisdeling, kan ervoor zorgen dat vergroening en handelen vanuit groen, klimaat en ecologie herkenbaarder en breder gedragen worden. En hoe meer mensen, op jonge leeftijd, het belang en de waarde van groen inzien, hoe meer iedereen daarnaar gaat handelen, individueel of in samenwerking.

19

6.

Uitvoering in groene sporen Deze bijlage beschrijft op welke werkwijze en met welke maatregelen we de ambitie en de centrale vergroeningsopgave uit de ‘groene sporen’ gaan realiseren. Deze ‘groene sporen’ zullen de komende jaren worden uitgevoerd. Het is niet alleen een opgave voor de gemeente, maar voor iedereen die bij het groen betrokken is en gebruik maakt van de openbare ruimte. Aan de groene sporen koppelen we een jaarlijkse uitvoeringsagenda met maatregelen en projecten. Het gaat daarbij niet over de reguliere beheer- en onderhoudsmaatregelen (schoffelen, snoeien, e.d.), maar is gericht op de realisatie van de speerpunten die bijdragen aan de integrale opgaven waar Haarlem het hoofd aan moet bieden. Het is een dynamisch geheel dat elk jaar wordt aangepast, op basis van de middelen en kansen die zich voordoen. Elk jaar stemmen wij de uitvoering en de daarbij behorende financiële middelen van lopende en nieuwe maatregelen voor het komende jaar met elkaar af en geven we een doorkijk voor de jaren daarop. Dit resulteert in een gedetailleerde uitvoeringsagenda voor het Groenbeleidsplan voor de periode tot 2030. In het onderstaand schema staan de vier groene sporen en wie aan zet is voor de uitvoering. GROEN SPOOR

WIE IS AAN ZET?

Groeninclusief ontwerpen (§ 1.1)

Initiatiefnemer(s): gemeente, investeerders, projectontwikkelaars

Robuust netwerk van groenstructuren (§ 1.2)

Gemeente

Samen maken we groen! (§ 1.3)

Wijkraden, maatschappelijke organisaties, bewoners, woningbouwverenigingen en gemeente

Groenere woonomgeving: experimenten & vergroeningsprojecten (§ 1.4)

Gemeente, woningbouwverenigingen en i.s.m. bewoners

Tabel 1 - Eigenaarschap programmaonderdelen De volgende paragrafen lichten voor elk van de groene sporen de concrete maatregelen, experimenten, instrumenten en richtlijnen toe.

6.1 Spoor 1: Groeninclusief ontwerpen Het doel van dit spoor is om beslissers en ontwerpers uit te dagen om nog meer in te zetten op groeninclusief en natuurinclusief ontwerp. Planprocessen en projecten benutten we als kans om de stad verder te vergroenen, door het groenbewustzijn procesmatig te verankeren. Voor het beste resultaat vraagt elke opgave en elke locatie om maatwerk. Ontwerpen aan een bestaande stad draait altijd om het herschikken van bestaande functies en elementen. Hierbij horen maatregelen en handvatten, waarbinnen per project en ontwerpproces de creativiteit opgezocht kan worden om de discussie over ruimteclaims goed te kunnen voeren en het belang van groen in het verdere proces te bewaken. Door deze handvatten aan de voorkant van het

20

proces onderdeel te maken van de planvorming kan in elke fase gemakkelijk berekend worden welke voorzieningen er nodig zijn en welke globale ruimteclaim daarbij hoort. Zo kan hier al in een vroeg stadium rekening mee worden gehouden. Dit doen we door de introductie van een groen instrumentarium, dat gebruikt kan worden in de verschillende fasen van het planproces. In onderstaand schema zijn deze instrumenten voor een groeninclusief planvormingsproces weergegeven.

Figuur 4 - Schets projectproces en instrumentarium Binnen dit spoor gaan we actief aan de slag met een aantal maatregelen. We bespreken ze hieronder.

1A: Standaard Programma van Eisen Groen In 2022 actualiseren we het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) door inrichtingsprincipes op te nemen en bewuste keuzen voor een bepaald assortiment. Vanuit de Wet natuurbescherming is een ontwikkelende partij verplicht om ecologisch onderzoek uit te voeren bij elke ruimtelijke ingreep, om te zorgen voor onderbouwde argumenten voor de omgevingsvergunning, zodat deze goed is gemotiveerd. Indien nodig kunnen op basis hiervan mitigerende of compenserende maatregelen worden genomen. De gemeente Haarlem legt ontwikkelende partijen daarnaast aanvullende verplichtingen1 op zoals boomeffectanalyse (BEA) en een groenanalyse met een bijbehorend beheerplan. Huidige groenoppervlaktes voor de (her)inrichting/reconstructie dienen minimaal gelijk te blijven en/of in kwaliteit te verbeteren (kwalitatieve verbetering t.b.v. ondergrondse en bovengrondse groeiomstandigheden van de bomen). Vanaf 2023 komt daar het Standaard Programma van Eisen Groen2 bij. Uitgangspunt voor het Standaard Programma van Eisen Groen is toekomstbestendigheid, klimaatbestendigheid en biodiversiteit. In het standaard Programma van Eisen Groen (bij gebiedsontwikkeling en herinrichting) nemen we de waarden en baten van groen expliciet mee. In het Standaard Programma 1 2

Bomenverordening 2021 (2014/451860). Zie ook bijlage 9.

21

van Eisen Groen kunnen de ideeën van het Platform Groen, die recent een concreet voorstel hebben gedaan voor groenbewuster ontwerp, worden meegenomen. o

Ambitie voor 2025: baten van groen zijn inzichtelijk per bouw- of ontwikkelingsproject zodat duidelijk is wat de bijdrage aan de ambitie ‘Haarlem gaat op groen!’ is.

1B: Vergroening als aanbestedingscriterium In 2024 hanteren we vergroening als standaard aanbestedingscriterium bij gebiedsontwikkeling en/of (her)inrichtingsprojecten3. Dit maken we onderdeel van de Richtlijn Duurzaam Bouwen van de gemeente. Hierbij gaan we uit van natuurinclusief inrichten om meer natuur in de stad te stimuleren. We stellen dusdanige ‘groene criteria’ op dat (project)ontwikkelaars gestimuleerd worden om een plan te maken dat optimaal aansluit bij de vergroeningsopgave van Haarlem. De exacte invulling en weging van deze ‘groene criteria’ staan niet van tevoren vast maar wordt per afzonderlijk project bepaald op basis van het Programma van Eisen Groen4. Voor het behalen van het optimale resultaat is het daarom van belang dat een groendeskundige deel uitmaakt van het team dat deze ‘groene criteria’ opstelt. Het ontwikkelen volgens ‘groene criteria’ en het Programma van Eisen Groen, kan in de toekomst voordeel opleveren voor ontwikkelaars. De provincie Noord-Holland is een pilot gestart om ontwikkelaars die natuurinclusieve maatregelen toepassen, voorrang te geven in de behandeling van natuur ontheffingen (verklaring van geen bedenkingen in kader van de Wet natuurbescherming). Ontwikkelaars hebben hierdoor sneller duidelijkheid en lopen minder risico. We streven ernaar om Haarlem zoveel mogelijk te vergroenen.

Denk daarbij aan het gebruik van innovatieve vormen van groen (zoals gevelbekleding, geveltuinen (zichtbaar privaat groen), vergroende lantaarnpalen, groenslingers). Wij maken een inspiratieboek waarin wij voor toekomstbestendig en klimaatbestendig groen, klimaatadaptieve voorbeelden bundelen ter inspiratie voor omgevingsontwerpen en (her)inrichtingsplannen. In grootschalige gebiedsontwikkelingsopgaven en bij inbreidingslocaties streven we naar voldoende groene ruimte in de wijk/buurt voor sport en (natuurlijk) spel en dat er voldoende zicht is vanuit de woning op het groen. Zowel buurtgroen (plantsoenen) als stadsparken dienen te voet binnen circa 10 minuten te bereiken te zijn op maximaal 300 meter. Stadsparken kennen een afstandsrichtlijn van 750 meter, oftewel circa 20 minuten lopen. De baten van groen zijn vanaf 2024 inzichtelijk per project. We stellen een groenanalyse op, waarin we de waarde en oppervlakte van het bestaande groen in beeld brengen en vergelijken met de toekomstige situatie. Hierbij maken we gebruik van tools als i-Tree en/of TEEB voor het kunnen maken van een groenbalans. Als er sprake is van afname van groen, wordt opgenomen waar en hoe dit wordt gecompenseerd.

o Ambitie voor 2024: natuurinclusief bouwen is de norm. We werken met een gedragscode natuurinclusief bouwen en zetten dit bij aanbestedingen en de Richtlijn duurzaam bouwen in als handreiking richting initiatiefnemers om te voldoen aan vigerend beleid en wettelijke eisen.

3

We hanteren vergroening als aanbestedingscriterium bij omgevingsontwerp, aanbestedingscontractvormen, (her)inrichtingsprojecten. 4 Zie ook maatregel ‘Standaard Programma van Eisen Groen’.

22

1C: Groencompensatieverplichting (Groenfonds) Het bestaande netwerk van groenstructuren wordt in principe niet aangetast. Als er sprake is van een aantoonbaar en zwaarwegend maatschappelijk belang en er onderbouwd is dat er geen alternatief kan worden gevonden, dan kan het bestuur besluiten tot verwijdering. In de praktijk zijn er vele redenen om groen ergens weg te halen: verkeersveiligheid, sociale veiligheid, onderhoud van wegen, renovatie van de infrastructuur, het bouwen van woningen etc. Dit groen herplanten we zo mogelijk, en stellen we verplicht op plekken met voldoende boven-/ ondergrondse groeiruimte. Waar dat niet kan, compenseren we het groen. Als eerste komt herplant binnen het project of direct in de omgeving in aanmerking, als het niet anders kan, elders in de gemeente. Dit ondersteunen we met de groencompensatieverplichting (Groenfonds), een verbreding van het Bomenfonds. We stimuleren externe partijen om aanplant van bomen mee te nemen in ontwerpen en plannen, met voorrang in groenarme wijken. Als het in een project (ontwikkelgebieden) niet mogelijk is om groen terug te brengen, verplichten we, voor zover dat kan binnen de wettelijke mogelijkheden, ontwikkelaars bij aantasting van het bestaande netwerk van groenstructuren, van klimaatadaptief groen en/of ecologische groene verbindingen, ter compensatie geld in het Groenfonds te stoppen.

Dit geld kan dan gebruikt worden om groen te compenseren op een groenarme plek. Op die manier zorgen we dat het groenvolume in de hele gemeente op zijn minst gelijk blijft. Daarnaast werken we de compensatie van bomen verder uit in het Bomenbeleid (zie spoor 2 ‘Robuust netwerk van groenstructuren), waarbij we kijken naar de mogelijkheden voor her- en verplanten en naar vergelijkbare kroonvolumes, om klimaateffecten in balans te houden. o

Ambitie voor 2024: er is een Groenfonds ingericht als mogelijkheid om verloren gegaan groen of bomen te compenseren op een groenarme plek.

1D: Kieswijzer groen & klimaat voor alle wijken Door klimaatverandering stijgt de gemiddelde temperatuur. Dit zorgt voor minder vorstdagen, meer zomerse dagen en andere neerslagpatronen. Er komt extremer weer: de kans op een hittegolf neemt toe, buien nemen toe in intensiteit, maar het kan ook langdurig droog zijn. Dit extremere weer brengt klimaatschade met zich mee. Met behulp van de klimaatschadeschatter.nl is een totale schatting gemaakt van 210 tot 750 miljoen euro aan schade, oftewel 1.300 tot 4.700 euro per persoon. In 2050 moet de gemeente Haarlem klimaatbestendig zijn. Dit is in 2016 besloten door de gemeenteraad, ook is dit de landelijk doelstelling die is vastgelegd in het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Groene maatregelen hebben de voorkeur om het hoofd te bieden aan hittestress, hevige neerslag en droogte. In alle wijken wordt een opgave gezien in het vergroten van het groenoppervlak. Daarin is het vanuit groenbeleid van belang om te kiezen voor een klimaatbestendig beplantings- en boomassortiment waarbij behoud en toepassing van gebiedseigen (inheemse/autochtone) soorten voorop staat. Deze kunnen zich vaak beter aanpassen aan de nieuwe omstandigheden en het veranderende klimaat. o

Ambitie voor 2026: voor alle wijken is een kieswijzer groen en klimaat opgesteld met groene interventies (handvatten voor ontwerp, aanleg, inrichting en beheer van groen) die effectief kunnen bijdragen aan klimaatadaptatie in specifieke ruimtelijke situaties in de stad. Deze worden betrokken in projecten om te borgen dat alle wijken groener en klimaatadaptief zijn ingericht voor 2040. Dit als aanvulling op de stedelijke hoofdgroenstructuur, zoals die in de Omgevingsvisie en de SOR is gedefinieerd.

23

6.2 Spoor 2: Robuust netwerk van groenstructuren Het doel van dit spoor is om het groen in Haarlem te versterken om op die manier zoveel mogelijk profijt van de diensten van groen te kunnen benutten. Door het creëren van een samenhangend netwerk van groenstructuren door het stadslandschap, natuurgroen, stadsgroen en het groen in de wijk onderling te verbinden, wordt de stad weerbaarder tegen extremer weer. Dit netwerk van groene (ecologische) verbindingen, functioneert als de 'longen' van de stad. Waar groen en bomen oud kunnen worden om oververhitting te voorkomen, water kan infiltreren en vastgehouden kan worden voor drogere periodes. Dieren en planten kunnen zich verplaatsen en vermeerderen via deze groenstructuren. Ook hebben de groenstructuren een belangrijke rol bij het versterken van de identiteit van Haarlem, bij de oriëntatie en bij het creëren van aantrekkelijke routes die uitnodigen tot een gezonde leefstijl. Binnen dit spoor gaan we actief aan de slag met een aantal maatregelen die zorgen voor een samenhangend netwerk van groenstructuren. Alle maatregelen leveren een bijdrage aan het realiseren van de vier speerpunten. Ook zijn deze maatregelen noodzakelijk om het groen voor de toekomst op orde te houden en om op termijn verdere uitholling van de groenkwaliteit te voorkomen. We bespreken ze hieronder.

2A: Datagestuurd werken Betrouwbare data biedt de basis om voortgang te kunnen realiseren en waar nodig bij te sturen. Kaarten zoals de Groenstructuurkaart, maken goed inzichtelijk wat er waar speelt. Het helpt om prioriteiten te kunnen stellen. De Groenstructuurkaart geeft het robuust netwerk van groenstructuren en het Natuur Netwerk Haarlem weer waarbinnen de habitats van de planten en dieren zijn geborgd en waarlangs zij zich kunnen verplaatsen. Deze netwerkstructuur biedt handvatten om uitvoering te geven aan het realiseren van de groene en ecologische opgaven bij alle gebiedsontwikkelingen en (her)inrichtingsopgaven in Haarlem. De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en een groot aantal plant- en diersoorten. De wet zorgt voor bescherming en instandhouding van de natuurlijke habitats van de kwetsbare dier- en plantensoorten zodat ze niet verdwijnen. Een aantal van die habitats liggen ook in de stedelijke omgeving. We streven ernaar dat parken en begraafplaatsen binnen de groenstructuren niet verder bebouwd of verhard worden. We werken aan het continu verbeteren van datagestuurde beleidsvorming en regelmatige monitoring. Daarom sluiten we ons aan bij de Groene Stad Challenge en zetten we instrumenten zoals de Bomenmonitor of i-Tree5 in om de baten van groen voor Haarlem beter inzichtelijk te kunnen maken.

Ook de waterkwaliteit, oevers en de stand van wilde bijen monitoren we regelmatig en hiervan worden de resultaten op gezette tijden kenbaar gemaakt. Deze parameters geven inzicht in de status van de biodiversiteit in de gemeente Haarlem. We breiden de monitoring uit naar de impact van experimenten en innovatieve oplossingen (zie Spoor 4). We baseren de jaarlijkse uitvoeringsagenda’s hierop, gebruiken het om opdrachtnemers aan te sturen om bijvoorbeeld een vervangingsprogramma op te stellen met een jaarlijks uitvoeringsplan voor groen op basis van de kwaliteitsmeting en conditiemeting (NEN2767) en/of jaarlijkse boomveiligheidscontrole (BVC). In de Groenstructuurkaart worden de onderstaande groenstructuren vastgelegd en in de GISomgeving opgenomen:

5

I-Tree is een rekenprogramma dat kan aangeven hoeveel CO 2 een individuele boom afvangt, hoeveel water die opvangt en hoeveel koelte die brengt. Sommige van die ‘ecosysteemdiensten’ zet het programma zelfs om in het aantal euro’s dat een gemeente daarmee bespaart. I-Tree kan ook data genereren over de bijdrage van bomen aan sociale cohesie en gezondheid.

24

Stadslandschap De stadslandschappen worden gevormd door de omringende groene gebieden van Haarlem die tegen de bebouwde kom aan liggen. Behalve een waardevolle ecologische functie voor het leven, voortplanten en verplaatsen van dieren en planten hebben stadslandschappen ook een waardevolle functie voor recreatie en cultuurhistorie in Haarlem. Doordat de stad verdicht neemt de behoefte aan kwalitatief recreatiegebied nabij de stad evenredig toe. Het is een integrale opgave om zowel de wettelijke beschermde ecologische waarde te beschermen en te koesteren naast de behoefte aan recreatie. Cultuurhistorische en ecologische waarden vormen het uitgangspunt van ontwikkelingen in het landschap. Het behoud van groen in de stadslandschappen zorgt ervoor dat bij extreme temperaturen hier verkoeling gezocht kan worden en overtollig water kan worden opgevangen. Natuurgroen Natuurgroen in de stad heeft hoge natuur(ecologische) waarden. Behoud van deze waarden heeft in deze gebieden de hoogste prioriteit en kan beperkingen stellen aan het recreatief medegebruik. Wij stimuleren de biodiversiteit, door zoveel mogelijk inheemse beplanting toe te passen, oude bomen te behouden en in het beheer te sturen op het in stand houden van de soortenrijkdom en de gelaagdheid.

Naast het stimuleren en vergroten van de biodiversiteit is het ook belangrijk om zowel deze gebieden en de andere groenstructuren onderling te verbinden, om het isolement en verdwijnen van soorten te voorkomen. Het leefgebied van planten en dieren wordt hiermee vergroot en ze zijn minder kwetsbaar voor ziekten en plagen. Natuurgroen kan naast een ecologische waarde ook een sociale of educatieve functie herbergen mits deze niet conflicteren met bovenstaande keuzes. De andere opgaven zoals verdichten, mobiliteitstransitie en energietransitie zijn in natuurgroen niet van toepassing. Stadsgroen Onder stadsgroen vallen de stadsparken (‘groene parels’), sportparken en grotere groenstructuren in de stad. De stadsparken hebben naast hun recreatieve waarde ook een (potentiële) ecologische waarde en een cultuurhistorische waarde. Deze waarden kunnen vaak goed verweven worden, maar zijn soms ook tegenstrijdig. Omdat de stad aan het verdichten is neemt de vraag naar ruimte voor recreatie toe. Stadsgroen vervult hierin een belangrijke rol. Daarom is het belangrijk om per stadspark de waarden te benoemen, eventueel te zoneren en het park verder te ontwikkelen en te verstevigen. Dit doen we door de stadsparken een kwaliteitsimpuls te geven. Het verbinden van de parken met kwalitatief groene routes (tien-minuten netwerk/groene ommetjes) kan de ontmoetingsfunctie van parken vergroten.

Andere opgaven als verdichten, mobiliteitstransitie en energietransitie zijn in stadsgroen niet van toepassing. Groen op wijk- en buurtniveau Dit omvat groenstructuren (langs water en wijkontsluitingswegen) en groengebieden (speelveldjes) die beeldbepalend zijn voor de wijk/buurt. Ze zorgen voor vrijetijdsmogelijkheden en het welbevinden van veel bewoners. Het is het groen dat bewoners zien door hun raam, of als ze hun woning uitstappen. Het zijn de plekken waar kinderen spelen, bewoners hun hond uitlaten en de meeste tijd doorbrengen. Het groen zorgt voor de groene aankleding van de buurt en scheiding van functies (bijvoorbeeld voetpaden en rijwegen). We maken groene routes, die beginnen bij de woningen en via straten, pleinen, wegen en parken tot de landschappen rondom de stad. Hier staat vooral de zorg voor een prettige groene leefomgeving, samen met de bewoners centraal. Bewoners hebben hier een belangrijke inbreng over hun groen. Het in samenspraak realiseren van groene ommetjes als ‘koelteroutes’, wordt nader beschreven bij de experimenten en vergroeningsprojecten (spoor 4). Het toekennen van functies aan de groeninrichting van het fijnmazig groennetwerk maakt duidelijk wat wij met het groen in op deze locatie/gebied willen bereiken. De beschrijving van de

25

groenfuncties per gebied maakt duidelijk dat niet elke groenfunctie op elke plek kan voorkomen. Zo gelden voor de groeninrichting op bedrijventerreinen andere verwachtingen dan voor groen in woonwijken, accenten en winkelstraten. Tijdens het opstellen van een gebiedsplan en/of tijdens (her)inrichting wordt de fijnmazige groenstructuur op dit fijnste niveau samen met de inwoners nader bepaald. De uitvoering ervan slaagt alleen als we samenwerken met partijen in de stad en oog hebben voor het beheer. In bijlage 10 zijn de functies in kaart gebracht. Deze functies worden in het handboek inrichting openbare ruimte (HIOR) gedetailleerder uitgewerkt met streefbeelden en profielen met bijbehorende maatvoering. o

Ambitie voor 2025: We werken datagestuurd aan de ambitie ‘Haarlem gaat op groen!’ door het versterken van ecosysteemdiensten en kroonvolume in oa. stadsparken.

2B: Verbonden ecologische structuur De ecologische verbinding (inclusief de voorlopige) zoals ook vastgelegd in het Ecologisch Beleidsplan (zie de Natuur Netwerk Haarlem uit bijlage 11), maakt de vrije uitwisseling van flora en fauna van en naar de stad mogelijk. Het huidige netwerk van groenstructuren vertoont ontbrekende schakels en barrières, die de kwaliteit van de groenstructuur en de verbindingen binnen de stad en naar het buitengebied belemmeren. Het opheffen van deze barrières en het aanvullen van deze schakels levert dus een directe positieve bijdrage aan een robuust netwerk van groenstructuren. Hiermee bevorderen we de stevigheid en kwaliteit van de groenstructuur. Door de biodiversiteit hier te stimuleren versterken wij het ecologische netwerk. Deze ecologische verbindingen zorgen ervoor dat het natuurgroen in de stad onderling verbonden is met het stadslandschap, stadsgroen, fijnmazig groen en de groene particuliere tuinen (de haarvaten van het netwerk). Het leefgebied van planten en dieren wordt hiermee vergroot en ze zijn minder kwetsbaar voor ziekten en plagen. Voor de aanpak van de zwakke onderdelen en ontbrekende schakels zijn maatregelen opgenomen in de SOR, het Ecologisch beleidsplan en Natuur Netwerk Haarlem. Dit betekent dat de uitvoering ervan meelift met of in combinatie met andere ingrepen wordt gerealiseerd.

Tijdens uitvoeringsprojecten in de openbare ruimte is door middel van relatief eenvoudige ingrepen een deel van het bestaande groenareaal om te vormen in ecologisch groen. Ecologie dringt hiermee door tot in de haarvaten van de wijken en buurten, wat zorgt voor een verdere versteviging van de ecologische kwaliteit van de stad: het biedt leefruimte, wijkplaatsen en extra voedsel voor de diverse levensvormen. Zie hiervoor ook de uitwerking in het Ecologisch Beleidsplan en Natuur Netwerk Haarlem. o

o

Ambitie voor 2023: Plan van Aanpak voor versterking van het recreatief en ecologisch netwerk. Hierbij wordt ook ingegaan op beheer, het verwerven van grond en eventuele opzegging van pachtcontracten voor het realiseren van de groenstructuur. Ambitie voor 2030: Verbonden Natuur Netwerk Haarlem (vanuit stedelijke omgeving naar buiten gebieden en vice versa), ontbrekende schakels zijn ingevuld en barrières zijn opgeheven.

2C: Uitbreiden ecologisch beheer Om het groen te behouden, de kwaliteit ervan te waarborgen en de waarde ervan te benutten zijn een goede aanleg en een vakkundig beheer essentieel. Daarom harmoniseren we het beleid, en synchroniseren en implementeren we dit in uitvoering en onderhoudscontracten. Het aanleggen van groen begint met goed ingerichte gelaagde plantvakken en inheems, zo mogelijk regionaal

26

gewonnen zaad, biologisch geteelde bollen en autochtoon6 plantmateriaal dat goed gedijt in de omgeving, zodat het gezond oud kan worden. Wij richten ons op ecologisch beheer op basis van soortbeschermingsplannen of specifieke gebiedskwaliteiten, met speciale aandacht voor het ecologische maaibeheer, dat we voortzetten en eventueel uitbreiden. Door te handelen volgens de ‘Gedragscode soortenbescherming gemeenten’, uitgegeven door Vereniging Stadswerk, worden negatieve effecten op (lokale) populaties van beschermde dieren en planten voorkomen of beperkt. In de Gedragscode staat het behoud en herstel van biodiversiteit centraal, zoals vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. Deze Gedragscode geeft invulling aan het aantoonbaar zorgvuldig handelen vanaf de voorbereiding tot en met realisatie en tijdens het uitvoeren van beheer en onderhoud, met bijbehorend toezicht en handhaving. Zowel de gemeente, als onze opdrachtnemers c.q. uitvoerende partijen werken volgens de Gedragscode. Dit geldt ook voor (vrijwillige) natuurwerkgroepen. In samenhang met het Ecologisch beleidsplan wordt de Gedragscode nader uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol voor het onderhoudscontract t.b.v. beheer en onderhoud en inrichtingswerken/projecten.

Onderhoud is gericht op natuurlijke groeiwijzen, een zo lang mogelijke levensduur en het voldoen aan de zorgplicht (zorg, BVC-methode en gericht op onderhoud met verhoogde zorgplicht en eventuele onderzoeksplicht bij instabiliteit van bomen door aantasting en/of ziekte). Waar beschermde soorten voorkomen wordt vanuit de Wet natuurbescherming zorgvuldig gehandeld, met als uitgangspunten: Behoud van aanwezige soort(en), Behoud van aanwezige rust- en voortplantingsplaatsen, Behoud van functionaliteit aanwezige rust- en voortplantingsplaatsen, Behoud van essentieel leefgebied. Daarnaast wordt gewerkt met een plan van aanpak voor de preventieve en curatieve bestrijding van ziekten, plagen en aantasting (zoals Iepenziekte, Essentaksterfte, Japanse duizendknoop, e.d.) in het groen. o

Ambitie voor 2023: de ‘Gedragscode soortenbescherming gemeenten’ is onderdeel van de nieuwe Dagelijks Beheer Contracten met Spaarnelanden.

2D: Uitwerken Bomenbeleidsplan Het Bomenbeleidsplan wordt apart uitgewerkt. Er ligt al een goede basis, inclusief ervaringen uit het verleden. In samenspraak met onder andere het Platform Groen wordt dit geactualiseerd. Uitgangspunten vanuit het Groenbeleid voor het Bomenbeleid zijn: • Behoud van het bestaande gemeentelijke bomenareaal en uitbreiding van het areaal • Om de bomenstructuren duurzaam te kunnen handhaven wordt gerekend met de theoretische afschrijvingstijd en wordt een vervangingsbudget vastgesteld • De juiste soort op de juiste plek, met een goede groeiplaats op de gewenste plek • De focus ligt op kwaliteit, niet op kwantiteit: beter één goede boom op de juiste plek die zijn volle levensduur kan volmaken, dan twee kwarrende bomen die voortijdig sneuvelen. Uitzonderingen hierop omschrijven we nauwgezet, waarbij we per locatie bezien wat mogelijk is. Immers, liever een tijdelijke boom in de straat dan helemaal geen groen • Voldoende ondergrondse -en bovengrondse groeiruimte, afgestemd op boomgrootte en boomsoort met een langere levensduur dan 30 jaar

6

Het gebruik van autochtoon plantmateriaal zorgt ervoor dat we de natuurlijke (genetische) variatie van in ons land voorkomende plantensoorten behouden, waardoor deze beter bestand zijn en blijven tegen veranderende omstandigheden, zoals een veranderend klimaat en de introductie van ziekten en plagen. Ook zijn veel regionale diersoorten, met name insecten, aangewezen op autochtoon plantmateriaal.

27

We gaan uit van het principe dat we bomen laten staan, maar dit betekent niet dat bomen onaantastbaar worden verklaard. Bomen kunnen alleen worden verwijderd of verplant op basis van onderzoek (boomeffect analyse en toekomstverwachting), argumenten en belangenafweging. Hierbij baseren we ons op het Bomenbeleid, dat richtlijnen moet bevatten op het gebied van veiligheid, nauw te omschrijven vormen van overlast, toekomstkansen en de boomwaarden. Zie hiervoor de Bomenverordening en verder de methode TEEB-stad7, hiermee kan een indruk worden verkregen van de waarde van groen en biodiversiteit in de stad. Door middel van instrumenten als iTree of TEEB kunnen de waarden van een boom worden gemeten. o

Ambitie voor 2024: een vastgesteld geactualiseerd Bomenbeleidsplan.

2E: Kwaliteitsimpuls ‘groene parels’ (stadsparken) We streven ernaar dat stadsparken (‘groene parels’) binnen het netwerk van groenstructuren niet verder bebouwd of verhard worden. De ‘groene parels’ zoals de stadsparken hebben verschillende functies en waarden, die vaak goed verweven kunnen worden, maar soms ook tegenstrijdig zijn. De stadsparken hebben naast hun recreatieve waarde veelal ook een (potentiële) ecologische waarde en kunnen daarnaast cultuurhistorische waarde hebben. Om deze waarden verder te ontwikkelen en te verstevigen, willen wij de stadsparken een kwaliteitsimpuls geven, door het opstellen van een inrichtingsvisie, verbeterplan en/of een integraal beheerplan. Momenteel is de kwaliteit van deze parken namelijk wisselend. Voor een aantal parken is recent een kwaliteitsverbetering uitgevoerd, onder andere de Bolwerken, een deel het van Kenaupark en het Schoterbos/Jan Gijzenvaart. De eerstvolgende prioriteiten liggen bij het Frederikspark, Eindenhout, Engelandpark, het Reinaldapark, delen van het Westelijk Tuinbouwgebied, Zaanenpark en de Kleverlaanzone. o

7

Ambitie voor 2025: de beheerplannen voor de stadsparken zijn geactualiseerd.

The Economics of Ecosystems and Biodiversity; zie www.TEEB.stad.nl

28

6.3 Spoor 3: Samen maken we groen! Het vergroenen van de stad doen we met elkaar. Het primaire doel van dit spoor is het bevorderen van groen bewustzijn en het bieden van ruimte aan maatschappelijke initiatieven, het aangaan van samenwerking met de samenleving en waar nodig het nemen van het voortouw met als doel het privaatgebied te vergroenen en dus te ontstenen (groene tuinen, groene daken, e.d.). De bewoner wordt de ruimte gegeven, de gemeente faciliteert, dereguleert en trekt zich terug waar dat kan. De gemeente is een partner voor bewoners, bedrijven, instellingen in het werken aan een groenere stad. Doel is naast het vergroenen ook bevordering van eigenaarschap en sociale cohesie. Wij verwelkomen de betrokkenheid van inwoners en bedrijven bij projecten en staan positief tegenover ideeën en initiatieven die door hen worden aangereikt, zoals bewonersbeheer in de openbare ruimte (geveltuinen, groene gevels, adoptie boomspiegels) of voor de realisatie van kleine buurttuinen. Dit is en blijft maatwerk; per locatie kijken we in overleg met bewoners, gebruikers en organisaties wat mogelijk is, ook als het tijdelijk is, en maken heldere afspraken. De volgorde van uitwerking vindt plaats op basis van impact en snelheid waarmee het gerealiseerd kan worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12264045/1