CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20220606659 2. Bijlage 1 Groenbeleidsplan

commissie Beheer 6 oktober 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: 18.40 Vaststellen Groenbeleidsplan 2022-2030 (RB).6.338 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Haarlem gaat op groen! Groenbeleidsplan

1 september 2022 Cluster Groenbeleid, Ecologie & Spelen Afdeling Beheer en Beleid Openbare Ruimte Gemeente Haarlem

Inhoudsopgave 1.

2.

3.

Inleiding

4

1.1

Opgaven

4

1.2

Groen als oplossing

4

Kader & doelen

6

2.1

Kader

6

2.2

Doelen

7

2.3

Speerpunten voor een aantrekkelijk, klimaatbestendig en gezonder Haarlem

8

Van ambitie naar uitvoering

11

3.1

De groene sporen

11

3.1.1

Spoor 1: Groeninclusief ontwerpen

11

3.1.2

Spoor 2: Robuust netwerk van groenstructuren

12

3.1.3

Spoor 3: Samen maken we groen!

13

3.1.4

Spoor 4: Groenere woonomgeving: experimenten & vergroeningsprojecten15

3.2

Sturing

15

3.3

Budget

16

Bijlagen Groenbeleidsplan

2

Samenvatting Groen is van grote waarde en deze wordt nog versterkt wanneer het in samenhang wordt gezien met de actuele grote opgaven, zoals klimaatadaptatie, CO2-reductie, de afname aan biodiversiteit en (mentale) gezondheid. De Omgevingsvisie benoemt zes integrale opgaven om mee aan de slag te gaan in de bebouwde omgeving opdat Haarlem ook in 2045 een aantrekkelijke stad is. De realisatie van meer groen biedt natuurlijke oplossingen om de integrale opgaven waar Haarlem voor staat het hoofd te bieden en bij te dragen aan het verlichten van problemen. Daarom: ‘Haarlem gaat op groen!’ Het Groenbeleidsplan geeft vorm aan hoe deze ambitie bereikt wordt met het opstellen van vier speerpunten die zijn geformuleerd op basis van analyses en een participatief traject met betrokken stakeholders. We geven aan wat we willen bereiken tot 2030 en hoe we met groen bijdragen aan de integrale opgaven vanuit de Omgevingsvisie. Vanuit deze speerpunten zijn vier sporen opgesteld waarlangs we aan de slag gaan met projecten, pilots en initiatieven. En door koppelingen te zoeken met gemeentelijke programma’s. Door het verbinden van groene gebieden blijft de stad Haarlem leefbaar en weerbaar tegen klimaatinvloeden en ontstaan er meer mogelijkheden voor dieren en planten om te leven en voor mensen om daarvan te genieten.

Geleidelijk ontstaat zo in de publieke en in de private buitenruimte een samenhangende groenstructuur, waarin en waardoor je kunt bewegen en waar ontmoetingen kunnen plaatsvinden. Daarom houden we wat groen is groen, waar het kan breiden we het groen uit en waar groen verdwijnt compenseren we dit. Ontwerpen aan een bestaande stad draait altijd om het herschikken van bestaande functies en elementen. Elke ontwikkeling moet aangegrepen worden om bij te dragen aan een aantrekkelijker groene en natuurlijke omgeving, waar mensen graag wonen en werken. De gemeente gaat investeren in de groene infrastructuur en daarmee bijdragen aan de biodiversiteit, klimaatadaptatie, gezondheid en het welzijn van inwoners in buurten en wijken. Om op een toekomstbestendige manier van ambitie naar uitvoering te komen, zullen oplossingen voor verschillende opgaven in Haarlem goed op elkaar afgestemd moeten worden. De integrale benadering speelt een grote rol en sluit aan bij de insteek van de nieuwe Omgevingswet. Het vraagt om een integrale blik op gebiedsopgaven en een integrale betrokkenheid. Niet alleen wordt gestreefd naar een nauwere samenwerking tussen verschillende beleidsvelden maar ook beleidmakers, beheerders, uitvoerders en wijkregisseurs kunnen door nauwere banden de potentie die er is optimaal benutten.

De andere manier van werken die een integrale benadering vraagt, zal invloed hebben op de kosten en daarmee zullen we de komende jaren ervaring gaan op doen.

3

1.

Inleiding ‘Haarlem gaat op groen’ De Omgevingsvisie Haarlem 2045 is een integrale visie voor Haarlem en schetst de ruimtelijke ontwikkeling van de stad richting 2045. De visie verbindt beleidsopgaven vanuit verschillende sectoren met elkaar, zoals bereikbaarheid, wonen, duurzaamheid, economie, sociaal, cultureel. Deze opgaven worden integraal opgepakt en groen en vergroening leveren een grote bijdrage daaraan, als onderdeel van integrale gebiedsoplossingen. In een groeiende stad, met steeds meer vraag naar woonruimte en met de openbare ruimte als achtertuin, is aandacht nodig voor aanleg, behoud en beheer van groen, zodat iedereen daarvan kan blijven genieten. Groen is voor Haarlem van levensbelang. We zetten daarom in op een groene toekomst voor Haarlem, gericht op een leefbare stad in 2030, waar alle Haarlemmers, mensen én dieren, prettig leven. Het Groenbeleidsplan geeft vorm aan hoe deze ambitie bereikt wordt door een aantal sporen te schetsen. Deze sporen om de stad te vergroenen worden toegepast als onderdeel van gebiedsgerichte programma’s of zelfstandig als thematische programma’s waar die gebiedsgerichte programma’s er nog niet zijn. Het vervangt het voorgaande Groenstructuurplan uit 1991 en geeft opvolging aan de aanbevelingen van de Rekenkamercommissie uit 2015.

De uitwerking van de sporen is opgenomen in onderliggend beleid zoals het Ecologisch beleidsplan en wordt opgenomen in nog vast te stellen beleid zoals het Bomenbeleidsplan.

1.1 Opgaven De Omgevingsvisie benoemt zes integrale opgaven om mee aan de slag te gaan in de bebouwde omgeving om ervoor te zorgen dat Haarlem ook in 2045 een aantrekkelijke stad is: 1. Versterken aantrekkelijke woon- én werkstad voor iedereen 2. Versterken sociaal weefsel 3. Klimaatbestendig Haarlem 4. Gezonde stad voor mens en dier 5. Energietransitie in Haarlem 6. Duurzaam bereikbare stad

1.2 Groen als oplossing Groen in de stad is onmisbaar en van groot belang voor een leefbare toekomst. Een gezond ecosysteem betekent ook een gezonde leefomgeving. In een gezonde stad is aandacht voor zowel mens als dier. Zowel de gezondheid van mensen als de staat van de biodiversiteit in de stad zitten in een negatieve trend. Hoe groter de biodiversiteit, hoe veerkrachtiger de leefomgeving van de toekomst. Het nut van stadsgroen bestaat over het algemeen niet uit effecten die door een afzonderlijke boom of struik worden veroorzaakt, maar door al het stadsgroen plus het bijbehorende dierenleven en bodemleven bij elkaar. De realisatie van meer groen biedt natuurlijke oplossingen om de integrale opgaven waar Haarlem voor staat het hoofd te bieden en bij te dragen aan het verlichten van problemen. 1 Vanuit de biodiversiteitscrisis is het noodzakelijk om op gemeentelijk niveau maatregelen te nemen en biodiversiteitsherstel te koppelen aan de activiteiten die op andere vlakken worden ondernomen. 1

In bijlage 2 wordt de waarde van groen verder uitgelicht.

4

Zo helpen bijvoorbeeld groene/blauwe daken niet alleen in het versterken van de biodiversiteit, maar dragen ze ook bij aan de oplossing voor klimaatadaptatie. Door water vast te houden verkleinen groen/blauwe daken wateroverlast, ontlasten ze het riool en helpen ze de opgave van de energietransitie te verkleinen door warmte in gebouwen beter vast te houden in de koudere maanden, terwijl ze in de warmere maanden juist zorgen dat gebouwen koeler blijven. Ze worden daarom ecosysteemdiensten genoemd. Door anders te ontwerpen kunnen de negatieve effecten van klimaatverandering worden beperkt, en kan groenschade, economische schade en schade aan de gezondheid van Haarlemmers zoveel mogelijk worden voorkomen. Het ‘Strategisch plan klimaatadaptatie’ spreekt de voorkeur uit voor groene maatregelen om Haarlem klimaatbestendiger te maken. Voorbeelden van een andere richting en een ander gebruik van de openbare ruimte zijn: waterberging op straat, ruimte voor gezonde bomen in de straat die de lucht koelen door schaduw te leveren en door verdamping van water via de bladeren, groen/blauwe daken en het ontharden van de openbare ruimte door wadi’s en verlaagde infiltratievelden. Bovendien zorgt het ervoor dat de stad een aantrekkelijke ontmoetingsplek blijft, ook als het heel heet is of hard regent. Haarlem wil in 2040 aardgasvrij zijn.

Die opgave is geformuleerd omdat bij het verbruik van aardgas CO2 vrijkomt, wat bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Bomen nemen CO2 op en dragen zo bij aan CO2-reductie. Ook dragen bomen bij aan een betere luchtkwaliteit. De Covid-pandemie laat goed zien hoe belangrijk een gezonde leefomgeving in de directe omgeving van de woning is. Door de pandemie zijn veel mensen een groene omgeving nabij hun woning ook meer gaan waarderen en kiezen ze vaker om een ommetje in een groene omgeving te maken. Onderzoek heeft ook duidelijk gemaakt dat mensen gezonder zijn als de woonomgeving meer groen bevat. De aanwezigheid van groen vermindert o.a. stress. En kinderen in groenere wijken hebben minder vaak last van ADHD2. Mensen wonen en werken graag in een mooie groene en natuurlijke omgeving. Niet alleen nu, maar ook in de toekomst.3 Stadsgroen en water verhogen daarnaast de economische waarde van vastgoed.4 Een groene omgeving bevordert het vestigingsklimaat. Vooral voor kennisintensieve en internationale bedrijven.5 Groene plekken zorgen ook voor sociale binding en bieden een aantrekkelijke ruimte voor sport en spelen. Door groene ontmoetingsplekken in een buurt hebben bewoners vaak meer contact met elkaar. Het sociale weefsel in een buurt kan verder versterkt worden door participatief buurtgroen.

2

Meer groen, minder ADHD (maar alleen in arme buurten) - WUR. Transitieplan Wonen – Van Grijs en Groen naar Groen en Blauw, 21 december 2020, Jonge Klimaatbeweging, Transitieplan Wonen - Van Grijs en Groen naar Groen en Blauw - Jonge Klimaatbeweging, Thema-Wonen.pdf (jongeklimaatbeweging.nl). 4 Jókövi E.M. & Luttik J.; Rood en groen - Het combineren van verstedelijking en natuur in de praktijk; Wageningen, 2003. 5 Jókövi E.M. & Luttik J.; Rood en groen - Het combineren van verstedelijking en natuur in de praktijk; Wageningen, 2003. 3

5

2.

Kader & doelen Haarlem heeft geografisch gezien een langgerekte vorm en ligt ingebed tussen fraaie en diverse landschappen van duinen en weidse polders. Hierdoor is het buitengebied nooit ver weg, al ligt er nog wel een opgave in de recreatieve ontsluiting ervan. De stad is compact gebouwd en kent behalve mooie parken ook zeer versteende wijken. Met dit gegeven en de op handen zijnde ‘inbreiding’ met 10.000 woningen is het een uitdaging om de leefbaarheid op peil te houden. Om te borgen dat alle belangen in beeld blijven, starten we daarom met het kader en de doelen waarbinnen het Groenbeleid gemaakt wordt.

2.1 Kader Haarlem zet nadrukkelijk in op het versterken van groen, water en natuur in, en rond Haarlem. Het groen moet verbeterd worden, met name in de versteende buurten waar meer groen moet worden toegevoegd. De centrale ambitie voor Haarlem leidt zo tot de centrale opgave voor het groenbeleid in de komende jaren: een groenere toekomst voor de stad: ‘Haarlem gaat op groen!’ Voor Haarlem vormen de Omgevingsvisie (2022) en de Structuurvisie Openbare Ruimte (2017) de meest belangrijke kaders waarbinnen het Groenbeleidsplan is opgesteld. In deze paragraaf schetsen we de waarde die vanuit de kaders aan een groene en natuurlijke leefomgeving wordt verbonden en stippen we kort recente trends aan. 6

Trends Het World Economic Forum bracht begin 2021 het 16e Global Risk Report uit. De lijsten met de analyses van de meest waarschijnlijke dreiging en van de dreiging met de meeste impact voor de komende tien jaar, worden gedomineerd door klimaat en biodiversiteit gerelateerde bedreigingen.7 In de onlangs door de provincie gepubliceerde basismonitor 2022 blijkt ook op regionale schaal de trendmatige achteruitgang van de biodiversiteit8. Het is niet voor niets dat Nature Based Solutions (NBS) steeds meer aandacht krijgen om klimaatverandering en verlies van biodiversiteit tegen te gaan. NBS staat voor een ecologische benadering waarmee integrale opgaven het hoofd wordt 6

Graeme MacKay, 2021, MacKaycartoons.net. The Global Risk Report 2021, 19 januari 2021, World Economic Forum, page 12, The Global Risks Report 2021 | World Economic Forum (weforum.org). 8 https://cijfers.noord-holland.nl/content/bredebasismonitor 7

6

geboden. Aan de basis van de NBS-benadering ligt het begrip ecosysteemdiensten: de diensten die de natuur levert aan de samenleving. Groene steden en integrale concepten zijn daar een belangrijk onderdeel van.9 Om kwalitatief hoogwaardig groen te realiseren in combinatie met intensief ruimtegebruik, is vanaf het begin een integrale, groeninclusieve ruimtelijke benadering nodig stelt ook de VNG.10 De VNG pleit daarom voor ontschotte budgetten vanuit het rijk om het voor gemeenten makkelijker te maken om elke keer dat de schop in de grond gaat, tot een slim ontwerp te kunnen komen voor een toekomstbestendig gebied.

Omgevingsvisie De Omgevingsvisie straalt uit dat groen de drager is van alles en dat er geen ontwikkeling te vinden is in Haarlem, waar groen geen deel van uit maakt. Een vergroening van de stad is randvoorwaardelijk voor het realiseren van de doelen van de Omgevingsvisie. Structuurvisie Openbare Ruimte Groen is voor Haarlem van levensbelang. In een groeiende stad, met steeds meer vraag naar woonruimte en met de openbare ruimte als achtertuin, is aandacht nodig voor aanleg, behoud en beheer van groen, zodat iedereen daarvan kan blijven genieten. We zetten in op een groene(re) toekomst voor Haarlem, gericht op een leefbare stad in 2030, waar alle Haarlemmers, mensen én dieren, prettig leven. Haarlem streeft naar een gezond, toekomstbestendig leefklimaat voor haar inwoners. Groen in de stad is daarvoor een cruciale, essentiële basis. Als wij nu en in de toekomst invulling willen geven aan deze ambitie, rekening houdend met de eerder beschreven urgentie en waarde van het groen, dan is voldoende groene ruimte in de stad van het grootste belang. Evenals een goede bereikbaarheid van het buitengebied.

2.2 Doelen Met de Omgevingsvisie als overkoepelend kader, sluit het Groenbeleidsplan aan bij de zes strategische keuzes11 uit de Omgevingsvisie waarmee de gemeente het hoofd wil bieden aan de integrale opgaven (zie paragraaf 1.1). Vooral in de strategische keuzes ‘Vergroenen & vernatten’ en ‘Bevorderen gezonde leefomgeving’ worden groene en natuurlijke maatregelen als oplossingen verankerd. Maar ook in de andere strategische keuzes is ruimte voor groene oplossingen. Zo dragen stadsparken, monumentale bomen en de algehele groenvoorziening bij aan een aantrekkelijke woon- en werkomgeving binnen de keuze ‘Mengen & verdichten’. Binnen de strategische keuze ‘Buurtgericht ontwikkelen’, levert het creëren van groene ontmoetingsplekken op loopafstand van de woning een bijdrage aan de invulling. De prioriteiten12 die de Omgevingsvisie vanuit de strategische keuzes stelt die voor het groen en de ecologie in de gemeente van belang zijn, zijn: - het behouden van de cultuurhistorische waarden - het versterken van het tien-minuten netwerk en stadsstraten - het versterken van de sociale basis- en ontmoetingsplaatsen in de buurt - het creëren van ruimte voor klimaatadaptatie in plaats van ruimte voor de auto - het versterken van de boezemwaterstructuur

9

Stenen eruit, groen erin - Wageningen Climate Solutions (NL) (wur.nl), september 2019.

10 VNG pleit voor integrale aanpak van groen in de stad | VNG, 27 september 2021. 11

1. Mengen & verdichten, 2. Buurtgericht ontwikkelen, 3. Vergroenen & vernatten, 4. Bevorderen gezonde leefomgeving, 5. Ruimte voor de energietransitie, 6. Mobiliteitstransitie. 12 Speerpunten genoemd in de Omgevingsvisie.

7

- het toevoegen van meer kwaliteit aan het buitengebied: o.a. door het opwaarderen van de natuurwaarde van landbouwgrond - het versterken van ecologische verbindingen door en om de stad tussen hotspots - het reserveren en vrij maken van ruimte voor de energietransitie

2.3 Speerpunten voor een aantrekkelijk, klimaatbestendig en gezonder Haarlem Aan de hand van verschillende analyses13 is uitgezocht hoe groen Haarlem is. Samen met stakeholders14 zijn verbeterpunten geformuleerd die bijdragen aan het aantrekkelijker, klimaatbestendiger en gezonder maken van Haarlem. We hebben ze in vier samenhangende groene speerpunten15 samengebracht.

Analyse Uit de risicodialoog voor klimaatadaptatie16 kwam naar voren dat men in Haarlem, zowel in de openbare ruimte als op particulier terrein, veel verharding en beperkt groen in het straatbeeld ziet. Dit verschilt wel per wijk, zo zijn Schalkwijk en het Ramplaankwartier relatief groen. Het centrum, de Amsterdamsewijk en de Indischewijk zijn dan weer weinig groen.17 De data uit 2007 gebruiken we als nulmeting om bij te kunnen houden of we Haarlem ook echt groener maken. Betrouwbare data over het aanwezige groenoppervlak en kroonoppervlak, helpt om waar nodig bij te sturen. We werken daarom aan het continue verbeteren van data gestuurde beleidsvorming en jaarlijkse monitoring. Dit voeren we uit via tools waarmee bijvoorbeeld de baten van bomen en groen voor Haarlem beter inzichtelijk worden.18 Ook de waterkwaliteit en oevers en de stand van wilde bijen monitoren we regelmatig.19 Deze data geeft inzicht in de status van de biodiversiteit in de gemeente. We breiden monitoring uit naar de baten en de impact van experimenten en innovatieve oplossingen. Haarlem wil vergroenen vanwege de voordelen van een groene stad. Maar Haarlem is ook een dichtbebouwde stad. In landelijke analyses staat Haarlem vaak onderaan lijstjes als het gaat om vierkante meters groen per inwoner of huishouden. Ook de ISGlobal Ranking of Cities20 laat zien dat er ruimte is voor verbetering.

Tegelijkertijd is een vergelijking van gemeenten op dergelijke lijstjes niet eenvoudig. Elke stad is anders wat het moeilijk maakt om algemeen geldende doelen te stellen in de ambitie voor vergroening. Om toch aan een echte versterking van het groen, de ecologie en de biodiversiteit te kunnen werken en te voorkomen dat het aanwezige groen afneemt, helpt een

13

Zie ook bijlage 3, ‘Analyse huidige situatie’, https://gemeentebestuur.haarlem.nl/bestuurlijke-stukken/2016200923-De-baten-van-een-groenerHaarlem.pdf https://www.atlasleefomgeving.nl/thema/natuur/groene-leefomgeving. 14 Platform Groen en vertegenwoordigers van Wijkraad Amsterdamse buurten, Wijkraad Scheepmakersdijk, Wijkraden Centrum, Werkgroep Groen Indische buurten, Stadsarchitect, Spaarnelanden NV, Wijkraad Indische buurten. 15 Zie ook bijlage 5, ‘Speerpunten’. 16 Zie ook Strategisch plan Klimaatadaptatie. 17 Zie ook bijlage 4, ‘Groen in de stadsdelen & wijken’. 18 i-Tree of TEEB zijn tools die de gemeente wil inzetten om het kroonoppervlak te kunnen monitoren. 19 In ieder geval in het jaarverslag. 20 Urban health study in 1,000 European cities, Rankings - ISGlobal Ranking Of Cities.

8

makkelijk te onthouden vuistregel21. De vuistregel van professor Cecil Konijnendijk 3-30-30022 kan in dat licht gezien worden. De 3-30-300 vuistregel daagt uit om creatief met het vergroten en het verbeteren van de kwaliteit van het Haarlemse groen aan de slag te gaan. Om de vuistregel van toepassing op Haarlem te laten zijn, interpreteren we deze als volgt: Vanuit elke woning zijn 3 bomen te zien, is 30 procent aan openbaar groen als percentage van het totale oppervlak in de wijk aanwezig, en is in de nabijheid van 300 meter van een woning een groen park of plantsoen toegankelijk. We realiseren ons dat het niet mogelijk zal zijn om in elke buurt van Haarlem aan alle drie de niveaus te voldoen, een vuistregel geeft aan dat het in de meeste gevallen opgaat. De vuistregel nodigt wel uit om op drie niveaus aan verbetering te werken.

Speerpunten23 Met de vier speerpunten die zijn geformuleerd op basis van de analyses en het participatieve traject, geven we aan wat we willen bereiken tot 2030 en hoe we met groen bijdragen aan de strategische keuzes van de Omgevingsvisie. Zo brengen we focus en richting aan in het groenbeleid. 1. Naar een kwalitatievere, groenere woonomgeving Om het hoofd te kunnen bieden aan de opgaven waar Haarlem voor staat, zal het groen in de stad waar dat kan, flink moeten groeien. We zetten daarom in op het versterken van het ecologisch netwerk en geven daarnaast voldoende ruimte aan water. Daarnaast is er behoefte aan ruimte voor ontspanning (recreatie en spelen) zoals de mogelijkheid tot het maken van groene ommetjes in het buitengebied. De ontwikkeling van groene recreatieve routes (zowel in de stad als in de regio) draagt daaraan bij. Ook zien we dat bomen in stedelijk gebied niet in wasdom komen door een gebrekkige aanleg in het verleden. Door verbeterde groeiomstandigheden kunnen bomen bij vervanging uitgroeien tot gezonde, volwassen bomen. Stadsparken hebben potentie voor verbetering. In verschillende buurten in de versteende stad is te zien dat er behoefte is aan groen, mensen leggen bijvoorbeeld zelf geveltuintjes aan of adopteren boomspiegels. Toekomstbewust en natuurinclusief ontwerpen hoort daar ook bij.

Dit speerpunt draagt bij aan de strategische keuzes 1, 2, 3, 4, 5 en 6 uit de Omgevingsvisie. 2. Naar een klimaatbestendige stad Klimaatverandering betekent dat we te maken krijgen met steeds extremere weersomstandigheden. Ook in Haarlem hebben we de laatste jaren hevige regenbuien met wateroverlast meegemaakt en waren er periodes van langdurige hitte en droogte. Klimaatadaptatie gaat over het aanpassen aan het veranderende klimaat om de negatieve effecten te beperken. Zo helpt meer groen in de stad om water beter vast te houden en de temperatuur te verlagen. Een samenhangend netwerk van groene en blauwe dragers maakt ons weerbaarder tegen hittestress en ander extreem weer en functioneert als de 'longen' van de gemeente. De grootste winst is te behalen door het toevoegen van verlaagde groen- of gazonvlakken die (overtollig) water opvangen in plaats van het direct af te voeren via de straatkolk. Ook het vergroten van het bladerdek maakt een groot verschil. Bladeren van bomen en struiken vangen zo’n 10 procent van het regenwater op en laten dit geleidelijk door naar de bodem (retentie) en deels ook weer verdampen. Dat verlicht de druk op het riool enorm. Vooral het in stand houden van volwassen en oude bomen is van belang. Daarnaast draagt de toevoeging van struiken bij aan dit (en het volgende) speerpunt. Ook innovatie speelt een grote rol bij dit speerpunt.

Dit speerpunt draagt bij aan de strategische keuzes 1, 2, 3, 4, 5 en 6.

21

Betekenis vuistregel: Regel die in de meeste gevallen opgaat, Dikke van Dale. Dr. Cecil Konijnendijk’s 3-30-300 rule, Promoting health and wellbeing through urban forests – Introducing the 3-30-300 rule | IUCN Urban Alliance. 23 Zie ook bijlage 5 ‘Speerpunten’ voor meer details. 22

9

3. Naar een meer biodiverse stad Hoe groter de biodiversiteit, hoe veerkrachtiger de leefomgeving van de toekomst. De biodiversiteit gaat wereldwijd echter in een ongekend snel tempo achteruit. Omdat steden een steeds groter deel van de wereld in beslag nemen, is het belangrijk om ook in versteende gebieden weer ruimte te bieden aan diverse flora en fauna. Biodiversiteit in de stad is vooral te vinden in parken, tuinen, bermen of water. Om de aanwezige biodiversiteit te beschermen en te versterken, zijn robuuste ecologische verbindingen nodig als schakels tussen natuurkerngebieden in de stad maar ook van en naar het buitengebied. Ook kan verticaal impact worden gemaakt met klimgroen. Het verder toepassen van ecologisch maaibeleid en het natuurinclusief ontwikkelen en bouwen met natuurcompensatie dragen bij aan het versterken van de biodiversiteit. Dit speerpunt draagt bij aan de strategische keuzes 2, 3 en 4. 4. Naar een groenbewustere stad Een groene stad is een gezonde leefomgeving voor haar inwoners. Het is daarom nodig om het groenbewustzijn te bevorderen. Gelukkig zijn er in de hele stad al vele mensen in allerlei verbanden actief en gemotiveerd. Zij vormen een basis en een bron van enthousiasme en energie die kan helpen bij het inspireren van de rest van de stad.

Een groot deel van de vergroeningsopgave in Haarlem ligt immers niet in de openbare ruimte, maar in de 70% aan privaat stedelijk gebied dat de stad telt. Haarlem wil verstening verminderen en ziet daarbij educatie en bewustwording als belangrijke schakels. Dit speerpunt draagt bij aan de strategische keuzes 1, 2, 3, 4, 5 en 6.

10

3.

Van ambitie naar uitvoering Ontwerpen aan een bestaande stad draait altijd om het herschikken van bestaande functies en elementen. Planprocessen en projecten benutten we als kans om de stad verder te vergroenen. Elke ontwikkeling moet aangegrepen worden om bij te dragen aan een aantrekkelijker groene en natuurlijke omgeving, waar mensen graag wonen en werken. De gemeente wil investeren in de groene infrastructuur en daarmee bijdragen aan de biodiversiteit, klimaatadaptatie, gezondheid en het welzijn van inwoners in buurten en wijken. Om op een toekomstbestendige manier van ambitie naar uitvoering te komen, zullen oplossingen voor verschillende opgaven in Haarlem goed op elkaar afgestemd moeten worden. De integrale benadering speelt een grote rol en sluit aan bij de insteek van de nieuwe Omgevingswet. Het vraagt om een andere manier van werken. Door een integrale blik op gebiedsopgaven en een integrale betrokkenheid vanuit de gemeente. Niet alleen wordt gestreefd naar een nauwere samenwerking tussen verschillende beleidsvelden, ook beleidmakers, procesmanagers, beheerders, uitvoerders en wijkregisseurs kunnen door nauwere banden de potentie die er is optimaal benutten. In uitvoeringsprogramma’s wordt de overdracht van beleid naar uitvoering afgestemd en worden de benodigde middelen (financieel en/of personeel) geborgd.

‘Haarlem gaat op groen!’ Om op een integrale manier het hoofd te bieden aan de opgaven van Haarlem, bij te dragen aan de strategische keuzes uit de Omgevingsvisie en met de speerpunten uit dit Groenbeleidsplan aan de slag te gaan, vindt uitwerking binnen vier groene sporen24 plaats. De vier sporen die in dit hoofdstuk worden besproken, zijn: • Spoor 1: Groeninclusief ontwerpen (3.1.1) • Spoor 2: Robuust netwerk van groenstructuren (3.1.2) • Spoor 3: Samen maken we groen (3.1.3) • Spoor 4: Groenere woonomgeving: experimenten & vergroeningsprojecten (3.1.4)

3.1 De groene sporen Binnen de vier groene sporen werken we met een integrale uitvoeringsagenda met daarin de beleidsuitwerking, activiteiten en experimenten voor de komende jaren. Daarmee sluiten we aan bij de PDCA-cyclus.25 3.1.1 Spoor 1: Groeninclusief ontwerpen Natuur is een integraal onderdeel van het stedelijke organisme en als zodanig van belang voor de leefbaarheid van de stad. Het doel van dit spoor is om beslissers en ontwerpers uit te dagen om meer in te zetten op creatief groeninclusief ontwerp. En om op te roepen tot het integreren van natuur in het ontwerp van gebouwen en stedelijke buitenruimten. Bijvoorbeeld door verticaal groen en groene daken in te passen, door compensatiemaatregelen te treffen door het planten van bomen en groen in de directe nabijheid indien groen of een gebied met ecologische waarde niet behouden kan blijven, door afmetingen van wegen en invulling van parkeerplaatsen te heroverwegen passend bij het karakter van de groene woonstad met oog voor kwaliteit en leefbaarheid. Voor het beste 24

Zie ook bijlage 6, ‘Groene sporen’ voor meer details. De PDCA-cyclus of Kwaliteitscirkel van Deming beschrijft vier activiteiten (Plan-Do-Check-Act) die op alle verbeteringen in organisaties en werkprocessen van toepassing zijn. Het cyclische karakter garandeert een continue aandacht voor kwaliteitsverbetering, in een doorlopende herhaling van plannen, uitvoeren, monitoren en bijstellen van maatregelen. 25

11

resultaat vraagt elk project en elke locatie om maatwerk. Niet alles kan overal, maar er zijn altijd koppelkansen. Door een duidelijke richting in te slaan in ontwerpprocessen voor een gebied, waarbij groene functies en natuurlijke maatregelen die in het verleden soms in het gedrang kwamen, meer ruimte krijgen, kan het hoofd worden geboden aan meerdere van de opgaven die worden benoemd in de Omgevingsvisie. Dit spoor werkt aan de handvatten om de discussie over ruimteclaims goed te kunnen voeren, het belang van groen in het verdere proces te bewaken en door het groenbewustzijn te verankeren. Data over de bijdrage van groen aan de integrale opgaven van Haarlem, dienen daarbij goed meegenomen te worden. Met een groen instrumentarium (Standaard Programma van Eisen Groen26, Compensatieregeling, Groene gunningscriteria, HIOR27) wordt uitvoering gegeven aan alle strategische keuzes uit de Omgevingsvisie en helpen we partijen om te voldoen aan eisen uit landelijke wetgeving en vigerend beleid. We doen dit door in te zetten op: o Ambitie voor 2024: natuurinclusief bouwen is de norm. We werken met een gedragscode natuurinclusief bouwen en zetten dit bij aanbestedingen en de Leidraad duurzaam bouwen in als handreiking richting initiatiefnemers om te voldoen aan vigerend beleid en wettelijke eisen.

o Ambitie voor 2025: baten van groen zijn inzichtelijk per bouw- of ontwikkelingsproject zodat duidelijk is wat de bijdrage aan de ambitie ‘Haarlem gaat op groen!’ is. o Ambitie voor 2026: voor alle wijken is een kieswijzer groen en klimaat opgesteld dat mee wordt genomen in de projecten om te borgen dat alle wijken groener en klimaatadaptief zijn ingericht voor 2040. Dit als aanvulling op de stedelijke hoofdgroenstructuur, zoals die in de Omgevingsvisie en de SOR is gedefinieerd. 3.1.2 Spoor 2: Robuust netwerk van groenstructuren Het bestaande groene netwerk behoeft uitbreiding om eerder genoemde opgaven het hoofd te bieden en de biodiversiteit in de gemeente te behouden en te versterken.28 Dit doen we door het buitengebied, natuurgroen, stadsgroen en het groen in de wijk/buurt onderling te verbinden. Bijvoorbeeld door groene (ecologische en recreatieve) verbindingen tot stand te brengen en duintuinen te stimuleren, waardoor er een fijnmazig groen netwerk ontstaat.29 Dit zorgt er zelfs in een stedelijk gebied voor dat de aanwezige biodiversiteit ondersteund en waar mogelijk verbeterd wordt in plaats van dat de biodiversiteit verder afneemt. Het doel is het stedelijk groen beter over te laten lopen naar de buitengebieden en de buitengebieden dichter naar de stad te brengen.

Ook hebben de groenstructuren een belangrijke rol bij het versterken van de identiteit van Haarlem, bij de oriëntatie en bij het creëren van aantrekkelijke routes die uitnodigen tot een gezonde leefstijl.

26

Zie ook bijlage 8, ‘Standaard programma van Eisen Groen’. Handboek Inrichting Openbare Ruimte. 28 Zie ook bijlage 9.1, ’Groenfunctie fijnmazige groenstructuren’. 29 Zie ook bijlage 10, ‘Natuur Netwerk Haarlem’. 27

12

Goed beheer van het openbaar groen is heel belangrijk. Een boom die goed groeit, kan een mooi rendement binnen een aantal opgaven behalen. Maar een boom die niet goed groeit, of ergens maar kort staat, levert weinig rendement voor de opgaven. Daarom is het dus van groot belang dat de er slimme keuzes worden gemaakt voor de juiste beplanting op de juiste plek. En door de ruimtelijke inrichting zo veel mogelijk af te stemmen met verbeterde groeiomstandigheden om de potentie van het groen beter te kunnen benutten. Zo spreekt de SOR over de ambitie dat de bomen in de hoofdbomenstructuur minimaal 80 jaar oud moeten kunnen worden. Het credo moet daarom niet alleen zijn ‘meer bomen’. Het gaat om de juiste boom, op de juiste plek, met de juiste groeiruimte. Ditzelfde geldt voor andere beplanting. Data speelt binnen dit programma een grote rol. Binnen dit spoor wordt o.a. gewerkt aan het ecologisch beleid en beheer, het aanpakken van de ontbrekende schakels in de hoofdbomenstructuur en het opheffen van barrières in het ecologische netwerk, het bomenbeleid en de bomenverordening, de Lijst beschermwaardige houtopstanden, de Gedragscode voor gemeenten, het maaibeleid en het verbeteren van de stadsparken tot hun volle potentie. We doen dit door in te zetten op: o Ambitie voor 2023: Plan van Aanpak voor versterking van het recreatief en ecologisch netwerk.

Hierbij wordt ook ingegaan op beheer, het verwerven van grond en eventuele opzegging van pachtcontracten voor het realiseren van de groenstructuur. o Ambitie voor 2025: We werken datagestuurd aan de ambitie ‘Haarlem gaat op groen!’ door het versterken van ecosysteemdiensten en kroonvolume in oa. stadsparken. o Ambitie voor 2030: Verbonden Natuur Netwerk Haarlem (vanuit stedelijke omgeving naar buiten gebieden en vice versa), ontbrekende schakels in hoofdbomenstructuur zijn ingevuld en barrières in het ecologische netwerk zijn opgeheven. 3.1.3 Spoor 3: Samen maken we groen! Lokaal groen geeft een podium aan de kracht van de gemeenschap. Participatieve groenprojecten bevorderen de gezondheid en een kans op plezierig samenleven. Inwoners spelen een grote rol in het vergroenen van Haarlem. Steeds meer inwoners en bedrijven zien waarde in het opfleuren van hun eigen omgeving. Geveltuintjes, het adopteren van boomspiegels en het plaatsen van plantenbakken nabij de eigen voordeur zijn hier voorbeelden van. Mensen wonen en werken het liefst in een aantrekkelijk groene omgeving. Er zijn al vele vrijwilligers actief binnen de gemeente die een deel van het openbare groen hebben geadopteerd en in samenspraak met de gemeente beheren. Zelfbeheer is iets om verder mee te experimenteren. Daarbij gaat het ook om het in samenspraak met inwoners, uitdenken van de spelregels. Het blijft maatwerk.

Het vergroenen van

13

de stad doen we dus met elkaar. Met dit derde spoor geeft de gemeente ruimte aan maatschappelijke initiatieven, wordt samenwerking gezocht met de samenleving en waar nodig neemt de gemeente het voortouw met als doel het private gebied te vergroenen en dus te ontstenen (NK tegelwippen, Groene Stad Challenge, stimuleren (groene / duin) tuinen, groene daken, plantenmarkten, Groenloket, wijkdeals e.d.). Bewustwording is belangrijk. Zichtbaarheid en aanwezigheid van groen is daarbij belangrijk. Bijvoorbeeld door meer plantenbakken in winkelstraten. Het grootste deel van het groen in Haarlem is in private handen. We willen dat alle Haarlemmers trots zijn op dat groen in hun tuin, op die bijzondere, oude boom, op de bloemrijke en kruidenrijke voortuintjes die veel insecten aantrekken. Onze ambitie betreft naast het meer vergroenen van particuliere tuinen ook het vergroenen van winkelstraten en bedrijventerreinen als de Waarderpolder. Doel van dit spoor bevordert, naast het vergroenen, ook het eigenaarschap en sociale cohesie (door bijvoorbeeld medewerking te verlenen aan initiatieven als voedseltuinen en pocketparkjes). Het stimuleert bovendien het groenbewustzijn. Educatie, goede data en communicatie zijn van belang om de baten van groen, op het gebied van gezondheid, duurzaamheid en klimaatadaptatie inzichtelijk te maken voor inwoners.

Dit spoor zet daarom sterk in op het informeren en de bewustwording van inwoners, jong en oud. Van belang hierbij is het delen van kennis, om te inspireren, (financieel) te ondersteunen, om te verbinden en co-creaties mogelijk te maken. De natuur- en duurzaamheids-educatie dient hiertoe te worden versterkt en verder uitgebouwd. Dit spoor vraagt ook om ruimte voor participatie. Bijvoorbeeld door met kinderen aan de slag te gaan om natuurlijke plekken te creëren met groen en water. Denk bijvoorbeeld aan natuurspeelplaatsen, groene speelpleinen en het plaatsen van fitnesstoestellen. Hierbij sluiten we zoveel mogelijk aan bij bestaande organisaties en structuren, en bij het programma Nieuwe Democratie. We werken daarnaast actief aan het vergroenen van schoolpleinen via een uitvoeringsplan en in samenwerking met scholen en andere partners zoals de gemeentelijke Natuur- en Milieueducatie, natuureducatievereniging IVN en wijken buurtverenigingen. In samenwerking met de regionale ROC’s kunnen er kleine leefbossen worden aangelegd en onderhouden, zoals o.a. mini bosjes (‘Tiny Forests’, ‘Muggenbos’, ‘Bomenhotel’). We doen dit door in te zetten op:

14

o Ambitie voor 2023: start van de publiekscampagne ‘Haarlem gaat op groen!’ waarmee inwoners

van Haarlem geïnformeerd worden over wat de gemeente doet aan versterking van het groen en hoe particulieren en bedrijven worden ontzorgd in de vergroening van de eigen leefomgeving. o Ambitie voor 2023: Haarlem heeft een Groenloket waar inwoners terecht kunnen voor informatie, of om tegels in te wisselen voor groen en stelt jaarlijks financiële middelen beschikbaar ter dekking van mogelijke meerkosten voor maatschappelijke initiatieven en wijkdeals om de 3-30-300 vuistregel door inwoners in te laten vullen. o Ambitie voor 2025: inwoners zijn gewend om op buurt- en straatniveau betrokken te worden bij de vergroening van de eigen leefomgeving door jaarlijkse deelname aan bijvoorbeeld het NK tegelwippen en de Groene Stad Challenge. 3.1.4 Spoor 4: Groenere woonomgeving: experimenten & vergroeningsprojecten Met het vierde spoor zetten we in op ‘groen, tenzij’ pilots, experimenten en vergroeningsprojecten om maximaal bij te dragen aan alle vier de speerpunten uit dit Groenbeleidsplan. Experimenten en innovatie helpen om te bepalen welke (innovatieve) maatregelen goed passen en aanslaan om een versnelling in de vergroening van Haarlem te realiseren.

De afgelopen jaren is de stad al op kleinere schaal actief vergroend, door bijvoorbeeld ongebruikte verharding te vervangen door plantsoen of buurttuinen, gericht extra bomen te planten op plaatsen waar ruimte was en door oevers natuurvriendelijk te maken. Dit zal worden gecontinueerd en versterkt door aan te sluiten bij buurtinitiatieven, in thematische groenprojecten zoals het Bomenoffensief, maar ook door relatief eenvoudige ingrepen in te passen in uitvoeringsprojecten in de openbare ruimte om ecologisch groen te kunnen vormen door bijvoorbeeld parkeerplaatsen in te ruilen voor groen. Binnen dit spoor maken we gebruik van innovaties en de ontwikkelingen in de markt. Denk hierbij o.a. aan pilots voor het tijdelijk vergroenen van braakliggend terrein, het creëren van groene ommetjes, groene of halfverharde parkeerplaatsen in versteende wijken, pocketparkjes, voedseltuinen30, klimaatpleinen, groene slingers van gevel naar gevel en vergroende lantaarnpalen. Allemaal onder de noemer: ‘groen, tenzij’. Ook pilots met groenprojecten op/in/aan gemeentelijk vastgoed om heel zichtbaar in de stedelijke omgeving voortgang te boeken zijn onderdeel van dit spoor. We doen dit door in te zetten op: o Ambitie voor 2030: drie pilotprojecten van buurtvergroening zijn gerealiseerd, waaronder voedseltuinen en biodiverse groene zomen.

o Ambitie voor 2030: 30 procent van de blijvende parkeerplekken in versteende buurten is vergroend. o Ambitie voor 2030: drie groenprojecten met gemeentelijk vastgoed zijn gerealiseerd.

3.2 Sturing Om te kunnen voldoen aan de ambitie ‘Haarlem gaat op groen!’ in 2030 en om op die manier bij te dragen aan de opgaven waar Haarlem voor aan de lat staat, is het streven om op korte termijn zoveel mogelijk van de vergroeningsopgave te realiseren. De vier sporen uit dit Groenbeleidsplan vragen om investeringen in het groen. De raad stuurt hierop door keuzes te maken. De ambitie van 'Haarlem gaat op groen!' verandert daarmee niet, maar de raad bepaalt wel het tempo waarop de ambitie gerealiseerd wordt.

30

Voorbeeld voedselbos in Haarlem: Tuin – Stichting PermacultuurCentrum Haarlem.

15

3.3 Budget Om het uitvoeringsprogramma wendbaar en realistisch te houden, worden jaarlijks maatregelen per spoor uitgewerkt in een uitvoeringsplan. De raad kan bijstellen door op gezette tijden de prioriteiten te heroverwegen en keuzes te maken. De aanleg, de (her)inrichting, doorontwikkeling en het beheer van groen worden hier buiten beschouwing gelaten. Dit is gedekt middels de beheer- en onderhoudskosten in de gemeentebegroting en noodzakelijk voor de uitvoering van de contracten voor dagelijks beheer en onderhoud. Ontwikkelkosten worden deels gedekt uit de begroting (op basis van het coalitieakkoord 2022-2026 en de SOR) en omvat zowel exploitatie- als investeringskosten. Jaarlijks wordt er veel geld uitgegeven aan beheer- en onderhoudskosten. Deze worden in de komende periode verhoogd om bij te dragen aan de integrale gemeentelijke opgaven door opgavegericht te gaan werken. Veelal kan meer groen met beperkte meerkosten binnen integrale projecten worden gerealiseerd. De integrale benadering vraagt om een andere manier van werken en een ontschotting van budgetten. Hierbij is het noodzakelijk om de kwaliteit en conditie (technische staat) van het groen structureel in beeld te brengen, op basis hiervan een transparant meerjareninvesteringsplan voor groen op te stellen.

Hiermee gaat de gemeente naar een meer preventief, planmatig beheer en verduidelijkt het tegelijkertijd de rolverdeling rondom dagelijks onderhoud, groot onderhoud en vervanging, binnen de overeenkomsten voor dagelijks beheer en onderhoud en de opdrachten aan gespecialiseerde aannemers. Naast de inzet van eigen middelen, doen we een beroep op financiering door derden, zoals investeringen van projectontwikkelaars en subsidies van provincie, rijk en EU.

16

Figuur 1 Voorbeeld voedselbos in Haarlem: Tuin – Stichting PermacultuurCentrum Haarlem.

Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 1 september 2022

Tekst: Afdeling Beheer en Beleid Openbare Ruimte, Marie-Thérèse Tetteroo-Mathijsen en Niels van Esterik. Uitgangsdocument opgesteld door Annet Muller (LiSadvies) en Cas Botman (Binnendijks) Fotografie: pag.2, 17: Michel Campfens, pag.10, 13: Jurriaan Hoefsmit, pag.14 boven: Marisa Beretta, pag.14 onder: Bibi Veth, overig: Pixabay Ontwerp: [Naam] Drukwerk: [Naam] ________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 17 haarlem.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12359256/1