CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20220536173 2. Bijlage 1 Gebiedsplan 17-3-2022 Actualisatie

commissie Ontwikkeling 19 mei 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Gebiedsplan Bereikbare Steden Actualisatie 2022 (FR/RB)11.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tevens is knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid een locatie met veel elkaar versterkende potenties. Zo zullen hier op korte termijn minimaal 1.600 woningen gerealiseerd worden en zijn er in de plinten van deze nieuwbouw rondom de mobiliteitshub werkfuncties en voorzieningen gepland. Deze woningen en arbeidsplaatsen zijn meegenomen in de financiële doorrekening van dit plan.

27

Investering 19 | Herinrichting N205/Schipholweg De N205 (Schipholweg) maakt een belangrijk onderdeel uit van de regioring voor het autoverkeer rondom Haarlem. Deze ringweg is bedoeld om het autoverkeer in de binnenstad te verminderen en daar meer ruimte te creëren voor de actieve vormen van mobiliteit (fiets en voetganger) en het OV. Tegelijkertijd vormt deze oost-west autoverbinding een belangrijke barrière voor de noord-zuid fietsen voetgangersverplaatsingen. Een tunnel over de gehele lengte van dit tracé (om de doorstroming op de ring te verbeteren en de barrièrewerking op te heffen) bleek niet haalbaar. Als alternatief wordt herstructurering van dit tracé onderzocht, inclusief verbeteren en verkeersveiliger maken van de noord-zuid verbindingen. De exacte ingreep volgt uit dit onderzoek. Investering 20 | Aanpassen Schipholweg en kruispunt Amerikaweg De ontwikkeling van de mobiliteitshub Haarlem Nieuw-Zuid houdt direct verband met de Schipholweg en het kruispunt met de Amerikaweg. Het herinrichten en aanpassen van het kruispunt is nodig om de schaalsprong van Haarlem Nieuw-Zuid te kunnen faciliteren. De inrichting van de Schipholweg tussen de mobiliteitshub en kruispunt Amerikaweg is afhankelijk van de variant die wordt gekozen voor de ruimtelijke opzet van de mobiliteitshub.

Investering 21 | Stadsstraat Europaweg De Europaweg is in de huidige situatie een gebiedsontsluitingsweg die wordt gedomineerd door ruimte voor het autoverkeer. De bebouwing keert zich van de weg af, die daardoor een puur infrastructureel karakter heeft en een onprettig verblijfsklimaat. De mobiliteitstransitie die de gemeente Haarlem voorstaat leidt ertoe dat de ruimte voor de auto op de Europaweg kan worden beperkt. Om dit te bereiken wordt de Europaweg getransformeerd naar een stadsstraat. De nieuwe ontwikkelingen aan de oostzijde van de Europaweg krijgen een adres aan de stadsstraat, en begeleiden met hun gevels de route. In het nieuwe profiel van de Europaweg worden de vrijliggende busbanen opgenomen, is ruimte voor toevoegen van groen en maatregelen ten behoeve van klimaatadaptie. Het vormgeven van een prettig verblijfsklimaat en aantrekkelijke en veilige routes voor fietser en voetganger staat daarbij voorop.

OV-KNOOPPUNT OVERSTIJGEND Investering 22 | Stadsstraat Prins Bernhardlaan De Prins Bernhardlaan ligt ten oosten van de stad en maakt deel uit van de hoofdontsluitingsstructuur van Haarlem. De Prins Bernhardlaan vormt een barrière die Haarlem Oost in tweeën snijdt. Langs en nabij de Prins Bernhardlaan zijn de afgelopen jaren veel woningen toegevoegd. Er volgt in de directe omgeving nog een bouwopgave van 1.980 woningen (ook Schipholweg). Toename van het aantal woningen maakt de verblijfsfunctie van de Prins Bernhardlaan belangrijker. De Prins Bernhardlaan blijft ook een belangrijke verkeersweg en is bovendien in beeld als aanvullende HOV-route. Transformatie tot boulevard zal de leefomgeving enorm verbeteren en bijdragen aan een nieuw imago van Haarlem Oost. Investering 23 | Fietsring De fietsring rond de binnenstad verknoopt regionale doorfietsroutes met elkaar en met binnenstedelijke hoofdroutes. Daarnaast biedt de ring de fietser een goed alternatief voor routes door de drukke binnenstad. Dit zorgt voor een betere doorstroming van fietsers die niet in de binnenstad hoeven zijn en voor meer ruimte voor voetgangers die juist wel in de binnenstad willen verblijven.

28

Investering 24 | Vergroenen buurt/Ambassadeursplekken Een hogere verdichting van de stad vraagt om veel aandacht voor investeringen in leefbaarheid. Het creëren van groene ambassadeursplekken is noodzakelijk om de leefbaarheid te behouden en te versterken. Verdeeld over de stad zijn hiervoor negen plekken aangewezen (Frans Halsplein, Mandelapark, Pretoriaplein, Voortingplantsoen, Voorplein Koepel aan de Harmenjansweg, Nieuwe Groenmarkt, Teylerplein, Beatrixplein, Drilsmaplein) waarvan er drie al gereed zijn. Het ontwerp van de plekken wordt op een later moment nader gespecificeerd. Investering 25 | Stikstof n.t.b Investering 26 | Geluidsvoorziening n.t.b.

4. Fasering 4.1 Fasering van projecten Tussen de infrastructurele projecten zitten afhankelijkheden. Zo kunnen projecten die gelijktijdig worden uitgevoerd leiden tot opstoppingen of overlast voor bewoners en bezoekers. Dit willen wij zo veel mogelijk voorkomen. Anderzijds zijn projecten ook afhankelijk van bijvoorbeeld lopende onderzoeken, politieke keuzes, impulsgelden en cofinanciering. Hieronder is de beoogde fasering per investering opgenomen. In de planning zijn bovengenoemde afhankelijkheden en onafhankelijkheden middels het kritieke pad aangegeven. De investeringen/ projecten zijn grotendeels onderverdeeld naar het OV-knooppunt waar ze geografisch het dichtstbij liggen. Sommige investeringen hebben betrekking op meerdere OV-knooppunten en hebben een verbindende functie. Deze zijn gegroepeerd onder de noemer OV-knooppunt overstijgend / verbindend. In de toekomst zullen meer van deze verbindende projecten/ investeringen volgen. Deze projecten komen voort uit lopende onderzoeken zoals de HOV-studie Haarlem Schiphol Amsterdam.

4.2 Onderbouwing en kansen van fasering De ambitie van de partijen is om de verschillen in fasering en informatie van de drie OV-knooppunten te bundelen zodat de besluitvorming over inhoudelijke opgaven en financiering (hoogte en timing van investeringen) in samenhang kan plaatsvinden. Bij het inschatten van de fasering is met een aantal zaken rekening gehouden. Zo zijn ontwikkelingen die de meeste tijd kosten qua planvorming zo vroeg mogelijk in de planning opgenomen zodat eventuele uitloop de doelstelling voor 2030 niet belemmert. Tegelijkertijd wordt ook het “laaghangend fruit”, zoals het realiseren van de ambassadeursplekken, zo vroeg mogelijk benut. De stad moet tijdens het bouwen bereikbaar en leefbaar blijven. Er is daarom nauwgezet en in samenhang gekeken naar de volgorde van de uitvoering van de maatregelen. Zo worden de werkzaamheden aan de (bus)stations in ieder OV-knooppunt niet tegelijkertijd uitgevoerd.

29

2019

2020

2021

2022

2023

1 2 3

14 15 17 18 19 21 22 23 24 25 Stikstof

2024

2025

2026

2027

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Uitbreiden fietsparkeren Stationsplein Vernieuwen busstation Herinrichten Stationsplein 4 Herinrichten Kennemerplein en fietsparkeren 5 Watergang Papentorenvest 6 Herstructurering Oudeweg incl. Prinsenbrug 7 Fietsverbinding noord-zuid ter plaatse van het spoor 8 Fietstunnel N205 richting Haarlem-Spaarnwoude 9 Fietsverbinding tussen tunnel N205 en Boerhavelaan 10 Fietsverbinding naar Veerplas 11 Regionale doorfietsroute Haarlem-Amsterdam 12 Ontvangstgebied recreatieplas Veerplas 13 Verleggen Kegge- en Stastokviaduct Uitbreiden P+R Uitbreiden fietsparkeren station 16 Versterken busstation Spoortraverse Oostpoort Ontwikkelen regionale bushub Herinrichting N205/Schipholweg 20 Aanpassen Schipholweg en kruispunt Amerikaweg Stadsstraat Europaweg Stadsstraat Prins Berhardlaan Fietsring Vergroenen buurt/Ambassadeursplekken 26

Geluidsvoorzieningen

Figuur 13 | Projectenkaart Bereikbare

5. Organisatie, draagvlak en communicatie De gemeente voert regie op de uitvoering van de projecten en legt verbinding met maatschappelijke partners en marktpartijen om draagvlak te creëren. Partijen worden uitgenodigd bij te dragen aan en te investeren in de uitvoering.

5.1 De gemeentelijke organisatie Interne afstemming Haarlem kent zeven ontwikkelzones en vijf deelgebieden. Voor elk van deze zones en gebieden is een opdrachtgever. De OV-knooppunten mobiliteitshub Haarlem Nieuw-Zuid en station Spaarnwoude maken onderdeel uit van respectievelijk de ontwikkelzones Europaweg en Oostpoort. Het OVknooppunt Haarlem Station valt binnen het gebied Centrum. De projecten rondom de drie OVknooppunten worden integraal aangestuurd op inhoud en fasering door een projectteam met een project/procesmanager en adviseurs vanuit de verschillende vakdisciplines. Het Gebiedsteam Bereikbare Steden is verantwoordelijk voor het in samenhang brengen en voorbereiden van álle projecten. Daartoe is dit Gebiedsplan een belangrijk document. In de huidige fase wordt het Gebiedsplan opgesteld door een klein gebiedsteam op basis van actuele informatie uit zowel beleid als projecten. Dit team bestaat uit een projectleider, projectsecretaris en inhoudelijk experts openbare ruimte en mobiliteit. Naast afstemming met de opdrachtgevers en procesmanagers van de drie OV-knooppunten heeft het team intensief contact met adviseurs van de afdelingen wonen, economie, RO, beleid en beheer openbare ruimte, aangevuld met kennis van financiën, control en communicatie.

Deze afstemming gebeurt in overleggen rondom specifieke gebieden en thema's, en door integrale reviews op verschillende versies van het Gebiedsplan. Op die manier ontstaat een Gebiedsplan dat goed afgestemd is op alles dat al gaande is in de stad en op draagvlak voor een snelle realisatie kan rekenen. Opschaling richting realisatie Afhankelijk van het beschikbaar komen van extra middelen wordt het gebiedsteam in het najaar van 2021 opgeschaald. De fase richting realisatie vraagt om een ander sturingsmodel dan de huidige fase van planvoorbereiding. Enerzijds komen in dat model projectleiders/programmamanagers met andere competenties aan bod, anderzijds willen we de inhoudelijke kennis uit de huidige fase doorzetten. Voor de volgende fase is extra budget en externe inhuur noodzakelijk omdat niet alle 30

posities door de eigen organisatie ingevuld kunnen worden. Haarlem pleit daarom voor voortzetting van de flexibele schil of daarmee vergelijkbare regeling of uitvoeringsbudgetten om dit mogelijk te maken. Sturing en monitoring Door de vakafdelingen en de afdeling Dataverzameling en Advies (DIA) wordt de voortgang gemonitord op gebied van aantallen woningen, arbeidsplaatsen en over leefbaarheid en openbare ruimte. Voor de realisatie van de projecten uit het Gebiedsplan worden de relevante indicatoren/gegevens samengebracht, gemeten en geanalyseerd. Dit vraagt om tussentijdse rapportages en verantwoording, ambtelijk en bestuurlijk, in lijn met de gemeentelijke Planning en Controlcyclus.

Figuur 14 | Organogram van de aansturing en organisatie van het Gebiedsplan

5.2 Verbinding bestuur, samenleving en markt Uit eerdere trajecten ligt een stevig fundament voor samenwerking met bewoners en ondernemers. Voor bijvoorbeeld de ontwikkelvisies voor de zeven zones, de visies voor het stationsgebied en Haarlem Nieuw-Zuid, de Structuurvisie Openbare Ruimte (SOR), de Woonvisie en de Economische visie Haarlem is uitgebreid van gedachten gewisseld. Met bewoners en ondernemers binnen Haarlem, zoals de wijkraden, reizigersorganisatie Rover, stichting milieu- en natuurbescherming Kennemerland, de ambassadeur toegankelijkheid en de centrummanagementgroep. Ook heeft afstemming plaatsgevonden met de buurgemeenten in regio Zuid-Kennemerland, provincie, MRA, corporaties en marktpartijen, Vervoerregio Amsterdam, NS en ProRail. Bovenstaande visies zijn vastgesteld door de raad of bevinden zich in de inspraakfase. Het college informeert de raad tussentijds over de vervolgstappen, bijvoorbeeld voor de ontwikkelzones en de uitvoering van de SOR. Daarbij wordt de raad betrokken bij de scenariokeuzes en andere kaders voor de projecten. Parallel hieraan informeert het college de raad over het voorliggende Gebiedsplan Bereikbare Steden en over samenhang, effecten en voortgang. De bestuurlijke aansturing ligt in handen van de portefeuillehouders RO en Mobiliteit. De volgende stap is besluitvorming van het college over het voorliggende Gebiedsplan.

Vervolgens wordt deze ter bespreking aangeboden aan de Commissies ontwikkeling en beheer. Tijdens de

31

realisatiefase wordt de raad tussentijds geïnformeerd en waar nodig voorstellen besproken voor bijsturing (inhoudelijk, financieel, planning). Ook buiten de scope van dit Gebiedsplan gebeurt er veel om de doelen uit de aanpak Bereikbare Steden te bereiken. Zo worden ook buiten het stadshart woningen gebouwd en banen gerealiseerd. De programma's en projecten worden doorgezet ná 2030. De effecten van het Gebiedsplan zijn dus niet alleen op korte termijn merkbaar, maar vormen ook een basis om op lange termijn door te blijven bouwen.

6. Risicomanagement In de doorontwikkeling van het stadshart schuilen risico’s die kunnen leiden tot kostenoverschrijding en/of vertraging. Deze kunnen zowel bij de gemeente als bij de ontwikkelende en bouwende partijen optreden. Te denken valt aan overkoepelende risico’s zoals de economische situatie en marktontwikkelingen, maar ook risico’s die specifiek gelden voor Haarlem. Om de risico’s die beïnvloedbaar zijn te kunnen beheersen heeft de gemeente Haarlem haar eigen risicomanagement methodiek ontwikkeld. Dit risicomanagementproces is een continu proces van risico’s in beeld krijgen en kwantificeren, en afwegen van beheersmaatregelen. Bij risico identificatie wordt gekeken naar interne en externe risico’s en financiële en niet-financiële (strategische) risico’s. In het derde kwartaal van 2021 wordt een risicosessie georganiseerd om de risico’s en beheersmaatregelen goed in kaart te brengen. Vooruitlopend op de sessie waar alle projectverantwoordelijken voor worden uitgenodigd, is in deze versie van het Gebiedsplan een eerste inventarisatie gedaan van risico’s (zie tabel 3). In aanloop naar de uitvoering van het Gebiedsplan worden afspraken gemaakt over de controle op de uitvoering (beheers strategie). Daarbij wordt aangesloten bij de reguliere planning- en controlcyclus en rapportagemomenten.

Het doel is niet om koste wat het kost risico’s te vermijden of te voorkomen, maar om vooraf te overwegen wat je met een mogelijk risico doet (vermijden, verminderen, aanvaarden of overdragen). Markttechnische risico’s Macro-economische ontwikkelingen

Beheersmaatregel

Financiële Risico’s Het lukt niet of onvoldoende om baten te verwerven bij derden Beheersmaatregel

Verschillende macro-economische ontwikkelingen waaronder ontwikkelingen op de woning/ arbeidsmarkt of een stijging van bouwkosten kunnen ertoe leiden dat projecten financieel niet meer rendabel zijn. Het kan zijn dat er onvoldoende werkgelegenheid rond de OV-knooppunten aangetrokken kan worden. Ook door verschillende financiële redenen, zoals bijv. stijgende rentelasten en dalende grondprijzen kan vertraging ontstaan bij ontwikkeling van programma’s, plannen en projecten. Zowel ontwikkelprojecten als projecten in de openbare ruimte. Ondanks dat macro-economische ontwikkelingen moeilijk te beheersen zijn is monitoren en bijsturen nodig om plannen bij te stellen en/of andere strategische keuzes te maken. Het gebiedsteam signaleert en anticipeert op ontwikkelingen die effect (kunnen) hebben op het project Bereikbare Steden. Naast de investeringen die de gemeente Haarlem zelf doet is ook een bijdrage nodig van derden. Wanneer deze partijen onvoldoende mee willen of kunnen investeren wordt de haalbaarheid van projecten onzeker. -

-

In beeld brengen van belangen d.m.v. een stakeholderanalyse In gesprek blijven met (potentiële) investeerders Niet “wedden op 1 paard” maar in gesprek gaan met meerdere partijen

32

Kosten (realisatie zijn hoger en/of baten zijn lager dan geraamd

Vanwege te lage ramingen, vertraging of marktontwikkelingen kunnen kosten hoger uitvallen.

Beheersmaatregel

-

Er worden minder baten gerealiseerd dan geraamd. Dat kan bijvoorbeeld doordat de grondopbrengst lager uitvalt door de onrendabele top van het parkeren of als gemeentelijke kavels niet worden opgekocht.

De pandemie leidt tot minder of andere reisbewegingen

Aan de voorkant ramingen zo concreet mogelijk maken - Monitoren en bijsturen bij wijzigingen of nieuwe inzichten Vanwege Corona is de kans aanwezig dat 50% thuiswerken de nieuwe norm wordt. Hierdoor zal het aantal OV-bewegingen mogelijk dalen. Deze daling kan ervoor zorgen dat er minder stimulans is voor de provincie of het Rijk om bij te dragen aan de benodigde investeringen in het OV. Het daadwerkelijke lange-termijn effect van Corona is echter nog zeer onzeker en onvoorspelbaar.

Beheersmaatregel

-

Bestuurlijke risico’s Gedurende uitvoering andere bestuurlijke prioriteiten (bijv. na verkiezingen)

Toekomstige colleges en/of kabinet voeren geprogrammeerde projecten niet uit of selecteren alleen specifieke projecten in plaats van het gehele pakket. Dit kan leiden tot vertraging, hogere kosten en imagoschade.

Beheersmaatregel

-

Geen invloed op

Het belang van (de projecten uit) Bereikbare Steden en de doelstellingen onder de aandacht blijven brengen Inzichtelijk maken van urgentie en samenhang met andere programma’s en projecten. Op een koerswijziging van een nieuw kabinet heeft de gemeente Haarlem geen invloed

Aanvullende regelgeving na de pandemie

Een pandemie leidt tot aanvullende regelgeving voor de bebouwde en onbebouwde ruimte (De anderhalve metersamenleving vraagt mogelijk om ‘meer’ openbare ruimte, zoals bredere stoepen en fietspaden en meer groen, en een andere inrichting van bestaande en nieuwe (semi-)openbare gebouwen, mogelijk ook andere toegangen.

Beheersmaatregel Wet- en regelgeving zoals klimaatakkoord of stikstof

Geen invloed op Een grote vertragende factor is op regionale schaal de stikstofproblematiek. Dit speelt als vertragende factor bij de Haarlemse planontwikkeling op dit moment nog nauwelijks maar in omliggende gemeenten al wel.

Beheersmaatregel

Geen invloed op. Wel monitoring en bijsturen

Ambtelijke risico’s Beperkte capaciteit

Beheersmaatregel

Er is te weinig capaciteit binnen de gemeente om vorm te geven aan de plannen. Hierdoor kan het project vertraging oplopen. -

Maatschappelijk risico’s Geen draagvlak

Tijdig inzichtelijk maken van de benodigde capaciteit (onderdeel van Gebiedsplan) Inventariseren van extra capaciteit vanuit flexibele schil/ MRA Begroten van middelen om externe capaciteit in te huren

Bij ontwikkelplannen en -projecten kan een bewoner of ondernemer hinder ondervinden van de plannen. Bij het opstellen van ontwikkelvisies,

33

ontwikkelplannen en -projecten kan de inbreng uit de stad de plannen en uitvoering inhoudelijk verrijken, maar ook tot hogere kosten en vertraging leiden. Beheersmaatregel

-

Planschade door ontwikkelplannen

Draagvlak creëren en communicatie Participatie en communicatie, uit te werken in Communicatieplan Mensen vroeg betrekken en eigenaar maken Ambassadeurs van de stad die al initiatieven nemen op mobiliteit betrekken bij de communicatie Bij ontwikkelplannen en -projecten kan een bewoner of ondernemer planschade of nadeelcompensatie claimen. Dit wil niet zeggen dat de claim ook wordt toegekend.

Beheersmaatregel

Draagvlak creëren en communicatie

Technische-/ Uitvoeringsrisico’s Herontwikkeling In geval er bij de herontwikkeling verontreinigingen worden aangetroffen die verontreinigingen conform de afspraken voor rekening van de gemeente gesaneerd dienen te worden, dan leidt dit voor de gemeente tot extra saneringskosten. Beheersmaatregel

Zo vroeg mogelijk in beeld brengen door verkennende bodemonderzoeken uit te voeren. Wanneer een verontreiniging tijdig bekend is kan hierop nog enigszins worden gestuurd.

Tabel 6 | Belangrijkste risico’s doorontwikkeling stadshart

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12265072/1