CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20220490853 1. Beslissen op bezwaren inzake de vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht op gronden in de ontwikkelzone Zuid-West

commissie Ontwikkeling 14 april 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20.20 uur Beslissen op bezwaren inzake de vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht op gronden in de ontwikkelzone Zuid-West (FR)3.459 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsstuk

Onderwerp Beslissen op bezwaren inzake de vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht op gronden in de ontwikkelzone Zuid-West Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

Behandelvoorstel voor commissie

Relevante eerdere besluiten

2022/490853 Roduner, F.J. 4.1 Duurzame stedelijke ontwikkeling JZ Baars, T.F. 023-5115716 tbaars@haarlem.nl Er zijn bezwaren ingediend tegen de vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht op gronden in de ontwikkelzone Zuid-West. De wetgever heeft de bevoegdheid om op deze bezwaren te beslissen aan de gemeenteraad toegekend. Om die reden dient de gemeenteraad de besluiten op bezwaar te nemen. De commissie Ontwikkeling wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering.  

 

Besluit College d.d. 29 maart 2022

Vestiging Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) voor Ontwikkelzone ZuidWest (2021/535483) in raadsvergadering van 25 november 2021 Collegebesluit Voorlopige vestiging Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) ontwikkelzone Zuid-West (2021/491629) in commissie Ontwikkeling van 30 september 2021 Toekenning impulsbijdrage versnelling woningbouw voor ontwikkelzone Zuid-West (2021/131691) in commissie Ontwikkeling van 1 april 2021 Vaststellen Ontwikkelvisie Zuid-West (2019/434101) in raadsvergadering van 21 november 2019

1. Het college stelt het voorstel aan de raad vast. de secretaris,

de burgemeester,

Kenmerk: 2022/490853

1/10

Besluit Raad d.d. ………. (wordt ingevuld door de griffie)

De raad der gemeente Haarlem, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Besluit: 1. de bezwaren van de heer F.A. Heringa, Baars Participatie B.V., de heer T.H.P. Krouwels en mevrouw J. Zandbergen tegen het collegebesluit tot vestiging van het voorlopig voorkeursrecht niet-ontvankelijk te verklaren; 2. het bezwaar van Spuigroep Vastgoed B.V. – voor zover het betrekking heeft op de percelen met nummers 2295 en 2395 – en het bezwaar van Motorhuis B.V. tegen het raadsbesluit tot vestiging van het voorkeursrecht niet-ontvankelijk te verklaren; 3. naar aanleiding van het bezwaar van Spuigroep Vastgoed B.V. – voor zover het bezwaar betrekking heeft op het perceel met nummer 2754 – en de bezwaren van de heer F.A. Heringa, Baars Participatie B.V., de heer T.H.P. Krouwels, mevrouw J. Zandbergen, Beleggings- en Exploitatiemaatschappij Nieuwburen B.V. en Stichting FGR Stephensonstraattegen het raadsbesluit tot vestiging van het voorkeursrecht, het raadsbesluit in stand te laten; 4. naar aanleiding van de bezwaren van Aerdenhoutse Participatie Maatschappij B.V., Jongeneel B.V. en mevrouw M.A.M. Keek tegen het collegebesluit en het raadsbesluit tot vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht, de bestreden besluiten in stand te laten; 5. naar aanleiding van de bezwaren van de heer R. Heringa, Postma Vleeswaren OG B.V. en Postma C.V.

tegen het collegebesluit en het raadsbesluit tot vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht, de bestreden besluiten in stand te laten en de gebreken in het collegebesluit te herstellen middels een verwijzing naar het advies van de Adviescommissie voor bezwaarschriften; 6. naar aanleiding van de bezwaren van Westergracht Vastgoed B.V. tegen het collegebesluit en het raadsbesluit tot vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht, de bestreden besluiten in stand te laten, één gebrek in het raadsbesluit (de schending van artikel 3, onder c, van het Bvg) te passeren en de overige gebreken in het collegebesluit en het raadsbesluit te herstellen middels een verwijzing naar het advies van de Adviescommissie voor bezwaarschriften. 7. geen proceskostenvergoeding toe te kennen, voor zover bezwaarden daarom hebben verzocht.

Kenmerk: 2022/490853

2/10

de griffier,

de voorzitter,

1. Inleiding Bij besluit van 14 september 2021 heeft het college gronden in de ontwikkelzone Zuid-West krachtens artikel 6 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (hierna: Wvg) voorlopig aangewezen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn (2021/491629). Met andere woorden, het college heeft op de gronden het voorlopig voorkeursrecht gevestigd. De heer F.A. Heringa, Baars Participatie B.V., de heer T.H.P. Krouwels, mevrouw J. Zandbergen, Aerdenhoutse Participatie Maatschappij B.V., Jongeneel B.V., mevrouw M.A.M. Keek, de heer R. Heringa, Postma Vleeswaren OG B.V., Postma C.V. en Westergracht Vastgoed B.V. hebben bezwaar gemaakt tegen het collegebesluit. Bij besluit van 25 november 2021 heeft de gemeenteraad gronden in de ontwikkelzone Zuid-West aangewezen als gronden waarop de artikelen 10 tot en met 15, 24 en 26 van de Wvg van toepassing zijn (2021/535483). Met andere woorden, de gemeenteraad heeft op de gronden het voorkeursrecht gevestigd. Ingevolge artikel 6, eerste lid, van de Wvg is het collegebesluit met de inwerkingtreding van het raadsbesluit van rechtswege komen te vervallen. Op grond van artikel 6, derde lid, van de Wvg worden de bezwaren tegen het collegebesluit mede geacht te zijn gericht tegen het raadsbesluit. Verder hebben Spuigroep Vastgoed B.V., Motorhuis B.V., Beleggings- en Exploitatiemaatschappij Nieuwburen B.V.

en Stichting FGR Stephensonstraat bezwaar gemaakt tegen het raadsbesluit. De gemeenteraad dient te beslissen op de bezwaren tegen het collegebesluit en het raadsbesluit. 2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor: 1. de bezwaren van de heer F.A. Heringa, Baars Participatie B.V., de heer T.H.P. Krouwels en mevrouw J. Zandbergen tegen het collegebesluit tot vestiging van het voorlopig voorkeursrecht niet-ontvankelijk te verklaren;

Kenmerk: 2022/490853

3/10

2. het bezwaar van Spuigroep Vastgoed B.V. – voor zover het betrekking heeft op de percelen met nummers 2295 en 2395 – en het bezwaar van Motorhuis B.V. tegen het raadsbesluit tot vestiging van het voorkeursrecht niet-ontvankelijk te verklaren; 3. naar aanleiding van het bezwaar van Spuigroep Vastgoed B.V. – voor zover het bezwaar betrekking heeft op het perceel met nummer 2754 – en de bezwaren van de heer F.A. Heringa, Baars Participatie B.V., de heer T.H.P. Krouwels, mevrouw J. Zandbergen, Beleggings- en Exploitatiemaatschappij Nieuwburen B.V. en Stichting FGR Stephensonstraat tegen het raadsbesluit tot vestiging van het voorkeursrecht, het raadsbesluit in stand te laten; 4. naar aanleiding van de bezwaren van Aerdenhoutse Participatie Maatschappij B.V., Jongeneel B.V. en mevrouw M.A.M. Keek tegen het collegebesluit en het raadsbesluit tot vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht, de bestreden besluiten in stand te laten; 5. naar aanleiding van de bezwaren van de heer R. Heringa, Postma Vleeswaren OG B.V. en Postma C.V. tegen het collegebesluit en het raadsbesluit tot vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht, de bestreden besluiten in stand te laten en de gebreken in het collegebesluit te herstellen middels een verwijzing naar het advies van de Adviescommissie voor bezwaarschriften; 6. naar aanleiding van de bezwaren van Westergracht Vastgoed B.V.

tegen het collegebesluit en het raadsbesluit tot vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht, de bestreden besluiten in stand te laten, één gebrek in het raadsbesluit (de schending van artikel 3, onder c, van het Bvg) te passeren en de overige gebreken in het collegebesluit en het raadsbesluit te herstellen middels een verwijzing naar het advies van de Adviescommissie voor bezwaarschriften. 7. geen proceskostenvergoeding toe te kennen, voor zover bezwaarden daarom hebben verzocht. 3. Beoogd resultaat Het op grondslag van de ingediende bezwaren heroverwegen van het collegebesluit tot vestiging van het voorlopig voorkeursrecht en het raadsbesluit tot vestiging van het voorkeursrecht, alsmede het nemen van besluiten op de ingediende bezwaren. 4. Argumenten 1. De gemeenteraad dient de besluiten op bezwaar te nemen De gemeenteraad is niet alleen bevoegd om besluiten te nemen op de bezwaren tegen het raadsbesluit, maar ook om besluiten te nemen op de bezwaren tegen het collegebesluit. Dit blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Overijssel van 11 februari 2021 (ECLI:NL:RBOVE:2021:600): ‘In het systeem van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is alleen het bestuursorgaan dat een bestreden besluit heeft genomen bevoegd tot het nemen van een besluit op bezwaar daartegen.

Gelet daarop zou de raad niet bevoegd kunnen zijn om op het bezwaar gericht tegen het collegebesluit een besluit te nemen. Echter van de regeling neergelegd in een algemene wet kan in een bijzondere wet worden afgeweken. Naar het oordeel van de rechtbank doet die situatie zich in dit geval voor. De wetgever heeft er naar het oordeel van de rechtbank voor gekozen om in de bijzondere wet,

Kenmerk: 2022/490853

4/10

(de Wvg) in afwijking van de regeling in de algemene wet (de Awb) de bevoegdheid tot het beslissen op het bezwaar gericht tegen een voorlopig voorkeursrechtbesluit van het college toe te kennen aan de raad in het geval de raad binnen drie maanden na het besluit waarbij het voorlopig voorkeursrecht is gevestigd een definitief voorkeursrecht vestigt.’ 2. Elk van de bezwaren heeft slechts betrekking op het perceel of de percelen waarop de bezwaarde een recht van eigendom, opstal, erfpacht, beklemming of vruchtgebruik heeft Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), gelezen in samenhang met artikel 8:1 van die wet, kan een belanghebbende bezwaar maken tegen een besluit. Blijkens artikel 1:2, eerste lid, van de Awb moet onder belanghebbende worden verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. De vestiging van het voorkeursrecht heeft – gelet op artikel 10, eerste lid, in samenhang met artikel 1, aanhef en onder e en f, van de Wvg – tot gevolg dat eigenaren en rechthebbenden op bepaalde beperkte rechten (recht van opstal, erfpacht, beklemming of vruchtgebruik) worden beperkt in hun bevoegdheid tot vervreemding. Alleen de belangen van eigenaren en de belangen van rechthebbenden op de genoemde beperkte rechten zijn rechtstreeks bij de vestiging van het (voorlopig) voorkeursrecht betrokken.

Verder zijn zij slechts belanghebbenden bij het collegebesluit en het raadsbesluit voor zover deze zien op het perceel of de percelen waarop zij een recht van eigendom, opstal, erfpacht, beklemming of vruchtgebruik hebben. Uit het bovenstaande volgt dat elk van de ingediende bezwaren alleen betrekking kan hebben op het collegebesluit en het raadsbesluit, voor zover deze zien op het perceel of de percelen waarop de bezwaarde een recht van eigendom, opstal, erfpacht, beklemming of vruchtgebruik heeft. 3. De bezwaren van de heer F.A. Heringa, Baars Participatie B.V., de heer T.H.P. Krouwels en mevrouw J. Zandbergen De heer F.A. Heringa, Baars Participatie B.V., de heer T.H.P. Krouwels en mevrouw J. Zandbergen hebben bezwaar gemaakt tegen het collegebesluit en het raadsbesluit. De Adviescommissie voor bezwaarschriften (hierna: bezwaarschriftencommissie) adviseert om de bezwaren tegen het collegebesluit niet-ontvankelijk te verklaren. Blijkens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is een bestuursorgaan slechts gehouden tot inhoudelijke beoordeling van een bij hem gemaakt bezwaar indien de bezwaarmaker daarbij een actueel en reëel belang heeft (zie bijvoorbeeld een uitspraak van 22 april 2020, ECLI:NLRVS:2020:1107).

Omdat het collegebesluit met de inwerkingtreding van het raadsbesluit van rechtswege is komen te vervallen, kan een actueel en reëel belang naar het oordeel van de bezwaarschriftencommissie slechts nog zijn gelegen in het verkrijgen van een proceskosten- of schadevergoeding. Bezwaarden hebben niet verzocht om vergoeding van gemaakte proceskosten en hebben niet gesteld dat zij schade hebben geleden als gevolg van het collegebesluit. Om die reden is

Kenmerk: 2022/490853

5/10

de bezwaarschriftencommissie van oordeel dat bezwaarden onvoldoende belang hebben bij een inhoudelijke beoordeling van hun bezwaar tegen dit besluit. De bezwaarschriftencommissie acht de bezwaren tegen het raadsbesluit wel ontvankelijk, maar adviseert om het raadsbesluit in stand te laten. De door bezwaarden aangevoerde gronden slagen volgens de bezwaarschriftencommissie niet. Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van de heer F.A. Heringa Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Baars Participatie B.V. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van de heer T.H.P. Krouwels en mevrouw J. Zandbergen

4. De bezwaren van Spuigroep Vastgoed B.V. en Motorhuis B.V. Spuigroep Vastgoed B.V. en Motorhuis B.V. hebben bezwaar gemaakt tegen het raadsbesluit, voor zover het betrekking heeft op de percelen kadastraal bekend als gemeente Haarlem, Hlm 02, sectie S, nummers 2292, 2395 en 2754. Het perceel met nummer 2754 is bij Spuigroep Vastgoed B.V. in eigendom. Verder hebben Spuigroep Vastgoed B.V. en Motorhuis B.V. geen recht van eigendom, opstal, erfpacht, beklemming of vruchtgebruik op de percelen. Gelet hierop is de bezwaarschriftencommissie van oordeel dat alleen het belang van Spuigroep Vastgoed B.V. rechtstreeks bij het raadsbesluit is betrokken en dan slechts voor zover het raadsbesluit betrekking heeft op het perceel met nummer 2754. Om die reden adviseert de bezwaarschriftencommissie om het bezwaar van Spuigroep Vastgoed B.V. – voor zover het betrekking heeft op de percelen met nummers 2295 en 2395 – en het bezwaar van Motorhuis B.V. niet-ontvankelijk te verklaren. Verder adviseert de bezwaarschriftencommissie naar aanleiding van het bezwaar van Spuigroep Vastgoed B.V. tegen de vestiging van het voorkeursrecht op het perceel met nummer 2754, om het raadsbesluit in stand te laten. De bezwaarschriftencommissie is van oordeel dat de aangevoerde gronden niet slagen. Bijlage 4

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Spuigroep Vastgoed B.V. en Motorhuis B.V.

Kenmerk: 2022/490853

6/10

5. De bezwaren van Beleggings- en Exploitatiemaatschappij Nieuwburen B.V. en Stichting FGR Stephensonstraat Beleggings- en Exploitatiemaatschappij Nieuwburen B.V. en Stichting FGR Stephensonstraat hebben bezwaar gemaakt tegen het raadsbesluit. De bezwaarschriftencommissie adviseert om het raadsbesluit in stand te laten, omdat de aangevoerde gronden naar het oordeel van de commissie niet kunnen slagen. Bijlage 5 Bijlage 6

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Beleggings- en Exploitatiemaatschappij Nieuwburen B.V. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Stichting FGR Stephensonstraat

6. De bezwaren van Aerdenhoutse Participatie Maatschappij B.V., Jongeneel B.V. en mevrouw M.A.M. Keek Aerdenhoutse Participatie Maatschappij B.V., Jongeneel B.V. en mevrouw M.A.M. Keek hebben bezwaar gemaakt tegen het collegebesluit en het raadsbesluit. De bezwaarschriftencommissie adviseert om het collegebesluit en het raadsbesluit in stand te laten, omdat de aangevoerde gronden naar het oordeel van de commissie niet kunnen slagen. Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Aerdenhoutse Participatie Maatschappij B.V. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Jongeneel B.V. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van mevrouw M.A.M. Keek

7. De bezwaren van de heer R. Heringa, Postma Vleeswaren OG B.V. en Postma C.V. De heer R. Heringa, Postma Vleeswaren OG B.V. en Postma C.V. hebben bezwaar gemaakt tegen het collegebesluit en het raadsbesluit. De heer R. Heringa, Postma Vleeswaren OG B.V. en Postma C.V. hebben erop gewezen dat het collegebesluit ten onrechte niet de grootte van de aangewezen percelen vermeldt. De bezwaarschriftencommissie adviseert om dit gebrek – de schending van artikel 6, tweede lid, en artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wvg – in het besluit op bezwaar te herstellen (zie bijlage 10, overwegingen 9 t/m 11, en bijlage 11, overwegingen 9 en 10). Daarnaast hebben Postma Vleeswaren OG B.V. en Postma C.V. er nog op gewezen dat uit het collegebesluit ten onrechte niet blijkt welke bestemming aan de aangewezen gronden is toegedacht. De bezwaarschriftencommissie adviseert om ook dit gebrek – de schending van artikel 6, eerste lid, van de Wvg – in het besluit op bezwaar te herstellen (zie bijlage 11, overwegingen 5 t/m 8 en 10). Voor het herstellen van de

Kenmerk: 2022/490853

7/10

geconstateerde gebreken kan in de besluiten op bezwaar worden verwezen naar de overwegingen in het advies van de bezwaarschriftencommissie. De bezwaarschriftencommissie adviseert om het collegebesluit en het raadsbesluit in stand te laten. Naar het oordeel van de bezwaarschriftencommissie nopen de aangevoerde gronden niet tot het herroepen van het collegebesluit en het raadsbesluit. Bijlage 10 Bijlage 11

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van de heer R. Heringa Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Postma Vleeswaren OG B.V. en Postma C.V.

8. De bezwaren van Westergracht Vastgoed B.V. Westergracht Vastgoed B.V. heeft bezwaar gemaakt tegen het collegebesluit en het raadsbesluit. Westergracht Vastgoed B.V. heeft erop gewezen dat aan het collegebesluit een aantal gebreken kleven. Ten onrechte vermeldt het collegebesluit niet: welke bestemming aan de aangewezen percelen is toegedacht; de naam van de kadastrale gemeente; de aanduiding van de sectie; de kadastrale grootte van de aangewezen percelen; de planologische grondslag op basis waarvan het besluit is genomen; de eerst mogelijke vervaldatum van het voorkeursrecht; of, en zo ja, wanneer en op welke grondslag de percelen eerder waren aangewezen. De bezwaarschriftencommissie adviseert om de geconstateerde gebreken – de schending van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a en b, tweede en derde lid, van het Besluit voorkeursrecht gemeenten (hierna: Bvg) – in het besluit op bezwaar te herstellen (zie bijlage 12, overwegingen 5 t/m 9 en 14 t/m 24). Daarnaast heeft Westergracht Vastgoed B.V. erop gewezen dat het raadsbesluit ten onrechte niet de eerst mogelijke vervaldatum van het voorkeursrecht vermeldt. De bezwaarschriftencommissie adviseert om het geconstateerde gebrek – de schending van artikel 2, tweede lid, van het Bvg – in het besluit op bezwaar te herstellen (zie bijlage 12, overwegingen 35 en 36).

Voor het herstellen van de geconstateerde gebreken kan in het besluit op bezwaar worden verwezen naar de overwegingen in het advies van de bezwaarschriftencommissie. Tot slot heeft Westergracht Vastgoed B.V. er nog op gewezen dat op de kaart bij het collegebesluit en het raadsbesluit ten onrechte een kadastrale sectie-indeling ontbreekt. De bezwaarschriftencommissie adviseert om dit gebrek met toepassing van artikel 6:22 van de Awb te passeren. Naar het oordeel van de commissie wordt Westergracht Vastgoed B.V. door de schending van artikel 3, onder c, van het Bvg niet benadeeld (zie bijlage 12, overwegingen 25, 26, 37 en 38).

Kenmerk: 2022/490853

8/10

De bezwaarschriftencommissie adviseert om het collegebesluit en het raadsbesluit in stand te laten. Naar het oordeel van de bezwaarschriftencommissie nopen de aangevoerde gronden niet tot het herroepen van het collegebesluit en het raadsbesluit. Bijlage 12

Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Westergracht Vastgoed B.V.

Proceskostenvergoeding Jongeneel B.V., Aerdenhoutse Participatie Maatschappij B.V., de heer R. Heringa, Postma Vleeswaren OG B.V., Postma C.V., mevrouw M.A.M. Keek, Westergracht Vastgoed B.V. en Stichting FGR Stephensonstraat hebben verzocht om een proceskostenvergoeding. Ingevolge artikel 7:15, tweede lid, van de Awb komt een bezwaarde slechts in aanmerking voor een proceskostenvergoeding indien het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. De bezwaarschriftencommissie adviseert om geen proceskostenvergoeding toe te kennen, omdat er naar het oordeel van de commissie geen reden bestaat om het collegebesluit en het raadsbesluit te herroepen. 5. Risico’s en kanttekeningen 1. Het verbeuren van dwangsommen na het verstrijken van de beslistermijn De termijn waarbinnen de besluiten op bezwaar moeten worden genomen verstrijkt na verdaging van deze termijn op 13 mei 2022. Daarna kunnen bezwaarden de gemeenteraad in gebreke stellen. Na ontvangst van een ingebrekestelling heeft de gemeenteraad twee weken de tijd om alsnog een besluit te nemen. Vervolgens verbeurt de gemeenteraad aan degene die de ingebrekestelling heeft verstuurd een dwangsom voor elke dag dat hij in gebreke is, voor ten hoogste 42 dagen.

De dwangsom bedraagt de eerste veertien dagen € 23 per dag, de daaropvolgende veertien dagen € 35 per dag en de overige dagen € 45 per dag. 2. Beroep bij de rechtbank Tegen de besluiten op bezwaar staat beroep bij de rechtbank open. 6. Uitvoering De besluiten op bezwaar worden bekendgemaakt door toezending aan bezwaarden. 7. Bijlagen 1. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van de heer F.A. Heringa 2. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Baars Participatie B.V.

Kenmerk: 2022/490853

9/10

3. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van de heer T.H.P. Krouwels en mevrouw J. Zandbergen 4. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Spuigroep Vastgoed B.V. en Motorhuis B.V. 5. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Beleggingsen Exploitatiemaatschappij Nieuwburen B.V. 6. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Stichting FGR Stephensonstraat 7. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Aerdenhoutse Participatie Maatschappij B.V. 8. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Jongeneel B.V. 9. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van mevrouw M.A.M. Keek 10. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van de heer R. Heringa 11. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Postma Vleeswaren OG B.V. en Postma C.V. 12. Advies van de bezwaarschriftencommissie met betrekking tot het bezwaar van Westergracht Vastgoed B.V.

Kenmerk: 2022/490853

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12265151/1