20220084613 02. Bijlage A1 toelichting bestemmingsplan Fietsznfabriek
Tekst van het document
Fietsznfabriek
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
2
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
Inhoudsopgave
T oelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Hoofdstuk 2 2.1 2.2
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
5 INLEIDING
7
Bestemmingsplan Begrenzing van het plangebied Aanleiding tot herziening van het bestemmingsplan Doel van het bestemmingsplan Geldende planologische regelingen Bestemmingsplanprocedure Leeswijzer plantoelichting
ONTWIKKELING
9 9 10 10 10 11 12
13
Bestaande situatie Beschrijving ontwikkeling
13 16
BELEIDSKADER
21
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
21 23 28 29
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
41
Milieuzonering Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Verkeer en parkeren Waterparagraaf Cultuurhistorie Archeologie Groenparagraaf Natuurwaarden Vliegverkeer Kabels, leidingen straalpaden en andere belemmeringen Niet-gesprongen explosieven Mer-beoordeling
41 42 44 46 48 48 50 56 59 62 65 67 68 68 69
JURIDISCHE ASPECTEN Inleiding Juridische planopzet
71 71 71
UITVOERBAARHEID Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhaving
77 77 77 79
3
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
4
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
Toelichting
5
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
6
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
Hoofdstuk 1
INLEIDING
Tussen de Houtmarkt, Oostvest en Dijkstraat ligt het gebouwencomplex "de Fietsznfabriek" Kenmerkend is de prominente ligging van dit gemeentelijk eigendom; aan de rand van de binnenstad, langs het Spaarne en direct in zicht van de stadsentree. De opgave is het ontwikkelen en herstellen van het bouwblok tussen Houtmarkt en Oostvest door middel van nieuwbouw en restauratie. De herontwikkeling biedt plek aan een gemengd binnenstedelijk woon- en werkmilieu. Op basis van het bestemmingsplan 'Papentorenvest' is ontwikkeling van het gebied mogelijk. In inrichting, programmering en bebouwing is met het Stedenbouwkundig Programma van Eisen Fietsznfabriek (SPVE, Haarlem, juni 2017) aansluiting gezocht bij de kwaliteiten en potenties van de omgeving. Met het voorliggend bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de gronden in overeenstemming gebracht met het SPVE en actueel ruimtelijk beleid. Met het bestemmingsplan is bovendien een extra vertaalslag gemaakt naar een gewenste stedenbouwkundige invulling voor het gebied door het binnenterrein aan te wijzen voor de realisatie van woningen in de vorm van een hof. Met het vaststellen van het bestemmingsplan wordt een actueel kader gegeven voor de verkoop en ontwikkeling van de Fietsznfabriek.
7
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
Afbeelding 1.1: Ligging van het bestemmingsplangebied, plangebied indicatief met rood kader aangegeven
8
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
1.1
Bestemmingsplan Het bestemmingsplan Fietsznfabriek bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De regels bevatten juridische regels over het gebruik van de ruimte. Deze regels geven aan of, en zo ja, hoe ruimte bebouwd mag worden en welke functies (bestemmingen) zijn toegestaan. De verbeelding geeft de exacte plaats van de bestemmingen aan, en verwijst naar de regels. De toelichting, tenslotte, is de onderbouwing van regels en verbeelding. Hierin staan het doel van het bestemmingsplan en de toekomstige ontwikkeling van het gebied. De toelichting gaat in op onderwerpen die voor die ontwikkeling van belang zijn, zoals de stedenbouwkundige structuur, de haalbaarheid van het plan en milieuaspecten.
1.2
Begrenzing van het plangebied Het plangebied ligt aan de oostzijde van de straat de Houtmarkt. Deze ligt aan de oostzijde van het Binnen Spaarne. Aan de noordzijde wordt het begrensd door de Dijkstraat en aan de oostzijde door de Oostvest. Aan de zuidzijde vormt het gebouw Oostvest 60 de grens.Het perceel Houtmarkt 7 (in de verbeelding heeft het perceel het nummer 11306) behoorde oorspronkelijk tot het plangebied. Voor het perceel was echter geen planologische wijziging voorzien en is vooruitlopend op de ontwikkeling van het gebied separaat verkocht. Het perceel is daarom uit het plangebied gehaald.
Afbeelding 1.2: Bestemmingsplangebied
9
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
1.3
Aanleiding tot herziening van het bestemmingsplan Voor het gebouwencomplex 'de Fietsznfabriek' is een herontwikkeling voorzien. Voor deze herontwikkeling is een SPvE vastgesteld door de gemeenteraad. Dit SPvE is bijgevoegd als Bijlage 1 bij deze toelichting. Het SPvE is vertaald in voorliggend bestemmingsplan waarbij actuele beleidsuitgangspunten zijn meegenomen. Het bestemmingsplan is het kader waarbinnen de herontwikkeling door een ontwikkelaar kan worden gerealiseerd. De ontwikkelaar wordt gekozen via een selectieprocedure, waarbij naast het grondbod ook de kwalitatieve uitwerking van het woningbouwprogramma in de puntentelling meeweegt.
1.4
Doel van het bestemmingsplan Het doel van voorliggend bestemmingsplan is om het SPvE zoals genoemd in 1.3 planologisch-juridisch mogelijk te maken en actueel planologisch beleid op te nemen. In het SPvE zat echter ook het perceel Houtmarkt 7. Dit perceel wordt individueel verkocht aan een derde partij en wordt daarom buiten de begrenzing van dit bestemmingsplan gelaten.
1.5
Geldende planologische regelingen Binnen het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Nummer NL.IMRO.0392000010 9bp005NL.IMRO.0392.BP012 0004-va01 NL.IMRO.0392.BP012 0001-va01 NL.IMRO.0392.BP012 0003-va01 NL.IMRO.0392.BP012 0005-va01
Naam van het plan Papentorenvest
Vastgesteld 17-4-2008
Facetbestemmingsplan Archeologie
2-6-2009
Parapluplan parkeernormen Haarlem 17-5-2018 2018 Reparatieplan B Haarlem 2019 21-11-2019 Reparatieplan C Haarlem 2020
22-4-2021
Tabel: geldende bestemmingsplannen op het moment van opstellen voorliggend bestemmingsplan
10
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
Uitsnede plankaart Papentorenvest 2008
Bij het van kracht worden van het bestemmingsplan Fietsznfabriek verliezen de in voorgaande tabel genoemde plannen hun rechtskracht voor zover het het deel van het plangebied van bestemmingsplan Fietsznfabriek betreft. De regels die met het vaststellen van de verschillende herzieningen van kracht waren zijn in het bestemmingsplan verwerkt.
1.6
Bestemmingsplanprocedure Het bestemmingsplan Fietsznfabriek doorloopt de wettelijke procedure. Het concept ontwerpbestemmingsplan is op basis van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegestuurd aan de verschillende (semi)overheden en belangenorganisaties. Ook is in het kader van participatie overleg gevoerd met de betrokken wijkraad in het plangebied. De gemaakte opmerkingen van de wijkraad en de reacties op basis van het wettelijke vooroverleg, zijn betrokken bij het opstellen van het bestemmingsplan Fietsznfabriek. Het college van burgemeester en wethouders heeft het ontwerpbestemmingsplan vrijgegeven voor tervisielegging volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is op 3 november 2021 gepubliceerd, waarna het ontwerpbestemmingsplan samen met het ontwerpbesluit voor hogere waarden op basis van de Wet geluidhinder gedurende zes weken ter inzage is gelegd. In die tijd kon iedereen mondeling, digitaal dan wel schriftelijk zienswijzen indienen bij de gemeenteraad. Na verwerking van de zienswijzen en ambtelijke aanpassingen besluit de 11
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan. Een vastgesteld bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens deze beroepstermijn kunnen belanghebbenden die een zienswijze bij de gemeenteraad naar voren brachten of aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijzen te hebben ingebracht tegen het ontwerpbesluit beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast kunnen belanghebbenden beroep instellen tegen door de gemeenteraad aangebrachte wijzigingen bij de vaststelling van het bestemmingsplan. De Raad van State behandelt eventuele beroepen en nadat de Raad van State daarop heeft beslist wordt het bestemmingsplan geheel, gedeeltelijk of niet onherroepelijk.
1.7
Leeswijzer plantoelichting Hoofdstuk 2 gaat in op de bestaande ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied. De ontstaansgeschiedenis van het gebied verklaart namelijk voor een belangrijk deel de huidige verschijningsvorm. Hoofdstuk 3 behandelt het voor het plangebied relevante beleid. Hoofdstuk 4 bevat een inventarisatie van de verschillende milieu- en omgevingsaspecten en de resultaten van de verschillende onderzoeken. Het gaat hierbij om alle zaken die kunnen leiden tot ruimtelijke beperkingen. Het uitvoeren van onderzoeken en het maken van analyses van het plangebied is nodig overeenkomstig artikel 3.1.6 van het Bro. Hoofdstuk 5 beschrijft de visie op het plangebied en gaat in op de ontwikkelingen die gedurende het opstellen van het bestemmingsplan in het plangebied spelen. Hoofdstuk 6 gaat in op de juridische aspecten van het bestemmingsplan. Er wordt een toelichting gegeven op de planregels, de zoneringslijst, de verbeelding, de waarderingskaart en de regeling voor bebouwing. Hoofdstuk 7 beschrijft de financieel-economische uitvoerbaarheid en licht de uitkomsten van het gevoerde overleg toe. De toelichting wordt tenslotte afgesloten met diverse bijlagen.
12
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 2.1
ONTWIKKELING
Bestaande situatie Tussen de Houtmarkt, Oostvest en Dijkstraat ligt de locatie "de Fietsznfabriek". De locatie ligt aan de oostzijde van het Spaarne in de noordoosthoek van de middeleeuwse stadskern en bestaat grotendeels uit het terrein van de voormalige bierbrouwerij Het Scheepje die vanaf 1610 (met de bouw van Houtmarkt 7) tot 1913 actief was op deze locatie en historisch gezien kan worden als de belangrijkste brouwerij van Haarlem. Kenmerkend is de prominente ligging van dit gemeentelijk eigendom; tussen de Oostvest, die onderdeel is van de rand van de binnenstad en direct in zicht ligt van de stadsentree en Het Spaarne. De locatie ligt volledig binnen het in 1990 door het rijk aangewezen beschermde stadsgezicht van de binnenstad van Haarlem.
2.1.1 Ruimtelijk-historische ontwikkeling In de dertiende eeuw was aan de oostzijde van het Spaarne de nodige nijverheid gevestigd in het open veld. Deze bedrijvigheid zou zich later uitbreiden tot de belangrijkste economieën van Haarlem, zoals de bierbrouwerijen aan het Spaarne en de textielnijverheid en scheepsbouw aan de Scheepmakersdijk. Dit deel van de stad werd na 1426 bij de stad getrokken door de aanleg van een dubbele muur met muurtorens, stadspoorten en een brede gracht. Twee bruggen verbonden ter hoogte van het plangebied de locatie met de oude stad: de Catharijnebrug in het noorden (tussen de Zanderstoren en de Goude Vrouwetoren, de latere molen de Adriaan) en de St. Nicolaasbrug tussen Houtmarkt en Koudehorn. De structuur in de noordoosthoek van de middeleeuwse stad is grotendeels bepaald door de rivier, de dijk en de stadsmuur. Haaks daarop stonden de straten en steegjes, o.a.de huidige Melkboersteeg en de dichtgezette steeg direct ten zuiden van Houtmarkt 9. De huizen werden gebouwd met de noklijn haaks op de rooilijn. Vanaf het Spaarne tot aan de nog altijd bestaande Amsterdamse poort (vroeger Spaarnwouderpoort genaamd) stonden er om de ca. 80 meter zware muurtorens. De huidige Oostvest is pal achter de thans verdwenen stadsmuur gelegen. De Amsterdamse poort werd gerealiseerd omstreeks 1355 en uitgebreid aan het eind van de 15de eeuw.
De 'stadsbuitengracht' kende oorspronkelijk alleen een brug bij de Amsterdamse Poort. Dit was lange tijd de enige entree naar de stad in dit gebied. Pas toen in 1957 de route van de Oudeweg werd omgebogen naar de nieuwe verkeersbrug over het Spaarne naar de Prinsenbrug, kwam er een drastisch einde aan de betekenis van de Amsterdamse Poort als oostelijke toegang tot de stad.
13
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
2.1.2 Brouwerij Het Scheepje In de 17de eeuw waren de aaneengeschakelde percelen in het plangebied vermoedelijk al allemaal onderdeel van de brouwerij Het Scheepje. Deze brouwerij werd omstreeks 1610 opgericht door voormalige schipper en de latere burgemeester van Haarlem Dirck Dirckszn. In het bouwhistorisch onderzoek naar de Oostvest 54-56 (MAB, 2018 Bijlage 2) wordt een indruk van het terrein van de voormalige brouwerij en de aanwezige bebouwing in de 17de eeuw gegeven, op basis van o.a. de kaart van Romein de Hooghe. Belangrijkste elementen die genoemd worden zijn dat het blok tussen de Houtmarkt en Oostvest vrijwel geheel gevuld was met panden. Aan de straten zijn de percelen langgerekt en met een oriëntatie die haaks op de straat is gesitueerd. Aan de Houtmarkt (huidige nummer 7) is het dubbelpand uit 1610, gebouwd in opdracht van Dirck Dirckszn aanwezig. Tegen de omwalling aan lagen drie aaneengeschakelde grote pakhuizen met tuitgevels en zadeldaken, die haaks op de Oostvest waren gesitueerd. Ook was een moutmolen ten behoeve van de brouwerij op het terrein aanwezig. Afbeelding: een indruk van de aanwezige bebouwing in die periode wordt weergegeven op de kaart uit 1688 van Romeyn de Hooghe
14
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld) Afbeelding: op een plattegrond uit 1916 van het terrein is de destijds bestaande toestand weergegeven, die grotendeels overeenkomt met de 19de eeuwse situatie. De blauwe cirkels geven de brouwketels weer. De groene omlijning betrof de drielaagse bergplaats. De rode omlijning geeft de locatie aan waar vermoedelijk drie pakhuizen hebben gestaan, waarvan twee een zogenaamde bierkelder vormden. Ten noorden sloten een open ruimte en een laag bouwdeel aan op de pakhuizen (gele omlijning).
Op de navolgende foto uit 1917 is de bebouwing van de brouwerij aan de Houtmarkt te zien. Links van de Houtmarkt 7 is de poort naar het binnenterrein van de brouwerij te zien. De pakhuizen aan de linkerzijde van deze poort werden rond 1917 vervangen door pakhuis ten behoeve van de kaashandel, naar ontwerp van J.Ph. Peper, Houtmarkt 5.
Afbeelding: foto uit 1917 van de bebouwing van de brouwerij aan de Houtmarkt
Vanaf het derde kwart van de 19e eeuw vindt een ingrijpende structuurwijziging plaats in het gebied. De stadsmuur rond Haarlem is vanaf 1866 gesloopt en in rond 1970 is de Oostvest gedempt. In 1913 wordt de brouwerij verkocht en worden de gebouwen in gebruik genomen ten behoeve van een kaashandel. In de loop van de daaropvolgende jaren wordt de bestaande bebouwing in fasen vrijwel geheel gesloopt en wordt op de fundering van de 17de eeuwse voorlopers in twee fasen (1928 en 1935) het nog aanwezige kaaspakhuis gebouwd (Oostvest 54-56). Doordat de nieuwe bouwdelen tussen de bestaande bebouwing kwam te staan sloten de afmetingen van de nieuwbouw veelal aan op die van de voormalige bierbrouwerij. De nieuwbouw op nummer 54-56 zou tot 1954 in gebruik zijn als pakhuis. Dit zorgde voor een sober uiterlijk van het gebouw, zonder een indeling. In 1954 werd het pand ingericht als drukkerij voor de firma Vernhout en Van Sluyters. 2.1.3 Huidige situatie Met uitzondering van het rijksmonument Houtmarkt 7 aan het Spaarne en het voormalige kaaspakhuis is de bebouwing verdwenen. Aan de oostzijde is de lege ruimte die het dempen van de stadsbuitengracht heeft opgeleverd zeer dominant. Deze hoofdinfrastructuur is onduidelijk geworden. De verschillen in schaal van de bebouwing versterken dat onbestemde beeld.
Eén van de belangrijkste monumenten van Haarlem, de Amsterdamse Poort, is daardoor vervreemd van zijn context.
15
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
2.2
Beschrijving ontwikkeling De Fietsznfabriek leent zich uitstekend voor de realisatie van een duurzaam en kwalitatieve woon- en werkmilieu. Als eigenaar van het terrein kan de gemeente sturen op een hoog ambitieniveau op het gebied van een groene en duurzame inrichting. De locatie is in dat verband ook aangewezen als pilotlocatie voor natuurinclusief bouwen. Ook kan via de selectieprocedure worden aangestuurd op een zo hoog mogelijk haalbare duurzaamheidscore. De Fietsznfabriek is ook een locatie waar bijzondere eisen gelden voor de nieuwbouw. Er moet rekening worden gehouden met de omringende vaak monumentale panden en het beschermde stadsgezicht. Het huidige bestemmingsplan 'Papentorenvest' uit 2008 maakt al de bouw van een gemengd woon- en werkmilieu mogelijk. Dit bestemmingsplan is echter verouderd. Daarom is eerst in 2017 het SPVE voor de ontwikkeling vastgesteld waarin voor inrichting, programmering en bebouwing aansluiting wordt gezocht bij de kwaliteiten en potenties van de omgeving. De gevelwanden aan de Oostvest en de Dijkstraat worden op basis van het SPVE afgemaakt, aansluitend in de schaal en richting van de bestaande bebouwing. Uit historische analyse blijkt dat er ten zuiden van de Houtmarkt 5 een steeg heeft bestaan.
Om de fijnmazige structuur van de buurten langs het Spaarne te benadrukken willen we een steeg terugbrengen tussen de Houtmarkt en de Oostvest en een hofje aan deze steeg introduceren. Belangrijke bruikbare historische elementen voor de Fietsznfabriek zijn: De fijnmazige structuur van de buurten langs het Spaarne (het oorspronkelijk ommuurde stadsgedeelte, en de zone tussen de Harmenjansweg en het Spaarne); De dominante oriëntatie op het Spaarne; De aanwezigheid van meerdere stegen met kleinschalige bebouwing; De voormalige (en mogelijk toekomstige) ligging aan een gracht; de Oostvest met bebouwing van een wat grotere hoogte en pandbreedte, de maximale pandbreedte is 12 meter; Bestaande bedrijfsbebouwing aan de Oostvest, haaks op het Spaarne heeft een grotere maat en beslaat een deel van het binnen gebied tussen de Oostvest en het Spaarne; Nokrichting is hoofdzakelijk haaks op de rooilijn; Behoud en herbestemmen van het voormalig kaaspakhuis/ drukkerij. Het beoogde programma bestaat uit ongeveer 60 woningen die conform de woonvisie en de doelgroepenverordening gerealiseerd moeten worden in de verhouding 30-40-30 voor wat betreft de categorieën sociaal, middelduur en duur. Daarnaast bestaat langs de Oostvest de mogelijkheid van een niet-woonprogramma in de plint. Hierbij kan worden gedacht aan dienstverlening, kantoren of een atelier.
Het zijn functies die zich goed lenen bij een woonmilieu en geen milieuhinder veroorzaken. Aan de ontwikkelaar wordt niet een verplichting opgelegd om werken te realiseren, maar deze optie blijft voor toekomstige bewoners open. In het 'Stedenbouwkundig programma van eisen 'Fietsznfabriek 2017' staan de
16
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
voorwaarden voor de ontwikkeling genoemd. Deze zijn in dit bestemmingsplan vertaald. De stedenbouwkundige uitgangspunten volgens SPVE zijn: Voormalige Drukkerij Renovatie en herbestemming voormalig kaaspakhuis/drukkerij Uitvoeren van een bouwhistorische verkenning (nb. is in 2018 uitgevoerd). Handhaven van robuuste uitstraling en ongedeelde karakter van het gebouw Bebouwing ten zuiden van drukkerij voegt zich naar drukkerijgebouw (Maximum goothoogte 10 meter aan straat) Zijde Oostvest Invulling van onbebouwde ruimte door aanhelen rooilijn conform tekening Maximum goothoogte 10 en 13 meter (zie tekening) zodat nieuwe invulling aansluit bij maat en diversiteit van de Gedempte Oostersingel. Minimum bouwhoogte begane grond is 4 meter. Maximale pandbreedte is 12 meter. Geparcelleerde structuur benadrukken. Nokrichting is hoofdzakelijk haaks op de rooilijn Gemengde invulling plint is wenselijk maar wonen is toegestaan Toegang parkeervoorziening aan de Oostvest, op plek waar de verstoring minimaal is. Inrit parkeren; middels een poort; geen hellingbaan op straat Anticiperen dat deze bebouwing op termijn aan een gracht komt te liggen Voorkanten en ontsluiting naar de straat Zijde Dijkstraat Bebouwen van onbebouwde perceel aan de straat met woningen Bebouwing in zelfde rooilijn als aanliggende panden
17
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
Na de vaststelling van het SPVE zijn er aanvullende voorwaarden door de raad geformuleerd, die eveneens in het bestemmingsplan en de selectieprocedure worden meegenomen. Uit bouwhistorische en -constructieve verkenning volgt dat de voormalige drukkerij zich goed leent voor herbestemming naar wonen. De drukkerij wordt bij voorkeur ontwikkeld voor sociale woningbouw vanwege de mogelijkheid om naast het pand op maaiveld te parkeren. Uit een volumestudie volgt dat 17 sociale woningen in de drukkerij mogelijk zijn. Gelet op de woningverdeling biedt het plan Fietsznfabriek dan ruimte voor ongeveer 60 woningen. 18
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
Het parkeren in het plan moet ondergronds worden opgelost. Hierdoor ontstaat er de mogelijkheid om hofwoningen te realiseren met een groene semi-openbare ruimte, aansluitend aan de steeg die de Houtmarkt met de Oostvest verbindt. De ondergrondse parkeervoorziening wordt dwingend voorgeschreven. Naast de drukkerij is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om een bouwvolume toe te voegen. Deze wijzigingsbevoegdheid mag worden gebruikt als de ontwikkelaar de parkeerbehoefte voor het gehele plan weet op te lossen, inclusief de parkeerplaatsen op maaiveld. Daarnaast moet aan enkele stedenbouwkundige randvoorwaarden worden voldaan, zoals het in acht nemen van voldoende ruimte tussen de panden zodat het achterterrein bereikbaar blijft en een maximale goothoogte van 10 meter.
19
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
20
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 3.1
BELEIDSKADER
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voorbeelden van nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. Zorgdragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. Verbeteren en beschermen van biodiversiteit.
Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. De belangrijkste keuzes die worden gemaakt richten zich op het volgende. De opwekking van duurzame energie moet worden ingepast met oog op omgevingskwaliteit. Iedereen krijgt de komende jaren te maken met de overstap naar duurzame energie. Daarvoor zijn bijvoorbeeld meer windmolens en zonnepanelen nodig. Clustering is daarbij van belang en zonnepanelen worden in eerste instantie op en aan gebouwen gerealiseerd. Ook moet er ruimte zijn voor een overgang naar een circulaire economie. Hergebruiken van grondstoffenen materialen en benutten van duurzame energiebronnen wordt steeds belangrijker. De inrichting van de leefomgeving moet een aantrekkelijk vestigingsklimaat zoveel mogelijk bevorderen. Een aantrekkelijke omgevingskwaliteit vraagt goede inpassing van bedrijven, logistieke functies en datacentra. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, 21
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Het landgebruik moet in balans zijn met natuurlijke systemen. Bijvoorbeeld door kringlooplandbouw. Zo wordt een goede bodem- en waterkwaliteit en biodiversiteit bevorderd. Om te kunnen blijven genieten van het landschap moet behoud van de kwaliteit van het landschap sterker meewegen in de keuzes die worden gemaakt. Planspecifiek Het voorliggende bestemmingsplan zorgt voor de realisering van woningen voor verschillende doelgroepen. De inrichting van het plangebied wordt duurzaam met maatregelen voor afvoer van hemelwater, een wandelpad als doorsteek tussen de Oostvest en de Houtmarkt waarmee het tussenliggende woongebied een aantrekkelijk gebied met ontmoetingsruimte wordt. Het plan is hiermee in lijn met de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Op 30 december 2011 zijn het Barro en Rarro (Regeling algemene regels ruimtelijke ordening) in werking getreden. In het Barro zijn regels opgenomen met betrekking tot onderwerpen die een nationaal belang hebben.
Het gaat hierbij onder meer om Rijksvaarwegen, de ecologische hoofdstructuur, primaire waterkeringen en erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Het voorliggende initiatief raakt geen onderwerpen uit het Barro. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. In artikel 3.1.6, lid 2 Bro is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte bevat en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied mogelijk maakt, een motivering is opgenomen waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Planspecifiek Uit jurisprudentie blijkt dat bij de ontwikkeling van meer dan 11 woningen sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. De voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van meer dan 11 woningen waardoor er kan worden gesproken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Echter, op basis van het vigerende bestemmingsplan Papentorenvest zijn reeds woningen toegestaan, waardoor er 22
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
planologisch geen sprake is van een toename. Desalniettemin bestaat er een evidente behoefte aan woningen. Dit blijkt zowel uit paragraaf 3.1.1 als uit paragraaf 3.2.2.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 heeft de provincie Noord-Holland de “Omgevingsvisie NH2050 – Balans tussen economische groei en leefbaarheid” vastgesteld. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2014. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. Ambities Noord-Holland heeft een relatief hoog welvaarts- en welzijnsniveau. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richt de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. Dit is de hoofdambitie. Als subambities zijn er een aantal opgenomen: I.
Leefomgeving a. Klimaatverandering Noord Holland moet voorbereid zijn op klimaatverandering en waterrobuust worden ingericht. b. Gezondheid en veiligheid De ambitie is het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond. Gestreefd wordt naar een gezonde leefomgeving, wat inhoudt: een woon-werkomgeving waar je zo min mogelijk wordt blootgesteld aan ongezonde stoffen en veiligheidsrisico's en die een gezonde levensstijl ondersteunt. c. Biodiversiteit en natuur De ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten, ook omdat daarmee andere ambities/doelen kunnen worden bereikt. Dit betekent dat ontwikkelingen zoveel mogelijk natuurinclusief zullen zijn.
II. Gebruik van de leefomgeving a. Economische transitie De ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. Economische ontwikkelingen dienen qua aard, omvang en vorm aan te sluiten bij de regio of plek. 23
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
b. Wonen en werken De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. c. Mobiliteit De ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. Clustering van functies is een belangrijk duurzaamheidsprincipe. d. Landschap De ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. III. Energietransitie De ambitie is dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en gebaseerd is op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Sturingsfilosofie In de aanpak om de ambities waar te maken geldt het principe 'lokaal wat kan, regionaal wat moet' als sturingsfilosofie. Daarbij staat de opgave altijd centraal. Deze bepaalt het schaalniveau, de samenstelling van samenwerkende partijen en de tijdspanne. Vanuit een gedeelde visie op de (bestaande en toekomstige) kwaliteiten van een gebied. Vijf bewegingen Vanuit de ambities zijn een vijftal bewegingen opgesteld die laten zien hoe Noord-Holland wil omgaan met de opgaven die op onze samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. a.
Dynamisch schiereiland: Benutten van de unieke ligging, waarbij de kustverdediging voorop staat, waar toeristische- en recreatieve kansen worden benut en waar natuurwaarden worden toegevoegd. b. Metropool in ontwikkeling: De Metropoolregio Amsterdam gaat steeds meer als één stad functioneren en de reikwijdte wordt groter. c. Sterke kernen, sterke regio's: deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. d. Nieuwe energie: het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. e. Natuurlijk- en vitaal landelijke omgeving: het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector.
24
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
Planspecifiek De voorliggende ontwikkeling waarbij een locatie binnen het bestaand stedelijke gebied van Haarlem wordt herontwikkeld is niet in strijd met de omgevingsvisie. Het versterkt het centrum van Haarlem door de toevoeging van een combinatie van wonen en werken waaraan voorafgaand een zorgvuldig besluitvormingsproces heeft plaatsgevonden.
3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Op 16 november 2020 is de Omgevingsverordening NH2020 in werking getreden. Hierin zijn 21 provinciale verordeningen samengevoegd, waaronder ook de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV). De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Gezocht is naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de Omgevingsverordening NH2020. Het voorliggende plangebied is gelegen binnen Bestaand stedelijk gebied (BSG). De provincie geeft gemeenten binnen BSG veel beleidsvrijheid. De provincie stimuleert ontwikkelingen zoveel als mogelijk binnen BSG te realiseren. Binnen BSG is het wel van belang dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen regionaal worden afgestemd. Artikel 6.3 gaat hierover en luidt: 1. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid.
Planspecifiek De herontwikkeling die het voorliggende bestemmingsplan mogelijk maakt kan worden gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De realisatie van 60 woningen binnen het plangebied is opgenomen in de Monitor Plancapaciteit van de provincie. Het betreft het bouwplan 'Fietsznfabriek (Oostvest, Spaarne) met kaartnummer 109. Plannen die zijn opgenomen in de Monitor Plancapaciteit zijn regionaal afgestemd. Hiermee wordt voldaan aan artikel 6.3 van de Omgevingsverordening NH2020.
25
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
3.2.3 Woonagenda 2020-2025 In de Woonagenda 2020 - 2025 heeft de provincie bepaald dat er voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen moeten komen. De woningbouwproductie moet omhoog, waarbij binnenstedelijk bouwen de voorkeur heeft. Buitenstedelijk zijn er ook mogelijkheden, maar dient er wel sprake te zijn van zorgvuldig ruimtegebruik. De afstemming binnen de regio gebeurt via op te stellen 'woonakkoorden' tussen provincie en gemeenten. Tot dat de woonakkoorden zijn gesloten wordt voor de behoefte uitgegaan van de provinciale woningbouwmonitoren en de RAP's. MRA sleutelgebieden Haarlem is onderdeel van de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De MRA is een (inter-)nationaal gewilde plek om te wonen en werken. De vraag naar woningen is en blijft groot. In de prognose uit 2019 werd voorzien dat de MRA tot 2040 circa 250.000 extra woningen nodig heeft om de groeiende bevolking onderdak te bieden. Naast de grote woningbouwopgave kent de MRA andere belangrijke maatschappelijke opgaven, zoals het verbeteren van de bereikbaarheid, het versterken van de economie en de energietransitie. Woningbouw draagt hier sterk aan bij, zolang dit zorgvuldig en in onderlinge afstemming gebeurt. De MRA werkt hieraan vanuit het programma Bouwen en Wonen in de MRA.
De vraagstukken rondom de bouwopgave, zoals de stijgende huizenprijzen, sterke (geconcentreerde) economische groei, het open houden van het metropolitane landschap en de toenemende druk op de mobiliteit, zijn groot en complex. Dit vraagt om nauwe samenwerking tussen de gemeenten, deelregio’s en provincies Noord-Holland en Flevoland. Commitment en ondersteuning vanuit het Rijk is daarbij cruciaal om doorbraken te realiseren. Deze (boven) regionale opgaven komen samen in een aantal gebiedsontwikkelingen die zo grootschalig en complex zijn, dat samenwerking tussen Rijk, MRA, provincies, deelregio’s en gemeenten een noodzaak is om te zorgen voor duurzame en toekomstbestendige verstedelijking. Dit zijn de MRA sleutelgebieden. Door een selectie van sleutelgebieden te maken, geeft de MRA richting aan de gesprekken over kwaliteit, kwantiteit en prioriteit van de beoogde woningbouw in relatie tot andere grote opgaven. Planspecifiek De voorliggende planlocatie is gelegen binnen het sleutelgebied 'Binnenstedelijk Haarlem'. De planlocatie is aangegeven als te realiseren woningbouw vóór 2024. Het realiseren van 60 woningen waarvan een deel sociaal, een deel middelduur en een deel duur is komt tegemoet aan de grote behoefte die bestaat aan woningen.
26
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
Afbeelding: sleutelgebied Binnenstedelijk Haarlem (bron: Woonagenda 2020-2025)
3.2.4 Watervisie 2021 Met de Watervisie 2021 (vastgesteld op 16 november 2015) geeft de provincie Noord-Holland vervolg aan het Provinciaal Waterplan 2010-2015. De Watervisie is afgestemd met de Stroomgebiedbeheerplannen uit de Kaderrichtlijn Water. De Watervisie is een strategisch beleidsdocument voor de periode 2016-2021 en beschrijft de ambitie en kaders voor het regionale waterbeheer in Noord-Holland richting 2021 met doorkijk naar 2040. De Watervisie is integraal onderdeel van het strategisch omgevingsbeleid en heeft een directe relatie met de provinciale structuurvisie. In de Watervisie richt de provincie zich op de thema's veilig, schoon en voldoende water en werkt die uit in doelstellingen voor onder andere veilige dijken en duinen, robuuste inrichting van het achterland, rampenbeheersing bij overstromingen, kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, zoetwatervoorziening en het tegengaan van wateroverlast. Paragraaf 4.7 beschrijft hoe in het plangebied met de waterhuishouding wordt omgegaan.
27
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Woonakkoord Zuid-Kennemerland / IJmond 2021-2025 De regio Zuid-Kennemerland/IJmond bestaat uit de gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen en Zandvoort en werkt in deze samenstelling al acht jaar samen. Sinds 2012 heeft deze regio afspraken gemaakt over wonen in een Regionaal Actieprogramma (RAP) Wonen. Eerst in het RAP 2012-2015. Daarna in het RAP 2016-2020 'De regio Zuid-Kennemerland/IJmond geeft thuis!', dat door het voorliggende woonakkoord is vervangen. De opgaven die in het RAP 2016-2020 zijn beschreven, gelden grosso modo nog steeds. Het Woonakkoord is dan ook in veel opzichten een voortzetting van de lijnen uit het RAP. Dit geldt bijvoorbeeld voor het woningbouwprogramma, waarbij de geactualiseerde RAP-afspraken uit 20191 worden voortgezet. Het Woonakkoord legt wel een aantal nieuwe accenten. Zo is duurzaamheid een belangrijker onderwerp geworden en vraagt ook de huisvestingssituatie van diverse doelgroepen meer aandacht. Het woonakkoord bestaat uit een meerjardig bestuursakkoord en een uitvoeringsagenda met concrete acties en afspraken gericht op de uitvoering. De hoofdstad van de provincie is een prettige woonstad met bedrijvigheid en cultuur. Het is de relatief jongste gemeente in de regio, door de instroom van jonge huishoudens. De woningvoorraad groeit binnenstedelijk door nieuwbouw, herstructurering en transformaties.
Er vinden dan ook tal van verhuizingen plaats binnen de regio, zowel binnen deelregio’s als tussen deelregio’s waarbij Haarlem een centrale functie vervult. Ook blijkt hieruit de sterke samenhang met de MRA: er verhuizen meer huishoudens vanuit Amsterdam naar de regio Zuid-Kennemerland/ IJmond dan andersom. Met name Haarlem is in trek. De relevante opgaven kunnen als volgt worden samengevat: I.
Er worden versneld voldoende woningen toegevoegd om te voorzien in de verwachte groei van de woningbehoefte en om het huidige woningtekort te verminderen. In elk segment wordt van Haarlem een toevoeging verwacht. Aandacht is nodig voor de vraag naar grondgebonden woningen. II. Er wordt zoveel mogelijk binnenstedelijk gebouwd en bij OV-knooppunten. III. Elke gemeente realiseert in de woningbouwproductie 30% sociale huur. IV. Elke gemeente voegt middensegment toe. V. Huisvesting van kwetsbare doelgroepen krijgt aandacht. VI. Er wordt meer klimaatadaptief en natuurinclusief gebouwd. Planspecifiek Met het voorliggende bestemmingsplan wordt een ontwikkeling gefaciliteerd ten behoeve van divers aanbod aan woningen, bestaande uit 30% sociale huur, 40% middeldure woningen en 30% dure woningen. Met een wijzigingsbevoegdheid is het mogelijk om het aanbod sociale woningen nog verder te vergroten waardoor ook naar rato meer woningen mogelijk binnen het plangebied. Er is bij de uitvoerbaarheid rekening gehouden met een worstcase scenario van maximaal 80 woningen. Gelet op het beschikbare volume zal dat 28
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
aantal waarschijnlijk niet worden gehaald. Op het binnenterrein wordt een grondlaag gerealiseerd om hemelwater op te kunnen vangen en vertraagd af te voeren. Tevens heeft een groene invulling een positief effect op de temperatuur ter plaatse. Geconcludeerd wordt dat voorliggende planontwikkeling in lijn is met het regionale woonakkoord.
3.4
Gemeentelijk beleid Voor zover niet genoemd in hoofdstuk 4 Milieu- en Omgevingsaspecten
3.4.1 Structuurplan Haarlem 2020 Het Structuurplan geeft op hoofdlijnen de ruimtelijke ambities en wensen voor de stad voor de periode 2005-2020. In de toekomst wil Haarlem de bestaande aantrekkelijkheid behouden en verder uitbreiden. Haarlem wil voor zijn inwoners een levendige en veilige stad zijn met veel aandacht voor een leefbare woonomgeving en voldoende voorzieningen voor alle leeftijdsgroepen. Voor bedrijven moet Haarlem nog interessanter worden als vestigingsplaats. De strategische ligging vlakbij Schiphol, Amsterdam en IJmond, de goede bereikbaarheid over de weg en per openbaar vervoer, en de aanwezigheid van een hoogopgeleide beroepsbevolking spelen daarbij een cruciale rol. De speerpunten van beleid zijn profilering op een duurzaam goed woonklimaat, versterking van de zakelijke dienstverlening en versterking van de culturele en toeristische wervingskracht. Uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling van Haarlem is dat bewust met schaarse ruimte wordt omgegaan en dat er contrasten in de stad zijn. Naast plekken waar dynamiek wordt voorgestaan (in herstructureringsgebieden, op knooppunten van openbaar vervoer en in veranderzones) zijn er ook rustige woonwijken waar plaats is voor ondersteunende wijkvoorzieningen. De doelstelling voor wonen is de mogelijkheden voor passende huisvesting van Haarlemse (en regionale) burgers te vergroten.
De beschikbare ruimte mag intensiever worden gebruikt door meer realisatie van functiemenging van wonen en werken. Planspecifiek In het structuurplan maakt de planlocatie deel uit van het centrumstedelijk gebied. De ontwikkeling aan de oostzijde van het Spaarne (Spaarnesprong) wordt gezien als een feitelijke vergroting van de binnenstad. In de binnenstad zijn er intensieve en extensieve bebouwde delen. Aan zowel de oostkant als de westkant van het Spaarne zijn er goede mogelijkheden voor functiemenging op gebouw- en bouwblokniveau. Combinaties van wonen en werken versterken hier het stedelijk klimaat. Het vergroten van het domein van de binnenstad betekent behoud van bestaande recreatieve voorzieningen in wijken en buurten en uitbreiden van de meer stedelijk recreatieve functies aan de oostzijde van het Spaarne. De gemeente wil het Spaarne en zijn oevers beter benutten om recreatieve routes in de stad versterken. Dat is niet alleen voor de inwoners van Haarlem maar ook om meer bezoekers aan te trekken en zo de economie te versterken.
29
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
Afbeelding: uitsnede Structuurplan 2020, locatie met zwarte pijl aangegeven
Het voorliggende bestemmingsplan maakt een mix van wonen en werken mogelijk. Er is ruimte voor verschillende woonsegmenten en doelgroepen. Er is aansluiting bij het Structuurplan Haarlem 2020. 3.4.2 Structuurvise openbare ruimte Op 21 december 2017 is de 'Structuurvisie openbare ruimte 2040' door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie openbare ruimte is een deelherziening van het Structuurplan uit 2005, en gaat alleen over de openbare ruimte en het buitengebied. De drie belangrijkste thema's uit de structuurvisie zijn: mooi, veerkrachtig en sterk. Uit deze thema's volgen de vier belangrijkste doelen van de structuurvisie: I. Aantrekkelijke stad II. Gezonde stad III. Metropolitane economie IV. Bereikbare stad
30
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
Afbeelding: uitsnede visiekaart
De planlocatie is onderdeel van de zone 'Binnenstad'. de ontwikkelrichting die wordt gekozen stelt de verblijfskwaliteit voor voetgangers en fietsers centraal. Het streven is een gemengd voetgangersgebied te creëren waarbij andere verkeersdeelnemers te gast zijn. Een lagere snelheidslimiet – de maatgevende snelheid is die van de voetganger en de fietser - en een beperkter aantal motorvoertuigen maken de binnenstad geschikter voor menging van de verkeersdeelnemers. Uitzondering hierop vormen de assen voor HOV en de fiets door het centrum. De overige buslijnen profiteren van de goede doorstroming op de HOV-assen. Geparkeerde auto’s- en fietsen, van zowel bewoners als bezoekers, worden zoveel mogelijk ondergebracht in garages. Het gebruik van de fiets heeft een dusdanige vlucht genomen dat de openbare ruimte het aantal geparkeerde fietsen amper aankan. Openbare fietsenstallingen halen de bezoekersfietsen van de straat. Ook bij woningbouwprojecten zullen veel meer dan in het verleden worden voorzien van een fietsstalling. Planspecifiek In voorliggend plan is een parkeergarage opgenomen waar het grootste deel van het parkeren in het plan wordt opgelost. Voor het sociale deel van de woningen is parkeren op maaiveld mogelijk op eigen terrein. De doorgang voor voetgangers tussen de Oostvest en de Houtmarkt zorgt voor een voetgangersvriendelijke buitenruimte.
Het bestemmingsplan vindt aansluiting bij de toekomstvisie die wordt nagestreefd met de Structuurvisie openbare ruimte 2040.
31
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
3.4.3 Stedenbouwkundig kader Het stedenbouwkundig kader voor de voorliggende ontwikkeling is vastgelegd in het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Fietsznfabriek (juni 2017), welke is bijgevoegd bij deze toelichting als Bijlage 1. Voor de inhoud wordt kortheidshalve verwezen naar de bijlage. In paragraaf 2.2 is uitvoerig ingegaan op de eisen van het stedenbouwkundig kader en de aanvullingen daarop die in de afgelopen jaren op basis van voortschrijdend inzicht zijn gedaan. 3.4.4 Ruimtelijke kwaliteit In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (2012) wordt een integrale stadsbrede visie gegeven op ruimtelijke kwaliteit die voor ieder nieuw ruimtelijk plan de basis vormt. Met de visie wil Haarlem kernachtig uitdragen waar haar kracht en haar ambitie ligt. De relatie tussen duurzaamheid, in de zin van toekomstbestendigheid en de kwaliteit van de leefomgeving, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk thema van de visie. Er zijn tien gouden regels geformuleerd die een prioriteit voor ruimtelijke ontwikkeling in Haarlem uitspreken. De Nota Ruimtelijke Kwaliteit (2012) bestaat uit twee delen. Het eerste deel is de Visie op Ruimtelijke Kwaliteit. Deel twee is het Beoordelingskader voor Ruimtelijke Kwaliteit. De in deel 2 opgenomen criteria hebben betrekking op alle vergunningplichtige plannen. Het plangebied ligt in het gebiedstype 'historische kern' van Haarlem.
Dit gebied is onderdeel van de 'beschermende regie'. De beschermende regie is gericht op de gebieden die het historische ‘gezicht’ van Haarlem vormen. Het gaat om gebieden waarvan de structuur, de architectuur en de openbare ruimte van bijzondere kwaliteit en van (cultuur)historische waarde zijn. De beschermende regie is gericht op het behouden en versterken van de zichtbare relatie tussen geschiedenis, (inrichting van de) openbare ruimte, architectuur en functie. Die herkenbaarheid maakt de stedelijke ruimte tot een prettige plek om te bezoeken en om in te wonen. De regie is behoudend en gedetailleerd. De bij het beschermd gezicht behorende toelichting vormt de basis van de criteria. De ligging van de historische kern en de loop van de hoofdstraten hangt samen met de ondergrond en de waterlopen. Kenmerkend zijn aaneengesloten straatwanden, bestaande uit onderling sterk verschillende individuele gebouwen, direct aan straat of dijk. De openbare ruimte kenmerkt zich als stenig met een harde overgang van openbaar naar privé. Er zijn veel historische en monumentale gebouwen aanwezig met bijzondere detaillering. Planspecifiek Met voorliggend bestemmingsplan wordt de mogelijkheid geboden om aaneengesloten bebouwing te realiseren dat direct is gelegen aan de straat, de te realiseren steeg, of het openbare binnenterrein.
De voormalige drukkerij de Oostvest 54 krijgt een bescherming binnen het bestemmingsplan. Hiermee vindt het plan aansluiting bij de Nota Ruimtelijke kwaliteit. In het uiteindelijke omgevingsvergunningstraject vindt de daadwerkelijke toetsing plaats.
32
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
3.4.5 Wonen 3.4.5.1
Woonvisie 2021-2025 In de Woonvisie Haarlem 2021 - 2025 'Samen Doorbouwen aan een Duurzaam (t)huis' geeft richting aan het woonbeleid op de lange termijn tot 2030 en handvatten voor de uitvoering ervan in de periode 2021-2025. Belangrijkste doel is een toegankelijke, diverse en inclusieve stad te zijn die een duurzaam (t)huis biedt aan een breed scala van doelgroepen. De komst van voldoende (betaalbare) woningen is hierbij een randvoorwaarde. De bouwambitie tot 2030 ligt hoog. Gelet op de resterende opgave van de ambitie 2016 tot en met 2025 (7.200 woningen 2020-2025), de actualisatie van de raming van de aanvullende woningbehoefte (8.000 woningen 2019-2030) en de beschikbare plancapaciteit waarvoor visies zijn vastgesteld, wordt de ambitie voor de periode 2020-2030 vastgesteld op 8.000-10.000 woningen. De ambitie is dat er 3.200 tot 4.000 sociale huurwoningen bij komen. Doorstroming moet worden gestimuleerd door naast het bouwen van middeldure woningen ook voorrang te geven aan doorstromers vanuit sociale huurwoningen. Haarlem wil een inclusieve stad zijn, een stad voor iedereen. Voor maatschappelijke opvang en beschermd wonen is extra aandacht. Door de gemeente en partners worden woonvormen ontwikkeld voor Haarlemmers die uit de maatschappelijke opvang of een beschermde woonvorm komen.
Op het gebied van duurzaamheid wordt gestreefd naar het voorkomen van hittestress en wateroverlast. Stadsdeel Centrum Het centrum van Haarlem is beschermd stadsgezicht, zowel voor de bebouwing als de omgeving en het stadsbeeld. De bestaande bebouwing varieert en is vaak tussen de drie en vier bouwlagen. Het woningaanbod is divers, zowel in bouwstijl als bouwjaar en functie. De openbare ruimte is compact. Dat zorgt voor aantrekkingskracht voor bepaalde woningzoekenden, waaronder jongeren en studenten, hoger opgeleiden, maar van oudsher ook voor ouderen die in de hofjes wonen. Op verschillende plekken in het centrum worden op kleine schaal woningen gebouwd, vooral door particulieren.
3.4.5.2
Spelregels voor woningbouwprogrammering Er zijn in de Nota Kaders en instrumenten sociale huur en middensegment spelregels vastgesteld voor de realisatie van sociale- en betaalbare huur en koopwoningen. Voor de ontwikkeling die met het voorliggende bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt geldt een woningbouwprogrammering van 30% sociaal, 40% middelduur en 30% overig. Daarnaast zijn de kwalitatieve eisen aan de woningen, zoals de minimale oppervlakte per woning, zoveel mogelijk worden geborgd in de regels van het bestemmingsplan, maar ook in de koopovereenkomst die wordt gesloten bij de verkoop van de gronden van het plangebied. Hierin wordt ook de programmeringseis opgenomen.
33
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
3.4.5.3
Doelgroepenverordening Woningbouw Haarlem 2020 De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt gemeenten de mogelijkheid om per deelgebied in bestemmingsplannen te eisen dat een bepaald percentage van categorieën woningen wordt gerealiseerd in nieuwbouwplannen. Dit kan voor de categorieën sociale huur, middeldure huur, sociale koop en particulier opdrachtgeverschap. Het doorvoeren van gemeentelijk woonbeleid in bestemmingsplannen, kan door het opstellen van een doelgroepenverordening. De doelgroepenverordening heeft primair betrekking op nieuwbouw. De gemeente kan hierdoor sturen op een goede mix aan aanbod van (huur)woningen. De mogelijkheid om te sturen op de bouw van een bepaald percentage van categorieën woningen, de woningbouwplannen, de volkshuisvestelijke doelen van de gemeente Haarlem en specifiek de Woonvisie 2021-2025 en de Nota Kaders en instrumenten sociale huur en middensegment van 18 december 2018 vormen de uitgangspunten voor deze doelgroepenverordening. Om de doelgroepenverordening toe te passen moet dit in het betreffende bestemmingsplan vastgelegd worden. In deze verordening zijn de sociale huurwoning, middeldure huurwoning en sociale koopwoning omschreven aan de hand van de huur en koopprijsgrenzen. De doelgroepenverordening geeft tevens aan voor welke doelgroepen de te bouwen sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen bedoeld zijn.
De doelgroepen worden bepaald aan de hand van inkomensgrenzen. Ook regelt de verordening dat de sociale en middeldure huurwoning en sociale koopwoning gedurende een bepaalde periode beschikbaar moeten blijven voor de daarvoor aangewezen doelgroepen. Dit zijn de instandhoudingstermijnen. De beoogde ontwikkeling voorziet in meerdere segmenten van woningen. De realisatie van circa 17 sociale huurwoningen, met een uitbreidingsmogelijkheid van maximaal 6 woningen, draagt bij aan de te realiseren sociale huurwoningen binnen Oost. De realisatie van ongeveer 60 woningen voorziet in een bijdrage aan de toevoeging van 10.000 woningen tot en met 2025. Planspecifiek De voorliggende herontwikkeling is in lijn met de Woonvisie en het gemeentelijk woonbeleid. Er wordt gebouwd naar de behoefte die er bestaat, zowel op het gebied van wonen als op het gebied van duurzaamheid. De Nota kaders en instrumenten sociale huur en middensegment en de doelgroepenverordening zijn toegepast in het bestemmingsplan “Fietsznfabriek' door in de planregels sociale huur en middeldure huur expliciet op te nemen.
34
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
3.4.6 Economie 3.4.6.1
Economische visie Haarlem De aanleiding voor de Economische visie Haarlem is de behoefte aan voldoende werkgelegenheid in de stad, een gezonde arbeidsmarkt en een duurzame en circulaire economie. Voor de uitbraak van de coronacrisis leverde de economische groei van 3% per jaar Haarlem veel nieuwe bedrijven en werkgelegenheid op. Dit zorgde voor een banengroei van meer dan 2% per jaar. De nieuwe situatie vraagt om meer flexibiliteit op de korte termijn maar laat de lange termijn doelstellingen onverlet. Voldoende werkgelegenheid in de stad is een belangrijk doel. Met de groei van het aantal woningen de komende jaren is het van belang dat er een woon-werkbalans blijft bestaan. Geconstateerd wordt dat de balans beter kan en dat er te weinig ruimte is voor bedrijven om te groeien of zich te vestigen. Dit heeft tot gevolg dat de woon-werkpendel en dus het aantal verkeersbewegingen van en naar de stad toeneemt. Er is sprake van een toenemende behoefte aan locaties waar bedrijven zich kunnen vestigen. Ingezet wordt op nieuwe multifunctionele woon-werkgebieden waarin voldoende ruimte voor werken is meegenomen. Planspecifiek Het voorliggende bestemmingsplan biedt ruimte aan een gemengde invulling voor werken en wonen. Dit sluit aan bij de Economische visie Haarlem.
3.4.7 Duurzaamheid en energie Het Haarlems beleid ten aanzien van Duurzaamheid kent eisen en wensen. De Richtlijn Duurzaam Bouwen Haarlem (in ontwikkeling) vat dit beleid samen in concrete 'randvoorwaarden' en 'doeleinden' voor het bouwen. Randvoorwaarden zijn gebaseerd op het rijksbeleid of bestaande wetten zoals bijvoorbeeld aardgasvrij bouwen en compensatiemaatregelen voor water en ecologie. Doeleinden zijn ambities van de gemeente zoals natuurinclusief en circulair bouwen. Wanneer nieuw beleid wordt gemaakt of wordt aangescherpt wordt dat in de richtlijn toegevoegd. Bij elk project kan bepaald worden of er doeleinden zijn die als aanvullende randvoorwaarden gesteld worden. Bij elke stap van het ontwikkelproces wordt het pakket aan duurzaamheidsmaatregelen scherper geformuleerd: Initiatieffase: In de eerste fase worden de duurzaamheidskansen en -risico's van de locatie gesignaleerd en verwoord in de startnotitie. Het ambitieniveau ten aanzien van duurzaamheid wordt (zo specifiek mogelijk) vastgesteld. Er wordt beoordeeld of/welke doeleinden toegevoegd kunnen worden aan de randvoorwaarden. Definitiefase: Het pakket aan randvoorwaarden wordt op haalbaarheid onderzocht en opgenomen in het Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE). Door vaststelling in de Raad van dit stuk worden de randvoorwaarden bestendigd.
Daarnaast kan het vastgelegd worden in afspraken als: samenwerkingsovereenkomst of anterieure overeenkomst.
35
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
Ontwerpfase: De randvoorwaarden worden verwerkt in het ontwerp door de ontwikkelende partij in een Stedenbouwkundig Plan (SP) en Inrichtingsplan IP). De gemeente toetst het resultaat aan het eind van deze fase, vóór bestuurlijke vaststelling (college van BenW). Voorbereidingsfase: In het geval van een omgevingsplan kunnen de eisen vertaald worden in beleidsregels van het Omgevingsplan (OP) en worden de uitgangspunten juridisch geborgd. Randvoorwaarden en doeleinden: Energie en Warmte Randvoorwaarde: Aardgasvrij bouwen Aardgasvrij bouwen wordt reeds als voorwaarde bij het bouwen gesteld. Het Rijk heeft per 1 juli 2018 de gaswet gewijzigd waardoor nieuwe gebouwen in principe geen gasaansluiting meer krijgen. Gemeente heeft de 'routekaart naar aardgasvrij 2040' vastgesteld. Randvoorwaarde: Bijna energieneutraal bouwen (BENG) BENG vervangt per jan 2020 de (EPC). Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat alle aanvragen van omgevingsvergunningen per 1 jan 2020 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG ). Deze vervangt de energieprestatiecoëfficiënt (EPC). De BENG is opgebouwd uit drie indicatoren: de maximale energiebehoefte, het maximale primair fossiel energiegebruik en het minimale aandeel hernieuwbare energie. De BENG-eisen gelden alleen voor nieuwbouw.
Doeleinde: Energieneutraal en -leverend bouwen De BENG-eisen gaan niet uit van volledige energieneutraliteit. De 'versnelling Duurzaamheidsprogramma' (2017) zet in op een klimaatneutraal Haarlem in 2030. Bij nieuwe bouwontwikkelingen waar de gemeente de randvoorwaarden bepaald, zal maximaal op deze ambitie ingezet moeten worden door energieneutraliteit of energieleverende gebouwen te realiseren. Doeleinde: checklist Warmtebron Nieuwbouwprojecten kunnen bijdragen aan de energietransitie van omliggende bestaande bouw. De checklist geeft een indicatie of een ontwikkeling in theorie geschikt is voor een collectief warmtesysteem (Energiestrategie Haarlem, 2019). Doeleinde: Warmtevoorziening via bodemwarmte Om te voorzien in de benodigde warmtevraag wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van een bodemwarmtevoorziening. Indien in de omgeving al een warmtenet aanwezig is waar op kan worden aangesloten heeft dit de eerste voorkeur. Wanneer dit niet mogelijk is, wordt dit gemotiveerd. Bodemwarmtevoorzieningen moeten passen binnen eventueel aanwezige 36
bestemmingsplan "Fietsznfabriek" (vastgesteld)
(lokale) bodemenergieplannen. (Routekaart aardgasvrij 2040, en Routekaart Versnelling Duurzaamheidsprogramma) Klimaatadaptatie Randvoorwaarde: Watertoets en watercompensatie Een ontwikkeling mag niet leiden tot verslechtering van de waterhuishouding of een versnelde toename van de af-en aanvoer van water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden op naastgelegen percelen / gebieden en er wordt rekening gehouden met de gewenste stroombaan van het hemelwater. De watertoets is een wettelijke verplichting bij planvorming en moet uitwijzen of/hoeveel gecompenseerd dient te worden. Het watersysteem wordt robuust ingericht met waterbergings- en afvoermogelijkheden conform de watertoets. Doeleinde: Toekomstbestendig watersysteem Het extra hemelwater wordt zoveel bovengronds geborgen en afgevoerd naar open water. Bij nieuwbouw wordt een toekomstbestendig watersysteem aangelegd met voldoende waterbergingscapaciteit. Dat houdt concreet in dat de ontwikkeling minimaal 70 mm water per m2 moet kunnen bergen op eigen terrein gedurende in een etmaal. Doeleinde: Aanpak droogte en hittestress Een gebiedsontwikkeling mag niet bijdragen aan een versnelde bodemdaling, verslechtering van waterkwaliteit en hittestress in bestaand stedelijk gebied.