CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20220070612 Bijlage bij informatiebrief RKC over aanbevelingen

commissie Bestuur 10 maart 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: * 20220070612 Brief Rekenkamercommissie d.d. 24 januari 2022 stand van zaken RKC-aanbevelingen 2022/12.441 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage bij brief van RKC 24 januari ‘22 over aanbevelingen 1) Overzicht inhoud aanbevelingen 4 jaar of ouder, niet meer ter opvolging RKC nummer naam 2016256856 Jaarstukken 2014/ informatiewaarde

achtergrond Nog één onderdeel overgebleven: de raad draagt het college op meer aandacht voor horizontale verantwoording te hebben.

2016411873 Jaarstukken 2015/ Effectieve beleidsuitvoering

De raad draagt het college op focus te leggen op effectieve beleidsuitvoering door: a) meer aandacht voor management van het beleidsproces met SMART doelen/presentaties en meer focus op doeltreffendheid b) onderzoek te doen naar concrete oorzaken van vertraging in realisaties van o.a. investeringen en conclusies te gebruiken voor versterken van de uitvoering c) de mogelijkheid van 213a onderzoek actiever te benutten en zo nodig daarvoor meer budget te alloceren. De raad draagt het college op om a) Te analyseren wat de oorzaken of aanleidingen van de begrotingsbijstellingen van de afgelopen jaren zijn geweest. b) Op basis van die analyse een voorstel te doen hoe het aantal bijstellingen kan worden beperkt tot de strikt noodzakelijke. c) In het jaarverslag alle grote afwijkingen van de primaire begroting toe te lichten en digitaal een meer toegankelijke, integrale en verdiepende bijlage op te stellen waarin alle afwijkingen worden toegelicht. De raad draagt het college op om a) In de begroting de afspraken over de beeldkwaliteit in de wijken toe te lichten. b) In ieder geval in het gebiedsverslag op wijkniveau te rapporteren over effect- en prestatie-indicatoren en de resultaten op de beeldkwaliteit.

2017307005 Jaarstukken 2016/ Vergroten zicht op financiën

2017307021 Jaarstukken 2016/ Aandacht fysiek domein jaarverslag

Sta. van zaken Beschouwt RKC als afgedaan* (zie onderaan deze bijlage korte samenvatting evaluatie) Beschouwt RKC als afgedaan

Geeft RKC door aan Auditcommissie

Beschouwt RKC als afgedaan

nummer naam 2016200889 Openbaar Groen/ beleid

achtergrond De raad draagt het college op samenhangend beleid te formuleren zodat beleidsdoelstellingen voor openbaar groen alle belangrijke tendensen en ontwikkelingen in hun onderlinge samenhang beschrijven en zodat hieraan voldoende specifiek doelstellingen en middelen kunnen worden gerelateerd.

Sta. van zaken Beschouwt RKC na behandeling februari ‘22 als afgedaan.

2) Overzicht openstaande aanbevelingen Rekenkamercommissie; januari 2022 Commissie Bestuur nummer naam 2019311840 Informatiebeveiliging/ Kwetsbaarheden

20200305501

Governance Spaarnelanden/ lokaal kader in nota VP

achtergrond De raad geeft het college opdracht de informatiesystemen weerbaarder te maken tegen cybercrime door: a. De resterende kwetsbaarheden uit de penetratietesten overeenkomstig de aanbevelingen van Hoffmann te verhelpen. b. Vóór de zomer van 2019 een hertest te laten uitvoeren op de gevonden kwetsbaarheden en de gemeenteraad hierover te informeren en deze periodiek en met verschillende invalshoeken te herhalen.

Stavaza jan22 Als Haarlem participeert in pilot vanaf december ’22, als afgedaan te beschouwen.

De raad geeft het college de opdracht de Nota Verbonden Partijen te actualiseren en daarbij in ieder geval de volgende aandachtspunten mee te nemen: -De momenten en de wijze waarop de raad wordt geïnformeerd over en invloed kan uitoefenen op de prestatieafspraken en financiële resultaten van overheids N.V.'s.

Beschouwt RKC als opgevolgd Verzoek volgt om af te doen.

-De wijze waarop de raad wordt betrokken bij strategische besluiten ten aanzien van overheids N.V.'s. -Een steviger positionering van het belang van de opdrachtgever in de governance en explicitering van de wijze waarop opdrachtgevers en aandeelhoudersbelangen onderling worden afgewogen. -Een kader voor (markt-)activiteiten of initiatieven van overheids N.V.'s buiten de initiële opdrachten. -De borging van tegenkracht in het college, de overheids N.V.'s zelf en de ambtelijke organisatie en de dialoog met de raad. 20200305366

Governance Spaarnelanden/ formele governance

20200305399

Governance Spaarnelanden/ Statutenwijziging

202124860

Externe inhuur/visie op inhuur

202221908

Externe inhuur/ aanscherpen beheersing

De raad geeft het college de opdracht de formele governance op orde te brengen door de rollen van opdrachtgever en aandeelhouder in het college te scheiden. De combinatie van de rollen is ongewenst, zeker nu er spanning is ontstaan tussen beide rollen als gevolg van de discussie over de DDO-bedragen en de strategische ontwikkeling. De raad geeft het college de opdracht de statutenwijziging met betrekking tot de doelen van de N.V. te onderbouwen zodat de raad alsnog in staat wordt gesteld wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Hierbij zou de raad een standpunt moeten innemen over de gewenste strategische ontwikkeling van Spaarnelanden.

Beschouwt RKC als opgevolgd Verzoek volgt om af te doen.

Raad geeft het college opdracht om op korte termijn een visie op externe inhuur als onderdeel van de flexibele schil van de personele bezetting te ontwikkelen in het nieuwe Strategisch Personeelsbeleid. Raad geeft het college opdracht om a) De streefwaarde in de begroting te baseren op de personeelsbegroting die een onderverdeling kent naar afdelingen en naar externe inhuur. b) In de HR-rapportages de (substantiële) wijzigingen in de personeelsbegroting

Recent. RKC wacht voorstel voor afdoening af Recent. RKC wacht voorstel voor afdoening af

RKC heeft advies aan commissie bestuur uitgebracht/ Wachten op strategische visie ‘22

20210624874

Externe inhuur/ borgen informatievoorziening

Commissie Beheer nummer naam 20200961768 Fietsbeleid/ ambitieniveau op 10 aspecten BYPAD

20200961664

Fietsbeleid/ ambitie vertalen

op centraal en afdelingsniveau te laten toelichten. Daarbij moet eventuele dekking uit materieel budget altijd worden toegelicht. c) De ontwikkeling van de inhuur en de personeelsbegroting intensief te monitoren. Raad geeft het college opdracht om: a) In de begroting en het jaarverslag de raad te informeren over de ontwikkeling van de financiële omvang van de externe inhuur en daarbij in het jaarverslag een toelichting te geven op die ontwikkeling. b) Het beleid met betrekking tot externe inhuur minimaal eens per vier jaar expliciet te agenderen aan de hand van een evaluatie van de doeltreffendheid en de doelmatigheid van dit beleid.

Recent. RKC wacht voorstel voor afdoening af

achtergrond De Raad draagt het college op om in het nieuwe integrale fietsbeleid naast fietsparkeren en het SOR-netwerk ook de overige aspecten uit de BYPAD-methode te verwerken en per onderdeel het ambitieniveau kenbaar te maken. Dat zijn de volgende: Deelmobiliteit, micromobiliteit en MaaS; Een fietsnetwerk dat in overeenstemming is met de ambitie en de verwachte ontwikkelingen in fietsgebruik; Kwaliteitsvolle infrastructuur met voldoende ambitieuze minimum inrichtingsvoorschriften; Verkeersveiligheid, waaronder de verdere implementatie van Duurzaam Veilig (o.a. uitbreiding 30 km zones); Stimulering van fietsgebruik; Systematische en structurele dataverzameling rond fietsgebruik en effectmetingen bij fietsmaatregelen; Het betrekken van inwoners en belanghebbenden en daarbij de aandachtspunten en ergernissen uit de inwonersenquête van dit onderzoek mee te nemen.

Stavaza Jan 22 Tezamen met mobiliteitsbeleid opgeschoven; RKC wacht voorstel voor afdoening af

De raad draagt het college op om overeenkomstig de planning in de Ontwikkelagenda Mobiliteitsbeleid in de eerste helft van 2021 integraal fietsbeleid aan de raad voor te leggen waarin de ambitie wordt vertaald in concrete doelen en fietsmaatregelen

Tezamen met mobiliteitsbeleid opgeschoven; RKC wacht

waardoor tevens duidelijk wordt welk specifiek fietsbudget en hoeveel menskracht nodig voorstel voor is om de fietsambitie te realiseren. afdoening af

Commissie Samenleving nummer naam achtergrond 20190194753 Welzijnssubsidies/ De raad staat aan het begin en aan het einde van een subsidieronde met kaderstelling en verantwoordingsinformatie controle. De raad draagt het college op om: In de kaderstelling van de beoogde sociale basis vast te leggen welke verantwoordingsinformatie de raad ontvangt om de voortgang te monitoren en de doeltreffendheid te beoordelen. Vanwege de substantiële financiële omvang van de subsidieronde is de suggestie hiervoor een separate jaarlijkse rapportage over subsidies in het sociaal domein of de sociale basis op te stellen.

20190194727

Welzijnssubsidies/ voorbereiding subsidieronde

Het opstarten van een nieuwe subsidieronde vraagt veel meer capaciteit, in kennis en uren, dan nodig is voor het doorlopen van de jaarlijkse subsidiecyclus. Ervaringen uit de laatste ronde leren dat de achterstand van het starten met een niet goed uitontwikkelde subsidieronde gaandeweg lastig is weg te werken. De raad draagt het college daarom op: De toepassing van de nieuwe werkwijze goed voor te bereiden en zo nodig door een externe partij te laten ondersteunen. Dit om te voorkomen dat de subsidieronde niet goed uitgewerkt (met een ontwikkelopgave) van start gaat en om te borgen dat alle betrokken medewerkers goed zijn toegerust voor de nieuwe werkwijze

Stavaza jan 22 In samenspraak met de organisatie afwachten tot aanbesteding voltooid is en nieuwe werkwijze is gestart; dan voorstel afdoening (medio 22) In samenspraak met de organisatie afwachten tot aanbesteding voltooid is en nieuwe werkwijze is gestart; dan

voorstel afdoening (medio 22) 2019194697

Welzijnssubsidies/ ontwerp subsidietraject.

Om tussentijds of achteraf te kunnen beoordelen of gesubsidieerde activiteiten hebben bijgedragen aan de beleidsdoelen van de gemeente moet de subsidiesystematiek daar vóóraf op worden ingericht. De raad geeft het college de opdracht om: Het ontwerp van de subsidietrajecten (proces, uitvraag/aanvraag/beschikking, werkwijze etc.) van de gemeente Haarlem zodanig te wijzigen dat het voldoet aan de evalueerbaarheidscriteria uit het beoordelingskader van dit onderzoek en hierin in ieder geval de onderstaande verbetermogelijkheden zorgvuldig te verwerken: a) Een consequente vertaling van strategische beleidsdoelen uit de programmabegroting naar (meetbare) operationele doelen in de matrix en die opnemen in de uitvraag van de gemeente. Per subsidietraject moet gekozen worden voor maximaal 1 à 2 doelen. b) Een consequente vertaling van operationele doelen uit de matrix naar tactische doelen van de activiteiten van de subsidieontvangers in de aanvraag. Per subsidietraject moet gekozen worden voor maximaal 1 à 2 doelen. c) Een beleidstheorie/interventielogica in de aanvraag waarmee een verband wordt gelegd tussen de activiteiten, de tactische doelen en de operationele doelen uit de uitvraag van de gemeente. Voor de nadere eisen aan de beleidstheorie wordt verwezen naar de rapportage van Regioplan.

d) Verantwoordingen die consequent beschrijven welke personen worden bereikt, of deze tot de beoogde doelgroep behoren en wat het uiteindelijk bereik is geweest, rekening houdend met uitval van deelnemers. e) Verantwoordingen die de doeltreffendheid van de activiteiten omschrijven. Bij bewezen effectieve interventies is het voldoende in de jaarlijkse verantwoording aan te tonen dat de activiteit conform plan is uitgevoerd. Voor niet bewezen effectieve interventies is een effectmeting waarschijnlijk gewenst. Dit moet per traject vooraf worden vastgelegd in het monitoring- en evaluatieplan.

In samenspraak met de organisatie afwachten tot aanbesteding voltooid is en nieuwe werkwijze is gestart; dan voorstel afdoening (medio 22)

*Behorend bij afdoening aanbeveling Jaarstukken 2014, informatiewaarde, horizontale verantwoording Evaluatie WRGT Doel Wrgt: Bemoeienissen van de ene overheid met de andere moeten daarom tot een minimum beperkt blijven. In dit stramien is interbestuurlijk toezicht alleen passend wanneer dat met grote terughoudendheid wordt uitgevoerd; alleen in ‘spoedeisende gevallen’ en bij ‘risico’s en knelpunten’. Het nieuwe interbestuurlijke toezicht zou moeten voldoen aan “de principes van nabijheid, enkelvoudigheid, samenwerking, selectiviteit en proportionaliteit”. De principes van nabijheid en enkelvoudigheid leiden ertoe dat het provinciebestuur als enige toezicht houdt op de gemeentebesturen, en alleen voor zover die belast zijn met de uitvoering van medebewindstaken, (met uitzondering van taken op het sociaal domein). Een beoordeling van het stelsel van interbestuurlijk toezicht op basis van de doelstellingen van effectiviteit, efficiency en transparantie is lastig bij gebrek aan informatie over de situatie zoals die was voor de Wrgt. Daarbij komt dat niet duidelijk is waartoe het stelsel van interbestuurlijk toezicht precies dient. Wanneer de doelstelling niet scherp is geformuleerd is de effectiviteit van het toezicht niet goed vast te stellen.

De centrale bepaling (art 124 Gemeentewet) is imperatief geformuleerd: “Wanneer de raad, het college of de burgemeester een bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderde beslissing niet of niet naar behoren neemt dan wel bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderde handeling niet of niet naar behoren verricht, of anderszins een bij of krachtens een andere dan deze wet gevorderd resultaat niet, niet tijdig of niet naar behoren tot stand brengt, besluiten gedeputeerde staten onderscheidenlijk de commissaris van de Koning als het de burgemeester betreft daarin namens de raad, het college of de burgemeester te voorzien ten laste van de gemeente.” In tamelijk schril contrast met deze strakke opdracht aan GS staan de vele uitspraken in de MvT dat de bevoegdheid “terughoudend”, “sober” en “alleen bedoeld voor die gevallen waarin zich risico’s of knelpunten voordoen” moet worden gehanteerd. Meer nog, alle provincies hebben dezelfde zes toezichtdomeinen geselecteerd (behoudens een enkele kleine afwijking, zie tabel 3.1). Die domeinen zijn: ▪ archief- en informatiebeheer, ▪ gemeentefinanciën, ▪ huisvesting statushouders, ▪ monumenten en archeologie, ▪ ruimtelijke ordening, ▪ het omgevingsrecht.

Positie gemeenteraad ‘Vertrouwen op horizontale verantwoordingsmechanismen’ was een essentieel uitgangspunt van de Wrgt dat uit de beleidsreconstructie naar voren kwam. Dat uitgangspunt, of liever die veronderstelling over de controle van de uitvoering van het college door de raad, komt in alle provinciale IBT-documenten terug. Oordelen van de provinciebesturen gaan in een aantal provincies direct naar de raad; in de meeste andere provincies verzoekt het provinciebestuur het college de toezichtbrieven aan de raad door te sturen. Een enkele provincie vindt dat het de eigen verantwoordelijkheid is van de colleges om dat al of niet te doen. Zowel uit de casestudy’s als uit de enquête blijkt dat de raad niet de rol van controleur van de uitvoering vervult die door de wetgever werd verondersteld. De in de beleidstheorie veronderstelde controle door de raad blijkt, voor wat betreft de kwaliteit van de uitvoering van medebewindswetgeving, in de praktijk niet te bestaan. Naast het toezicht op de provincies houdt IenM wat een viertal wetten betreft nog toezicht op gemeenten. Het gaat om titel 5.2 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS), de Wet basisregistraties adressen en gebouwen (Wet BAG), Wet Luchtkwaliteit (titel 5.2 Wet milieubeheer) en de Havenbeveiligingswet. Alleen voor de eerstgenoemde taak is het toezicht ingevuld.

Voor de Havenbeveiligingswet wordt het toezicht momenteel vormgegeven. Ten aanzien van het toezicht op gemeenten bij de uitvoering van de Wet BAG en de regelgeving omtrent de luchtkwaliteit wordt door het ministerie zelf aangegeven dat het toezicht nog niet wordt ingevuld. In algemene zin is gesteld dat IenM als gevolg van beperkte capaciteit keuzes moet maken met betrekking tot het houden van toezicht en de wijze waarop het stelsel is ingericht. Conclusie: In de derde plaats is het oordeel over de eis van transparantie gematigd positief: de vormgeving, uitvoering en werking van het stelsel is voldoende uitgewerkt en duidelijk voor betrokkenen. De uitgangspunten van de regeling zijn in algemene zin betrekkelijk helder. De vertaling daarvan in de provinciale toezichtregimes is eveneens duidelijk. De duidelijke juridische grondslagen van het provinciale toezicht bevorderen die helderheid. Dat geldt echter niet voor het vertrouwen op horizontale verantwoording, dat aan het stelsel van systeemtoezicht ten grondslag ligt. Veel raadsleden (her)kennen de rol die in het interbestuurlijk toezicht voor de raad is weggelegd niet. Een kleiner punt is dat veel van de betrokkenen (waaronder ook provinciale toezichthouders zelf) de stappen die door de provinciale toezichthouder op de interventieladder worden gezet niet als zodanig herkennen.

Voor het specifieke rijkstoezicht geldt dat de gemeenten lang niet altijd begrijpen hoe het rijk toezicht houdt op het sociaal domein; daar lijkt nog wel een verduidelijkingsslag te kunnen worden gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12269171/2