CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20220069867 2. Bijlage 1 Evaluatie RegioRijder 2021

commissie Samenleving 3 maart 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Evaluatie RegioRijder en uitgangspunten verwervingsstrategie Doelgroepenvervoer10.295 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarnaast was duurzaamheid een van de gunningscriteria waarbij de markt meer duurzaam materieel kon aanbieden. In de inschrijvingen werd vooral groengas aangeboden en een beperkt aantal elektrische voertuigen (5). Inschrijvers hebben voldaan aan hetgeen zij hebben aangeboden per 1 september 2019. Innovatie op het gebied van duurzaamheid om te komen tot Zero-Emissie (elektrische voertuigen en/of voertuigen op waterstof eisen) kan leiden tot het grotendeels vervangen van het huidig wagenpark (voor zittende vervoerders) en leidt mogelijk tot andere inschrijvingsprijzen vanwege investeringen, hoewel de exploitatiekosten van elektrische personenauto’s en kleine taxibussen (groepsvervoer) vergelijkbaar zijn met diesel of benzine voertuigen. Voor het rolstoelvervoer geldt dit voorlopig nog niet. Vanuit het oogpunt van vervanging/investering én de op dit moment nog beperkte mogelijkheden in het rolstoelvervoer kan het raadzaam zijn een fasering in te bouwen voor overstrap naar elektrische voertuigen (bijv. na 1 jaar van het contract 80% elektrisch, na 2 jaar 90% enzovoorts), met een apart traject voor rolstoelvoertuigen. Een ander aspect waardoor verduurzaming wordt vertraagd is de laadinfrastructuur. Er is onvoldoende capaciteit (vanuit Netwerk) én er zijn te weinig laadpalen of laadpleinen. Hier hebben vervoerders maar beperkt invloed op.

Een grote slag in verduurzaming kan dan ook beter gemaakt worden als gemeenten waar mogelijk een positieve invloed uitoefenen op de laadinfrastructuur.

24

Zijn er meer kansen gecreëerd voor het MKB? De indeling in (24) percelen geeft aanleiding om zowel groot als MKB- bedrijven uit te nodigen binnen de contracten van RegioRijder. In de huidige situatie zijn er twee grote en twee MKB- bedrijven actief. Bij de laatste aanbesteding was hiernaast nog één inschrijver van de kleine categorie. Het blijkt dat de kennis over het volgen van de regels bij een (Europese) aanbesteding voor kleine bedrijven onvoldoende aanwezig is om een goede inschrijving te doen. Het is mogelijk om naast de vaste capaciteit (voertuigen en chauffeurs) een kleine toegankelijke flexibele schil te creëren in de toekomstige contracten (raamovereenkomsten) om nog meer kansen voor het MKB te bieden Conclusies   

De vaste contractperiode was kort (2 jaar), met verlengingsopties die volledig zijn benut. De contracten met tweezijdige verlengingsopties zorgen voor onzekerheid bij opdrachtgever. Duurzaamheid: In de inschrijvingen werd vooral groen gas aangeboden en een beperkt aantal elektrische voertuigen. Inschrijvers hebben voldaan aan hetgeen zij hebben aangeboden per 1 september 2019. De indeling in 24 percelen bood het MKB de mogelijkheid om ook in te schrijven.

Aanbevelingen   

Met de huidige ervaringen ten aanzien van het regiemodel zou een langere vaste looptijd wenselijk zijn. Houdt de verlengingsoptie eenzijdig bij opdrachtgever. Duurzaamheid: Vanuit het oogpunt van vervanging/investering én de op dit moment beperkte beschikbaarheid van elektrische busjes voor rolstoelvervoer kan het raadzaam zijn een fasering in te bouwen voor overstap naar elektrische voertuigen. Daarnaast moet aandacht zijn voor de laadinfrastructuur. Onderzoek of het wenselijk is om naast de vaste capaciteit (voertuigen en chauffeurs) een kleine toegankelijke flexibele schil te creëren in de toekomstige contracten (raamovereenkomsten) om nog meer kansen voor het MKB te bieden.

25

9.

De samenwerking binnen Uitvoeringsconvenant Doelgroepenvervoer

Inleiding en achtergrond In 2018 is er door de acht deelnemende gemeenten een Uitvoeringsconvenant Opdrachtgeverschap Doelgroepenvervoer voor Zuid-Kennemerland, Haarlemmermeer en IJmond met bijhorende machtigings- en mandaatbesluit afgesloten. Het Uitvoeringsconvenant Opdrachtgeverschap Doelgroepenvervoer heeft als doel “de samenwerkingsafspraken over de organisatie en doelstellingen van het doelgroepenvervoer, de invulling van het opdrachtgeverschap en de gezamenlijke zeggenschap richting de gecontracteerde partijen nader uit te werken en vast te leggen”. Daarnaast geeft het Convenant vorm aan de regionale netwerksamenwerking waarbij het contractmanagement is belegd bij het Regionaal Contract Team (hierna: RCT). Dit convenant is aangegaan voor de looptijd van het contract met de Regiecentrale en loopt daarmee af op 31 december 2023. Gemeenten zijn voornemens de samenwerking voort te zetten en hebben daarom een evaluatie uitgevoerd op de huidige samenwerking, ter voorbereiding op de inrichting van de toekomstige samenwerking. Dit rapport geeft inzicht in de opgehaalde input rondom de huidige samenwerking en geeft waar mogelijk aanbevelingen voor de inrichting van de toekomstige samenwerking.

Doel van de samenwerking Binnen de huidige samenwerking wordt er gestreefd naar het delen van kennis, expertise en inzet van de gemeenten, waarmee de aansturing en het opdrachtgeverschap richting de vervoercentrale en de vervoerders zoveel mogelijk eensluidend en in gezamenlijkheid wordt ingevuld. Structuur samenwerking

Opzet evaluatie Aan bestuurders Wmo- en Leerlingenvervoer, leden van de Adviesgroep en het RCT zijn vragenlijsten voorgelegd om input op te halen over de ervaren samenwerking. Verschillende thema's zijn aangehaald: de samenwerking tussen bestuur en RCT, de samenwerkingsstructuur, de samenwerking tussen de gemeenten onderling in de adviesgroep en de kostenverdeling. Een deel van de bestuurders heeft de vragenlijst ingevuld. De leden van de adviesgroep en het RCT hebben de vragen in een groepsgesprek behandeld. Aanvullend is de Klankbordgroep Doelgroepenvervoer gevraagd om input te leveren voor deze evaluatie door de volgende vragen te beantwoorden: 1. 2.

Hoe zijn naar uw mening de ervaringen geweest van de reizigers binnen het Wmo-vervoer en leerlingenvervoer in het RegioRijdermodel? Wat zijn de voor- en nadelen van het RegioRijdermodel (een vervoercentrale en daarnaast 4 taxibedrijven)? 26

3.

Welke verbetermogelijkheden ziet u?

Tot slot is de werkgroep Leerlingenvervoer tijdens een evaluatie sessie gevraagd hoe zij de onderlinge samenwerking en de samenwerking met het RCT ervaren. Resultaten uit de evaluatie De verschillende betrokkenen zijn tevreden over de onderlinge samenwerking en de samenwerking met het RCT. Klankbordgroep Aangegeven is dat de start in 2017-18 aanvankelijk niet soepel verliep maar dat reizigers nu tevreden zijn. Er wel behoefte is aan doorontwikkeling/innovatie Bestuurders Bestuurders zijn tevreden met de samenwerking in de vorm van een Uitvoeringsconvenant en over de uitvoering daarvan. Door de goede onderlinge samenwerking is de kwaliteit van het doelgroepenvervoer de afgelopen jaren verbeterd. De wethouders geven aan dat men o.a. via het portefeuillehouders overleg (PFO) goed wordt geïnformeerd over de stand van zaken en ontwikkelingen aangaande RegioRijder. Tegelijkertijd wordt er wel aandacht gevraagd voor de informatievoorziening aan bestuurders die geen lid zijn van de stuurgroep. Zowel vanuit Bestuurders als de Adviesgroep is de wens dat het RCT meer inzet op innovatie en doorontwikkeling van het vervoerssysteem. Bestuurders zijn tevreden over de wijze van kostenverdeling, omdat het gebaseerd is op het daadwerkelijk gebruik van de voorzieningen. Deze kostenverdeling sluit ook aan bij wijze van verrekening in andere dossiers waarin gezamenlijk wordt opgetrokken.

Ambtelijk (Adviesgroep) De beleidsadviseurs geven aan dat er sprake is van een brede expertise bij het RCT. Hierdoor is er vertrouwen in het handelen. De ervaring is dat het RCT goed zicht heeft op de ontwikkelingen in het vervoerderslandschap. De rolverdeling tussen stuurgroep, ambtelijk opdrachtgever en netwerkregisseur is pragmatisch opgepakt en leidt tot goede wendbaarheid. Leden van de Adviesgroep zijn tevreden over de frequentie van het samenkomen en de wijze waarop het overleg wordt voorbereid. Door de coronacrisis zijn de voor- en nadelen van digitaal vergaderen zichtbaar geworden. De adviesgroep zou graag een hybride vergadervorm zien voor de toekomst, waarbij er een combinatie is tussen fysiek en digitaal vergaderen. Aangegeven wordt dat er weinig zicht is op de operationele afspraken die worden gemaakt met contractpartijen. Adviesgroep leden zouden bij de toekomstige samenwerking graag zien dat er meer vooruit wordt gepland ten aanzien van besluitvorming, ook in verband met de tijd die nodig is voor het in routing brengen van stukken richting de colleges. Ook is er behoefte aan heldere werkafspraken voor een efficiënte samenwerking op beleidsniveau en daarnaast het optimaliseren van een gestructureerde, digitale werkomgeving waarin stukken (zoals agenda's, rapportages, e.d.) gedeeld kunnen worden. Dit voorkomt veel mailverkeer en bevordert het houden van overzicht.

Ambtelijk (werkgroep Leerlingenvervoer) Wordt nog aangevuld eind september. Regionaal Contractmanagement Team Het RCT is tevreden over de samenwerking met bestuurders en beleidsverantwoordelijken. Zij ervaren deze als pragmatisch en wendbaar. Afstemming met de Adviesgroep werkt goed, de lijnen zijn kort en beleidsverantwoordelijken hebben kennis van zaken. Besluitvorming door individuele gemeenten kan nog wat beter worden geregisseerd, zowel door het RCT als door beleidsverantwoordelijken per gemeente. Het sturen op toegang tot en inzet van het systeem kan sterker door hetgeen gemonitord wordt per gemeente te delen met RCT.

27

Conclusies Samenwerking Hoofdstuk 9   

De verschillende betrokkenen zijn tevreden over de onderlinge samenwerking en de samenwerking met het RCT. De samenwerkingsvorm (uitvoeringsconvenant) wordt als adequaat ervaren. Bij zowel de Klankbordgroep als Bestuurders en de Adviesgroep is de wens dat het RCT meer inzet op innovatie en doorontwikkeling van het vervoerssysteem.

Aanbevelingen      

Zorg in het nieuwe Uitvoeringsconvenant voor een heldere omschrijving van de mandaatstructuur en werkafspraken. Bied als RCT meer inzicht in de contract- en operationele afspraken met de regiecentrale en vervoerders; Richt een periodiek evaluatiemoment in rondom de samenwerking, zodat tussentijds geanticipeerd kan worden op verbeterpunten. Zorg dat bestuurders die geen onderdeel zijn van de Stuurgroep goed aangesloten blijven bij de ontwikkelingen en genomen besluiten en houdt aandacht voor de zichtbaarheid van het RCT voor bestuurders die geen onderdeel zijn van de Stuurgroep. Licht de kostenverdeling zo toegankelijk mogelijk toe in het beslisdocument en beschrijf mogelijke alternatieven. Deel rapportages over toegang tot het systeem in de toekomst met het RCT.

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12267769/1