20220035771 3. Bijlage 2 Rapport RKC Second opinion EVH-1 maart 2022
Tekst van het document
Geïnspireerd door Wouter Jan Verheul e.a., Leren van stedelijke transformaties. Over sturingsdilemma’s en veerkracht in binnenstedelijke gebiedsontwikkeling, Platform31, Den Haag, oktober 2019; Geert Teisman, Licht in de samenwerking, hard in de uitvoering. Praktijkadvies aan de U10, Platform31, Den Haag, 2016.
18
Raad voor de leefomgeving en infrastructuur, Grond voor gebiedsontwikkeling. Instrumenten voor grondbeleid in een energieke samenleving, Den Haag, juni 2017; Wouter van Zandbrink en Friso de Zeeuw, Stedelijke herverkaveling. Aanpak en eerste projecten, Kadaster, maart 2017; Ministerie van BZK, Kadaster en de klankbordgroep van het stimuleringsprogramma stedelijke kavelruil, Jaarverslag stimuleringsprogramma stedelijke kavelruil, Den Haag, 5 april 2018.
24 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie
Er is relatief weinig leegstaande kantoorruimte in Haarlem. Van de huidige beschikbare kantoorruimte is 35 procent incourant en staat al langer dan drie jaar leeg. De rest is vaak voorbestemd voor transformatie en niet beschikbaar. Recent is 30 procent van de leegstand getransformeerd naar woningen. In Haarlem zijn er enige effecten van de coronacrisis op leegstand. De verwachte toename in Haarlem van 5,6 procent op 1 oktober 2020 tot 10,2 procent op 1 januari 2022 is nog relatief bescheiden.19 De kantorenmonitor 2021 laat zien dat de leegstaande kantoorruimte per januari 2021 in Haarlem 9,6% is. Er bestaat vanuit de EVH en het economisch jaarplan het voornemen om leegstand tegen te gaan met place making, pop-up initiatieven en tijdelijke invulling van leegstaand vastgoed. In de praktijk komt dit nog moeilijk tot stand vanwege vergunningverlening, veiligheid, e.d. •
De bestaande woningvoorraad intensiever gebruiken De druk op de ruimte kan verminderen als de bestaande woningvoorraad beter en intensiever gebruikt wordt. Op deze wijze blijft meer ruimte beschikbaar voor bedrijvigheid. Er zijn mogelijkheden om méér mensen in één huis te laten wonen, om méér woningen op een kavel te creëren, om bestaande woningen uit te breiden, op te toppen en te splitsen, en om de doorstroming van senioren te bevorderen. Door per buurt en wijk te inventariseren of wat wenselijk is ook mogelijk gemaakt kan worden hoeven minder nieuwe woningen gebouwd te worden. Dit vergt een actieve rol van de gemeente.
4.3.2 Talent Naast een aantal zaken waar de gemeente vanuit de EVH op inzet zijn de volgende zaken bekend vanuit de literatuur waarop de gemeente zou kunnen inzetten om jong en oud gerichter op te leiden voor en effectief te laten matchen met de arbeidsmarkt: •
Vergroot de intersectorale en interregionale arbeidsmobiliteit Als de gemeenten op een pendelafstand van 45 minuten genomen worden, vormen Amsterdam, Amstelveen, Zaandam, de Haarlemmermeer, Haarlem en Almere één regionale arbeidsmarkt.20 Om de pendel te verminderen zouden mensen makkelijker moeten kunnen verhuizen naar de plek waar ze werken, of een baan vinden in de stad waar ze wonen. Door het afschaffen, verlagen of het effectiever vormgeven van de overdrachtsbelasting, door de wachtlijsten en toewijzing van sociale huurwoningen minder een rem laten zijn om te verhuizen en door de fiscale aftrekbaarheid en/of het vergoeden van de kosten van woon- werkverkeer. De mobiliteit kan vergroot worden door middel van transitiefondsen en -instrumenten over sectoren heen in plaats van scholings- en ontwikkelingsfondsen per sector.
•
Leid gericht op voor de vervangingsvraag De meeste vacatures ontstaan door de vervangingsvraag en niet door de uitbreidingvraag. Vooral op de vraag die ontstaat omdat oudere medewerkers met pensioen gaan, kan geanticipeerd worden. Dit maakt het (theoretisch) mogelijk om op tijd voldoende mensen met de goede kwalificaties opgeleid te hebben. De gemeente, de Regionale doe-agenda, het Werkbedrijf en werkgevers kunnen op deze kenbare vervangingsvraag inspelen. Wat dit betreft zet Haarlem stappen. Twee belangrijke sectoren in de regio waarin deze vervangingsvraag een grote rol speelt, zijn zorg en techniek. Deze twee sectoren zijn actief
19
David Evers, Gertjan Slob, Jeroen Content en Frank van Dongen, Veerkracht op de proef gesteld. Een verkenning van de impact van corona
20
Thomas de Graaf, Frank van Oort, Sanne Boschman, Woon-werkdynamiek in Nederlandse gemeenten, Ruimtelijk Planbureau, Rotterdam,
op binnensteden, Planbureau voor Leefomgeving, Den Haag, 2020, blz. 53. 2008, blz. 16.
25 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie
betrokken, via de werkstructuur van de regionale aanpak arbeidsmarkt via VBZKAM en Techport, om rekening te houden met de vervangingsvraag. •
Maatwerk in vraag en aanbod Instrumenten waar deskundigen veel van verwachten, is het inzichtelijk maken van de vaardigheden van eenieder met bijvoorbeeld een vaardighedenpaspoort. Het Amsterdamse House of Skills wordt in heel Nederland gezien als een goed voorbeeld van het matchen van vraag en aanbod van werk op basis van vaardigheden. Ook het UWV heeft een skills-dashboard gelanceerd dat kan worden ingezet. De gemeente kan kijken hoe deze inzet op matching in samenwerking met het bedrijfsleven verder gestimuleerd kan worden (zie ook het volgende punt).
•
Zet in op onderwijs; om-, bij- en herscholing en een Leven Lang Ontwikkelen Besteed meer aandacht aan de kwaliteit en variatie in het onderwijs in Haarlem (vooral ook op vmbo en mbo-niveau). Stimuleer de ontwikkeling van allerlei modulaire vormen van deeltijdonderwijs zodat mensen zich kunnen bij- en omscholen, bevorder een leven lang werken en ontwikkelen door middel van individuele leerbudgetten en leer-werkcombinaties, stimuleer het aanbod van leerwerkbanen.
•
Ontmoedig leerlingen om opleidingen te kiezen die weinig arbeidskansen bieden en breng perspectiefvolle opleidingen of opleidingsmodules meer onder de aandacht. Hier worden al stappen in en voor Haarlem gezet; vanuit het leerwerkplein en straks ook het RMT is de inzet om te sturen op de kansberoepen en de aanpak van de jeugdwerkloosheid. Het praktijkleren, dat in de regio Zuid-Kennemerland nog niet werd ingezet, krijgt momenteel een impuls en is in samenwerking met NVA en SBB in gang gezet. De arbeidsmarktregio ZuidKennemerland en IJmond rolt in 2021 een regionale aanpak laaggeletterdheid uit. In de coronacrisis is gebleken van het ondersteunen van de digitalisering van het mkb nog belangrijker is dan het vóór corona al was. Door middel van trainingen, expert sessies en digitale sprints voor het mkb in samenwerking met MKB Digital Workspace en de samenwerking met het NOVA-college worden winkeliers geholpen bij het opzetten van webshops (gelinkt aan haarlemsewinkels.nl).
•
Zet bij re-integratie in op de mensen met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt Om re-integratie het meest effectief te laten zijn, kan het beste ingezet worden op de activering van mensen met de relatief grootste afstand tot de arbeidsmarkt (bijvoorbeeld omdat hun opleiding, werkervaring of competenties minder goed aansluiten bij wat er nu gevraagd wordt). Deze groep profiteert het meest van de activering. Haarlem zet al expliciet in op de mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Mensen die bemiddelbaar zijn worden via uitzendbureaus geplaatst, waarbij alleen wordt gewerkt met een fee bij plaatsing. Met de start van Simpel Switchen (juni 2021) wordt de stap van arbeidsmatige dagbesteding naar werk eenvoudiger. De Regionale doe-agenda en het convenant RWB blijven expliciet aandacht houden voor de groep mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Diverse projecten zijn opgenomen in de Regionale doe-agenda zoals GGZ en Werk en het creëren van garantiebanen.
4.3.3 Innovatie In de Second opinion EVH is een aantal punten genoemd die voor de gemeente van belang kunnen zijn bij het aanjagen van innovatie: •
Een keuze maken tussen generieke of gerichte ondersteuning van innovatie
26 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie
Gericht beleid heeft het voordeel dat de gemeente zich kan richten op terreinen met de grootste maatschappelijke baten voor Haarlem. Maar gericht beleid kan helaas nieuwe ontwikkelingen en technologieën ‘missen’ als de focus op een ander deelterrein ligt.21 Voor Haarlem zou een voorbeeld van gericht beleid zijn om afgebakend in te zetten op de transitie naar een circulaire economie- (ontwikkeling, design, marketing) en de ontwikkeling van nieuwe diensten. •
Besteed voldoende aandacht aan de vraagkant van de innovatie Het innovatiebeleid is over het algemeen nog weinig gericht op het stimuleren van de vraagkant van innovaties. Zonder actief overheidsbeleid gericht op marktcreatie komt de opschaling van innovaties niet tot stand.22 De gemeente kan hier zelf ook een vraag in spelen, als partij die veel vragen in de markt zet. Innovatie kan gestimuleerd worden door het aanpassen van wet- en regelgeving, het aanpassen van aanbestedingsrichtlijnen, normering, berekening van negatieve externe effecten, verboden, subsidies, fiscale prikkels, prijsvragen, innovatiegericht inkopen, launching customer zijn als gemeente, en het tenderen van maatschappelijke vraagstukken.
•
Zorg voor voldoende kennis bij de gemeente Om als overheid ondernemers en innovaties gericht te ondersteunen en te benutten zijn inhoudelijke expertise en betrokkenheid noodzakelijk. Gericht beleid is alleen effectief als de overheid zelf de implicaties van relevante technologische ontwikkelingen kan overzien en -tot op zekere hoogte- inzicht heeft in de kansen en beperkingen van een mogelijke ontwikkeling en innovatie. Alleen een overheid die zelf innovatief is en innoveert, is een gelijkwaardige partner voor bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen om samen te werken aan initiatieven en een innovatieve samenleving.23
•
Bouw aan duurzame relaties Bouw aan duurzame relaties met ondernemers, onderwijs- en kennisinstellingen, geef elkaar vertrouwen en ruimte, heb oog voor deelbelangen, definieer de publieke belangen duidelijk en werk gezamenlijk − als opgavegerichte maatschappelijke opgave − aan de lange termijn economische ontwikkeling van Haarlem, Zuid-Kennemerland en de MRA.
•
Stimuleer het innoveren in samenwerking Veel innovaties en vernieuwingen hangen af van de uitwisseling van ‘impliciete’, niet-tastbare en slecht gedocumenteerde (ervarings)kennis. Deze is alleen uit te wisselen in persoonlijk contacten, persoonlijke vertrouwensrelaties en tussen trusted partners in een ondernemersecosysteem of cluster. Partners waarmee in de loop van de tijd een relatie van vertrouwen en wederkerigheid is opgebouwd. Bij het innoveren in streven organisaties dan ook bewust naar de opbouw van kringen van trusted partners.24
•
Versterking (regionale) interactiemilieus Innoveren vindt plaats in de regio, d.w.z. daar waar bedrijven, wetenschappers, talent en maatschappelijke organisaties elkaar ontmoeten. Bekend is echter ook dat er op lokaal en
21
Rijksoverheid, Innovatieve samenleving, Brede maatschappelijk heroverweging, 20 april 2020, blz. 22 en 23.
22
Overheden kunnen door jarenlange, systematische overheidssteun bepaalde economisch-technologische ontwikkelingen bevorderen. Internationale voorbeelden zijn te vinden in: Mariana Mazzucato, De ondernemende staat. Waarom de markt niet zonder de overheid kan, Amsterdam, 2015. Voor Nederland zijn de overheidsinterventies (onderzoek, kennisinfrastructuur, voorlichting) sinds tweede helft negentiende eeuw een belangrijke stimulans geweest om de landbouw- en voedingssector tot één van de meest concurrerende sectoren in de wereld te maken. Recentelijk heeft de overheidsondersteuning in de coronacrisis zijn betekenis voor bedrijven en werknemers bewezen. Voor de komende jaren zou de aandacht uit kunnen gaan naar het post-COVID-herstelprogramma en naar de duurzaamheidstransities. Voor gemeenten zijn de mogelijkheden om het initiatief te nemen in innovaties veel kleiner dan voor het rijk. Al biedt het Nationaal Groeifonds mogelijkheden.
23
Rijksoverheid, Innovatieve samenleving, Brede maatschappelijk heroverweging, 20 april 2020, blz. 8 en 11; Matthijs Janssen, Marko Hekkert
24
Pim den Hertog e.a., Innoveren en ondernemen met beleid. Analytische achtergrondstudie van de beleidsdoorlichting artikel 12 (innovatie) en
en Koen Frenken, “Missiegedreven innovatiebeleid: Twee vliegen in één klap?”, in: MeJudice, 25 september 2019. 13 (ondernemingsklimaat) ministerie van Economische Zaken, Utrecht, maart 2015, blz. 27 en 28.
27 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie
regionaal niveau veel partijen actief zijn op de ondersteuning en vernieuwing van het (brede) mkb, maar dat samenhang ontbreekt.25 Lokale en regionale partijen staan daarom voor de opgave om synergie aan te brengen in hun inzet richting het bedrijfsleven. De gemeente moet bekijken hoe zij daar bij kan ondersteunen •
Kies doelbewust bepaalde bedrijven om de toegepaste innovatie te bevorderen Beleid om toegepaste innovatie te bevorderen kan aangescherpt worden door nauwkeurig te kijken naar de kenmerken van de technologie, de sector en naar het type bedrijf. Wil het bedrijf groeien en is de ondernemer ambitieus? De toegepaste innovatie kan bijvoorbeeld focussen op de groep overlevende starters van drie tot vijf jaar, op innovatoren met sterke groeiambities of op familiebedrijven met een sterke lokale en regionale binding waarvan de directeurgrootaandeelhouder snel kan beslissen. Een andere aanpak die overwogen kan worden, is om beleidsinterventies heel doelgericht te richten op de zwakke onderdelen van een cluster.26
4.3.4 Ondernemerschap In de Second Opinion economische visie is een aantal punten genoemd die voor de gemeente van belang kunnen zijn bij het stimuleren en behouden van ondernemerschap: •
Vind sleutelfiguren en sluit aan bij deze innovatieve ondernemers Om ondernemerschap te bevorderen zou de focus van de gemeente niet op sectoren, bedrijven of de markt moeten liggen, maar op sleutelfiguren onder de ondernemers. De meest kansrijke strategie is om bestaande Haarlemse ondernemers te behouden en zich te laten ontwikkelen. Dit is eenvoudiger en kansrijker dan het aantrekken van nieuwe ondernemingen. Het is daarbij van belang om de kenmerken, drijfveren, de spirits te begrijpen van de schaarse ‘echte’ (innovatieve) ondernemers. De gemeente heeft tijd en capaciteit nodig om betekenisvolle en kansrijke ‘ondernemersecosystemen’ en de gezaghebbende ondernemers daarbinnen te identificeren en om langjarig te kunnen investeren in een vertrouwenwekkende relatie. De gemeente kan mogelijkheden onderzoeken opdat Bedrijfsinvesteringszones geen gesloten zones zijn, uiteraard binnen de wettelijke kaders, en bevorderen dat de versnippering van de ondersteuningsstructuur van het brede mkb vermindert,
•
Hef belemmeringen voor ondernemers op De gemeente kan een ondernemersvriendelijke cultuur creëren door bureaucratie te bestrijden, verlagen van gemeentelijke lasten, het vereenvoudigen van de vergunningverlening, het starten van een onderneming in één dag mogelijk te maken, slimmer toezicht, het aanbestedingsbeleid creatief gebruiken, rekeningen aan kleine bedrijven in één week betalen, et cetera, et cetera. De effecten zijn niet uit te rekenen, maar dergelijke maatregelen maken mogelijk dat ondernemers zo weinig mogelijk belemmeringen ondervinden om een idee of droom in Haarlem waar te maken.
•
Rode loper aanpak bij organisatie; één gezicht Kies voor een integrale benadering van ondernemers, over alle afdelingen en diensten heen. Bijvoorbeeld in de vorm van een accountmanager die zorgt voor tijdige en integrale vergunningaanvraag (als er sprake is van meerdere vergunningen vanuit verschillende afdelingen en diensten), één vaste contactpersoon voor bedrijven, die optimaal bereikbaar is.
•
Maak functiemenging en ‘blurring’ maximaal mogelijk
25
Joost van Hoorn, Erwin Riedstra, David Louwerse, Joeri van den Ende en Janneke ten Kate, Aan de slag voor het brede mkb. Wat steden, regio’s en het Rijk voor het brede mkb kunnen doen. Lessen, aanbevelingen en praktijkvoorbeelden, Platform31, maart 2019.
26
Jan Jacob Vogelaar, Elmar Cloosterman, Erik Stam en Leonie Oosterwaal, “Economisch beleid regio: naar een missie-gestuurde ecosysteembenadering”, in: ESB, jrg, 105, nr. 4790, 8 oktober 2020, blz. 468-471.
28 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie
Functiemenging kan bevorderd worden door een bepaling in bestemmingsplannen op te nemen. Men kan ook afscheid nemen van drempelverhogende ruimtelijke ordeningsregels (maximaal 30% van de woonruimte voor bedrijf, alleen ondernemer zelf, geen reclame-uitingen, geen opslag). Zo is het in Almere mogelijk om tot 50 procent van de woning te gebruiken voor bedrijfsactiviteiten aan huis. Bovendien is het mogelijk om aan huis 25 m2 winkeloppervlakte in te richten. Het vergroten van de mogelijkheden voor functiemenging en voor blurring zijn belangrijker geworden dan voorheen, omdat vele ondernemers in de horeca, detailhandel, recreatie-en evenementenbranche en persoonlijke dienstverlening in en na de coronacrisis nieuwe businessmodellen zoeken. •
Stimuleer de avondstad De aantrekkelijkheid van de binnenstad kan vergroot worden door in de binnensteden het gat te verkleinen tussen het sluiten van de winkels en het op stoom komen van de horeca. Dit kan door de dag te verlengen (winkels langer open), de avond te vervroegen (uitgaanspubliek eerder naar de stad lokken), of het opvullen van ‘het gat’ (iets speciaals programmeren om dag-gasten vast te houden en avondgasten eerder te laten komen). In het project ‘Avondstad’ van Eindhoven, Zwolle, Den Haag en Gouda blijkt dat als een binnenstadstraat minimaal twee, liefst meer functies heeft, mensen op verschillende tijdstippen de deur uitgaan en de leefbaarheid toeneemt. Door de coronacrisis en het toekomstig herstel daarvan wint deze optie aan belang.
4.3.5 Profilering •
Profilering is niet uniek genoeg om zich te onderscheiden;
De Second Opinion economische visie stelt als profiel voor om creatieve stad van toegepaste innovatie met een inzet op bijvoorbeeld circulaire economie. Dat is weinig onderscheidend van andere gemeenten. Want voor veel steden geldt dat zij gekenmerkt worden door ‘toegepaste innovatie’ en bijna alle steden en regio’s in Nederland hebben de ‘transitie naar een circulaire economie’ als speerpunt. Alleen het succes op de andere strategische uitvoeringslijnen kan het mogelijk maken om het profiel herkenbaar te concretiseren. Vergelijking op mogelijke aanvullende factoren 4.3.6 Regionale samenwerking Bijna alle opgaven van Haarlem, de doelstellingen van de EVH en meerdere strategische uitvoeringslijnen zijn grensoverschrijdend. Regionale samenwerking is daarom zeer van belang. Ook de vier duurzaamheidsopgaven (energietransitie, voedseltransitie, transitie naar een circulaire economie en klimaatadaptatie) zullen op regionaal niveau steeds beter met elkaar verbonden worden. Haarlem is zich daarvan bewust en werkt intensief samen met de gemeenten in de regio ZuidKennemerland en IJmond en in de Metropoolregio Amsterdam. Ook in deze samenwerking zijn nog aanvullende instrumenten mogelijk: •
Kies een gemeenschappelijk doel en hou de regionale samenwerking lang vol Goede samenwerking is één van de determinanten van sterke regionale economische ontwikkeling. Auteurs van het Planbureau voor de Leefomgeving komen − op basis van een uitgebreide studie − tot acht “raderen” die van belang zijn om succesvol te zijn als regio.27 Vanuit deze analyse, een samenvatting van het denken in de internationale literatuur én een aantal uitgebreide casestudies komen zij tot acht “raderen” die van belang zijn om succesvol te zijn of worden als regio: o
27
Clusters (van samenwerkende en aan elkaar gerelateerde bedrijven);
Otto Raspe, Martijn van den Berge en Thomas de Graaff, Stedelijke regio’s als motoren van economische groei. Wat kan beleid doen?, Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag, 2017.
29 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie
o
Ondernemerschap (nieuwe bedrijven, snelgroeiende bedrijven (scale-ups), en nieuwe activiteiten van bestaande bedrijven);
o
Human capital (een goed gekwalificeerde, opgeleide en vaardige beroepsbevolking; dit verklaart de helft van de agglomeratievoordelen);
o
Kennisinfrastructuur (de kwaliteit van publieke en private onderzoeks- en onderwijsinstellingen);
o
Fysieke infrastructuur (de bereikbaarheid en connectiviteit via weg, spoor, lucht en water).
o
Financiering (vooral de financiering van economische structuurversterking en risicovolle innovaties, venture capital);
o
Governance (de kwaliteit van bestuur en hoe bestuurslagen effectief samenwerken);
o
Leef- en woonklimaat en voorzieningen (die bijdragen aan een aantrekkelijk woon-werk- en interactiemilieu).
De casussen van Europese regio’s die succesvol zijn, maken duidelijk dat de samenwerkende regionale actoren (overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven) een gedeeld doel hebben en dat lang weten vast te houden. •
Concretiseer de baten van goede regionale samenwerking Als wij voorzichtig de effecten van de intensievere regionale samenwerking in Zuid-Kennemerland en de MRA op anderhalve procent productiviteitswinst ramen, dan betekent dit voor de regio ZuidKennemerland een toename van de welvaart van € 116 miljoen per jaar en voor de inwoners een toename van 500 euro per inwoner. Voor de hele MRA gaat het om 2,5 miljard agglomeratievoordelen per jaar oftewel per inwoner een toename van 1.000 euro.28 En dat jaar in en jaar uit. Zonder dramatische beleidswijzigingen. Maar alleen maar vanuit het besef dat samenwerking loont. De strategische uitvoeringslijnen van de EVH en de urgentie van de maatschappelijke opgaven maken regionale samenwerking noodzakelijk.
•
Volg Interbestuurlijk Programma (IBP), betrek iedereen die nodig is, kies een gedeeld doel en zet de goede instrumenten in Reeds in 2018 hebben het rijk, de gemeenten, provincies en waterschappen in het IBP afgesproken om de samenwerking tussen de overheden te verbeteren rond belangrijke maatschappelijke opgaven.29 Recentelijk is in het advies van de Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen aan de hand van concrete casussen nogmaals indringend duidelijk geworden dat alléén door interbestuurlijke samenwerking de grote maatschappelijke opgaven (energietransitie, woningbouwopgave, ambulantisering ggz, betere werking arbeidsmarkt, verminderen kansenongelijkheid, transitie naar een circulaire economie, et cetera) doelmatig en effectief aangepakt kunnen worden. Tevens komt de Studiegroep met een aantal concrete handvatten om effectief samen de maatschappelijke opgaven aan te pakken. Hiermee kan ook Haarlem in de regionale samenwerking tot een meer effectieve aanpak en tot meer resultaat komen in de strategische uitvoeringslijnen (ruimte, talent, innovatie, ondernemerschap en profilering).30
4.3.7 Capaciteit en middelen voor de uitvoering van het economisch beleid
28
In 2019 is het Bbp van de Corop-regio Agglomeratie Haarlem (Zuid-Kennemerland) € 7,7 miljard en het aantal inwoners: 228.972. In de MRA
29
Programmastart IBP, Samen meer bereiken als één overheid. Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen starten met een
30
Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen, Nederland heeft één overheid nodig. Discussiedocument over vernieuwing in de
is het Bbp ongeveer € 168 miljard en het aantal inwoners: 2,5 miljoen. interbestuurlijk programma en een gezamenlijke agenda, 14 februari 2018. interbestuurlijke en Financiële verhoudingen, Den Haag, 8 april 2020; Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen, Als één overheid. Slagvaardig de toekomst tegemoet!, Den Haag, 10 september 2020.
30 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie
In de Economische agenda 2020-2024 (de concrete acties van de EVH) wordt regelmatig aangegeven dat de mogelijkheid om acties daadwerkelijk uit te voeren afhankelijk is van de beschikbaar gestelde capaciteit en middelen. Deze opmerking is begrijpelijk en terecht. In vergelijking met andere gemeenten is de capaciteit van het team Economie & Toerisme van de gemeente beperkt terwijl de doelen ambitieus zijn. Het stimuleren van toegepaste innovaties in technologie, circulariteit, kennis, creativiteit en gezondheidszorg en daarmee het bevorderen van de stuwende werkgelegenheidsontwikkeling zodat de woon-werkbalans minimaal 0,43 blijft, is verre van eenvoudig en kan niet zonder voldoende middelen en randvoorwaarden. Om enigszins kansrijk te zijn in het realiseren van de doelen van de EVH moet de ondernemersdienstverlening van hoog kwalitatief niveau zijn, dient het team Economie & Toerisme strategisch betrokken te zijn bij alle gebiedsontwikkelingen in Haarlem, moet het team langjarig mee kunnen doen als trusted partner in relevante ondernemersnetwerken, moeten de economische doelen gedeeld worden door vele andere beleidsafdelingen en zijn substantiële stimuleringsmiddelen nodig voor onder andere de vraagstimulering van toegepaste innovaties.
31 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie
5.Antwoord op de onderzoeksvragen In dit hoofdstuk worden de onderzoeksvragen beantwoord.
5.1. Economisch beleid Haarlem onvoldoende om ambitie te halen De centrale vraag voor deze second opinion was: “Is het Economisch Beleid toereikend om de beoogde werkgelegenheidsgroei te realiseren en welke invloed heeft de corona-pandemie daarop?”. Op basis van de door Platform31 uitgevoerde second opinion is het onwaarschijnlijk dat de beoogde werkgelegenheidsgroei gerealiseerd kan worden. Met name de structurele economische omstandigheden in combinatie met de beperkte fysieke ruimte en beperkte ambtelijke capaciteit maken dit onwaarschijnlijk. Door de afname van de beroepsbevolking, de vergrijzing, de vervangingsvraag, het hoge aandeel diensten, zzp’ers en flexwerkers in de economie en de lage productiviteitsontwikkeling is de structurele economische ontwikkeling in Haarlem voor de komende jaren waarschijnlijk bescheiden. Gemiddeld één procent economische groei per jaar. Aangevuld met de beperkte bevolkingsgroei in Haarlem, is er ook vanuit die hoek geen ontwikkeling te verwachten in verzorgende bedrijvigheid en banen.
Haarlem kan deze problematiek voor de economische ontwikkeling proberen te keren door te stimuleren dat méér mensen gaan werken en méér mensen langer willen gaan werken (verminderen van de armoedeval, aantrekkelijker arbeidsvoorwaarden, meer variatie en flexibiliteit in arbeidscontracten), door het onbenutte arbeidspotentieel beter te mobiliseren en vooral door de arbeidsproductiviteit te verbeteren met meer innovatie, vernieuwing, digitalisering, en beter en gevarieerder onderwijs. Hierop wordt in de EVH niet volop ingezet. Verder is de fysieke ruimte in Haarlem beperkt beschikbaar. In de EVH wordt aandacht besteed welke instrumenten Haarlem wil inzetten om daarmee om te gaan, maar een daadwerkelijke vertaling daarvan naar ruimte blijft uit. Sterker nog, de beperkte ruimte die beschikbaar is voor bedrijvigheid wordt deels ingenomen door de ambities op gebied van woningbouw. Tenslotte zijn de mensen en middelen om deze doelstellingen te halen – in vergelijking met andere gemeenten - van beperkte omvang. De structurele effecten van de coronacrisis zijn daarbij nog niet duidelijk. Wat al wel voorzichtig geconcludeerd wordt, is dat de werking van de arbeidsmarkt, het vergroten van arbeidsparticipatie, het vergroten van de arbeidsproductiviteitsontwikkeling (investeren, vernieuwen, digitaliseren, innoveren) en de bij-, om- en herscholing nóg belangrijker zijn geworden.
Sectoren die voor de coronacrisis moeilijk aan werknemers konden komen, kunnen dat nog steeds maar moeizaam. Terwijl de sectoren die lang dicht moesten (horeca, toeristische sector, evenementensector, cultuur) personeel zagen verdwijnen en bij het weer opstarten ook problemen hebben om aan voldoende personeelsleden te komen. De trends die voor de coronacrisis al waren ingezet (meer via internet winkelen, meer thuiswerken) hebben een aanzienlijke versnelling gekregen. Dit zal leiden tot een toename van de winkel- en kantoorleegstand waaraan het hoofd geboden moet worden (transformeren naar woningen, meer functies toevoegen, meer functiemenging). Om het aanpassingsproces van ondernemers mogelijk te maken (soms door de coronacrisis nog meer noodzakelijk geworden) kunnen door de gemeente nieuwe businessmodellen en functiemenging veel meer mogelijk gemaakt worden. Dit zal een bijdrage leveren aan de beoogde groei van de werkgelegenheid.
5.2. Beantwoording van de deelvragen Daarnaast zijn de volgende deelvragen gesteld.
32 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie
1. Is het doel van 0,43 werkgelegenheidsratio haalbaar met de gekozen inzet? Een belangrijk uitgangspunt én doel van de Economische Visie Haarlem (EVH) is om een woon-werk stad te zijn én te blijven. De EVH moet er aan bijdragen om niet nog meer een woonstad en een slaapstad te worden. De EVH moet er toe bijdragen om in Haarlem geen monocultuur te laten ontstaan met enkel voorzieningen en toerisme als belangrijke werkgevers. In het licht van dit uitgangspunt is het streven om de woon-werkbalans minimaal op 0,43 vast te houden (ondergrens) en deze liefst te laten toenemen tot 0,5 (streefgetal). Haarlem heeft de ambitie om vóór het jaar 2025 tienduizend woningen in acht ontwikkelzones te bouwen. Op basis van gemiddeld twee personen per woning is de verwachte bevolkingsgroei 20.000 inwoners. Om de woon-werkbalans van 0,43 baan per inwoner te behouden, moeten er in deze periode 8.600 nieuwe banen bijkomen en moeten bovendien banen die verdwijnen vervangen worden (de ontwikkelzones gaan deels ten koste van bedrijventerreinen). Op basis van het huidige beleid is het aantal banen in Haarlem in de voorgaande tien jaar met 1.500 gegroeid. Het vasthouden van de woon-werkbalans van 0,43 bij een benodigde groei van 8.600 banen is daarmee niet realistisch. Ook niet omdat het instrumentarium om deze groei wel te bereiken, beperkt is (zie beantwoording van de hoofdvraag).
Daarnaast heeft de gemeente niet of nauwelijks mogelijkheden om, als een sterke banengroei realiteit wordt, om te bevorderen dat Haarlemmers deze banen gaan bezetten. 2. Is de focus in profilering en sectoren (ook in de regionale context) een logische en kansrijke? De keuze voor de instrumenten en sectoren in de EVH is begrijpelijk en sluit aan bij de wijze waarop andere gemeenten van deze omvang bezig zijn met het economisch beleid. Tegelijkertijd zijn er op sectorniveau wel een aantal kanttekeningen te plaatsen, ook gelet op de structurele economische effecten: •
In het EVH wordt talent terecht als focus aangebracht, maar ontbreekt de brede inzet van het mogelijke arbeidsmarktinstrumentarium. De sturing op arbeidsparticipatie en productiviteit kunnen vanuit de gemeente opgepakt worden. En moet dan niet beperkt blijven door de inzet op (jong) talent behouden
•
In Haarlem zijn weinig sterk ontwikkelde clusters van bedrijven aanwezig: in vergelijking met andere steden is er niet een sector die er beter uitspringt. De focus zou daarom ook moeten liggen op het behouden van de huidige bedrijvigheid en niet op ontwikkeling van nieuwe clusters.
•
De inzet op innovatie en circulaire economie is een logische voor gemeente Haarlem, maar verdient wel aandacht in het licht van de beperkte fysieke ruimte en vergt de zware inzet van beleidsinstrumenten.
•
De ondernemersvriendelijkheid van de gemeente kan aan kracht winnen als vanuit de gemeente het netwerk nog beter bediend wordt.
3. Is het gekozen instrumentarium efficiënt en effectief (o.b.v. ervaringen elders en eigen ervaringen in het verleden) en wordt het beleid voldoende integraal benaderd? Zijn er lessen uit het verleden getrokken? In de gekozen benadering is het lastig om de efficiency en effectiviteit van het gevoerde beleid te beoordelen. Het instrumentarium is benoemd, maar (nog) niet (overal) geborgd en uitgewerkt, hetgeen ook de afspraak is geweest met de gemeenteraad. De vertaling welke afdelingen,
33 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie
personen en werkprocessen noodzakelijk gaan zijn om de ambitie te bereiken moet weerslag gaan vinden in de jaarplannen. 4. Zijn budget en capaciteit toereikend? Met de middelen die beschikbaar waren, is het beleid zoals beschreven in de EVH goed gedaan. Er is met beperkte middelen op veel zaken en met veel ambitie ingezet. De inzet op de bepalende factoren (ruimte, talent, innovatie, ondernemerschap en innovatie) zijn goed gekozen om de economie van Haarlem in de breedte te versterken. Maar om de ambities te kunnen realiseren en resultaat te boeken op de speerpunten (toegepaste innovaties, duurzaamheid, circulariteit, zorg, e.d.) zijn substantiële middelen, vaardigheden en goede organisatorische randvoorwaarden nodig. Deze conclusie maakt een discussie over ‘wat nodig is’ wenselijk en om vandaaruit de gemeenteraad keuzes te laten maken. Nu lijkt er te veel vanuit de bestaande middelen geredeneerd te zijn. Om de woon-werkbalans van 0,43 te willen behalen, zijn de bestaande middelen en inzet niet toereikend. Gechargeerd: mocht geld geen rol spelen en de overheid een leidende en trekkende rol willen spelen, dan kun je heel veel voor elkaar krijgen. Per thema of sector kun je op zoek gaan naar de gulden middenweg. De raad zou hierin actief keuzes moeten kunnen maken. 5.
Op welke manier is de raad betrokken, geïnformeerd en in positie gebracht? De raad heeft de actieve keuze om uit te gaan van de woonwerkratio van 0,43 niet kunnen maken. Er zijn geen alternatieve KPI’s voorgelegd om uit te kiezen. Er zijn daarnaast ook geen andere inhoudelijke keuzes of scenario’s voorgelegd om het de raad makkelijk te maken vanuit eigen keuze te sturen. Afgezien daarvan is de raad volop betrokken bij elke processtap en heeft zij gelegenheid gekregen om haar invloed aan te wenden. De raad heeft echter zelf weinig rekenschap gegeven en is in dit dossier weinig kritisch geweest, wat de RKC als een gemiste kans ziet.
34 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie
6.Conclusies en aanbevelingen 6.1. Conclusies op basis van het onderzoek Op basis van het door Platform31 uitgevoerde onderzoek, en de aanvullende analyse van de RKC, komen wij tot de volgende drie conclusies: 1.
Beperkte ruimte mogelijk voor gemeente Haarlem in het economisch beleid. De structurele economische factoren wijzen op beperkte mogelijkheden door enerzijds de samenstelling van de bedrijven en ligging (geen duidelijke sectoren en afhankelijkheid van economische motor Amsterdam) en anderzijds de beperkte fysieke ruimte voor verdere groei van stad en bedrijvigheid. Dat betekent niet dat er niets mogelijk is: met name in het stimuleren van arbeidsparticipatie, arbeidsproductiviteit en ondernemerschap liggen kansen voor Haarlem.
2.
Woon-werkratio is niet realistisch. De ambitie om Haarlem geen slaapstad te laten worden komt vooral tot uitdrukking in de woon-werkratio, het aantal inwoners afgezet ten opzichte van het aantal banen binnen de gemeentelijke grenzen. Haarlem heeft de ambitie om de woonwerkratio van 0,43 te behouden en bij voorkeur te verbeteren. Gegeven de groei van het aantal banen in de afgelopen tien jaar, het vooralsnog ontbreken van een vertaling van de visie naar de uitvoering, de beperkte beschikbare middelen en de verwachte bevolkingsgroei van Haarlem door de woningbouw, is het behouden van de woon-werkratio twijfelachtig.
3.
Visie-document geeft te abstracte kaders voor de uitvoering. Hoewel het proces van visievorming conform procedure is verlopen, heeft de gemeenteraad het college een te abstract kader meegegeven voor de uitvoering. In de behandeling van de economische visie is vanaf begin duidelijk dat de raad zorgen heeft over het ruimtebeslag dat nodig is om de economische visie te realiseren en met name in de realisatie van de woonwerkratio. Daar staat tegenover dat de raad ook akkoord is gegaan met deze werkwijze van het college, zonder daarmee scherpe kaders te hebben waarop zij op een later moment controle kan uitvoeren. Ook is de raad weinig pro-actief en neemt een afwachtende houding aan, wanneer informatiebehoefte niet direct door college beantwoord lijkt te worden.
6.2. Aanbevelingen voor de toekomst De aanbevelingen volgen uit de conclusies: 1.
Maak een keuze tussen minder instrumenten of meer capaciteit voor uitvoering van de economische visie De inzet die nodig is om ambities waar te maken, is niet realistisch t.o.v. de inzet die er op dit moment beschikbaar is. Maak daarom een keuze; minder doen met de relatief beperkte huidige middelen en dus prioriteren, of investeren om alle instrumenten zo optimaal mogelijk in te zetten.
2.
Kies een realistische woonwerkratio, gericht op versterking van wat er al is Het lijkt niet haalbaar de woonwerkratio te behouden. Richt op wat wel haalbaar is en zet daarbij met name in op versterking van dat wat er al is; door te stimuleren dat meer mensen
35 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie
gaan werken en langer willen gaan werken, door het onbenutte arbeidspotentieel beter te mobiliseren en vooral door de arbeidsproductiviteit te verbeteren met meer innovatie, vernieuwing, digitalisering en beter en gevarieerder onderwijs. -De meest kansrijke strategie is om bestaande Haarlemse ondernemers te behouden en zich te laten ontwikkelen. Blijvende aandacht van de gemeente is daarbij een noodzakelijke voorwaarde. Het opbouwen en onderhouden van de relatie met het Haarlems ondernemersnetwerk verdient aanbeveling. -Zorg er voor dat er meer fysieke ruimte wordt gemaakt voor werken. Zet breed instrumentarium in bij gebiedsontwikkeling om die ruimte te maken. Bijvoorbeeld bestaande ruimte in de stad voor werken inzetten. Dat kan onder andere door aanpassing van ruimtelijke ordeningsregels. -Zet in op regionale samenwerking en maak de baten ervan beter inzichtelijk. 3.
Geef opdracht voor een uitvoeringsplan dat past bij de economische visie Maak het abstracte kader van de visie concreet door er acties aan te verbinden en geef de raad op verschillende momenten de gelegenheid actief keuzes te maken voor wat (eerst) gebeuren moet. Het uitvoeringsplan geeft de raad inzicht op welke manier op alle instrumenten uit de EVH er inzet gedaan wordt, welke prioriteiten in de inzet gekozen worden en op welke manier de voortgang van deze uitvoering gemeten wordt.
36 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie
BIJLAGEN Bijlage 1 analyse van het besluitvormingsproces rond de EVH Tijdlijn Op 26 september 2019 behandelt de commissie Ontwikkeling de informatienota Economische Visie Haarlem en het Plan van Aanpak voor het opstellen van de visie. Door middel van de informatienota is de commissie op de hoogte van de aanleiding voor een nieuwe visie, het doel van de visie en de samenhang met andere visies, zoals de nieuwe mobiliteitsvisie en de omgevingsvisie31. Ook geeft het Plan van Aanpak de commissie inzicht in het proces, het participatietraject en de planning dat het college in wil gaan om te komen tot een nieuwe economische visie 32. Begin oktober 2019 ontvangt de gemeenteraad via de Raadsaam een update met de stand van zaken rondom het participatietraject en de beleidsvorming van de Economische Visie. Ook is in dit bericht in de Raadsaam aangegeven dat raadsleden als toehoorder aan kunnen sluiten bij participatiebijeenkomsten met stakeholders die tussen eind oktober en half november plaats zullen vinden, met een uitnodiging om zich aan te melden. Uit de documenten blijkt dat de participatiebijeenkomsten door een enkel raadslid is bijgewoond. Op 5 maart 2020 behandelt de commissie Ontwikkeling het concept beleidsstuk Economische Visie en de Economische Agenda 2020-2024. Het college vraagt de commissie om de EVH inhoudelijk te bespreken en vrij te geven voor inspraak.
De commissie Ontwikkeling ontvangt naast de concept beleidsstukken en het collegebesluit nog een aantal documenten, namelijk: Onderzoeksrapport Stec groep: Werken aan een toekomstbestendige economie.
Participatieverslag economische visie Haarlem..
Evaluatie economische agenda samen doen 2016.
Evaluatie acquisitie 2017-2019.
Voorafgaand aan de behandeling heeft de commissie Ontwikkeling de mogelijkheid om via e-mail vragen in te dienen. Hier is eenmaal gebruik van gemaakt. Het CDA stelt op 1 maart 2020 twee verduidelijkende vragen over de ruimte die nodig is voor de uitvoering van de economische visie. De ambtelijke organisatie beantwoordt dit op 3 maart. Op 3 maart reageert het CDA met de vraag of er het antwoord van de ambtelijke organisaties kwantitatief uitgedrukt zou kunnen worden. De ambtelijke organisatie beantwoordt deze mail op 5 maart. Tijdens de behandeling in de commissie Ontwikkeling wordt inhoudelijk gedebatteerd over de Economische Visie en worden er vragen gesteld. De voorzitter van de industriekring Haarlem (IKH) spreekt namens de IHK waardering uit voor de ambitie om een woonwerkbalans van 0,43 te behouden. Hij geeft tevens aan dat er zorgen zijn of de beschikbare ruimte in Haarlem voldoende is om aan deze woonwerkbalans tegemoet te komen. Het gesprek in de commissie richt zich vervolgens vooral op de wenselijkheid en mogelijkheid van verdichting en/ of uitbreiding van het industrieterrein Waarderpolder. Daarnaast leveren de leden van de commissie Ontwikkeling input voor de verdere ontwikkeling van de Economische Visie. Ten slotte stemt de commissie Ontwikkeling ermee in om de economische visie Haarlem vrij te geven voor inspraak.
De inspraakperiode is van 9 maart 2020 tot en met 19 april 2020. Tijdens de inspraakperiode ontvangt de gemeente één inspraakreactie. De indiener geeft aan dat ze in de Economische Visie aandacht mist voor de leefbaarheid van de stad, naast de economische ontwikkeling van de stad.
31
Informatienota Economische visie Haarlem
32
Plan van Aanpak Economische visie Haarlem, p.2
37 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie
Op 4 juni 2020 behandelt de commissie Ontwikkeling de Economische Visie Haarlem. Tijdens de behandeling spreekt de voorzitter van het MRA platform Economie schriftelijk in. Voorafgaand aan deze behandeling vraagt een commissielid op 31 mei via email op welke manier de input van de commissie Ontwikkeling van 5 maart zijn verwerkt in het de nieuwe Economische Visie. De ambtelijke organisatie beantwoord deze vraag op 3 juni. Tijdens de behandeling op 4 juni geven de commissieleden aan dat hun oproep om verder te concretiseren, onvoldoende is opgepakt door het college. Op 25 juni stelt de raad de Economische Visie Haarlem vast. Voorafgaand aan de behandeling ontvangt de raad het collegebesluit, de Economische Visie Haarlem en Nota van Beantwoording met de inspraakreactie. Maar is de raad in positie gebracht? De commissie Ontwikkeling en de gemeenteraad zijn op de juiste momenten geïnformeerd en betrokken. De raad is voorafgaand aan het proces geïnformeerd over de totstandkoming van de visie, de commissie Ontwikkeling is op sleutelmomenten betrokken bij de (concept)visie en de commissie heeft sturingsinformatie ontvangen door middel van de evaluaties en het onderzoeksrapport ‘werken aan een toekomstbestendige economie’. Ook mochten raadsleden bij participatiebijeenkomsten aanwezig zijn, zijn vragen van de raadsleden beantwoord en is de inspraakreactie gedeeld.
Hoewel de raad op de juiste momenten is aangehaakt, betekent dit niet automatisch dat de raad in positie is gebracht. De informatie die de raad ontvangt moet toegankelijk, volledig en zinvol zijn om de raad in staat te stellen om richtinggevende beleidskeuzes mee te maken. Dit is ten dele het geval. Raad is goed meegenomen wat betreft invloed en belang van de visie De raad wordt goed meegenomen in het belang van het beleid. Het is duidelijk dat de impact van de Economische Visie Haarlem groot zal zijn, onder andere omdat veel andere beleidsstukken, zoals de omgevingsvisie, de detailhandelsvisie Haarlem, Convenant Waarderpolder en de Toeristische visie Haarlem, nauw verwant zijn met dit beleidsstuk. Het college onderstreept in de informatienota het belang van de economische visie door te benadrukken dat de economische visie een richtinggevende visie is met financiële consequenties. Ook communiceert het college duidelijk over de belangrijkste ambities. Al in de informatienota is aangegeven dat de gemeente met deze visie kaders wil bieden voor een toekomstbestendige economie, het ondernemings- vestigings- en investeringsklimaat in de stad wil versterken en een werkgelegenheidsratio van 0,43 beoogt.
Volgens het college is deze woonwerkratio noodzakelijk om de stedelijke dynamiek te behouden, om woon-werk pendel beheersbaar te houden en om een gezonde arbeidsmarkt dichtbij huis te creëren33. College verschaft gedeeltelijk inzicht in het speelveld Om richting te bepalen, is het van groot belang dat de raad goed zicht heeft op waar de gemeente op dat moment staat. Wat zijn de uitdagingen en waar blinkt Haarlem in uit? Wat zijn de risico’s en welke knelpunten blijken er uit het verleden? Deze informatie wordt ten dele verstrekt. Het onderzoeksrapport van de Stec-groep bevat een analyse van de economische structuur en werkgelegenheid in Haarlem, te verwachten economische en maatschappelijke trends en handvatten voor strategieën om de beoogde werkgelegenheidsratio te behalen. Zo geeft de Stec-groep aan dat om de woonwerkratio van 0,43 te behouden zijn er minimaal 6.000 extra banen nodig zijn, waarvan 3.000-5.000 banen automatisch mee zullen groeien met het aantal inwoners. Het rapport laat tevens zien dat er een mismatch is tussen het type banen in Haarlem en de beroepsbevolking. Als kansrijke strategieën om de woonwerkratio van
33
Plan van Aanpak Economische Visie Haarlem, p. 1
38 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie
0,43 te behouden, worden twee acquisitierichtingen aangedragen. De eerste is om in te zetten op sectoren die qua opleidingsniveau goed aansluiten op de werkzame beroepsbevolking in Haarlem: advisering en zakelijke dienstverlening en overige kennisintensieve bedrijvigheid. De tweede acquisitierichting is om in te zetten op bedrijven die bijdragen aan de transitie naar een circulaire economie en om een circulaire hub te ontwikkelen. Het rapport ‘werken aan een toekomstbestendige economie’ biedt daarmee en duidelijke analyse van de stand van zaken met een stevig handelingsperspectief en helpt de raad daarmee om de positie te pakken om beleidskeuzes te maken. Een evaluatie die inzicht geeft in voorgaande beleid kan tevens stevig bijdragen aan de positionering van de raad. De commissie Ontwikkeling ontvangt voorafgaand aan de behandeling van de conceptvisie op 5 maart een evaluatie van het voorgaande beleid. De evaluatie geeft inzicht in wat er bereikt is door per doel aan te merken of het doel is behaald. Het ontbreekt echter aan overkoepelend inzicht: is met het behalen van het doel om ‘in te zetten op kwalitatief hoogwaardige evenementen’ of ‘het vragen van bedrijven en instellingen als ambassadeurs voor Haarlem voor nieuwe acquisitie’ bijgedragen aan de overkoepelende doelen? Ook ontbreekt het aan duiding bij waarom doelen wel of niet zijn behaald.
Was het niet haalbaar, miste er specifieke inzet en/of was het doel niet wenselijk]? En bovenal, wat betekent dat voor risico’s en budgetten in de toekomst? Voor het bepalen van een nieuwe visie is het goed om successen en knelpunten te kennen, vooral omdat een aantal doelen uit de Economische Visie 2040 overeenkomen met de economische agenda uit 2016. Onduidelijk of ambitie van 0,43 banen per inwoner realistisch is De ambitie om minimaal 0,43 banen per inwoner te behouden, is vanaf het begin duidelijk gecommuniceerd. Ook is duidelijk dat deze ambitie een spanning met zich meebrengt met betrekking tot de beperkt beschikbare ruimte. Het aantrekken van bedrijven vraagt namelijk ruimte en er zijn in de commissie Ontwikkeling zorgen voer groeimogelijkheden van locaties die geschikt zijn voor bedrijven en kantoorvestigingen. Bovendien zijn er in Haarlem ontwikkellocaties waarin werklocaties getransformeerd zullen worden naar woonlocaties. De commissieleden realiseren zich dat het mogelijk is dat de ambities op het gebied van wonen en ten aanzien van de ontwikkellocaties en de ambities op het gebied van werk, wellicht onverenigbaar zijn. Zo vraagt een commissielid voorafgaand aan de behandeling op 5 maart verduidelijking ten aanzien van de ruimteclaim van de economische visie.
Hij vraagt hoe de vier actielijnen uit de economische visie afzonderlijk de ruimtevraag beïnvloeden en wat de verwachte ruimtevraag is voor de realisatie van de woonvisie en de groei van het aantal inwoners. Hier volgt een antwoord op vanuit de organisatie, maar inhoudelijk wordt deze niet geheel beantwoord: zo wordt aangegeven dat het niet mogelijk is om een inschatting te maken van de concrete ruimtevraag, omdat het afhankelijk is van het type werkgelegenheid. Ook in de behandelingen van de Economische Visie uiten commissieleden meerdere malen hun zorgen over de haalbaarheid van de ruimteclaim die de economische visie doet, zeker in samenhang met de woonvisie. De commissieleden merken daarbij op dat zij behoefte hebben aan concretisering. Een commissielid geeft aan ‘De ambities zijn mooi, maar als we deze ratio willen waarborgen, dan moeten rondom bouwprojecten, ovknoppunten meer de nadruk leggen op werkgelegenheid. De vraag is: zijn we daartoe bereid en welke ambitie heeft dan prioriteit in het wonen en werken? Het beleidsstuk Economische Visie Haarlem geeft globaal richting; behoefte aan concretere uitwerking, desalniettemin stelt de raad het vast Een groot deel van doelstellingen en acties in de Economische Visie Haarlem en de Economische Agenda 2020-2024 zijn overwegend abstract. De strategieën en acties richten zich met name op zaken zoals ‘faciliteren’ en ‘stimuleren’.
Het ontbreekt aan concrete uitwerking: het is niet duidelijk hoe de gemeente de ambities wil bereiken. Tegelijkertijd is het wel duidelijk dat de concrete ambitie om een werkgelegenheidsratio van 0,43 te behouden een stevige ambitie is. Bovendien bevat deze ambitie een
39 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie
grote ruimteclaim. Gezien de beperkt beschikbare ruimte in Haarlem is het aannemelijk dat het realiseren van deze ambitie om stevige keuzes vraagt. Gedurende het proces van de totstandkoming van de visie merken commissieleden meerdere malen op dat het abstractieniveau van de visie en de agenda wat hen betreft te hoog is. Commissieleden geven te kennen dat ze behoefte hebben aan concretisering, met name rondom de ruimteclaim. Bij de eerste en tweede behandeling van de Economische Visie wordt het college een aantal keer opgeroepen om de visie op een aantal punten verder te concretiseren. Het CDA vraagt voorafgaand aan de behandeling op 4 juni op welke manier de reacties vanuit de commissie Ontwikkeling van 5 maart 2020 zijn verwerkt. Volgens de organisatie vormden veel van de opmerkingen die gemaakt zijn in de behandeling een bevestiging op de visie die er al ligt. Dat wat nog wel weinig aandacht krijgt in de economische visie, zal in de toeristische koers en in visieplannen voor detailhandel en horeca worden uitgewerkt. Tijdens de behandeling op 4 juni geven de commissieleden aan dat de oproep om verder te concretiseren, onvoldoende is opgepakt door het college. Zo geeft een commissielid aan: ‘er zijn wel wat opmerkingen toegevoegd wat betreft corona en dat we eventueel rekening moeten houden met eer leegstand, maar ook de invulling daarvan: geen harde keuzes.
[we] blijven zitten met het gevoel: wat is er met onze zienswijze gebeurd?’34. Desalniettemin besluit de commissie Ontwikkeling dat de Economische Visie Haarlem voor vaststelling naar de raad gestuurd kan worden. In de behandeling op 25 juni door de raad wordt opnieuw opgemerkt dat raadsleden concretisering missen. Het college geeft aan dat het beleid in de jaarplannen en andere beleidsstukken concreter uitgewerkt zal worden. De raad stelt de visie vast, met het voornemen om in de gaten te houden of deze concretisering in deze beleidsplannen terugkomt. Raad maakt geen harde beleidskeuzes Er bestaat een spanning tussen visievorming en het bepalen van concrete acties zoals vertaling naar andere beleidsinstrumenten. Een visie bestaat uit punten op de horizon waar de gemeente naar toe wil werken. Tegelijkertijd vraagt een visie ook om richtinggevende keuzes, vooral op het moment dat bekend is dat er rond ruimteclaim keuzes zijn te maken. Concrete informatie hierover stelt de raad namelijk in staat om keuzes te maken over welke functie (wonen of werk) prioriteit heeft op bepaalde plekken, of er wellicht ruimte voor werk benut kan worden net buiten de gemeentegrenzen en in welke mate OV -en fietsbereikbaarheid aandacht vragen.
In de behandelingen dragen commissie -en raadsleden deze onderwerpen wel aan, maar men gaat er niet over in discussie en maakt tevens – gevoed door het gebrek aan duidelijke informatie- geen keuzes over deze onderwerpen. Uiteraard is het nemen van kaderstellende beslissingen het resultaat van een samenspel tussen raad en college. Het college heeft (gedeeltelijk) zinvolle sturingsinformatie aangeleverd: is het kaderstellen dan niet aan de raad? Vanuit kennis en expertise kan een deel van de concretisering waarschijnlijk het beste worden overgelaten aan college en organisatie. Maar tegelijkertijd, wanneer info mist, wanneer geen keuzes gemaakt worden. De raad heeft er echter wel zelf voor gekozen om het beleid vast te stellen, en de concretisering daarmee uit te stellen. Raad vraagt aandacht voor specifieke onderwerpen, deze worden uitgewerkt in andere beleidsstukken Tevens is in de verschillende behandelingen aangegeven dat de raadsleden in de visie graag meer aandacht zien voor de binnenstad en winkelleegstand, de detailhandel en de horeca. De ambtelijke organisatie geeft aan dat de onderdelen detailhandel en horeca nader zullen worden uitgewerkt in het Actieplan Detailhandel en Horeca. De ontwikkelingen rondom toerisme zullen worden uitgewerkt in de
34
Transcript behandeling 4 juni.
40 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie
toeristische Koers en de ambities voor Waarderpolder worden vastgelegd in een nieuw Convenant Waarderpolder35.
Raad zeer globaal op de hoogte van risico’s Het college geeft in maart 2020 aan dat het ruimtegebrek in de ontwikkelzones een mogelijk risico is voor een succesvolle uitvoering van de economische visie. Daarnaast geven ze aan dat beperkingen in capaciteit en middelen en de afhankelijkheid van externe partijen in dit domein risicofactoren vormen. Uit de behandelingen in de commissie Ontwikkeling blijkt dat de commissieleden het ruimtegebrek in de ontwikkelzones ook als risico zien. De commissieleden willen hier graag meer informatie over. Dit wordt niet verschaft. Raad zeer globaal op de hoogte gesteld van financiële consequenties, mede door corona Het college gaf in maart 2020 aan dat de visie en de economische agenda ambitieus zijn en vragen om investeringen vanuit overheid, bedrijven en andere stakeholders in de stad. De beschikbare capaciteit en middelen uit de programmabegroting 2020 worden ingezet om een groot deel van de agenda uit te voeren. Om het economisch potentieel optimaal te faciliteren vanuit de overheid zijn volgens het college aanvullende middelen en capaciteit nodig. De zaken die extra middelen en capaciteit behoeven, staan apart opgenomen bij de acties 2020-2024. In juni 2020 blijkt dat er als gevolg van de coronacrisis in 2020 en 2021 geen financiële ruimte is voor de aanvullende capaciteit en middelen.
Bij behandeling van 4 juni hebben commissieleden aandacht voor de consequenties van deze beperkingen in capaciteit en middelen op de acties die wel of niet kunnen worden uitgevoerd. Het college geeft aan dat er in de doorvertaling van de Economische agenda 2020-2024 naar het economisch jaarplan 2021 prioriteiten zullen worden gesteld die passen binnen de bestaande capaciteit en middelen. Er is echter niet aangegeven welke prioritering dit zou zijn, en welke zaken de meeste prioriteit hebben36. De wethouder geeft in de behandeling op 4 juni aan dat de gemeente eerst zal moeten inventariseren wat de financiële gevolgen zijn van de coronacrisis, alvorens te besluiten waar het budget wel of niet aan zal worden besteed.37 Corona De Economische Visie Haarlem is grotendeels tot stand gekomen in de periode voor de coronacrisis. Half maart 2020 deed de coronacrisis zijn intrede in Nederland. Hoewel de coronacrisis veel onzekerheid met zich meebrengt, is het zeker dat de pandemie gevolgen zal hebben op de economie. Het college communiceert hier duidelijk over. Het college geeft aan dat de Economische Visie Haarlem nog steeds relevant is en inhoudelijk invulling zal geven aan het economisch herstel na de coronacrisis. Daarnaast zullen raad en college een vinger aan de pols kunnen houden door middel van de Corona Impact Monitor, zodat er indien noodzakelijk snel bijgestuurd kan worden.
Ten slotte is besloten om economische jaarplannen op te stellen, zodat flexibel ingespeeld kan worden op veranderende omstandigheden.38
35
Collegebesluit ‘XXX’.
36
Raadstuk vaststellen Economische visie Haarlem, p.2
37
Transcript commissie Ontwikkeling 4 juni 2020
38
Raadstuk vaststellen Economische visie Haarlem, p.2
41 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen
rekenkamercommissie Bijlage 2 onderzoeksrapport Platform31 Separaat document vanwege omvang.
42 RKC rapportage Woon-werk balans gewogen