20210744604 4. Bijlage III a Landelijk onderzoek MBO stagediscriminatie
Tekst van het document
AUTEURS Hanneke Felten Maaike van Rooijen Leyla Reches René Broekroelofs
Januari 2021
MBO-STAGEDISCRIMINATIE VOORKOMEN EN AANPAKKEN: WAT KAN WERKEN?
Inhoud
1
2
3
4
Inleiding
3
1.1
Onderzoeksvragen
3
1.2
Opzet van het onderzoek
4
De huidige situatie
6
2.1
Stages in het mbo
6
2.2
Herkennen van stagediscriminatie door onderwijsprofessionals
6
2.3
Het melden van stagediscriminatie
7
2.4
De huidige aanpak van stagediscriminatie
8
2.5
Aanvullende aanpakken
9
Stagediscriminatie verminderen en gelijkheid bevorderen: Wat zou kunnen werken?10 3.1
Werkzaam mechanisme: elkaar leren kennen
10
3.2
Werkzaam mechanisme: objectief werven en selecteren
13
3.3
Werkzaam mechanisme: het gesprek aangaan als ‘omstander’
14
3.4
Werkzaam mechanisme: sociale normen en verantwoording afleggen
16
3.5
Werkzaam mechanisme: bewustwording
18
Samenvatting
19
Bronnen
21
Mbo-stagediscriminatie voorkomen en aanpakken: wat kan werken?
2
1
Inleiding
1. Stagediscriminatie is een lastig probleem waar het mbo al
stagediscriminatie is daarmee een belangrijke uitdaging.
een tijdje mee worstelt. Hoe vaak het precies voorkomt is niet
Tot nu toe is er nog weinig bekend over effectieve manieren om
bekend. Wel is bekend dat bij jongeren op het mbo met een
stagediscriminatie te verminderen. Op het gebeid van arbeids-
niet-westerse migratieachtergrond de kans dat zij minimaal vier
marktdiscriminatie is daarentegen al veel (internationaal) onder-
keer moeten solliciteren voor een stageplek 2,6 keer zo groot is
zoek gedaan naar effectieve interventies (Visser & Felten, 2018;
als bij jongeren zonder migratieachtergrond (ROA, 2018). Als
Thijs, 2019). Dit jaar deed TNO een omvangrijke Delphi-studie
er gekeken wordt naar verklaringen voor dit verschil, blijft 25
waarin zij de ‘stand van de wetenschap’ presenteren over hoe
procent onverklaarbaar. Ook als er rekening gehouden wordt
arbeidsmarktdiscriminatie het beste aangepakt kan worden
met regio, leerweg, opleidingsniveau, opleidingssector, geslacht,
(Hulsegge, Emmert & Verhoef, 2020). Verschillende bedrijven
leeftijd en gemiddeld eindexamencijfer. Dan hebben jongeren
maken ook al concrete vorderingen in het voorkomen van discri-
met een migratieachtergrond nog ongeveer 2,2 zoveel kans om
minatie, zoals bijvoorbeeld de uitzendbureaus van de ABU.
minimaal vier keer te moeten solliciteren naar een stageplek (ROA, 2018). Het verschil wordt dus waarschijnlijk veroorzaakt door discriminatie.
1.1 Onderzoeksvragen
Uit onderzoeken naar de arbeidsmarkt weten we namelijk dat een
Op het terrein van de aanpak van arbeidsmarktdiscriminatie zijn
Nederlands klinkende achternaam meer kans geeft om door de
recent veel vorderingen gemaakt. De vraag die nog open staat,
briefselectie te komen. Hierbij lopen de cijfers enigszins uiteen:
is wat er gedaan kan worden om stagediscriminatie op het mbo
uit onderzoek van Blommaert, Coenders en Van Tubergen (2014)
effectief aan te pakken. Om deze vraag te beantwoorden hoeft
komt naar voren dat sollicitanten met een Nederlands klinkende
niet vanaf nul gestart te worden. Er kan worden voortgeborduurd
achternaam 60 procent meer kans heeft om door de selectie
op werkzame mechanisme uit de wetenschap voor het vermin-
te komen dan sollicitanten met een Arabisch klinkende achter-
deren van (arbeidsmarkt)discriminatie. Tegelijkertijd moet er
naam. Uit ander onderzoek blijkt dat mensen zonder migratie-
rekening worden gehouden met de context van de stagemarkt,
achtergrond 40 procent meer kans hebben om geselecteerd te
waarbij verschillende actoren betrokken zijn, namelijk werkge-
worden dan sollicitanten met een niet-westerse migratieachter-
vers, onderwijsprofessionals en studenten.
grond (Thijssen, Coenders & Lancee, 2019) Hoewel de cijfers en onderzochte doelgroep per onderzoek verschillen, komt er
Onze hoofdvraag luidt daarom:
in ieder onderzoek waarin uitgetest wordt of er gediscrimineerd wordt op de arbeidsmarkt naar voren dat mensen zonder migra-
Welke aanpakken zouden kunnen werken om stagediscriminatie
tieachtergrond meer kans hebben om door een eerste ronde van
te verminderen, op basis van wat bekend is over een effectieve
een selectieproces te komen (zie ook bijvoorbeeld: Andriessen,
aanpak van arbeidsmarktdiscriminatie?
Nievers, Faulk & Dagevos, 2010; Andriessen, van der Ent, van der Linden & Dekker, 2015; Panteia, 2019).
Om deze vraag te beantwoorden hebben we in de wetenschappelijke literatuur bekeken welke werkzame mechanismen
Het is daarmee zeer aannemelijk dat ook discriminatie bij
bekend zijn om arbeidsmarktdiscriminatie te verminderen. We
het vinden van een stage een probleem is dat gelijke kansen
hebben een deel van deze aanpakken voorgelegd aan betrokke-
voor jongeren in de weg staat. Een effectieve aanpak van
nen, namelijk onderwijsprofessionals, werkgevers en stakehol-
Mbo-stagediscriminatie voorkomen en aanpakken: wat kan werken?
3
ders. Dan gaat het om de MBO Raad (brancheorganisatie van
ideeën bij een kleine groep betrokkenen getoetst, maar om de
de scholen in het middelbaar beroepsonderwijs en de volwas-
toepassing verder uit werken raden we aan om een bredere
seneneducatie), SBB (samenwerkingsverband van het middel-
groep van experts en professionals te raadplegen. Idealiter
baar beroepsonderwijs en werkgevers) en het ministerie van
wordt ook onderzocht wat de effecten van een gekozen aanpak
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
in de praktijk zijn.
Wat is stagediscriminatie?
1.2 Opzet van het onderzoek
Discriminatie is het nadelig behandelen van personen omdat zij behoren, of gerekend worden, tot een bepaalde groepering
We hebben in dit onderzoek de volgende stappen doorlopen:
(Andriessen, Nievers, Faulk & Dagevos, 2010). Deze definitie sluit nauw aan bij de definitie in het wetboek van strafrecht:
1. Literatuuronderzoek (a) We hebben de (wetenschappelijke) literatuur over wat werkt
‘Discriminatie is elke vorm van onderscheid, elke uitsluiting,
om arbeidsmarktdiscriminatie te verminderen in kaart gebracht.
beperking of voorkeur, die ten doel heeft of ten gevolge kan
We hebben gedistilleerd wat werkzame mechanismen zijn.
hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet
Hiermee bedoelen we die processen die ertoe leiden of eraan bijdra-
van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamen-
gen dat een gewenst effect optreedt (Bool, Felten & Rensen, 2019);
tele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel
(b) We hebben in kaart gebracht wat bekend is over
terrein of op andere terreinen van het maatschappelijk leven,
stagediscriminatie.
wordt teniet gedaan of aangetast.’ 2. Kwalitatief onderzoek Essentieel is dus dat het bij discriminatie gaat om onder-
(a) We hebben achttien individuele semigestructureerde inter-
scheid maken op basis van een kenmerk dat niet relevant is
views met mbo-onderwijsprofessionals gehouden. Hiermee
in een bepaalde kwestie. Bijvoorbeeld: een student weigeren
wilden we de ervaringen van onderwijsprofessionals met stage-
als stagiair vanwege zijn afkomst is discriminatie. Afkomst is
discriminatie in beeld te brengen. Deze onderwijsprofessio-
immers een factor die er niet toe doet. Een ander voorbeeld is
nals zijn geworven via de website van verschillende mbo’s in
als een student wordt afgewezen voor een functie omdat zij
Nederland en via contactpersonen van de onderzoekers. Ook
een hoofddoek draagt (College voor de Rechten van de Mens,
hebben we een groepsinterview gedaan waaraan vier onder-
2016). Wanneer iemand anders wordt behandeld, vanwege
wijsprofessionals hebben deelgenomen. De respondenten zijn
een kenmerk dat wél relevant is in de context, dan is er geen
allemaal werkzaam op een mbo en betrokken bij de stagepro-
sprake van discriminatie. Zoals wanneer een student afge-
cedure, namelijk bpv-coördinator, stagebegeleider, stagecoör-
wezen wordt voor een stage omdat zij bijvoorbeeld te laat is
dinator of leerwerkcoach. De respondenten zijn verbonden aan
op het sollicitatiegesprek of hij bijvoorbeeld geen antwoor-
verschillende opleidingen verspreid over Nederland, zowel in de
den op de vragen weet in het gesprek (Felten, Taouanza,
G4 steden als mbo’s in Noord- en Zuid Nederland. De profes-
Broekroelofs, Vijlbrief & Cankor, 2020). Discriminatie gaat
sionals zijn werkzaam bij diverse opleidingen, zoals hospita-
over het ongelijk behandelen van gelijke gevallen.
lity, administratieve- en juridische dienstverlening, commerciële dienstverlening, ICT, detailhandel en pedagogisch werk.
Er zijn verschillenden gronden waarop iemand gediscrimi-
Deelname aan een interview was op vrijwillige basis, dus het is te
neerd kan worden. In dit rapport focussen wij op discrimina-
verwachten dat vooral onderwijsprofessionals hebben meege-
tie op grond van afkomst en religie. Ook focussen we op de
daan die geïnteresseerd zijn in het thema. In deze interviews
stagediscriminatie die plaats vindt in het mbo.
hebben we met name twee dingen gedaan:
VOOR WIE IS DEZE NOTITIE? Deze publicatie is bedoeld voor beleidsmakers in het mbo en bij de (lokale) overheid die stagediscriminatie een halt willen
• Nagevraagd hoe zij tegen stagediscriminatie aankijken, of ze met stagediscriminatie te maken hebben.
• Een aantal bekende werkzame mechanisme in de aanpak van arbeidsmarktdiscriminatie die voor onderwijsprofessionals
toeroepen. Het geeft een beeld van wat er al bekend is uit de
relevant zijn, aan hen voorgelegd met de vraag of zij denken
literatuur over de arbeidsmarkt en mogelijke toepassing op de
dat deze toegepast zouden kunnen worden om stagediscri-
mbo-stagemarkt. Deze notitie is bedoeld als startpunt op basis
minatie te verminderen.
waarvan mbo’s een onderbouwde afweging kunnen maken welke aanpakken verder uitgewerkt moeten worden. Wij hebben de Mbo-stagediscriminatie voorkomen en aanpakken: wat kan werken?
4
(b) Daarnaast zijn er twee individuele interviews en één groepsinterview met zes werkgevers gehouden. Deze werkgevers zijn allen aangesloten bij een lokaal diversiteitsnetwerk en daarom al bekend en betrokken bij de thematiek. Zij vormen dus geen afspiegeling van de werkgevers in Nederland, maar hun visie is wel van meerwaarde omdat zij aan kunnen geven wat wel en niet haalbaar is in de praktijk. Aan de werkgevers zijn een paar aanpakken om arbeidsmarktdiscriminatie tegen te gaan voorgelegd. In verband met de beperkte tijd van het groepsinterview hebben we gekozen voor die aanpakken die nog vrij onbekend zijn bij werkgevers. 3. Vergelijken We hebben de uitkomsten van het kwalitatieve onderzoek samen met de literatuur over wat bekend is over stagediscriminatie, naast de kennis gelegd over wat werkt tegen arbeidsmarktdiscriminatie. Zo zijn we gekomen tot vijf werkzame mechanismen die arbeidsmarktdiscriminatie verminderen en die mogelijk ook zouden kunnen werken om stagediscriminatie te verminderen. 4. Check bij stakeholders Een concept van dit rapport hebben wij voorgelegd en besproken met stakeholders: de MBO Raad, SBB, ministerie SZW en ministerie van OCW. We hebben gevraagd hoe zij denken het mechanisme te kunnen toepassen in de mbo-stagemarkt, of het mechanisme al toegepast wordt en waar het nog verder toegepast zou kunnen worden.
Mbo-stagediscriminatie voorkomen en aanpakken: wat kan werken?
5
2
De huidige situatie
2. In dit hoofdstuk beschrijven we wat bekend is over stagedis-
voor de beschikbaarheid van een beroepspraktijkvormingsplaats
criminatie in het mbo en welke aanpakken al ingezet worden.
(Klooster, Koçak & Day, 2016)
We beschrijven hoe studenten stages zoeken (2.1), in hoeverre onderwijsprofessionals stagediscriminatie herkennen (2.2) en
Binnen de verschillende fases van de bpv kan er sprake zijn van
wat bekend is over het melden (2.3). Tot slot bespreken we de
discriminatie, zowel tijdens het zoeken naar een stage (pre-en-
huidige aanpak om stagediscriminatie te verminderen (2.4),
try), als tijdens de stageperiode. Studenten geven met name
waarbij we aandacht hebben voor preventie, signalering en
aan discriminatie te hebben ervaren tijdens het zoeken naar een
aanvullende aanpakken.
stageplek. Tijdens de stageperiode komt dit volgens de studenten minder voor (Van Rooijen & De Winter-Koçak, 2018). In deze
2.1 Stages in het mbo Stages zijn een groot onderdeel van mbo-opleidingen. Het leren in de praktijk, de beroepspraktijkvorming (bpv) wordt in het mbo in de leerwegen op verschillende manieren vormgegeven. In de beroepsopleidende leerweg (bol) bestaat 20 tot 60 procent van de opleiding uit stages, de rest wordt gevuld met reguliere lesuren
notitie richten we ons alleen op ervaren discriminatie tijdens het zoekproces van de stage, niet tijdens de stage zelf.
2.2 Herkennen van stagediscriminatie door onderwijsprofessionals
(Hermanussen et al., 2017). Bij de bbl-opleidingen bestaat meer
Binnen het onderzoek zijn het perspectief en de ervaringen van
dan 60 procent van de opleiding uit stages in de vorm van een
onderwijsprofessionals met stagediscriminatie besproken. Alle
baan in een leerwerkbedrijf. Deze bbl-studenten worden vaak als
onderwijsprofessionals geven aan dat volgens hun stagedis-
werknemer aangesteld, terwijl de bol-studenten die stage lopen
criminatie voorkomt in Nederland, maar slechts een klein deel
als ‘extra’ worden gerekend in een bedrijf (Hermanussen et al.,
benoemt dat ze dit hebben ervaren bij hun eigen onderwijsin-
2017).
stelling. Over de omvang van het probleem zijn de meningen verdeeld; het merendeel van de onderwijsprofessionals benoemt
De bpv telt altijd drie fasen: de eerste fase is de voorbereiding en
dat zij denken dat het geen groot probleem is in Nederland, maar
de ‘matching’, de tweede begeleiding en de derde de beoordeling
wel voorkomt. Een paar onderwijsprofessionals geven aan geen
(SBB, 2020). De voorbereiding komt veelal terug in de LOB-lessen
inschatting van de omgang te kunnen maken. Een drietal profes-
op het mbo. Onderwijsprofessionals geven aan dat daarbij veel
sionals zegt dat het een groot probleem is in Nederland.
aandacht wordt besteed aan het opstellen van een CV, het voeren van een sollicitatiegesprek en het gedrag tijdens de stage. Hoe
Het is voor onderwijsprofessionals lastig om te herkennen in
studenten zoeken naar een stage wordt door onderwijsinstel-
hoeverre vooroordelen en discriminatie een rol spelen bij de zoek-
lingen verschillend ingericht. Voorbeelden zijn het organiseren
tocht naar een stage door studenten. Bij individuele studenten is het
van stagemarkten, matching of het verspreiden van een lijst
lastig om zekerheid te hebben of het echt om discriminatie gaat of
met potentiële stageplekken. Op veel mbo-instellingen moeten
dat er andere factoren meespelen die ervoor zorgen dat een student
studenten zelf zoeken via stagemarkt.nl of in hun eigen netwerk
minder snel een stageplek vindt of afgewezen wordt voor een stage
(Klooster et al., 2016). In de Wet Educatie en Beroepsonderwijs
(KBA, 2019). Discriminatie tijdens de stage is voor studenten, maar
(WEB) is vastgelegd dat de onderwijsinstelling zorg moet dragen
ook voor onderwijsprofessionals, wel makkelijker te herkennen.
Mbo-stagediscriminatie voorkomen en aanpakken: wat kan werken?
6
De onderwijsprofessionals in het huidige onderzoek benoemen
discriminatie beter herkennen. Ze zijn er bewuster mee bezig en
wederom dat het herkennen van discriminatie bij individuele
signaleren het daarmee sneller, ze maken ook sneller de keuze
gevallen een moeilijke kwestie blijft. De uitingen van discrimi-
om het gesprek aan te gaan met studenten over het onderwerp.
natie worden namelijk niet expliciet door werkgevers benoemd. Ook voor studenten zelf blijft het soms de vraag of ze zijn afgewezen op basis van bijvoorbeeld hun achternaam of dat er andere factoren een rol spelen, zoals een andere kandidaat die meer geschikt is of een minder goed sollicitatiegesprek. Bij het zoeken naar een stage blijft het voor de onderwijsprofessionals
“Ik herken het beeld, en ik heb het zelf 1 keer meegemaakt. Als iemand met een migratieachtergrond is het voor mij makkelijk om met de studenten erover te praten vanwege de herkenning, ik deel mijn eigen ervaringen ook met hen. Ik geef ze altijd mee: als iemand je niet wil, dan
dan bij een vermoeden of gevoel dat vooroordelen of discrimi-
zou je daar zelf ook niet moeten willen werken. Je moet je
natie een rol speelden. Dit weerhoudt professionals ook om
geaccepteerd voelen en met plezier ergens naartoe gaan.”
stappen te zetten als studenten worden afgewezen bij een stage
[onderwijsprofessional]
(zie ook Klooster, Koçak & Day, 2016).
“Wel hebben we een docent met migratieachtergrond, en die zijn er scherper op en gaan ook sneller het gesprek
“In hoeverre is het je afkomst en in hoeverre is het wat je als persoon laat zien waarop je afgewezen wordt. Het is niet zo zwart-wit. Je weet niet waar het aan ligt. In hoeverre word je op je mailtje/briefje afgewezen. Ik durf
aan.” [onderwijsprofessional] Verder benadrukken de onderwijsprofessionals in dit onderzoek dat het allerbelangrijkste is dat elke student een stageplaats
ook niet te beweren dat het niet zo is, het is moeilijk om
vindt. Zeker in branches waar een tekort aan stageplekken is.
het echt te achterhalen. Niet om je daarachter te verschui-
De focus van de onderwijsprofessionals ligt voornamelijk op het
len, maar het is moeilijk om daar heel zwart-wit in te zijn.”
vinden van een stageplaats, waarbij er minder tijd wordt besteed
[onderwijsprofessional]
aan de bedrijven waar de studenten niet terecht kunnen. Hierbij focussen ze zich liever niet op het negatieve, maar gaan ze op
Onderwijsprofessionals geven aan dat studenten wel eens
zoek naar een andere plek voor de student.
benoemen dat ze denken te zijn afgewezen bij een stagebedrijf op basis van bijvoorbeeld hun achternaam. Onderwijsprofessionals geven voorbeelden dat studenten vertelden dat dat ze geen stageplek vinden omdat ze een hoofddoek dragen of vanwege hun achternaam. De onderwijsprofessionals zijn van mening dat door studenten snel wordt geroepen dat er sprake is van discriminatie, terwijl andere factoren ook een rol kunnen spelen. Een enkeling ziet het als excuus waarom studenten nog geen stageplek gevonden hebben. Onderwijsprofessionals gaan daarom meestal niet in op deze uitspraken van studenten over
“Ik denk dat er genoeg diversiteit is in ons beroepenveld om voor iedereen een plek te vinden. Ik veroordeel het wel, even voor de duidelijkheid, maar vind het ook moeilijk er iets aan te doen.” [onderwijsprofessional]
2.3 Het melden van stagediscriminatie
discriminatie; er wordt niet verder doorgevraagd of actie onder-
Als de student afgewezen wordt en de student vermoedt dat dit
nomen. Deze houding van de onderwijsprofessionals lijkt niet
komt door zijn of haar afkomst (of andere niet-relevante kenmer-
typerend voor hun beroepsgroep maar eerder passend bij een
ken zoals sekse, religie, seksuele voorkeur of een beperking die
maatschappelijke trend: recent onderzoek naar discriminatie in
niet beperkend is voor de betreffende stage) dan kan dit gemeld
het algemeen laat eveneens zien dat 70 procent van de mensen
worden op verschillende plekken. Studenten kunnen dit aller-
vindt dat er tegenwoordig te snel geroepen wordt dat iets discri-
eerst bij docenten van hun school melden. In ons huidige onder-
minatie is. De onduidelijkheid over de afbakening van het begrip
zoek blijkt dat onderwijsprofessionals (bijna) geen meldingen
discriminatie zorgt ervoor dat discriminatie-ervaringen minder
ontvangen van studenten over stagediscriminatie. Zoals boven
serieus worden genomen (den Ridder, Andriessen, & Dekker,
beschreven is het voor onderwijsprofessionals lastig om in te
2017).
schatten of er echt sprake is van discriminatie en mede daardoor handelen ze niet per se naar de verhalen van de student (het gaat
Een onderwijsprofessional die zelf een migratieachtergrond
in dit geval niet om een officiële melding).
heeft, geeft aan wel met studenten in gesprek te gaan over dit onderwerp, omdat ze discriminatie zelf heeft meegemaakt.
Daarnaast is er voor studenten een meldpunt ontwikkeld bij
Twee bpv-coördinatoren zonder migratieachtergrond geven
het SBB, waar studenten kunnen vertellen over hun ervaringen
ook aan dat ze zien dat collega’s met een migratieachtergrond
met discriminatie. SBB geeft aan dat meldingen actief worden
Mbo-stagediscriminatie voorkomen en aanpakken: wat kan werken?
7
opgepakt, samen met de onderwijsinstelling. Het resultaat kan daarbij zijn dat de erkenning van een bedrijf als stageplek wordt ingetrokken. Ook hier komen echter weinig meldingen terecht: het landelijke Meldpunt Stagediscriminatie van het SBB heeft
2.4 De huidige aanpak van stagediscriminatie
bijvoorbeeld in het schooljaar 2018/2019 slechts 62 meldin-
Er zijn diverse aanpakken ontwikkeld om stagediscriminatie
gen ontvangen. Uit eerder onderzoek blijkt dat studenten niet
te voorkomen of te verminderen. Dit zijn zowel aanpakken die
melden, omdat zij denken dat het geen zin heeft en/of er geen
stagediscriminatie zo veel mogelijk willen voorkomen (preven-
vertrouwen in hebben dat hun klacht serieus behandeld wordt
tie) (2.4.1) en aanpakken gericht op het beter signaleren, bespre-
(Klooster et al., 2016). Dit komt overeen met andere onderzoe-
ken en oppakken van stagediscriminatie (2.4.2.).
ken: uit research van de politie komt naar voren dat slachtoffers van moslimdiscriminatie verwachten dat het geen zin heeft om
2.4.1 PREVENTIE
te melden (Van Es, 2016). De belangrijkste reden voor slachtof-
Om stagediscriminatie te voorkomen, zijn er inmiddels een
fers om discriminatie niet te melden bij het zoeken naar werk,
aantal initiatieven ontwikkeld:
is dat men denkt dat dit geen zin heeft (Andriessen, Fernee, & Wittebrood, 2014)). Een andere mogelijke reden is dat men
• Workshops door SBB aan leerwerkbedrijven. De adviseurs
van SBB geven workshops voor beginnend praktijkbegelei-
soms zo gewend is aan discriminatie, dat men niet meldt (Van
ders van leerwerkbedrijven. Daarin komen allerlei aspecten
Es, 2016) of het niet belangrijk genoeg vindt (Andriessen et al.,
aan bod, waaronder selecteren zonder vooroordelen en gelijk-
2014). Daarnaast is het slachtoffer er ook niet altijd zeker van of
waardige behandeling. Dit element is nu nadrukkelijker in de
het wel discriminatie is (Andriessen et al. 2014), wat ook speelt
workshop aanwezig, zodat onbewuste vooroordelen bij het
bij stagediscriminatie; studenten weten niet altijd de reden van
aannemen van stagiaires worden voorkomen.
afwijzing (Klooster, Koçak & Day, 2016).
• Webinar gelijke kansen. In samenwerking met het College voor de Rechten van de Mens ontwikkelde SBB drie webinars
Onderwijsprofessionals kunnen ook een melding maken bij SBB
over het bieden van gelijke kansen in het mbo: Selecteren
als ze denken dat er sprake is van discriminatie. De meerder-
zonder vooroordelen; Gelijke behandeling op de werkvloer;
heid van de geïnterviewde onderwijsprofessionals geeft aan dat
Objectief oordelen.
ze dit ook zullen doen als zij zeker weten dat het stagediscriminatie betreft. Echter, in de praktijk meldt de school lang niet
• Oriënterende bedrijfsbezoeken. Binnen de pilot oriënterende bedrijfsbezoeken gingen leerlingen (in groepen/klassen) langs
altijd bij SBB als zij twijfelen over de kwaliteit van de stage; dit is
bij bedrijven die mogelijk een stageplek voor hen hadden. Een
afhankelijk van de relatie met de SBB-adviseur (Hermanussen et
student en een praktijkopleider maakten op één dag werken-
al., 2017). Volgens SBB zijn er enkele leerwerkbedrijven die hun
derwijs kennis met elkaar. Dat kan handig zijn voor de student
erkenning zijn kwijtgeraakt vanwege stagediscriminatie.
maar kennismaking op de werkvloer en persoonlijk contact kunnen ook bedrijven helpen om over de negatieve beeldvor-
Naast SBB kan stagediscriminatie door de student ook gemeld
ming heen te stappen. Op die manier zou zo’n bedrijfsbezoek
worden bij het College van de Rechten van de Mens (College van
mogelijk stagediscriminatie kunnen voorkomen, zo was de
de Rechten van de Mens, 2020). Om jongeren te stimuleren om
achterliggende gedachte. Dit project was onderdeel van een
te melden zijn er onder meer vlogs ontwikkeld en er is een ‘crew’
onderzoek dat wordt geleid door MBO Diensten in samenwer-
waarbij mbo-studenten zich kunnen aansluiten (College van de
king met OCW, SZW, Universiteit Utrecht en SBB.
rechten van de mens, 2020). Naast deze mogelijkheid kunnen alle vormen van discriminatie, waaronder die bij stages, gemeld
• Campagne kiesmij.nl. Op de site van de campagne ‘Kies
mij’ wordt voor leerwerkbedrijven uitgelegd wat er gedaan
worden via antidiscriminatie meldpunten die in iedere regio te
kan worden om stagediscriminatie te voorkomen. Er wordt
vinden zijn (discriminatie.nl). Sinds kort worden studenten ook
onder meer doorverwezen naar webinars waarin uitleg wordt
gestimuleerd om discriminatie te melden via de campagne
gegeven over vooroordelen en over objectief selecteren. Ook
‘Kies mij’: op https://kiesmij.nl/student/ wordt uitgelegd aan
staan er goede voorbeelden op de site, wordt er verwezen
studenten hoe zij kunnen melden en waarom dat belangrijk is.
naar de training ‘Selecteren zonder vooroordelen’ die ontwikkeld is door het College van de Rechten van de Mens, en wordt er verwezen naar een wegwijzer gericht op het voorkomen van ongewenst gedrag.
Mbo-stagediscriminatie voorkomen en aanpakken: wat kan werken?
8
2.4.2. SIGNALEREN, BESPREKEN EN AANPAKKEN Naast deze preventieve aanpakken, zijn er ook aanpakken
• Het trainen van (werknemers)vaardigheden. Er zijn diverse trainingen voor mbo-studenten om vaardigheden om jezelf
ontwikkeld die gericht zijn op de aanpak van stagediscriminatie
te presenteren of een goede brief te schrijven te verbete-
wanneer deze wordt gesignaleerd.
ren. In een overzicht gemaakt door het Verwey-Jonker Insti-
•
Op stage? Iedereen gelijke kansen. Als er discriminatie wordt
tuut worden verschillende van dit soort aanpakken genoemd
gesignaleerd, kan deze behalve worden gemeld, ook worden
(voor de NRO-call ‘Gelijke kansen richting de toekomst’). Bij-
besproken op de werkplek en met het leerwerkbedrijf. De
voorbeeld het programma voor loopbaanoriëntatie en -bege-
Anne Frank Stichting en Stichting School & Veiligheid hebben
leiding in Rotterdam Zuid. Dit programma is gericht op een
hiervoor een module ontwikkeld voor mbo-onderwijsprofes-
hogere uitstroom van mbo-studenten naar werk in kansrijke
sionals: het gaat om een e-learning waarin de onderwijspro-
beroepen in de haven, techniek en zorg.
fessional leert om signalen van discriminatie van de student serieus te nemen en samen met de student op zoek te gaan
•
•
• Mentorprogramma’s. Er zijn diverse mentorprogramma’s of
projecten opgezet voor mbo-studenten waarbij het tegen-
naar een oplossing. Echter de vraag is of onderwijsprofessio-
gaan van stagediscriminatie niet het directe doel is, maar die
nals die de module kunnen gebruiken, hem ook gaan volgen.
wel gericht zijn op het vergroten van kansen op de arbeids-
Zoals eerder beschreven, zien onderwijsprofessionals vaak
markt van met name jongeren met een migratieachter-
het probleem van stagediscriminatie niet en denken zij dat
grond. Een voorbeeld is ‘mentoren op Zuid’: een project uit
niet voorkomt op hun opleiding.
Rotterdam waarbij hbo-studenten kinderen en jongeren op
Aanpak van IZI solutions. In Amsterdam wordt inmiddels
Zuid coachen. De mentoren bieden steun bij het maken van
geëxperimenteerd door IZI Solutions met een aanpak waarbij
huiswerk, het kiezen van een vervolgstudie, het ontdekken
studenten stagediscriminatie beter leren herkennen, en de
van hun talenten en bij hun algehele welzijn. De bedoeling is
onderwijsinstelling voldoende ingericht en toegerust wordt
onder meer dat dit bijdraagt aan een verbetering van kansen
om de melding adequaat op te pakken.
voor scholieren in Rotterdam Zuid.
Kies.nl voor scholen. Op de site van de campagne ‘Kies mij’ wordt aan scholen (https://kiesmij.nl/school/) uitgelegd wat je kunt doen als je vermoedt dat een student met stagediscriminatie te maken krijgt. Er wordt onder meer doorverwezen naar de e-learning van stichting School & Veiligheid en de Anne Frank stichting.
2.5 Aanvullende aanpakken Er zijn ook aanpakken die de kans op het vinden van een stage vergroten. Ze zijn niet direct gericht op het verminderen stagediscriminatie maar wel op het vergroten van de kansen van studenten (van alle achtergronden) op een stage. Het gaat bijvoorbeeld om aanpakken die studenten leren netwerken, hun vaardigheden vergroten, hun CV verbeteren en hun zelfvertrouwen vergroten. Een paar voorbeelden van dit soort aanpakken zijn:
• De Stagemakelaar. Het doel van de stagemakelaar is de student zo snel mogelijk aan een stageplek te helpen en voorkomen dat de student uitvalt of vertraging oploopt door het niet kunnen vinden van een stage (Gemeente Amsterdam, 2019). Het doel is dus niet direct gericht op het verminderen van discriminatie. De aanpak van de stagemakelaar richt zich voornamelijk op het ondersteunen bij het zoeken naar een stage zoals door het versterken van de werknemersvaardigheden of verbeteren van een CV. Bovendien heeft de stagemakelaar goede contacten met onderwijsinstellingen en leerbedrijven in diverse branches en stelt daarom de student voor aan bedrijven en begeleidt studenten bij het sollicitatieproces. Mbo-stagediscriminatie voorkomen en aanpakken: wat kan werken?
9
3
Stagediscriminatie verminderen en gelijkheid bevorderen: Wat zou kunnen werken?
3. Om stagediscriminatie te verminderen zou er op verschillende
oordelen over deze persoon kunnen verminderen door elkaar
momenten in het proces ingegrepen kunnen worden. In deze
te leren kennen. Door dit goede contact kunnen tevens voor-
paragraaf beschrijven we een vijftal werkzame mechanismen
oordelen over àlle mensen van Marokkaanse afkomst afnemen
die bekend zijn uit de wetenschappelijke literatuur om arbeids-
en mogelijk ook over mensen van bijvoorbeeld Turkse afkomst.
marktdiscriminatie te verminderen, en hoe ze mogelijk ook
Het kan echter ook zijn dat door elkaar te leren de vooroordelen
toegepast kunnen worden om stagediscriminatie te verminde-
slechts alleen verminderd worden ten aanzien van de persoon
ren en gelijke kansen te bevorderen. De vijf mechanismen die
die men leert kennen; dat is het geval wanneer deze persoon
besproken worden: (1) elkaar leren kennen, (2) objectief werven
die men leert kennen wordt gezien als ‘uitzondering’ en niet
en selecteren, (3) het gesprek aangaan als omstander, (4)
typisch voor de gehele groep van bijvoorbeeld Nederlanders van
sociale normen en verantwoording afleggen en (5) bewustwor-
Marokkaanse herkomst (Taouanza et al., 2016).
ding. Bij alle mechanismen geven we een algemene beschrijving, mogelijke toepassing op de stagemarkt en randvoorwaarden op
3.1.1. MOGELIJKE TOEPASSINGEN OP DE
basis van literatuur. Bovendien bespreken we de visie van onder-
MBO-STAGEMARKT
wijsprofessionals, werkgevers en stakeholders.
Er zijn verschillende manieren om dit principe van elkaar leren kennen toe te passen in de praktijk, namelijk:
3.1 Werkzaam mechanisme: elkaar leren kennen
(a) Open hiring: Het concept ‘open hiring’ is vanuit de Verenigde staten naar Nederland gekomen (Drupsteen, Hogenstijn, Goudswaard, van de Aa, Oden & Polstra, 2018). Het concept is
De bekende ‘Contacttheorie’ stelt dat wanneer mensen die van
simpel: iedereen die een baan wil, kan zich aanmelden, laat wat
elkaar verschillen in achtergronden elkaar goed leren kennen -
gegevens achter en wordt vervolgens geplaatst bij een bedrijf
bijvoorbeeld door met elkaar te gaan samenwerken - de voor-
om aan de slag te gaan. In het begin krijgt de medewerker het
oordelen op basis van achtergrond verminderen (Pettigrew &
minimumloon. Gaat het goed, dan krijgt deze werknemer na een
Tropp, 2006, 2008; Pettigrew, Tropp, Wagner & Christ, 2011). Als
tijdje een volledig dienstverband en loonsverhoging. Het concept
mensen in eerste instantie vooroordelen hebben over elkaar, dan
is eigenlijk ontwikkeld voor mensen in een kwetsbare situatie die
is dit niet altijd een blijvende situatie. Deze vooroordelen worden
lastig aan het werk komen. Er is dan ook altijd ondersteuning
vaak minder of verdwijnen vanzelf, wanneer mensen elkaar goed
van buitenaf; bijvoorbeeld van een sociaal werker. Succesvolle
leren kennen. Bijvoorbeeld door een tijdje samen met elkaar
resultaten met ‘open hiring’ worden onder meer beschreven door
te werken waardoor ze zich in elkaar kunnen inleven (Felten,
Pirson en Livne-Tarandach (2020); zij noemen diverse bedrijven
Taouanza, Broekroelofs, Vijbrief & Cankor, 2020). Het vermindert
die succes hebben met het invoeren van ‘open hiring’. In een
vaak ook niet alleen de vooroordelen over de persoon die je leert
publicatie van Janssen en Dekker (2019) wordt de werkwijze in
kennen, maar ook over alle andere mensen waarover je eerder
Nederland beschreven en wordt benoemd dat het nog onduide-
die vooroordelen had (Pettigrew & Tropp, 2006) en over andere
lijk is of deze aanpak ook werkt bij stages. In een recente publi-
gediscrimineerde groepen (Pettigrew, 2009; Shook, Hopkins
catie van KIS (Broekroelofs, Felten, Cadat & Razenberg, in press)
& Koech, 2016; Tausch et al., 2010). Dat betekent dat wanneer
komt naar voren dat via deze weg mensen een kans krijgen die
een persoon vooroordelen heeft ten aanzien van een ander op
nooit door middel van een sollicitatiegesprek zouden worden
basis van bijvoorbeeld diens Marokkaanse afkomst, deze voor-
aangenomen: een werkgever vertelde bijvoorbeeld dat door het
Mbo-stagediscriminatie voorkomen en aanpakken: wat kan werken?
10
uiterlijk van de persoon, deze persoon niet zou zijn aangenomen
4. Er wordt samen gewerkt aan een gemeenschappelijk doel.
in een regulier sollicitatieproces terwijl bij ‘open hiring’ vaak blijkt
Dit is geen noodzakelijke voorwaarde maar kan het effect
dat iemand prima werk levert.
van contact vergroten (Schuitema & Veugelers, 2008; Taouanza, Felten & Keuzenkamp, 2016).
‘Open hiring’ zou toegepast kunnen worden bij stages door studenten direct te plaatsen bij werkgevers. De school vraagt
Hoewel langdurig contact meer effect oplevert (Brown &
vooraf aan de studenten de voorkeuren voor de stages (bijvoor-
Hewstone, 2005), kan ook eenmalige ontmoeting al zorgen voor
beeld: ‘In wat voor type winkel wil je het liefst stage lopen?’ of
effect op de korte termijn (Kotzur, Schäfer & Wagner, 2019).
‘In welke stad wil je stage lopen?’) en zoekt op die manier een
Echter, dat betekent dat het kortdurende contact zo ingericht
student uit wiens voorkeur past bij het leerwerkbedrijf. De
moet zijn dat er echt een diepgaande uitwisseling tot stand
eerst volgende maandag gaat deze student beginnen bij het
komt waardoor men de ander echt persoonlijk leert kennen.
leerwerkbedrijf.
Oppervlakkig contact, zoals bijvoorbeeld via korte berichten uitwisselen op sociale media, kan vooroordelen juist versterken
(b) Proefstages: Het concept van ‘open hiring’ lijkt enigszins
(Zhang, Tan & Lv, 2019). Ook het puur uitwisselen van informa-
op het concept van een proefstage. In de praktijk komt het op
tie om te laten zien dat iemand niet voldoet aan het stereotiep,
hetzelfde principe neer: iemand gaat meteen aan de slag. Bij een
werkt niet (Kunda & Oleson 1995; Moreno & Bodenhausen, 1999;
proefstage is een moment vastgesteld waarop wordt gekeken
1983 Park & Judd, 2005; Weber & Crocker, 1983). Tot slot is een
hoe die persoon het werk doet. De student en de mensen van
gelijke status tussen de partijen die vooroordelen hebben over
het leerwerkbedrijf hebben dan een periode gehad om elkaar te
elkaar een bekende voorwaarde voor contact: het is niet een
leren kennen. Beoordeling van de persoon vindt dus plaats op
noodzakelijke voorwaarde, maar wel een die het contact kan
basis van hoe deze meewerkt in de organisatie en wat deze laat
verbeteren (Pettigrew et al., 2011).
zien op de werkvloer tijdens deze proefstage, en niet op basis van de klik in een gesprek, het uiterlijk van de persoon of op basis
De aanpak van ‘direct plaatsen’ sluit goed aan bij voorwaarden die
van hoe Nederlands de naam klinkt. Uit het Delphi-onderzoek
bekend zijn vanuit de ‘contacttheorie’ om vooroordelen te kunnen
van TNO wordt deze aanpak overwegend positief beoordeeld
verminderen. Door te kiezen voor ‘direct plaatsen’, wordt ingezet
(Hulsegge et al., 2020).
op een goede en langdurige werkrelatie waarin men met elkaar gaat samenwerken en elkaar echt gaat leren kennen. Het gaat
(c) Oriënterende bedrijfsbezoeken: Studenten gaan op bezoek bij
niet om meer informatie krijgen van elkaar, maar om een beter
leerwerkbedrijven en hebben daar contact met werkgevers. Dit
gevoel te krijgen van elkaar. Volgens de wetenschappelijk litera-
zou ook een toepassing van de ‘contacttheorie’ kunnen zijn, maar
tuur kunnen op die manier vooroordelen verminderen: niet alleen
het risico is dat het gaat om korte en oppervlakkig contacten.
over individuele student maar ook over studenten met een zelfde
Uit pilots hiermee blijkt dat met name studenten met een migra-
afkomst die daarna volgen. Aandachtspunt bij ‘direct plaatsen’
tieachtergrond een meerwaarde zagen in het bedrijfsbezoek. Of
is dat de studenten en leerwerkbedrijven niet het gevoel hebben
de bedrijfsbezoeken daadwerkelijk de kans op een stage van
dat het gedwongen is of zich bedreigd voelen maar positief het
deze studenten verhogen, kon in het onderzoek niet vastgesteld
contact in gaan. Belangrijk is dat ‘direct plaatsen’ zich onder-
worden (Van der Toorn, Şahin, Ellemers, jaartal onbekend).
scheidt van ‘matching’ waarbij een mbo-professional nauwkeurig een student ‘matcht’ op basis van onder meer persoon-
3.1.2. RANDVOORWAARDEN
lijke wensen en persoonlijkheid (Hermanussen, Christoffels
Voorwaarden voor het effect van de contacttheorie zijn:
& Cuppen, 2017). Deze vorm is gevoelig voor discriminerende
1. Het contact is positief; negatief contact kan de houding
verzoeken vanuit leerwerkbedrijven en biedt dus geen oplos-
van mensen naar ‘de ander’ juist verslechteren (Barlow, et
sing voor stagediscriminatie (Hermanussen et al., 2017). Want
al., 2012). In lijn daarmee, is het belangrijk dat men niet
als student en werkgever aan elkaar wordt gematcht door de
het gevoel heeft dat ze gedwongen worden of dat ze zich
onderwijsprofessional, ontstaat het risico dat studenten worden
bedreigd en gespannen voelen; ook dat leidt vaak tot nega-
gekoppeld aan leerwerkbedrijven waar een zelfde type mensen
tieve ervaringen met contact (Pettigrew & Tropp, 2011).
(qua achtergrond, sekse, religie, cultuur et cetera) werkt als dat
2. Empathie wordt vergroot (Pettigrew & Tropp, 2008; Pettigrew
de student is. Een zogeheten ‘etnische match’, waarbij jongeren
et al., 2011; Swart, Hewstone, Christ, Voci, 2011). 3. Gevoelens van bedreiging nemen af (Brown & Hewstone,
met migratieachtergrond met name stagelopen bij bedrijven van mensen met migratieachtergrond en daardoor later minder
2006; Pettigrew & Tropp, 2008; Pettigrew et al., 2011; Swart,
kansen hebben op de arbeidsmarkt (Klooster et al., 2016), ligt
Hewstone, Christ, Voci, 2011).
dan ook op de loer. Niet alleen omdat misschien onderwijspro-
Mbo-stagediscriminatie voorkomen en aanpakken: wat kan werken?
11
fessionals dat goed vinden passen, maar ook omdat studenten
stageperiode te hebben. Bij direct plaatsen wordt die klik niet
zelf dit mogelijk als voorkeur aangeven. Bij het toepassen van
onderzocht. Ook geeft een deel van de onderwijsprofessi-
‘open hiring’ bij stages gaat het er juist om dat er niet uitgebreid
onals aan dat bedrijven hier niet voor open zouden staan, die
wordt gekeken naar de persoonlijkheid van de student.
vinden de kennismaking met studenten belangrijk. Onderzoek laat echter zien dat doordat er wordt afgegaan op deze klik
Zowel oriënterende bedrijfsbezoeken als proefstages zijn een
er meer kans is op (onbewuste) vooroordelen en stereotypen.
manier om kennismaking tussen studenten en leerwerkbedrijven
De klik is veelal gebaseerd op bepaalde kenmerken of gedra-
te faciliteren. Of en wanneer zo’n kennismaking vooroordelen
gingen, zoals achtergrond, afkomst en interesses. Daardoor
kan verminderen is onderzocht in een KIS-rapport over contac-
is de klik er sneller met mensen die op jou lijken (Hulsegge,
ten tussen werkzoekenden en werkgevers (Van de Maat, 2016).
Emmert & Verhoef, 2020). In de praktijk zou dit kunnen beteke-
In dit rapport komen een aantal tips naar voren om de voorwaar-
nen dat bijvoorbeeld studenten met een migratieachtergrond
den zoals bekend uit de ‘contacttheorie’ goed tot zijn recht te
minder kans hebben om aangenomen te worden voor een
laten komen. Deze tips kunnen gebruikt worden voor het verder
stage als de werkgever zelf geen migratieachtergrond heeft.
vormgeven van proefstages en oriënterende bedrijfsbezoeken:
Een aantal onderwijsprofessionals is wel positief over het direct
• Bied kennismakingsactiviteiten aan zodat er echt wordt
plaatsen. Ze stellen hierbij als voorwaarde dat de persoon die
samengewerkt tussen de twee partijen. Voor oriënterende
de studenten en de bedrijven aan elkaar matcht beide partijen
bedrijfsbezoeken betekent dit dat het niet alleen gaat om ‘op
goed kent. Het gaat dan dus eigenlijk niet meer om een vorm van
bezoek gaan’ maar ook om echt samen aan de slag gaan.
‘direct plaatsen’ maar meer om het matchen van studenten met
• Zorg dat vooraf verwachtingen worden ‘gemanaged’ zodat
leerwerkbedrijven.
iedereen op zijn gemak is en zich niet bedreigd voelt; een
• •
goede voorbereiding van zowel de proefstages als bedrijfsbe-
De werkgevers denken dat direct plaatsen kan helpen maar
zoeken is dus belangrijk.
stellen net als de onderwijsprofessionals dat het belangrijk is
Stel de kennismakingen niet verplicht, want dat verhoogt
dat degene die de matching doet zowel de student als het bedrijf
vaak de spanning.
moet kennen. Ook zij stellen dus voor dat het gaat om een vorm
Laat professionals van het mbo zoals bpv’ers, een bemidde-
van ‘matching’. Nu is het veelal zo dat de bpv-coördinator het
lende rol spelen in het contact. Belangrijk is dat zij dus de
contact met bedrijven onderhoudt en studenten ondersteunt
proefstages of oriënterende bedrijfsbezoeken regelen.
bij het vinden van een stageplek terwijl mentoren de studen-
• Houd de kennismakingen in een neutrale en informele
ten beter kennen. Er zou ruimte aan onderwijsprofessionals
omgeving, los van de bestaande context waarin studenten
gegeven moeten worden om de matching van beide kanten te
leren of werkgevers werken, zodat er meer gelijke status
organiseren: aan de ene kant contact met bedrijven onderhou-
is tussen het (leerwerk)bedrijf en de werkzoekenden. Dat
den en navragen waar ze naar op zoek zijn, en aan de andere
betekent dat de kennismaking dus eigenlijk niet op de werk-
kant gesprekken met studenten voeren om de inschatting te
vloer zelf zou moeten plaats vinden, zoals het geval is bij
maken bij welk bedrijf een student past.
werkbezoeken en proefstages, maar juist op een andere plek. Van de stakeholders geven SBB en de MBO Raad aan dat ‘open 3.1.3. VISIE VAN DE PRAKTIJK
hiring’ een relatief nieuw concept is binnen op de arbeidsmarkt
We hebben de onderwijsprofessionals bevraagd over ‘open
en zeker op de stagemarkt. In de praktijk zijn er nu soms al
hiring’. We hebben uitgelegd dat dit voor de stagemarkt zou
afgeleiden van ‘open hiring’ te vinden: bij grote stageverleners
betekenen dat de studenten direct worden geplaats bij de werk-
komt het wel eens voor dat er een overeenkomst is tussen een
gever zonder sollicitatiegesprek. Over het direct plaatsen van
onderwijsinstelling en een leerwerkbedrijf, bijvoorbeeld dat een
studenten op een stageplek zijn de onderwijsprofessionals in
zorgopleiding afspraken heeft gemaakt met een ziekenhuis
eerste instantie vrij negatief. Meer dan driekwart geeft aan dat
over een aantal (vaste) stageplekken. Soms vindt nog een kort
ze dit niet als een goede optie zien. De voornaamste reden die
kennismakingsgesprek plaats, maar in principe zijn de studen-
ze hiervoor noemen is het belang van een klik tussen werkgever
ten al aangenomen. De stageplek heeft hierbij vertrouwen in
en student. Bovendien vinden onderwijsprofessionals het een
de onderwijsinstelling dat de studenten geschikt zijn voor de
belangrijk onderdeel van het stageproces dat studenten leren
stage. Een goede relatie tussen een stagebedrijf en een onder-
hoe ze moeten solliciteren. Bij direct plaatsen schrijven studen-
wijsinstelling is daarmee essentieel om ‘open hiring’ of ‘direct
ten geen motivatiebrief en voeren ze geen sollicitatiegesprek.
plaatsen’ binnen de stagemarkt te kunnen implementeren. SBB
Onderwijsprofessionals geven aan dat volgens hen de klik
verwacht daarnaast dat ‘direct plaatsen’ zou kunnen werken bij
tussen student en bedrijf belangrijk is om een waardevolle
leerwerkbedrijven die hard op zoek zijn naar personeel, die een
Mbo-stagediscriminatie voorkomen en aanpakken: wat kan werken?
12
goed imago willen opbouwen of beleid voert om gelijke kansen
afgewezen (Thijs, 2019). Internationaal gezien zijn de resultaten
te bevorderen. Net als de professionals, benoemen de stakehol-
nog wisselend (Thijs, 2019), om die reden wordt er momenteel
ders dat op deze manier de mogelijkheid om studenten te laten
nog aanvullend onderzoek gedaan door TNO.
oefenen met solliciteren wegvalt. De MBO Raad geeft echter ook aan dat mbo’s dit in lessen kunnen verwerken en leerlingen fictief
3.2.1 TOEPASSING OP MBO-STAGEMARKT
kunnen laten solliciteren om deze vaardigheden te ontwikkelen.
Objectief werven en selecteren zou toegepast kunnen worden bij
Tot slot vinden de stakeholders het idee van oriënterende
stages; in dat geval wordt de stagiaire niet gekozen door het leer-
bedrijfsbezoeken op zich interessant maar ze vragen veel werk
werkbedrijf op basis van de klik maar op specifieke competen-
van de leerwerkbedrijven, stelt SBB op basis van de pilot die is
ties die relevant zijn voor het leerwerkbedrijf. Denk bijvoorbeeld
geweest. Leerwerkbedrijven waren hierdoor zelf niet erg positief,
aan competenties die opgedaan zijn door het volgen van keuze-
aldus SBB.
vakken of (bij)banen. Leerwerkbedrijven zouden hierbij kunnen werken met een zelfde standaard (online) formulier om compe-
3.2 Werkzaam mechanisme: objectief werven en selecteren
tenties in beeld te krijgen. Een andere optie is dat de school zorgt dat de studenten op basis van competenties terecht komen bij het juiste leerwerkbedrijf. Hier zijn verschillende opties: 1. Matching door de school; niet op basis van persoonlijkheid
Een bekende en bewezen aanpak om arbeidsmarktdiscrimi-
maar op basis van wat de student concreet kan en wat het
natie te verminderen, is objectief werven en selecteren. Dat
leerwerkbedrijf nodig heeft.
betekent dat werkgevers de kandidaat selecteren die het best
2. Via een standaard formulier dat werkgevers opstellen,
past bij de functie door te kijken naar competenties van kandi-
zoals ook wordt aangeraden vanuit de pilot ‘Nudging’ bij
daten, in plaats van de persoon waarmee je het beste klikt. Uit
arbeidsmarktdiscriminatie (ministerie SZW, TNO & Ocullus
de Delphi-studie van TNO komt deze aanpak naar voren als een
Consultancy, 2020c). De school zou een standaard (online)
van de meest effectieve manieren om discriminatie in werving
formulier kunnen ontwikkelen waarop het leerwerkbedrijf
en selectie tegen te gaan (Hulsegge et al., 2020). Dat betekent
een paar competenties kan aangeven die de stagiaire
dat werkgevers hun selectieprocedure anders in moeten gaan
idealiter zou moeten hebben. De competenties opgedaan
richten: via een objectieve, gestructureerde gespreksvoering met
in verplichte vakken zouden in principe voor alle studenten
beoordelingsformat met duidelijke criteria en de-identificatie van
gelijk moeten zijn, dus zouden gekoppeld kunnen worden
CV. Bij voorkeur een gestandaardiseerd anoniem sollicitatiefor-
aan competenties uit keuzevakken, of eerdere werk- of
mulier, zoals voortkomt uit de pilot ‘nudging’ waarin geëxperi-
stage-ervaringen. De studenten die stage willen lopen bij een
menteerd wordt met objectief werven en selecteren (ministerie
bepaald leerwerkbedrijf, vullen het formulier in. Het leerwerk-
SZW, TNO, Ocullus Consultancy, 2020a). Zo gaat de werkgever
bedrijf kiest vervolgens de student die heeft aan gegeven de
niet af op de klik en de eigen ‘onderbuik’ maar op de objectieve
relevante competenties te hebben opgedaan.
competenties die een kandidaat heeft en kan een betere inschatting wordt gemaakt of de kandidaat past bij de functie (Thijs,
3.2.2. RANDVOORWAARDEN
2019). Uit een pilotstudie van het ministerie van SZW en TNO
Belangrijke randvoorwaarde bij het ontwerpen van formulie-
komen goede resultaten naar voren van deze manier van werken.
ren waarbij gevraagd wordt naar competenties, is dat er in het
Het zorgt ervoor dat werkgevers andere mensen aannemen dan
formulier niet gevraagd wordt naar persoonlijke gegevens zoals
bij de oude manier van werven en selecteren (ministerie SZW,
naam, leeftijd, geslacht, afkomst, religie of andere zaken die niet
TNO, Ocullus Consultancy, 2020a).
relevant zijn voor een stage. Op die manier kan de invloed van vooroordelen en stereotype beelden voorkomen worden (minis-
Objectief werven en selecteren kan goed gecombineerd worden
terie SZW, TNO & Ocullus Consultancy, 2020c). Bovendien is het
met anoniem solliciteren door simpelweg de gegevens van een
van belang dat vooraf gekozen moeten worden welke compe-
kandidaat af te dekken (Hulsegge et al., 2020; ministerie SZW,
tenties echt cruciaal zijn voor een (stage)functie en welke niet,
TNO, Ocullus Consultancy, 2020a). De experts in de Delphi-studie
zodat duidelijk is op basis van welke competenties de kandi-
zijn overwegend positief over anoniem solliciteren (Hulsegge
daten worden beoordeeld (ministerie SZW, TNO & Ocullus
et al., 2020). De eerste resultaten met anoniem solliciteren uit
Consultancy, 2020c).
Den Haag en Nijmegen zijn voorzichtig positief te noemen: de kans uitgenodigd te worden voor een gesprek voor mensen met
Eventueel kan er nog een sollicitatiegesprek aan gekoppeld zijn,
een migratieachtergrond steeg, zonder dat dit ertoe leidde dat
maar dan is het belangrijk dat er voldaan wordt aan de volgende
mensen in een volgende niet-anonieme fase alsnog werden
voorwaarden:
Mbo-stagediscriminatie voorkomen en aanpakken: wat kan werken?
13
• Voorafgaand aan het interview vragen formuleren die de beno-
res, door hen via een vragenlijst te laten invullen welke vaardig-
digde competenties testen (ministerie SZW, TNO & Ocullus
heden en competenties er binnen het bedrijf nodig zijn. Op basis
Consultancy, 2020d). En bij het gebruik van assessmenttes-
hiervan is een lijst met competenties voor toekomstige stagiairs
ten, opletten op culturele bias die uitgaat van specifiek-Ne-
opgesteld en zijn ze daarover bevraagd.
derlandse of -westerse factoren, zoals handen schudden of
• •
•
elkaar in de ogen kijken (Dijk & Van Emmerik 2020).
Stakeholders, OCW, de MBO Raad en SBB - stellen bij het toepas-
Vooraf het proces van beoordelen inrichten: maak een norme-
sen van objectief werven en selecteren dat er rekening gehouden
ringstabel zodat duidelijk is hoe je alle kandidaten gaat beoor-
moet worden met de grootte van het bedrijf. Een groot bedrijf
delen (ministerie SZW, TNO & Ocullus Consultancy, 2020d).
heeft een HR-afdeling die dit kan implementeren en uitvoeren,
Het hele gesprek proberen objectief te blijven: geen persoon-
terwijl kleine bedrijven, waarbij de directeur en stagebegeleider
lijke gesprekken met de kandidaat vooraf, geen vragen over
dezelfde persoon is, geen tijd en middelen voor ingewikkelde
de culturele achtergrond, wel aantekeningen maken tijdens
HR-constructen hebben. Terwijl juist bij kleine bedrijven veel
het gesprek, niet de sollicitanten bespreken tussen de inter-
winst te behalen valt. Een andere kritische kanttekening die werd
views door en jezelf er steeds aan herinneren om objectief te
geplaatst is dat de competenties bij mbo-studenten die dezelfde
blijven (ministerie SZW, TNO & Ocullus Consultancy, 2020d).
opleiding doen mogelijk weinig van elkaar verschillen. Studenten
Het volgen van een vast proces voor een gestructureerd
hebben nog nauwelijks werkervaring dus competenties zijn met
sollicitatiegesprek: stel iedere kandidaat dezelfde vragen in
name opgedaan tijdens de opleiding en die opleiding is voor
dezelfde volgorde (ministerie SZW, TNO & Ocullus Consul-
iedere student hetzelfde. Daarbij zijn de competenties nog sterk
tancy, 2020d).
in ontwikkeling. Competenties die studenten nog niet hebben bij aanvang van de stage, kunnen juist tot stand komen dóór de
3.2.3 VISIE VAN DE PRAKTIJK
stage.
Over het objectiveren van werving en selectie via een gestructureerd interview is een deel van de onderwijsprofessionals positief.
Daarnaast verwachten de stakeholders dat beoordelen op basis
De haalbaarheid en de manier waarop het kan worden toegepast
van competenties lastig kan zijn voor leerwerkbedrijven omdat
vinden ze lastig te beoordelen. Volgens onderwijsprofessionals is
de gesprekken die leerwerkbedrijven met studenten voeren
het voordeel van objectief werven en selecteren dat de gesprek-
vooral praktisch ingestoken zijn (leerjaar, stageopdrachten, mate
ken die met de studenten gevoerd worden hetzelfde zijn voor
van begeleiding). Ook wordt er nu juist gekeken naar de klik met
alle studenten. De haalbaarheid vinden ze ingewikkeld omdat
de student. Bedrijven zouden geholpen kunnen worden bij het
bedrijven heel verschillend zijn. Bij sommige bedrijven hebben
objectief werven & selecteren door hen een paar standaardvra-
studenten geen echt sollicitatiegesprek maar is het meer een
gen te geven die ze aan studenten kunnen stellen. Het zou dan
informele kennismaking waar het juist vooral draait om de klik.
niet zozeer hoeven gaan over de competenties van de studenten
Binnen het objectiveren van werving en selectie valt ook het
(want die verschillen onderling weinig) maar wel over de leer-
anoniem solliciteren. Hierover zijn de meningen van onder-
vraag die de student heeft: past de leervraag bij wat het bedrijf
wijsprofessionals meer verdeeld. Onderwijsprofessionals die
biedt en zoekt?
negatief zijn, zijn bang dat een student dan misschien eerder uitgenodigd wordt op gesprek, maar dat er dan alsnog sprake kan zijn van afwijzing op basis van bijvoorbeeld achtergrond. Echter wordt dit niet ondersteund door de wetenschappelijke studies op dit terrein (Thijs, 2019). De paar onderwijsprofessio-
3.3 Werkzaam mechanisme: het gesprek aangaan als ‘omstander’
nals die positief zijn zien de meerwaarde juist doordat de eerste
In de wetenschappelijke literatuur wordt beschreven dat het acti-
indruk pas bij het face-to-face gesprek is. Een student wordt niet
veren van omstanders van discriminatie een belangrijke manier
van tevoren beoordeeld op naam of uiterlijk maar krijgt de kans
is om discriminatie te verminderen (Nelson et al., 2011). Ingrijpen
om zichzelf te presenteren tijdens een gesprek.
als omstander betekent dan meestal het gesprek aangaan met degene die discrimineert. Dit zorgt ervoor dat degene die heeft
De werkgevers die we hebben geraadpleegd zien een praktische
gediscrimineerd, daarvan kan leren en zijn houding kan verande-
toepassing van deze aanpak in een standaardformulier dat wordt
ren (Munger, 2017; Hing, Li & Zanna, 2002). In het ideale geval
opgesteld door het bedrijf. Bij dit formulier ligt de nadruk op de
voelt de persoon die gediscrimineerd heeft zich schuldig of op
competenties en kwaliteiten van de student en of deze passen
een ander manier vervelend over wat hij of zij gedaan heeft.
bij het bedrijf. Een voorbeeld laat zien dat bij het opstellen van de
Die gevoelens vormen een motivatie om er in de toekomst op
lijst bijvoorbeeld gebruik gemaakt kan worden van (oud-)stagiai-
te letten dat het niet meer voorkomt (zie o.a. Burns, Monteith &
Mbo-stagediscriminatie voorkomen en aanpakken: wat kan werken?
14
Parker, 2017; Butz & Plant, 2009; Plant, Devine & Brazy, 2003).
ook al door een aantal partijen, onder meer door IZI Solutions
Maar niet alle personen die discrimineren, ervaren deze schuld-
in Amsterdam. Om te zorgen dat de onderwijsprofessionals de
gevoelens en bij lang niet iedereen treedt er dus bewustwording
signalen goed op kunnen pakken, moet ook de meldingsbereid-
op. Desalniettemin kan ingrijpen toch ook bij die mensen effect
heid bij studenten vergroot worden; die meldingsbereidheid is tot
hebben omdat ingrijpen een sociale norm stelt: “Dit accepteren
nu toe erg laag. Vervolgens is het ook belangrijk dat de onder-
wij hier niet.” En wat mensen denken dat de sociale norm is, heeft
wijsprofessional met studenten in gesprek gaat bij vermoedens
veel invloed op of ze al dan niet discrimineren. Wanneer mensen
van stagediscriminatie; de Anne Frank Stichting en Stichting
denken dat discriminatie in hun omgeving niet wordt geaccep-
School & Veiligheid hebben een e-learning module ontwikkeld
teerd, dan wordt de kans op discriminatie aanzienlijk minder (zie
om onderwijsprofessionals hiermee te helpen.
o.a. Crandall, Eshlema & O’brien, 2002). Wanneer we kijken naar de aanpak van de ABU zou er een vergeDeze manier van werken wordt al toegepast door de ABU, de
lijkblaar plan kunnen komen dat bestaat uit de volgende stappen:
grootste koepel in de uitzendbranche. Zoals de ABU beschrijft
1. Meldingsbereidheid vergroten onder de studenten.
in 2018 was de situatie bij uitzendbureaus zo dat de intercedent
2. Onderwijsprofessionals trainen om signalen en meldingen
zich vaak overrompeld voelde door een verzoek van de werkge-
van studenten goed op te pakken, omdat het in individuele
ver en niet bij machte was de opdrachtgever adequaat van een
gevallen lastig kan zijn om te bepalen of er sprake is van
weerwoord te voorzien. Daarom heeft de ABU een uitgebreide aanpak ontwikkeld om te voorkomen dat de medewerkers (de intercedenten genoemd) van uitzendbureaus meegaan in discri-
discriminatie. 3. Onderwijsprofessionals trainen om het gesprek aan te gaan met werkgevers.
minatie door een werkgever. De aanpak van de ABU bestaat uit onder meer uit training en e-learning waarbij de intercedent het
Mogelijk zou er net als bij de ABU, een stap (4) aan toege-
gesprek leert aan te gaan met een werkgever die een discrimi-
voegd kunnen worden om te controleren of er inderdaad
nerend verzoek doet en leert uit te leggen waarom dit verzoek
vaker het gesprek wordt aangegaan over stagediscriminatie.
niet door de beugel kan (aldus Yoka Eelting, beleidsadviseur
Aandachtpunt is dat er niet alleen ingezet wordt op het vergroten
juridische zaken van de ABU). De intercedent gaat hierover in
van meldingsbereidheid want alleen melden vermindert stage-
gesprek met de leidinggevenden van de persoon die het verzoek
discriminatie niet. De personen die discrimineren worden door
doet. En wanneer het bedrijf blijft bij het discriminerende verzoek
melding niet op hun gedrag aangesproken en dat maakt de kans
(en de leidinggevende het discriminerende verzoek dus beves-
klein dat hun gedrag verandert.
tigt), wordt er een melding gedaan bij de Inspectie SZW die dan een onderzoek kan instellen. De resultaten van de aanpak van
3.3.2 RANDVOORWAARDEN
de ABU zijn tot nu toe erg positief: door middel van ‘mystery
Om onderwijsprofessionals te trainen om signalen en meldingen
calls’ (een onderzoeker die zich voordoet als een werkgever) is
van studenten goed op te pakken, is een belangrijke voorwaarde
de aanpak gecontroleerd en gaan intercedenten minder mee
dat er ruimte is om te oefenen met het nieuwe gedrag van
in discriminerende verzoeken van werkgevers (87 procent zegt
signaleren en bespreekbaar maken. Dit kan bijvoorbeeld door
nee, tegen eerder 63 procent), zo meldt de ABU. Dat zo’n aanpak
middel van een rollenspel (Monteith, Burns &Hildebrand, 2019).
kan werken, blijkt ook uit eerder theoretisch onderzoek. Wanneer
Daarnaast is ook een belangrijke voorwaarde dat mensen in de
mensen de kans lopen verantwoording te moeten afleggen over
training discriminatie leren herkennen, hun bereidheid vergroten
het hanteren van eerlijke (niet-discriminerende) procedures,
om in te grijpen, en concrete vaardigheden leren om in te grijpen
neemt discriminatie af (Visser & Felten, 2018; Felten et al., 2020).
en het gesprek aan te gaan (Ashburn-Nardo, Morris & Goodwin, 2008; Nelson et al., 2011).
3.3.1. TOEPASSING OP DE MBO-STAGEMARKT De onderwijsprofessional die de studenten begeleidt bij stages
Om de meldingsbereidheid bij de studenten zelf te vergroten,
en het contact onderhoudt met de leerwerkbedrijven kan soms
kan het helpen als het enerzijds makkelijker wordt om te melden
‘omstander’ worden van discriminatie; hij of zij ziet dat een leer-
(lagere drempel) en er anderzijds campagnes worden gevoerd
werkbedrijf discrimineert of vermoedt dat dit gebeurt, op basis
om mensen te stimuleren om te melden (Van Es, 2016).
van een melding van een student of op basis van een eigen waarneming. Een mogelijke aanpak van stagediscriminatie zou
3.3.3 VISIE VAN DE PRAKTIJK
kunnen zijn om in te zetten op het vergroten van de bereidheid