20210649829 Artikel 38-vragen D66 inz. M/V-verschillen in Haarlems beleid
Tekst van het document
Schriftelijke vragen ex. artikel 38 Reglement van Orde met betrekking tot een genderneutrale besteding van financiële middelen
Haarlem, 28 november 2021, Geacht college, D66 Haarlem vindt het belangrijk dat de financiële middelen van de gemeente Haarlem eerlijk over de bevolking wordt verdeeld. In andere gemeentes (Amsterdam, Utrecht) is gebleken dat de financiële middelen van de gemeente veel vaker ten goede komen aan het mannelijke1 deel van de bevolking dan aan het vrouwelijke deel van de bevolking. Dat gebeurt niet met een vooropgezet plan, maar, om in de woorden van Nederlands grootste filosoof te spreken, “je gaat het pas zien als je het doorhebt”. Om die reden wil D66 onderzoek doen hoe de situatie in Haarlem is op verschillende beleidsterreinen. 1. Kunt u een overzicht geven van het bedrag dat in 2020 is uitgegeven aan jongerenwerk? a. In veel andere gemeentes blijkt jongerenwerk in de praktijk vooral jongenswerk te worden. Hoe zit dat in Haarlem? Hoeveel jongens en hoeveel meisjes worden bereikt met jongerenwerk – zowel absoluut, als percentage van het uitgegeven bedrag? b. Als blijkt dat jongerenwerk ook in Haarlem meer jongenswerk is: wat zijn de oorzaken hiervan? 2.
Bij een totaal niet representatief onderzoek onder de fractieleden van D66, die samen met een partner van het andere geslacht eigenaar zijn van een woonhuis, bleek het zo te zijn dat de gemeentelijke correspondentie over de onroerendezaakbelasting zich alleen tot de heer des huizes richtte – ook in de gevallen dat de vrouw kostwinner is. a. Klopt het dat de gemeente, wanneer een man en vrouw gezamenlijk een huis bezitten, alleen de man informeert over de onroerendezaakbelasting? b. Zo nee, wat is dan de reden dat de gemeente alleen de helft van de eigenaren informeert over de onroerendezaakbelasting? c. Zou het kunnen zijn dat die reden indirect discriminerend is (als de gemeente ervoor kiest om de correspondentie aan de oudste van het stel te richten, zal de correspondentie in 90% van de gevallen bij de man terecht komen)? d. Is het college het met D66 eens dat het in algemene zin ongewenst is dat de helft van een stel wordt geïnformeerd over iets dat beiden aangaat? e. Zijn er mogelijkheden dat beide partners de informatie krijgen? f. Zo nee, zijn er mogelijkheden dat stellen zelf een keuze maken wie die informatie krijgt?
1
Voor deze notitie geldt dat met “man” bedoeld wordt, iemand die in de basisadministratie als man is ingeschreven en met “vrouw”, iemand die in de basisadministratie als vrouw is ingeschreven
3. Hoeveel geld heeft de gemeente de afgelopen drie jaren uitgegeven aan sport en sportfaciliteiten? a. Kunt u een overzicht geven aan welke sporten dit geld is besteed? b. Kunt een overzicht geven hoeveel jongens/meisjes/mannen/vrouwen deze sporten beoefenen? c. Als zou blijken dat de gemeente meer geld uitgeeft aan sport(-faciliteiten) voor sporten die door jongens/mannen worden beoefend, is het college het dan met D66 eens dat het belangrijk is dat de gemeente die ongelijkheid ongedaan maakt en ook geld investeert in sport(-faciliteiten) die vaker door meisjes/vrouwen worden gebruikt? 4. Heeft de gemeente een overzicht hoe het gebruik van vervoersmiddelen (auto, OV, fiets en lopen) is verdeeld over mannen en vrouwen? a. Zo ja, hoe ziet die verdeling eruit? b. Zo nee, is het college bereid hier onderzoek naar te doen? Als blijkt dat het gebruik niet gelijkmatig is verdeeld over mannen en vrouwen de volgende vragen: c. Als we kijken naar de investeringen die de afgelopen tien jaar zijn gedaan aan wegbeheer, hoeveel van dit geld is ten goede gekomen aan investeringen die meer aan mannelijke gebruikers ten goede zijn gekomen en hoeveel geld aan investeringen die meer aan vrouwelijke gebruikers ten goede zijn gekomen? d. In veel gemeentes blijkt dat wanneer het gesneeuwd heeft, meer vrouwen dan mannen botbreuken oplopen.
Dat komt, omdat in die gemeentes de weggedeelten die meer door mannelijke gebruikers worden gebruikt wel sneeuwvrij te worden gemaakt, terwijl weggedeelten die meer door vrouwelijke gebruikers worden gebruikt, niet sneeuwvrij te worden gemaakt. Hoe zit dat in Haarlem? 5. Heeft de gemeente een overzicht van het bedrag dat in 2020 is uitgegeven aan de Jeugdwet? c. Heeft de gemeente een overzicht hoeveel geld ten goede is gekomen aan jongens en aan meisjes? d. Kan de gemeente dit overzicht nog verder uitsplitsen naar het soort interventie? e. Welk beeld rijst hieruit op? Als blijkt dat er meer geld wordt uitgegeven aan jongens dan aan meisjes, wat is dan de verklaring? f. Als de toegang tot de zorg beperkt wordt door wachtlijsten, hoe vaak hebben die wachtlijsten betrekking op zorg die meer door jongens dan meisjes worden ontvangen en omgekeerd? 6. Heeft de gemeente een overzicht van het bedrag dat in 2020 is uitgegeven aan de WMO? c. Heeft de gemeente een overzicht hoeveel geld ten goede is gekomen aan mannen en vrouwen? d. Kan de gemeente dit overzicht nog verder uitsplitsen naar het soort interventie? e. Welk beeld rijst hieruit op? Als blijkt dat er meer geld wordt uitgegeven aan mannen dan aan vrouwen, wat is dan de verklaring? f.
Als de toegang tot de zorg beperkt wordt door wachtlijsten, hoe vaak hebben die wachtlijsten betrekking op zorg die meer door mannen dan vrouwen worden ontvangen en omgekeerd? 7. Hoeveel personen hebben recht op een bijstandsuitkering? Hoe is dit verdeeld over man/vrouw? c. De gemeente probeert mensen vanuit de bijstand naar werk te begeleiden. Hoeveel mannen en hoeveel vrouwen hebben in de afgelopen drie jaar van die inzet geprofiteerd? d. Welk beeld rijst hieruit op? Hoe verklaart u dat? 8. Heeft de gemeente zicht op hoeveel mensen (functioneel) analfabeet zijn? Hoe is dit verdeeld over man/vrouw? 2
c. Hoeveel geld heeft de gemeente uitgegeven aan het bestrijden van (functioneel) analfabetisme? Hoeveel mannen en hoeveel vrouwen hebben hiervan geprofiteerd? d. Welk beeld rijst hieruit op? Hoe verklaart u dat? 9. Uit landelijke berichtgeving lijkt de politie het doen van aangifte over seksueel geweld regelmatig te ontmoedigen. Naar aanleiding hiervan de volgende vragen: c. Hoeveel mannen en vrouwen hebben in de afgelopen vijf jaar bij de politie in Haarlem een melding gedaan van seksueel geweld? In hoeveel gevallen heeft de melding tot een afgerond politiedossier geleid? Zit daar een onderscheid tussen de meldingen van mannen en vrouwen? Zo ja, hoe verklaart u dat? d. Hoeveel mannen en vrouwen hebben in de afgelopen vijf jaar bij de politie in Haarlem een melding gedaan van lichamelijke mishandeling? In hoeveel gevallen heeft de melding tot een afgerond politiedossier geleid? Zit daar een onderscheid tussen de meldingen van mannen en vrouwen? Zo ja, hoe verklaart u dat?
Ik wacht uw antwoorden met veel belangstelling af. Vriendelijke groet,
Thessa van der Windt D66
3