CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210608291 2. Bijlage 1. Nota reserves en voorzieningen 2021-2025

gemeenteraad 23 december 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Nota reserves en voorzieningen 2021-202514.136 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota Reserves en Voorzieningen

2021-2025 10 november 2021

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

5

2.

Begrippenkader en wettelijke spelregels

6

2.1

Reserves

6

2.1.1

De functies van reserves

6

2.1.2

Wettelijke regels voor bestemmingsreserves

7

2.2

2.3

3.

4.

Voorzieningen

8

2.2.1

Verplichte vorming voorziening

8

2.2.2

Niet verplichte vorming voorziening

9

2.2.3

Wettelijke regels voor voorzieningen

9

Reserves versus voorzieningen (samengevat)

10

Beleid gemeente Haarlem

11

3.1

Hoofdlijnen beleid

11

3.1.1

11

Spelregels

3.2

Relatie algemene reserve en weerstandsvermogen

12

3.3

Rentetoerekening aan reserves en voorzieningen

13

Overzicht bestemmingsreserves

15

4.1

Bestemmingsreserves met een bestedingsfunctie

15

4.1.1

Reserve Bodemprogramma

15

4.1.2

Reserve Wonen

16

4.1.3

Reserve Participatie en Leefbaarheid (voorheen Stedelijke Vernieuwing)

16

4.1.4

Reserve Leefomgeving

17

4.1.5

Reserve Beheer en onderhoud openbare ruimte

18

4.1.6

Reserve Rekenkamercommissie

19

4.1.7

Reserve Social return on investment (SROI)

19

4.1.8

Reserve Minimagelden

20

4.1.9

Reserve Waterbergingen

20

4.1.10

Reserve kunstaankopen.

21

4.1.11

Reserve Energiebesparing

22

4.1.12

Reserve Risico coronacrisis

23

2

4.2

4.3

4.4

5.

4.1.13

Reserve Groei van de stad

23

4.1.14

Reserve Ongedeelde stad

24

4.1.15

Reserve Bovenwijkse netwerkvoorzieningen

24

Bestemmingsreserves met een egalisatiefunctie

25

4.2.1

Reserve Budgetoverheveling

25

4.2.2

Reserve Duurzame sportvoorzieningen

26

4.2.3

Reserve Baggeren

26

4.2.4

Reserve Steunmaatregelen corona

27

Bestemmingsreserves met een bufferfunctie

28

4.3.1

Reserve Vastgoed

28

4.3.2

Reserve Kapitaallasten activa met een maatschappelijk nut

29

4.3.3

Reserves voor Regiotaken

29

4.3.4

Reserve Opvang, Wonen en Herstel

31

4.3.5

Reserve Grondexploitaties

32

Bestemmingsreserves met een financieringsfunctie

33

4.4.1

33

Reserve schuldbeheersing

Overzicht voorzieningen

34

5.1

Voorzieningen voor verplichtingen en verliezen

34

5.1.1

Achterstallig onderhoud Vastgoed

34

5.1.2

Liquidatie Land in Zicht

34

5.1.3

Grafleges

5.1.4

Parkstad – VvE Schalwijk

34

5.1.5

Wethouderspensioen

34

5.1.6

Wachtgeld en boventalligen

34

5.1.7

Wachtgeld wethouders

35

5.2

5.3

Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Voorzieningen niet bestede middelen van derden

35

5.2.1

Afkoopsommen Leerplein / RBL

35

5.2.2

Monitoring Rookmakerterrein

35

5.2.3

Fietsknooppunt

35

5.2.4

Grafleges

35

5.2.5

Waterbergingen

35

5.2.6

Tariefsegalisatie riolering

35

5.2.7

GR Regionale bereikbaarheid Zuid-Kennemerland

35

5.2.8

Bijdragen derden openbare ruimte Schalkwijk Middengebied

35

Voorzieningen bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen

36

5.3.1

36

Parkstad – VvE Schalkwijk

3

6.

Op te heffen bestemmingsreserves

36

7. Overzicht van reserves die de afgelopen jaren zijn opgehevenFout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

4

1.

Inleiding Voor u ligt de geactualiseerde Nota Reserves en voorzieningen 2021 - 2025. De voorgaande nota reserves en voorzieningen is van 2016. Periodiek wordt de nota geactualiseerd. Hiermee wordt invulling gegeven aan hetgeen in de financiële verordening is geregeld: Artikel 10 Reserves en voorzieningen, lid 2: “Het college biedt de raad periodiek een nota Reserves aan. De raad stelt de nota vast. De nota behandelt de vorming en besteding van de reserves en verwerking van rente over de reserves”. De nota dient een tweeledig doel:  Het beleid met betrekking tot reserves en voorzieningen op een rij zetten en waar nodig herijken;  Beschrijven en overzicht bieden van alle bestaande reserves en waar nodig een voorstel doen voor instellen, opheffen of aanpassen ervan. Per saldo is het aantal met deze nota voorgestelde aanpassingen beperkt. De spelregels die gelden voor reserves en voorzieningen vloeien voort uit de landelijke regels die zijn vastgelegd in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Ten opzichte van de vorige nota zijn er op dit punt nauwelijks beleidsaanpassingen geweest. Het aantal wijzigingsvoorstellen voor bestaande reserves is ook beperkt. Alle belangrijke wijzigingen met betrekking tot reserves (instellen, opheffen of wijziging) worden in de reguliere P&C documenten als besluit voorgelegd. Dat maakt dat het niet nodig is om nu veel voorstellen te doen.

Het accent ligt derhalve op een actuele en transparante weergave van de bestaande gemeentelijke reserves. Dat geldt zowel voor wat betreft de te hanteren spelregels als ook voor wat betreft specifieke reserves. De opbouw van de nota is als volgt: • In hoofdstuk 2 zijn de belangrijkste begrippen en landelijke spelregels met betrekking tot reserves en voorzieningen omschreven; • De specifiek voor Haarlem geldende beleidsuitgangspunten voor de reserves en voorzieningen zijn uitgewerkt in hoofdstuk 3; De hoofdstukken 2 en 3 vormen het kader dat de komende jaren wordt gehanteerd voor reserves en voorzieningen. • Hoofdstuk 4 en 5 van deze nota bevatten een actueel overzicht van de reserves en voorzieningen. Juist omdat dit per definitie een momentopname is, behoort deze informatie niet tot het beleidskader. De diverse reserves worden in dit hoofdstuk uitgebreid toegelicht op onder meer doel, besteding, maximale omvang en duur. In het overzicht zijn de standen opgenomen per 31 december 2020. Omdat er bij voorzieningen geen keuzemogelijkheid is, blijft een beschrijving per voorziening achterwege. • In hoofdstuk 6 worden voorstellen gedaan voor het opheffen van reserves bij deze nota. • Tenslotte wordt in hoofdstuk 7 een overzicht gegeven van de reserves waarvan wordt voorgesteld om deze in te stellen bij deze nota.

5

2.

Begrippenkader en wettelijke spelregels In dit hoofdstuk worden de definities en kenmerken van de reserves en voorzieningen nader beschreven. De verslaggevingsvoorschriften en het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), vormen hiervoor de basis. Ten opzichte van de vorige nota uit 2016 zijn er geen inhoudelijke wijzigingen. Hier en daar is de toelichting in deze paragraaf verduidelijkt.

2.1 Reserves De reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vrij te besteden zijn. In artikel 43, lid 1 van het BBV worden de reserves onderscheiden naar: a) de algemene reserve; b) de bestemmingsreserves De algemene reserve heeft een permanent karakter en vormt het vrij besteedbare eigen vermogen van de gemeente. De algemene reserve functioneert als buffer voor financiële tegenvallers en onvoorziene risico’s. In artikel 43, lid 2 van het BBV wordt een bestemmingsreserve gedefinieerd als een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Een bestemmingsreserve is te besteden aan het doel waarvoor deze door de raad is ingesteld. De bestemming kan door de raad worden aangepast. 2.1.1 De functies van reserves Bij de reserves zijn de volgende functies te onderscheiden:

Bufferfunctie De algemene reserves hebben een bufferfunctie en dienen om bepaalde (onvoorziene) risico’s en exploitatietekorten op te kunnen vangen. Verder worden schommelingen in de exploitatie geabsorbeerd: tekorten en overschotten in de exploitatie komen ten laste respectievelijk ten gunste van de algemene reserve. Hierdoor is het mogelijk noodzakelijke aanpassingsprocessen geleidelijk en dus niet schoksgewijs te laten verlopen en onverwachte tegenvallers op te vangen. Reserves met een bufferfunctie maken onderdeel uit van de weerstandscapaciteit. Het aanspreken van de algemene reserve verlaagt de weerstandscapaciteit. Egalisatiefunctie Reserves kunnen worden gevormd om baten en lasten over de jaren heen gelijkmatig te verdelen. Extreme pieken en dalen in de exploitatiebegroting kunnen zo worden vermeden. Zo ook kunnen ongewenste schommelingen in tarieven die aan derden in rekening worden gebracht door middel van een egalisatiereserve worden opgevangen.

6

Financieringsfunctie Reserves kunnen worden gebruikt als eigen financieringsmiddel, omdat ze onderdeel uitmaken van het totale vermogen van de gemeente. Binnen de gemeente kan het vermogen worden aangewend als intern financieringsmiddel. Door reserves in te zetten kan het beroep op overige financieringsbronnen (van derden) worden beperkt. Bestedingsfunctie De gemeente kan besluiten te sparen voor toekomstige uitgaven. Een reserve kan daarbij worden ingezet om incidentele uitgaven te doen. 2.1.2 Wettelijke regels voor bestemmingsreserves De belangrijkste regels voor het omgaan met reserves en voorzieningen zijn al door de wetgever bepaald door het vaststellen van het BBV. De wetgever heeft bijvoorbeeld bepaald dat bestemmingsreserves niet negatief mogen zijn. Immers: negatieve bestemmingsreserves passen per definitie niet bij de aard en de beoogde betekenis van reserves: een ‘spaarpot’. Substantiële negatieve reserves vertroebelen bovendien het inzicht in de financiële positie. Deze reserves worden gevormd om binnen een bepaalde tijd een bepaald beleidsdoel te realiseren of voor egalisatie van ongewenste schommelingen van baten en lasten in een afgebakend deel van de begroting. Het instellen, opheffen en doteren/onttrekken valt onder het budgetrecht van de raad. Dat krijgt concreet gestalte door de volgende werkafspraken waardoor de raad grip houdt:

Mutaties bestemmingsreserves Een belangrijke wettelijke regel is dat stortingen en onttrekkingen aan reserves alleen zijn toegestaan wanneer deze zijn gedekt door een vóór 31 december van het verslagjaar genomen raadsbesluit dan wel wanneer door de raad een principebesluit is genomen om bepaalde (toekomstige) baten en/of lasten te muteren in een bepaalde reserve. Indien hier niet aan is voldaan is er sprake van een financiële onrechtmatigheid. Voor alle stortingen en onttrekkingen is een voor 31 december van het verslagjaar genomen raadsbesluit nodig. Dit kan expliciet bij resultaatbestemming in het kader van de jaarrekening, maar ook vooraf bij de vaststelling van de begroting. Ook kan een afzonderlijk raadsbesluit genomen worden over een storting of onttrekking aan een reserve. In de jaarrekening kunnen toevoegingen en onttrekkingen worden verwerkt tot maximaal het bedrag dat via de begroting(swijzigingen) door de raad is geaccordeerd voor de specifieke bestemmingsreserve. Een uitzondering hierop vormen de raads(principe)besluiten waarbij geregeld is dat saldi altijd ten gunste of laste van een specifieke bestemmingsreserve komen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan de werkwijze bij reserves waarbij Haarlem een regiofunctie vervult en waarbij ontvangen middelen voor de regio zijn.

Wijzigen doel of bestemming Het principe van een bestemmingsreserve is, dat de gemeenteraad ten allen tijde het doel of de bestemming kan wijzigen. Voor een dergelijke wijziging is dus altijd een raadsbesluit nodig. Instellen/ opheffen bestemmingsreserve Reserves worden ingesteld door de raad. Wanneer het doel op basis waarvan een bestemmingsreserve is gevormd op enig moment vervalt, dan dient de reserve door middel van een raadsbesluit te worden opgeheven. De vrijkomende middelen worden ten gunste van de algemene reserve gebracht of ten gunste van de exploitatie.

7

Informatie over reserves Het BBV eist dat per reserve jaarlijks in een overzicht inzicht wordt geboden in het verloop (stand begin jaar, toevoegingen/onttrekkingen en stand eind jaar). In de Haarlemse Programmabegroting en de Jaarrekening is een dergelijk overzicht standaard opgenomen.

2.2 Voorzieningen Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen. Er liggen verplichtingen voor de toekomst aan ten grondslag (verplichte bestedingsrichting). Om die reden is een voorziening niet vrij besteedbaar. Een voorziening is een apart gezet bedrag voor voorzienbare lasten in verband met risico’s en verplichtingen waarvan het tijdstip van optreden en/of de omvang per balansdatum niet exact bekend zijn. De uitgave zal in de toekomst plaatsvinden maar hangt dus wel samen met de periode voorafgaande aan de balansdatum. 2.2.1 Verplichte vorming voorziening Er is een aantal gevallen sprake van een verplichte vorming van een voorziening in een jaar (in ieder geval per balansdatum dus per einde van het jaar): 1. Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s (artikel 44 lid 1a en 1b BBV); 2. Voorzieningen voor bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35 eerste lid, onder b. (artikel 44 lid 1d BBV); 3. Voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming is gebonden (artikel 44 lid 2 BBV). Bij 1.

gaat het om min of meer onzekere verplichtingen die te zijner tijd tot schulden kunnen leiden, zoals juridische claims in afwachting van een uitspraak van de rechter (artikel 44 lid 1a BBV), of om voorzieningen die een (beste) schatting betreffen van de lasten voortvloeiend uit risico’s die samenhangen met de bedrijfsvoering, zoals rechtsgedingen of reorganisaties (artikel 44 lid 1b BBV). Bij 2. betreft het overschotten die zijn gerealiseerd op de exploitatie van bijvoorbeeld riolering of afvalstoffenheffing die het gevolg zijn van achterstand in de uitvoering van vervangingsinvesteringen waarvoor een heffing (rioolheffing, afvalstoffenheffing) van de burger is geheven. Dergelijke overschotten kunnen niet ten gunste van de exploitatie c.q. algemene middelen worden gebracht, omdat dit geld is van de belastingbetaler wat de gemeente in de toekomst nog moet besteden aan vervangingsinvesteringen riolering. Deze bedragen moeten verplicht in de voorziening worden opgenomen. Op het moment dat de vervangingsinvestering daadwerkelijk wordt gedaan, moet het bedrag wat daarvoor is opgenomen in de voorziening (spaarcomponent vervangingsinvestering) in mindering worden gebracht op het geactiveerde bedrag aan investeringen met een economisch nut. In Haarlem wordt geen gebruik gemaakt van dergelijke voorzieningen. Bij 3.

betreft het bijvoorbeeld schenkingen van derden met een specifieke bestedingsverplichting, de van derden (niet-overheidslichamen) verkregen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren en de tariefegalisatie inzake heffingen van tarieven van derden met een restitutieplicht. Het is niet toegestaan om voorzieningen te vormen voor:

8

-

De gevolgen van toekomstige gebeurtenissen, die niet in causaal verband staan met de gemeentelijke bedrijfsvoering in het huidige jaar; Jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume (denk aan vakantiegeld van de medewerkers).

2.2.2 Niet verplichte vorming voorziening Verder is er nog sprake van een niet verplichte, dus facultatieve, voorziening. Dit betreft de voorziening ter egalisatie van kosten (artikel 44 lid 1c BBV). Aan het vormen van deze voorziening zijn twee eisen gesteld, te weten: 1. er moet sprake zijn van kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, maar waarvan de oorsprong wel (mede) ligt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar ; 2. de voorziening moet strekken tot gelijkmatige verdeling van de lasten over een aantal begrotingsjaren. Het gaat bij de laatste categorie over (toekomstige) lasten waar de gemeente niet ‘onderuit’ kan. Hierbij valt met name te denken aan het cyclisch (terugkerend) onderhoud van kapitaalgoederen zoals wegen, waterwegen, riolering en gebouwen. Het vormen van een voorziening is in dit geval niet verplicht; er kan ook voor gekozen worden de ongelijkmatig gespreide lasten in de komende begrotingsjaren voor de te verwachten bedragen in de meerjarenraming op te nemen. Voorzieningen die worden gevormd om de (groot) onderhoudslasten van een kapitaalgoed over een aantal jaren te egaliseren kunnen alleen worden ingesteld en gevoed op basis van een beheerplan van het desbetreffende kapitaalgoed. Dit beheerplan dient periodiek te worden geactualiseerd en financieel te zijn getoetst.

De commissie BBV doet de aanbeveling om tenminste éénmaal in de vier jaar een integrale beleidsnota over het beleidskader onderhoud kapitaalgoederen door de raad te laten vaststellen en de hoofdlijnen daarvan jaarlijks op te nemen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Indien er geen (recent) beheerplan aanwezig is, is het vormen van een voorziening groot onderhoud dus niet toegestaan, maar kunnen de kosten van groot onderhoud wel door vrijval via resultaatbestemming vanuit een (daartoe gevormde) bestemmingsreserve worden gedekt. Overigens is in Haarlem de situatie dat voor egalisatie van de lasten van beheer en onderhoud een bestemmingsreserve wordt aangehouden. Meer specifieke informatie over deze bestemmingsreserve is terug te vinden in paragraaf 4.1.5. De Haarlemse nota visie en strategie beheer en onderhoud dateert uit 2018. 2.2.3 Wettelijke regels voor voorzieningen Ook voor voorzieningen geldt dat de regels zijn vastgelegd in het BBV.

Instellen voorziening De hoogte van de voorziening heeft conform de wettelijke spelregels een directe relatie met het risico en/of met de toekomstige verplichting. Bij de voorzieningen dient het niveau in overeenstemming te zijn met het doel waarvoor ze zijn gevormd. Omdat voorzieningen een verplichtend karakter hebben, heeft de raad niets te kiezen (allocatiefunctie) bij het al dan niet instellen. Formeel dient de raad de betreffende lasten echter wel te autoriseren. Daarvoor gelden de normale budgetregels. Als het geautoriseerde lastenbedrag van het programma (in Haarlem is beleidsveldniveau van toepassing) lopende het jaar wordt overschreden door een ontoereikende omvang van een voorziening, is daarvoor een door de raad vast te stellen begrotingswijziging nodig. Als het lastenbedrag van het programma niet wordt overschreden omdat er meevallers zijn op andere onderdelen van het programma, is er geen begrotingswijziging nodig tenzij er sprake is van een belangrijke beleidswijziging die politiek gevoelig wordt geacht.

9

Schattingsmethoden vormen voorziening Het kan lastig zijn om precies te bepalen hoe hoog een voorziening moet zijn: het schattingselement speelt bij voorzieningen in het bijzonder een rol omdat deze naar hun aard een groot onzekerheidselement kennen. De best mogelijke schatting wordt gebruikt bij het vormen van de voorziening. Het kan zijn dat er meerdere schattingen mogelijk zijn. Als geen meest waarschijnlijke variant kan worden aangegeven, maar slechts een reeks van mogelijke uitkomsten dan wordt de voorziening gesteld op het gemiddelde van de reeks van mogelijke uitkomsten. Als iets echt niet in te schatten is dan kan ook geen voorziening worden gevormd. Dan past vermelding als niet in de balans opgenomen verplichting. Mutaties voorzieningen Voorzieningen dienen dekkend te zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. Ze mogen daarom niet groter of kleiner zijn dan de verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn gevormd. Als blijkt dat het noodzakelijk niveau anders wordt, wordt de omvang van de voorziening daarop afgestemd. Andere onttrekkingen dan voor het doel waarvoor de voorziening is ingesteld, zijn niet toegestaan. Toevoegingen (stortingen) aan voorzieningen of het vormen van een nieuwe voorziening worden, conform de vastgestelde (meerjaren-)begroting als last bij de producten c.q. programma’s opgenomen en door vaststelling van de programma’s geautoriseerd.

Omdat voorzieningen zijn gevormd om onder meer toekomstige verplichtingen te kunnen waarborgen, is het van belang periodiek te beoordelen of het niveau van de voorziening op termijn de gewenste dekking zal bieden. Middels interne controle worden voorzieningen getoetst aan de vastgestelde criteria en beoordeeld op hun omvang. Ze moeten dekkend zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s.

Opheffen voorziening Een voorziening wordt opgeheven als een verplichting of een risico waarvoor een voorziening is ingesteld, is weggevallen. Aangezien opheffing van de voorziening in deze situatie verplicht is conform BBV, is voor het opheffen van de voorziening geen raadsbesluit nodig. Voor voorzieningen ter egalisatie van kosten geldt dat deze na besluitvorming door de gemeenteraad worden opgeheven. Het saldo van een op te heffen voorziening komt ten gunste van de exploitatie (algemene middelen). Informatie over voorzieningen Het verloop van een voorziening wordt – net als bij de reserves - beschreven in de begroting en de jaarstukken.

2.3 Reserves versus voorzieningen (samengevat) Het verschil tussen een reserve en een voorziening kan als volgt kort schematisch worden aangegeven: Vorming Besteding Balanspositie

Reserve bestemming van het resultaat (kan-bepaling) vrij (raadsbesluit) eigen vermogen

Voorziening verplicht door het nemen een last (zal-bepaling) verplicht vreemd vermogen

10

3.

Beleid gemeente Haarlem In totaal is er ruim € 152 miljoen in reserves vastgelegd, dat is ruim € 80 miljoen meer dan bij de vorige nota reserves en voorzieningen in 2016. In schema: bedragen x 1 mln. Algemene Reserve Bestemmingsreserves Totaal

Stand ultimo 2020 30,6 121,6 152,2

Het aantal reserves is sinds het uitbrengen van de vorige nota reserves en voorzieningen gestegen van 17 in 2016 naar 27 nu. In dit hoofdstuk worden allereerst de beleidsuitgangspunten geformuleerd die betrekking hebben op de reserves en voorzieningen van de gemeente Haarlem. Vervolgens wordt de relatie tussen de algemene reserve en het weerstandsvermogen uiteengezet. Tenslotte wordt beschreven hoe omgegaan wordt met het toerekenen van rente aan reserves en voorzieningen. Het beleid ten aanzien van de reserves en voorzieningen vormt geen op zichzelf staand beleid maar sluit aan op de financiële verordening (ex artikel 212 van de Gemeentewet) en maakt onderdeel uit van het algemeen financieel beleid van de gemeente.

3.1 Hoofdlijnen beleid De algemene beleidsdoelen met betrekking tot reserves zijn: 

3.1.1

Transparantie: door goed inzicht in de reserves en voorzieningen wordt de vrije beleidsruimte beter zichtbaar. Door te streven naar een minimaal aantal reserves, waar nodig voorzien van een plafond, worden zo min mogelijk middelen in hun besteding geblokkeerd. Er blijven meer middelen breed inzetbaar. Grip: de spelregels zijn erop toegesneden het budgetrecht van de raad maximaal tot zijn recht te laten komen. Dat betekent dat de gemeenteraad bepaalt hoe reserves worden ingezet. Zoals gebruikelijk is uitgangspunt dat mutaties (bijvoorbeeld als een reserve dient te vervallen) worden gerapporteerd en toegelicht aan de raad bij een P&C product. Spelregels

De spelregels voor reserves zijn als volgt: - Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt minimaal aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve, b. de voeding van de reserve, c. de bestedingsraming en grondslag (bv meerjarenplan), d. de maximale omvang van de reserve e. de (maximale) looptijd van de reserve. - Het instellen en opheffen van reserves is aan de raad voorbehouden (conform BBV); - Bestemmingsreserves worden zoveel mogelijk samengevoegd tot brede bestemmingsreserves;

11

-

-

-

-

-

Een bestemmingsreserve blijft alleen bestaan als het nut en de noodzaak onomstotelijk vast staan. Als dat niet zo is volgt opheffing en wordt het saldo toegevoegd aan de algemene reserve; De algemene reserve dient primair als buffer voor risico’s en ter egalisatie van rekeninguitkomsten. Afzonderlijke risicoreserves voor deelactiviteiten worden zoveel mogelijk vermeden tenzij de raad expliciet anders besluit ; Voor bestemmingsreserves die zijn gevormd om lasten over de jaren heen te egaliseren, is het vanuit het oogpunt van risicobeheersing en inzicht in de financiële positie van belang dat er beheerplannen up to date blijven. Wat up to date concreet inhoudt, kan per beheerplan verschillen. Als minimumnorm geldt eens in de vijf jaar integraal actualiseren en de hoofdlijnen daarvan jaarlijks op te nemen in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Kleinere bijstellingen op de plannen verlopen dan via de P&C documenten. Bestemmingsreserves hebben een minimale omvang van € 100.000 (indien de omvang van een in stellen bestemmingsreserve kleiner is dan € 100.000 dan opnemen in de exploitatiebegroting, er geldt een hardheidsclausule); De raad wordt geïnformeerd over het verloop van de grotere, beleidsrelevante bestemmingsreserves. Het gaat dan over informatie over begin- en eindstand en tussenliggende mutaties en een toelichting daarop (conform BBV).

3.2 Relatie algemene reserve en weerstandsvermogen Het doel van het hebben van weerstandsvermogen is dat er een buffer aanwezig is om de financiële tegenvallers op te vangen zodra risico’s werkelijkheid worden. Kortom: weerstandsvermogen is het vermogen om risico’s af te dekken. Het weerstandsvermogen is in artikel 11 van het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten (BBV) als volgt gedefinieerd: 1. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: a. de weerstandscapaciteit, zijn de middelen en mogelijkheden waarover de provincie onderscheidenlijk gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; b. alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Voor de gemeente Haarlem bestaat de beschikbare weerstandscapaciteit uit de algemene reserve en de reserve grondexploitatie. De stille reserve1 en de onbenutte belastingcapaciteit2 tellen niet mee. Daarvoor geldt dat hieruit niet op korte termijn substantiële bedragen kunnen worden vrijgespeeld. Tenslotte geldt dat ook de bestemmingsreserves in Haarlem niet worden meegeteld. De raad heeft daarvoor immers een bestemming bepaald en ook voor deze middelen geldt daardoor dat deze niet zo vrijgespeeld kunnen worden. Formeel kan dit wel want het staat de raad 1

Stille reserve: reserves waarvan omvang en bestaan niet uit de balans blijken. Voorbeeld: de financiële waarde die het stadhuis vertegenwoordigt . 2 Er is sprake van onbenutte belastingcapaciteit wanneer het gemeentelijke OZB-tarief lager is dan de maximumtarieven zoals opgenomen in de gemeentewet en/of wanneer de gemeentelijke tarieven niet kostendekkend zijn.

12

vrij de bestemming te wijzigen maar het is natuurlijk niet de bedoeling. Haarlem hanteert hiermee een meer conservatieve berekeningsmethodiek dan andere gemeenten. Bij het vaststellen van de nota risicomanagement in 2015 is deze werkwijze opnieuw vastgelegd. Het niet meetellen van de bestemmingsreserves heeft wel als effect dat de vergelijkbaarheid op het punt van weerstandsvermogen met andere gemeenten afneemt (nieuw BBV criterium) of op z’n minst minder eenvoudig wordt. De algemene reserve is het vermogen dat als echt vrij beschikbare achtervang kan worden ingezet. De benodigde weerstandscapaciteit wordt periodiek met behulp van een risicosimulatie bepaald. De benodigde weerstandscapaciteit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit en vormt het weerstandsvermogen.

In schema: Beschikbare weerstandscapaciteit ---------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit

=

Ratio weerstandsvermogen

Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen wordt de volgende waarderingstabel gebruikt: Ratio weerstandsvermogen Groter dan 2,0 Tussen 1,4 en 2,0 Tussen 1,0 en 1,4 Tussen 0,8 en 1,0 Tussen 0,6 en 0,8 Kleiner dan 0,6

Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

In de programmabegroting en jaarrekening wordt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing ingegaan op de risico’s en het weerstandsvermogen. Als de algemene reserve onder de door de raad gedefinieerde ondergrens komt, zal het financieel beleid erop gericht zijn om door extra stortingen ten laste van de exploitatie de algemene reserve weer op peil te brengen. Het kan zijn dat het weerstandsvermogen - zowel op begrotings- als op realisatiebasis - boven de door de raad gedefinieerde bovengrens komt. Als dat één jaar gebeurt, is het voorstel niet meteen actie te nemen. Als echter de opvatting is dat de omvang van de algemene reserve niet meer in relatie staat tot de benodigde weerstandscapaciteit, is de vraag aan de orde of de algemene reserve kan worden afgeroomd bijvoorbeeld voor schuldenreductie. Als deze situatie zich voordoet, zal die bij de eerstvolgende kadernota aan de orde komen en kan de raad hierover kaderstellende uitspraken doen.

3.3 Rentetoerekening aan reserves en voorzieningen Doordat de gemeente reserves heeft, hoeft er minder te worden geleend. Daardoor is de door de gemeente feitelijk aan derden (banken) te betalen rente lager dan in een situatie dat alle activa met leningen zouden moeten worden gefinancierd. In verband hiermee kan over de eigen financieringsmiddelen “bespaarde” rente worden berekend. Het is dan vervolgens mogelijk om de bespaarde rente toe te voegen aan de reserves bijvoorbeeld om de koopkracht van de reserve in stand te houden.

13

Praktijk in Haarlem is dat er geen rente wordt toegerekend aan reserves. Er is geen reden om het beleid in Haarlem op dit punt te herzien. Wel toerekenen van rente aan reserves creëert een fictieve rentelast en leidt naar het oordeel van de commissie BBV tot het (onnodig) opblazen van de programmalasten en gaat daarmee ten koste van de eenvoud en transparantie. De commissie BBV schrijft hierover het volgende: Dit betekent dan ook dat rente niet automatisch wordt bijgeschreven op reserves, omdat op deze wijze dan een stilzwijgende vergroting van de reserve plaatsvindt, zonder dat getoetst wordt of dat wel nodig is. Hiervoor wordt een expliciet en gemotiveerd besluit verwacht… Alhoewel in het BBV de mogelijkheid vooralsnog blijft bestaan om een rentevergoeding (of een vergoeding voor de inflatie) over het eigen vermogen te berekenen en deze door te belasten aan de taakvelden, adviseert de Commissie BBV vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie deze systematiek niet (meer) toe te passen. Kortom: als nut en noodzaak én noodzakelijke omvang van reserves periodiek integraal worden afgewogen, is er geen reden om rente toe te voegen aan reserves. Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan (BBV art. 45).

Voorzieningen dienen namelijk –zoals in hoofdstuk 2.2 aan de orde is geweest - naar beste schatting dekkend te zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s (niet groter of kleiner). Jaarlijks wordt bij de jaarrekening bij veel voorzieningen (bijvoorbeeld in verband met verwachte verliezen en risico’s voor de grondexploitaties) de noodzakelijke hoogte van de voorziening geactualiseerd en indien nodig aangepast. In die situatie is de (rente)toevoeging feitelijk opgenomen (verdisconteerd) in de totale aanpassing van de voorziening. Wanneer voorzieningen tegen contante waarde in de balans van de gemeente worden gewaardeerd, zal jaarlijks een toevoeging aan de voorziening moeten plaatsvinden voor het percentage (disconteringsvoet) waartegen de voorziening contant is gemaakt. Deze (rente)toevoeging is een last voor de exploitatie. Deze (rente)last wordt in de begroting geraamd.

14

4.

Overzicht bestemmingsreserves 4.1 Bestemmingsreserves met een bestedingsfunctie 4.1.1 Reserve Bodemprogramma De reserve bodemprogramma wordt gevoed uit de decentralisatieuitkering Bodem en uit de jaarlijks mogelijk niet bestede middelen bestemd voor bodem uit de gemeentebegroting. De reserve wordt ingezet voor de werkzaamheden die zijn verwoord in het Bodemprogramma 20162020 dat met een jaar is verlengd (2021). Dit bodemprogramma - hetzelfde geldt voor het daarop volgende - geeft een onderbouwing voor de besteding van het geld dat beschikbaar is voor bodemsanering. De locaties en projecten die te maken hebben met bodemverontreiniging en het beheer van de bodem worden dus expliciet benoemd. Hierdoor heeft de raad grip op de inzet van de rijksmiddelen. De gemeente Haarlem maakt in principe elke vijf jaar een nieuw bodemprogramma, omdat het Rijk voor vijf jaar budget beschikbaar stelt voor bodemonderzoek, sanering en nazorg. Voor 2021 is daar een uitzondering opgemaakt en is voor één jaar geld beschikbaar gesteld. Begin 2021 is het Bodemprogramma 2016-2020 daarom verlengd met een jaar: 2021. Als er meer duidelijk wordt over de financiering vanuit de Rijksoverheid kan een programma worden opgesteld voor de jaren na 2021. De stand van de reserve per 31-12-2020 bedroeg € 8,9 miljoen en is waarschijnlijk tot het eind van het jaar 2030 voldoende om de nu voorziene kosten te dekken.

Nog niet duidelijk is hoe en hoeveel de financiering vanuit het Rijk voor 2022 en verder zal zijn. In de Meicirculaire 2021 is aangegeven dat het jaar 2021 een overbruggingsjaar is naar nieuwe bestuurlijke afspraken over de bodemopgaven vanaf 2022 als vervolg op het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020. Bij afwijkingen wordt middels de P&C cyclus gerapporteerd over de voortgang van het bodemprogramma. Naam van de reserve

Bodemprogramma

Programma

4. Duurzame stedelijke vernieuwing

Doel van de reserve

Uitvoering door de raad vastgestelde bodemprogramma's

Functie

Bestedingsfunctie

Budgethouder

Afdelingshoofd Omgevingsbeleid

Voeding / dotatie

Algemene uitkering (doeluitkering bodem).

Besteding / onttrekking

Maximale omvang

Werkelijke uitgaven conform het geldende bodemprogramma 2016-2020 (2015/306730) verlengd voor 2021 (2020/1111358). De uitgaven voor bodemonderzoek worden geboekt op kostenplaats 675005 - Bodemsanering/ onderzoek. Dit bedrag komt tot stand door het verschil tussen raming en realisatie te bepalen, zonder vanzelfsprekend rekening te houden met het beschikbare budget geboekt n.a.v. deze onttrekking (in de raming). N.v.t.

Minimale omvang

€0

Omvang 31-12-2020

€ 8.902.000

Maximale duur/ datum opheffen

Bij voldoende saldo conform raadsbesluit tot 2030. Begin 2021 is het Bodemprogramma 2016-2020 verlengd met een jaar: 2021. Als er meer duidelijk wordt over de financiering vanuit de Rijksoverheid kan een programma worden opgesteld voor de jaren na 2021. Nog niet duidelijk is hoe en hoeveel de financiering vanuit het Rijk voor 2022 en verder zal zijn. In de Meicirculaire 2021 is aangegeven dat het jaar 2021 een overbruggingsjaar is naar nieuwe bestuurlijke afspraken over de

15

bodemopgaven vanaf 2022 als vervolg op het Convenant Bodem en Ondergrond 2016-2020. Opheffen van deze reserve is voorlopig niet aan de orde. Bijzonderheden

-

4.1.2 Reserve Wonen De reserve Wonen wordt ingezet om de uitvoeringsagenda Haarlem 2021-2025 “Samen Doorbouwen aan een Duurzaam (t)huis” te realiseren. In deze uitvoeringsagenda zijn de kaders benoemd voor de besteding van de middelen die in de reserve zitten. Naam van de reserve

Wonen

Programma

4. Duurzame stedelijke vernieuwing

Doel van de reserve

Voor uitvoering van het vigerend programma Wonen ter uitvoering van de Woonvisie.

Functie

Bestedingsfunctie

Budgethouder

Afdelingshoofd Economie, duurzaamheid, cultuur en wonen

Voeding / dotatie

Bestaand saldo, nu geen nieuwe toevoegingen voorzien

Besteding / onttrekking

De woonvisie en uitvoeringsagenda Haarlem 2021-2025 “Samen Doorbouwen aan een Duurzaam (t)huis” geeft het kader aan voor de besteding van de middelen tot maximaal het in de reserve beschikbare bedrag . De werkelijke bestedingen voor uitvoering van de woonvisie worden onttrokken. Het budget dat nog resteert in de reserve wordt in 2021 ingezet voor het uitvoeren van: opstellen stadsdeal ouderenhuisvesting, sociale energietransitie, regionale samenwerkingsagenda wonen (woonakkoord), ondersteuning woonfraude, onderzoek kwetsbare complexen en prestatieafspraken.

Maximale omvang

N.v.t.

Minimale omvang

€0

Omvang 31-12-2020

€ 213.000

Maximale duur/ datum opheffen Bijzonderheden

N.v.t. -

4.1.3 Reserve Participatie en Leefbaarheid (voorheen Stedelijke Vernieuwing) Bij de Kadernota 2018 is de reserve stedelijke vernieuwing verbreed en aangepast naar reserve participatie en leefbaarheid. De reden hiervoor is dat naast duurzaamheid ook participatie en leefbaarheid belangrijke ambities zijn. Door het doel van de reserve te verbreden kunnen ook activiteiten worden uitgevoerd die de participatie verbeteren en kan ruimte worden gegeven aan initiatieven uit de stad voor leefbaarheid. Naam van de reserve

Participatie en Leefbaarheid (voorheen Stedelijke Vernieuwing)

Programma

4. Duurzame stedelijke vernieuwing

Doel van de reserve Functie

Egalisatie van de beschikbaar gestelde middelen in de exploitatie voor activiteiten die duurzaamheid, participatie en leefbaarheid bevorderen. Egalisatiereserve

Budgethouder

Afdelingshoofd Programma en gebiedsmanagement

Voeding / dotatie

De voeding bestaat uit middelen van het activiteitenprogramma die gedurende het begrotingsjaar niet zijn besteed én eventuele opbrengsten die voortvloeien uit dit activiteiten programma. Voor het activiteitenprogramma is structureel € 1 miljoen beschikbaar gesteld. Vanaf 2022 is structureel € 500.000 beschikbaar. De jaarlijkse onder- en overschrijdingen ten opzichte van de begroting zullen bij de jaarrekening

16

Maximale omvang

vanuit de exploitatie worden verrekend met de reserve. Dit is een principebesluit, hier is geen afzonderlijk raadsbesluit meer voor nodig. Het activiteitenprogramma is de basis voor de besteding van het jaarlijkse budget, deze bestedingen lopen niet via deze reserve, alleen bij een eventueel tekort zal onttrekking aan de reserve plaatsvinden. Hier is geen afzonderlijk raadsbesluit voor nodig. Gezien het meerjarige karakter van het activiteitenprogramma zal de bestemmingsreserve ook worden ingezet om voldoende budget beschikbaar te hebben voor activiteiten van grotere omvang, waarvan de uitvoering meerdere jaren vergt. Dit extra budget zal uit de reserve onttrokken worden. Voor dit soort onttrekkingen is een expliciet raadsbesluit noodzakelijk. € 2 miljoen, gelijk aan het totaal van twee jaarbudgetten.

Omvang 31-12-2020

€ 2.058.000

Minimale omvang

€0

Maximale duur

onbeperkt

Bijzonderheden

Monitoring vindt plaats via de P&C cyclus.

Besteding / onttrekking

4.1.4 Reserve Leefomgeving De reserve Leefomgeving is bedoeld voor kwaliteitsverbeteringen van de openbare ruimte in het kader van de stedelijke vernieuwing. In het verleden is de reserve leefomgeving gevormd uit oude ISV-gelden en het afsluiten van de grondexploitaties transformatieprojecten. Er worden geen dotaties meer gedaan aan deze reserve met uitzondering van op grond van overeenkomsten ontvangen bedragen waar separate besluitvorming over nodig is. Besteding vloeit voort uit projectovereenkomsten met corporaties en is afhankelijk van het tempo van uitvoering van woningbouw. Het saldo is zoals genoemd, nodig om, samen met de bijdrage van de corporaties, de openbare ruimte die bijdragen aan versterking van de leefomgeving, denk aan goede kwaliteit openbare ruimte, plaats voor ontmoeten en bewegen, te kunnen dekken. Naam van de reserve

Reserve Leefomgeving

Programma

4. Duurzame stedelijke vernieuwing

Doel van de reserve Functie

Kwaliteitsverbeteringen van de openbare ruimte in het kader van de stedelijke vernieuwing. Bestedingsfunctie

Budgethouder

Afdelingshoofd Programma en gebiedsmanagement

Voeding / dotatie

Maximale omvang

In het verleden is de reserve leefomgeving gevormd uit oude ISV-gelden en het afsluiten van de grondexploitaties transformatieprojecten. Er worden geen dotaties meer gedaan aan deze reserve met uitzondering van op grond van overeenkomsten ontvangen bedragen waar separate besluitvorming over nodig is. Vloeit voort uit projectovereenkomsten met de corporaties en het tempo van uitvoering woningbouw. Het gaat om werkelijke bestedingen conform projectovereenkomsten met de corporaties en rekening houdend met het tempo van uitvoering woningbouw. In 2016 is een aanvullende samenwerkingsovereenkomst Delftwijk 2020 gesloten. N.v.t.

Minimale omvang

€0

Omvang 31-12-2020

€ 5.775.000

Maximale duur/ datum opheffen Bijzonderheden

N.v.t.

Besteding / onttrekking

In het verleden zijn veel uitgaven ten laste van deze reserve gekomen, sinds verplichte activering uitgaven maatschappelijk nut kan dit niet meer. De reserve kan nog wel worden ingezet ter dekking van investeringen wanneer moet het ingezette

17

bedrag wordt overgeheveld naar de reserve kapitaallasten maatschappelijke nut. Bestedingen vinden dus nu alleen nog plaats voor exploitatie-uitgaven van de transformatieprojecten. Eventuele toekomstige dotaties in de vorm van ontvangen bijdragen van projectontwikkelaars kunnen alleen plaatsvinden indien hier geen verplichtingen meer mee samen hangen.

4.1.5 Reserve Beheer en onderhoud openbare ruimte Bij de Kadernota 2012 is besloten een reserve beheer en onderhoud openbare ruimte in te stellen. Kader daarbij is de door de raad vastgestelde visie en strategie beheer en onderhoud 2013-2022 (2012, BBV 012/398572) en de actualisatie daarvan in 2018 (BBV 2018/6828). Deze visiedocumenten geven inzicht in de kwaliteitsambitie van de gemeente voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte 2013 tot en met 2022. In het visie- en strategiedocument zijn afwegingskaders vermeld op basis waarvan de jaarlijkse beheerplannen worden vastgesteld. Afgesproken is dat de visie elke vier jaar wordt geëvalueerd en zo nodig geactualiseerd. Dat zal volgens planning in 2022 gebeuren. Naam van de reserve

Beheer en Onderhoud openbare ruimte

Programma

5. Beheer en Onderhoud

Doel van de reserve

Doel van deze bestemmingsreserve is het opvangen van calamiteiten die samenhangen met groot onderhoud gedurende het jaar (inzet moet dan leiden tot minder groot onderhoud in een later jaar). Verder kan de reserve worden ingezet voor incidenteel (niet levensduur verlengend) groot onderhoud. Het gaat dan om het opvangen van periodieke uitschieters en jaren met een grote onderhoudsopgave met betrekking tot beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Tenslotte wordt deze reserve ook gebruikt bij budgetoverhevelingen bij jaargrensoverstijgende werkzaamheden groot onderhoud. Bij vertraging in het onderhoudsprogramma schuiven de werkzaamheden en het hiervoor benodigde budget door naar het volgende boekjaar. Bij versnelling van het onderhoudsprogramma wordt extra onttrokken aan de reserve. Voorstel is om hiervoor geen separaat raadbesluit bij de jaarrekening voor te nemen maar dit in analogie met de reserve Participatie en Leefbaarheid deze werkwijze vast te stellen. Daarmee wordt vertraging van het onderhoudsprogramma voorkomen, immers het besluit van de jaarrekening is in juni, en dan wordt ook de administratieve inzet beperkt. Kader is de door de raad vastgestelde visie en strategie beheer en onderhoud 20132022 (2012/398572).

Functie

N.b.: Eerder had deze reserve ook een egalisatiefunctie om pieken in vervanging van de openbare ruimte op te vangen. De wettelijke regels zijn echter aangepast waardoor activa met een maatschappelijk nut niet meer uit de exploitatie of een reserve mogen worden gedekt, maar via het Investeringsplan geactiveerd moeten worden. Daarom is deze functie komen te vervallen. Investeringen die anders ten laste van deze reserve zouden zijn gebracht zijn in het Investeringsplan opgenomen wat betreft de meer nabije programmering. Bestedingsfunctie

Budgethouder

Afdelingshoofd Beheer en beleid openbare ruimte

Voeding / dotatie

Toevoegingen aan de reserve na 2021 zijn niet begroot.

Besteding / onttrekking

De visie en Strategie beheer en onderhoud 2013-2022 geeft de afwegingskaders op basis waarvan de jaarlijkse beheersplannen worden vastgesteld. Reden om de reserve daarvoor aan te houden is dat de onderhoudstoestand van de openbare ruimte momenteel onzekerheden kent omdat er nog nader onderzoek nodig is naar de beheersituatie en het onderhoud, vooral in 2024 en 2025. De bedragen die voor incidenteel groot onderhoud nodig zijn in die jaren zijn nu niet geraamd in de begroting. Het is raadzaam hiervoor nog wel ruimte te behouden in de reserve.

18

Maximale omvang

Omvang 31-12-2020

Bij de Programmabegroting 2021-2025 is besloten € 3.000.000 aan de reserve te onttrekken maar in de jaren 2022 en verder per saldo weer € 2.000.000 terug te storten. € 12.956.000

Minimale omvang

€0

Maximale duur

N.v.t.

Bijzonderheden

Afgesproken is dat de visie elke vier jaar wordt geëvalueerd en zo nodig geactualiseerd.

4.1.6 Reserve Rekenkamercommissie In 2007 is de reserve Rekenkamercommissie ingesteld. Volgens de spelregels is deze reserve qua omvang te klein om als aparte reserve in stand te houden. Opheffen acht de griffie niet gewenst want er moet een budget zijn voor onderzoek. Argument daarvoor is ook dat de griffie in de praktijk een aparte identiteit vormt wat de budgettaire speelruimte (bv mogelijkheid om kosten/tegenvallers elders binnen de begroting te dekken) verkleint. Naam van de reserve

Rekenkamercommissie

Programma

6. Burger en Bestuur

Doel van de reserve

Middelen reserveren om een groot onderzoek te kunnen uitvoeren

Functie

Bestedingsfunctie

Budgethouder

Griffie

Voeding / dotatie

N.v.t.

Besteding / onttrekking

Afhankelijk wanneer onderzoek wordt uitgevoerd.

Maximale omvang

N.v.t.

Omvang 31-12-2020

€ 20.000

Minimale omvang

€0

Maximale duur

N.v.t.

Bijzonderheden

Sinds 2016 geen mutatie

4.1.7 Reserve Social return on investment (SROI) In 2012 heeft de gemeenteraad besloten (ZW/BB/2012/224482) een SROI-reserve in te stellen ten behoeve van financiering van(kortdurende) opleidingen of jobcoaching voor mensen van de SROI doelgroep. Naam van de reserve

Reserve Social return on investment (SROI)

Programma

3. Werk en inkomen

Doel van de reserve

Functie

Korte opleidingen, job-coaching of andere vormen van begeleiding te financieren voor mensen uit de SROI doelgroep . De SROI doelgroep bestaat uit: Uitkeringsgerechtigden o.b.v. de Participatiewet; Vroegtijdige schoolverlaters; Leerlingen Beroeps Opleidende leerweg (BOL) en Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL); Leerlingen Voortgezet Speciaal Onderwijs (Vso) en Praktijkonderwijs (Pro); Werkzoekende niet-uitkeringsgerechtigden (Nuggers); Uitkeringsgerechtigden volgens de WW, Wajong, WIA en WAO. Bestedingsfunctie

Budgethouder

Afdelingshoofd Werk en Inkomen

Voeding / dotatie

De reserve wordt gevuld door bijdragen van opdrachtnemers die niet aan hun SROIverplichting voldoen. Indien de opdrachtnemer onvoldoende medewerking verleent

19

Besteding / onttrekking

en/of de verplichtingen vanuit de SROI- paragraaf niet naleeft, zal een inhouding naar waarde van de niet-gerealiseerde verplichting plaatsvinden (5% van de loonsom van de desbetreffende opdracht). -

Maximale omvang

N.v.t.

Omvang 31-12-2020

€0

Minimale omvang

€0

Maximale duur

Gekoppeld aan looptijd SROI afspraken in ASV en overeenkomsten.

Bijzonderheden

De SROI-boete was in 2016 opgeheven en is in 2020 weer ingevoerd. Er zijn tot nu toe geen boetes opgelegd. De reserve is tot nog toe niet gebruikt. Gezien het feit dat de huidige SROI-regels een boeteclausule bevatten, wordt de reserve behouden voor het geval dat een boete wordt opgelegd.

4.1.8 Reserve Minimagelden Deze reserve dient om niet bestede middelen voor minima te reserveren en beschikbaar te houden voor deze doelgroep. Niet bestede gelden, bepaald als begroting versus realisatie, voor minima worden gedoteerd ter inzet op een later moment en eventuele tekorten worden aan deze reserve onttrokken. Naam van de reserve

Reserve minimagelden

Programma

3. Werk en inkomen

Doel van de reserve

Reserveren van onderbesteding van minimagelden zodat deze middelen beschikbaar blijven voor dit beleidsveld

Functie

Bestedingsfunctie

Budgethouder

Afdelingshoofd Schulden minima en sociale recherche

Voeding / dotatie

Onderbesteding minimagelden

Besteding / onttrekking

Maximale omvang

Een eventueel tekort wordt onttrokken aan de reserve. In de praktijk passen we bij deze reserve een principebesluit toe. Namelijk dat het saldo aan het eind van het jaar ‘afrekent’ met deze reserve. Hier is geen afzonderlijk raadsbesluit voor nodig. N.v.t.

Omvang 31-12-2020

€ 870.000

Minimale omvang

€0

Maximale duur

N.v.t.

Bijzonderheden

Relevante Kostenplaatsen: 663003 lijkbezorging 663005 minima 663006 bijz. Bijstand 663007 peuterspeelzalen 663010 sociale Basis 663669 minimabeleid reserves Verschillen begroting versus realisatie van doorbelaste lonen/inhuur/goederen rekenen niet af met de reserve.

4.1.9 Reserve Waterbergingen Bij de Kadernota 2019 is de reserve waterberging ingesteld. Volgens de geldende regels dient de gemeente bij toename van verharding extra waterberging te realiseren. Als de toename van verharding niet binnen een programma/project gecompenseerd kan worden, dient de gemeente deze waterberging elders binnen Haarlem te compenseren. Door middel van de reservering, kan de gemeente kleine opgaves samenvoegen en zo een robuust watersysteem behouden.

20

Naam van de reserve

Waterbergingen

Programma

5. Beheer en onderhoud

Doel van de reserve

Functie

Reserveren van middelen om de verhouding verhard terrein versus oppervlaktewater in stand te houden. Vervolgens kunnen kleine opgaves worden samengevoegd om zo een robuust watersysteem te behouden. Bestedingsfunctie

Budgethouder

Afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte

Voeding / dotatie

Besteding / onttrekking

De Voeding / dotatie bestaat uit gemeentelijke middelen. Bij het instellen van deze reserve is besloten om de afkoop compenserende waterberging door toename verharding voor de locatie Industrieweg 5 aan deze reserve te doteren. Dit hangt samen met het Hoogheemraadschap van Rijnland, welke ontheffingen verleent voor toename van verharding. Als deze toename van verharding niet gecompenseerd kan worden, dient de gemeente deze waterberging elders binnen Haarlem te compenseren. De middelen van derden voor afkoop compenserende waterberging worden conform de BBV voorschriften toegevoegd aan de voorziening waterberging. Door middel van de reservering en de voorziening, kan de gemeente kleine opgaves samenvoegen en zo een robuust watersysteem behouden. -

Maximale omvang

N.v.t.

Minimale omvang

€0

Omvang 31-12-2020

€ 1.431.000

Maximale duur/ datum opheffen

N.v.t.

4.1.10 Reserve Kunstaankopen Tijdens de behandeling van de Programmabegroting 2017 is de motie ‘Haarlem goes Mural’ aangenomen om ‘murals’ (wandschilderingen) en nieuwe kunst in de openbare ruimte mogelijk te maken. Op basis daarvan is als beleid geformuleerd dat binnen de planvorming voor projecten in de openbare ruimte een afweging voor een kunsttoepassing wordt gemaakt. Twee keer per jaar wordt bezien bij welke projecten in de openbare ruimte er mogelijkheden zijn voor het realiseren van kunst zoals murals. De middelen vanuit de projecten kunnen niet altijd per direct worden ingezet voor kunst. Soms gebeurt dat bijvoorbeeld en jaar later of worden de middelen vanuit meerdere projecten bij elkaar gelegd voor een kunstopdracht. Met deze reserve wordt bereikt dat de middelen voor kunst apart worden gezet en kunnen worden besteed op een moment waarop de kunstopdracht kan worden uitgevoerd. Naam van de reserve

Reserve Kunstaankopen

Programma

4. Duurzame stedelijke vernieuwing

Doel van de reserve

Tijdens de behandeling van de Programmabegroting 2017 is de motie ‘Haarlem goes Mural’ aangenomen. Daarbij is als beleid geformuleerd dat binnen de planvorming voor projecten in de openbare ruimte een afweging voor een kunsttoepassing wordt gemaakt. Het gaat daarbij om murals (wandschilderingen) en nieuwe kunst. Twee keer per jaar wordt bezien bij welke projecten in de openbare ruimte er hiervoor mogelijkheden zijn. Met deze reserve wordt bereikt dat de middelen voor kunst apart worden gezet en kunnen worden besteed op een moment waarop de kunstopdracht kan worden uitgevoerd.

Functie

Bestedingsfunctie

Budgethouder

Afdelingshoofd Economie, cultuur, duurzaamheid en wonen

Voeding / dotatie

Zoals beschreven in de nota Uitbreiding stadscollectie kunst in de openbare ruimte (2018/645811) wordt twee keer per jaar bezien bij welke projecten in de openbare

21

Besteding / onttrekking

ruimte er mogelijkheden zijn voor het realiseren van kunst zoals murals. De financiële toevoer aan de reserve is wel afhankelijk van de projecten in de openbare ruimte en de beschikbare financiële ruimte die er wordt gemaakt (als een vorm van een percentageregeling). Nader te bepalen

Maximale omvang

N.v.t.

Omvang 31-12-2020

Nihil

Maximale duur/ datum opheffen Bijzonderheden

N.v.t. -

4.1.11 Reserve Energiebesparing De raad heeft het college bij de Kadernota 2019 de opdracht gegeven om de mogelijkheden voor het opzetten van een 'revolverend fonds energiebesparing' (RFE) uit te werken. Met deze reserve wordt beoogd de budgettaire vrijval als gevolg van bespaarde kosten vanwege duurzaamheidsmaatregelen opnieuw in te zetten voor financieel renderende duurzaamheidsmaatregelen. Duurzaamheidsmaatregelen kunnen zo worden versneld richting de duurzaamheidsdoelstellingen. In de begroting 2020 is besloten om de constructie van een revolverend fonds energiebesparing voor het eerst toe te passen op het ledverlichting project (BBV 2019/93821) en de reële energiebesparing inzichtelijk te maken. Het revolverend fonds energiebesparing is vormgegeven als een reserve zodat de middelen over de jaarschijven heen beschikbaar blijven. Vanuit de reserve (kortheidshalve genoemd: reserve energiebesparing) wil de gemeente de kapitaallasten voor renderende duurzaamheidsinvesteringen dekken. In de praktijk blijkt namelijk dat over de looptijd renderende investeringen uitblijven omdat er in de eerste jaren extra dekking noodzakelijk is. Onttrekkingen vanuit de reserve energiebesparing kunnen zorgen voor deze dekking. In de daaropvolgende jaren zorgen de voordelen op onderhouds- en/of energielasten voor toevoegingen aan de reserve.

De reserve wordt gevoed door projecten/maatregelen met budgettaire vrijval als gevolg van een verwachte lagere energierekening. Naam van de reserve

Energiebesparing

Programma

7. Algemene dekkingsmiddelen en overhead

Doel van de reserve

Vanuit de reserve wil de gemeente de afschrijvingslasten of exploitatielasten voor (renderende) duurzaamheidsinvesteringen dekken. In de praktijk blijkt namelijk dat renderende investeringen uit blijven. Het RFE kan hier mogelijk faciliterend optreden om de verduurzamingsopgave te versnellen.

Functie

Bestedingsfunctie en financieringsfunctie

Budgethouder

Afdelingshoofd Concerncontrol

Voeding / dotatie

De voeding bestaat uit gemeentelijke middelen. In de Kadernota 2019 is besloten om het principe van het RFE voor het eerst toe te passen op het ledverlichting project. Dit leidt tot een dotatie van € 182.000, jaarlijks. De reserve wordt gevoed door projecten/maatregelen met budgettaire vrijval als gevolg van verwachtte lagere energierekening. Voor dotaties is een afzonderlijk raadsbesluit benodigd. Door middel van de reservering, kan de gemeente duurzaamheidsmaatregelen versnellen. Toekomstige onttrekkingen dienen gelijk te zijn aan de afschrijvingslast of exploitatielast behorend bij (duurzaamheids-)investering waarvoor energiebesparing

Besteding / onttrekking

word gerealiseerd.

Maximale omvang

n.v.t.

Minimale omvang

€0

22

Omvang 31-12-2020

€ 182.000

Maximale duur/ datum

Nader te bepalen

opheffen Bijzonderheden

-

4.1.12 Reserve Risico coronacrisis Deze reserve is bij de Bestuursrapportage 2020 ingesteld om het risico van eventuele nadelige nacalculatie in 2021 van ontvangen rijksbijdragen inzake corona voor de begroting te kunnen opvangen. Feit blijft dat de effecten van de coronacrisis op de gemeentebegroting lastig zijn in te schatten. Daarom zijn de ontvangen rijksgelden gedeeltelijk aan deze reserve gedoteerd. De reserve kan vervallen als de nacalculatie van rijksbijdragen heeft plaatsgevonden. Naam van de reserve

Risico coronacrisis

Programma

7. Algemene dekkingsmiddelen en overhead

Doel van de reserve

Het risico van eventuele nadelige nacalculatie in 2021 van ontvangen rijksbijdragen inzake corona voor de begroting opvangen.

Functie

Bestedingsfunctie

Budgethouder

Afdelingshoofd Concerncontrol

Voeding / dotatie

Ontvangen middelen van het Rijk voor coronasteun.

Besteding / onttrekking

-

Maximale omvang

n.v.t.

Minimale omvang

€0

Omvang 31 -12-2020

€ 3.000.000

Maximale duur/ datum

Na afwikkelen nacalculatie rijksbijdragen kan de reserve worden opgeheven

opheffen Bijzonderheden

4.1.13 Reserve Groei van de stad Bij de Kadernota 2017 is de reserve groei van de stad ingesteld. De reserve wordt gebruikt voor de reservering van middelen voor noodzakelijke uitbreiding van het voorzieningenniveau als gevolg van toename van de Haarlemse bevolking. In 2021 is het herijkte afwegingskader voor de reserve groei vastgesteld (2021/532230). Naam van de reserve

Groei van de stad

Programma

7. Algemene dekkingsmiddelen en overhead

Doel van de reserve

De reserve groei is bedoeld voor: a)

de structurele kapitaallasten voor noodzakelijke uitbreiding van het voorzieningenniveau als gevolg van groei van de Haarlemse bevolking

b)

de structurele beheerlasten van het nieuwe en vernieuwde (herinrichting) areaal.

c)

incidentele bestedingsvoorstellen voldoen aan de volgende voorwaarden:

-

deze dragen actief bij aan het realiseren van voorzieningen t.b.v. groei en/of het verkrijgen van cofinanciering voor investeringen groei

-

deze zijn incidenteel en betreffen dus geen structurele verplichtingen zoals vaste formatie.

Functie

Bestedingsfunctie

Budgethouder

Afdelingshoofd Programma en Gebiedsmanagement

23

Voeding / dotatie

De Voeding / dotatie bestaat uit extra middelen voor zover deze via de algemene uitkering uit het gemeentefonds worden ontvangen als gevolg van groei van de Haarlemse bevolking. De raad wordt hier periodiek over geïnformeerd en besluit hierover afzonderlijk via P&C producten.

Besteding / onttrekking

Geplande onttrekkingen t/m 2026 hebben betrekking op: - erfgoeddeal (2022 € 315.000) - belangenbehartiging, lobby en subsidieverwerving (2022 en 2023 € 280.000) - kapitaallasten voor investeringen groei (2025 €150.000 en 2026 €600.000)

Maximale omvang

Maximaal € 50 á 100 miljoen.

Minimale omvang

€0

Omvang 31 -12-2020

€ 1.251.000

Maximale duur/ datum

2040

opheffen Monitoring vindt plaats via de P&C cyclus en binnen het programma groei van de Bijzonderheden

stad.

4.1.14 Reserve Ongedeelde stad Bij de Kadernota 2018 is de reserve Ongedeelde stad ingesteld. De reserve wordt ingezet voor het reserveren van middelen voor het realiseren van betaalbare woningbouw en voor voorzieningen en leefbaarheid met als doel een ongedeelde stad. Bij gebiedsontwikkeling waar relatief veel betaalbare woningbouw wordt gerealiseerd is het niet altijd mogelijk alle noodzakelijke kosten voor voorzieningen en leefbaarheid in het gebied te verhalen op de ontwikkelaars. Met de reserve kan deze zogenaamde onrendabele top van de gebiedsontwikkeling worden afgedekt. Naam van de reserve Programma Doel van de reserve Functie Budgethouder Voeding / dotatie

Besteding / onttrekking Maximale omvang Minimale omvang Omvang 31-12-2020 Maximale duur/ datum opheffen Bijzonderheden

Reserve Ongedeelde stad 4. duurzame stedelijke vernieuwing Reserveren van middelen voor het realiseren van betaalbare woningbouw en voor voorzieningen en leefbaarheid met als doel een ongedeelde stad Bestedingsfunctie Afdelingshoofd Programma en gebiedsmanagement De Voeding / dotatie bestaat uit het overhevelen van middelen uit de reserve Grondexploitaties. Bij het instellen van deze reserve is besloten om € 5 miljoen vanuit de reserve grondexploitaties te doteren aan deze reserve. In het vervolg zal jaarlijks door de raad vastgesteld worden wat de omvang van het surplus op de reserve grondexploitaties betreft. Zodat de raad dit surplus kan toevoegen aan deze reserve. Inmiddels is € 10 miljoen toegevoegd aan de reserve. € 8,2 miljoen is bestemd voor de cofinanciering impulsregeling Zuidwest Vooralsnog € 10 miljoen. €0 € 9.821.000 2025, met mogelijkheid om te verlengen. De besteding wordt in de P&C cyclus gemonitord.

4.1.15 Reserve Bovenwijkse netwerkvoorzieningen Deze reserve is in 2021 ingesteld (2021/86978) voor het (deels) financieren van bovenwijkse netwerkvoorzieningen. De financiële bijdragen die door de marktpartijen op basis van de nota bovenwijkse netwerkvoorzieningen 2021 en gemeentelijke grondexploitaties worden, voor zover deze nog niet zijn besteed, toegevoegd aan deze reserve. De reserve mag uitsluitend worden ingezet voor de netwerkvoorzieningen op de bij de nota bovenwijkse netwerkvoorzieningen behorende lijst. De reserve vormt een (klein) deel van de totale kosten die gemoeid zijn met de benodigde netwerkvoorzieningen. De gemeente moet zelf voldoende middelen reserveren om de kosten, die nodig zijn voor het resterende deel, te dekken. De aanleg hiervan gaat hand in hand

24

met de ontwikkeling van de stad. Dus bij een lager ontwikkeltempo is het tempo van aanleggen van de netwerkvoorzieningen ook lager. De achterliggende gedachte voor het doteren vanuit gemeentelijke grondexploitaties is dat bij ontwikkelingen door deze (projectontwikkelaars) deze mee kunnen laten betalen aan de kosten voor de ontwikkeling in de openbare ruimte. Maar de ontwikkelaars betalen eerst en de ontwikkeling komt vaak later. Daarom deze reserve. Daar mag alleen aan worden onttrokken als het inderdaad een medebekostiging betreft van een in de bovenwijkse voorzieningen genoemde voorziening. Naam van de reserve Programma Doel van de reserve Functie Budgethouder Voeding / dotatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12266527/1