20210581363 2. Bijlage 1 Overzicht verwerking inspraakreacties
Tekst van het document
Lijst van indieners inspraakreacties – Cultuurplan 2022/2028 Eerste 26 namen (A t/m Z) letter Naam A Dimitry van den Berg B Jan Hoekema, Marian van Miert C Jos Catau D Suzanne de Wit E Roxane van Acker F Roxane van Acker .G 10 Culturele instellingen Haarlem H Yvonne van Popta (Stadsschouwburg & Philharmonie), mede namens Jolanda Beyer (Patronaat) en Marelie van Rongen (Schuur) I Monika Joras J Riet van Schie K R.J.van der Kluit L Caroline Bakker M Maarten Claus (artistiek leider) Matya Grabijn (zakelijk leider) Ivo Maissan (voorzitter) N Haya Maëla O Nana Bouwens P cjm.Visser Q Estella Rosa van Ooijen R E Zander S W.A. Veenhoven T F. Huitenga U Martijn Spruit
Letter A Nummer AA AB AC AD AE AF AG AH
Naam Peter Houdijk Judith Hilbers Joost Pollmann Michel van Overbeeke Miriam Klijn Falco Bloemendal J.D.E. Hageman Mike van Duivenboden
AI AJ AK AL AM
Lars van den Bosch Charlotte Wiethoff Floris Damen A. Donders Wouter Scheepens
AN AO AP AQ AR AS AT AU
V W X Y Z
AV AW AX AY AZ
Carla Bartels Yvonne Pos Ellie Buijing P.Verheijen T.A. van Vugt Marion Reulen Jason Schuman Maarten Westermann, recent curator van de 'Collectie Westermann' in museum Haarlem Peter Bakker Ina Bakker van der Schuit Monique van Royen Rob Ouwerkerk J.V van Marken
Bruno Giebels Jord Roemer Paul Molenaar Ben Prijs Piet Jonkers
letter BA BB BC BD BE BF BG BH BI BJ BK BL BM BN BO BP BQ BR
Naam Ton Maks Nelly Kabel Ineke van der Hijden Liesbeth Uilenreef Pien Rootliep Ingrid van Pelt Caroline Rootliep - van Lunteren Fine Trossel Anna De Bie Bas Boeser André Vollbehr Tim Rootliep Warner Rootliep Annemiek Wiesenhaan-Vissers E.M. Möhringer Bertil Arends Bob Smit Antoon Erftemeijer
Nummer CA CB CC CD CE CF CG CH CI CJ CK CL CM CN CO CP CQ CR
BS BT BU BV BW BX BY BZ
Paul van Ballegoijen de Jong Otto Schilling S. van den Broek Elise van Melis Ruud Weers Aislinn van Dijk-Barnhoorn W.Korthals Altes Karlijn
CS CT CU CV CW CX CY CZ
letter DA DB DC DD DE
Naam Cora Hulsebosch Michiel Kersten Carien Dries Budding Miranda Zuurbier
Naam M.A. van Zijl Jaap Pop Christel Westerveen Jhr mr J.F.Th. Van Valkenburg Anke van der Laan Boris Nuijten Marco Huitenga Erik Meertens J.J. Thöne M.L. Pop-Jansen Marian Schreppers Jolanda Ambagtsheer Artje Hoeben Ton van Ierschot Drs C Wiesenhaan -De Vlieger Marijke Eurelings Greetje van Ierschot Gabriël Verheggen, namens ABC Architectuurcentrum Haarlem Annemiek Swart stichting Kees Verwey Frans Strunk Astrid Smeding Sylvia Oltmans John Webster René van der Weijden Wim Kok
DF DG DH DI DJ DK DL DM DN DO DP DQ DR DS DT DU DV
Tineke Vlaar J.E. van Zanten Edith Ploeg Dick Hulsebosch Marcel Klingeler A. Vinken Martha van Buuren Angelique Cornet Peter Verbrugge Tatjana Frijns Marjo Berendsen Laura van der Wijden (Museum Haarlem) Lex van Straalen Killian Okrah Donkor Loes van Campen de heer Schrik (Houtfestival)
Inhoudelijk commentaar op het Cultuurplan en de reactie daarop van het College Code A
opmerking Ik heb met veel belangstelling dit cultuurplan gelezen. Het plan loopt over van goede intenties maar is uiteindelijk een “business as usual” plan. Om te beginnen niks is concreet: er zijn geen harde doelstellingen voor de subsidieontvangers. De verantwoording van de subsidies zijn ook niet opgenomen. Waarom krijgt de Stadsschouwburg bijvoorbeeld ruim 6 miljoen euro? Het argument kan natuurlijk niet alleen maar zijn “omdat we dat belangrijk vinden”. Daarnaast komt de amateurkunst er heel karig vanaf als er gekeken wordt naar de totale begroting. Natuurlijk is een bedrag van 120.000 euro een mooi bedrag. Maar op de totale begroting is dat verwaarloosbaar. Maar ook hier geldt natuurlijk weer: wat krijgen we als stad nu voor die 120.000 euro? Is dat voldoende? Of juist veel? In een bijzin staat dat er prestatieafspraken gemaakt worden met de instellingen van de BIS. Die prestaties daar zou het over moeten gaan. Verder is het plan één grote lofzang op de al bestaande culturele instellingen. Leuk natuurlijk als het publieksonderzoek vrijwel alleen is ingevuld door hoger opgeleiden. Een benchmark met andere instellingen in Nederland gewenst zijn om echt een goed beeld te krijgen van onze prestaties. Het hele document loopt verder over van de intentie om cultuur meer in de wijken te brengen. Iets wat ik van harte toejuich.
Een onderdeel om dit te bewerkstelligen zijn de programmasubsidies. Deze zijn ook toegankelijk voor de BIS instellingen. Deze instellingen hebben nogal een slecht trackrecord tav “outreach”. De programmasubsidie zou juist bestemd moeten zijn voor nieuwe cultuurmakers. Tenslotte mis ik ook een helder overzicht van hoe de gemeente Haarlem ten aanzien van cultuur en cultuursubsidies georganiseerd is. Hoeveel mensen houden zich nu hiermee bezig? Hoeveel ingangen heeft de gemeente Haarlem voor aanvragen en verwerken van subsidies?
antwoord Dank voor uw inbreng. U vraagt onder meer aandacht voor de doelstellingen voor subsidieontvangers. Het Cultuurplan is het inhoudelijke en financiële kader voor nieuw te maken prestatieafspraken met de instellingen. Nadat het Cultuurplan is vastgesteld, worden deze per instelling uitgewerkt en met de gemeenteraad gedeeld. En vanzelfsprekend verantwoorden de instellingen jaarlijks de besteding van de subsidie, en de voortgang op gemaakte prestatieafspraken. Ook deze verantwoordingen worden met de gemeenteraad gedeeld en zijn voor iedereen in te zien. U merkt voorts op dat het plan een lofzang is. De gemeente is inderdaad trots op de culturele voorzieningen in de stad en de inzet van alle organisaties en cultuurmakers. Door de verscheidenheid en diversiteit binnen de Haarlemse culturele sector, maar ook van Haarlem ten opzichte van andere steden, zijn benchmarks beperkt bruikbaar. Met ambitieuze doch realistische prestatieafspraken zetten gemeente en gesubsidieerde instellingen zich in voor het leveren van maximale waarde voor de stad. Door middel van de Uitvoeringsregeling Subsidiëring Amateurkunstverenigingen ondersteunt de gemeente 54 verenigingen met totaal 1650 leden (subsidiejaar 2021) in de vaste lasten van de huur van de wekelijkse repetitieruimte, professionele artistieke leiding en secretariaatskosten (zogenoemde instandhoudingssubsidie).
Daarnaast kan voor uitvoeringen, concerten en voorstellingen een beroep
aanpassing nee
worden gedaan op de huidige subsidieregeling van het Cultuurstimuleringsfonds. Met de nieuwe programmasubsidies biedt de gemeente nog meer ruimte aan alle culturele organisaties en cultuurmakers in de stad om een bijdrage te leveren aan de ambities voor het Cultuurplan. De subsidieregeling wordt nog uitgewerkt en vastgesteld. Een externe commissie zal beoordelen welke aanvragen en plannen het beste voldoen aan de gestelde criteria.
B
1) Wij hebben met veel waardering het Plan gelezen en vinden er veel goeds in terug. Uiteraard is de toepassing in de prakrijk en voldoende budget om de voornemens te verwezenlijken van groot belang, maar de tekst en toon stralen urgentie en besef van de essentiële rol van cultuur in het bijeen houden en verder brengen van de stad in al haar diversiteit en schakeringen, en op alle plekken ook buiten de erkende en gewaardeerde “cultuurtempels ”uit. 2) Dat ons voorstel voor een Haarlemse lokale Raad voor Cultuur, niet direct is aanvaard, hadden wij wel een beetje voorzien. Toch is, denken wij, die Raad als idee niet gek. Bijvoorbeeld als het gaat om de toedeling van middelen buiten de Haarlemse BIS (daarover zo dadelijk meer) als die er gaat komen. Dan zijn de bestaande structuren zoals die van het lokale Cultuur Stimulerings Fonds, toch niet voldoende om te voorkomen dat belanghebbenden over elkaar moeten gaan oordelen. We wijzen nogmaals op de goede ervaringen met een lokale Raad voor Cultuur in Hilversum. 3) Over de BIS als instrument hebben we aarzelingen, zoals ook al geuit tijdens het debat in de Raad op 2 september. De naam suggereert een verschil tussen niet belangrijk en (historisch gegroeid) wel belangrijk, wel erkend en niet erkend. Dat is natuurlijk niet zo zijn bedoeld of gezegd, maar het kan zo worden geïnterpreteerd.
Belangrijker nog is dat er veel onzekerheid is voor de financiering van non BIS in relatie tot de BIS, die veel geld zal opslokken. In het landelijke systeem zorgt het Rijk voor de BIS en de goed gevulde grote culturele fondsen voor non BIS, maar ook gemeentes, andere fondsen etc. Met andere woorden, als non BIS heb je niet per definitie een
In het Cultuurplan wordt op pagina 27 een overzicht gegeven van de financieringsstructuur voor cultuur in Haarlem. Via het subsidieloket ( https://www.haarlem.nl/subsidies-vergoedingen-enleningen/) kunnen aanvragen worden ingediend. Binnen de gemeente is 5 fte beschikbaar voor werkzaamheden en vragen op het terrein van kunst en cultuur. Dank voor het uitspreken van waardering voor het Cultuurplan. Dank ook aan u voor uw inbreng in de afgelopen periode. Uw pleidooi voor een lokale ‘Raad voor Cultuur’ geeft blijkt van een grote betrokkenheid. U merkt op dat bij de verdeling van middelen via bestaande structuren zoals het Cultuurstimuleringsfonds er sprake kan zijn van belangenverstrengeling. Voor de commissie CSF geldt evenwel dat zij onafhankelijk moet oordelen. Hier wordt uiteraard rekening mee gehouden in de benoeming van commissieleden. De culturele infrastructuur van Haarlem bestaat uit veel partijen, groot en klein, wel en niet gesubsidieerd. Met het Cultuurplan spreekt de gemeente waardering uit voor de inzet van álle organisaties en cultuurmakers. De term culturele basisinfrastructuur (BIS) geeft uiting aan het gegeven dat de gemeente een beperkt aantal instellingen subsidieert in hun structurele exploitatie. De gemeente hecht aan de veelal langjarige partnerschappen met deze culturele voorzieningen, aan hun functies en de daarvoor beschikbaar gestelde
nee
C
onzeker bestaan. Het voorstel in het Plan heeft dat risico van onderwaardering en onderfinanciering wel vrezen wij. En last but not least bestaat de voorgedragen BIS vooral uit stenen, uit hardware en minder uit mensen en software behalve bijv. de Schuur producties. En we herhalen maar even de vraag wie er dan oordeelt en adviseert over wie wel en wie niet in de BIS mag aan de hand van welke criteria. Zie ons punt 2! 4) Wij vragen ons af waar de Egelantier blijft in het PLAN. Uiteraard is het een apart plan met een apart voorstel en een aparte koopovereenkomst onder voorwaarden tussen gemeente en een externe partij. De benutting van de Egelantier door kleinere culturele instellingen zou het huidige plan al een stuk beter en cultureler maken (nog voorbijgaande aan de op zich ingewikkelder kansen voor het Frans Hals Museum). Het is jammer dat de twee processen, Plan en Egelantier, niet nauwer op elkaar zijn geschakeld en in de besluitvorming aansluiten. 5) Dat brengt ons direct op een zwakke schakel in het PLAN, de ruimte en kansen voor kleinere instellingen, zie het Manifest van de kleine en nieuwe culturele instellingen, ondertekend door 60 personen en instellingen actief in het Haarlemse culturele leven. De nota noemt bijv. de Nieuwe Vide, constateert dat qua huisvesting daar iets te gebeuren staat, maar spreekt er verder heel afstandelijk over.
Dat geldt ook voor veel andere kleinere instellingen. We beseffen dat de gemeente miljoenen noch panden in overvloed heeft om iedereen gelukkig te maken maar iets meer engagement had hier niet misstaan. 6) Kanttekeningen, maar wel belangrijke vinden wij met overtuiging, met een mooi Plan met veel ambitie en veel juiste woorden. Het kan en moet net een slag beter. En last but not least laat het budget geen keurslijf worden, investeer in cultuur als bind- en groeimiddel van de stad, en kijk verder dan de grote podia. Op naar de uitvoering van een aangepast Plan! Reactie Stichting Haarlem Ateliers (voorheen Zaterdag Ateliers) 1. Procedure m.b.t. inspraak op concept cultuurplan 2022-2028. Stichting Haarlem Ateliers stelt het op prijs om onderstaande reactie op het concept cultuurplan 2022-2028 te geven. Wel constateren wij dat wij door de gemeente niet eerder zijn betrokken in het voorbereidingstraject middels het Digipanel noch zijn uitgenodigd voor de online inspraaksessies. Waarom niet? 2. De focus van het concept cultuurplan 2022-2028 ligt vooral op de professionele en passieve kunstbeoefening. Ondanks de fraaie ambitie “Kunst en Cultuur voor iedereen” komt de amateurkunst in Haarlem er bekaaid af.
Ondanks de mooie uitspraken “We blijven amateurkunst ondersteunen” en “een goed, vitaal en afwisselend amateurklimaat in Haarlem is belangrijk” zien we dit onvoldoende terug in concreet beleid. Bijna zestig verenigingen, variërend van koren en orkesten tot toneel- en operetteverenigingen, worden door de
gebouwen. De gemeente benadrukt evenwel nog eens dat het culturele profiel van Haarlem door veel meer partijen wordt bepaald. Met de nieuwe programmasubsidies wil de gemeente meer mogelijkheden bieden aan meer organisaties en cultuurmakers om een bijdrage te leveren aan de ambities met het Cultuurplan. En daar waar mogelijk wil de gemeente hen ook ondersteunen in het zoeken naar passende huisvesting. De gemeente bepaalt zelf de invulling van het eigen vastgoed. De gemeenteraad heeft enige jaren geleden al besloten tot de verkoop van de Egelantier. Maar zoals in het Cultuurplan wordt opgemerkt, biedt dit gebouw nog steeds kansen voor een culturele invulling. De gemeente heeft de nieuwe koper gevraagd om samen met de culturele sector van Haarlem te verkennen welke mogelijkheden er zijn.
Dank voor uw uitgebreide reactie. Haarlem is rijk aan cultuurmakers en culturele organisaties. In de aanloop naar het nieuwe Cultuurplan is met een diversiteit aan instellingen (online) gesproken, maar niet iedereen heeft aan de themasessies kunnen deelnemen. Aan het einde van deze participatie hebben we via de gemeentelijke kanalen een open oproep gedaan aan organisaties met wie nog niet was gesproken. Wellicht heeft deze oproep u destijds niet bereikt. Wel zijn we blij dat u van deze inspraakmogelijkheid gebruikt maakt om alsnog uw reactie te geven.
nee
gemeente financieel ondersteund in de kosten voor (professionele) artistieke leiding en de zaalhuur voor repetities. Echter de stichting Haarlem Ateliers met circa 100 amateurs (schilderen, beeldhouwen en edelsmeden) en 5 professionele en betaalde docenten (Jan Verburg, Rob Schreefsel, Bart Holt, Simone van der Plas, Jeanette de Bruin) ontvangt geen steun. Valt onze stichting voor amateurs niet onder de definitie van de gemeente van Kunst en Cultuur? 3. De uitspraken in het concept Cultuurplan 2022-2028: “wij streven dat elke Haarlemmer culturele activiteiten van zijn gading vindt” ...”met extra accent op toegankelijkheid” staan in schril contrast met de feitelijke uitwerking. Noch financieel, noch op het gebied van huisvestingsfaciliteiten lijkt de gemeente een belang te hechten aan onze Haarlemse stichting voor amateurkunst die vanaf 1971 bestaat. In de afgelopen jaren heeft de gemeente de subsidies voor cursussen in de vrije tijd afgebouwd en nu stelt zij in het Cultuurplan slechts € 121.000,- (0,5%) voor de amateurkunst ter beschikking via de Uitvoeringsregeling Amateurkunst van het jaarlijks kunstbudget van liefst € 24.000.000,-. Is het niet zo dat juist de amateurkunst bijdraagt aan het streven dat elke Haarlemmer culturele activiteiten van zijn gading vindt? Waarom de keuze voor zo’n beperkt budget en waarom komen wij als Haarlem Ateliers niet in aanmerking? 4.
Ook het huisvestingsbeleid in het Cultuurplan heeft weinig oog voor amateurkunst en kiest eenzijdig voor professionele kunstenaars. Ondanks de uitspraak in de conceptnota “We blijven ons inzetten op meer ateliers en meer culturele broedplaatsen” kunnen wij als stichting voor amateurkunst nergens terecht in door gemeente (mede) bekostigde en/of gefaciliteerde atelierruimten en gebouwen. Amateurs zijn niet welkom in 37PK, Nieuwe Vide, Horizonverticaal, de Greinerschool of de Drijfriemenfabriek. Beeldhouwen edelsmeed-activiteiten in het Hart gebouw zijn niet mogelijk. Het concept cultuurplan 2022-2028 kent ons als amateurbeoefenaars geen plaats toe. Welke argumenten liggen hieraan ten grondslag? Binnenkort moeten wij onze atelierruimte, die wij van de gemeente Haarlem op het Slachthuisterrein huurden, ontruimen. Naast woningbouw komen op dit terrein o.a. een nieuwe poptempel en atelierruimtes voor kunstenaars. Ondanks gesprekken met de gemeente Haarlem lijkt er voor onze Haarlemse stichting geen plaats in Haarlem! Niet op het Slachthuisterrein noch op enige andere locatie in Haarlem. De wethouder, de afdelingen Vastgoed en Kunst en Cultuur voelen zich niet verantwoordelijk voor onze herhuisvesting omdat wij "geen verbonden of gesubsidieerde partij zijn".
Is dit wat het Cultuurplan 2022-2028 bedoelt met: “Kunst en Cultuur voor iedereen”? Ondanks gesprekken met makelaars hebben we nog geen vervangende atelierruimte gevonden. Ook komen wij in het cultuurplan niet in aanmerking voor aanvullende huursubsidie voor organisaties die geen exploitatiesubsidie ontvangen en geen deel uitmaken van de BIS zoals Horizontaal
Door de gemeenteraad is als uitgangspunt bij het uitwerken van het Cultuurplan een gelijkblijvend financieel kader meegegeven. Aanpassing en verhoging van het budget Amateurkunst betekent een verlaging van andere cultuurbudgetten. Daarvoor is niet gekozen. Amateurkunstinstellingen, waaronder Haarlem Ateliers, kunnen voor projectsubsidies een beroep doen op het Cultuurstimuleringsfonds. Ook de nog uit te werken subsidieregeling Programmasubsidies zal voor iedereen open staan. De gemeente heeft in afgelopen jaren de subsidies voor cursussen in de vrije tijd afgebouwd, ook bij Hart. En in het verlengde daarvan concentreert de gemeente zich in het atelierbeleid, uitgevoerd door 37PK, inderdaad op het bieden van huisvesting aan professionele kunstenaars. Hiervoor geldt ook al een wachtlijst. De Wereld Kindertheater en Wereldmuziekschool ontvangen subsidie als specifieke cultuurimpuls in de wijken Oost/Schalkwijk respectievelijk Schalkwijk. U verwijst ook naar de Uitvoeringsregeling subsidiëring Amateurkunstverenigingen, die alleen voorziet in de subsidiëring van podiumkunsten; koren, orkesten, toneel- en volksdansverenigingen. Het gaat daarbij om ondersteuning in de huur van wekelijkse repetitieruimte. Bij Haarlem Ateliers gaat het om een permanent gehuurde ruimte.
De gemeente begrijpt goed dat uw zoektocht naar passende huisvesting onzekerheid met zich meebrengt en betreurt het dat tot op heden nog geen oplossing is gevonden. De mogelijkheden binnen de gemeentelijke vastgoedportefeuille zijn beperkt, zeker ook voor een atelier in combinatie met een buitenruimte voor beeldhouwen. Onlangs is nog onderzocht of huisvesting in een gemeentelijk pand in de Zuiderpolder mogelijk was, helaas zonder resultaat. Mocht alsnog een
D
Verticaal (€68.000); Wereldkindertheater (€34.000,-); Wereldmuziekschool(€25.000). Waarom komt de stichting Haarlem Ateliers niet in aanmerking voor aanvullende subsidie? 5. Ons verzoek en advies. Het Cultuurplan 2022-2028 kan volgens ons een veel groter rendement behalen als er meer aandacht komt voor actieve Kunst met de kleine K. Ook al lijkt het wat minder sexy en is het wat minder trendy: geef meer ruimte voor amateurkunst; kunst is niet alleen om naar te kijken en te luisteren maar ook om te doen! Graag zien wij de stichting Haarlem Ateliers opgenomen in het Cultuurplan 2022-2028 d.m.v. concreet beleid als: -toelating van onze stichting in gebruik en verhuur van atelierruimten bij o.a. PK 37, Nieuwe Vide of Greinerschool; -een actieve faciliterende en/of bemiddelende rol van de afdeling Vastgoed m.b.t. vervangende atelierruimte; -aanvullende subsidiering in de huurkosten van atelierruimte op de particuliere markt. Namens de Stichting Haarlem Ateliers Jos Catau (voorzitter) Atelier huurprijs Cultuurplan 2022-2028 Pagina 29 van Cultuurplan 2022-2028 gaat over de ateliers. Het is daarin niet duidelijk waar de huurders in het Hoofdkantoor met één-jarige contracten bij horen: bij de 'oude huurders’ of de ’nieuwe atelierhuurders’. Omdat wij onze ruimtes sinds 2011 dus al tien jaar huren, zien wij onszelf niet als 'nieuwe atelierhuurders'.
Onze contracten zijn geen vaste huurcontracten maar steeds jaarlijks verlengd. Van Vastgoed Haarlem kregen we eind 2019 bericht dat we per 2022 een nieuw huurcontract aangeboden krijgen. Wij vrezen een grote stijging in de kosten voor onze werkruimtes. En dat willen wij niet. De vierkante meters van de vele gangen en de vensterbanken in Het Hoofdkantoor worden door de NEN2580 meting bij de huidige gehuurde atelier-vierkante meters opgeteld. Dit betekent voor de eerste verdieping (met de meeste gangen) dat een atelier nu van
geschikte ruimte vrijkomen, zullen wij dat uiteraard laten weten. Wij raden u aan ondertussen ook andere mogelijkheden te blijven verkennen, en blijven hierover in gesprek met elkaar.
Dank voor uw inbreng. De gemeente begrijpt dat de nieuwe contracten vragen oproepen. We wijzen er op dat alle tijdelijke contracten, waaronder de één-jarige contracten van het Hoofdkantoor, worden vervangen door vier jaar contracten. Deze nieuwe vier jaar contracten behouden de oude huurprijs. Alleen bij nieuwe contracten van huurders die nu nog geen contract hebben of als je als bestaande huurder een atelier wilt wisselen, geldt de invoering van de KPDH van € 51,11 per vierkante meter (dit is de beleidshuur). Er is kortom geen stijging van de huurprijs voor bestaande contracten behoudens de jaarlijkse indexering. Nieuwe huurders krijgen wel een contract aangeboden tegen het KPDH tarief (dit is het beleidstarief) en op basis van de vastgestelde m2 verhuurbare oppervlakte, volgens de NEN2580 meting. Zoals in het Cultuurplan op wordt aangegeven, wordt in overleg met 37PK nog bezien hoe voor nieuwe contracten de
nee
30 m2 en een opslag van 9 m2 = 39m2 volgens de NEN2580 in totaal 56,71 m2 zou meten; een vermeerdering van 17,71 m2! Een toename van 45,41 %.
kostprijsdekkende huur gecompenseerd kan worden zodat de ateliers betaalbaar blijven.
Door de toegenomen m2s gaan de jaarlijkse huurverhogingen ook met grotere stappen omhoog. En hoe zit het met de eventuele vermeerdering van de servicekosten? Je zou verwachten dat een gebouw, hoe je het ook meet, het verbruik van b.v. gas water en stroom hetzelfde blijft. Is dat ook zo voor b.v. de OZB, transportkosten gas, water en stroom?
De servicekosten voor algemene kosten zijn gerelateerd aan het percentage m2 dat gehuurd wordt in het gebouw (het aandeel dat de huurder heeft in het gebouw). De afrekening van de servicekosten ontvangt u van de afdeling Vastgoed in de loop van volgend jaar. Afhankelijk van de afrekening zullen de voorschotten voor de servicekosten bijgesteld worden.
We begrijpen dat de Gemeente door het Rijk verplicht is kostendekkende huur te berekenen. En het onderhoud van het ateliergebouw moet sober en doelmatig. Maar de ateliers moeten wel betaalbaar blijven! Beeldend kunstenaars het Hoofdkantoor Suzanne de Wit en Jules Kockelkoren E De Bibliotheek Zuid-Kennemerland heeft met interesse het concept Cultuurplan 20222028 van de gemeente Haarlem gelezen waarin het cultuurbeleid voor de komende jaren wordt geschetst. Wij zijn enthousiast over het geschetste beleid en de rol van de bibliotheek daarin. De uitgangspunten die wij zelf hebben geformuleerd in het nieuwe beleidskompas van de Bibliotheek Zuid-Kennemerland 2021-2024 met de titel Een bruisende bibliotheek met een maatschappelijke missie zien wij terug in het Cultuurplan van de gemeente. Heel specifiek willen we de volgende punten benoemen, die belangrijk zijn voor de bibliotheek: Het vergroten van de toegankelijkheid van culturele activiteiten, met name ook van kleinschalige activiteiten in de buurt. De behoefte aan verbindingen met andere organisaties, inwoners en cultuurmakers die bijdragen aan de grote opgaven die we tegenkomen in de stad. Dit vanuit een vraaggerichte manier van werken waarbij de behoefte en kennis van mensen centraal staan. In het Cultuurplan wordt het Meemaakpodium als voorbeeld genoemd en de bibliotheek als de meest laagdrempelige voorziening in de stad.
Het is mooi om te lezen dat de Community Library als een belangrijke plek wordt gezien voor tal van culturele projecten en activiteiten. Het ontwikkelde concept in Schalkwijk wordt ook ingezet in de andere bibliotheken in Haarlem. Samenwerking ter bevordering van culturele broedplaatsen: de bibliotheek ontwikkelt in samenwerking met Stichting Kunstnest een kunstatelier in de Bibliotheek Schalkwijk. De bibliotheek neemt haar rol in het proces van Gewoon in de wijk waarbij cultuur wordt verbonden aan de opgaven vanuit het sociaal domein. Daarvoor werken we samen met vele welzijnsorganisaties in de stad. De belangrijke rol van de combinatiefunctionaris in deze willen we de komende jaren graag verder
De gemeente is verheugd over de enthousiaste reactie van de Bibliotheek Zuid-Kennemerland op het Cultuurplan, en de overeenstemming tussen de ambities voor het cultuurbeleid en de uitgangspunten voor het bibliotheekwerk. De investering in de verbouwing en vernieuwing van de bibliotheken is er ook op gericht om het bibliotheekwerk verder te versterken. De bibliotheek merkt op dat het grootste deel van het investeringsbudget wordt aangewend voor noodzakelijk onderhoud en verduurzaming. Afhankelijk van de resultaten van fondsenwerving zullen gemeente en bibliotheek de ambities met betrekking tot vernieuwing met elkaar afstemmen. De Bibliotheek draagt met ingang van 2022 structureel bij aan de taakstelling effectiever accommodatiegebruik cultureel vastgoed, met € 80.000, door sluiting van de stationsbibliotheek. Dit zal alsnog worden benoemd in het Cultuurplan. Met bovengenoemde € 80.000 is een deel van de beoogde taakstelling ingevuld. In totaal gaat het om een te realiseren bedrag van € 250.000 voor de totale
ja
F
uitbouwen. Door middel van prestatieafspraken vullen we concreet in hoe de bibliotheek bijdraagt aan de opgaven in de stad. In het Cultuurplan wordt de investering van €6,5 miljoen genoemd die de gemeente besteedt aan de vernieuwing van de vier bibliotheken in Haarlem. Zoals bekend is het merendeel van het budget (€5,7 miljoen) bestemd voor aanpassingen in het gebouw zelf (onderhoud en verduurzaming). Belangrijk voor de bibliotheek aangezien bijvoorbeeld de klimaatomstandigheden in de Bibliotheek Haarlem centrum al jarenlang zeer slecht zijn. We zijn echter financieel beperkt in de vernieuwing die we in de bibliotheken zelf willen realiseren. Met behulp van externe financiering zullen we inspanningen verrichten om dit budget te vergroten, maar het budget blijft nog steeds beperkt. Ook door de gemeente wordt dit erkend en we zullen onze ambities hierop moeten afstemmen. We zijn met de gemeente in gesprek over de voorgestelde bezuinigingen, zoals die ook in het Cultuurplan worden genoemd. Het is in het plan zelf niet duidelijk omschreven waarin de opgaven van de bibliotheek liggen. Enerzijds wordt gesteld dat de huidige subsidieverdeling leidend blijft, anderzijds draagt de bibliotheek met €80.000,- bij aan de bezuinigingsopgave die Cultuur en Vastgoed als taakstelling hebben. Deze wordt echter niet benoemd.
Echter wel de eerder besproken bezuiniging van €80.000,- als gevolg van de vernieuwing. Zoals bekend zijn wij over deze laatste bezuiniging in gesprek met de gemeente. Nogmaals onze waardering voor het Cultuurplan 2022-2028. Het geeft ons vertrouwen om in samenwerking en afstemming met de gemeente te werken aan een verdere ontwikkeling van de bruisende bibliotheek wie wij gezamenlijk voor ogen hebben. Graag willen we verder in gesprek over de genoemde onduidelijkheid in de financiering en de verdere concretisering van de ambities zoals benoemd in het Cultuurplan. In aanvulling op de brief met mijn reactie op Cultuurplan 2022-2028 [hierboven], die ik 1 september heb verzonden aan afdeling Cultuur, stuur ik deze zienswijze. In de brief noem ik de bijdrage die de Bibliotheek levert aan de taakstelling van Cultureel en Vastgoed. Wij hebben de toezegging gedaan in 2022 €80.000,- te zullen bijdragen aan deze taakstelling. Deze bijdrage is niet zichtbaar gemaakt in het Cultuurplan. Graag wil ik een verduidelijking op dit punt. Ook noem ik in de brief de taakstelling van €80.000,- na de verbouwing zoals in het financiële kader van het Cultuurplan is opgenomen. Deze taakstelling is in 2018 opgesteld uitgaande van de toen actuele vernieuwingsplannen. Twee uitgangspunten dienden toen als basis voor de taakstelling. 1.
De energiebesparing als gevolg van de verduurzaming van Haarlem Centrum. Verduurzaming is nog steeds onderdeel van het huidige plan van aanpak maar inmiddels wordt steeds duidelijker dat de verwachte energiebesparing een stuk lager uitkomt dan eerder werd aangenomen. Daarnaast zal het energiegebruik ook enigszins stijgen door de ingebruikname van een installatie noodzakelijk voor het verbeteren van het klimaat in
gemeentelijke vastgoedportefeuille. Ook is sprake van een taakstelling van eveneens € 80.000, gekoppeld aan en te realiseren na de verbouwing van de bibliotheek. Zie hierna bij F.
Aan de verbouwing van de bibliotheek is indertijd een taakstelling van € 80.000 gekoppeld, waarbij de invulling zou moeten komen uit energiebesparing en hogere inkomsten uit de verhuur van de Doelenzaal. Invulling vanuit energiebesparing blijkt niet meer mogelijk aangezien besloten is de besparingen ten goede te laten komen aan het gemeentelijk revolverend fonds (2020/1159511: Verduurzaming gemeentelijk vastgoed). De bibliotheek geeft voorts aan de hogere huurinkomsten niet te kunnen verwezenlijken, omdat de vernieuwing van de Bibliotheek vooral zal plaatsvinden in de wijkbibliotheken.
nee
G
de Bibliotheek. 2. Dankzij de vernieuwing in Haarlem Centrum en met name het Doelengebouw zouden de huurinkomsten door huur aan externe partijen substantieel stijgen en daarmee een positief effect hebben op de exploitatie. Inmiddels zijn er door het beschikbare projectbudget keuzes gemaakt waarbij niet wordt ingezet op de vernieuwing van Haarlem Centrum en het Doelengebouw. Hier wordt alleen geïnvesteerd in achterstallig onderhoud en verduurzaming. De vernieuwing vindt plaats in de wijkbibliotheken. Het effect van de vernieuwing in de wijkbibliotheken zal vooral zichtbaar zijn in het intensievere gebruik van bezoekers en leden en slechts minimaal in extra huurinkomsten van externe partijen. Omdat de in 2018 gehanteerde uitgangpunten voor het opleggen van een taakstelling niet meer gelden wil ik graag in gesprek met de gemeente over deze tweede taakstelling gekoppeld aan de verbouwing. Met genoegen hebben wij, de beoogde BIS instellingen, het Cultuurplan 2022-2028 van de gemeente Haarlem doorgenomen. Wij prijzen de ontwikkeling dat de gemeente een brede cultuurvisie op papier heeft gezet die uitgaat van wat er leeft in de stad, waarin bestaande kwaliteit wordt onderschreven en er tegelijkertijd wordt gezocht naar ruimte voor avontuur en experiment. Het plan is ambitieus en wij onderschrijven - op inhoudelijk vlak – de ambities die worden geformuleerd.
De Gemeente heeft de extra tijd die is genomen, benut voor een zorgvuldig participatieproces en dat werpt zijn vruchten af. Graag spreken wij via deze onze waardering uit en formuleren hierbij een aantal aanbevelingen en punten van kritiek of zorg. 1. Wij zijn blij bevestigd te zien dat het door het Rijk direct aan de gemeente gedelegeerde Corona noodsteun voor cultuur (2,6 miljoen + 577.000 euro) conform de intentie van het Rijk wordt behouden voor kunst en cultuur. Hoe hoog het uiteindelijke bedrag is dat nog te besteden valt vanaf 2022, is daarbij afhankelijk van de behoefte aan noodsteun in 2021. 2. Wij juichen het toe dat er Programmasubsidies komen en er zo meer ruimte wordt gemaakt voor nieuwe, avontuurlijke (samenwerkings)initiatieven. Wij hebben echter vragen over de (continuïteit van de) onderliggende financiering. Gezien de hooggespannen ambities, verwachten wij dat er een budget beschikbaar is dat substantieel genoeg is om deze ambities te realiseren. De (rest)noodsteun van het Rijk daarvoor gebruiken is in principe werkbaar maar wel met twee kanttekeningen: a. Deze gelden zijn tijdelijk, voor de periode na 2024 moet nieuwe financiering worden gevonden b. De (rest)noodsteun moet in eerste instantie worden ingezet voor een duurzame versteviging van de Haarlemse culturele infrastructuur zodat deze post-Corona weer kan floreren.
Hierbij denken we aan een aantal dossiers die nu actueel zijn en aan opgelopen
De bibliotheek wil graag in gesprek over de (on)mogelijkheden van deze tweede taakstelling voor de bibliotheek. De gemeente is hier uiteraard toe bereid, de haalbaarheid van de taakstelling heeft de aandacht. Indien nodig, zal bij de volgende kadernota hieromtrent een voorstel worden gedaan.
Dank voor uw positieve reactie op het Cultuurplan. Dat de beoogde BIS-instellingen in gezamenlijkheid een reactie hebben opgesteld, waarderen wij zeer. Zoals u terecht constateert, worden de coronamiddelen van het Rijk ingezet ten behoeve van de culturele sector van Haarlem. En met het voorstel voor programmasubsidies zetten wij in op een duurzaam herstel. Het verloop van de coronacrisis blijft ongewis. Vooralsnog blijft een deel van de Rijksmiddelen gereserveerd voor eventuele steunmaatregelen. In 2024 zal de voortgang van het Cultuurplan geëvalueerd worden, dan kan ook besluitvorming plaatsvinden over het continueren van programmasubsidies. In het Cultuurplan merken wij daarbij op dat we hechten aan een robuuste BIS en dat de mogelijkheden voor een herschikking van budgetten binnen de cultuurbegroting zeer beperkt zijn. Met het introduceren in Haarlem van het begrip basisinfrastructuur maken we het culturele fundament van de stad expliciet. Deze instellingen vervullen een cruciale functie in verschillende cultuurdiscipline, als ontwikkel- of presentatie instelling, als plek waar een waardevolle collectie wordt beheerd en gepresenteerd, als gerenommeerd podium, of als bibliotheekvoorziening. Voor het grootste deel zijn zij
nee
achterstanden in de afgelopen jaren die juist nu kunnen worden hersteld. Naast de noodsteun worden aantal andere financieringsbronnen geopperd maar is niet duidelijk hoe de financiering feitelijk gaat plaatsvinden of tot een keuze daarvan wordt gekomen. De geopperde (deel)oplossing om met een procentuele vermindering van de exploitatiesubsidie van de BIS-instellingen te gaan werken om Programmasubsidies te financieren, is wat ons betreft niet mogelijk gezien deze reeds strak en in sommige gevallen ontoereikend zijn. 3. Het voorstel/besluit om instellingen aan te merken als Basisinfrastructuur (BIS) en als onontbeerlijk voor de stad, waarderen wij zeer. Een precieze definitie van het label BIS en wat het concreet aan rechten en plichten met zich meebrengt wordt in het Cultuurplan niet gegeven. De garantie van een meerjarige subsidie – waarvan de hoogte niet is vastgelegd en waarbij het onduidelijk is of deze voldoende is om de basiskosten te dekken - is wat ons betreft niet afdoende. Een uitgewerkte definitie van wat een BIS instelling is, de betekenis daarvan en dito methodiek waarmee de gemeente aangeeft hoe zij de belofte van structureel verantwoordelijkheid nemen voor deze instellingen zal borgen, is noodzakelijk. Hoe wordt, kortom, de BIS tot meer dan een label gemaakt?
gehuisvest in specifiek voor de culturele functie gebouwde of verbouwde gemeentelijke gebouwen. De gemeente zorgt voor een substantiële meerjarige bijdrage aan het in stand houden van de voorzieningen. Dit fundament willen we behouden en versterken. Dat vraagt maatwerk en is met dit Cultuurplan niet meteen gerealiseerd. Voor het Frans Hals Museum loopt reeds een uitgebreid separaat traject ter versterking van de museale bedrijfsvoering. De Nieuwe Vide kan langer blijven op Haarlemmer Stroom, maar met hen en Lingotto blijven we in gesprek over de (on)mogelijkheden voor huisvesting. En ook met de Schuur blijven wij verkennen wat er nodig is voor een solide exploitatie.
4. De gemeente geeft aan te willen investeren in de BIS. Echter het budget wordt niet verruimd en zoals bekend verkeren een aantal instellingen binnen de BIS nu (al jarenlang) in zwaar weer (los van Corona) en worden in hun exploitatie bedreigd. Het locatieprobleem van de Nieuwe Vide, het aanhoudende exploitatietekort van het Frans Hals Museum, de behoefte aan uitbreiding van de Filmschuur n.a.v. de komst van de bioscoop in de Koepel om de exploitatie rond te krijgen zijn voorbeelden van deze grote dossiers. Deze hete hangijzers worden in het Cultuurplan aangestipt maar de doortastende aanpak die nodig is om deze problemen op te lossen, lezen wij niet. Pas als deze fundamentele problemen zijn aangepakt, kan er sprake kan zijn van een (gezonde) BIS.
Maatwerk is ook aan de orde bij cultureel vastgoedbeleid. We kijken pro actief naar de (markt)kansen om cultuur duurzaam te (her)huisvesten. Zo wordt er gestudeerd op het verplaatsen van de wijkvestigingen van de bibliotheken in de ontwikkelzones. De aanpak in het beleid varieert, met inachtneming van gestelde kaders en soms verschillende rollen en verantwoordelijkheden. De rol van de gemeente ten aanzien van te herbestemmen panden en ontwikkelaars is een andere dan voor de eigen vastgoedportefeuille. Een mooi voorbeeld van de samenwerking tussen gemeente en culturele sector is hoe de vier grote podia de verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud hebben overgenomen.
5. In het Cultuurplan wordt aangegeven dat een actief maatschappelijk vastgoedbeleid stuurt op geschikte en voldoende betaalbare ruimte voor cultuur. Wij zijn het daar hartgrondig mee eens. Het beleid wordt in de visie echter niet geconcretiseerd. Hoe komt de gemeente tot een integrale aanpak van cultuur en vastgoed waarin aanbod en vraag/nood op elkaar worden afgestemd en hoe wordt dit beleid straks geborgd? De herontwikkeling van de Koepel en de Egelantier waar tot nog toe geen lokale Haarlemse culturele instellingen bij zijn betrokken, geven aan dat dit soort beleid een brandende behoefte is. Wij stellen voor om de beleidslijnen op dit vlak uit te werken in
We herkennen en erkennen de behoefte om ondersteund te worden in het wijkgericht werken en het versterken van de relatie tussen cultuur en welzijn. In het Cultuurplan geven we aan onder meer in te willen zetten op kennisdeling, het versterken van de rol van combinatiefunctionarissen, en ‘matchmaking’. Graag gaan wij met de bibliotheek en HART hierover verder in gesprek.
samenwerking met een kerngroep aan vertegenwoordigers uit de culturele instellingen. De daarenboven genoemde (besparende) taakstelling cultuur en vastgoed alarmeert ons gezien de gestelde ambities. 6. Wij zijn verheugd te lezen dat de gemeente de uitwisseling tussen culturele en sociale organisaties wil bevorderen. Zij wil hiertoe culturele verkenningen per stadsdeel ontwikkelen. En er wordt aangestipt dat een rol is weggelegd voor de Bibliotheek en HART. Deze rol verdient nadere definiëring qua relatie tot de andere culturele partners. Het zou ook aanbevelenswaardig zijn om meerdere instrumenten te ontwikkelen om die link te ondersteunen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een database waarbij de gemeente een matchmakende/coördinerende rol pakt of neerlegt bij een organisatie. De instellingen en organisaties werken graag in de wijken en kunnen zelf het werk leveren, de behoefte aan matchmaking en centraal overzicht blijft onverminderd groot. Als dit een serieuze ambitie is, dan moeten er in overleg met de culturele instellingen concrete instrumenten worden ontwikkeld. 7. In het Cultuurplan ontbreekt een link met de Toerismevisie en de rol die cultuur daarbinnen speelt. Een verdere uitwerking van deze link is noodzakelijk om de relatie tussen cultuur, economie en toerisme productief te maken.
In het kader daarvan zouden wij de betrokkenheid van Haarlem Marketing bij het ondersteunen en profileren van het rijke, diverse culturele aanbod in Haarlem ook verder uitgewerkt willen zien.
Over de relatie tussen cultuur en toerisme merken wij op dat Haarlem Marketing inmiddels met een eerste (structurele) culturele nieuwsbrief en een zogeheten groot cultureel overleg een nieuwe impuls wil geven aan het versterken van de samenwerking. Dit juichen wij toe. Wat betreft de creatieve industrie; in het Cultuurplan staan wij inderdaad vooral stil bij culturele broedplaatsen. Het uitgangspunt hierbij is dat de gemeente die niet zelf creëert, maar initiatieven die van onderop ontstaan ondersteunt waar mogelijk. in die zin maken we dan ook geen specifiek beleid voor broedplaatsen en wordt evenmin strikt gedefinieerd wat het onderscheid is tussen de creatieve en culturele sector. Vanuit de Economische Visie en het Cultuurplan willen we daar waar mogelijk ondernemerschap, kunst en creativiteit de ruimte geven.
9. Het Cultuurplan schetst inspirerende en herkenbare contouren en een horizon. Om deze visie adequaat te laten vertalen door de culturele instellingen, is behoefte aan duidelijke planningen en deadlines vanuit de gemeente die ook door de gemeente gerespecteerd worden en die zijn afgestemd op de vereisten en planningen van de Rijksoverheid.
In uw reactie pleit u ervoor om de uitvoering van het Cultuurplan aan te laten sluiten op de planning van het Rijksoverheid. Het Rijk werkt met vierjaarlijkse subsidiecycli. Eind 2024 loopt de huidige subsidieperiode af. De gemeente sluit hier op aan door onze BISinstellingen een meerjarige subsidiebeschikking 20222024 te geven. Aan de hand van de eerder genoemde evaluatie in 2024 kunnen in beschikkingen voor 20252028 prestatieafspraken worden bijgesteld. Met de motie Ploumen heeft de Tweede Kamer de regering gevraagd te verkennen of de subsidieperiode verlengd kan worden, om de sector op krachten te laten komen na de coronacrisis. Afhankelijk daarvan kan ook de gemeente nog besluiten om de meerjarige beschikkingen voor een langere periode te laten gelden, aansluitend op die van het Rijk.
10. Het plan geeft aan dat er momenteel sprake is van een krappe ambtelijke bezetting op de afdeling Cultuur. Mede gezien deze beperkte formatie van willen wij graag meedenken over de priortering van de genoemde ambities.
Ten slotte; uw reactie geeft vertrouwen dat gemeente en beoogde BIS-instellingen in samenwerking en met enthousiasme de ambities voor het cultuurbeleid in
8. Haarlem wil, zo stelt het Cultuurplan, de stad van de toegepaste creatieve innovatie zijn maar het onderdeel creatieve industrie wordt niet uitgewerkt. In de Visie Economie is dit een aandachtspunt, maar hoe de creatieve sector en de culturele sector met elkaar verbonden zijn en welke concrete invloed dit heeft op de ambities verwoord in het Cultuurplan (nieuwe initiatieven, behoefte aan ruimte en broedplaatsen, verbinding van sectoren) kan meer aandacht gebruiken.
Tot slot: De BIS instellingen die dit schrijven ondertekenen, zijn verschillend in grootte, schaal, missie en vorm. Wij spreken graag samen een standpunt uit maar er zullen hiernaast nog individuele reacties volgen. We zijn steeds bereikbaar voor vragen en hopen dat Raad en Gemeente onze opmerkingen en zorgen ter harte neemt. We kijken uit naar de definitieve versie van het Cultuurplan en de toekomst die op basis daarvan in tandem met gerichte oplossingen voor grote culturele probleemdossiers kan worden gebouwd!
2022-2028 willen realiseren. Afhankelijk van het verdere verloop van de coronacrisis en inderdaad ook de beperkte ambtelijke capaciteit kunnen prioriteiten worden bijgesteld. Met dien verstande dat de gemeente een verantwoordelijkheid heeft voor de hele Haarlemse culturele sector, die verder reikt dan alleen de BIS, blijven wij hier graag met u over in gesprek.
Met vriendelijke groet,
H
De Pletterij, Arno Duivestein Frans Hals Museum, Ann Demeester en Paul Stork Hart, Marijke Lichier Nieuwe Vide, Liesbeth Visee Patronaat, Jolanda Beyer Stadsschouwburg/Philharmonie, Edwin van Balken en Yvonne van Popta Toneelschuur/Toneelschuur Producties, Marelie van Rongen Vishal, Loes van Campen 37 PK, Tamara Sterman De Bibliotheek Zuid-Kennemerland, Roxane van Acker In bijlage 8: subsidie per instelling op pagina 35 van het cultuurplan wordt onder de post exploitatiesubsidie ten onrechte ook de post subsidie huurdersonderhoud meegeteld. Dit geldt zowel voor Stadsschouwburg & Philharmonie, De Toneel- en Filmschuur als voor het Patronaat. Namens deze drie instellingen verzoeken wij u dit te corrigeren en de post huurdersonderhoud te vermelden onder Overgedragen onderhoudsbudgetten. Wij begrepen dat de keuze was gemaakt om het zo te vermelden omdat de budgetten voor huurdersonderhoud al eerder zijn overgedragen. Wij hechten er echter aan om een heldere splitsing te houden van exploitatiesubsidie en gebouwgebonden subsidies.
Dank voor uw reactie. De post huurdersonderhoud bestond ook al voor de overdracht van de onderhoudsbudgetten in 2013. De subsidie voor huurdersonderhoud wordt geïndexeerd met het percentage voor subsidies > 45.000. Vandaar dat die subsidie is verantwoord onder de exploitatiesubsidie. De overgedragen budgetten zijnde, eigenaren (planmatig) onderhoud, dagelijks onderhoud, beheerskosten en servicekosten, eea cf raadsbesluit (2012-371423), worden met het percentage voor materiële uitgaven verhoogd. Vandaar de rangschikking van de bedragen onder de verschillende posten. In het Cultuurplan is een voetnoot toegevoegd aan de tabel, met de bedragen voor huurdersonderhoud.
Ja
I
Mooi streven, veel vreugde ermee! Vraag: Is er ook aan gedacht dat Haarlem op 24/10/21 al 60 jaar partnerstad van Osnabrück is en dat de Haarlemse Dichtlijn daar actief is geweest met optredens? De Haarlemse Dichtlijn is ook in heel Haarlem actief met haar bijeenkomsten voor alle dichters. Dichten blijkt wereldwijd een verbindende functie te hebben. Van harte wens ik deze groep erkenning en support van onze geliefde en zo prachtige stad♥️ Monika Joras website: www.monikajoras.nl
Dank voor uw reactie. De gemeente heeft waardering voor de inzet en activiteiten van de Haarlemse Dichtlijn. Ook in relatie tot onze zusterstad. Helaas konden de wederzijdse delegatiebezoeken aan Haarlem en Osnabrück tijdens de coronapandemie niet doorgaan. Bij de bezoeken aan Haarlem vindt er in onze bibliotheek een uitwisseling plaats van boeken van Duitse en Nederlandse schrijvers en dichters. Ook verblijft ieder jaar een jonge Haarlemmer in Osnabrück, en kan deze persoon als ambassadeur de Haarlemse letteren aanbevelen.
nee
J
Met veel belangstelling heb ik het cultuurplan gelezen. Een behoorlijk zeer uitgebreid boekwerk. Al zo'n 10 jaar lang doe ik mee met het jaarlijkse poëziefestival dat ondersteund wordt door de gemeente. Alleen daarom al het speuren naar taal wat daar iets over zegt in het nieuwe plan is de moeite waard. Maar niks van dat al! Zelfs op bladzijde 22 waar een rijtje terugkerende festivals genoemd wordt, staat het poëziefestival van de Haarlemse Dichtlijn er niet tussen. Weet u, dat het tussen de honderd en tweehonderd bezoekers naar de stad trekt vanuit heel Nederland en zelfs vanuit België? Dat mensen die toeluisteren op podia in de stad om welk woord, welke zin, welke samenhang dan ook ont/geroerd raken, dat het v e r b i n d i n g teweegbrengt. Dat de naam poëziefestival en Haarlem ver door Nederland gonst omdat het zo speciaal is? Haarlem, de bakermat van literaire geschiedenis, die dit jaar de stadsdichter zonder blikken of blozen heeft laten bungelen geeft jong talent die dit podium als een uitdaging ziet geen uitlaatklep, geen springplank? Voedt haar bevolking niet met talige vondsten, voordrachten, vermaak? In deze tijd hebben we het woord nodig, een gedicht, een beeld dat iets uitdrukt dat in korte tijd afstand overbrugt en neerdaalt in het gemoed van de mens.
Wij onderkennen de rijke traditie van Haarlem op het terrein van de letteren. Zoals u kunt lezen in hoofdstuk 3.3 van het Cultuurplan worden de letteren als onderscheidende cultuurdiscipline benoemd. Binnen deze discipline achten wij talentontwikkeling van (jonge) makers van (extra) groot belang.
nee
De gemeente Haarlem is rijk aan culturele initiatieven, festivals en cultuurmakers. In het Cultuurplan hebben wij slechts enkele voorbeelden kunnen noemen. De gemeente heeft waardering voor de Haarlemse Dichtlijn en haar jaarlijkse poëziefestival, dat ondersteund wordt vanuit het Cultuurstimuleringsfonds. De gemeente waardeert de springplankfunctie voor nieuw talent en de toegankelijkheid van het festival. Iedere dichter kan deelnemen aan het festival, van beginnende amateur tot door de wol geverfde professional. Het poëziefestival werkt hierbij samen met diverse bijzondere locaties. Tenslotte betreuren wij de gang van zaken rondom de meest recente stadsdichtersverkiezing. In 2022 worden de verkiezingen voor de nieuwe stadsdichter opgestart.
K
STICHTING INTERNATIONAAL ORGELCONCOURS HAARLEM Zienswijze Cultuurplan 2022-2028 Graag maken wij gebruik van de mogelijkheid een zienswijze in te dienen op het concept-Cultuurplan 2022-2028 van de gemeente Haarlem. 1. Algemeen Het Cultuurplan is helder geschreven en biedt een goed inzicht in de culturele ambities van de gemeente. Tijdens de digitale informatiebijeenkomst op 26 augustus jl. werd heldere uitleg gegeven over de nadere intenties. 2. Cultuurplan en festivals/evenementen Tijdens de bijeenkomst van 26 augustus werd ook duidelijk dat er een financieel onderscheid gemaakt wordt tussen de programmasubsidiëring en de positie van de BIS enerzijds en die van festivals en evenementen anderzijds. Voor festivals/evenementen wordt apart beleid geformuleerd. Het Internationaal Orgelfestival Haarlem wordt gerangschikt onder festivals, maar als we kijken naar de culturele inhoud van het Internationaal Orgelfestival, is er een duidelijke relatie met de inhoud van het Cultuurplan. Tijdens de bijeenkomst van 26 augustus heeft de heer Van der Spek aangegeven dat nadere afstemming tussen het evenementen/festivalbeleid en het cultuurbeleid van het Cultuurplan nodig is: woorden die wij graag onderschrijven. Het is naar onze mening gewenst om een relatie te leggen tussen de ambities van het Cultuurplan en de bijdrage die ons festival daaraan levert.
Die relatie kan dan worden meegewogen in de besluitvorming over het evenementenbeleid (zie ook onder 5). In het onderstaande gaan wij op een aantal aspecten van de samenhang tussen ons festival en het Cultuurplan in. 3. Relatie met de ambities van het Cultuurplan Ambitie 1: voor iedereen. Het Orgelfestival is er ook voor iedereen. Verschillende onderdelen van het festival zijn gratis toegankelijk of kennen lage toegangsprijzen wat de drempel laag houdt. Het festival is er niet alleen voor bezoekers uit verschillende werelddelen maar ook voor de Haarlemmers, ook voor die Haarlemmers die niet altijd even gemakkelijk de drempel van een culturele activiteit overstappen. Daartoe organiseren we ook een Orgeldag for Kids, een educatief en muzikaal basisschoolproject. De contacten lopen, in nauwe samenwerking met ‘Hart’, naar scholen uit met name de buitenwijken van Haarlem, zodat ook daar kinderen (en ouders!) in contact kunnen komen met één van Haarlems beroemdste cultuurmonumenten: het meermalen in het Cultuurplan genoemde Müllerorgel. Dit kost de ouders en de scholen niets. Ambitie 2: ruimte voor cultuurmakers. Het Cultuurplan spreekt op p.13 van het koesteren van artistieke topkwaliteit. Voor het Internationaal Orgelfestival komt de orgeltop (cultuurmakers!) van de wereld naar Haarlem. De activiteiten (vooral de Young
Dank voor uw complimenten betreffende het conceptCultuurplan 2022-2028. De cultuurfestivals waaronder het Orgelfestival vormen een belangrijk onderdeel van het culturele aanbod in Haarlem. Wij zijn trots op het Internationaal Orgelfestival Haarlem dat wereldwijde faam geniet vanwege de hoge kwaliteit van het internationale programma, de gerenommeerde uitvoerenden en het gebruik van het wereldberoemde Müllerorgel in de Grote of St.-Bavokerk. De missie van de Stichting een steeds breder publiek bij het instrument betrekken, onder andere door middel van de Orgeldag voor Kids, wordt zeer gewaardeerd. De cultuurfestivals leveren een belangrijke bijdrage aan de ambities uit het Cultuurplan. Met een extra toelichting in het definitieve Cultuurplan onderschrijft de gemeente dit. Net als in de meeste middelgrote gemeenten vallen culturele festivals en evenementen onder het evenementenbeleid. Via dat beleid en bijbehorend evenementenbudget koesteren we de huidige festivals én bieden we ruimte aan nieuwe initiatieven. Kunst en cultuur is een van de pijlers van het evenementenbeleid 2018-2022. In 2023 vindt besluitvorming plaats over (het kader voor) de verdeling van de evenementensubsidies vanaf 2024. Hier zijn ook cultuurambtenaren bij betrokken. Dan kan ook bezien worden of en hoe de beoordeling en subsidiering van cultuurfestivals bijgesteld moet worden.
Voor de activiteitenprogramma’s die bijdragen aan een of meer ambities kunnen ook cultuurfestivals in het voorjaar van 2022 een aanvraag indienen voor de nieuwe programmasubsidies. Met het CSF zijn er nu al mogelijkheden om randprogrammering of nieuwe activiteiten te ondersteunen voor nieuwe publieksgroepen.
ja
Composers Class (dat al een half jaar voorafgaand aan het festival van start gaat) en het Internationale Improvisatieconcours) vormen bij uitstek een culturele broedplaats, waarbij permanente vernieuwing voorop staat. Vanzelfsprekend onderschrijven we uw opmerking dat ‘onze’ cultuurmakers eerlijk worden betaald voor hun werk, een terechte richtlijn waardoor echter niet zelden onze financiering onder enige spanning staat. Vanwege onze orgel-achtergrond vinden we ook de plannen voor de kerkenvisie (pag. 16) interessant. Graag gaan we met u in gesprek hoe we als orgelevenement hieraan kunnen bijdragen. Ambitie 4: cultuureducatie. De aan het Internationaal Orgelfestival gekoppelde Internationale Zomeracademie voor orgel is met haar topdocenten en deelnemers uit de hele wereld zonder meer culturele educatie. Hieraan hebben we sinds 2010 een Young Talents Class gekoppeld. Maar ook op Haarlems niveau! Het in het eerste kader op pagina 19 genoemde ‘Doel’ – op en na schoolkinderen in contact brengen met cultuur – geven wij vorm met het al genoemde Orgeldag for Kids-project. Wij zouden dit graag uitbouwen tot een jaarlijkse ‘Orgeldag’. Ambitie 5: vergroten belang culturele voorzieningen.
Het Internationaal Orgelfestival draagt uiteraard bij aan het aantrekkelijk maken van Haarlem voor de ‘kwaliteitsbezoeker’, maar we wijzen nadrukkelijk ook op de manier waarop wij Haarlems cultureel erfgoed – waaronder als ‘grootste parel’ het Müller-orgel in de Bavokerk – wereldwijd ‘in de etalage’ zetten. Dit komt geheel overeen met de genoemde doelstelling ‘Festivals (…) in combinatie met het erfgoed en de grote historische waarde’ (pag 21). 4. Trefwoorden Tijdens de bijeenkomst van 26 augustus is zijdens de gemeente een drietal trefwoorden genoemd die het belang van het Cultuurplan duidelijk maken: duurzame samenwerking, ruimte voor vernieuwing en ‘meer in de wijk’. Duurzame samenwerking: wij werken samen met de Koorbiënnale en onderhouden goede relaties met het Houtfestival. De samenwerking met de Philharmonie, de ‘oude’ en de ‘nieuwe’ Bavo, de Nieuwe Kerk, de Doopsgezinde Kerk, het Orgelfestival Alkmaar, Orgelpark Amsterdam, Stichting Jan Pieterszoon Sweelinckprijs, de Nederlandse conservatoria en Haarlemse scholen mag niet onvermeld blijven. In het buitenland onderhouden we contacten met conservatoria en instituten in Toulouse, Versailles/Parijs, St Albans, Kansas, Brussel en Beijing. Deze samenwerkingsvormen zijn duurzaam.
De monumentale orgels kunnen we natuurlijk niet ‘naar de wijk’ brengen, maar we kunnen scholen ‘uit de wijk’ wel naar de Bavo brengen! En dat doen we. Ruimte voor vernieuwing zit in het DNA van het Orgelfestival. Iedere editie van het festival brengt weer nieuwe elementen in. Als het Cultuurplan spreekt over ‘culturele broedplaatsen’, dan mag men het Orgelfestival wel als zodanig betitelen. Die lijn wordt
Wij begrijpen dat het vervolg met het evenementenbeleid nu nog onzekerheid voor u meebrengt. Wij blijven hier graag met u over in gesprek.
L
voortgezet. 5. Evenementenbeleid Op p.33 van het Cultuurplan wordt aangekondigd dat in 2022 besluitvorming plaatsvindt over het vervolg op het evenementenbeleid. Zoals onder 2 reeds verwoord, achten wij een goede afstemming van het evenementenbeleid en de besluitvorming over het Cultuurplan noodzakelijk. Wij dienen deze zienswijze op het Cultuurplan onder meer in om die afstemming te bepleiten. Sterker nog: wij verzoeken u bij de besluitvorming over het Cultuurplan mee te wegen dat ook het Internationaal Orgelfestival (net als de Koorbiënnale en het Houtfestival) bijdraagt aan de realisatie van de doelstellingen van het Cultuurplan en dat dit ook bij de besluitvorming over het vervolg op het evenementenbeleid een belangrijk element in de afweging behoort te zijn. Naar de vorm is het Internationaal Orgelfestival in de Haarlemse systematiek dan misschien geen instelling, maar in onze optiek wel een instituut dat in zijn verschijningsvorm én de verbondenheid met het Müller-orgel in de Bavokerk als festival een onmisbare bijdrage levert aan het Haarlemse culturele leven. 6. Vervolg Het Orgelfestival werkt meerjarig. Daarom is meerjarige financiële zekerheid voor ons cruciaal. Omdat het vervolg op het evenementenbeleid nog vorm moet krijgen, zijn wij graag bereid mee te denken/praten over de inhoud van dat beleid. Een uitnodiging daartoe zien wij graag tegemoet.
Namens bestuur en team van de Internationale Koorbiënnale wil ik graag alsnog reageren op het concept Cultuurplan. Wij zijn dankbaar voor de mooie woorden die worden gewijd aan de Haarlemse podiumkunstenfestivals, en voor het feit dat hun waarde voor de stad wordt gezien. Wel zijn we teleurgesteld, dat er niets is gedaan met wat voor ons het belangrijkste onderwerp van gesprek was in ons contact met de gemeente, zeker ook tijdens de totstandkoming van het Cultuurplan: namelijk dat de podiumkunstenfestivals geen onderdeel uitmaken van dit plan en bijgevolg van het cultuurbeleid van de gemeente Haarlem. Wij hebben er, samen met o.a. de collega's van het Houtfestival en het Orgelfestival, meermalen voor gepleit om dit met de inrichting van het nieuwe Cultuurplan te veranderen. Maar nog steeds vallen we als festivals onder het evenementenbeleid, waar we collega's zijn van en moeten concurreren met bijv. de Grachtenloop, het Bloemencorso of de Kerstmarkt. Onze natuurlijke partners zijn echter de Philharmonie, Stadsschouwburg, Toneelschuur, het Patronaat en de eerdergenoemde collega-festivals. De Koorbiënnale zou dit graag tot uiting zien komen in het cultuurbeleid, waarin de podiumkunstfestivals een vaste plek verdienen.
Het aanwijzen en inrichten van een gemeentelijke Basis Infrastructuur is een prima idee, maar wat vreemd dat er in deze BIS alleen gebouwen/instellingen zijn opgenomen. Zijn de festivals ook niet op hun eigen manier onderdeel van het vaste weefsel van de
Dank voor uw reactie. De cultuurfestivals, waaronder de Internationale Koorbiënnale, vormen een belangrijk onderdeel van het culturele aanbod in Haarlem. Wij hebben grote waardering voor de Internationale Koorbiënnale, een internationaal vocaal festival op topniveau. Het festival presenteert ensembles van internationale naam en faam naast jong talent, zij biedt zangers op alle niveaus mogelijkheden om zich te ontwikkelen. Het festival toont haar maatschappelijke betrokkenheid met projecten die inspelen op actuele maatschappelijke thema’s en daarmee een groeiend en divers publiek verbinden, zoals David Langs ‘The Public Domain’ en The B-Side’van de Wooster group. Tenslotte wil de Koorbiënnale het publiek uitdagen maar ook uitnodigen tot het zelf zingen. Net als in de meeste middelgrote gemeenten vallen culturele festivals en evenementen onder het
ja
cultuur in Haarlem? De festivals vallen dus nog steeds onder het evenementenbeleid, waarvan en passant wordt gezegd dat dit begin 2022 zal worden herzien. Een zeer wankel vooruitzicht! In een tijd waarin de structurele subsidies vanuit het landelijke Fonds Podiumkunsten steeds worden gematcht met wat de lokale overheid bijdraagt, zou de gemeente Haarlem pal moeten staan voor de parels in het culturele bestel, en dat zijn toch niet alleen de gebouwen, zoals we nu moeten opmaken uit de inrichting van de BIS. Het via het evenementenbeleid voor de festivals beschikbare budget, staat in geen enkele verhouding tot de totale omzet van (in dit geval) de Koorbiënnale, dat er voor elke editie opnieuw in slaagt grote sommen uit landelijke fondsen te verwerven die ten goede komen aan de cultuur in Haarlem. Een betere balans tussen landelijke en lokale steun zou voor de Koorbiënnale van grote betekenis zijn en onze bestaanszekerheid doen toenemen.