20210574986 Transcript commissie Bestuur 16 juni 2022
Tekst van het document
16
hem, ik had uw naam nog niet genoemd. De heer Duits en u wil inspreken over de veiligheid rondom de Pal Maleterweg. De heer Duits: Helemaal correct. De voorzitter: Aan u het woord. De heer Duits: Dank u wel. Geachte commissieleden, op 25 november 2021 heeft zich naast ons een JeugdzorgPluslocatie van Parlan gevestigd. Dit is de bedoeling dat voor kinderen tot achttien jaar met gedragsproblemen die heel erg zijn, dat de jongeren een gevaar zijn zichzelf en voor anderen. Vooropgesteld is dat het belangrijk is dat deze kinderen de zorg krijgen die nodig is, maar aan de andere kant moet het niet zo zijn dat zomaar een volledig gezin met kleine kinderen daar de dupe van wordt. Locatie is onwettig. Allereerst, deze locatie had er nooit mogen komen. De locatie heeft bestemming wonen en is niet geschikt voor opvang en begeleiding van jongeren met zware problematiek. Hiervoor ben ik echter niet bij u, daarvoor ben ik samen met mijn advocaat een gerechtelijke procedure gestart. Overlast. Het probleem daarvoor dat ik bij u meld is dat de overlast enorm is. Het gaat om geluidsoverlast tot diep in de nacht. Grove scheldpartijen te pas en te onpas, bedreigingen en schreeuwen. Een dergelijke voorziening heeft een enorme impact op de directe omwonenden. Ik heb kinderen die niet meer voor op straat durven te spelen en zelfs in onze eigen tuin en de poort is het niet veilig.
Lawaai, roken, drugsoverlast, psychoses van cliënten. In de tuin worden therapiesessies gehouden. We kunnen alles letterlijk verhoren. Hangjongeren rond het huis. Het effect wat dit heeft op mijn gezin en op mijzelf is ongekend. Veel stress in huis en paniekaanvallen. We staan ermee op en gaan ermee naar bed. Spullen worden in onze tuin gegooid. Gevulde condoom, sigarettenpeuken, wegwerp-esmokers. Niet handhaven. Mijn vraag aan u is waarom de gemeente niet handhaaft en of u de burgemeester kan verzoeken om hier echt in op te treden. Niet luisteren en serieus genomen. Dat komt dat ik erbij deze manier waarop de gemeente met mijn problemen is omgegaan. Vooraf zijn wij als omwonenden niet meegenomen door de gemeente of Parlan. Er is buiten ons besloten tot het plaatsen van deze instelling met een grote impact op de omgeving. Er is niet gekeken naar mijn thuissituatie. Er zijn geen maatregelen tegen geluidsoverlast genomen. Er is geen belangenafweging gemaakt. Onze belangen doen er blijkbaar gewoon niet toe. Wat mij ook stoort is dat ik persoonlijk via onze advocaat meerdere malen bij de gemeente heb gemeld en dat in strijd is met het bestemmingsplan, maar mijn probleem wordt niet serieus genomen. Waarom moet ik hier mijn beklag komen doen? Wat is er mis met een gemeente die niet bereid is om naar zijn inwoners te luisteren? Valse informatie naar de gemeenteraad.
Op vragen die gesteld zijn door verschillende fractieleden wordt onjuiste informatie verstrekt door de ambtenaren. Hoe kunt u een goede beslissing nemen over een wijziging van een bestemmingsplan als u daar niet goed wordt over geïnformeerd. Aan u de gemeenteraadsleden. Als dit goedgekeurd wordt dan betekent dat dat er naast elk huis in Haarlem zomaar een GGZ-instelling geplaatst kan worden. Dus ook naast u. Zou u dat prettig vinden? Hartelijk dank voor uw aandacht. De heer Lagerweij: Mag ik een kleine specificatie nog geven? Mijn naam is Ronald Lagerweij van Achmea Rechtsbijstand. Met name over het vals informeren van de gemeenteraad zijn hier vragen over gesteld door de VVD. Eén van die vragen was klopt het dat het bestemmingsplan één GGZ instelling niet toelaat op die locatie? Het antwoord van het college was nee, het bestemmingsplan laat wonen toe. Dat is dus evident onjuist. Wonen wordt wel toegestaan, maar niet het vestigen van een opvanglocatie. Daarmee is de raad volgens mij op het verkeerde been gezet en dat lijkt me in deze setting een doodzonde. Dank u. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Duits en toevoeging. Ik zie een aantal vragen van commissieleden en ik begin bij de heer Trompetter, Actiepartij.
17
De heer Trompetter: Nou, dank u wel voor het inspreken en melden in ieder geval. Is het wel zo dat ik wel aan u wil vragen van welke procedure u precies bent gestart? U heeft het over een bestemmingsplanwijziging, maar dat is niet meestal deze commissie die daarover gaat en het is wel gebruik dat als een gerechtelijke procedure loopt, dat wij dat dan als raadsleden even afwachten, maar kunt u precies aangeven wat voor procedure u nu aan het voeren bent? De heer Lagerweij: Kort toelichten. We hebben om handhaving gevraagd. Eerst heeft de gemeente ontkent dat het in strijd met het bestemmingsplan was. Ik heb de gemeente kunnen overtuigen dat het wel in strijd met het bestemmingsplan is, omdat wij heel goed begrijpen dat jeugdzorginstellingen heel schaars zijn in Haarlem, hebben we niet met de botte bijl willen hakken. Hebben we geprobeerd om in overleg tot een oplossing te komen, maar omdat mijn cliënt zo lang aan het lijntje gehouden werd heb ik op een gegeven moment een ingebrekestelling moeten sturen. Toen heeft de gemeente laten weten we gaan het legaliseren, maar dat moet nog gebeuren. Dus nu zit er weer een juridische lacune. De voorzitter: Dank u voor uw antwoord. Er waren meer vragen. Mijnheer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Ja, hij doet het. Dank u voor uw toelichting en onze zorgen, wij hebben ook technische vragen gesteld over de situatie bij uw buren.
Even aan uw juridisch begeleider. U zegt de gemeente wil nu legaliseren. Betekent dat volgens u een aanpassing van het bestemmingsplan? De heer Lagerweij: Dat zou betekenen een aanpassing van het bestemmingsplan. Daar moet een procedure voor gevoerd worden en de gemeente heeft ons laten weten dat er voorwaarden zouden worden gesteld aan de vergunning. Laten we zeggen goede afspraken maken. We vragen ons af of dat mogelijk is, maar die discussie komt pas op het moment dat de vergunning verleend is. Maar de situatie is vaak dat er 21-jarige begeleiders zitten met een aantal mensen met zware problematiek en ik vraag me af of goede afspraken ooit tot een rustige situatie kunnen leiden. De heer Smit: En mag ik nog, voorzitter … En is er op dit moment, als het gaat om de probleemsituatie, inmiddels wel een keer contact geweest van Parlan en de gemeente met de familie Duits? De heer Duits: Nou, wij zijn één keer uitgenodigd geweest bij de gemeente om te komen praten. Daar heb ik mijn verhaal mogen doen en daarna is het doodstil geworden. Bij Parlan, bedoel je? De heer Lagerweij: Ja, Parlan vraagt hij naar. (buiten microfoon) De heer Duits: O, bij Parlan. Bij … Ja, ik verwoordde het samen. Nee, Parlan en de gemeente zijn nooit samen bij elkaar geweest om met mij te praten. Het is of de gemeente geweest of het is Parlan.
Ik heb tot 14 april contact gehad met Parlan, die mij wekelijks belde over de overlast. Na die 14 april heb ik de knoop doorgehakt door te zeggen nou, alle afspraken die er tot nu toe zijn gemaakt worden consequent niet nagekomen. Iedereen zou zich aan de afspraken houden en dat wordt gewoon niet gedaan. Het is ook afhankelijk van welke begeleider er op dit moment zit of ze heel strak gehouden worden of niet. Het gebeurt ook heel vaak dat ze in ploegendiensten zo heel veel draaien dat gewoon de begeleiders niet eens weten wat de afspraken zijn. Want intern wordt er bij Parlan ook niet afgesproken wat precies de afspraken zijn. Dus ik loop heel vaak tegen dingen aan. De voorzitter: Oké, dank u.
18
De heer Smit: En kent u de afspraken? (buiten microfoon) De voorzitter: Mijnheer Smit, laatste ronde. Er zijn nog anderen. De heer Smit: Nog één vraag stellen dan? De voorzitter: Eén vraag mag u stellen. De heer Smit: Kent u de afspraken? De heer Lagerweij: Ik ken de afspraken, ja. Met Parlan en die zijn ook duidelijk afgesproken met het MT daar. De heer Smit: Dank u wel, voorzitter. (buiten microfoon) De voorzitter: De heer Van Kessel had ik gezien, VVD. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel, voorzitter en dank u wel aan de heren ook voor het inspreken. Allereerst even de situatie van hoe de locatie en dingen daar gekomen is, wat daaraan voorafging. Je ziet bij een andere een aantal andere locaties van GGZ-instellingen of van maatschappelijke ondersteuning dat er dan zal maar zeggen eerst met omwonenden gesproken wordt en dat er met een bijvoorbeeld een beheersplan wordt overlegd of besproken over hoe kun je eventuele overlast, hoe zou je die kunnen voorkomen of hoe kun je dat vermijden.
Is er bij u vooraf dus contact geweest over de overlast die mogelijk kan ontstaan? En is er gekomen tot een soort beheersplan over hoe om te gaan met onveilige situaties die natuurlijk bij een dergelijke locatie en instelling te verwachten zijn? De heer Duits: Ik kan u vertellen dat ze vroeg van woensdag, wat was het? 26 november bij mij voor de deur stonden met een kaartje en een plant en twee dagen later stond de vrachtwagen voor de deur om de boel uit te laten. De heer Lagerweij: Ja, ik wil er aan toevoegen, het was een illegale situatie. Dus je bent willens en wetens ergens gaan zitten waar je niet mag zitten. De voorzitter: Mijnheer Van Kessel heeft nog een vervolgvraag. De heer Van Kessel: Ja, dank u wel. Ik zal ook zal maar zeggen voor mijn vragen, voorzitter, zal ik ook een verschil maken tussen het wel of niet wettig plaatsen van de locatie, want dat is iets waar u van aangeeft dat daar een gerechtelijke procedure loopt. Dus daar zullen we als raad dan denk ik ook maar niet in treden. Het gaat mij allereerst en dat was mijn eerste vraag, over hoe is die locatie daar gekomen en is daar vooraf toch over die situatie gesproken? Dat is niet het geval en dat lijkt mij onwenselijk. Dus daar zouden we als gemeenteraad ook wat qua beleid aan kunnen doen.
Het volgende is eigenlijk wat ik wil vragen, op het moment dat u dan de locatie geplaatst is en er is, u noemt een hele lijst van de overlast die u meemaakt en ik kan mij echt voorstellen, dat is niet mals als dat je overkomt. Dus dat is heel vervelend. Dan wil je een gemeente die handhaaft. Heeft u wel eens melding gedaan ervan en wat zijn dan de reacties die u vanuit de gemeente terugkrijgt als u een verzoek om handhaven doet? De heer Duits: Nou, we hebben meerdere malen een officiële brief gestuurd naar de gemeenteambtenaar en daar werd dan doodleuk in gezegd ja, ik vind het fijn dat mijnheer Duits zich beschikbaar stelt voor een gesprek, maar daar bleef het dus ook stil bij. Dus ik ben heel lang in limbo gehouden en eigenlijk is het balletje
19
pas echt gaan rollen toen ik officieel een brief gestuurd heb naar de wethouder met de vraag, met de noodkreet, van kunnen jullie hier alsjeblieft wat aan doen? En toen is er pas een crisismanager opgezet. Dus eigenlijk is het zo gegaan. Dus aan de ambtenaar heb ik niks gehad, want die bleef eigenlijk alleen maar achter hun bureau zitten en die hebben voor de rest ook niks gedaan. De heer Lagerweij: We hebben ook heel bewust altijd overleg gezocht. De voorzitter: Sorry, sorry. Kort de laatste vraag van de heer Van Kessel en dan gaan we … De heer Van Kessel: Korte laatste vraag. Wat kan deze gemeenteraad voor u betekenen? Wat vraagt u eigenlijk aan ons om te doen? De heer Lagerweij: Ik hoor vanuit de commissie dat als zaken, als er een juridische procedure is dat jullie niks kunnen doen en dat is ook een beetje jammer, want je kunt op ieder moment natuurlijk met elkaar proberen er samen uit te komen en daar hebben we heel veel moeite voor gedaan en tot op heden lukt dat niet. We hebben met diverse mensen aan tafel gezeten van jeugdzorg. Mensen van ruimtelijke ordening, maar er gebeurt verder niks en de tijd loopt maar door en ik vond het ook gênant dat ondanks alle moeite die we gedaan hebben om er samen uit te komen dat ik een formele ingebrekestelling moest sturen om een besluit af te dwingen. Zo ga je niet met je burgers om. De voorzitter: Dank u.
Dan geef ik het woord aan mijnheer Amand van Trots. Het knopje drukken. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Ik had eigenlijk twee vragen. Heren, bedankt voor het inspreken in ieder geval. Zou u ons de schriftelijke brieven die u gestuurd hebt, zou u die ons willen retourneren naar de griffie dat we inzage in wat u de post allemaal daar gebeurde? Want dat is heel belangrijk. Want u zegt het is nu onder de hamer, maar dan kunnen we misschien een actie ondernemen. Vindt u dat een idee? De heer Lagerweij: Daar zorg ik voor. Mevrouw Van Zetten: Voorzitter, mag ik even een punt van orde maken, want wij komen natuurlijk niet hier uit het probleem van deze meneer, want dat is een heel eng verhaal. Ik stel voor dat u gewoon inderdaad informatie stuurt naar de griffie en dat wij toch even kijken wat we kunnen doen als raad. De voorzitter: Oké. Dank u. Dat is dan een vraag aan u en het is ook een afspraak, dat u nu de stukken naar de griffie stuurt zodat de gemeenteraad daar de commissie over geïnformeerd wordt. Zijn er nog anderen die nog een vraag willen stellen? Anders gaan we naar afronding. Sorry? Mevrouw Van Zetten: Dan zou ik voorstellen dat het nu klaar is, want we kunnen de problemen die groot genoeg zijn hier niet oplossen en dan heeft meer vragen ook geen zin. Ik zou zeggen als we alles op een rijtje hebben, dan kunnen we er beter naar kijken.
De voorzitter: Dank u wel voor dit voorstel, wat ook qua tijd heel goed uitpakt. In ieder geval, u heel hartelijk dank voor uw komst. U heeft uw zorgen kunnen uiten en er zijn aanvullende vragen gesteld en als u wilt kunt u hier blijven op de tribune, meeluisteren en anders zien wij u misschien een andere keer. Dank u wel.
20
7.
Zienswijzen raad op begroting 2023 Cocensus De voorzitter: Dan gaan we nu naar agendapunt 7. We hadden net een agendapunt omgeruild, we gaan nu even naar het agendapunt 7, zienswijzen raad op de begroting 2023 Cocensus. De gemeenschappelijke regeling Cocensus heeft de begroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2027 aangeboden. De gemeenteraad had zijn zienswijze voor 10 juni kenbaar moeten maken. Alhoewel de begroting 2023 tijdig aangeboden is door Cocensus, is door organisatieomstandigheden in Haarlem de begroting niet eerder voor zienswijze aangeboden aan het college en de raad. Hierdoor wordt de zienswijze pas na vaststellen van de begroting door Cocensus aan Cocensus aangeboden. Met Cocensus is daarom onder verantwoording van het college een specifieke afspraak gemaakt. Indien op 16 juni, dus vandaag, een zienswijze van de gemeenteraad Haarlem komt met die afstemming, vraagt – een beetje een vreemde zin – vraagt bij het bestuur van Cocensus, dan zal Cocensus uiterlijk 28 juni terugkoppeling geven. Doel van bespreking van dit stuk. De begroting van 2023 is gebaseerd op de uitgangspunten van de eerder vastgestelde kadernota 2023. Op de kadernota 2023 zijn door de gemeenteraad geen zienswijzen ingediend. De begroting is opgesteld in lijn met de kadernota.
Het voorstel van het college is om aan Cocensus kenbaar te maken dat de gemeente Haarlem geen bezwaar heeft tegen de vaststelling van de begroting 2023 en het meerjarenperspectief 2024-2027. Dit plan staat ter advisering op de agenda en de commissie, u dus, zal vanavond bepalen of dit voorstel rijp is voor behandeling in de raad. Wie kan ik als eerste het woord geven in de eerste termijn? De heer Trompetter, Actiepartij. De heer Trompetter: Ja, dank u wel, voorzitter. De voorliggende begroting is helder en sluitend. Een aantal risico’s uit het verleden zie ik niet meer terug. Vorig jaar waren er nog zaken rondom huisvesting. Zijn deze risico’s inmiddels gemitigeerd? Is daar inmiddels voldoende aan gedaan? Ik heb het niet teruggevonden. Er is nog de vraag die ik eerder op dit onderwerp stelde, want wij niet alle ‘…’inning laten wij door Cocensus doen. Onder andere de grafrechten doen wij niet en een aantal andere kleine dingen doen wij ook niet en ik hoor graag van de wethouder wat de voors en tegens zijn van alles onderbrengen bij Cocensus of het zelf blijven doen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van den Doel, GroenLinks. De heer Van den Doel: Dank u wel, voorzitter.
Ik ben het eens met de heer Trompetter over de belasting onderbrengen bij Cocensus en ik vroeg mij ook af of er, dit is meer de aanleiding van, maar of er nagedacht is om het KCC daar onder te brengen of in ieder geval met de raad te delen wat de ervaringen zijn van de gemeente is die het nu toe gedaan hebben, omdat, als ik het goed lees, zijn de reacties positief, omdat de lijnen korter zijn, de wachttijden verminderen en dat zou ons KCC behoorlijk kunnen helpen, maar goed, dat is een vraag die ik stel. Dan … De voorzitter: U heeft een interruptie door mevrouw Van Zetten van Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Het KCC. Ik ben nog niet zo ingevoerd dat ik dat begrijp. De heer Van den Doel: Neem me niet kwalijk, mevrouw Van Zetten. Dat is het Klantcontactcentrum. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Trompetter. De heer Trompetter: Ja, ik heb één vraag, voorzitter. Of dan bedoeld wordt dat alleen een gedeelte van de belastingdienst daar naar toe zou gaan of is dat uw bedoeling of de hele KCC?
21
De voorzitter: De heer Van den Doel. De heer Van den Doel: Niet de hele KCC, maar die te maken heeft met belasting. Dank je voor de specificatie die mij de gelegenheid geeft om dat te zeggen. En tot slot, toch nog een soort alarmbel. Er wordt wel gesproken over dat de inflatie misschien wat meer kan zijn dan verwacht, maar die inflatie is zoveel meer geworden dan lijkt mij toch dat daar wel een aanpassing mag gaan plaatsvinden op de begroting, omdat het is niet dat de inflatie 2 procent is, maar die loopt op naar 8, 9 procent en ik denk dat je dingen in de prullenbak kunt gooien als je dat niet daar nu al rekening mee houdt, maar dat is mijn vraag aan de wethouder. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Nog anderen die vragen hebben in eerste termijn? Dan … O, sorry. Ik geef … Er is wat rumoer. Ja? Ik geef even het woord aan de heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Heel kort, ik ondersteun GroenLinks in de constatering dat de begroting op dit moment uitgaat van een heel laag inflatiepercentage, maar dan zullen straks een hele hoop begrotingen zo langskomen, dus daar moeten we eigenlijk in zijn algemeenheid wat mee gaan doen, want er zijn cijfers gekozen die van tevoren afgesproken zijn, maar niet meer gelden, dus aan de gang met z’n allen.
Wel een constatering dat de personele kosten ongeveer 7 procent stijgen, met een afgesproken percentage van 1,9 en daar wil ik graag van de wethouder horen wat die stijging nu betreft, want daar kom ik niet achter. Er zit geen specificatie achter van de groei van die 7 procent. Dank u wel. De voorzitter: Zijn er nog anderen die … Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Nou, ik viel ook inderdaad over dat inflatiepercentage van 2 procent en ook lees ik dat de begroting ’23 geactualiseerd gaat worden naar het loonakkoord en dan vraag ik me af hoeveel gaan die lonen dan stijgen? Maar dat is eigenlijk niet het belangrijkste. Wat mij bijzonder irriteerde was dat er bij het personeel sprake … De opmerking over het personeel dat ze zo lekker aan het verjongen zijn, dat is allemaal prima natuurlijk, maar dat er nog relatief veel 55-plussers zijn. Nou, ik vind het eerlijk gezegd als je zou zeggen dat er relatief veel allochtonen zouden zijn, dan zou iedereen erover vallen, maar voor 55-plussers mag van alles gezegd worden, behalve dat … Ja, ze zijn er, ze verzuimen niet meer dan anderen, maar wel, ze zijn wel erger ziek.
Nou, ik vind dat echt niet kunnen, want uiteindelijk is Cocensus toch een overheidsinstantie en als ze daar al zo omgaan met … Wat mij betreft is dat ouderendiscriminatie en hebben ouderen het al moeilijk genoeg om een baan te vinden en als je zo bij Cocensus al te kakken wordt gezet, dan ben ik daar wel klaar mee. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Zetten. Mijnheer Abbasi, PvdA. De heer Abbasi: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, als iemand die nog relatief jong is wil ik me daar 100 procent bij aansluiten. Ik vond die opmerking in de begroting ook echt stuitend. Dus misschien kan dat gewoon verwijderd worden, want het kan echt niet. De voorzitter: Dank u. Dat zal de wethouder beoordelen. Dan ga ik naar de wethouder, wethouder De Raadt. Aan u het woord. Wethouder De Raadt: Ja? Dank u wel, voorzitter. Een aantal vragen heb ik gehoord. Nou, ik ga ze maar even in volgorde af. Actiepartij die vraagt van zijn er nog risico’s omtrent huisvesting. Die zijn er inderdaad niet meer en uw vraag over de grafrechten, dat zijn we nog aan het uitzoeken, moeten we even de voors en tegens nog
22
nader worden afgewogen. Dan gezamenlijke vraag van GroenLinks en de Actiepartij over het belastinggedeelte, of dat nu over gaat naar het KCC en dat is inderdaad het geval, dus dat hebben we net gedaan. Dan over de inflatie. Ja, de 2 procent. Ik kan me voorstellen dat dat laag voelt. We hebben natuurlijk ook al eerder over gehad, over wat onszelf betreft in de kadernota begroting. De 2 procent is in ieder geval volgens de geldende richtlijnen en ja, u noemt, u zet daartegenover 8, 9 procent, maar ja, daar zit wel weer alles in natuurlijk en als je dan puur specifiek kijkt naar arbeid en dat is de grootste kostenpost van Cocensus, dan ziet dat er nog wel een stukje lager. Zit nu op zo’n 3,3. Dus ja, het is uiteindelijk ook even afwachten waar het op gaat uitkomen. De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Klaver, CDA. De heer Klaver: Ja, wethouder, dit is eigenlijk hetzelfde punt als inderdaad bij onze een eigen stukken. Zou het nu niet een idee zijn, omdat ik snap dat je niet iedere keer die begroting kan aanpassen, om in de risicoanalyse op te nemen een eventuele tegenvaller voor inflatie, voor de uitgangspunten die je hanteert, zodat je het benodigde weerstandsvermogen daar ook op afstemt.
Zou dat niet een idee zijn om daar wat flexibeler mee om te kunnen gaan? Zodat je wel oog hebt voor het risico, zodat je er rekening mee houdt in je financiën, zonder dat je iedere keer je begroting hoeft aan te passen. De voorzitter: Dank u. Wethouder De Raadt. Wethouder De Raadt: Ja, ik laat deze, is wat technische vraag, die laat ik even concerncontrol beantwoorden. De voorzitter: De heer Jonker, concerncontrol. Concerncontroller Jonker: De vraag die de heer Klaver stelde is parallel aan die bij de jaarrekening aan de orde kwam. Hier geldt wat makkelijker te beschrijven is, ook voor de risicoparagraaf, is moeilijk te becijferen, want hoeveel inflatie moet dan rekening worden gehouden in de risicopost? Dus wat je in je beschrijving makkelijk opneemt, zullen we daar niet rekening mee houden? Is de eerste vraag wat is het risico en de risicoparagraaf en wat is de kans daarop? En dan wordt het moeilijk om te becijferen. Dus in de beschrijving lukt het heel eenvoudig, maar in becijferen niet en dat is nu precies wat we willen, want het zou in het weerstandsvermogen opgenomen moeten worden. Dus dat is de reden en dan nog iets dieper op de inflatie in. Op dit moment wordt de inflatieverwachting al getemperd door de stijging van de verwachte rente. Maar wat die precies gaat worden moeten we nog horen.
Zo zien we dat de inflatie die nu op zo’n 9 à 10 procent zit, die is al aan het dalen en de verwachting is dat die heel snel gaan dalen maar wie zal het zeggen. We praten over een begroting van ’23. Als ik kijk nu wat de ECB doet naar verwachting, wat de Nederlandsche Bank doet en wat het CPB doet rond inflatieverwachting, is dat die voor volgend jaar al behoorlijk daalt. Dan nog een keer de vraag, wat moet je dan rekenen? Oftewel, we zitten weer met een compleet nieuw fenomeen in onze economie, wat gebeurt er nu als de rente stijgt en welk effect gaat dat krijgen? Dat is één en een tweede zeer ongewisse is, de arbeidsmarkt blijft krap. De werkloosheid is ongekend laag. Dat leidt tot spanning. In de economie heet dat dat de prijzen omhoog gaan, maar als de rente dan weer stijgt, wat is dan het effect op de arbeidsmarkt? We durven het op dit moment niet goed te voorspellen. Als ik die bij elkaar pak is het op dit moment uiterst moeilijk, ook voor economen, om daar maar één spelling op te doen. Dus in de beschrijving snap ik uw aandacht op de kwantificering en moet ik helaas teleurstellen, economen kunnen het ook niet. De voorzitter: Dank u. De heer Van den Doel, GroenLinks.
23
De heer Van den Doel: Toch wil ik mij voor een deel aansluiten bij de heer Klaver. We weten dat 9 procent geldt niet voor de hele begroting, dat zou onzin zijn. Het geldt niet voor personeel, want die krijgen in de cao waarschijnlijk geld erbij en dat kan je redelijk inschatten, maar je kan wel inschatten waar het direct en behoorlijk effect op heeft en dat zie ik helemaal niet terug. Dus ik heb geen enkel idee wat een inflatie van 2 naar 4 procent, wat dat zou doen, of 2 naar 6 procent. Want het kan op de hele begroting misschien anderhalf procent zijn of 2 procent. Dat maakt het voor ons onduidelijk, onzeker over waar we rekening mee moeten houden, want uiteindelijk, het weerstandsvermogen moet daar toch wel aan voldoen en ik begrijp uw redenering en toch zeg ik het zou best interessant zijn om daar toch voor de vorm bij 4 procent neer te zetten wat het betekent, want dan kunnen we daar, dan weten we wat voor tegenvaller er eventueel aankomt, want ik geloof niet dat 2 procent in 2023 het antwoord is. Zal ik eerlijk zeggen, ik vrees, maar dat mag ik niet veronderstellen, u ook niet. De voorzitter: Oké, dank u wel. De heer Jonker en dan de heer Smit. Ja? Concerncontroller Jonker: Korte reactie daar nog op. We hebben het nu over Cocensus, dus als we daar even toe beperken. Cocensus is meest gevoelig voor arbeid, want zo zien we dat ook aan de kostenstructuur.
Dus niet voor niets, er werd net al aan gerefereerd, zegt Cocensus zelf ook wij wachten ook nog even onze nieuwe cao af en die gaat invloed krijgen voordat het definitief is en dan komt de eerste bijstelling. Dus dat is al in wezen de risicoparagraaf waarnaar verwezen wordt. De volgende stap is kun je niet een gevoeligheidsanalyse maken als het nu zoveel of zoveel. Dat is een inzichtsvraag. Nou, dat kun je overal stellen, maar waarom 4 procent? Niet 5 procent. Dan kun je zeggen wat is 1 procent stijging, want het doet meer. Ik snap nu dat inflatie weer meer gaat spelen, dat die vraag op meerdere plekken terug gaat komen. Nou, moeten we kijken hoe snel we daar invulling aan kunnen geven voor dat inzicht. De voorzitter: Dank u. Dan de heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Ik begrijp de vraag van GroenLinks. Ik begrijp de reactie ook van concerncontrol. Er speelt nog wel iets mee, de schade die 2022 aanricht, want wij hebben voor 2022 rekening gehouden met ongeveer een 2, 2,5 procent inflatie en als die op jaarbasis 7,5 procent wordt, dan zit daar een flinke schade in die structureel doorwerkt naar nieuwe jaren. Nou, dat gegeven zie ik op dit moment in onze risicoanalyse, laten we zeggen de kadernota, nog niet terug. Daarnaast is er wel gezegd er wordt rekening gehouden in de kadernota met 4,5 procent.
Ik zou het inderdaad waarderen zijn als het college in staat is om bijvoorbeeld in een glijdende schaal van een, ook rekening houdend met het doorlopend effect van 2022, aan te geven wat bij bepaalde inflatie en rente en ik heb ook meegelezen in het Financieel Dagblad onder meer en dan zie je inderdaad de naderende signalen voor zelfs een recessie in de tweede helft van 2023. Dan kan de wereld veranderen, maar een begroting die over een hele hoop deelbegrotingen en gemeenschappelijke regelingen, waarvan ‘22 al niet meer klopt en ‘23 te laag wordt geraamd, daar zou toch en in het verlengde ons hele gemeentelijke uitgavenpatroon, toch iets over gezegd kunnen worden in bijvoorbeeld een glijdende schaal wat dingen zouden kunnen gaan betekenen? Zonder dat je daar iemand vervolgens aan ophangt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Sorry, nog andere vragen over dit onderwerp? Ja? Dan geef ik … Mevrouw Van Zetten: De ouderendiscriminatie. De voorzitter: Dan gaan we even naar de wethouder. Aan u …
24
Wethouder De Raadt: U heeft helemaal gelijk, mevrouw Van Zetten. Ik zei net tegen de voorzitter ik heb nog één vraag liggen of eigenlijk twee. U vroeg naar de inhoud van het loonakkoord, dat weten wij ook nog niet. En daarnaast maakte u een opmerking die gemaakt is over 55-plussers en ja, die begrijp ik en die opmerking gaan wij doorgeven. De voorzitter: Ik zie u kijken, is dit het … Mevrouw Van Zetten. Mevrouw Van Zetten: Doorgeven en dan denk je ja, wat gaan ze met zo’n boodschap doen? Mevrouw …: Dat zou je als zienswijze mee kunnen geven aan de wethouder. Dan is het ook … (buiten microfoon) De voorzitter: Even een reactie van de wethouder. Wethouder De Raadt: Nee, maar wat ik bedoel met doorgeven is dat natuurlijk een gemeenschappelijke regeling. Wij zitten daar niet alleen aan tafel. Er zijn ook wel, de aandeelhoudersvergadering die was gister. Door omstandigheden waren wij wat later, maar we mogen nog een zienswijze geven als we dat willen. Andere gemeentes hebben dat overigens niet gedaan, maar die hebben wel een aantal losse opmerkingen meegegeven, gewoon even ter attentie en zo bedoelde ik hem. Die wil ik ook wel meegeven, even ter attentie van nou ja, kijk uit met deze woorden, want die kunnen als kwetsend worden ervaren. Mevrouw Van Zetten: Een beetje woke gezegd. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Van Zetten: Kwetsend ervaren? Het is gewoon een grove schande.
Die mensen van 55 die moeten nog 12 jaren werken en dan word je er nu al een beetje uitgeschreven door Concensus. De heer …: Ze zijn te jong voor … (buiten microfoon) De voorzitter: Ik geef even het woord aan de heer Alberts, Forum voor Democratie. Interruptie. De heer Alberts: Het gaat hier over ziekteverzuimpercentage van 55-plussers. Ziekteverzuimpercentage is toch de verantwoordelijkheid van degene die dat moet oplossen en niet van de personen die ziek worden? Dus daar gaat dit toch eigenlijk om of zie ik dat verkeerd? De voorzitter: Wethouder De Raadt, wilt u nog reageren? Nee? De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Mevrouw de voorzitter, ik heb nog een vraag waarom de personeelskosten 7 procent hoger zijn met een inflatie van 1,9 procent. De voorzitter: Wethouder. Wethouder De Raadt: Ja, inderdaad, die vraag lag ook nog. Ja, er zijn meer gemeentes bijgekomen. Gemeenten, gemeentes bijgekomen en Concensus heeft ook meer taken op zich genomen, zoals onder andere de KCC waar we het over hebben gehad. De voorzitter: Oké. De heer Smit.
25
De heer Smit: Mogen wij en ook wellicht in de volgende begrotingen, dan een uitsplitsing van het personeelformatie zien, want 10,9 miljoen niet uitgesplitst, tenminste ik ben niet tegen gekomen, graag een uitsplitsing daarvan. De voorzitter: Wethouder. Wethouder De Raadt: Ja, voor de volgende keer. De voorzitter: Mevrouw Van Zetten … Mevrouw Van Zetten: In ieder geval een stemverklaring. De voorzitter: Anderen? Hamerstuk met stemverklaring. Ja? Gaat het zo naar de raad. Dank u wel. We wachten even op de … We willen wethouder De Raadt danken. Even afsluiten, oké, goed. Even heel kort wachten of wij contact krijgen met de wethouder. Dames en heren, mevrouw Çimen. We gaan door, we gaan door, want de wethouder Berkhout is vertraagd. Dus we willen graag … O, moment. Burgemeester, zou u nu voor agendapunt 10 hier kunnen komen? Ja, heel graag, dan nodig ik u uit. Nou, we hervatten weer de vergadering en we zijn nu bij een agendapunt ter bespreking. 10. Rapportage Haarlem in de wereld (JW) De voorzitter: Agendapunt 10, rapportage Haarlem in de wereld. Verkenning Haarlem in de wereld, eerder verschenen een nota en een inventarisatielijst. In de rapportage Haarlem in de wereld is extern onderzocht hoe de gemeente Haarlem de positie op zowel Europa als internationaal vlak, Europees als internationaal vlak kan versterken. De rapportage bestaat uit vier hoofdstukken.
De verkenning Haarlem in de wereld zal zoals eerder via de informatienota waarover de commissie eerder is geïnformeerd, de internationale paragraaf Haarlem in de wereld met drie hoofdprioriteiten voor Haarlem. Te weten Haarlem, voorloper in de transitie naar een circulaire en een duurzame economie, naar een duurzaam en toekomst bestendigmobiliteitssysteem voor Haarlem. Haarlem klaar voor het digitale tijdperk. Het ambtelijk afwegingskader voor internationale initiatieven en een overzicht van netwerken waar Haarlem actief in is. Het doel van deze bespreking. De rapportage Haarlem in de wereld wordt onderdeel van de strategie en het actieplan belangenbehartiging dat momenteel wordt opgesteld. Dat wordt verwacht in het najaar van 2022. Het college vraagt de commissie of ze zich kan vinden in de ingeslagen richting inzake belangenbehartiging en om de rapportage Haarlem in de wereld als basis te gebruiken voor de internationale strategie en het actieplan dat momenteel wordt opgesteld. Dit agendapunt is op verzoek van het CDA geagendeerd. Mevrouw …: En we hebben één inspreker. Voordat we het gaan behandelen moeten we even de inspreker doen. (buiten microfoon) De voorzitter: Oké. Maar ik wil even noemen, dit agendapunt is dus op verzoek van het CDA geagendeerd. Ik wacht even met het woord geven aan de heer Klaver en ik wil ook nog even de burgemeester welkom heten bij dit agendapunt.
Die was aangeschoven. Er is één inspreker bij dit agendapunt en dat is de heer De Vries en u heeft drie minuten en we zullen tegen het einde aangeven, u kunt het ook zien als de klok loopt en ik geef u het woord. Mijnheer De Vries. De heer De Vries: Ja, ik wil het hebben over alle andere dingen dan die nu toe genoemd zijn, met name over twee begrippen die erg ondergewaardeerd zijn de tekst. Het gaat over solidariteit en mensenrechten. We
26
hebben een aantal weken geleden, op 24 mei om precies te zijn, een debatavond organiseert in de Pletterij. Met wij bedoel ik ons Breed Palestina Platform, om aandacht te vragen voor het feit dat was de inhoudelijke aanleiding, de formele aanleiding was het twintig jaar bestaan van Breed Palestina Platform. Inhoudelijke aanleiding was het verschijnen van een rapport van Amnesty International, waarin eindelijk, wat ons betreft, vastgesteld wordt dat Israël een apartheidsstaat is en gekenmerkt wordt door onderdrukking van de Palestijnse bevolking. Dus dat was even het punt wat we naar voren willen brengen en omdat we op 24 mei hebben uiteraard wel de hele gemeenteraad uitgenodigd, maar daar waren weinig mensen op dat moment. Dus vandaar dat ik dat hier nog even naar voren brengen, omdat de bedoeling is om na te gaan of ook de Haarlemse gemeenteraad, net als de gemeente Zelzate in België, mee kan doen aan een actievorm die is opgezet naar aanleiding van apartheid in Israël, zoals dat vroeger het geval was in Zuid-Afrika en dat betekent een apartheidsvrije zone. Dus dat de actievorm die op die avond is uitgelegd, maar dat voert nu natuurlijk te ver om dat opnieuw te doen, maar we willen wel vragen of daar dus alsnog interesse in bestaat om daaraan mee te doen.
Apartheidsvrije zone veronderstelt dat de gemeente een uitspraak kan doen om zich uit te spreken over het bestrijden van apartheid, uiteraard ook in de eigen gemeente, maar dat is een signaal naar Israël, wat net als Zuid Afrika vroeger nu gekenmerkt wordt door alle officiële instanties die daarmee in aanmerking genomen kunnen worden, die gekenmerkt wordt door apartheid. Dat is per definitie dus in strijd met de mensenrechten en vandaar dat dus de solidariteit die gesproken kan worden, ook door de gemeenteraad van Haarlem, is van wij willen ons uitspreken tegen apartheid als gemeente, om daarmee solidair te zijn met Palestijnen, omdat zij onderdrukt worden en last hebben en problemen uiteraard hebben met die apartheid. Zoals ik al heb aangegeven, het voert op dit moment te ver om daar verder uitleg aan te geven, maar wat mij betreft is het een soort inhaalslag van ons Breed Palestina Platform om alsnog te vragen in hoeverre de medewerking zou kunnen bestaan vanuit fracties in de gemeenteraad om invulling te geven aan dat idee van die apartheidsvrije zone. Kunnen we dat te zijner tijd nader toelichten en uitwerken en nogmaals, dat is voor mij de concrete vraag die op dit moment voorligt. De voorzitter: Dank u wel. Ja, nou, u bent keurig precies binnen de drie minuten. Dank u wel voor uw verhaal, voor uw vragen.
Zijn er mensen die nu willen reageren, vragen hebben voor de heer De Vries? Ik zie geen vragen. Dan wil ik u hartelijk danken voor uw inbreng en voor uw toelichting. Oké, dan gaan we nu even terug naar het agendapunt, is geagendeerd op verzoek van het CDA. Mevrouw Oosterbroek: Punt van orde, voorzitter. Ik ben gewend bij de Commissie Beheer dat als er iemand is die inspreker, dat daar ook een tekstuele bijlage bij zit en dat was nu niet het geval of … Mevrouw …: Niet ingeleverd. (buiten microfoon) Mevrouw Oosterbroek: O, dat is dan niet ingeleverd. Oh, oké. Ja. Mevrouw …: Hoeft ook niet. Is helemaal niet gebruikelijk. Meestal niet. (buiten microfoon) De voorzitter: Oké. Dit was het, mevrouw Oosterbroek? Ja? Oké. Oké, dank u wel. Dan ga ik weer opnieuw eventjes naar het agenderingsverzoek van de heer Klaver, die heeft het geagendeerd en ik geef dan ook als eerste het woord aan u. De heer Klaver, CDA. De heer Klaver: Ja, ik zit even naar de tijd te kijken, want die schiet al hard op. Ja, voorzitter, het verzoek om het te agenderen is al van lang geleden. Vorige commissievergadering lag de rapportage in het verschiet, dus we hebben dat nu gecombineerd. De rapportage, moet ik zeggen, geeft al heel veel antwoord op de vragen die er toen leefden, die ik ook in het agenderingsverzoek heb staan. Dus veel van die vragen laat ik rusten. U
27
stelde in uw inleiding kunnen we ons vinden in de richting. Om dat te kunnen bepalen heb ik toch nog een aantal vragen die ik graag met de commissie, met burgemeester bespreek en wat mij betreft spitst de gedachtewisseling zich in deze commissie zich toe op de volgende vragen. Er spreekt heel veel ambitie uit het stuk en er liggen voor de stad heel veel uitdagingen en waar we voor staan en heeft dit de prioriteit in de veelheid van uitdagingen waar we voor staan? Dus daar graag een toelichting op. Doen we onze inwoners tekort als we een tandje lager inzetten als het gaat om deze ambitie van Haarlem in de wereld? Zou het niet zo zijn dat er juist via de gremia van MRA en VNG, gebaseerd op samenwerking, veel meer bereiken in de wereld en in ons belang van Haarlem als stad dan door uitbreiding van de formatie met een eigen public affairsadviseur? En zou het niet zo moeten zijn dat de hele organisatie eigenlijk doorspekt zou moeten zijn van een open mind voor een Europees en internationaal, voor dat perspectief en zou de directie en het management hierin niet het voorbeeldgedrag moeten laten zien? Dus dat zijn de vragen waar ik graag in gesprek over wil en antwoord zou willen op het college om vervolgens voor onszelf ook de richting te kunnen bepalen of we de richting ondersteunen, ja dan nee. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Trompetter, Actiepartij.
De heer Trompetter: Ja, dank u wel. Mijn bijdrage is toch wat anders dan van mijn buurman. Dank voor het college voor dit stuk. We hebben ook om een inventarisatielijst gevraagd. De focus ligt nu juist vooral op de MRA, de economische agenda en gelukkig ook op het klimaat en op de circulaire economie en het is natuurlijk goed dat er ook naar Europese subsidies wordt gekeken, maar mijn fractie had hier ook een verwijzing naar global goals verwacht. Want wij denken in tegenstelling tot het CDA wel degelijk dat wij als Haarlem, als stad, ons ook in de wereld moeten weten en ook onszelf daar zo in kunnen profileren. In het stuk zat een stukje van hun visie en werkwijze van Gent, in België. Wordt deze werkwijze of deel van deze werkwijze overgenomen in Haarlem? En gaat het bijvoorbeeld op de manier hoe Haarlem zich als stad profileert? Zijn we naar binnen gericht op de economische agenda en vooral op het geld en op eigen gewin, kijken we verder over stad- en landsgrenzen en hebben we ook iets te brengen aan de wereld? Nou, deze vermoedelijke opstelling geeft in ieder geval geen windeieren. Dus mijn vraag is of de global goals, of dit erin zit en of de global goals ook worden opgenomen en of Haarlem deze ambitie deelt? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De heer Smit, OPHaarlem. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter.
Het is ons de laatste afgelopen jaren opgevallen dat Haarlem al niet zo bekend was in de MRA op een aantal onderdelen en dat is toch heel dichtbij en vervolgens moeten we bekend worden in Nederland en moeten we ook dan bekend worden in de wereld. De nota staat vol met ideeën over hoe we in de wereld onszelf bekendmaken. Vervolgens gaan we toch in 2022 invulling geven aan onze Haarlemse, landelijke en regionale bekendheid. Nou, dat klinkt op zich misschien wat nuchter. Nou, dan moet je je ook afvragen hoeveel pagina’s in het stuk eigenlijk wellicht overbodig is. Dus en dan aanvullende vragen eigenlijk van het CDA, versterkende vragen, waar wordt nou de selectie gemaakt? Hoe gaan we zinnig met onze beperkte kwaliteit, want tot nu toe waren wij niet echt zo wat je noemt aan het timmeren in de MRA, in het land en in de wereld. Los van een keertje een bezoek aan Haarlem, maar goed, dat was gezellig, maar dat is toch niet maatgevend voor … De voorzitter: Maar even naar uw vraag toe, mijnheer Smit. Ja? O, sorry. De heer Smit: Maar wilt u mijn … (buiten microfoon) De voorzitter: Ja, nee …
28
Mevrouw Çimen: Ik heb een interruptie. De voorzitter: O, sorry. Interruptie van mevrouw Çimen, D66. Mevrouw Çimen: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik ben wel benieuwd, want is het dan niet juist een reden om hier wel op in te zetten? Want ik bedoel, steden worden steeds belangrijker in de wereld. Op het moment dat je dus wel meer bekendheid hebt en aan kennisdelen kunt doen, kennisuitdeling kunt doen en vervolgens ook mogelijk fondsen kunt binnenhalen. Ik denk dat hier wel waarde in kan zitten. Of bent u het daar niet mee eens? De heer Smit: Daar ben ik het denk ik wel mee eens, collega, maar selecteer dan en probeer niet de hele wereld massaal te pakken en die selectie of die richting van de selectie, die mis ik nu nog, maar misschien komt die eraan en uit de … De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Trompetter. De heer Trompetter: Ja, mijnheer Smit, ik ben dan wel benieuwd wat u van mijn pleidooi vindt om ook iets te gaan brengen in de wereld. Of bent u alleen gefocust op de eigen interne economische agenda en de eigen centjes en het eigen doel of kijkt u ook verder? Heeft u ook een hart voor de wereld om ons heen, wat de visie daar eigenlijk uitkomt. De voorzitter: De heer Smit. De heer Smit: Mijnheer Trompetter, ik vind dat je als stad je moet presenteren en moet communiceren met andere steden.
Dus vanuit een open mind met de regio, met Nederland en de wereld communiceren. Alleen ik zeg maak een selectie, maar als u dat bedoelt, open en de dialoog met dat deel van de wereld aangaan dat je ook fysiek aankunt. De voorzitter: Dank u wel. U gaat … De heer Smit: Nee, kijk. Ja en mevrouw Çimen zei het al, steden worden steeds belangrijker en vandaar dat ik ook een vraag heb aan de burgemeester. Cher monsieur le maire, j’ai lu une fois … De voorzitter: We spreken hier Nederlands, mijnheer Smit. De heer Smit: S’il ne vous plaît pas, le mot de notre ville jumilé Angers. Et je peux comprendre que la lonque … De voorzitter: Mijnheer Smit, ik wil u toch echt vragen om even in het Nederlands verder te gaan. Uw Frans is geweldig, maar … De heer Smit: Mevrouw de voorzitter, u kunt het mij niet verbieden, maar ik wil ook niet meteen met u een gespannen verhouding aangaan. Ik maak me zorgen om het feit dat juist waar steden belangrijk zijn, waar ook mensen in steden, mijnheer Trompetter, belangrijk zijn en niet alleen de handel, maar ook cultuur, ook de maatschappij, ook natuur, ook sport, ook noem maar op, lijkt er haast alsof Angers weggeschreven wordt uit dit verhaal. Ik hoop dat de burgemeester kan vertellen dat dat om vele redenen niet gebeurt en als de taal een reden is dan moeten we maar op onze middelbare scholen extra Frans gaan geven. Dank u wel.
De voorzitter: Merci beaucoup. Mijnheer Abbasi, PvdA.
29
De heer Abbasi: Dank u wel, voorzitter. Ja, erg fijn om hier inderdaad wat Frans bijgespijkerd te krijgen, want ik had inderdaad niet een heel hoog cijfer voor Frans toen op de middelbare school. Dus heel goed dat u dit doet. Even terug naar het onderwerp. Ja, de situatie is nu eenmaal dat de uitdagingen die we hier in Haarlem hebben niet ophouden bij de gemeentegrenzen. Veel discussies die we met elkaar hebben , die hebben we ook in MRA-verband, maar ook nationaal en internationaal, omdat we als we internationale afspraken maken we met elkaar veel verder kunnen komen. Tegelijkertijd kunnen we eigenlijk heel veel brengen inderdaad. Ik denk dat de oplossingen die wij hier in Haarlem voor onze problemen bieden ook voor andere delen van de wereld interessant kunnen zijn, maar ik vraag me wel een paar dingen af. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Noemt u eens een paar problemen hadden wij de anderen kunnen helpen in de wereld? De heer Abbasi: Ja, wij hebben hier in Haarlem als beleid dat wij een mobiliteitstransitie in willen zetten, waarbij de veiligheid voor voetgangers en fietsers wordt verhoogd. Nou, er zijn heel veel andere steden in de wereld die dat voorbeeld volgen. Overigens volgen wij ook het voorbeeld van andere steden zoals Oslo, loopt daar heel erg in voorop.
Hebben wij in de Commissie Beheer heel vaak benoemd. Dus die internationale voorbeelden die kunnen daar zeker bij helpen. Dus Haarlem kan ook zeker een voorbeeld zijn voor de rest van de wereld, maar ik had wel een paar vragen. Ik las namelijk de vorige nota, want die was ook toegevoegd aan dit agendapunt. In de vorige nota stond namelijk dat het aanstellen van een public affairs-adviseur wordt voorgelegd aan de gemeenteraad bij de kadernota 2023. In de nieuwe nota stond dat niet, terwijl in de nieuwe nota nog steeds staat dat er een public affairs-adviseur wordt ingehuurd. Nu vraag ik mij af of dat dan onderdeel gaat worden van die 750.000 euro wat aan werving van personeel uitgegeven gaat worden. Als dat daar onderdeel van is, dan kunnen we dat inderdaad bij de kadernota bespreken, maar ik mis dat een beetje, want het is natuurlijk inderdaad de vraag of we dat zo moeten gaan doen, maar ik hoor graag burgemeester daarover. Maar nogmaals, internationale samenwerking kan zeker goed zijn voor Haarlem. Je kan er veel uit brengen, je kan veel geven en laten we kijken hoe we daar met z’n allen iets concreets van kunnen maken. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Alberts, Forum voor Democratie. De heer Alberts: Dank u wel, voorzitter.
Er wordt iets sterker gesproken in de nota, namelijk over dat internationale samenwerking wordt zowel als noodzaak, als verrijking gezien en draagt bij aan de economische sociale en duurzame ambities van de gemeente. Is dit gekwantificeerd of gekwalificeerd met concrete voorbeelden die wij kunnen vinden ergens? Of gaat het hier echt onder andere alleen om hypothetische aanspraak op Europese fondsen en welke voorwaarden staan hier tegenover? En heeft dat invloed op ons budgetrecht? Dat was mijn vraag, dank u wel. De voorzitter: Even kijken. Mijnheer Linder van de ChristenUnie, sorry. De heer Linder: Geen probleem. Nou, toen ik dat rapport heb gelezen dacht ik in eerste instantie dat dit over Haarlem marketing zou gaan. Dus ik ben op zich eigenlijk wel benieuwd in hoeverre dat bepaalde onderdelen dan ook door Haarlem marketing worden uitgevoerd. Omdat dit gewoon door de gemeente uitgevoerd of daar niet dingen dubbel gebeuren. Wat ik interessant vond is dat er over die subsidies, de vraag is heeft gemeente Haarlem eigenlijk überhaupt in huis die gewoon bij wijze van spreken als taak heeft om subsidies op te sporen. Niet alleen maar Europees, maar ook landelijk, omdat daar het best wel flink wat te halen valt, ons gezien. Dus daar ben ik even benieuwd wat de burgemeester erover zegt.
30
De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Oosterbroek, GroenLinks. Mevrouw Oosterbroek: Ja, GroenLinks is erg enthousiast over dat er een beleid komt voor deze Europese en internationale activiteiten. Bij externe en interne verkenning voor Haarlem in de wereld wordt het onderscheid gemaakt tussen activiteiten die gericht zijn op profilering, kennisdeling, Europese subsidies, internationale solidariteit en Europese lobby en culturele banden met andere steden. Dit lijkt ons een mooie basis, juist ter aanvulling op wat we al doen bij de MRA en hoewel GroenLinks het goed vindt dat er drie prioritaire thema’s zijn gekomen om de internationale strategie aan vast te hangen, merken we op dat het voor een onderdeel profilering wellicht handig is om te focussen op één specifiek onderwerp, want als ik in Osnabrück ben, daar ben ik natuurlijk vorige maand geweest en de Osnabrückers zijn vorige maand ook bij ons langs geweest om kennis te delen, dan heeft Osnabrück het altijd over de vredesstad en dat is helemaal gelinkt aan wie ze zijn en aan onze historie of aan de historie van de Osnabrückers. Het zou zo mooi zijn als ik bijvoorbeeld volgend jaar in Osnabrück zou kunnen zeggen ik kom uit Haarlem, de circulaire stad. Dus vandaar dat … De voorzitter: U heeft een … Mevrouw Oosterbroek? Mevrouw Oosterbroek: Ja? De voorzitter: U heeft een interruptie van de heer Trompetter, Actiepartij.
De heer Trompetter: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb er toch wel een vraag over, want ik zou zelf toch wel denken, zet meer in op meerdere doelen en kan het niet zo zijn dat je dan gewoon zegt van één van onze speerpunten is dit en want je kan misschien bij een andere plek, andere stad, waar een andere juist … Nou horen we dingen. Mevrouw Oosterbroek: Nee, volgens mij zijn we het wel met elkaar eens, want wij zeggen ook zet in op meerdere doelen en de thema’s die nu zijn gekomen, daar staan wij volledig achter, maar het is wel makkelijker om te zeggen om één woord te zeggen, in plaats van ik kom uit Haarlem, de circulaire, mobiele en digitale stad. Daarin zou je dus wel nog een extra slag kunnen maken en ik denk dat het ook makkelijker is en circulariteit is een heel breed thema. Dus het is niet eens zo heel specifiek, want in het stuk wordt ook gesteld hoe Haarlem de toepassing van circulaire strategieën, hoe kunnen we die verder benutten voor een vitale en een moderne economie en ik denk dat als we een keuze maken, dan komen we eerder op dat antwoord en ik ben benieuwd wat het college daarvan vindt. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog andere vragen? Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem. Mevrouw Van Zetten: Nou, ik ben CDA zeer dankbaar voor dat u dit onderwerp heeft geagendeerd.
Eerlijk gezegd mis ik dan, ik zit wel eens te kijken, wij hebben als politici wel een algemene beschouwing bij de kadernota of de begroting en dat vind ik altijd gemeen dat het college en de heer Wienen in het bijzonder toch eigenlijk heel weinig in te brengen in algemene visie. Nu blijkt daar enorme gedachtes te zijn over Haarlem in de wereld en ik heb eerlijk gezegd dat een beetje gemist. Dus ik lees het met zeer veel, hoe noem je dat? De heer …: Enthousiasme. (buiten microfoon) Mevrouw Van Zetten: Enthousiasme, nou. Ja, ik heb net gehoord dat wij 40 tot 60 fte’s aan vacatures hebben in deze gemeente, maar dat speelt helemaal geen rol, want wij willen ons graag internationaal profileren. Het
31
viel me inderdaad op, Angers, toch al jarenlang een zusterstad, werd niet genoemd. In het verleden hebben wij kritische vragen gesteld als Hart voor Haarlem voor die reisjes naar New York, want ik dacht wat levert het eigenlijk op? We hebben inderdaad nog geen resultaat gezien. Schuld zal wel corona zijn, maar dat komt altijd heel goed van pas bij dit soort zaken. Ja, een public affairs, hoe heet het. Ja, dat lijkt me meer iets, elk ministerie en elke minister zal wel dat soort mensen hebben, maar Haarlem wil natuurlijk ook meedoen, dat snap ik dan wel, maar wij zijn natuurlijk faliekant tegen. Ik vind de overheid moet een beetje bescheiden zijn. Je kijkt wat zijn de kerntaken van de gemeente, wat voor problemen komen op ons af. Ik begrijp best wel dat GroenLinks helemaal dinges wordt van de circulaire stad. Ik denk laten wij anderen volgen en hier niet het voortouw in nemen. De voorzitter: Interruptie van mevrouw Oosterbroek, GroenLinks. Mevrouw Oosterbroek: Ja, want, ik word daar natuurlijk enthousiast van, niet alleen omdat het een toekomst voor onze kinderen waarborgt, maar ook omdat we Europese subsidies kunnen ophalen en dat doen we juist samen met andere partners en anders dan laten we eigenlijk die kansen, die subsidiestroom, dat geld waarop we onze begroting kunnen aanvullen, laten we gewoon liggen.
Nou, ziet u dat niet, dat dat u die kansen daar … Mevrouw Van Zetten: Ja, waar. We zitten in de MRA, we zitten in een VNG. Elke stad in Nederland wil dat soort dingetjes, dus ik zeg organiseer op deze manier. Laten wij gewoon onze … Je zit bij het loket als je hier iets moet hebben, dan duurt het uren. Waarom moeten wij dit weer gaan oppakken? Laten we eerst eens de dingen die we moeten doen goed doen en daar hebben we kritiek genoeg op gehoord en in de toekomst zal dat ook wel zijn. Ik wilde nog iets zeggen. Ja, wat dat betreft, in de wereld we zien de hele binnenstad volstromen met expats, die voor de huurprijzen en de woonprijzen enorm opstuwen en wat dat betreft is Hart voor Haarlem toch wel een beetje kritisch op van hoe profileren wij ons in de wereld en dan denk ik kom vooral niet teveel naar Haarlem. Wat dat betreft. De voorzitter: Dank u wel. Als er verder geen vragen meer zijn … O, mijnheer Amand van Trots. De heer Amand: Dank u wel, voorzitter. Het is natuurlijk altijd MRA, MRA en dat is natuurlijk een baantjescarrousel en daar zijn we toch wel een beetje op tegen. Kijk, je moet het ook positief zien. Mag ik even? Ja hoor. Mag ik verder gaan of wil u interrumperen? Ja, zegt u het maar, dan ga ik een ander onderwerp. De voorzitter: Wat is uw … Maar … Mevrouw …: We hebben het nu niet over de MRA. (buiten microfoon) De voorzitter: Het gaat nu over Haarlem in de wereld.
De heer Amand: Nee, ik wil even aankondigen, ik kom eraan. Ja, u haalt nou van m’n tijd af en dat vind ik altijd jammer. De voorzitter: U gaat nu over Haarlem in de wereld spreken. De heer Amand: Het is natuurlijk Haarlem in de wereld, ik ben ook een wereldganger, dus u kunt me overal plaatsen, maar het gaat er een beetje om dat wij natuurlijk eerst eens even moeten zorgen dat Haarlem zelf
32
op orde is, voordat we natuurlijk overal ons neusje weer als bijdehandje in willen steken en daar zijn wij van Trots eigenlijk een beetje op tegen. Denk nou eens eerst aan die eigen Haarlemmers die het heel slecht hebben. Laten we daar nou eens op concentreren en niet een mooi reisje maken, dat betaal ik dan zelf, maar ik vind dat toch niet een dingetje wat wij nu dan … De voorzitter: Mijnheer Amand … De heer Amand: Dat moeten hier bespreken, vind ik. De voorzitter: U heeft in interruptie van de heer Linder van de ChristenUnie. De heer Linder: Ik vroeg me af, denkt u niet dat onze horeca er erg blij van wordt als die meer gasten krijgen? Als er meer toeristen komen, die weer de kassa laten rinkelen, de restaurants vullen. De voorzitter: Mijnheer Amand. De heer Amand: Meneer van de ChristenUnie, zal ik u één ding vertellen? Als u hier vanavond terugrijdt zit alles vol. Alles zit vol. Dus ik weet niet waar u over praat en waar u het vandaan haalt. Iedereen heb een goede boterham, laat ik het netjes zeggen. De voorzitter: Oké. Mijnheer Abbasi, PvdA. De heer Abbasi: Ja, mijnheer Amand, bent u tegen alle internationale samenwerking of is het vooral die reisjes die niet gemaakt mogen worden? Want … De heer Amand: Ik vind de reisjes moet je zelf betalen.
De heer Abbasi: Ja, prima, maar je kan toch internationaal samenwerken en digitale meetings hebben, dat is toch geen probleem? De heer Amand: Heb ik mijn hele leven al gedaan, meneer. De heer Abbasi: U heeft digitale meetings gehad uw hele leven? De heer Amand: Ja, ik ben in Amerika geweest. Ik heb in … De heer Abbasi: Nee, maar even serieus. De heer Amand: Ik heb overal gewerkt. De heer Abbasi: Even serieus. Je kan toch … Het gaat toch niet alleen maar om reisjes? Ik begrijp niet zo goed waar je dat vandaan haalt. Het gaat toch om internationale samenwerking, dat kan je toch doen zonder dat je op reis gaat? De voorzitter: Mijnheer Amand. De heer Amand: Laten we eerst een keer een goede lobbyist krijgen in Den Haag en dan zijn we al een heel eind beter.
33
Burgemeester Wienen: Ja, voorzitter, dank. O. Dank u wel. Ik … De vraag was in eerste instantie gesteld door de heer Klaver. Misschien ook goed om, want een aantal van zijn vragen die raken ook de breedte. U zegt ik kan me vinden in de richting, zit wel veel ambitie in en is dat nou de beste manier om de gemeente verder te helpen. Kunnen we niet beter in MRA G40 investeren dan in de eigen adviseur? Ja, deze nota probeert duidelijk te maken dat je om samen in de MRA en in de G40 en in de andere verbanden resultaten te boeken en om te zorgen dat je ook inhoudelijk een bijdrage kunt leveren, dan moet je wel een aansluiting hebben. Daarvoor heb je een contactfunctionaris nodig. Ik heb het niet exact uitgezocht, maar praktisch alle G40gemeenten die hebben zo’n functionaris die wij nu ook willen hebben. Dan kan je zeggen ja, maar waarom moet je erbij aansluiten? Is zeker modieus, iedereen doet het, waarom zouden wij het doen? Wij kunnen toch beter onze eigen lijn trekken en we doen het niet, maar het punt is, wij willen graag voor Haarlem, voor de inwoners van deze gemeente willen wij zorgen dat de gemeente goed aangesloten is bij de ontwikkelingen. Ook nationaal en internationaal. Dat je mogelijkheden die zich voordoen om kennis binnen te halen of kennis te delen, dat je daarin ook participeert. Dat gebeurt ontzettend veel en als je dat wil doen dan moet je je concentreren.
Dan moet je ook niet hapsnap zeggen van nou ja, doen we nu eens dit en dan doen we dat o, wat interessant, laten we daar ook aan meedoen, maar dan moet je van tevoren nadenken waar liggen onze prioriteiten? Wat vinden wij belangrijke onderwerpen? Zorgen dat je daar expertise op hebt, waar moet je dan aan meedoen? Waar moet je zijn? Hoe zorg je ervoor dat je ook dingen binnenhaalt? Volgens mij is als we zouden doen wat u zegt, namelijk we doen een stapje minder, ga niet die eigen adviseur inzetten en wacht af wat er misschien uit de MRA komt of de G40, daar komt dan niks. Als wij mee willen doen en in de MRA worden wij gezien als één van de belangrijkste partijen. Ik citeer nu gewoon de voorzitter van de MRA, de burgemeester van Amsterdam. De enige stad naast Amsterdam die in Europa en in de wereld een eigen profiel heeft is Haarlem. Dus … Merkt dat ook, omdat ze merkt dat Haarlem is ook buiten de grenzen een gemeente die een zekere bekendheid heeft en Haarlem kan zich profileren en doet dat ook. Door mee te doen, maar we kunnen dat beter doen. We kunnen het sterker doen. We kunnen het geconcentreerder doen op bepaalde beleidsterreinen. Dat de hele organisatie hier alert op moet zijn, dan ben ik trouwens heel erg met u eens, maar je kunt niet zeggen van nou ja, als iedere ambtenaar met een schuin oog zo nu en dan op de internationale ontwikkelingen volgt, dan komt het wel goed.
Je zult ook echt op de terreinen waar je voor kiest, want je kunt niet alles doen, je moeten concentreren en dan moet je dan mensen voor hebben die dingen volgen, die bij dingen betrokken zijn. Die ook een bijdrage leveren internationaal en om toch een voorbeeld te geven, want er werd net gezegd van ja, het is allemaal leuk en aardig, maar wat levert het nou eigenlijk op? En ik ga niet mee om te zeggen van we doen dit alleen maar subsidies binnen te halen, maar ik vind het toch wel aardig dat u dan weet het vertaalt zich ook uit. Wij zijn daar nu mee bezig en wij hebben net als Haarlem, pak het er even bij, te horen gekregen dat wij zijn uitgekozen om mee te doen met een kennisuitwisseling en voorbereiding van marktconsultatie op het gebied van klimaatadaptatie en duurzaamheid. Dat doe je samen met een heel aantal vooraanstaande Europese instellingen. Want het zijn eigenlijk nauwelijks gemeenten of overheidsinstellingen, maar het zijn allerlei organisaties die zich hiermee bezighouden. Ik zou het lijstje kunnen noemen. Misschien is het aardig om u een beeld te geven. Franse CAGgroep, een organisatie die innovatie, prestatie en duurzame impact stimuleert. Dat is de trekker van de subsidie. Die heeft Haarlem erbij gehaald omdat Haarlem ondertussen bekend geworden is door die investering in Europese samenwerking en gevraagd willen jullie daarin meedoen en expertise leveren.