CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210573996 Transcript commissie Ontwikkeling d.d. 1 september 2022

commissie Ontwikkeling 29 september 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Transcript commissie d.d. 1 september 2022 (alleen naar aanleiding van)26.925 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

TRANSCRIPT VAN DE RAADSCIE ONTWIKKELING VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 1 september 2022

1.

Opening en mededelingen door voorzitter Joris Blokpoel De voorzitter: Dames en heren, we gaan beginnen met de commissie Ontwikkeling van donderdag 1 september. Een nieuw politiek seizoen, we zijn weer begonnen na een welverdiende – al zeg ik het zelf – zomervakantie. Iedereen fris en fruitig terug, helemaal uitgerust dan wel genoten van de vakantie, of niet. Abrupt onderbroken voor sommigen door ziekte of wat anders zij. In ieder geval, we zitten er weer, commissie Ontwikkeling, 1 september. Insprekers, publiek, van harte welkom. Kijkers, van harte welkom. We hebben één bericht van verhindering van de heer Krouwels van D66. Daarnaast hebben we nog een aantal andere mededelingen, waaronder dat we de heer Roosch van de SP welkom heten als nieuw commissielid in deze commissie. Welkom, mijnheer Roosch, we kijken uit naar uw inbreng, namens de SP zal u het woord voeren. Dan nog enkele andere mededelingen. Althans, een hele waslijst. Te beginnen met 10/11 september is de raadzaal opengesteld voor Open Monumentendagen. De bezoekers worden ontvangen door raadsleden en er zijn nog een aantal vrijwilligers nodig om de bezoekers iets te vertellen over de raadzaal en ook over het werk dat we hier doen. Mocht u daar interesse in hebben, er gaat een lijst rond, daar kunt u zich op intekenen … Mevrouw Van Zetten: Voorzitter? De voorzitter: … om mensen daarover te informeren.

Mevrouw Van Zetten, nu al een vraag. Mevrouw Van Zetten: Ja, daarom. De hele raadzaal is hier totaal kaal. Wat zouden wij moeten gaan zeggen aan de mensen die hier geïnteresseerd zijn in de raadzaal? Dat is voor mij een principiële reden om hier niet te gaan staan op Monumentendag, dat wil ik maar even mededelen. De voorzitter: Nou, dank u wel voor uw mededeling, mevrouw Van Zetten. Het lijkt dat we hier genoeg doen in deze raadzaal, dat er genoeg besloten wordt en dat uw werk ertoe doet. Als u dat niet vindt, dan is dat natuurlijk heel spijtig en daar zou u uren over kunnen vertellen en de bezoekers mee kunnen entertainen. Maar goed, dat is aan u natuurlijk. Dan nog een mededeling. Een werkbezoek aan het Frans Hals Museum op 9 september, de dag daarvoor dus, maar dat wordt verplaatst naar hoogstwaarschijnlijk 7 oktober. Oftewel, Frans Hals Museum, het bezoek daaraan, wordt verplaatst naar waarschijnlijk 7 oktober, want op 9 september is er een andere bijeenkomst waar u ook naar heen kunt, waar de directie van het Frans Hals Museum inderdaad ook aanwezig zal zijn, dus daarom kunnen ze ons niet ontvangen op dat moment, maar ontvangen ze ons graag op een ander moment. Dan gaan we door naar 15 september, de donderdag, dan is er een raadsmarkt over gebiedsontwikkeling en over de ontwikkelzones.

Die wordt voorbereid door de heer Bruch en de heer Heinis, de commissieleden van de commissie Ontwikkeling, 15 september. Dan is op 23 september de commissie uitgenodigd voor een werkbezoek aan de Waarderpolder van ongeveer één uur tot ongeveer drie uur vrijdagmiddag. Mocht u daar ideeën over hebben hoe u dat werkbezoek vormgegeven wilt zien, dan kunt u dat aan de commissiegriffier mededelen en dan kunnen we dat ook aan de organisatie meegeven. Dan gaan we door, op maandag 10 oktober van half zeven tot half acht, dan wordt de commissie uitgenodigd voor het kennismaken met vier Haarlemse podia. Zij stellen zich graag voor en gaan graag met u het gesprek aan over toekomst en alles wat daarbij komt kijken. 28 oktober gaan we vervolgens door met de commissie richting de drie Haarlemse woningcorporaties. Zij stellen momenteel een programma samen om met u te laten zien wat zij doen en het werk wat zij doen, in de middag. Een exact tijdstip volgt nader nog en daar wordt u later over geïnformeerd. Tot zover.

1

2.

Vaststellen van de agenda De voorzitter: Dan gaan we vaststellen van de agenda. De agenda van de commissie, heeft iemand daar open/of aanmerkingen over? Niemand? Dan stellen we de agenda zo vast en gaan we daar zo mee aan de slag.

3.

Mededelingen commissieleden en wethouder(s) De voorzitter: Maar eerst gaan we kijken of er nog mededelingen zijn vanuit de commissie. Niemand? Wethouder Roduner, één mededeling. Wethouder Roduner: Ja, een korte. Misschien goed om hier even te melden dat er binnen de organisatie wordt gewerkt aan het voorbereiden van een aanvraag Woningbouwimpuls voor de Zijlwegzone. De Woningbouwimpuls gaat voor de vierde tranche open, dat is best wel een spoedklus, maar we kijken ernaar of het mogelijk is om de Zijlwegzone daarvoor voor te dragen. Mevrouw Van Zetten: Vallen de caravans daar ook onder, wethouder? Wethouder Roduner: Nou, dan kunnen we snel een ontwikkeling laten plaatsvinden op de plek van de caravans. De voorzitter: Mijnheer Visser, u heeft daar een vraag over? De heer F. Visser: Ja, ik kan me herinneren dat de plannen voor de andere zones veel verder ontwikkeld waren toen die aanvraag kwam, dus ik vraag me af: wat gaat er überhaupt in die aanvraag staan, en krijgen we dat nog te zien? Want volgens mij zijn de plannen voor de Zijlwegzone nog heel erg vaag. Wethouder Roduner: Wij zijn in dezelfde fase van visie als de andere zones waar we toen een aanvraag deden, dus daar zit geen verschil tussen, een vastgestelde zonevisie. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mijnheer Roduner.

4.

Transcript commissie d.d. 9 juni 2022 (alleen naar aanleiding van) De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 4, het ‘Transcript van de commissie van 9 juni’. Heeft iemand daar opmerkingen of vragen over naar aanleiding van? Niemand? Dan gaat dat ook door.

5.

Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 5, ‘Agenda komende vergadering, Jaarplanning en de Actielijst’. Daar geldt, zoals u heeft kunnen lezen, ook een nieuwe regeling voor, of een nieuwe verordening, dat u dat van tevoren in moet dienen en dat u daarmee dus ook het advies uiteindelijk voorlegt aan uw commissie, zodat de commissie er direct over kan stemmen en iedereen daar van tevoren ook kennis van kan nemen. Mevrouw Van Zetten, dat ligt al enkele maanden in uw mailbox, maar goed. Mevrouw Van Zetten: Dat soort dingen interesseren me echt niks, voorzitter. De voorzitter: Ja, dat is aan u, mevrouw Van Zetten. Het is jammer dat u …

2

Mevrouw Van Zetten: En ik vind het echt bureaucratisch geneuzel hoe we hier gedisciplineerd worden. De voorzitter: Jammer dat u het reglement en de commissie gewoon niet tot u neemt. Daar heeft u nog een maand de tijd voor, want nu zijn we coulant, 29 september gaan we daar iets strenger in zijn. Mijnheer Aynan, u heeft daar een vraag over. De heer Aynan: Ik zou graag iets willen agenderen, de volgende keer zal ik dat inderdaad dan via het formulier motiveren. Het gaat om drie dingen, voorzitter, die eigenlijk allemaal met elkaar te maken hebben. Monitor Woonservice, het woonwensenonderzoek en wat mij verbaast is de … De heer …: Voorzitter? De heer Aynan: Ik … Ja. Wat mij verbaast is 1.5, de semipermanente opvanglocatie voor vluchtelingen uit Oekraïne. Daar was een toezegging dat hier actief te bespreken en nu staat ter kennisname. Dan zijn we weer minimaal een maand verder en ik had het eerlijk gezegd wel meteen in deze commissie willen bespreken, want het gaat wel ergens over en zoals we ook in het nieuws hebben kunnen zien vandaag, het is permanenter dan we denken. Dus ik zou ook daar heel graag zo snel mogelijk een debat over willen voeren hier. De voorzitter: Ik hoor twee punten van u, mijnheer Aynan. 1.4, het woonwensenonderzoek wilt u graag agenderen.

Is daar een meerderheid voor? De heer Aynan: Ja, in combinatie met Woonservice, dus de monitor, want daar kunnen we ook dingen aan afleiden: hoe gaat het nou, ook onze regionale samenwerking et cetera. De voorzitter: Helder. Agendapunt 1.3, 1.4, Jaarmonitor Woonservice en het woonwensenonderzoek, is daar een meerderheid voor? Mag ik uw handen zien? Ja, mijnheer Aynan, dat zal worden geagendeerd. Dan heeft u een vraag over 1.5, zo vat ik hem even op. Het verzoek is ook gestuurd naar de commissie Bestuur, wellicht is het meer commissie Bestuur-onderwerp dan een commissie Ontwikkeling-onderwerp. De heer Aynan: Voorzitter, excuus. Ja, dat klopt, ook daar is het ter kennisname. Ik zou dit eigenlijk ter bespreking willen voorleggen in deze commissie, omdat het ook echt gewoon over de vorm van woningen gaat. Zijn het nou containerwoningen of flexwoningen? Dat zijn totaal verschillende woningen en ik zou heel graag willen inzetten op flexwoningen, want die zijn kwalitatief hoger, ze zijn duurzamer et cetera. Nou, u kent de discussie en u kent ook de argumenten. De voorzitter: Eens. Nu meen ik me te herinneren dat we het net voor het zomerreces daar ook over hebben gehad en dat u daar toen een vraag over stelde en dat het antwoord was: ze zijn al besteld, we kunnen het niet meer veranderen. Ik zie een hoop geknik in de zaal.

Dus wat wilt u nu nog bespreken? De heer Aynan: Ja, en daarom voeg ik eraan toe: er zijn nieuwe ontwikkelingen. In ieder geval de Oekraïners gaan langer blijven dan dat we ze kunnen faciliteren in containerwoningen. Dat moet je niet willen voor een paar jaar en daar wil ik de discussie over voeren. De voorzitter: Ik hoor uw verzoek. Is daar een meerderheid voor in de commissie om dat te agenderen? Ik zie de heer Procee, de heer Van … O, mijnheer Van Leeuwen, u heeft daar een opmerking over.

3

De heer Van Leeuwen: Ik stel voor dat je het gewoon meeneemt in het punt wat zojuist geagendeerd is voor punt 11, dan gaat het ook met het verzoek aan de commissie wat we van flexwoningen vinden. Dan kun je de component Oekraïnebewoners daarin meenemen, dat zijn ook bewoners van deze stad. De heer Aynan: Kan ook, voorzitter, maar het is, mijnheer Van Leeuwen, maakt u zich geen zorgen, ik zal dit punt ook straks in het debat inbrengen bij – wat is het – het laatste punt, Rapportage Woningbouw. Natuurlijk. De heer Van Leeuwen: Ja, precies. De heer Aynan: Maar dat is zo concreet, dus. De voorzitter: Helder. De heer Aynan: Nou ja, goed, er is geen meerderheid voor. De voorzitter: Nou, dat waren we nog aan het inventariseren. Is er een meerderheid voor het agenderen van dit punt? Nee, helaas, mijnheer Aynan, maar u heeft dus bij agendapunt 11 de mogelijkheid. Iemand anders? Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Voorzitter, ik had ook diezelfde punten, maar we hadden ook nog een ander punt. 4.1, opbouw bij de Heemschut, optopping bovenlaag van de Brinkmannpassage. Hoe dat allemaal tot stand is gekomen is zeer wonderlijk en daar willen we het graag over hebben, dat het in ieder geval niet meer op deze manier plaats gaat vinden. De voorzitter: Helder.

Is er een meerderheid om agendapunt 4.1, het bericht van de Bond Heemschut over de Brinkmann te agenderen? Ik zie SP, Jouw Haarlem, Trots Haarlem en Forum voor Democratie, en mevrouw Van Zetten, Trots op Haarlem. Geen meerderheid, excuus. Dan wil ik nog even met u … Mijnheer Heinis, u wilt nog iets agenderen? De heer Heinis: Ja, nog een agendapunt. 3.1, de artikel 38-vragen over de verhuur op Zijlweg 245. Daar hebben we antwoord op gekregen en we willen dat eigenlijk gaan agenderen, graag bespreken. Eigenlijk zien we dat er nog niet echt oplossingen in zicht zijn, we denken dat er mogelijk meer kan. Dat is het ene. We hebben nog een voorstel. In de beantwoording gaat het ook over het huurspreekuur van !WOON, dat nu stadsbreed wordt ingezet en over de Wet goed verhuurderschap. Daar staat ook: het is nog best een afweging die we hebben te maken als stad. Het voorstel is eigenlijk: kunnen we een keer een werkbezoek naar !WOON doen waarin we een combinatie maken met de Wet goed verhuurderschap? Wat komt eraan, wat hebben we eraan als gemeente, en wat gaat het ons ook kosten qua capaciteit bijvoorbeeld? Dus eigenlijk twee voorstellen. De voorzitter: Goed idee en we stemmen het af, want de wethouder heeft het ook van u gehoord, heeft het meegekregen en ik neem aan, mocht hij het interessant vinden en inderdaad, mocht daar animo voor zijn.

Ik zal zo meteen even polsen of daar een meerderheid voor is voor een bezoek aan !WOON, want dan kan de wethouder dat organiseren. Allereerst doen we even uw agendering van agendapunt 3.1, de artikel 38-vragen over Zijlweg 245. Is daar een meerderheid voor om daarover te spreken in de commissie? Ja, ruime meerderheid zie ik daar ontstaan, dus dat wordt geagendeerd en daar gaan we over spreken in de commissie. Dan een werkbezoek aan !WOON over goed verhuurderschap, is daar een meerderheid voor in de commissie? Ook daar is een meerderheid voor in de commissie, dat gaan we op de agenda zetten voor organisatie later dit

4

jaar dan wel begin volgend jaar, want de agenda zit goed gevuld de komende maanden, dus we moeten even kijken wanneer dat zal passen. Daar komen we op terug. Dan wil ik nog even met u kijken naar de jaarplanning en de actielijst. We zijn bezig met het proces, zoals u weet, om daar meer sturing op te krijgen, meer duiding in te krijgen. Kijk daar ook vooral naar, zodat we met elkaar de jaarplanning scherper krijgen, dat we de actielijst ook scherper krijgen. Heeft voor nu iemand opmerkingen daarover? Niemand? Dan gaan we op deze manier verder zoals nu ook opgenomen is in de jaarplanning en zullen we bij u terugkomen zo snel mogelijk met de agenda voor 29 september. Nog één keer dan: 29 september, als u iets wilt agenderen, er komt een formulier online te staan bij dit agendaonderwerp en dient u 24 uur van tevoren gemotiveerd aan te leveren waarom u iets wil agenderen, want dan vraagt het nu alleen een stemming of er een meerderheid voor is of niet en dan kunnen we vanaf dat punt verder. TER ADVISERING AAN DE RAAD 6.

Raadsinformatiebrief Aanpassen raadsstukken Omgevingswet (FR) a.

Adviesrecht raad afwijking omgevingsplan (FR)

b.

Delegatie omgevingsplan Haarlem (FR)

c.

Lijst verplichte participatie voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (FR)

De voorzitter: Dan gaan we nu door richting de agenda van de raad en tegelijkertijd ook ter advisering aan de raad. Agendapunt 6, een ‘Raadsinformatiebrief over het aanpassen van de raadsstukken van de Omgevingswet’. Dat valt uiteen in drie andere subagendapunten, over het ‘Adviesrecht raad afwijking omgevingsplan’, ‘Delegatie van het omgevingsplan Haarlem’ en een ‘Lijst verplichte participatie voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten’. Het is even aan u of u dat als drie aparte agendapunten wil behandelen, of als één. We gaan hem daar in ieder geval over drie aparte stukken afhameren, maar dat zal later zijn. Voor nu: wie kan ik het woord geven? Mijnheer Visser, ChristenUnie. De heer F. Visser: Dank u wel, voorzitter. Goed dat we opnieuw over deze stukken praten, ik zal ze in volgorde behandelen. Allereerst het adviesrecht van de raad bij afwijking van het omgevingsplan. De ChristenUnie is blij dat het amendement wat de ChristenUnie samen met het CDA en D66 heeft ingediend grotendeels is overgenomen, daardoor is het veel duidelijker wanneer dat adviesrecht van de raad geldt. Eén punt uit ons amendement is echter door het college niet overgenomen. Het college stelt namelijk dat het adviesrecht niet nodig is als de activiteit past binnen het kaderstellend beleid waarover reeds door de gemeenteraad is besloten.

Dat vind ik gevaarlijk, want lang niet al het kaderstellend beleid is voldoende concreet. Bovendien kan dit ook gaan om beleid wat nu al is vastgesteld, terwijl daarbij nooit de bedoeling was dat de raad bevoegdheden uit handen zou geven. Daarom wil de ChristenUnie dit wijzigen in: kaderstellend beleid waarover reeds door de gemeenteraad is besloten na ingang van de Omgevingswet en waarbij expliciet de afweging is gemaakt hoe dit beleid toe te passen ten aanzien van de ruimtelijke consequenties. Zodat echt duidelijk is waar we als raad een mandaat voor geven, en meer niet. Anders geldt gewoon: het adviesrecht voor de raad moet bij de raad terugkomen. Het college vindt dit blijkens de nieuwe raadsnota geen goed idee, want dan zou er onderscheid ontstaan tussen stedenbouwkundige programma’s van eisen die dit jaar nog worden vastgesteld en plannen die volgend jaar worden vastgesteld. De ChristenUnie vindt dat geen sterk argument. Wat is het bezwaar om in zo’n geval even langs de raad te gaan? En er is ook nog een alternatief: we zouden zelfs als raad een lijstje oude kaderstellende nota’s kunnen vaststellen die alsnog onder deze regeling vallen. Dat is veel zorgvuldiger. Wij twijfelen nog wel over die grens van 2500 vierkante meter voor

5

het wijzigen van gebruik van bestaande opstallen, daar ging het ook in de technische briefing nog even over. Is dit niet te veel? Stel, er is een wijkgebouw of een deel van een oud schoolgebouw dat een andere functie krijgt. Dat kan best tot onrust in de wijk leiden. Ik ben benieuwd wat andere fracties daarvan vinden. Maar verder, prima stuk nu en, behoudens de punten die ik net genoemd heb, geen bezwaar. Dan ga ik gelijk door wat mij betreft naar het volgende punt, dat is de delegatie van onderdelen van het omgevingsplan. Daar hadden wij drie amendementen liggen en wij hebben nogmaals gekeken naar die eerdere amendementen. Wat betreft het amendement nummer 2, 15.2 van 24 maart over de gebruiksmogelijkheden, ja, daar willen wij wel aannemen dat het college gelijk heeft, dus die zullen wij niet opnieuw indienen. Maar de andere twee amendementen, daar zijn wij niet overtuigd. Allereerst het beleidsneutraal omzetten van verordeningen, dat was 24 maart amendement nummer 3. Dat overzetten is vooral een eenmalige grote operatie, alleen daarom al is het een vreemde eend in de bijt. Het verleden heeft aangetoond dat er dan ook essentiële zaken per ongeluk kunnen wijzigen als je iets beleidsneutraal omzet. Juist in verordeningen luisteren punten en komma’s heel nauw.

Bovendien, sommige verordeningen zullen niet integraal worden overgezet en daarom is het ook nog nodig deze verordeningen opnieuw vast te stellen. De verordeningen die wel worden overgenomen, die moeten we intrekken en ook dat is een raadsbesluit. Kortom, echt, dit is heel onverstandig om te doen. De raad, de hoogste bevoegdheid zo’n beetje van de raad, het vaststellen van verordeningen, dat moeten we niet delegeren. Het tweede punt is weer dat verwerken van kaderstellend beleid. Als dit expliciet is besproken en er is maar één invulling mogelijk, dan is het natuurlijk prima. Maar als het gaat om de plankaart en de planregels, dan luistert het heel nauw en is er al snel wel degelijk sprake van invulling waar enige ruimte van interpretatie mogelijk is. Denk aan alle discussies die zijn geweest over de bloemenkiosken in de binnenstad. Dan moet er een check mogelijk zijn door de raad. Ja, meestal zal de raad dan zeggen: oké, college, ga maar door. Maar beter de mogelijkheid van die check dan een uitglijder waar we met zijn allen achteraf spijt van hebben. Dus ook dat amendement zal de ChristenUnie handhaven. Tenslotte, voorzitter, het punt van de verplichte participatie voor buitenplanse omgevingsactiviteiten, daar hebben wij technische vragen over gesteld.

Ik vind hem echt heel lastig, want we mogen eigenlijk nauwelijks regels stellen, maar de regels die we nu stellen zijn heel vaag. Ik denk dat de praktijk het zal moeten uitwijzen, maar hier geldt voor ons: college, alstublieft, bij twijfel, zorg voor voldoende participatie, dring er ook bij andere partners op aan dat ze die participatie goed vormgeven, zodat het niet een vinkjeszetterij wordt waarvan wij vervolgens heel veel insprekers krijgen die ontevreden zijn over de participatie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Visser, ChristenUnie. Mevrouw Verhoeff, PvdA. Mevrouw Verhoeff: Ik wilde niet reageren, maar zelf … Oké, dank u wel. De voorzitter: O, excuus, er was wel iemand die wilde reageren op … Mevrouw Verhoeff: Dan wacht ik. De voorzitter: O, meerdere mensen, excuus. Mevrouw Oudshoorn, D66. Mevrouw Oudshoorn: Yes, dankjewel. Een korte vraag. Ik had dezelfde vraag over hoe we dan beleid gaan vertalen als dat niet helemaal duidelijk is, maar in de toelichting staat wel dat het zaak is dat per beleidsstuk afspraken gemaakt worden tussen college en raad over de verdere uitwerking daarvan. Stelt dat u niet genoeg gerust? De voorzitter: Mijnheer Visser.

6

De heer F. Visser: Wat mij betreft leggen we gewoon expliciet vast hoe we daarmee omgaan. Als wij in een stuk uiteindelijk aangeven: zo gaan we het doen. Dan kunnen we op dat moment expliciet, maar dat moet dan een los besluit zijn, zeggen: bij deze, college, gaat u door, het hoeft niet terug te komen. Maar dat moet dan wel een expliciet besluit zijn en nu gebeurt precies het omgekeerde: het wordt aan het college overgelaten en we moeten maar afwachten of het college eraan denkt om het weer aan ons voor te leggen. Dat moet niet het geval zijn. De voorzitter: Mevrouw Klazes, GroenLinks, had ook een interruptie. Mevrouw Klazes: Een korte vraag aan de heer Visser. Komt u met amendementen bij de raad om dit te veranderen? De heer F. Visser: Ja, ik heb net gezegd dat twee van de drie eerdere amendementen die we hadden, dat we die opnieuw zullen indienen. Het andere amendement is op één onderdeel na overgenomen. Dat ene onderdeel, daar zullen we gewoon een nieuw, korter amendement van maken. Voor de rest hebben we nog twee vragen neergelegd voor de commissie over die 2500 vierkante meter, daar ben ik heel benieuwd hoe de commissie daarover denkt en de wethouder. De participatie wacht ik ook de reactie van de commissie af, maar kunnen we volgens mij juridisch weinig. De voorzitter: Dat waren de interrupties. Mevrouw Verhoeff, PvdA. Mevrouw Verhoeff: Dank u wel, voorzitter.

Niet alleen dank dat ik het woord krijgt, maar ik wil ook de wethouder danken, want ik vind het echt prettig dat we een RIB hebben gekregen, een raadsinformatiebrief waarin ieder geval een aantal zaken nog eens heroverwogen zijn en aangepast. In ieder geval ons amendement trekken we wel in. We gaan wel goed nadenken over wat we dan nog wel geregeld moeten hebben en dat heeft ook te maken met een aantal punten die de heer Visser aannam, met name over die beleidsregels ben ik wel echt geïnteresseerd om de definitieve tekst te lezen en dan zal ik het aan de fractie voorleggen wat wij daarvan vinden. Maar wij vinden wel dat we de balans goed moeten vinden tussen: waar moet de raad echt zich druk over maken, en aan de andere kant: hoe krijgen we het proces zo snel in orde? Ik vind uw voorbeeld van die kiosken juist eentje waarvan ik denk: nou, raad, ga toch eens op je handen zitten en laat het college daar maar de bezwaren goed van afhandelen. Maar dat neemt niet weg dat er ergens een balans in zit, want niet voor niks maken wij bestemmingsplannen, dadelijk omgevingsplannen, waarin wij regelen wat er wel en niet mag en ook wat er onder bijzondere voorwaarden misschien wel mag.

Als je dan daarvan af gaat wijken en dan ineens een hele lichte procedure volgen, daar krijg ik toch wel enige jeuk bij, met name als ik zie dat op sommige onderwerpen, en ik ga het niet uitgebreid uitleggen, maar wel zie dat er een hele lichte procedure bij het college achter zit. Daar zit ook een balans in. Kijk, die 2500 vierkante meter, u vroeg daarnaar, in de technische sessie hebben we daar al over gesproken. Als je dat even probeert te visualiseren, dat is 100 meter lengte, 25 breed, je mag het ook omdraaien van mij. Maar een voetbalveld is nog geen 100 meter. En 25 meter breed, ik wou dat mijn tuin dat haalde. Mevrouw …: ‘…’ (buiten microfoon). Mevrouw Verhoeff: Nou, zij zegt … Het is echt big, daar kan een flinke school op staan. Als dat nu een trapveldje is, jongens, ik wil het echt niet hebben dat dat in een buurt gebeurt zonder dat daar uitgebreide inspraak in zit en dat wij ook als raad daar toch minstens in mogen meedenken. Ik kan me wel heel goed voorstellen dat op een terrein waar heel veel grootschalige ruimtes zijn, zoals de Waarderpolder, ja, dat wij gewoon zeggen: college, ga daar met het bedrijfsleven dat samen prima oplossen. Dus ik snap dat het college

7

zegt: we gaan het niet in de woonomgeving. Dat is een kreet, die kunnen we niet vertalen. Maar we gaan het of naar een kleinere maat terugbrengen, of wat de PvdA betreft, het mag wel voor de Waarderpolder. De voorzitter: U heeft een interruptie van mevrouw Oudshoorn, D66 Mevrouw Oudshoorn: Het is complexe materie, dus ik probeer het te volgen, maar mevrouw Verhoeff geeft het voorbeeld van een trapveldje waar dan een school op gebouwd wordt. Maar misschien dat iemand het hier weet, ik heb begrepen als ik naar de stukken kijk dat het wijzigen van het gebruik van onbebouwde grond ten behoeve van bouwen altijd bij ons langskomt. Dus een gebouw wat van functie wijzigt is volgens mij echt iets anders dan een stuk gras. Mevrouw Verhoeff: Sorry, ik moet dan maar even niet het trapveldjesvoorbeeld noemen, dat schoot er even zo in. Nee, het gaat natuurlijk wel om een functiewijziging, of je sloopt iets en je zet er nieuwbouw terug, dat zijn dingen … Onze stad is gewoon vol gepland, het is niet vol, maar het is vol gepland, dus het is altijd een gebruikswijziging, u heeft gelijk. Mevrouw Oudshoorn: Nee, ik maakte me zorgen, maar dank. Mevrouw Verhoeff: Nee, prima. Het gaat er gewoon om, het zijn grootschalige aanpassingen. De voorzitter: U heeft nog een interruptie, mevrouw Verhoeff, van mevrouw Klazes, GroenLinks.

Mevrouw Klazes: Ik heb begrepen dat u streeft naar misschien wel of het verkleinen van die oppervlakte, of differentiatie van de wijk waarin dat plaatsvindt, dat hoor ik u net zeggen, toch? Differentiatie van de wijk: in de Waarderpolder mag het wel, maar in het centrum mag het niet. Dat hoor ik u zeggen, toch, of niet? Mevrouw Verhoeff: Ja, dat klopt. Mevrouw Klazes: Ja. Maar er is toch een motie geweest die dat voorstelde, volgens mij van de ChristenUnie, die precies dat voorstelde om een differentiatie tussen de gebieden in Haarlem aan te brengen? Ja, misschien vergis ik me, hoor. Dat weet Frank … De heer F. Visser: Dat zou kunnen. Mevrouw Klazes: O, goed. Mevrouw Verhoeff: Mevrouw Klazes, we hebben wel over dat soort dingen gesproken in ieder geval de vorige keer in de commissie, dus het zit ook wel in mijn hoofd. Ik hoef niet zelf per se een amendement of een motie te maken, maar ik zou het wel plezierig vinden om te zorgen dat je … Laat ik het anders zeggen. De nieuwe wet maakt niet meer dat zittende belangen beschermd zijn, maar juist dat ontwikkelingen makkelijker mogen. Nou, daar zit een gedachtegang achter die ik wel kan begrijpen. Alleen, grootschalige zaken … Ook een schoolgebouw wat naar wonen gaat, dat kan best een prima oplossing zijn, dat kan dan binnen die 2500 meter vallen – laten we hem even omdraaien.

Dat is toch wel van een grote impact op de omgeving, dan wil je mensen minstens een voldoende inspraakmogelijkheid hebben gegeven en meedenken. Dan is het een vorm van ontwikkeling waarvan wij denken: dat moet je niet alleen aan het college overlaten. Gaat het over kleinere zaken, dan kan je dingen best bij het college overlaten, als er maar voldoende inspraakmogelijkheden zijn. Daar zoek ik nog wat verder naar het evenwicht, dat hoor ik ook graag van andere mensen. Wij vinden trouwens het delegatievoorstel, daar willen wij best mee akkoord gaan. Het wordt geëvalueerd, dat lijkt ons

8

prima om dat te doen, maar dat adviesrecht en met name de kleine zaken. Als het goed is, regelen wij die kleine zaken – dakkapellen en dingen wat je in je achtertuin allemaal mag – gewoon in het omgevingsplan op een goede manier. Hier staat wat over afwijken van. Daar doe je je buren soms wel wat aan en om iedereen dan maar naar de rechter te verwijzen in een bezwaarprocedure, dat gaat ons te ver. Ik hoor graag of andere mensen daar nog goede ideeën over hebben. En ja, soms, ook al is het moeilijk handhaafbaar, als je wel zegt: er moet geparticipeerd worden, of het is gewenst. Dan is het een richtlijn waar uiteindelijk in disputen tussen bewoners of belangenafweging een rechter het wel mee gaat wegen of iemand het heeft nagelaten, want het was wel bedoeld dat je het deed. Daar wilde ik het voor nu even bij laten en als anderen briljante ideeën hebben, dan heb ik wel een interruptie om te vragen of ik het mag instemmen. De voorzitter: Helder. Dank u wel, mevrouw Verhoeff. Mijnheer Aynan, zag ik uw hand? Nee, niet? Mijnheer Van Leeuwen, Actiepartij. De heer Van Leeuwen: Voorzitter, dank u wel. Allereerst wil ik even ingaan op wat er in de raadsinformatiebrief staat, dat haakt aan over waar mevrouw Verhoeff zojuist over sprak. We hebben daar technische vragen toen over gesteld, om dat geografisch juist een beetje te spreiden, of daar anders aan te kijken naar het adviesrecht.

Nou ja, we hebben dat toen in technische vragen opgevat, maar helaas, het college geeft aan: ja, dat gaat ons een studie van hier tot de Kalverstraat opleveren. Dat vind ik eigenlijk een jammerlijk antwoord, want ik denk, er zijn makkelijk gebieden door ons aan te wijzen – beschermd stadsgezicht is een gebied, de Waarderpolder is misschien een gebied – waarbij je zegt: daar kun je anders, zwaarder of juist lichter, met het adviesrecht omgaan. Dus dat had ik graag wel opgenomen en ik vind het beschermd stadsgezicht wel degelijk een gebied om te zeggen: nou, daar mag je als raad ook nog wel eens een keertje extra je adviesrecht in kunnen zetten en misschien op andere plekken is dat misschien minder relevant, of op een andere manier. Wat betreft dat adviesrecht, ja, ik vind die grens van die tien woningen lastig. Ik stel me zo voor dat als je een plan maakt met negen woningen en vervolgens gedurende het planproces splitsen we er twee en dan worden het er elf, hadden we dan bij de raad moeten zitten met een adviesrecht? Dus dat aantal tien vind ik te absoluut, te hoog en dat geldt ook voor die 2500 vierkante meter. Die delegatie vind ik uitstekend, maar dan vind ik hem wel vrijblijvend, want er is best wel beleid waarvan ik denk: nou, dat had je door de afgelopen jaren heen best dan wel mee kunnen nemen.

Ik denk aan bijvoorbeeld een Nota daklandschap uit 2012, daar ontlenen mensen hun rechten aan om een dakterras te realiseren, maar heel veel mensen staan toch bezwaar daartegen te maken. Nou, dat is nou iets wat je volgens mij prima moet delegeren aan het college. Dat is vastgesteld beleid, dus dat is uitstekend. Dan hikken we toch een beetje aan tegen die vormvrije participatie. We hebben dus gewenste, niet-verplichte participatie en hoe dat er dan uitziet, totaal onduidelijk. Dan denk ik: zouden we daar als gemeente niet vooraf iets meer richting aan moeten geven? Bijvoorbeeld: als u gaat participeren, dan moet u in die en die dagbladen op die en die wijze communiceren, dan moet u dit aantal of deze stakeholders benaderen, u moet niet ‘s nachts om twaalf uur gaan participeren, maar overdag en niet in de vakantie. Dat soort richtlijnen zou ik wel wenselijk vinden en wat betreft dus die twee punten die ik noem, dat participeren en die lijst met geografische argumenten om toch dat adviesrecht in stand te laten, wil ik toch wel verder denken met jullie ook. Dus tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van Leeuwen. Mevrouw Oppenhuis, CDA. Mevrouw Oppenhuis: Voorzitter, dank u wel. In ieder geval hadden wij hetzelfde als de overige sprekers. De tien woningen vinden wij erg moeilijk.

Hoever gaan we, wordt er bijvoorbeeld wel rekening gehouden met genoeg groen, waaronder ook bomen? Dat kunnen we nu niet doorgeven, kunnen we niet bespreken. Ook die 2500 meter, dat is een enorme oppervlakte en dat is gewoon heel moeilijk. Verder wil ik nog even terugkomen

9

namens het CDA over het delegatiebesluit. De bevoegdheid om de leden van de Adviescommissie Omgevingskwaliteit te benoemen en op eigen verzoek ontslag te verlenen vanaf het in werking treden van de verordening te delegeren naar het college van B en W, dat vindt het CDA een moeilijk punt. Dat is punt 7, mijn excuus. Dan houden we het hierbij. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Oppenhuis. Mevrouw Oudshoorn, D66. Mevrouw Oudshoorn: Dank u wel, voorzitter. D66 zoekt naar balans tussen enerzijds het borgen van voldoende betrokkenheid van omwonenden en van deze raad, en anderzijds ook het streven om tempo te maken en onnodige inzet van ambtenaren te voorkomen, want we hebben woningen nodig en een beetje snel graag. Met betrekking tot de delegaties en het adviesrecht zien wij die balans eigenlijk op veel punten wel terug, maar we kijken met veel interesse naar de amendementen die hier aangekondigd worden met betrekking tot die 2500 meter en die tien woningen, dat zijn er inderdaad best veel. De zorgen van D66 zitten eigenlijk met name op dat punt van die participatie. Volgens mij sluiten we ons daarbij aan bij de Actiepartij, want als je nu ziet welke formuleringen er in die tabel zitten die we gekregen hebben, dan gaat het over meedenken en over meebeslissen, maar wat dat inhoudt is volstrekt onduidelijk.

Tijdens de technische sessie hebben we daar vragen over gesteld, dan is het antwoord dat participatie vormvrij moet zijn. Maar wij zijn dan wel heel benieuwd hoe de wethouder straks gaat beoordelen of die participatie dan voldoende was en of wij daar ook iets over mee kunnen geven, dus graag een antwoord voor de wethouder hoe hij dat dan in de praktijk voor zich ziet, want wij worden hier een beetje zenuwachtig van. Dan het tweede punt is dat er bij kleine ingrepen die afwijken van het omgevingsplan niet geparticipeerd, maar ook niet geïnformeerd hoeft te worden. Mevrouw Verhoeff zei net ook al terecht dat een relatief kleine ingreep een relatief grote impact kan hebben en het lijkt ons eigenlijk vanuit goed burgerschap een hele kleine moeite dat je als buurtbewoner even een briefje in de bus van je buren stopt en zegt: ik ben een plan aan het voorbereiden, dat past niet in het omgevingsplan, weet het, dit ben ik van plan. Dan hoeven mensen zich ook niet per se aan te melden voor dat omgevingsvergunningenalert, want dan wordt het meteen weer juridisch. Dus wij zijn toch heel benieuwd om van de wethouder te horen waarom alleen informeren ook niet bij die lichtere afwijking van het omgevingsplan verplicht gesteld wordt. Dat moet toch een kleine moeite zijn. De voorzitter: Mevrouw Klazes, interruptie? Termijn. Mevrouw Klazes, GroenLinks. Mevrouw Klazes: Dank u wel, voorzitter.

We gaan in principe akkoord met de aanpassingen in het stuk over het adviesrecht, maar mochten er amendementen worden ingediend, dan gaan we daar serieus nog even naar kijken. We gaan ook akkoord met de voorgestelde delegeringen aan het college, maar ik wil daarbij wel duidelijk zeggen dat ik begrijp dat het hele proces sneller zal gaan wanneer we de technische wijzigingen et cetera aan het college overlaten en ik begrijp ook dat het met het oog op het capaciteitsprobleem dat gemeente Haarlem, dat er sowieso een vertraging kan optreden in de processen. Dat moeten we proberen voor te zijn, maar ik hoop wel dat zorgvuldigheid boven snelheid zal blijven gaan en wij zullen in de toekomst elk verzoek om delegatie aan het college in welke commissie dan ook nauwlettend blijven volgen en wegen. Wat betreft de participatie, het is eigenlijk al eerder gezegd ook door mevrouw Verhoeff en door D66. Het gaat ons met name, we hebben zorgen over categorie 1, dat gaat over de dakkapellen en de kleine ingrepen. Het is al eerder gezegd, de ingrepen zijn weliswaar klein, maar de impact op de buren is vaak best groot, minder privacy en dat soort zaken.

Dat informeren van de directe buren is niet verplicht en ik snap dat dat best wel ingewikkeld is om dat wel verplicht te stellen, want hoe ga je dan handhaven? Maar ik ben wel heel benieuwd naar hoe de wethouder daarnaar kijkt, of hij toch een mogelijkheid ziet om die informatie, het

10

advies om te informeren, of dat omgezet kan worden in een plicht tot informeren van de naaste buren. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Klazes. Mijnheer Bruch, interruptie? Nee, termijn. Mijnheer Bruch, VVD. De heer Bruch: Dank u wel, voorzitter. Wij hebben hier natuurlijk over deze stukken in februari al gediscussieerd en de opmerkingen die we toen hadden, daar is goeddeels aan tegemoetgekomen, dus wat dat betreft kunnen we aardig tevreden zijn. Ook wij vinden 2500 meter in sommige gevallen best nog wel veel, dus wij wachten ook af of daar nog amendementen komen, dan zullen we die beoordelen. Het aantal woningen, daar staat mij bij van de discussie in februari dat tien woningen, dat het college die besluiten nu ook al mag nemen, dus wat dat betreft verandert er volgens mij niet zoveel. Dus wat dat betreft kunnen we akkoord gaan met zowel 6a, 6b als 6c. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Bruch. Mevrouw Van den Broek van Partij voor de Dieren. Mevrouw Van den Broek: Dank u wel, voorzitter. Het meeste is eigenlijk al gezegd. Wij maken ons het meeste zorgen inderdaad ook om die tien woningen en 2500 meter. Met name bij de tien woningen, het kan gewoon impact hebben ook op de openbare ruimte. Heb je het over villa’s, heb je het over hele kleine appartementen, dat maakt nog best wel een verschil.

Dus daar hebben wij wel wat zorgen over en we gaan kijken inderdaad of we zelf een amendement daarover gaan schrijven. Ik merk ook wel, ik heb ook even wat vergelijkend onderzoek gedaan in andere gemeenten en het is nog heel erg een willekeur. Elke gemeente vult dat op zijn eigen manier in en ja, ik stel toch ook echt voor dat we ook goed blijven kijken naar andere gemeenten om ons heen van wat werkt en niet werkt. Iedereen is dat nu een beetje aan het uitvinden en ik weet niet of we nu laat maar zeggen de beste variant in handen hebben. Met betrekking tot participatie, wij zijn zeker ook voor de kleine ingrepen voor een informatieplicht, omdat we vinden dat je als buren recht hebt om te weten wat er gebeurt, dus we hopen daar ook nog op een aantal aanpassen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van den Broek. Mijnheer Moore, Forum voor Democratie. De heer Moore: Dank u wel, voorzitter. Wij delen ook de zorgen van andere partijen over die 2500 meter voor de bestaande opstallen en het wijzigen van het gebruik daarvan, dus daar hebben we weinig aan toe te voegen.

Puntje 6b, viel ons wel op dat de bevoegdheid voor het college nu zo is dat het aanwijzen, wijzigen en schrappen van gemeentelijke monumenten een bevoegdheid van het college is in de Monumentenverordening en dit ook in de komende wijzigingen dan wordt omgezet en misschien, de vraag aan het college ook, is dit het moment om dat te wijzigen, dat de raad daar inspraak over gaat krijgen in toekomstige vraagstukken en dat we daarover mogen meedenken welke toekomstige monumenten daarin gewijzigd dan wel geschrapt mogen worden. Wat ons vooral verder opviel is punt 6c, daarin gaat het over de verplichte participatie voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Wij vinden het heel terecht dat er verplichte participatie is, zoals te vinden is in bijlage 1, maar we moeten ook gewoon even nadenken over wat voor participatie dat dan is. Waarom wordt het informeren bijvoorbeeld een briefje opsturen van bewoners al gezien als onderdeel van de participatieschaal? Dat is in onze ogen wel wat vreemd, zeker bij de schaalverdeling in de bijlage 1, in puntje 6, 7, 8, waarbij er zware participatie nodig is. Wie zijn die belanghebbenden, hoeveel inspraak hebben zij daadwerkelijk, is er plaats voor participatie bij hoe het plan wordt uitgevoerd en of het plan ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Moore. Mevrouw Van Zetten, Hart voor Haarlem.

11

Mevrouw Van Zetten: Het is natuurlijk een spanning tussen vertrouwen en controle. We moeten wel bedenken dat wij toch in een zeer dichtbebouwde stad zitten met een groene zoom die politiek gewenst toch open en groen moet blijven. Dan is natuurlijk tien huizen bouwen, of 2500 vierkante meter, is natuurlijk heel erg groot. Als je het vergelijkt bij andere plaatsen, daar zal misschien die ruimte er wel zijn, maar ik denk dat wij vinden dat die ruimte er niet is. Dan is de vraag: in hoeverre vertrouwen wij het college, houden we ze een beetje dicht bij ons om verrassingen te voorkomen? Ik denk dat er genoeg aanleiding is om het college heel dicht bij ons te houden en toch als gemeenteraad namens de bevolking van Haarlem er bovenop te zitten. In het verleden, we hebben het Kinderhuisvest, extra dakopbouw wat grote problemen gaf waar je als raad telkens toch achteraanloopt en ik denk dat de mogelijkheden moeten zijn dat wij dat goed in de gaten houden. Als ik ook kijk, dan gaat het over participatie. Ik kijk natuurlijk: wat is er eigenlijk gebeurd met Domus Plus, bouwen in de groene zoom? Dat is in die combinatie eigenlijk niet heel erg goed met de raad besproken en wat dat betreft vind ik dat soort ontwikkelingen, dat vereist natuurlijk zware participatie.

Wat eigenlijk hier ook wel staat, alleen het valt mij wel op, initiatieven met betrekking tot grootschalige energieopwek, dat is dan middel tot zwaar en ik denk: als je het hebt over onze groene zoom en de ruimte die er is in Haarlem, zal dat toch altijd een zware participatie vereisen. Want zonne-energie in een weide, ja, dat gaat gewoon enkele hectaren opsouperen. Een windmolen zal toch wel gauw 150 tot 200 meter moeten zijn wil het wat opleveren in Haarlem. Dus ik denk dat je dan, als je er zo naar kijkt, dat middel wel kan schrappen. Zo zullen er nog wel van die kleine dingetjes zijn. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Van Zetten. Mijnheer Procee, Hart voor … Nee, Ouderenpartij Haarlem, OPHaarlem is het tegenwoordig. OPHaarlem, excuus. Mijnheer Procee. De heer Procee: Dank u wel, voorzitter. Gegeven al deze zorgen en onduidelijkheden, vragen wij ons ernstig af of dit voorstel rijp is voor behandeling in de raad. Ik neig eigenlijk naar niet, maar ik wil me graag laten overtuigen door de wethouder. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Procee. Mijnheer Aynan wilde niet, begreep ik, maar mijnheer Van den Raadt wil dolgraag. Mijnheer Van den Raadt, Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ik heb netjes afgewacht, voorzitter. Wat Trots Haarlem opvalt is dat er altijd gedweept wordt met de VNG. Als de VNG een poepje laat, dan moeten wij dat ook doen.

Dan heeft de VNG hier een hele handreiking over geschreven en het valt me op dat die bijvoorbeeld dertien punten aandienen waar de gemeenteraad advies over zou moeten geven en dat wij hier een veel kleinere lijst krijgen met maar zeven punten. Is de wethouder bekend met die handreiking van de VNG? Waarom zijn cruciale punten die daar genoemd worden hier niet overgenomen? Ik kan bijvoorbeeld noemen antenne-installatie hoger dan 50 meter – Trots Haarlem heeft trouwens het voorstel om alles te doen onder de 50 meter – het gebruik van recreatiewoningen voor permanente bewoning, activiteit die leidt tot overschrijding van de omgevingswaarden, het uitbreiden van sportvelden of recreatieterreinen, begraafplaatsen met meer dan twintig procent, uitbreiden van bestaande niet-agrarische bedrijven, realiseren van windmolenparken en weiden voor zonnepanelen. Een heleboel dingen die daar genoemd worden en in de handreiking van de VNG, waarvan meestal hier gezegd wordt dat dat allemaal wel experts zijn en dat we die moeten volgen, dat wordt dus hier niet gedaan.

Waarom wordt dat hier niet gedaan, en waarom wordt dan specifiek die punten – ik kan het u doorsturen, wethouder – waarom worden dan specifiek die punten hier nu uitgehaald? Is dat om ons als hoogste orgaan van de stad minder het hoogste orgaan van de stad te laten zijn en dat u meer uw eigen gang kan gaan, waarom gaat u er expres iets van afwijken? Dan staat ook ergens in een van die stukken dat onderwerpen met maatschappelijke en politieke sensitiviteit – opvang van kwetsbare groepen zoals dak-

12

/thuislozen en vluchtelingen – participatie hierbij verplicht is. Vindt u het een goed idee om gewoon daar nu al mee te starten, in plaats van te wachten tot we dit stuk helemaal in kannen en kruiken hebben? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van den Raadt. Mijnheer Aynan, Jouw Haarlem. Kijk, gaat uw gang. De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Er leven hier terecht vragen, ook bij Jouw Haarlem. Ik kan … Dank voor de bijdrage van mijnheer Visser van de ChristenUnie en mijnheer Van Leeuwen, daar kan ik me grotendeels bij aansluiten en ook wij hebben vraagtekens bij die 2500 meter, die tien woningen. Want weet je, je kan wel snel willen gaan, maar als je aan het eind van het traject alsnog brokken maakt, ja, wat heb je dan bereikt? Goed, we hebben de afgelopen paar jaar ook hier best wel wat insprekers gehad over zaken die hiermee te maken hebben. Als wij er dan formeel niet over gaan, maar wel hier volle zalen krijgen, ja, wat zijn we dan aan het doen? Wij hebben daar ook twijfels over en we zien trouwens ook dat er best wel wat wrijving en soms zelfs burenruzies ontstaan over het niet informeren van elkaar, bijvoorbeeld over een opbouw. Ik heb die vragen technisch gesteld en blijkbaar kun je mensen niet verplichten tot het informeren van elkaar.

Nou, ik stel hem dan maar nog eens een keer hier aan de wethouder: is er iets mogelijk dat lijkt op een verplichting, of kunnen wij als gemeente mensen faciliteren dat ze in ieder geval bijvoorbeeld door middel van een app – we hebben hier die gemeente-app, dan krijg je piepje als er iets in je gemeente gebeurt – dat we in ieder geval op die manier met onze burgers meedenken? Dat is een vraag over die informatieplicht. En die delegatie, ja, daar moeten we voorzichtig mee zijn, want wat je weggeeft, dat krijg je echt nooit meer terug, dat is in ieder geval mijn ervaring. En het is zoeken, wat het is inderdaad een decentralisatie van het fysiek domein, net als we de decentralisatie van het sociaal domein achter de rug hebben. Dat was ook zoeken, is het nog steeds. Daarom ben ik ook blij met de evaluatie over twee jaar – als we dit zo doorzetten, want ik hoor al allemaal twijfels bij u en ik neig ook: moeten we niet nog een keer een technische sessie dat we ook toch wat beter beslagen ten ijs komen en dat we dan wat minder twijfels hebben? Dus ja, ik neig ook misschien, terugnemen en dan kijken wat de amendementen, of misschien inderdaad dus een extra technische sessie. De voorzitter: Mijnheer Aynan, dank u wel. Zijn er anderen die hier nog over willen spreken? Niet? Dan geef ik het woord aan mijnheer Roduner. Wethouder Roduner: Dank u wel.

Het is complexe materie, voorzitter, dus een technische ondersteuning kan altijd, dus dat doen we graag. Maar ik denk ook wel goed om even met elkaar een gesprek te voeren: op welk niveau hebben we de discussie? We kunnen het heel technisch maken, maar ik denk, als je het een beetje probeert af te pellen op dat niveau, het gaat over: hoeveel controles willen we hebben en hoeveel verplichtingen leggen we ook onze burger op? Kijk, we zitten in een wooncrisis, we zitten in een crisis waarin we gebrek hebben aan personeel. Ik heb mondelinge vragen vandaag beantwoord over vergunningen die van rechtswege werden verleend omdat ze gewoon niet behandeld konden worden. Nou, dan hebben we toch te maken met sterk stijgende bouwkosten, dus alles wordt op korte termijn snel duurder, dus dat noopt wel ook na te denken over: hoe kun je dingen sneller doen, hoe kun je dingen slimmer doen, hoe kun je dingen eenvoudiger doen? Nou, een van de voorbeelden daarvan is de pilot bij Zuidwest, daar heeft u ook om gevraagd in de raad eerder om dat te doen, maar een van de dingen die we straks gaan bespreken is dus die pilot: hoe kun je het ruimtelijk planproces versnellen, verkorten, op zo’n manier dat het wel sneller en beter gaat, maar je ook wel die kwaliteit houdt die je wil hebben met elkaar? De voorzitter: Mijnheer Roduner, u heeft een interruptie van mijnheer Aynan, Jouw Haarlem.

De heer Aynan: Dank u wel, voorzitter. Ja, we zitten in een wooncrisis en u heeft ons aan uw kant als u zegt: we gaan versnellen. Wij roepen al jaren: doe alsjeblieft flexbouw, want dat is ook gewoon sneller en beter.

13

Maar we zitten ook in een vertrouwenscrisis en daar zit het spanningsveld. Als je ziet dat wij dus zomaar dingen uit handen geven en ook onze burgers ergens mee confronteren – het woord participatie is hier al tientallen malen gevallen – dat vergt ook dat we daarover nadenken. We hebben niet alleen met één crisis te maken, maar met meerdere en die verdienen ook onze aandacht. Wethouder Roduner: Ja, maar ik denk niet dat deze crisis beter wordt opgelost door nog meer dingen uiteindelijk met elkaar nog een keer te willen checken. Dus dat is ook wel het risico wat we lopen. Dat kan, maar dat betekent wel dat alle plannen in de vertraging schieten en dat is uiteindelijk dan dus de balans die we met elkaar moeten maken. Kijk, het is niet zo, misschien toch wel duidelijk: vergunningen waar we het nu vaak over hebben, over adviesrecht, het gaat niet over uw kaderstellende taak. Het gaat uiteindelijk over het controleren of een initiatief voldoet aan alle kaders die we met elkaar hebben gesteld. Dan kan het zo zijn dat daar onduidelijkheid over is, dus als je even teruggaat naar de VVGB-procedure waar het eigenlijk een vervanging voor is – het heet adviesrecht, maar het is de facto eigenlijk toch het controleren of die vergunning wel voldoet aan redelijke eisen van ruimtelijke ordening – dan is dat uiteindelijk een controlerende taak.

Nou, als we niet het ruimtelijk planproces doen zoals normaal, dan kan er zo’n ding zomaar doorheen schieten en dan wil je met elkaar, dan zit het een beetje ertussenin, dus een beetje kaderstellend, een beetje controlerend. Maar uiteindelijk hebben wij denk ik in Haarlem ons beleidshuis heel goed op orde. Dus onze kaderstellende nota’s zijn goed, dus dat geeft ons in ieder geval als organisatie, eerst de ambtenaren, dan het college en daarna eventueel nog de raad, heel goed het kader om te kijken of een vergunning goed is, past binnen de wensen die we met elkaar hebben afgesproken, voldoet aan de ruimtelijke eisen die wij hebben gesteld. Dus zo zitten er in het proces al heel veel stappen ingebouwd. Ik zie her en der wat behoeftes. De voorzitter: Ik zie inderdaad twee interrupties, maar ik wachtte op een punt. Mevrouw Verhoeff, PvdA. Mevrouw Verhoeff: Dank u wel. Ik stuiter wel een beetje van mijn stoel als u het heeft over: het gaat hier niet over kaderstellend. Daar gaat het wel om. Het omgevingsplan of het bestemmingsplan is het kaderstellende wat de raad, gehoord inspraak en de hele wereld, heeft vastgesteld. Op het moment dat u dus af wil wijken van het kaderstellend beleid, dan gaat het wel degelijk over kaders stellen. Dan hebben we het nog niet eens over of er wel of niet een vertrouwenscrisis is.

Ik wil dit college best vertrouwen, of ik hun opvolgers ook vertrouw, dat weet ik dan pas. Maar het neemt niet weg dat als je dus aan onze kaders die wij gesteld hebben gaat knabbelen, dan is de raad in principe aan de orde. Dat wij dan met zijn allen nog vinden dat er kleine zaken zijn die het college, mits maar voldoende inspraak, goed regelt, of omdat we al beleid hebben vastgesteld sinds dat we dat omgevingsplan of het bestemmingsplan hebben vastgesteld, ja, dan heeft u gelijk, dan is het kader er al. Maar de toets van of het kader er is, dat is voor ons wel een dingetje als raad om dat los te laten. De voorzitter: Mevrouw Verhoeff, een tech… Mevrouw Verhoeff: ‘…’ (buiten microfoon). De voorzitter: Oké, ik wilde al vragen. Een technische sessie hebben wij maandag al gehad, het lijkt bijna een herhaling. Maar wat was uw vraag? Bent u het met haar eens, was de vraag uiteindelijk. Wethouder Roduner: Nou, het is goed dat we deze discussie denk ik voeren met elkaar. Kijk, een bestemmingsplan, dat is inderdaad een kader, maar dat is ook niet het einde van de wereld, want anders kunnen we zeggen: alles wat niet binnen een bestemmingsplan past, dat wijzen we per definitie af. Maar we hebben met elkaar wel hele goede kaders gesteld over hoe je initiatieven zou moeten beoordelen. Dus we

14

hebben een eindeloze set aan kaders, van parkeernormen zullen we maar zeggen tot een Nota dak, tot een uitgebreide Omgevingsvisie. We hebben heel veel kaderstellende documenten met elkaar vastgesteld die uiteindelijk ook richting geven en kaders stellen – nou, die heeft u vastgesteld – om te kijken of een initiatief wat niet in een omgevingsplan past, hoe we dat moeten beoordelen en of we dat daarmee oké vinden of niet. Ik denk, dat is de toets in ieder geval die onze ambtenaren doen. Die toets wordt nog eens een keertje overgedaan als het door het college gaat en de vraag is dan op een gegeven moment: moet het dan ook nog naar de raad? Dat is een balans die we moeten zoeken. Volgens mij, het woord balans heb ik een paar keer gehoord in uw bijdrage en wat wij hier voorstellen is om vooral aan te sluiten bij de balans die we de afgelopen jaren hebben gehad. Eigenlijk heel praktisch, dus we hebben eigenlijk de lijst die al onder de huidige wetgeving bestaat hebben we copy-paste gekopieerd en in mijn beleving is dat een lijst waar we naar tevredenheid al de afgelopen jaren mee hebben gewerkt. Hij is een beetje aangescherpt, want we begonnen met dertig woningen, maar hij is naar twintig gegaan en uiteindelijk naar tien, hè, dus die hebben we met elkaar al wat strakker getrokken.

Maar ik zou wel terughoudend willen zijn om hem nog strakker te trekken, omdat we dan met elkaar een extra processtap inbouwen waarvan ik denk dat het niet iets toevoegt. De afgelopen VVGB’s hebben we allemaal hetzelfde gevonden, college en raad. Ik denk niet dat het veel toevoegt en ik zie wel het risico dat uiteindelijk toch een aantal initiatieven gewoon echt de vertraging in schieten. De voorzitter: Een vervolgvraag van mevrouw Verhoeff. Mevrouw Verhoeff: Akkoord. De wethouder, dat beleid, die lijst, die is tot zover ik weet – ik heb het ook gevraagd – niet geëvalueerd nog. Misschien is dat wel een hele goede om dat met deze raad of deze commissie nog een keer te evalueren en daar kom je op dit soort vragen die nu hier leven, toch? Is dat niet een optie? Want hij schijnt drie jaar of langer al te bestaan, die lijst, en nooit geëvalueerd. Wethouder Roduner: Nou ja, we hebben in ieder geval een evaluatiemoment over twee jaar ingebouwd, dat we met elkaar zeggen: nou ja, dit … Dus we hebben gezegd: we gaan het beleidsneutraal doen en we gaan gewoon verder met die Omgevingswet. Ik vind het prima om te zeggen, we gaan over twee jaar of een jaar nog een keer kijken: hoe is het? Mevrouw Verhoeff: Nu, vroeg ik. Wethouder Roduner: Ja, maar misschien uw eigen woorden en nu heeft u het gevoel dat het heel slecht functioneert.

Mijn beleving is, en dat toets ik in ieder geval aan alle VVGB’s die ik ooit met u heb besproken, we hebben allemaal hetzelfde gevonden. We hebben allemaal hetzelfde uiteindelijk gevonden, dus ik zie niet dan direct aanleiding om te veronderstellen dat het zodanig afwijkend is dat we daar iets heel anders van vinden. De voorzitter: Eén moment, mijnheer Aynan, want ik zie ook al een tijd de hand in de lucht van mijnheer Van den Raadt van Trots Haarlem. De heer Van den Raadt: Ja, klopt. Ik deel de verbazing van mevrouw Verhoeff van de PvdA, hoor, want ik hoor nu de wethouder zeggen: alles komt een beetje goed. Dan vind ik het nog steeds verrassend dat we dan dat FNG-handreiking ongeveer maar de helft overnemen. Ik heb dat helemaal gelezen – en ja, ik vind het een vies woord, VNG – maar dit keer dacht ik: er zitten wel interessante dingen in. Ook adviezen van advocatenbureaus en die zeggen gewoon: als die Omgevingswet komt, is het enige waardoor een raad nog iets kan zeggen dat advies te geven en bij een negatief advies moet het college stoppen. Kijk, u bent geloof ik al bang dat als wij advies geven, dat het altijd negatief is. U kunt misschien ook positief kijken dat wij ook wel eens positieve

15

dingen zeggen. Maar u bent het met me eens dat de enige rem die wij hebben een negatief advies geven is en dat je dus aan moet geven over welke zaken je adviesplichtig wil zijn, vandaar dat u waarschijnlijk dat wil afbouwen naar een kleine hoeveelheid. Klopt dat, en klopt mijn verhaal? Wethouder Roduner: Nee, want ik heb u wel eens een keer voorgesteld om een negatief advies te geven op een VVGB, bijvoorbeeld bij het bouwen van een woning in de groene zoom van Schalkwijk, en toen was u het met me eens, dus u gaf ook een negatief advies op deze vergunning. Ik heb ook dingen voorgesteld: ik denk dat het verstandig is om hier wel positief mee in te gaan. En toen was u het ook met mij eens, dus ik maak me daar niet zo heel veel zorgen over, hè? Dus ik denk, dat is misschien ook mijn aanleiding dat ik denk: volgens mij zitten we op dit moment hetzelfde in de wedstrijd, volgens mij geeft ons huidig beleidskader voldoende beoordelingsmogelijkheden om vergunningen goed te kunnen beoordelen, nauwkeurig te kunnen beoordelen. Dus als daar meer ruimte tussen zou zitten, zouden we misschien een andere discussie hebben, want dan zou er meer ik noem het maar even kaderstellende beleidsruimte in die vergunningen zitten. Maar dat is best goed op orde en ik heb het idee dat die extra stap, dat die daarmee dus ook overbodig en misschien ook wel vertragend is.

De voorzitter: De vingers blijven komen, maar goed. Mijnheer Van den Raadt. De heer Van den Raadt: Het gaat niet over de wedstrijd die we nu spelen, maar het gaat over de wedstrijd die we straks spelen als die Omgevingswet erdoor is. Ik lees toch echt duidelijk hier van meerdere kanten dat dan het enige is wat zo’n raad nog kan doen, advies wat dan negatief is, dat moet het college uitvoeren. U kan wel zeggen: we zijn het vaak met elkaar eens, dat komt allemaal wel goed. Maar straks komt het niet goed en dan hebben we alleen dat. Maar u ontkent dat dat zo is en dat er nog andere mogelijkheden zijn om dan dingen tegen te houden? Wethouder Roduner: In mijn beleving is het ten opzichte van de VVGB-procedure wel een verzachting, hè? Dus de VVGB was u echt helemaal zelfstandig in positie, bij de adviesrechten is dat toch wel iets anders. Een adviesrecht, hè, het is wel anders geworden. Nou verwacht ik niet dat het college dat ooit naast zich neer zal leggen, maar volgens mij is het echt niet … Kijk, het feit dat de VVGB-procedure straks een adviesrecht heeft maakt volgens mij niet zoveel uit, dus de initiatievenlijst die we voor de oude procedure hadden, die hebben we gecopy-paste in de nieuwe procedure. Dus ik zie eigenlijk niet zo heel veel zaken veranderen op dat punt. Sterker nog, ik denk dat er een aantal zaken nog wat zijn aangescherpt.

De voorzitter: Na dit rondje voor interrupties blijven er nog … Mijnheer Van Leeuwen. De heer Van Leeuwen: Ik kan de wethouder helemaal gelijk geven dat hij meerdere van dit soort dingen heeft voorgelegd en dat hij ook wel heeft gevraagd om een negatief advies en dat we dat ook hebben gehonoreerd. Maar ik denk aan praktische voorbeelden: een herbestemming van een school in de Generaal De la Reijstraat heeft behoorlijk wat impact gehad op de omgeving, werd het een maatschappelijke functie of werd het wonen? In dat soort situaties ben ik bang dat als je het adviesrecht niet, de raad daar niet voor in stelling brengt, dat we vooral met boze bewoners te maken hebben. Dat is die volgens mij vertrouwenscrisis die ik aan de overkant een aantal keren hoor zeggen, daar moeten we iets met elkaar op verzinnen. Ik wil u en het college heel graag die vrijheid geven om dat tempo te waarborgen, wat mevrouw Oudshoorn ook zegt, maar we moeten ergens een vergelijk vinden en dit zijn de voorbeelden waar het misgaat volgens mij. Wethouder Roduner: Ja, maar ik weet niet of dat dan … Ik snap uw voorbeeld, maar de vraag is natuurlijk: gaat dat mis op het verlenen van een vergunning, of gaat het mis om de communicatie eromheen? Het enige, stel

16

dat het college zegt: dat lijkt ons een geschikte transformatie, we hebben een vergunning binnengekregen, het lijkt ons een geschikte transformatie. U krijgt dezelfde adviezen als college, u krijgt dezelfde ambtelijke adviezen, u moet dat ook ruimtelijk beoordelen, dus u zegt: wij als raad vinden dat ook. Dan is die boosheid van de bewoners niet per se weg of anders, die richt zich misschien niet op het college. In plaats van dat u kunt zeggen: het is natuurlijk de schuld van het college, dan krijgt u die zelf voor uw kap. Dat is een rolverdeling die we met elkaar kunnen hebben, maar dan is het inhoudelijk natuurlijk niet anders geworden. Dus ik denk, daar zit het volgens mij veel meer op naar. De sprong vooruit die de Omgevingswet ook maakt is namelijk het verplicht stellen van participatie, dus dat is wel echt anders dan de Omgevingswet. De Omgevingswet geeft in ieder geval gemeenten de ruimte om participatie verplicht te stellen. Vormvrij, want ik zeg het nogmaals, het is volgens mij al een paar keer langsgekomen. Vormvrij, dus we kunnen niet zeggen op welke wijze dat precies moet. We gaan daar wel een leidraad voor vaststellen, ik zal die leidraad ook zorgen dat u die krijgt, dat u die tot u kunt nemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12264490/1