20210549286 Transcript commissie Bestuur 9 december 2021 (alleen naar aanleiding van)
Tekst van het document
De heer Rutten: Even voor de duidelijkheid, dat veiligheids- en beheersplan voor de Domuslocatie, dat laat u dan dus over aan de portefeuillehouder daar, op dat dossier? Of bent u dan nog steeds in beeld voor de openbare orde en de veiligheid ‘…’? Burgemeester Wienen: Openbare orde is altijd mijn portefeuille en dat betekent dus ook dat ik daar dan bij betrokken ben, maar dan is wel de trekker van het geheel is dan de wethouder die voor dat onderdeel, ben ik dan, schuif ik als het ware aan, als het gaat om de wijdere omgeving dan is het echt gewoon de openbare veiligheid die helemaal onder mijn portefeuille valt. Dus dat is hoe ik zelf denk dat het het beste georganiseerd kan worden en dan is ook meteen duidelijk in welke commissie het besproken wordt. De voorzitter: Mijnheer Van den Doel. De heer Van den Doel: Ja, maar ik denk dat er twee periodes zijn, tot de Domus Plus er komt zeg maar en daarna. En dat we voor nu kijken naar het hele park inclusief de Fuikvaartweg, en dat zodra Domus Plus erin komt en daar een veiligheidsplan moet komen, dat dan dat gedeelte door Domus Plus wordt overgenomen en de rest van het park zoals u nu voorstelt.
Burgemeester Wienen: Ja, dat … Ik denk dat het een perfecte aanvulling is, want op dit moment valt er natuurlijk helemaal niet te praten over veiligheid bij een Domus Plus want de Domus Plus is er nog niet, dus … Maar het gaat er nu om inderdaad om de veiligheid in die omgeving en het park. Daar hebben we het nu over, daar kom ik zo snel mogelijk ook op terug, en straks is er een situatie, en daar gaan we nu al over praten in de commissie Samenleving want je wacht niet tot het er staat maar daar ga je ook van tevoren al kijken welke regels gelden er, welke afspraken gelden er, et cetera. En voor zover daar de openbare orde is zal ik daar ook zelf bij betrokken zijn, maar dan denk ik wel dat het goed is dat de commissie waar het besproken wordt dan de commissie samenleving is en dat we niet twee commissies krijgen waar deze discussie gevoerd wordt over de instelling. De voorzitter: Nee. Mevrouw Van der Windt. Mevrouw Van der Windt: Ja, ik kan me op zich voorstellen dat … Ik kan me uw probleem voorstellen en zegt het moet niet zo zijn dat het en in Samenleving en in Bestuur aan de orde is. Gelijktijdig heb ik de indruk dat echt de veiligheid binnen die inrichting zelf, dat die wellicht in Samenleving thuishoort, maar zodra het daarbuiten gaat dat het logischer is dat het hier is omdat we anders ook weer dingen krijgen dat de commissie
68
Bestuur wij op een andere locatie er anders mee omgaat dan de commissie Samenleving. Maar ik geef dat, het is niet hard, ik geef het als overweging. De voorzitter: Want volgens mij hebben we besloten … Ja, ja, maar wat ik begrepen heb, ‘…’ als een … Misschien kunnen we het ook kort houden, toch? Burgemeester Wienen: Zeker. De voorzitter: Want er is eerst, we hebben het eerst over de omgeving, want daar hebben we het dan nu over, dat moet goed voorbereid worden. Op een gegeven moment komt die instelling er en die heeft zijn eigen regels en zijn eigen veiligheidsplan en dat is dan van later orde op het moment dat de Domus Plus er staat volgens mij. Maar u gaat daar ook nog wat over zeggen. Burgemeester Wienen: Heel kort. Nee, want ik ben het daar op zich mee eens, alleen bij de regels en de veiligheid in de instelling zelf hoort ook wel de impact daarvan op de directe omgeving. Dan praat je natuurlijk ook over van als je de buren bent, dan is dat toch een wat ander verhaal als wanneer je zegt van we praten over het Reinaldapark. Maar overigens, dat het ook elkaar raakt is mag duidelijk zijn. Er is vandaag met de wijkraden trouwens ook overleg nog geweest over een concept voor hoe gaan we die veiligheidsplannen op de Domus Plus aanpakken, en daar is door hen ook nadrukkelijk aangegeven: wij hechten meer aan zorgvuldigheid dan aan snelheid, zo snel mogelijk iets doen.
Dus dat geef ik hier nog maar even door. De voorzitter: Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik heb eigenlijk geen spreektijd meer maar goed, even kort. Mijn ervaring is dat bij andere voorzieningen in ‘…’ waar ik nog weleens regelmatig kom dat het overigens afneemt op het moment dat er een voorziening komt, en dat het heel erg helpt als je een structureel overleg hebt tussen de gemeente, de politie, de cliëntenraad, de instelling en de gemeente om als het gaat om, zeswekelijks, als het gaat om de problemen aankaarten en ook daarin kan vaststellen welke meldingen of incidenten toe te schrijven zijn aan de voorziening en welke niet. Dat is heel belangrijk voor de beeldvorming, had ik graag willen meegeven. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Trompetter. Mijnheer Linder. De heer Linder: Ik vond die opmerking van de jongerenorganisatie in die zin vond ik wel heel erg interessant, want ik vroeg me dan af in hoeverre dat dus de jongerenorganisaties ook echt, of het het plan is dat daar jongerenorganisatie in die zin ook met de jongeren daar aan de slag gaat, in die zin dat ze er, of bezighoudt of zo, mogelijkheden geeft om daar ook te zijn en om het ook op een leuke manier daar te zijn, of daar plannen voor zijn. De voorzitter: Burgemeester.
Burgemeester Wienen: Zeker, het eerste punt van de heer Trompetter dat is wat mij betreft de manier waarop we het ook vaak doen, ook hier in Haarlem. Dus zo’n overleg waar ook omwonenden deel van uitmaken. En dat heeft alles te maken met het beheerplan van de instelling zelf ook waar ook zo’n overleg een plek bij inneemt, en daarnaast heb je dus de ruimere omgeving waar bewoners ook een rol spelen. De voorzitter: Mijnheer Trompetter.
69
De heer Trompetter: Vergeet u alstublieft de cliënten en de instelling niet. Dat die beiden ook in het overleg zitten, want onbekend maakt onbemind. Is een fout die vaak gemaakt wordt dat de cliënten zelf niet worden meegenomen. De voorzitter: Oké, mijnheer Trompetter, u heeft geen spreektijd meer, dat was uw laatste ‘…’. Burgemeester Wienen: Oké. En wat betreft de heer Linder, die geeft aan van is het ook het beeld dat jongerenorganisaties, die worden nadrukkelijk erbij betrokken om te kijken van welke bijdrage kunnen die leveren aan de situatie daar. De voorzitter: Goed. Zijn er verder nog opmerkingen over dit onderwerp vanuit deze commissie? Burgemeester Wienen: Ik hoop overigens nog één ding, dat is een vraag die nog gesteld werd, aan het eind van het eerste kwartaal de resultaten van de enquête hier te kunnen melden. De voorzitter: Mijnheer Trompetter, mijnheer Linder, sst. Burgemeester, kunt u het nog een keer herhalen? Burgemeester Wienen: Ja. Ik … Er was nog aangedrongen op we hopen dat het nog deze periode in ieder geval in de commissie aan de orde kan komen. Het idee is dat het eind van het eerste kwartaal terugkomt in de commissie. Dus dat is op de valreep. De voorzitter: Mijnheer Rutten.
De heer Rutten: Ja, we hopten nu ineens naar een ander onderdeel van de discussie en ik wil toch nog even terug naar de samenhang tussen het veiligheidsplan voor de Domus en het veiligheidsplan of de aanpak van de onveiligheid in het park. Op zich is het natuurlijk een soort praktisch ding van is het nou bij Samenleving of bij Bestuur, het enige wat ik u eigenlijk heel hard wil horen zeggen is dat de regie te allen tijde bij u ligt, bij de portefeuillehouder openbare orde en veiligheid, en dat dat deel wat inderdaad wat in het gebouw gebeurt of in de instelling gebeurt is voor daar. Maar dat u de overkoepelende regie heeft over dit veiligheidsplan en dat het niet zo kan zijn dat daar straks een enclave ontstaat waar een ander regime zou gelden om de instelling heen die niet samenhangt en met het hele plan. De voorzitter: Burgemeester. Burgemeester Wienen: Ik heb dat net ook gezegd maar ik snap dat en ik ben het er ook mee eens. De openbare orde en veiligheid valt sowieso onder de regie van de burgemeester en daarover is ook geen misverstand. De heer Rutten: Helder, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Klaver. U heeft geen spreektijd meer. De heer Klaver: O, ik heb ook geen tijd meer. Maar mag ik … De voorzitter: Nee, mag niet. Nee. Niemand mag meer wat zeggen. Dan zijn wij door dit onderwerp heen. 22. Verstrekken gift Haarlems Mediafonds (JW)
70
De voorzitter: Gaan wij naar het volgende onderwerp, aanpak programma org… Nee, dat is echt weer, ik zit weer verkeerd te kijken. Verstrekken gift Haarlems Mediafonds. In commissie Bestuur van 4 november ’21 is besloten tot agendering als bespreekpunt door GroenLinks. Reden voor agendering is dat de commissie hierover twee jaar geleden heeft gesproken en er nu sprake lijkt te zijn van een aantal wijzigingen zoals bijvoorbeeld een gift in plaats van subsidieverstrekking, en dit stuk is niet ter kennisname of ter bespreking aan de commissie aangeboden dus alsnog is het geagendeerd. Ik wil GroenLinks graag het woord geven. De heer Drost: Ja, ik had al een vermoeden. Ja, dat gaat een hele diepgaande bespreking worden met niemand spreektijd meer, maar we gaan het zien. Ja, ik dacht allereerst twee redenen om het te agenderen, kleine omissie inderdaad, toen dachten we al: het is misschien wel goed om gewoon sowieso te bespreken hier. Ik heb het ook wel geagendeerd omdat ik in eerste instantie de stukken die ter kennisname stonden niet geheel duidelijk vond.
De verantwoording rond de toezeggingen over het toezenden van de statuten van het Mediafonds, die verantwoording dus, die lijkt te suggereren dat dit toezenden niet meer nodig was omdat er een gift wordt verstrekt, dus hoe de afdoening daar stond en daar dachten we al van: nee, maar hoe verhouden die twee zich dan tot elkaar? Dat leek ons wel bijzonder, we willen ons uiteraard op geen enkele manier inhoudelijk bemoeien maar we hebben natuurlijk wel het doel gesteld om diepgaande onderzoeksjournalistiek met waakhondfunctie te bereiken, dus dan zijn statuten wel prettig. Nou, inmiddels, dat heeft iedereen ook kunnen zien, daar staan flink wat artikelen of stukken, meer dan ik geagendeerd had. Nou, als je die allemaal goed leest dan, nou, dan blijkt wel wordt het meer duidelijk van goh, die statuten zijn er, de eerste ronde is ook al geweest. We zijn ook benieuwd naar de tweede ronde die eraan zit te komen. Nou, verder inhoudelijk, we volgen op zich ook wel de gift, de keuze om die gift om te zetten in een gift om alle schijn van invloed op de inhoud te voorkomen. Misschien klein vraagje: waarom was dat niet allereerst in eerste instantie het idee? De voorzitter: Mijnheer Drost, u bent ook door uw spreektijd heen. De heer Drost: Ja, ik doe mijn laatste zin, terecht dat u het zegt.
En een stukje perspectief richting de toekomst, hoe gaat het overleg met Mediafonds en hoe … We hebben natuurlijk een instrumenteel bedrag beschikbaar gesteld, een gift, nou, hoe ziet het vervolg eruit? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Drost. Is er nog iemand met spreektijd die nog wat wil zeggen? Mevrouw Van der Windt, u bent de enige die nog spreektijd heeft volgens mij, en mevrouw Wisse. Maar u heeft er niks over. Mijnheer Linder. Gaat u maar even naar de antichambre en dan zet u het gesprek daar voort. Nee, dat is waar. Mijnheer Linder heeft nog spreektijd maar die heeft hier niks over te melden. Nou, burgemeester, heeft u hier nog een … Een antwoord. De heer Van den Raadt: De burgemeester heeft ook geen spreektijd, voorzitter. Hoe kan het dat de raad het hoogste orgaan is en die wordt gehouden aan de regel van spreektijd, en de burgemeester en college die werkt voor de raad die mag altijd eindeloos doorpraten, dat is toch ook vreemd? De voorzitter: Ja, ik denk niet dat spreektijd echt een hiërarchische volgorde heeft, mijnheer Van den Raadt. En volgens mij is het vrij duidelijk, op het moment dat wij het college te gast vragen om antwoord te geven op onze vragen en wij blijven vragen op hen afsturen dan kunnen we op een gegeven moment wel zeggen: nou, hier zijn de vragen maar u moet uw mond houden, maar dat zou een beetje raar zijn, mijnheer Van den Raadt.
Dus er zijn vragen, er zijn opmerkingen en we geven het college, ook al is het college door zijn spreektijd heen, meer … Die spreektijd is meer inmiddels gebleken indicatief dan dat het een daadwerkelijke harde eis is. Maar ik wil de burgemeester wel graag vragen om geserreerd te reageren. Gaat uw gang.
71
Burgemeester Wienen: Het is weer zover, geserreerd. Ik wilde toch nog even zeggen: ik vind, mijnheer Van den Raadt, dat dit is nou precies hoe het is. Als de baas vraagt om verantwoording af te leggen dan spreekt het college. Ja, dat kan toch niet anders. Ja. Precies, dan spreekt de knecht, ja. Goed. Maar dan de vragen van over het Mediafonds. Die zijn, het is wel eerder aan de commissie toegestuurd. En toen niet geagendeerd, maar het is wel eerder toegestuurd. En er heeft inderdaad een wijziging plaatsgevonden in de aanpak want oorspronkelijk hadden wij het idee: wij stellen het geld beschikbaar, maar toen kregen wij vervolgens te horen van als we dat doen, dus middels een subsidie en die wordt dan vervolgens verstrekt door het Mediafonds, dan is volgens allerlei wettelijke regels op verantwoording en dergelijke, dan moet de toekenning van het geld is dan een collegebeslissing. Dus dan gaat het college op voorspraak van het Mediafonds geld toekennen. Dat was de manier waarop het zou moeten gaan en in ieder geval ontstaat een verantwoordingsplicht richting gemeente. Toen hebben wij daar, ik heb met de voorzitter van het Mediafonds gesproken en wij waren eigenlijk het er allebei over eens dat iedere schijn dat er een bestuurlijke betrokkenheid is bij de keuzes die het Mediafonds maakt vermeden moet worden.
Want dat is één van de dingen waar we met elkaar over gesproken hebben, de onafhankelijkheid van de pers moet niet, op welke manier dan ook, in het gedrang komen doordat de overheid zich gaat bemoeien met wat er dan gebeurt. En om die reden hebben wij uiteindelijk gekozen voor deze vorm, die maakt het mogelijk om het geld beschikbaar te stellen, de zekerheid voor de gemeente dat dat geld gebruikt wordt voor de bedoeling die wij hebben dat zit hem in die statuten. Maar om daar zelf dan geen verdere inhoudelijke betrokkenheid meer bij te hebben en ook geen verantwoording over te hoeven afleggen, niet aan de gemeenteraad maar ook niet aan andere organen. U heeft wel gelijk dat wij te zijner tijd moeten kijken, een evaluatie moeten doen, want we hebben ervoor gekozen, dat is bij deze nieuwe raadsperiode was dat een onderdeel van het collegeakkoord, er komt geld beschikbaar voor een mediafonds. We hebben ervoor gekozen om dat niet jaarlijks beschikbaar te stellen maar om dat in één keer de gift te geven. Dat is voor een aantal jaren. Daarna zullen wij moeten kijken van ja, hoe gaan we hier nu verder mee om? Gaan wij dit continueren, dan zullen wij opnieuw een gift moeten doen, of op een andere manier moeten zorgen voor die inkomsten.
Maar ik denk dat het op zich mooi is dat eindelijk, want dat heeft veel te lang geduurd, dat had alles met corona te maken, maar goed, dat eindelijk is de zaak van start, het loopt, er zijn aanvragen, er zijn beoordelingen, er is geld overgemaakt. En dat als dat dan een tijdje bezig is, dat wij daar een overzicht van krijgen en dat we op basis daarvan kunnen kijken van nou, dit instrument werkt, dit werkt echt stimulerend en dus willen wij opnieuw dit mediafonds onder dezelfde voorwaarden ook weer een gift doen toekomen. En als we daarmee stoppen, dat kan natuurlijk ook, dan is het ook goed dat daar wel echt een gedegen discussie over plaatsvindt want dat moet niet willekeur zijn of alsnog de indruk wekken dat we onwelgevallige artikelen op die manier bejegenen. De voorzitter: Misschien heeft mevrouw Van der Windt of mijnheer Linder nog een vraag. Nee. Nou, dan is … De heer Drost: Ik ben oprecht benieuwd … Ik vind, dat laatste is natuurlijk wel een heel terecht punt hè, hoe we dat mogelijk gaan voortzetten op basis van welke indicaties … De voorzitter: Mijnheer Drost. De heer Drost: Ja, ik voelde me echt genoodzaakt … De voorzitter: Nee, maar dat is niet de bedoeling, ook al bent u van mijn kleur. Dat gaan we niet doen. Foei. We zijn allemaal door onze spreektijd heen. Nou, mijnheer Rutten, wilt u ‘…’ … 23. Sluiting
72
De voorzitter: Maar we zijn in ieder geval wel door de onderwerpen heen voor deze vergadering. We hebben het laatste onderwerp zoals u weet naar voren geschoven, dat betekent dat deze vergadering is gesloten en dank u wel voor uw komst, tot de volgende keer. Dank u wel.
73