20210546668 1. Gevolgen septembercirculaire 2021 Gemeentefonds
Tekst van het document
Informatienota
Onderwerp Gevolgen van de septembercirculaire 2021 Gemeentefonds Nummer 2021/546668 Portefeuillehouder Rog, M.R.J. Programma/beleidsveld 7.2 Algemene dekkingsmiddelen Afdeling CC Auteur Welsink, M. Telefoonnummer 023-5113887 Email mwelsink@haarlem.nl Kernboodschap Ten opzichte van de meicirculaire 2021 is er voor 2021 een positief budgettair effect, ook voor alle daaropvolgende jaren zijn er budgettaire voordelen. De belangrijkste oorzaak van het voordeel in 2021 is de uitgekeerde ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds. Voor de daaropvolgende jaren zijn de accresontwikkeling en het incidenteel opschorten van de opschalingskorting (2022) de belangrijkste oorzaken van de voordelen. Deze oorzaken liggen buiten de invloedssfeer van de gemeente en het is mogelijk dat deze voordelen uiteindelijk minder voordelig zijn dan nu geraamd, een en ander afhankelijk van nieuw kabinetsbeleid met invloed op besteding van het accres en het risico van minder rijksuitgaven dan nu gepland. Septembercirculaire 2021 (bedragen x € 1.000)* Budgettair effect voor algemene middelen
2021
2022
2023
2024
2025
2026
2.449 v
8.966 v
6.471 v
6.471 v
7.151 v
7.661 v
*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.
Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten Besluit College d.d. 12 oktober 2021
De gevolgen van de septembercirculaire voor 2021 worden verwerkt in de Decemberrapportage of Jaarrekening. De meerjarige gevolgen worden samen met de mogelijke gevolgen van de decembercirculaire verwerkt in de Kadernota 2023. Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de commissie Bestuur. Niet van toepassing 1. Het college stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,
de burgemeester,
Kenmerk: 2021/546668
1/12
1. Inleiding Alle gemeenten samen ontvangen van het Rijk per jaar ongeveer € 35 miljard uit het gemeentefonds. Dat geld wordt via de algemene uitkering (€ 29 miljard) en een aantal doeluitkeringen verdeeld over de gemeenten. Het Rijk maakt de verdeling bekend via meerdere circulaires per jaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2. Kernboodschap Ten opzichte van de meicirculaire 2021 stijgt het gemeentefonds voor alle jaren. Budgettair zijn de effecten ook voor alle jaren positief, maar wel kleiner dan de absolute verschillen. Dit komt omdat met een deel van de extra middelen al rekening werd gehouden. Daardoor zijn deze middelen reeds verwerkt in de Bestuursrapportage 2021 en de Programmabegroting 2022-2026 en leiden deze onderdelen nu niet meer tot een budgettair effect. De belangrijkste oorzaak van het budgettaire voordeel in 2021 is de uitgekeerde ruimte onder het plafond van het BTW-compensatiefonds. Voor de daaropvolgende jaren zijn de accresontwikkeling en het incidenteel opschorten van de opschalingskorting (in 2022) de belangrijkste oorzaken van de voordelen.
Deze oorzaken liggen buiten de invloedssfeer van de gemeente en het is mogelijk dat deze voordelen uiteindelijk minder voordelig zijn dan nu geraamd, een en ander afhankelijk van nieuw kabinetsbeleid met invloed op besteding van het accres en het risico van minder rijksuitgaven dan nu gepland. Mutaties op taakvelden en doeluitkeringen worden conform de afspraak “rijksbudget = werkbudget” toegevoegd danwel onttrokken aan de beleidsvelden waardoor zij niet zorgen voor een budgettair effect. De budgettaire effecten voor 2021 worden verwerkt in de Decemberrapportage of Jaarrekening 2021 en de effecten voor de latere jaren in de Kadernota 2023. Alle effecten groter dan € 50 duizend worden in deze nota toegelicht. Samenvatting (bedragen x € 1.000)* Eindstand meicirculaire 2021 Eindstand septembercirculaire 2021 Totaal verschil Waarvan: Reeds verwerkt in bestuursrapportage/begroting Totaal verschil na correctie Waarvan: Effect voor overige beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen
2021 2022 349.506 343.147 355.722 364.091 6.216 20.944
2023 342.432 354.853 12.421
2024 341.002 352.807 11.805
2025 342.098 353.686 11.588
2026 344.547 356.619 12.072
446
11.875
6.900
6.300
5.600
5.600
5.770 3.321 2.449 v
9.069 103 8.966 v
5.521 -950 6.471 v
5.505 -966 6.471 v
5.988 -1.163 7.151 v
6.472 -1.189 7.661 v
*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.
Reeds verwerkt Voor een aantal onderdelen van het Gemeentefonds heeft reeds verwerking plaatsgevonden in de gemeentelijke begroting. Op de relatief korte termijn gaat het om de coronacompensatie Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten voor 2021 (zie ook 3.5) en de extra middelen Jeugdzorg voor 2022 (zie ook 3.2). Door toekenning in deze circulaire zijn deze middelen ook zeker.
Kenmerk: 2021/546668
2/12
Er zijn ook onderdelen die nog niet verwerkt zijn in de circulaires vanuit het Rijk, maar waar we als gemeente wel al ramingen voor hebben opgenomen. Voor 2023 en later is er reeds, met de toestemming van de toezichthouder, 75% van het aflopende bedrag van de extra middelen Jeugd structureel geraamd. Voor Haarlem € 9,8 miljoen in 2023 aflopend tot € 8,5 miljoen structureel van 2025. Er is echter nog geen garantie dat het nieuwe kabinet deze middelen ook daadwerkelijk vrij zal maken. Daarnaast is er vanaf 2023 structureel € 1,5 miljoen aan extra inkomsten geraamd als gevolg van het in te voeren nieuwe verdeelmodel van het Gemeentefonds. Deze raming is gemaakt op basis van de meest actuele gegevens. Omdat er bij de meicirculaire nog werd uitgegaan van een voordeel van € 2,4 miljoen leidt de nieuwe inschatting tot een (reeds verwerkt) nadeel van € 0,9 miljoen. Het herverdeelmodel kan nog aangepast worden en er dient ook nog een actualisatie plaats te vinden van de gegevens van 2019 naar 2023. Ook voor deze raming is er dus nog sprake van onzekerheden. Voor beide structurele ramingen is meer informatie te vinden in Hoofdstuk 1.2 van de Programmabegroting 2022-2026. 3. Consequenties Op basis van de septembercirculaire 2021 is een nieuwe berekening gemaakt van de algemene uitkering voor de jaren 2021 tot en met 2026.
In deze analyse wordt de nieuwe berekening vergeleken met de berekening die is gemaakt op basis van de meicirculaire 2021. De analyse volgt daarbij de opbouw van de berekening van de algemene uitkering. In de opgenomen tabellen is telkens aangegeven wat het budgettaire effect is voor de algemene middelen en de overige beleidsvelden. 3.1 Ontwikkelingen rijksniveau Op rijksniveau zijn er vier grote oorzaken met effecten voor Haarlem. De accres-ontwikkeling, de ruimte onder het BTW-compensatiefonds, de ontwikkeling van de uitkeringsbasis en het opschorten van de opschalingskorting 2022. Deze onderdelen tezamen zorgen voor grote budgettaire voordelen voor Haarlem. Ontwikkelingen rijksniveau (bedragen x € 1.000)* Accres-ontwikkeling Nominale en overige ontwikkelingen Ruimte onder BTW-compensatiefonds Ontwikkeling uitkeringsbasis Opschorten opschalingskorting Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen
2021 -106 2.050 530 2.474 v 0 2.474
2022 5.559 126
2023 6.165 -545
2024 6.267 -988
2025 7.083 -783
2026 7.984 -1.004
717 2.564 8.966 v 0 8.966
851
1.192
851
681
6.471 v 0 6.471
6.471 v 0 6.471
7.151 v 0 7.151
7.661 v 0 7.661
*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.
Accres De accres-ontwikkeling bestaat uit het effect van wijzigingen in de rijksuitgaven op de algemene uitkering. Geeft het Rijk meer uit, dan ontvangen de gemeenten een hogere algemene uitkering en
Kenmerk: 2021/546668
3/12
vice versa. De verwachte hogere uitgaven zijn onder andere het gevolg van hogere loon- en prijsontwikkelingen dan eerder aangenomen. Ook zijn er meer rijksuitgaven opgenomen voor klimaatmaatregelen, het compenseren van gedupeerden van de kinderopvangtoeslag, de zorg en EUafdrachten. Er zijn vooraf geen signalen geweest die wezen op zo’n sterke stijging van het accres ten opzichte van de meicirculaire 2021. De uiteindelijke ontwikkeling van het accres in 2022 en verder is afhankelijk van de keuzes die een nieuw kabinet maakt. Tegengesteld (technisch) effect van de hogere AU is een negatieve nominale ontwikkeling. Het is een aftrek waarbij de geraamde prijsmutatie Bruto Binnenlands Product (BBP) teniet gedaan wordt om van lopende naar constante prijzen te komen. Door een hoger accres wordt de aftrek ook groter. Het accres voor Haarlem stijgt met € 5,6 miljoen in 2022 oplopend tot € 8 miljoen in 2026. Daartegenover staan de nominale en overige ontwikkelingen die samenhang hebben met dit accres. voor Haarlem een toenemend nadeel van € 0,1 miljoen in 2021 naar een nadeel van € 1 miljoen in 2026. Er zijn wel enkele onzekerheden bij de nu geraamde voordelen: 1) Er is geen zekerheid dat de geraamde rijksuitgaven ook daadwerkelijk plaats gaan vinden. Het verleden leert ons dat deze uitgaven niet altijd gerealiseerd worden, wat weer kan leiden tot een aframing van de accressen.
2) Het Rijk kan in de toekomst (met terugwerkende kracht) beargumenteren dat de middelen die nu via het accres naar gemeente vloeien bedoeld zijn voor het uitvoeren van bepaald nieuw beleid dat gemeenten moeten uitvoeren, er zullen dan ook lasten tegenover staan die op dit moment nog niet geraamd zijn. 3) Het accres stijgt onder andere door loon- en prijsontwikkelingen, één van deze ontwikkelingen is een raming van extra loon voor Rijksambtenaren. Cao-onderhandelingen voor gemeenteambtenaren kunnen leiden tot extra loonlasten voor gemeenten. Deze lasten zijn nog niet begroot en het toegenomen accres kan gezien worden als dekkingsmiddel hiervoor. De extra uitgaven met (directe) betrekking op corona vallen buiten de accres relevante uitgaven. Ook heeft het Rijk eenzijdig de interbestuurlijke afspraken naast zich neergelegd en extra middelen voor onder andere wonen, lerarensalarissen en veiligheid buiten de accres relevante uitgaven gehouden. Het te verdelen bedrag van de algemene uitkering, te verdelen over de gemeenten, groeit dus (ten onrechte) niet voor deze uitgaven (VNG, 5 oktober). BTW-compensatiefonds Gemeenten declareren hun BTW op overheidstaken bij het BTW-compensatiefonds. Om te voorkomen dat er een open einde regeling ontstaat past het Rijk een plafond toe voor deze declaraties.
Wanneer er ruimte onder het plafond overblijft wordt dit toegevoegd aan het Gemeentefonds. Voor 2021 is de verwachting dat de ruimte onder het plafond niet volledig benut wordt waardoor voor Haarlem een voordeel van € 2 miljoen ontstaat.
Kenmerk: 2021/546668
4/12
Ontwikkeling uitkeringsbasis De ontwikkeling van de hoeveelheden op rijksniveau (de uitkeringsbasis) geven aanleiding de uitkeringsfactor te verhogen. Grootste aanleiding hiervoor is een daling van het aantal bijstandsontvangers in Nederland. Hierdoor zijn er voordelen van € 0,5 miljoen in 2021 en € 0,7 tot € 1,2 miljoen in de daaropvolgende jaren. Wanneer de aantallen van Haarlem gelijke tred hebben met de (dalende) landelijke aantallen-ontwikkelingen kan het zijn dat deze voordelen (gedeeltelijk) teniet worden gedaan. Omdat Haarlem conform beleid de aantallen jaarlijks voorafgaand aan de meicirculaire wijzigt komt dit risico dan pas tot uiting. Opschorten opschalingskorting Het (demissionaire) kabinet heeft besloten de oploop in de opschalingskorting voor gemeenten in 2022, net als in de jaren 2020 en 2021, incidenteel te schrappen. Hierdoor vervalt het eerder in de begroting verwerkte nadeel van € 2,6 miljoen. Vanaf 2023 volgt de opschalingskorting weer de oorspronkelijke trend met een nadeel van € 6,5 miljoen in 2023 oplopend tot ongeveer € 9,1 miljoen structureel. Ter verduidelijking is onderstaande grafiek toegevoegd waarin het verloop van de opschalingskorting en het (reeds verwerkte) nadelige effect per jaar hiervan voor Haarlem is opgenomen.
3.2 Taakmutaties voor beleidsvelden Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wet langdurige zorg (Wlz) Vanaf 2020 worden mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wmo. Hiervoor zijn middelen overgeheveld naar de Wlz, op basis van realisatiegegevens vindt nu conform afspraak nacalculatie plaats. In de decembercirculaire 2020 is de nacalculatie over 2020 verwerkt en in deze circulaire is de nacalculatie structureel vanaf 2021 verwerkt. Voor Haarlem een nadeel van € 118 duizend in 2021 aflopend tot ongeveer € 88 duizend in 2024 en verder.
Kenmerk: 2021/546668
5/12
Uitvoering en implementatie Breed offensief Het wetsontwerp Breed offensief beoogt processen te stroomlijnen en te harmoniseren om op die manier meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te krijgen. Dit wetsontwerp is vanwege de demissionaire status van het kabinet controversieel verklaard. Een deel van de activiteiten is echter niet afhankelijk van een wetswijziging en kan toch worden uitgevoerd. De maatregelen richten zich veelal op het gemakkelijker maken voor werkgevers om mensen met een beperking in dienst te nemen. Voor de implementatie van de voorstellen uit Breed offensief heeft het Rijk incidentele middelen beschikbaar gesteld voor 2021. Haarlem ontvangt € 131 duizend. Aanpak problematiek Jeugdzorg In de meicirculaire 2021 heeft het Rijk middelen voor het jaar 2021 beschikbaar gesteld voor het voorkomen en aanpakken van wachttijden van ingekochte specialistische jeugdzorg zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Haarlem ontving € 1,8 miljoen en er werd gemeld dat er in de septembercirculaire nog een aanvullend bedrag zou worden toegekend. Deze toekenning vindt nu plaats waardoor Haarlem aanvullend € 468 duizend ontvangt.
Toezicht en handhaving gastouderschap Voor het ondersteunen van de gemeente bij haar handhavingstaak in de kinderopvang in het kader van het intensiveren van toezicht en handhaving van de gastouderopvang ontvangt Haarlem ongeveer € 66 duizend structureel vanaf 2022. Uitvoeringskosten SVB PGB-trekkingsrechten Jeugdhulp en Wmo Gemeenten betalen de Sociale Verzekeringsbank jaarlijks voor de uitvoeringskosten van de Persoon Gebonden Budgetten. Voor 2022 is overeengekomen om op basis van de conceptbegroting 2022 een bedrag uit de algemene uitkering te nemen. Dit zorgt in Haarlem voor een nadeel van € 213 duizend in 2022, waarvan € 65 duizend betrekking heeft op het subcluster Jeugdhulp en € 148 duizend op het subcluster Wmo. Jeugdzorg Het kabinet is gemeenten eerder voor de periode 2019 tot en met 2021 tegemoetgekomen met extra budget om te compenseren voor de extra groei in de jeugdzorg in combinatie met afspraken om de transitie- en transformatiedoelen van de decentralisatie van de jeugdhulp te realiseren. In juni maakte het Rijk bekend dat voor 2022 incidenteel € 1,3 miljard extra beschikbaar worden gesteld ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. Dit bedrag komt bovenop de eerder toegezegde € 300 miljoen voor dat jaar. Dit bedrag wordt in de septembercirculaire toegevoegd aan de algemene uitkering, voor Haarlem € 11,9 miljoen.
Omdat het bedrag reeds (bij benadering) bekend was is het bedrag reeds verwerkt in de Programmabegroting 2022-206, er is daarom nu geen budgettair effect voor de gemeente. Een nieuw kabinet zal moeten besluiten over noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdstelsel en de structurele financiën.
Kenmerk: 2021/546668
6/12
Taakmutaties (bedragen x € 1.000)* Nacalculatie mobiliteitshulpmiddelen Wlz Uitvoering en implementatie Breed offensief Europese richtlijn energieprestatie gebouwen Bijdrage centrale voorziening BRP Logisch ontwerp GBA (BRP) Aanpak problematiek jeugdzorg: wachttijden Landelijke structuur interventieteams Toezicht en handhaving gastouderschap Rijksvaccinatieprogramma HPV mannen Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten Jeugdhulp Uitvoeringskosten SVB PGB trekkingsrechten Wmo Jeugdzorg Jeugdzorg: reeds verwerkt Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen
2021 -118 131 20 -30 5 468
476 v 501 -25
2022 -105
2023 -96
2024 -88
2025 -88
2026 -89
20 67 27 -65 -148 11.887 -11.875 -192 n -192 0
20 66 27
20 66 27
20 66 27
20 67 27
17 v 17 0
25 v 25 0
25 v 25 0
25 v 25 0
*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.
3.3 Doeluitkeringen voor beleidsvelden De algemene uitkering wordt hoofdzakelijk gebruikt om het gemeentefonds over alle gemeenten te verdelen volgens dezelfde maatstaven. Daarnaast wordt aan individuele gemeenten of groepen van gemeenten een uitkering verstrekt voor een bepaald doel. Gemeenten zijn formeel-juridisch vrij om dat geld aan dat doel te besteden of ergens anders aan uit te geven. De reden dat het Rijk dit doet is dat gemeenten op deze manier geen verantwoording aan het Rijk hoeven af te leggen over de besteding van de ontvangen gelden; ze vallen immers onder de algemene uitkering. Dit in tegenstelling tot gelden die via specifieke uitkeringen door het Rijk worden verstrekt. Het Rijk vertrouwt erop dat gemeenten de ontvangen gelden in lijn met het doel zullen uitgeven. De bedragen in onderstaande tabel zijn extra inkomsten die ten gunste komen van de betreffende beleidsvelden en daarom niet leiden tot een verhoging van de vrij besteedbare algemene middelen. Doeluitkeringen beleidsvelden (bedragen x € 1.000)* Vrouwenopvang Suppletie-uitkering integratie sociaal domein Maatschappelijke opvang en OGGz Gezond in de stad Aanpak laaggeletterdheid Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen
2021 14 62 -17
59 v 59 0
2022 17 62 5 136 150 370 v 370 0
2023 17 62 5
2024 17 62 5
2025 17 62 5
2026 17 62 5
165 249 v 249 0
181 265 v 265 0
84 v 84 0
84 v 84 0
*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.
Suppletie-uitkering integratie sociaal domein Bij de decembercirculaire 2020 zijn de definitieve bedragen van de suppletie-uitkering integratie sociaal domein voor 2019 en 2020 bekend gemaakt. De suppletie-uitkering voor 2021 is in deze
Kenmerk: 2021/546668
7/12
circulaire nagecalculeerd en daarmee eveneens definitief geworden. Haarlem ontvangt structureel € 62 duizend extra. Gezond in de stad Het stimuleringsprogramma Gezond in de Stad (GIDS) wordt voortgezet in het jaar 2022. Het programma geeft de geselecteerde gemeenten extra ruimte om de gezondheid van mensen in een lage sociaaleconomische positie structureel en duurzaam te verbeteren. Een lokale en integrale aanpak is daarbij van belang. Haarlem is een van deze gemeenten en ontvangt € 136 duizend. Aanpak laaggeletterdheid In de septembercirculaire 2019 zijn voor de periode 2020 tot 2024 middelen beschikbaar gesteld voor de meerjarige aanpak van laaggeletterdheid. In deze circulaire zijn actuele maatstafgegevens voor de verdeling van 2022 beschikbaar gekomen en verwerkt. De nieuwe (definitieve) verdeling voor 2022, evenals de ramingen voor 2023 en 2024 leiden tot een voordeel van € 150 duizend voor Haarlem in 2022 oplopend tot € 181 duizend in 2024. 3.4 Integratie-uitkeringen Het Rijk heeft er voor gekozen om vooralsnog drie integratie-uitkeringen sociaal domein in stand te houden. Beschermd Wonen, Voogdij/18+ en Participatie.
De verwachting is dat tegelijkertijd met de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds de IU Voogdij/18+ en de onderdelen voorheen Wajong en het onderdeel regulier werk van begeleid werken van de IU Participatie overgaan naar de algemene uitkering. Bij de IU Beschermd wonen is vanaf 2023 geleidelijk sprake van een objectief verdeelmodel. Gezien de belangrijke financiële wijzigingen in de komende periode is afgesproken het budget voor beschermd wonen ten minste nog tot het moment van evaluatie in 2025 apart zichtbaar te houden, opdat de wijzigingen transparant zijn. Daarom zal de reeds bestaande integratie -uitkering in het gemeentefonds tot in ieder geval 2025 als instrument gehanteerd worden Deze circulaire leidt tot mutaties voor de IU Participatie en de IU Beschermd wonen. Integratie-uitkeringen (bedragen x € 1.000)* Beschermd wonen Participatie Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen
2021 2022 334 -963 -56 -54 278 v -1.017 n 278 -1.017 0 0
2023 -1.131 -85 -1.216 n -1.216 0
2024 -1.141 -115 -1.256 n -1.256 0
2025 -1.124 -148 -1.272 n -1.272 0
2026 -1.125 -173 -1.298 n -1.298 0
*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.
Beschermd wonen De omvang van de integratie-uitkering Beschermd wonen verandert als gevolg van de volgende mutaties:
Kenmerk: 2021/546668
8/12
-
De ophoging van de structurele uitname vanaf 2022 vanwege de openstelling van de Wet langdurige zorg (Wlz) voor mensen met een psychische stoornis per 1 januari 2021. Omdat er meer cliënten dan oorspronkelijk geraamd zijn overgegaan van Wmo beschermd wonen naar de Wlz vindt er in deze circulaire een aanvullende uitname plaats, de verdeling van de uitname over de centrumgemeenten leidt in Haarlem tot een uitname van bijna € 1,1 miljoen structureel vanaf 2022.
-
De ophoging van de uitname in 2021, eveneens als gevolg van de Wlz-nacalculatie. De ophoging van de uitname in 2021 is lager dan die vanaf 2022 omdat in 2021 de zorg langer plaatsvindt onder verantwoordelijkheid van gemeenten. Dit wordt veroorzaakt door de tijdelijk langere doorlooptijd van het indicatieproces in 2021. Omdat de uitname voor Haarlem kleiner is dan eerder voorzien is er een voordeel van € 334 duizend.
-
Een correctie op de in de meicirculaire 2021 toegekende loon- en prijsbijstelling 2021. De correctie heeft gevolgen voor het uitkeringsjaar 2022 en verder. Voor 2022 is er een voordelig effect voor Haarlem van ongeveer € 195 duizend, voor de jaren daarna is er een nadelig effect van ongeveer € 70 duizend structureel.
In de meicirculaire 2022 zal de volumegroei tranche 2022 voor de Wmo beschermd wonen worden opgehoogd. Besluitvorming over de invoering van het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen, voorzien vanaf 2023, is aan het nieuwe kabinet. Participatie Het UWV voert structureel de no-riskpolis uit voor de gehele gemeentelijke doelgroep banenafspraak en nieuw beschut werk. Om dit te financieren zijn middelen verschoven van het gemeentefonds naar het UWV. Dit jaar bleken de uitgaven van het UWV aan de no-riskpolis hoger te zijn geweest dan aanvankelijk geraamd. Dit heeft een extra overheveling tot gevolg van de middelen voor begeleiding (integratie-uitkering Participatie) naar het UWV. Het betreft voor Haarlem een extra uitname van € 56 duizend in 2021, oplopend tot € 173 duizend in 2026. Extra middelen SW-bedrijven in de decembercirculaire Het kabinet heeft besloten om € 35 miljoen beschikbaar te stellen voor SW-bedrijven voor de periode 1 januari tot 1 juli 2021. Aangezien Sociale Werkvoorziening (SW)-bedrijven geen aanspraak kunnen maken op Noodmaatregel Ondersteuning Werkgelegenheid (NOW), is in 2020 besloten tot een tegemoetkoming aan gemeenten voor de loonkosten van SW-personeel. Ook in 2021 is er naar verwachting nog sprake van omzetverlies bij SW-bedrijven als gevolg van de coronamaatregelen.
Het bedrag zal bij de decembercirculaire 2021 worden toegevoegd aan het budget 2021 van de integratie-uitkering Participatie.
Kenmerk: 2021/546668
9/12
3.5 Corona-compensatie Een deel van de coronacompensaties die gemeenten ontvangen lopen via het Gemeentefonds. Ook in de septembercirculaire zijn weer coronacompensaties voor 2021 en 2022 toegekend. Corona-compensatie (bedragen x € 1.000)* Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) TONK: reeds verwerkt Buurt- en dorpshuizen Lokale cultuur Aanvullend pakket re-integratie bijstandsgerechtigden Impuls re-integratie bijstandsgerechtigden Gemeentelijk schuldenbeleid Bijzondere bijstand Totaal effect Effect voor reserve steunmaatregelen Corona Budgettair effect voor algemene middelen
2021 2.251 -446 109 569
2.483 v 2.483 0
2022
110 324 339 169 942 v 942 0
*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.
Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) De Tijdelijke Ondersteuning voor Noodzakelijke Kosten (TONK) is bedoeld voor huishoudens die door de huidige omstandigheden te maken hebben met een onvoorzienbare en onvermijdelijke terugval in hun inkomen, en die daardoor noodzakelijke (woon)kosten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen niet of onvoldoende soelaas bieden. Tot op heden heeft Haarlem ongeveer € 0,75 miljoen ontvangen. In de huidige begroting staan € 1,2 miljoen aan TONK lasten begroot. De huidige inschatting is dat de werkelijke lasten ook maximaal deze omvang zullen hebben. Voor het verschil tussen de geraamde lasten en reeds ontvangen baten werd reeds compensatie verwacht, in de huidige begroting is daar ad € 446 duizend voor geraamd. Nu de aanvullende middelen vanuit het Rijk ontvangen worden (€ 2,25 miljoen) dienen deze gesaldeerd te worden met deze raming. Het resterende budget van € 1,8 miljoen is niet direct nodig voor burgers die door corona niet in hun woonkosten kunnen voorzien en dit bedrag zal worden toegevoegd aan de ‘reserve steunmaatregelen corona’. Lokale Cultuur en buurt- en dorpshuizen In de meicirculaire werd al aangegeven dat er middelen voor lokale cultuur en buurt- en dorpshuizen beschikbaar gesteld zouden worden. In de septembercirculaire gebeurt dit nu ook daadwerkelijk.
Deze middelen zijn nog niet geraamd door de gemeente, wel is in de Bestuursrapportage 2021 al benoemd dat er naar verwachting nog € 577 duizend voor lokale cultuur ontvangen zou worden, het werkelijk ontvangen bedrag wijkt hier iets van af. In de Bestuursrapportage wordt reeds voorgesteld om de middelen onder te brengen in de ‘reserve steunmaatregelen corona’ en te reserveren voor mogelijke noodsteun aan onder meer het Patronaat en het Frans Hals Museum. De middelen voor buurt- en dorpshuizen (€ 109 duizend) worden op dezelfde manier verwerkt.
Kenmerk: 2021/546668
10/12
Compensatie 2022 In de septembercirculaire worden coronacompensaties voor 2022 bekend gemaakt. Deze middelen zijn nog niet geraamd door de gemeente. Ook deze middelen worden in beginsel toegevoegd aan de reserve steunmaatregelen corona. Het gaat om een totale compensatie van € 942 duizend. Bij de Voortgangsrapportage 2022 is meer inzicht in de al dan niet benodigde noodsteun vanuit de gemeente op de verschillende onderdelen en zullen voorstellen voor de besteding van deze middelen (aan de beleidsdoelen) volgen. Inkomstenderving In de Bestuursrapportage (pagina 19 en 20) wordt aangegeven dat er in totaal € 5,4 miljoen aan compensatie voor inkomstenderving 2021 wordt verwacht en is geraamd. In de septembercirculaire wordt nog geen compensatie voor inkomstenderving toegekend. In het najaar van 2021 wordt de toekenning voor het jaar 2020 verwacht (naast het reeds ontvangen voorschot) en de toekenning voor 2021 zal op een later moment plaatsvinden. Per saldo heeft deze compensatie geen effect op de begroting van de gemeente, het gaat om compensatie op basis van afrekening dus tegenover de ontvangen compensatie staan nadelen met eenzelfde omvang. 3.6 Berekening budgettair effect In voorgaande paragrafen is per onderdeel aangegeven wat het budgettair effect is voor de algemene middelen en wat het effect is voor de beleidsvelden.
Onderstaande tabellen vatten dit in een overzicht samen. Samenvatting budgettair algemene middelen (x€ 1.000)* 3.1 Ontwikkelingen rijksniveau 3.2 Taakmutaties voor beleidsvelden 3.3 Doeluitkeringen voor beleidsvelden 3.4 Integratie-uitkeringen 3.5 Cornona-compensatie Budgettair effect algemene middelen
2021 2.474 -25 0 0 0 2.449 v
2022 8.966 0 0 0 0 8.966 v
2023 6.471 0 0 0 0 6.471 v
2024 6.471 0 0 0 0 6.471 v
2025 7.151 0 0 0 0 7.151 v
2026 7.661 0 0 0 0 7.661 v
2022 0 -192 370 -1.017 942 103 v
2023 0 17 249 -1.216 0 -950 n
2024 0 25 265 -1.256 0 -966 n
2025 0 25 84 -1.272 0 -1.163 n
2026 0 25 84 -1.298 0 -1.189 n
*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.
Samenvatting effecten beleidsvelden (x € 1.000)* 3.1 Ontwikkelingen rijksniveau 3.2 Taakmutaties voor beleidsvelden 3.3 Doeluitkeringen voor beleidsvelden 3.4 Integratie-uitkeringen 3.5 Cornona-compensatie Effecten beleidsvelden
2021 0 501 59 278 2.483 3.321 v
*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.
Kenmerk: 2021/546668
11/12
4. Vervolg De gevolgen van de septembercirculaire voor 2021 worden verwerkt in de Decemberrapportage of Jaarrekening 2021. De meerjarige gevolgen worden samen met de mogelijke gevolgen van de decembercirculaire verwerkt in de Kadernota 2023. 5. Bijlage Septembercirculaire 2021 Gemeentefonds
Kenmerk: 2021/546668
12/12