CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210496560 3. Bijlage 2 Jaarverslag 2020 Dunamare Onderwijsgroep

gemeenteraad 23 december 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Realisatie instandhouding openbaar voortgezet (speciaal) onderwijs 202054.822 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 7

76

Jaarverslag 2020

Op dit moment gebeurt dit in de voortgangsgesprekken met de directeuren en het College van Bestuur. Het ophalen en vastleggen ervan wordt in 2021-2022 verder als format ontwikkeld. •D  e beheersing van operationele processen en risico’s is een voorwaarde voor een gezonde bedrijfsvoering. In de operationele risicoanalyse worden risico’s opgenomen die voorkomen kunnen worden door cyclische evaluatie en bijstelling van beleid. De belangrijkste processen van het gehele Bestuurs- en Servicebureau worden vastgelegd en getoetst. Ook hier gaan we de komende periode mee verder.

Het volwassenheidsniveau van risicomanagement De onderwijsgroep heeft de afgelopen twee jaar stappen gezet in de ontwikkeling naar een hoger volwassenheidsniveau van risicomanagement. Het conservatieve niveau, waarbij ad hoc beheersing van risico’s plaatsvindt, zijn we ontstegen. Er is nu een structuur van risicobeleid en integratie in de planning- en control cyclus. Dit betekent dat op verschillende niveaus steeds meer structurele aandacht is voor kansen, risico’s en de beheersing. De pdca cyclus staat in onderstaand figuur weergegeven. In de cultuur zien we ook een verandering: het risicobewustzijn stijgt onder andere doordat steeds vaker een open risico dialoog plaatsvindt en een bewuste afweging tussen doelstellingen en risico’s gemaakt wordt. Daarnaast is bij besluitvorming meer aandacht voor business cases, scenario’s en een dialoog over risicobereidheid. Het hoogst haalbare volwassenheidsniveau is er één waarbij risicomanagement uitgebreid wordt met een toekomstgerichte focus en waarbij veranderingen als kansen worden gewaardeerd.

PLAN - Bepalen van strategie en doelstellingen - Risico analyse (kwantificeren van risico’s) - School- en jaarplan v/d scholen ACT - Bijsturen op organisatiedoelstellingen en beleid

DO - Uitvoering (minimaliseren van risico’s en maximaliseren van voordelen) - Dialoog over risicobereidheid

CHECK - Monitoren effectiviteit van de beheersing en opvolging van verbeterinitiatieven - Gesprekscyclus CvB/school en zelfevaluatie

Figuur pdca cyclus van risicomanagement

In het volgende onderdeel staat de in 2020 uitgevoerde strategische risicoanalyse uiteengezet.

strategische risico’s en deze zijn samen te vatten in een schema van vier bollen:

Strategische analyse 2020 De strategische risicoanalyse bestaat uit een financiële en kwalitatieve analyse.

3

De financiële risicoanalyse vindt één keer per twee jaar plaats en is uitgevoerd in 2019 en deze staat nu weer gepland voor 2021: • Deze analyse geeft Dunamare inzicht in hoeveel vermogen beschikbaar moet zijn om eventuele calamiteiten op te kunnen vangen. Concreet heeft de herijking als doel om het benodigde vermogen te updaten en vast te stellen of dit voldoende is in relatie tot het beschikbare vermogen. Omdat de risico’s zich niet tegelijk zullen voordoen, is de Monte Carlomethode gebruikt om verschillende scenario’s te laten doorrekenen, zodat een kansverdeling ontstaat met bijbehorend eigen vermogen omvang. Met deze methode worden alle risico’s vele malen theoretisch gesimuleerd waardoor met een door het bestuur gekozen zekerheid van 95% kan worden berekend welk vermogen waarschijnlijk voldoende is om de risico’s financieel te kunnen pareren; • Op basis van de eerste financiële risico analyse in 2019 resulteert dit, bij een 95% zekerheidspercentage, tot een noodzakelijk eigen vermogen van ruim € 25 miljoen. Dit betekent dat het beschikbare vermogen per eind 2020 € 7,6 miljoen hoger is dan het benodigde vermogen. De externe signaleringswaarde van het bovenmatig publiek eigen vermogen is in 2020 gepubliceerd. Deze is vergeleken met onze interne signaleringswaarde. In het onderdeel ‘signaleringswaarde inspectie van het onderwijs’ staat de analyse hiervan.

De kwalitatieve strategische risicoanalyse is, onder leiding van een externe partij Naris, in oktober 2020 uitgevoerd. De risico’s zijn (opnieuw) beoordeeld in een sessie met het College van Bestuur, de voorzitters van de kwaliteitsgroepen en de Hoofden van het Bestuurs- en Servicebureau. Het beoordelen van de risico’s heeft plaatsgevonden door het stellen van onder andere de volgende vragen: Wat zijn de belangrijkste veranderingen dit jaar? Welke ontwikkelingen kunnen ons weerhouden bij het realiseren van de doelstellingen? Wat zijn de belangrijkste externe trends? Zijn er wijzigingen in wet- en regelgeving die grote invloed kunnen hebben? De uitkomst van de kwalitatieve analyse heeft geleid tot 24

1

Het beschikbare vermogen bestaat uit de vrij beschikbare reserves

Kans (nihil - zeker wel)

De Dunamare Onderwijsgroep streeft naar een bestendige en maatschappelijk verantwoorde bedrijfsvoering. Dit doen wij onder andere door een bewuste afweging te maken tussen onze doelstellingen en de risico’s die daarmee gepaard gaan. Op deze wijze vergroten wij de kans om onze strategische doelstellingen te realiseren op het gebied van onderwijskwaliteit, goed werkgeverschap en goed bestuur.

3

7

11

Impact (nooit - zeer groot) De 24 strategische risico’s zijn samen te vatten tot drie thema’s: • Onderwijskwaliteit inclusief personele aspecten en strategische positie; • Huisvesting van onvoldoende niveau en toekomst vast (o.a. gezond klimaat, modernisering van het onderwijs, duurzaamheid); • Bedrijfsvoeringsrisico’s: onder andere het risico dat gemeenten financieel onvoldoende in de (nieuw) bouwkosten voorziet, proces/afname van examens, continuïteit van IT systemen etc. Het algemene beeld van de herijking laat zien dat risico’s zijn verschoven naar een lagere kans en impact. Deze trend ontstaat doordat we bewuster met risico’s bezig zijn en daardoor de impact lager inschatten en daarnaast zijn in 2020 keuzes gemaakt over de mate en de wijze van beheersing. Met betrekking tot de mate van beheersing is aan de hand van de prioritering van risico’s gekeken of aanvullende maatregelen nodig waren, of dat we als organisatie onze middelen beter elders konden inzetten en de mate van acceptatie van het renterisico. Alle strategische risico’s en beheersmaatregelen zijn gekoppeld aan een eigenaar maar ook erkennen we het belang van een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

De risico’s met betrekking tot de onderwijskwaliteit zijn in 2020 onder andere als volgt beheerst: specifieke aandacht voor scholen waarbij de onderwijskundige resultaten en de ontwikkeling van het aantal leerlingen onder druk staan, het samenvoegen van een drietal

10 Risicoanalyse

77

scholen in het Spaarne College, de oprichting van de werkgroep (school)examens met onder andere de uitvoering van steekproeven. Daarnaast wordt onder leiding van het nieuwe CvB een nieuw koersplan uitgewerkt. Ten aanzien van de personele aspecten zijn dit jaar onder andere de volgende beheersmaatregelen ingezet: het penvoerderschap van de regionale aanpak personeelstekorten (incl. de samenwerking met groot Amsterdam), inzet van een generatieregeling voor 60+, een nieuwe gesprekscyclus met het Goede Gesprek en de start van een werkgroep die zich bezighoudt met het welzijn van de groep medewerkers in de categorie mid careers. De strategische risico’s met betrekking tot de bedrijfsvoering zijn onder andere beheerst door het bij besluitvorming toepassen van business cases inclusief een dialoog over risicobereidheid, een verdere professionalisering van de financiële administratie (onder andere een volledige uitrol van de facturatie van ouderbijdragen middels WIS Collect), het opzetten van een strategisch huisvestingsmodel (dit resulteert in 2021 in een strategisch huisvestingsplan) en een verdere intensivering van de contacten met de gemeenten in het kader van noodzakelijke huisvestingsinvesteringen. In 2021 gaan we aan de slag met een verdere groepering van de strategische risico’s in thema’s en een koppeling met het nieuwe koersplan.

Net als in 2019 zijn de risico’s als gevolg van de coronapandemie opgenomen in de risicoanalyse. De meerjarige impact van onderstaande punten uit deze coronapandemie-risico’s zijn weliswaar moeilijk in te schatten, maar hier houden we rekening mee in de risicoanalyse: • Het welzijn van leerlingen en de onderwijskwaliteit: noodzakelijke inhaalslagen om leerachterstanden weg te werken en voldoen aan interne en externe vereisten van examinering. Door de inzet van aanvullende bekostiging is het financiële risico beperkt. Voorbeelden van subsidies: inhaal- en ondersteuningsprogramma’s, extra handen voor de klas, ventilatie, devices en de middelen uit het Nationaal Programma Onderwijs; • Het welzijn en de inzetbaarheid (incl. vervanging) van medewerkers; • De bedrijfsvoering: kunnen voldoen aan de maatregelen van het RIVM (1,5 meter afstandsregel), extra investeringen in ventilatie frisse scholen C, extra kosten van schoonmaak en energie en mogelijk na afloop van het Nationaal Programma Onderwijs bezuinigingen als gevolg van verlaging van het begrotingstekort van het Rijk en gemeenten.

Signaleringswaarde inspectie van het onderwijs De inspectie van het onderwijs heeft in 2020 de berekeningswijze van de signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen van onderwijsinstellingen gepubliceerd: Signaleringswaarde inspectie van het onderwijs 2020 Omschrijving Berekening gebouwen 50% aanschafwaarde gebouwen* prijsindex 15 jaar (1,27) + overige mva boekwaarde resterende mva + risicobuffer omvangafhankelijke rekenfactor 5%* totale baten = normatief eigen vermogen volgens inspectie van het onderwijs Algemene reserve excl. baten convenant werkdrukverlichting Verschil

Jaarverslag 2020

In de continuïteitsparagraaf beschrijven wij het gevoerde en het voorgenomen inhoudelijke (onderwijs)beleid en de effecten hiervan op de financiële meerjarenraming. De financiële meerjarenraming is opgesteld door gebruik te maken van het koersplan, de kaderbrief, de (meerjaren)begroting, de opbrengsten van de strategische risicoanalyse 2020 en overige relevante interne en externe ontwikkelingen.

Samenvatting De vermogens- en liquiditeitspositie van de Dunamare Onderwijsgroep is ultimo 2020 ruim voldoende, zie de analyse van de financiële ratio’s in Hoofdstuk 9 Financiën. Er is vastgesteld dat het beschikbare vermogen van de Dunamare Onderwijsgroep ruim lager is dan de signaleringswaarde van de inspectie (€ 13,3 miljoen lager). Dit betekent dat er volgens de inspectie geen sprake is van bovenmatig vermogen. De uitkomst van de interne strategische risicoanalyse laat zien dat het beschikbare vermogen hoger is dan het noodzakelijke vermogen (€ 7,6 miljoen hoger). De ontwikkelingen van de verdere professionalisering van het risicomanagementproces zijn terug te vinden in Hoofdstuk 10. De goede positie biedt de stichting de kans om de komende jaren investeringen in de onderwijskwaliteit en huisvesting te realiseren. Omdat de middelen maar één keer uitgegeven kunnen worden, zien wij het belang in van het maken van weloverwogen en doelmatige keuzes. De komende jaren werken we in gezamenlijkheid aan deze keuzes. Een groot aantal huisvestingsprojecten, inclusief de ventilatie, zijn, onder voorbehoud van besluitvorming, opgenomen in de meerjarenraming. Ook is rekening gehouden met de inzet van het Nationaal Programma Onderwijs (in de meerjarenraming 21-23 wordt voorlopig uitgegaan van een bedrag van € 13 miljoen).

Regeling jaarverslaggeving onderwijs (continuïteitsparagraaf) In de bijlage bij de Regeling jaarverslaggeving onderwijs is de verplichte gegevensset voor de zogenaamde continuïteitsparagraaf gedefinieerd. Wij leggen met de continuïteitsparagraaf verantwoording af over een aantal specifieke onderwerpen. Enkele van deze onderwerpen behandelen we op een andere plek in dit jaarverslag. In onderstaande tabel kunt u lezen in welk hoofdstuk het onderdeel wordt behandeld.

€ 23.104.307

Onderdelen van de continuïteitsparagraaf

Vermelding

B1

Rapportage aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem

H10 Risicoanalyse

B2

Beschrijving van de belangrijkste risico’s en onzekerheden

H10 Risicoanalyse

B3

Rapportage toezichthoudend orgaan

H7 Verslag van de RvT

€ 15.419.480 € 7.574.027 € 46.097.813 € 32.771.594 € - 13.326.219

Samenvattend is het beschikbare vermogen van de Dunamare Onderwijsgroep ruim lager dan de signaleringswaarde van de inspectie (€ 13,3 miljoen). Dit betekent dat er geen sprake is van bovenmatig vermogen. De intern gehanteerde berekeningswijze van het benodigde en beschikbare vermogen laat zien dat het beschikbare vermogen hoger is dan het benodigde vermogen (€ 7,6 miljoen). Dit betekent dat een mogelijk ‘overschot’ ten behoeve van het onderwijs ingezet kan worden. Wij werken aan een koersplan waarna onderzocht wordt of nog steeds sprake is van een ‘overschot’ van vermogen en wat de kaders zijn waarin op welke wijze besteding kan plaatsvinden. In de tussentijd is het mogelijk om op basis van urgente thema’s middelen vanuit het vermogen in te zetten. Een voorbeeld betreft het wegwerken van leerachterstanden als gevolg van de coronapandemie.

78

11| CONTINUÏTEITSPARAGRAAF

Onderwijs In schooljaar 21-22 werken we aan het nieuwe koersplan en tot aan dat moment blijven de huidige pijlers, onderwijskwaliteit, goedwerkgeverschap en goed bestuur gelden. De ontwikkeling van het aantal leerlingen en de kwaliteit van het onderwijs zijn twee belangrijke onderdelen van de eerste pijler.

11 Continuïteitsparagraaf

79

Leerlingen De stichting verwacht voor de korte termijn (t/m 2023) een lichte daling van het aantal leerlingen, met afwijkingen per gemeente en per school. Een onzekere factor is het effect van de coronapandemie op de in- en uitstroom van het aantal leerlingen. Het is moeilijk in te schatten met welk resultaat de leerlingen het centraal examen afleggen en wat dit betekent voor uitstroom van het aantal leerlingen. Het slagingspercentage over schooljaar 2019-2020 was relatief hoog. De scholen hebben, in het najaar van 2020, middels de schooljaarbegroting 2020-2021 en meerjarenraming 2021-2024 een prognose van de (ongewogen) leerlingaantallen gemaakt en dit resulteert in de volgende prognose voor de Dunamare Onderwijsgroep: Leerlingen (aantallen) Totaal Dunamare Onderwijsgroep Mutatie t.o.v. voorgaand jaar

1-okt-19 13.345 -2,7%

1-okt-20 13.156 -1,4%

1-okt-21 13.091 -0,5%

1-okt-22 12.918 -1,3%

1-okt-23 12.799 -0,9%

Voor de middellange termijn (tot 2030) is de ontwikkeling van het aantal leerlingen een grotere uitdaging om betrouwbaar in te schatten. Er zijn verschillende trends die van invloed kunnen zijn: • een daling van het aantal vmbo’ers. Onze scholen hebben in de regio een relatief groot aandeel in vmbo; • demografische ontwikkelingen; • de strategische positie en het imago van scholen. In de risicoanalyse is, bij de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen, een mogelijke financiële impact van een krimp in leerlingen ingecalculeerd door rekening te houden met onder andere uitloopverliezen en de effecten van versneld afschrijven bij sluiting.

Onderwijskwalteit De onderwijskwaliteit van de scholen is geborgd in een pdca cyclus waarbij scholen werken met een meerjarig schoolplan, een jaarplan incl. zelfevaluatie en voortgangsgesprekken met het College van Bestuur. Daarnaast zijn er drie kwaliteitsgroepen ingesteld om gericht aandacht te geven aan actuele thema’s, om daarmee strategisch beleid te ontwikkelen en voor de beleidsontwikkeling voor meer diepgang te zorgen. Ook zijn er platforms per schoolsoorttype (pro, vmbo, avo). Voor de korte termijn ligt de focus op: • de leerresultaten en sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen n.a.v. eventuele leervertraging door de coronapandemie. In schooljaar 2020-2021 wordt gebruik gemaakt van de subsidie inhaal en ondersteuningsprogramma’s (€ 1,2 miljoen). Meerjarig staan de middelen van het Nationaal Programma Onderwijs ter beschikking (voorlopige inschatting voor 21-23 is een bedrag van € 13 miljoen); • het doorontwikkelen van het proces van toetsing- en examinering; • het ophalen en vastleggen van kansen en risico’s op het niveau van de scholen. Op de middellange termijn gaan we verder met de uitwerking van bovenschoolse thema’s. Een voorbeeld is het thema toekomstgericht onderwijs.

Verschillende ontwikkelingen vragen om voortdurende onderwijsvernieuwing: voor elke leerling passend onderwijs (kansengelijkheid en maatwerk), een oplossing bieden voor lerarentekorten & werkdruk en een teruggang in niet structurele inkomsten. De inzet van ICT, flexibeler onderwijs en de samenwerking met partners kunnen het onderwijs aantrekkelijker en dynamischer maken.

Inzet van medewerkers De personele bezetting stijgt in de periode 2021-2023 als gevolg van de inzet van het Nationaal Programma Onderwijs. De komende periode wordt inzet gepleegd om over voldoende medewerkers (intern en inhuur) te beschikken om het programma vorm te geven en tot uitvoering te brengen. Voor de middellange termijn is de ontwikkeling van de inzet van medewerkers afhankelijk van: • de ontwikkeling van het aantal leerlingen; • he afname van tijdelijke middelen: het wegvallen van de middelen van het Nationaal Programma Onderwijs, de subsidies inhaal- en ondersteuningsprogramma’s/ extra handen voor de klas, extra baten samenwerkingsverband en overige subsidies. Ook eindigt de regeling sterk techniekonderwijs (STO) eind 2023. In de meerjarenraming is nog geen rekening gehouden met het wegvallen van de STO middelen; • het inlopen van het begrotingstekort van het Rijk en gemeenten met mogelijke bezuinigingen tot gevolg. Hieronder is de ontwikkeling van het geprognotiseerde aantal medewerkers weergegeven: Personeel (fte) Directie Onderwijs Ondersteunend Personeel* Onderwijzend Personeel *incl. teamleiders Totaal Mutatie t.o.v. voorgaand jaar

2020 20 427 946

2021 21 446 988

2022 21 441 977

2023 20 412 914

1.393

1.456 4,5%

1.439 -1,2%

1.346 -6,4%

De onderwijskwaliteit hangt nauw samen met de kwaliteit en inzetbaarheid van onze medewerkers. De afgelopen jaren is inzet gepleegd op de thema’s vitaliteit, duurzame inzetbaarheid en het lerarentekort. Voorbeelden zijn het goede gesprek, de Dunamare generatieregeling en het penvoerderschap van de regionale aanpak personeelstekorten. Net als voor onderwijskwaliteit gaan we de komende periode aan de slag met bovenschoolse thema’s om het lerarentekort en de werkdruk te verlagen, bijvoorbeeld door het onderwijs anders te organiseren. Huisvesting en IT Kwalitatief hoogwaardige huisvesting is een onderdeel van goed onderwijs. De schoolgebouwen zijn eigendom van de gemeentes, met uitzondering van de maritieme leeromgeving in Harlingen. Het in stand houden van de gebouwen komt voor rekening van de Dunamare Onderwijsgroep. Het strategisch huisvestingplan vervult een centrale rol in de agendering van huisvestingsprojecten en groot onderhoud. Het is een continue proces waarbij verschillende factoren van invloed zijn op de gemaakte keuzes: • de staat van de gebouwen. Eind 2020 heeft een 0-meting van de staat van de schoolgebouwen plaatsgevonden.

Hoewel de validatie van deze 0-meting nog moet worden uitgevoerd is duidelijk naar voren gekomen dat voor de scholen een extra dotatie benodigd is (totaal € 3,1 miljoen) welke wij conform de huidige egalisatiemethode verantwoorden over de kalenderjaren 2020 – 2022. In de kalenderjaren 2021 en 2022 vindt een verdere validatie van de 0-meting plaats en wordt toegewerkt naar de componentenmethode waarna vastgesteld wordt wat de invloed is op de stand van de voorziening groot onderhoud en de jaarlijkse dotatiebedragen; • de inventarisatie van de staat van de ventilaties; •d  e toekomstbestendigheid van de huisvesting: onder andere afhankelijk van onderwijskundige ontwikkelingen en duurzaamheid; • de demografische ontwikkelingen binnen de regio; • het meerjaren (huisvesting)beleid van de gemeenten. Uit de risicoanalyse blijkt dat gemeenten niet altijd voldoende in de kosten voorzien. Een ingezette beheersmaatregel is de intensivering van de contacten met de gemeenten. Het investeringsniveau neemt de komende jaren toe: Investeringen (€) Gebouwen en terreinen en in uitvoering Inventaris en apparatuur incl. IT Andere vaste bedrijfsmiddelen Totaal

80

Jaarverslag 2020

2020 € 2.270.274 € € 2.732.190 € € 59.761 € € 5.062.225 €

2021 2.793.000 € 3.252.000 € 155.000 € 6.200.000 €

2022 6.606.000 € 3.799.000 € 195.000 € 10.600.000 €

2023 18.172.000 2.338.000 150.000 20.660.000

11 Continuïteitsparagraaf

81

Toelichting op de belangrijkste investeringen:

Raming van baten en lasten

• Investeringen in ventilatie 2021-2023 om frisse scholen C/B te bereiken (inschatting € 4 miljoen). Het is nog niet bekend in welke mate een mogelijke subsidietoekenning tot een verlaging van de investeringskosten leidt; • Huisvestingsprojecten waarvoor investeringsbeslissingen genomen gaan worden en die nu in concept zijn meegenomen in de ramingen (het betreft eigen bijdrages): nieuwbouw/verbouwing bij Het Schoter, de uitbreiding van Montessori College Aerdenhout, de leeromgeving van de Maritieme Academie Harlingen, grootschalige renovatie het Coornhert Lyceum, renovatie de Hartenlust en nieuwbouw Praktijkschool de Linie/Hoofdvaart College. De huisvestingsprojecten zijn afhankelijk van besluitvorming, vergunningen en afspraken met gemeenten. Het is mogelijk dat projecten later plaatsvinden dan nu ingeschat; • Investeringen in duurzaamheid. Wij zijn actief bezig met de inzet van de 15 erkende duurzaamheidsmaatregelen. Naast investeringen in zonnepanelen is er sinds twee jaar aandacht voor de toepassing van ledverlichting; • Investeringen in IT zijn de komende jaren met name gericht op zaken die ook in de risico analyse zijn meegenomen: de continuiteit van IT systemen en voorkomen dat ongeautoriseerd toegang wordt verkregen tot onze data of dat onze data lekt. Effecten van de coronapandemie De coronapandemie heeft een enorme impact op ons allemaal.

De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Dit alles legt een zware druk op de organisatie en het personeel. Het in snel tempo ontwikkelen van digitale lesmethodes, digitaal lesgeven, aanpassingen in het schoolgebouw en nog tal van initiatieven die binnen de organisatie zijn uitgerold, vergen veel energie en aanpassingsvermogen van het personeel. We zien een verschuiving ten opzichte van de analyse van afgelopen jaar. Bij de uitbraak begin 2020 was de duur en impact moeilijk te overzien. Inmiddels voorzien we dat de effecten van de coronapandemie de komende jaren voelbaar zullen zijn. Hiervan is het niet mogelijk om de financiële gevolgen op dit moment betrouwbaar te kwantificeren. De scholen gaan aan de slag met een plan van aanpak gericht op de leerresultaten en sociaal-emotionele ontwkkeling van leerlingen en het welbevinden van medewerkers. Daarnaast zal de komende jaren blijken in welke mate bezuinigingen vanuit het Rijk en gemeenten tot uitdrukking komen. Gezien de snelheid en onduidelijkheid van de ontwikkelingen rondom deze crisis is het mogelijk dat zich weer nieuwe risico’s voordoen. We streven naar een zo adequaat mogelijke uitvoering van onze taak als onderwijsinstelling. De belangrijkste risico’s met beheersmaatregelen zijn uiteengezet in de risicoanalyse van hoofdstuk 10.

Op basis van deze analyse zien we dat de ontwikkelingen van coronapandemie voor de baten en lasten voor een aantal posten tot een beperkte financiële impact kunnen leiden: Baten: • Rijksbijdragen: de bekostiging is al bepaald door de T-1-systematiek; • Overige subsidies: er zijn geen signalen dat baten terugbetaald moeten worden. Mogelijk schuiven activiteiten naar de toekomst. We stemmen hiertoe af met de subsidieverstrekkers; • Meerjarig is er een kans op bezuinigingen van het Rijk en gemeenten om zodoende het begrotingstekort te verlagen. Lasten: • Hogere lasten voor personeel door de inzet van het Nationaal Programma Onderwijs; • Hogere lasten voor digitale middelen: onder andere conference camera’s en licenties; • Hogere lasten door meer schoonmaak en energie; De liquiditeits- en solvabiliteitspositie is solide genoeg en in de jaarlijkse risicoanalyse worden de ontwikkelingen meegenomen. Er is geen sprake van een materiële onzekerheid omtrent de continuïteit.

82

Jaarverslag 2020

De raming is opgesteld op basis van een aantal uitgangspunten, waarvan de belangrijkste hieronder genoemd staan: • In september 2020 is de begroting schooljaar 2020-2021 inclusief meerjarenraming van de schooljaren 2021-2024 opgeleverd. De toepassing van een schooljaarbegroting zorgt ervoor dat het financiële beleid beter aansluit op de processen in de scholen. De begrotingscyclus per schooljaar is aangepast om tot een raming van de kalenderjaren 2021 t/m 2023 te komen; • Het Nationaal Programma Onderwijs 21-23 is zowel aan de baten als aan de lastenzijde verwerkt voor een bedrag van € 13 miljoen (in schooljaar 21-22 € 9 miljoen en in schooljaar 22-23 € 4 miljoen); • De meerjarenraming is gebaseerd op prijspeil 2020. Dit houdt in dat zowel ten aanzien van de inkomsten als de kosten geen inschatting is gemaakt ten aanzien van verwachte indexatie; • De leerlingenprognose is tot stand gekomen op basis van actuele leerlingaantallen per 1 oktober 2020 en de meerjarige prognoses van de scholen zoals opgenomen in de meerjarenbegroting, waarbij op basis van inschatting rekening is gehouden met risico’s zoals krimp en verschuiving van vmbo naar avo-onderwijs; • De vereenvoudiging van de bekostiging vo heeft voor Dunamare Onderwijsgroep op termijn een verwacht positief effect op de rijksbijdragen van € 1 miljoen.

De precieze stijging hangt af van de ontwikkeling van het leerlingaantal. De ingangsdatum is per kalenderjaar 2022 en de jaarlijkse toename in baten is op basis van de staffel 20%-40%-60%-80%-100%; • We werken met een 1%-begrotingsdoelstelling. Dat wil zeggen dat de scholen een exploitatieresultaat nastreven van 1% van de rijksbijdrage (dit is ongeveer € 1 miljoen). Het is bestemd ter versterking van het weerstandsvermogen. Zo wordt de continuïteit van Dunamare Onderwijsgroep gewaarborgd; De scholen worden gestimuleerd om uitgaven ter verhoging van de kwaliteit van het onderwijs te doen. De uitgaven kunnen

11 Continuïteitsparagraaf

83

plaatsvinden middels niet-structurele onttrekkingen vanuit de reserves. Hiervoor is in de meerjarenraming op basis van inschatting rekening gehouden met een bedrag van € 1 miljoen per schooljaar. In de meerjarenraming is nog geen rekening gehouden met de nog uit te werken bovenschoolse thema’s zoals bijvoorbeeld toekomstgericht onderwijs en werkdrukvermindering. De thema’s krijgen meer vorm in het nieuwe koersplan. Het convenant werkdrukverlichting brengt voor de onderwijsgroep een budget van € 2 miljoen met zich mee. De middelen zijn verwerkt in de rijksbijdrage 2019 en kunnen volgens de regeling vanuit de reserves ingezet worden in 2020 en 2021. Toelichting op de verwachte ontwikkeling in de staat van baten en lasten Voor de kalenderjaren 2021-2023 is een sluitend exploitatieresultaat de verwachting. Enerzijds werken we met een begrotingsdoelstelling van 1% (ongeveer € 1,2 miljoen) en anderzijds is het de verwachting dat vanuit de reserves in de onderwijskwaliteit geïnvesteerd wordt. De komende jaren gaan we, in relatie met de risicoanalyse, verder aan de slag met de evaluatie van het vermogensbeleid (incl. de 1% begrotingsdoelstelling). De middelen van het Nationaal Programma Onderwijs zorgen in de kalenderjaren 2021-2023 voor een stijging van de baten en lasten. Het zwaartepunt van het programma is in 2022 waardoor kalenderjaar 2023 een daling in inkomsten laat zien.

Raming van de balans

De raming is opgesteld op basis van een aantal uitgangspunten. De belangrijkste hiervan zijn: • De balansposities ten aanzien van de kortlopende vorderingen en kortlopende schulden blijven stabiel, omdat we geen materiële wijzingen verwachten. • De mutaties in de voorzieningen worden veroorzaakt door de opbouw (som van dotaties en onttrekkingen) van de voorziening levensfasebudget (LFB). Op basis van de historische ontwikkeling houden we rekening met een jaarlijkse toename van € 800.000. De overige voorzieningen blijven naar verwachting stabiel. • In de meerjarenraming is per 2023 een langlopende schuld van € 12 miljoen opgenomen. We onderzoeken de mogelijkheid om de rekeningcourant uit te breiden met een leenfaciliteit. De investering in de maritieme leeromgeving willen wij, vanwege de totale noodzakelijke investeringen in toekomstgericht onderwijs en huisvesting, niet financieren met eigen vermogen. Toelichting op de verwachte ontwikkeling van de balans De liquide middelen en het eigen vermogen zijn de afgelopen jaren toegenomen als gevolg van positieve exploitatieresultaten en lagere investeringen.

Een andere verklaring voor de toename van de liquiditeit is het penvoerderschap van twee regio’s sterk techniekonderwijs (STO) en het project regionale aanpak personeelstekorten (RAP) waardoor middelen in tijdelijk beheer zijn die na verantwoording naar projectpartners vloeien en de stand van Dunamare weer doen afnemen. De komende jaren neemt de liquiditeit af en dit is te verklaren door een stijging van het investeringsniveau, zie ook de paragraaf Huisvesting & IT. De beschikbaarheid over voldoende liquide middelen is noodzakelijk voor de nog uit te werken bovenschoolse thema’s zoals toekomstgericht onderwijs. Het eigen vermogen vertoont meerjarig een stabiel niveau. De komende jaren gaan we, in relatie met de risicoanalyse, verder aan de slag met de evaluatie van het vermogensbeleid (incl. de 1% begrotingsdoelstelling). Ontwikkeling van financiële ratio’s In onderstaand overzicht staat de verwachte ontwikkeling van de financiële positie:

Huisvestingsratio

De kengetallen van de financiële positie voldoen de komende jaren aan de signaleringsgrenzen van de Inspectie van het Onderwijs. De solvabiliteit daalt in 2023 doordat de verhouding eigen vermogen/ vreemd vermogen, door toevoeging van de langlopende schuld (€ 12 miljoen), wijzigt. De liquiditeit en rentabiliteit laten meerjarig een stabiel niveau zien. De huisvestingsratio stijgt de komende jaren als gevolg van een hoger investeringsniveau. De stichting probeert een evenwicht te vinden in het enerzijds hebben van buffers om risico’s op te vangen en anderzijds de beschikbare middelen doelmatig naar het onderwijs te laten vloeien. In 2020 is het interne risicomanagementproces verder geprofessionaliseerd. De risicoanalyse is beschreven in hoofdstuk 10. Er is vastgesteld dat het beschikbare vermogen van de Dunamare Onderwijsgroep ruim lager is dan de signaleringswaarde van de inspectie (€ 13,3 miljoen). Dit betekent dat er geen sprake is van bovenmatig vermogen.

84

Jaarverslag 2020

11 Continuïteitsparagraaf

85

BIJLAGE 1 Mevrouw F.C. Azimullah

1960

Directeur Eleftherios BV

Benoemingstermijnen RvT 2020

Voordracht

Eerste termijn

Tweede termijn

T. Huizinga

RvT

10-04-2014 tot 10-04-2018

10-04-2018 tot 10-04-2022

T. Triezenberg

RvT

10-04-2014 tot 10-04-2018

10-04-2018 tot 10-04-2022

F.C. Azimullah

RvT

20-04-2016 tot 20-04-2020

20-04-2020 tot 20-04- 2024

R. Dubbeldeman

RVT

01-01-2018 tot 01-01-2022

S. Haringa

RVT

01-01-2018 tot 01-01-2022

R. van Rijn

RVT

11-10-2018 tot 11-10-2022

J. Duttenhofer

GMR

19-03-2020 tot 19-03-2024

Lid RvT Stichting Leger Des Heils Welzijns- & Gezondheidszorg en Jeugdbescherming & Reclassering /Commissie Kwaliteit & Veiligheid Lid Adviesraad Ymere Haarlem Lid Raad van Advies van Inholland Bestuurslid Stichting Culturele Activiteiten Schalkwijk (SCAS)

Nevenfuncties

Lid Raad van Toezicht

Geboortedatum

Mevrouw J.C. HuizingaHeringa

1960

Werkzaam bij

Voorzitter Stichting Beter op Weg (BOW)

Nevenfunctie(s) Lid Eerste Kamer der Staten Generaal Voorzitter RvC Movares Group

De heer R. Dubbeldeman

1973

Partner bij Deloitte Consulting

Geen nevenfuncties

De heer S. Haringa

1958

Wethouder gemeente Terschelling

Voorzitter Raad van Advies JOG Group

Zelfstandig adviseur

Lid RvT Amsterdams Fonds voor de Kunst

Lid RvC Parnassia groep Voorzitter bestuur Dynamic Tidal Power Voorzitter Stichting Prioriteit Fivoor Secretaris dagelijks bestuur stichting ter bevordering christelijke pers

Mevrouw T.J. Triezenberg

1956

Directeur De Kern Consultancy & Investments

Associé Governance Plaza

Jaarverslag 2020

Lid RvT Openbaar Onderwijs Terschelling De heer R.K. van Rijn

1977

Wethouder gemeente Aalsmeer

Lid RvT St. Openbaar Voortgezet Onderwijs Noord-Holland Noord

Mevrouw J. Duttenhofer

1958

Vertegenwoordiger Groot Eigenaar, Stichting Pré Wonen te Velserbroek

Lid RvT tevens lid Auditcommissie, Onderwijsstichting Esprit te Amsterdam

Vicevoorzitter Kwintes

Voorzitter Klachtencommissie en voorzitter Commissie van Beroep voor de Examens, Stichting Voortgezet Onderwijs Amsterdam Zuid

Lid RvT Omroep Flevoland Lid RvT DeNieuweBibliotheek

Onafhankelijk commissievoorzitter, Amsterdams Fonds voor de Kunst

Voorzitter Raad van Toezicht Kinderrijk

86

Voorzitter MKB –Haarlem

12 Bijlagen

87

BIJLAGE 2

BIJLAGE 3

Externe nevenfuncties CvB

Benoemingstermijn GMR

Albert Strijker • VO Raad: Lid ledenadviesraad (LAR) • Samenwerkingsverband VO Zuid Kennemerland: Voorzitter Ledenraad, lid Voortgangscommissie, Commissie Financiën, Commissie Werkgeverschap • Maritieme Academie Holland: Lid ledenraad • Worldskills The Netherlands: lid bestuur, lid DB, penningmeester • Regionaal Werkbedrijf Zuid Kennemerland en IJmond: lid Bestuur • Lokale Educatieve Agenda: lid bestuurlijk overleg (bopoh-bovoh) en lid Regiegroep • Regionaal Bestuurlijk overleg Zuid Kennemerland: lid en lid agendacommissie • Samenwerkingsverband Amstelland en de Meerlanden, Lid Raad van Toezicht en lid commissie Kwaliteit • Gemeente Haarlemmermeer, Lid Stuurgroep Integraal Huisvestingsplan • Gemeente Haarlemmermeer, Lid regiegroep LEA (Lokale Educatieve Agenda)

Personeelsgeleding

termijn

Duur termijn

Aftreden

K. Anthoni

1e termijn

01-08-2016 tot 01-08-2019

01-08-2019

2e termijn

01-08-2019 tot 01-08-2022

01-08-2022

A. Schotvanger

1e termijn

01-08-2020 tot 01-08-2023

01-08-2023

M. Frijns

1e termijn

01-08-2019 tot 01-08-2022

01-08-2022

M. de Meijere

1e termijn

01-08-2015 tot 01-08-2018

01-08-2018

2e termijn

01-08-2018 tot 01-08-2021

01-08-2021

1e termijn

01-08-2012 tot 01-08-2015

01-08-2015

2e termijn

01-08-2015 tot 01-08-2018

01-08-2018

3e termijn

01-08-2018 tot 01-08-2021

01-08-2021

1e termijn

01-08-2016 tot 01-08-2019

01-08-2019

2e termijn

01-08-2019 tot 01-08-2022

01-08-2022

1e termijn

01-08-2016 tot 01-08-2019

01-08-2019

2e termijn

01-08-2019 tot 01-08-2022

01-08-2022

1e termijn

01-08-2013 tot 01-08-2016

01-08-2016

2e termijn

01-08-2016 tot 01-08-2019

01-08-2019

3e termijn

01-08-2019 tot 01-08-2022

01-08-2022

A. van Rij

C. Smit

Henk Post • VO-Raad: bestuurslid • Stichting Vakinstelling SVO: lid Raad van Toezicht • Maritieme Academie Holland: Lid Ledenraad • Regionaal Werkbedrijf Zuid Kennemerland en IJmond: lid Bestuur • Lokale Educatieve Agenda: lid • Bestuurlijk overleg (bopoh-bovoh): lid en lid Regiegroep • Regionaal Bestuurlijk overleg Zuid Kennemerland: lid Ledenraad en lid Agendacommissie

N. Spencer-Maters R. Stet

Oudergeleding G. Nederbragt

1e termijn

01-08-2019 tot 01-08-2022

01-08-2022

R. Schulten

1e termijn

01-08-2020 tot 01-08-2023

01-08-2022

J. Duijndam

1e termijn

01-08-2020 tot 01-08-2023

01-08-2021

K. Vogelesang

1e termijn

01-08-2018 tot 01-08-2021

01-08-2021

Leerlinggeleding

88

Jaarverslag 2020

J. Einmahl

1e termijn

01-08-2019 tot 01-08-2022

01-08-2022

A. Nikolaev

1e termijn

01-08-2020 tot 01-08-2023

01-08-2021

D. van Wonderen

1e termijn

01-08-2020 tot 01-08-2023

01-08-2022

W. Fonck

1e termijn

01-08-2018 tot 01-08-2021

01-08-2021

12 Bijlagen

89

Zittingsduur GMR leden

DEEL B: Jaarrekening

1. Een lid van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad heeft zitting voor een periode van 3 jaar. 2. Een lid van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad treedt na zijn zittingsperiode af en is terstond herkiesbaar. 3. Een lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature is aangewezen of verkozen, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is aangewezen of verkozen, zou moeten aftreden. 4. Behalve door periodieke aftreding eindigt het lidmaatschap van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad: a. door overlijden; b. door opzegging door het lid; zodra een lid geen deel meer uitmaakt van de geleding.

90

Jaarverslag 2020

Deel B - Jaarrekening

91

Balans per 31 december 2020 (na voorstel resultaatbestemming)

Staat van baten en lasten over 2020

Het College van Bestuur stelt voor om het nettoresultaat over 2020 als volgt te bestemmen:

Het College van Bestuur stelt voor om het nettoresultaat over 2020 als volgt te bestemmen: € € 1.103.172 toevoegen aan de algemene reserve Toevoeging algemene reserve 1.103.172 Toevoeging wettelijke reserve Dit voorstel is reeds verwerkt in de balans per 31173.714 december 2020. Onttrekking algemene reserve -173.714 Nettoresultaat 1.103.172

Dit voorstel is reeds verwerkt in de balans per 31 december 2020.

92

Jaarverslag 2020

Deel B - Jaarrekening

93

Kasstroomoverzicht over 2020

Toelichting op de jaarrekening Algemene toelichting Activiteiten Stichting Dunamare Onderwijsgroep (hierna ook genoemd Dunamare), statutair gevestigd aan de Diakenhuisweg 5 te Haarlem (KVK 34277470), is een stichting met de status van onderwijsinstelling. Dunamare heeft conform artikel 4.1 van de statuten tot doel: ‘het in stand houden van openbare en bijzondere scholen voor voortgezet onderwijs’. Het bestuursnummer van Dunamare is 41664. De hierin meegenomen BRIN-nummers zijn 01KL, 02KM, 02YH, 13JF, 15NE, 18EC, 19EQ, 19TI, 20EK, 20RC, 20RF, 25FU, en 26JE. Verslaggevingsperiode Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2020, dat is geëindigd op balansdatum 31 december 2020. ALGEMENE GRONDSLAGEN VOOR DE OPSTELLING VAN DE JAARREKENING Toegepaste grondslagen De jaarrekening is opgesteld conform de richtlijnen van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (RJO). Hierin is bepaald dat de bepalingen uit Titel 9 van Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (in het bijzonder RJ 400 ‘Bestuursverslag’, 640 ‘Organisaties-zonder-winststreven’ en 660 ‘Onderwijsinstellingen’) van toepassing zijn, met inachtneming van de in de RJO aangeduide uitzonderingen. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen.

Continuïteit Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling. De gevolgen van de coronapandemie zijn hierbij in acht genomen en nader toegelicht in het bestuursverslag (Hoofdstuk 11 Continuïteitsparagraaf). Hierbij is naar onze mening geen sprake van materiële onzekerheid over de continuïteit.

94

Jaarverslag 2020

Deel B - Jaarrekening

95

Grondslagen voor waardering van activa en passiva en resultaatbepaling

Presentatie en functionele valuta

Algemeen

De jaarrekening wordt gepresenteerd in euro’s. De euro is tevens de functionele valuta van de instelling. Alle financiële informatie in euro’s is afgerond op het dichtstbijzijnde hele getal.

De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en verplichtingen zijn gebaseerd op de historische kosten, tenzij anders vermeld. Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de stichting zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Activa die hier niet aan voldoen, worden niet in de balans verwerkt, maar worden aangemerkt als niet in de balans opgenomen rechten. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Onder verplichtingen worden mede voorzieningen begrepen. Verplichtingen die hier niet aan voldoen, worden niet in de balans opgenomen, maar worden verantwoord als niet in de balans opgenomen verplichtingen. Een in de balans opgenomen actief of verplichting blijft op de balans opgenomen als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot het actief of de verplichting. Dergelijke transacties geven evenmin aanleiding tot het verantwoorden van resultaten.

Bij de beoordeling of er sprake is van een belangrijke verandering in de economische realiteit, wordt uitgegaan van de economische voordelen en risico’s die zich naar alle waarschijnlijkheid in de praktijk zullen voordoen, en niet van voordelen en risico’s waarvan redelijkerwijze niet te verwachten is dat zij zich zullen voordoen. Een actief of verplichting wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot het actief of de verplichting aan een derde zijn overgedragen. De resultaten van de transactie worden in dat geval direct in de staat van baten en lasten opgenomen, rekening houdend met eventuele voorzieningen die dienen te worden getroffen in samenhang met de transactie. Baten worden in de staat van baten en lasten opgenomen wanneer een vermeerdering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermeerdering van een actief of een vermindering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld. Lasten worden verwerkt wanneer een vermindering van het economisch potentieel, samenhangend met een vermindering van een actief of een vermeerdering van een verplichting, heeft plaatsgevonden, waarvan de omvang betrouwbaar kan worden vastgesteld.

Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat reguliere onderwijstaken gelijkmatig over het schooljaar zijn verspreid.

96

Jaarverslag 2020

Schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen (vooral post voorzieningen) en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. De volgende waarderingsgrondslagen zijn naar de mening van het bestuur het meest kritisch voor het weergeven van de financiële positie en vereisen schattingen en veronderstellingen: -

inschatting van de omvang en timing van kosten van groot onderhoud voor rekening van de instelling in toekomstige jaren ten behoeve van de bepaling van de voorziening groot onderhoud; inschattingen met betrekking tot de bepaling van personele voorzieningen, met name blijfkans van medewerkers, geschatte duur van uitkeringen, herstelkansen bij ziekte en indexatie; vaststellen afschrijvingstermijnen van materiële vaste activa.

Voor effecten van eventuele schattingswijzigingen in het huidige boekjaar is dit opgenomen in de toelichting bij de betreffende jaarrekeningpost. Stelselwijzigingen Met ingang van boekjaar 2020 heeft er, overeenkomstig RJ 252.306, een aanpassing plaatsgevonden in de RJ van de waardering van (personele) voorzieningen. De RJ schrijft voor dat (personele) voorzieningen worden gewaardeerd tegen contante waarde, tenzij de tijdswaarde van geld niet materieel is. Dan is nominale waarde toegestaan. Dunamare Onderwijsgroep waardeert per 2020 de personele voorzieningen tegen contante waarde, tenzij er is toegelicht dat de voorziening tegen nominale waarde wordt gewaardeerd. In de grondslagen van de voorzieningen is per voorziening toegelicht welk stelsel er wordt gehanteerd. Het totale financiële effect van deze stelselwijziging in 2020 is, vanwege de negatieve marktrente, nihil. Waardering tegen contante waarde komt vanwege de negatieve marktrente derhalve neer op waardering tegen nominale waarde. Deze doorgevoerde stelselwijziging heeft derhalve geen invloed op de betreffende voorziening, het resultaat en het eigen vermogen.

Deel B - Jaarrekening

97

Financiële instrumenten Financiële instrumenten omvatten investeringen in aandelen en obligaties, handels- en overige vorderingen, geldmiddelen, leningen en overige financieringsverplichtingen, afgeleide financiële instrumenten, handelsschulden en overige te betalen posten. In de jaarrekening zijn de volgende categorieën financiële instrumenten opgenomen: leningen en financieringsverplichtingen, handels- en overige vorderingen, handelsschulden en overige te betalen posten, en afgeleide financiële instrumenten. Financiële activa en financiële verplichtingen worden in de balans opgenomen op het moment dat contractuele rechten of verplichtingen ten aanzien van dat instrument ontstaan. Een financieel instrument wordt niet langer in de balans opgenomen indien een transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot de positie aan een derde zijn overgedragen. Financiële instrumenten worden bij eerste opname verwerkt tegen reële waarde, waarbij (dis)agio en de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Indien echter financiële instrumenten bij de vervolgwaardering worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de staat van baten en lasten, worden direct toerekenbare transactiekosten direct verwerkt in de staat van baten en lasten.

Na de eerste opname worden financiële instrumenten op de hierna beschreven manier gewaardeerd. Er is geen sprake van in contracten besloten financiële instrumenten. De vervolgwaardering van de financiële instrumenten zijn in het vervolg van deze grondslagen beschreven. Vorderingen Vorderingen en overlopende activa worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. De effectieve rente en eventuele bijzondere waardeverminderingsverliezen worden direct in de winst-enverliesrekening verwerkt. Aan- en verkopen van financiële activa die tot de categorie verstrekte leningen en overige vorderingen behoren, worden verantwoord op de transactiedatum.

direct ten gunste van het resultaat gebracht in het jaar waarop de subsidie betrekking heeft, met uitzondering van subsidies voor een schooljaar die naar rato van het schooljaar worden besteed, dan wel waarvoor een concreet bestedingsplan bestaat. Bijzondere waardeverminderingen financiële activa Financiële activa die niet individueel onderhevig zijn gebleken aan bijzondere waardevermindering worden collectief beoordeeld of deze onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering, dit door samenvoeging van vorderingen met vergelijkbare risicokenmerken. Bij de beoordeling van de collectieve waardevermindering gebruikt de stichting historische trends met betrekking tot de waarschijnlijkheid van het niet nakomen van betalingsverplichtingen. De uitkomsten worden bijgesteld als de leiding van de stichting van oordeel is dat de huidige economische en kredietomstandigheden zodanig zijn dat het waarschijnlijk is dat de daadwerkelijke verliezen hoger dan wel lager zullen zijn dan historische trends suggereren. De boekwaarde van vorderingen wordt verminderd met de voorziening voor dubieuze debiteuren. Vorderingen die niet incasseerbaar zijn, worden afgeboekt van de voorziening. Andere toevoegingen en onttrekkingen aan de voorziening worden in de staat van baten en lasten verantwoord.

Saldering van financiële instrumenten Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd als de stichting beschikt over een deugdelijk juridisch instrument om het financiële actief en de financiële verplichting gesaldeerd af te wikkelen en de stichting het stellige voornemen heeft om het saldo als zodanig netto of simultaan af te wikkelen. Als sprake is van een overdracht van een financieel actief dat niet voor verwijdering uit de balans in aanmerking komt, worden het overgedragen actief en de daarmee samenhangende verplichting niet gesaldeerd.

Immateriële vaste activa Immateriële vaste activa worden in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige voordelen die dat actief in zich bergt, zullen toekomen aan de onderneming en de kosten van dat actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld.

Langlopende en kortlopende schulden Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt. De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden. Overlopende passiva betreffen vooruit ontvangen bedragen (waaronder meerjarige (OCW-)subsidies met bestedingsverplichtingen) en nog te betalen bedragen ter zake van lasten die aan een verstreken periode zijn toegekend. Van (meerjarige) (OCW-)subsidies met bestedingsverplichtingen wordt het nog-niet-bestede gedeelte op deze post aangehouden op de balans. Vrijval ten gunste van de staat van baten en lasten geschiedt naar rato van de besteding. (Meerjarige) (OCW)-subsidies zonder bestedingsverplichting worden

98

Jaarverslag 2020

De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De grondslagen voor de vaststelling en verwerking van bijzondere waardeverminderingen zijn opgenomen onder het kopje Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa. Ontwikkelingskosten Onder de ontwikkelingskosten worden kosten geactiveerd van extern ontwikkelde software. De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingen. De afschrijving vindt plaats volgens de lineaire methode op basis van de economische levensduur van 4 jaar.

Deel B - Jaarrekening

99

Materiële vaste activa Materiële vaste activa worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige prestatieeenheden met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de entiteit en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld De materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De jaarlijkse afschrijvingen zijn gebaseerd op de geschatte gebruiksduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs (lineaire methode), rekening houdend met eventuele restwaarde. Afschrijving vindt plaats vanaf het moment van ingebruikname en wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of bij afstoting. De aangewende investeringssubsidies worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de materiële vaste activa. Buiten gebruik gestelde activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde. Gebouwen en terreinen De schoolgebouwen zijn eigendom van de gemeentes. De geactiveerde bedragen onder ‘Gebouwen en terreinen’ betreffen verbouwingen die hebben plaatsgevonden voor eigen rekening van de stichting.

De volgende afschrijvingstermijnen worden hiervoor gehanteerd: Nieuwbouw : 30 jaar Verbouw : 20 jaar Gedurende het jaar wordt getoetst of zich zodanige wijzigingen hebben voorgedaan in schattingen en veronderstellingen van activa dat een aanpassing van de gebruiksduur noodzakelijk is. Vanwege de onbeperkte gebruiksduur wordt op terreinen niet afgeschreven. Voor de kosten van periodiek groot onderhoud wordt een voorziening gevormd. Deze voorziening is opgenomen onder de voorziening groot onderhoud aan de passiefzijde van de balans. Zie voor de grondslag hieromtrent de toelichting bij het kopje voorzieningen. Inventaris en apparatuur/andere vaste bedrijfsmiddelen De afschrijvingstermijn wordt gebaseerd op de geschatte economische levensduur. Op grond hiervan zijn de volgende afschrijvingstermijnen vastgesteld: • • • • •

ICT-middelen: 4 jaar Apparatuur: 7 jaar Inventaris: 15 jaar Schepen: 7 - 20 jaar Transportmiddelen: 7 jaar

In uitvoering en vooruitbetalingen De vooruitbetalingen in uitvoering worden opgenomen tegen vervaardigingskosten. Na afronding van de projecten worden de gelden van de overheid die ter financiering zijn ontvangen, op de investeringsuitgaven op het betreffende project in mindering gebracht. Op deze categorie wordt niet afgeschreven. Vervreemding van vaste activa Voor verkoop beschikbare vaste activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.

Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa Voor materiële en immateriële vaste activa wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er aanwijzingen zijn dat deze activa onderhevig zijn aan bijzondere waardeverminderingen. Als dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief geschat. De realiseerbare waarde is de hoogste van de bedrijfswaarde en de opbrengstwaarde. Als het niet mogelijk is de realiseerbare waarde te schatten voor een individueel actief, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort. Wanneer de boekwaarde van een actief (of een kasstroomgenererende eenheid) hoger is dan de realiseerbare waarde, wordt een bijzonder waardeverminderingsverlies verantwoord voor het verschil tussen de boekwaarde en de realiseerbare waarde. Indien sprake is van een bijzonder waardeverminderingsverlies van een kasstroomgenererende eenheid, wordt het verlies allereerst toegerekend aan goodwill die is toegerekend aan de kasstroomgenererende eenheid. Een eventueel restantverlies wordt toegerekend aan de andere activa van de eenheid naar rato van hun boekwaarden. Verder wordt op iedere balansdatum beoordeeld of er enige indicatie is dat een in eerdere jaren verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies is verminderd.

Als een dergelijke indicatie aanwezig is, wordt de realiseerbare waarde van het betreffende actief (of kasstroom-genererende eenheid) geschat. Terugneming van een eerder verantwoord bijzonder waardeverminderingsverlies vindt alleen plaats als sprake is van een wijziging van de gehanteerde schattingen bij het bepalen van de realiseerbare waarde sinds de verantwoording van het laatste bijzonder waardeverminderingsverlies. In dat geval wordt de boekwaarde van het actief (of de kasstroom-genererende eenheid) opgehoogd tot de geschatte realiseerbare waarde, maar niet hoger dan de boekwaarde die bepaald zou zijn (na afschrijvingen) als in voorgaande jaren geen bijzonder waardeverminderingsverlies voor het actief (of de kasstroom-genererende eenheid) zou zijn verantwoord.

Liquide middelen Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering.

Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit algemene reserves, bestemmingsreserves en wettelijke reserves. Hierin is tevens een segmentatie opgenomen naar publieke en private middelen. De algemene reserve geldt ter waarborging van de continuïteit van de totale Dunamare Onderwijsgroep op de langere termijn.

100

Jaarverslag 2020

Deel B - Jaarrekening

101

De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperkte bestedingsmogelijkheid, waarbij de beperking door het bestuur is aangebracht. Bestemmingsreserve Langenfonds Deze gelden zijn bestemd voor financiële ondersteuning van leerlingen van het Spaarne College (leerlingen van het Sterren College die per augustus 2020 zijn opgegaan in het Spaarne College) indien zij niet in staat zijn om zelf leermiddelen aan te schaffen en/of deel te nemen aan specifieke schoolactiviteiten. Het bestuur heeft deze beperking aangebracht. Wettelijke reserve Een wettelijke reserve voor geactiveerde ontwikkelingskosten is verplicht op basis van artikel 2:373 lid 4 BW. Investeringen in ontwikkelingskosten onder de immateriële activa zijn in deze reserve opgenomen als afzonderlijk component van het eigen vermogen. Deze wettelijke reserve muteert ter hoogte van de mutaties in de boekwaarde van de geactiveerde ontwikkelingskosten als gevolg van (des)investeringen en afschrijvingen daarop.

Voorzieningen Algemeen Onder de voorzieningen worden de personele voorzieningen en voorziening groot onderhoud gepresenteerd. Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van de verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. Tenzij anders vermeld worden voorzieningen tegen contante waarde opgenomen. Personele voorzieningen Voorziening ADV Spaarverlof Deze voorziening is gevormd om verplichtingen op te vangen van opgebouwd recht op spaarverlof. De voorziening wordt gewaardeerd tegen het totaal aantal gespaarde uren spaarverlof maal een gemiddeld uurtarief per functiecategorie. De voorziening wordt gewaardeerd tegen contante waarde. De actuele marktrente is ultimo 2020 negatief. We hanteren derhalve een discontering van 0% in de berekening van de voorziening. Gelet op de huidige renteontwikkeling heeft dit geen financieel effect ultimo boekjaar 2020.

Voorziening langdurig zieken Een voorziening langdurig zieken wordt gevormd indien op balansdatum aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: • de werknemer is door ziekte of arbeidsongeschiktheid naar verwachting gedurende het resterende dienstverband geheel of gedeeltelijk niet in staat om werkzaamheden te verrichten; • deze ziekte of arbeidsongeschiktheid zal naar verwachting gedurende het resterende dienstverband niet worden opgeheven; • de werkgever heeft de verplichting tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen aan de betreffende werknemer en deze betalingen komen direct voor rekening van de werkgever. Hierbij wordt rekening gehouden met revalidatiekansen.

102

Jaarverslag 2020

De voorziening wordt bepaald op basis van de groep medewerkers die per balansdatum langer dan 3 maanden ziek is. Hiervoor is ingeschat wat de verwachte herstelkans gedurende het resterende dienstverband is. De berekening is gebaseerd op de nominale waarde van de geschatte loondoorbetalingsperiode, rekening houdend met het ziektepercentage, de verwachte herstelkans, het salaris en eventuele kortingen die op basis van de cao na een bepaalde ziekteperiode worden toegepast. Vanwege de geringe looptijd van deze voorziening is het effect van tijdswaarde niet materieel en is deze voorziening op nominale waarde gewaardeerd. Voorziening jubilea De voorziening jubilea betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. Medewerkers hebben recht op een jubileumuitkering bij een dienstverband van 25 en 40 jaar. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op de contante waarde van de gedane toezeggingen, rekening houdend met de blijfkansen, opgebouwde diensttijden in het onderwijs, leeftijd, verwachte pensioendatum, het huidige salaris en de verwachte toekomstige salarisontwikkelingen. De actuele marktrente is negatief ultimo 2020. We hanteren derhalve een discontering van 0% in de berekening van de voorziening.

In 2020 heeft er een schattingswijziging plaatsgevonden ten aanzien van de berekening van de voorziening jubilea. Door aan te sluiten op externe berekeningswijzen van de voorziening jubilea in de sector en er hiermee verbeterd inzicht wordt verkregen in de stand per ultimo boekjaar, is de berekening van het aantal opgebouwde dienstjaren aangepast. Het totale effect van deze schattingswijziging bedraagt € 1,6 miljoen. Voorziening WW/WOVO Ten aanzien van voormalig medewerkers die een uitkering van het UWV ontvangen op grond van de wachtgeldregeling (WW) en/of bovenwettelijke regelingen (WOVO), komen de kosten van deze uitkeringen voor 25% voor eigen rekening van de instelling. Voor de toekomstige verplichtingen die hieruit volgen voor de instelling is een voorziening opgenomen in de balans. De voorziening is gebaseerd op het aantal deelnemers aan de regeling, de bestaande uitkeringsrechten/-verplichtingen, en de verwachte duur van de uitkering. Vanwege de geringe looptijd van deze voorziening is het effect van tijdswaarde niet materieel en is deze voorziening op nominale waarde gewaardeerd. Voorziening recuperatieverlof Ingevolge de cao vo en de cao po hebben de meeste medewerkers jaarlijks recht op een persoonlijk verlofbudget dat zij kunnen besteden in het kader van levensfasebewust personeelsbeleid (vo) en duurzame inzetbaarheid (po).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12266600/1