CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210486522 2. Bijlage 1. Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE) Haarlemmer Stroom

gemeenteraad 2 juni 2022, gemeente HaarlemBij agendapunt: Vaststellen SPvE Haarlemmer Stroom11.433 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

• Het totale aantal benodigde stallingsplaatsen wordt, met eventuele verrekening van medegebruik met fietsparkeerplaatsen voor bezoekers van de voorzieningen, op basis van aanwezigheidspercentages bepaald. Het benodigde aantal plaatsen wordt in het mobiliteitsplan nader onderbouwd.

Stedebouwkundig Programma van Eisen - Haarlemmer Stroom

21

GROEN Groen geeft ons rust, biedt ruimte om te sporten of elkaar te ontmoeten, biedt ruimte voor verschillende dieren en planten en maakt onze leefomgeving mooier. Toevoegen van groen in de stad draagt bij aan beter afvoeren van overtollig water en het vasthouden van water. Bovendien zorgt groen voor verkoeling en beschutting en vangen bomen en beplanting CO2 en fijnstof af. Dit betekent dat groen in de stad een essentiële bijdrage levert aan de gezondheid en het sociale welzijn van de inwoners van Haarlem. De groenparagraaf geeft inzicht in de kwaliteit en kwantiteit van het groen binnen het plangebied. Er is een analyse gemaakt van het huidige aanwezige groen en bomen en er wordt ingegaan op de wijze waarop in de ontwikkelingen op het private kavel wordt omgegaan met groen.

Het eenzijdige groen heeft weinig gebruikswaarde en voegt nog weinig kwaliteit toe aan het terrein, op de plantenvakken ten westen na. In de nieuwe situatie zijn er kansen voor divers vergroenen. Gevarieerde groeninvullingen typerend per plek. Gebouwen en openbare ruimte zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Een inrichtingsplan illustreert de samenhang tussen bebouwing en ruimte en het kwaliteitsniveau van de openbare ruimte. Er wordt een inrichtingsplan opgesteld door de ontwikkelaar met als voorwaarde meer kwalitatief en kwantitatief groen.

Huidige situatie: analyse bestaand groen en bomen In de huidige situatie is het kavel deels vergroend met gazon en heesterstroken langs de Rob Slotemakerstraat. Het vormt een natuurlijke buffer ten aanzien van privacy en geluid naar de Sportheldenbuurt. Deze groenstrook blijft in de nieuwe situatie behouden. Er staat één Ginkgo Biloba (Japanse Notenboom) in het plantenvak naast het Drostegebouw op het terrein en één boom op het Lichtfabrieksplein. Grenzend aan het terrein, langs de Minckelersweg staan een zestal Alnus Spaethii Spaeth (Elzen). Groenbalans De geplande ontwikkelingen hebben geen effect op de bomen in de openbare ruimte naast en op het terrein. Het bestaande groenoppervlak (15.130 m²) moet worden behouden. Waar onverhard terrein wordt verwijderd moet er gecompenseerd worden (zie Omgevingsaspecten) . Kansen voor groen De ontwikkeling wordt een hernieuwd brandpunt in de stad waar beleving, ontmoeting en verblijf centraal staan. Groene verblijfsplekken zijn aangenaam om te vertoeven en dragen bovendien bij aan een klimaatbestendige leefomgeving. Voor behoud en bevordering van de ecologische waarden en biodiversiteit moet natuurinclusief worden ontworpen en gebouwd. Het podium, waar de meeste activiteit plaatsvindt, bestaat uit de Oerkapkade, Lichtfabrieksplein, Energieplein en een nieuwe waterpartij bij de kade.

De pleinen hebben elk een eigen sfeer met verschillende groene invullingen.

22

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

Bestaand groen

Eisen: • De bomen die gehandhaafd blijven, worden in beginsel gehandhaafd op de bestaande locatie. De standplaats van de bestaande bomen mag niet verslechteren. Zowel bovengrondse als ondergrondse groeiruimte wordt behouden. Hier wordt onder andere rekening mee gehouden bij nieuwbouw of bestrating. • Wanneer het lijkt of de werkzaamheden impact hebben op de instandhouding van de boom, moet op basis van een BoomEfectAnalyse (BEA) worden onderbouwd op wat voor manier er wordt gezorgd dat bestaande bomen zo min mogelijk hinder ondervinden van de plannen en hoe de waarden van het groen worden verbeterd. • Er wordt een ecologisch onderzoek (Quickscan en eventueel een aanvullend specifiek soortenonderzoek) uitgevoerd om de effecten van te slopen bebouwing en te verwijderen groen (wanneer van toepassing) op eventuele beschermde flora en fauna te onderzoeken. Het terrein is voldoende in beeld, wel dient er om de 3 jaar onderzoek te worden gedaan naar vleermuizen en broedende vogels. • Plantvakken worden beplant met bloeiende vaste planten. Hiervoor geldt ook de eis dat ten minste 50% bestaat uit inheemse soorten in stedelijk gebied en ten minste 80% in ecologisch gebied. • Boomspiegels worden beplant. • Bijzondere plekken worden voorzien van een eigen kenmerkend boomsortiment. • De planvorming leidt tot een vergroting van de biodiversiteit en de ecologische waarde neemt toe.

Door een biodiverse inheemse soortenkeuze ontstaat een openbare ruimte die interessant is voor de mens en vogels, bijen en vlinders. De vergroening maakt de stad ecologisch interessant en klimaat-robuust. Inheems/oorspronkelijk genoom geldt zeker ook voor lage beplanting (kruidenlaag). Werk met gebiedseigen soorten, autochtoon materiaal (en ook zonder gif gekweekt). • Bij het aanplanten van soorten moet zoveel gebruik gemaakt worden van inheemse soorten. In woonwijken en het centrum, waar groen met name een beeldbepalende, recreatieve waarde heeft, kan gekozen worden voor niet inheemse soorten, bijvoorbeeld omdat deze beter bestand zijn tegen luchtvervuiling. Ook op deze locaties moet minimaal 50% uit inheemse soorten bestaan. Indien men niet kiest voor inheemse soorten moet hiervoor een goede onderbouwing zijn (bijv. luchtvervuiling, fijnstof etc.).

OMGEVINGSASPECTEN Onderdeel van het SPvE is dat er ook al gekeken wordt naar de milieuen omgevingsaspecten, die van belang zijn voor de haalbaarheid van de beoogde ontwikkeling. Hierbij wordt dus een onderscheid gemaakt tussen onderzoeken die in het kader van de ruimtelijke procedure (bestemmingsplan of omgevingsvergunning) moeten worden opgesteld en onderzoeken die in deze fase al uitgevoerd moeten worden om de haalbaarheid aan te tonen. Voor de ontwikkeling van Haarlemmer Stroom zijn de volgende milieu- en omgevingsaspecten van belang. Bezonning

windhinder of windgevaar niet hoeft te worden meegenomen in de afwegingen. De grondslag voor de beoordeling van het aspect windhinder staat in art. 3.1 Wro, de zorg voor een goede ruimtelijke ordening. Daarom is het in kaart brengen van mogelijke windhinder of windgevaar en deze betrekken in de beoordeling noodzakelijk. Onderstaand is het beslismodel weergegeven wanneer een windonderzoek mogelijk nodig kan zijn: • gebouwen hoger dan 30 meter -> windonderzoek • beschut gelegen gebouwen, hoogte 15 tot 30 m -> specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is • onbeschut gelegen gebouwen, hoogte tot 30 m -> specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is Geluid Onderdeel van de ontwikkeling van het terrein van Haarlemmer Stroom is de realisatie van logiesfunctie(s). Voor deze functie(s) zal in het bijzonder aandacht moeten worden besteed aan het aspect ‘geluid’, omdat de logiesontwikkeling plaatsvindt op een gezoneerd industrieterrein en waar in de directe omgeving van het terrein zware bedrijvigheid plaatsvindt. De logiesfunctie(s) zijn geen geluidgevoelige functies als bedoeld in de Wet geluidhinder. Shortstay wordt in beginsel niet aangemerkt als een woonfunctie, omdat hieraan een duurzaam woonkarakter moet worden ontzegd.

In het kader van de ruimtelijke procedure zal echter aangetoond moeten worden dat de betreffende ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Het is van belang om in deze fase een akoestisch onderzoek te verrichten om in een vroeg stadium te kunnen beoordelen of een hotel en/of shortstay in overeenstemming zal zijn met een goede ruimtelijke ordening. Het is aan de ontwikkelaar om een akoestisch onderzoek uit te laten voeren.

Bezonning

De bezonningsstudie moet de schaduweffecten in kaart brengen en getoetst worden aan de tno normen. Op basis van het onderzoek moeten de effecten worden afgewogen en onderbouwd. Windhinder In Nederland bestaat geen wetgeving ter voorkoming van windhinder of windgevaar. Dit betekent niet dat bij het opstellen van ruimtelijke plannen

Mobiliteit (parkeren) Om de haalbaarheid van de algehele ontwikkeling binnen het projectgebied aan te tonen, moet voldaan worden aan het geldende parkeerbeleid van Haarlem. Aan de hand van een mobiliteitsplan zal de ontwikkelaar moeten aantonen dat hieraan voldaan kan worden. Stikstof (Wet Natuurbescherming) Vanwege de aard en omvang van de ontwikkeling en de locatie ten opzichte van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied “Kennemerland - Zuid”, is een onderzoek naar stikstofdepositie vereist in het kader van de Wet natuurbescherming. Idealiter wordt dit onderzoek in een vroeg stadium verricht vanwege de mogelijke gevolgen voor de ruimtelijke procedure.

Op basis van het SPvE kan door de ontwikkelaar een indicatieve stikstofberekening (AERIUS-berekening) worden uitgevoerd om helderheid te verschaffen over de te volgen ruimtelijke procedure en de mogelijke extra onderzoeksrapporten die opgesteld moeten worden. Overige In het kader van de ruimtelijke onderbouwing - wat onderdeel is van de ruimtelijke procedure in een latere fase - zullen de overige milieu- en omgevingsaspecten zoals luchtkwaliteit, externe veiligheid, bodem etc. onderzocht moeten worden. Op voorhand is de inschatting gemaakt dat deze aspecten niet een belemmering zullen vormen voor de haalbaarheid van de ontwikkeling. Water Het watersysteem wordt robuust ingericht met waterbergings- en afvoermogelijkheden conform de watertoets. Een ontwikkeling mag niet leiden tot verslechtering van de waterhuishouding of een versnelde toename van de af- en aanvoer van water. Er mag geen afwenteling plaatsvinden op naastgelegen percelen /gebieden en er wordt rekening gehouden met de gewenste stroombaan van het hemelwater. De watertoets, die wordt uitgevoerd door HH Rijnland, is een wettelijke verplichting bij planvorming en moet uitwijzen of/hoeveel gecompenseerd dient te worden.

(Richtlijn : 100% van het verlies wateroppervlak en 15% van de toename van verhard oppervlak.) De watertoets is geen toets achteraf, maar een proces waarmee de waterbeheerder vroegtijdig wordt betrokken bij het ontwerp. De doeleinden ‘Toekomstbestendig watersysteem’ en ‘Aanpak droogte en hittestress’ zijn potentiële ambities voor Haarlemmer Stroom. Het terrein wordt volledig herontwikkeld. In dit stadium kunnen de mogelijkheden om meer water te bergen worden verkend. Net als de opties voor droogte en hittestress middels een klimaattoets. Ondergrond De situatie van de ondergrond is zeker zo belangrijk als bovengronds. De ontwikkelaar draagt zorg voor alle noodzakelijke onderzoeken om de gewenste ruimtelijke ontwikkeling te kunnen realiseren. Waar nodig, neemt hij vervolgens maatregelen. Voor het terrein van Haarlemmer Stroom gaat dat in elk geval om: • Bestaand en toekomstige kabels, leidingen en riolering • Archeologie via een waardestellend rapport • Niet-gesprongen explosieven via een risico-analyse • Bodemonderzoek

Stedebouwkundig Programma van Eisen - Haarlemmer Stroom

23

DUURZAAMHEID In 2040 wil Haarlem aardgasvrij en circulair zijn. Daarnaast moet in 2050 de openbare ruimte zo zijn ingericht dat deze klimaatbestendig is. Er zijn beleidsdoelstellingen gesteld ten aanzien van duurzaamheid. Om deze doelstellingen daadwerkelijk te halen zijn eisen en wensen uit bestaand beleid verzameld in de Praktijkrichtlijn Duurzame Stedenbouw. Deze richtlijn formuleert op concrete wijze wat de gemeente vraagt aan bouwende partijen. Het gaat daarbij om alle plannen die een relevante omvang hebben en/of waarbij de gemeente in een vroeg stadium is betrokken. Met deze beleidsnota kan duurzaamheid op het juiste moment een plek krijgen in het planproces. Door eenduidige eisen te stellen om zo op de juiste manier maatwerk te verrichten. Een algemeen uitgangspunt is dat energieverbruik zo veel mogelijk wordt gereduceerd en dat de resterende vraag zo duurzaam mogelijk moet worden ingevuld. Bijvoorbeeld door zo veel mogelijk de platte daken van nieuwbouw te benutten voor zonnepanelen. Een kanttekening is de beperking voor duurzaam bouwen die het behouden van monumenten met zich mee kan brengen. Hieronder volgen uitgangspunten die gewenst zijn om als randvoorwaarde op te nemen voor de herontwikkeling en transformatie van Haarlemmer Stroom. Energie en Warmte • Aardgasvrij bouwen Aardgasvrij bouwen wordt reeds als voorwaarde gesteld.

Gemeente heeft de ‘routekaart naar aardgasvrij 2040’ vastgesteld. Het Rijk heeft per 1 juli 2018 de gaswet gewijzigd waardoor nieuwe gebouwen in principe geen gasaansluiting meer krijgen. Dit komt door een wijziging van de gasaansluitplicht. De wetswijziging heeft invloed op alle nieuwe gebouwen met een kleinverbruikersaansluiting. De ambitie Haarlem Aardgasvrij 2040 is ook van toepassing op de bestaande bouw. • Bijna Energieneutraal Bouwen (BENG) Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat alle aanvragen van omgevingsvergunningen per 1 jan 2020 moeten voldoen aan de eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG ). Deze vervangt de energieprestatiecoëfficiënt (EPC). De BENG is opgebouwd uit drie indicatoren: de maximale energiebehoefte, het maximale primair fossiel energiegebruik en het minimale aandeel hernieuwbare energie. De BENGeisen gelden alleen voor nieuwbouw. Neemt niet weg om voor bestaande bouw ook de mogelijkheden te verkennen om minimaal energie te verbruiken en in duurzame vorm. • Checklist Warmtebron Nieuwbouwprojecten kunnen bijdragen aan de energietransitie van omliggende bestaande bouw. Dit kan door in de ontwikkeling van deze nieuwbouwprojecten een geschikte warmtebron te realiseren waarmee 24

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

ook de warmte voor de warmtevoorziening van de omliggende bestaande bouw kan worden geleverd. Hiervoor geldt wel een aantal generieke punten, die in de checklist staan omschreven. De checklist geeft een indicatie of projectontwikkelgebied in theorie geschikt is voor een collectief warmtesysteem. Klimaatadaptatie Klimaatbestendig ontwerpen is een integrale opgave die rekening houdt met water, hitte en droogte. • Watertoets en -compensatie zie Omgevingsaspecten • Toekomstig watersysteem Haarlem moet zich voorbereiden op wateroverlast. Het extra hemelwater wordt zoveel bovengronds geborgen en afgevoerd naar open water. Bij nieuwbouw geven we als eis mee dat er een toekomstbestendig watersysteem wordt aangelegd met waterbergingscapaciteit. Dat houdt concreet in dat de ontwikkeling minimaal 70 mm water per m2 moet kunnen bergen op eigen terrein gedurende in een etmaal. Groen en Ecologie • Natuurtoets en compensatiemaatregelen ecologie Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet deze met een natuurtoets beoordeeld worden op ecologische effecten. Een quickscan ecologie maakt standaard deel uit van de uit te voeren onderzoeken. Deze quickscan kan als basis dienen voor een mitigatie- of compensatieplan in het kader van een ontheffingsaanvraag.

Het ontwerp houdt rekening met uitkomsten van de quickscan en wordt hierop aangepast en past, als behoud niet mogelijk is, compenserende maatregelen toe. De compenserende maatregelen worden genomen voor de aangetroffen (beschermde) soorten. Een quickscan Ecologie is wettelijk verplicht zodra er iets aan gebouwen veranderd gaat worden, ook bij relatief nieuwe gebouwen. Ook kunnen overal vleermuizen (zomer- en/of winterverblijven) zitten of vogels broeden. Het terrein is voldoende in beeld, wel dient er om de 3 jaar onderzoek te worden gedaan naar vleermuizen en broedende vogels. • Natuurinclusief bouwen Om een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier te maken, moet de natuur een volwaardige plaats krijgen bij het ontwerpen van nieuwbouw en (openbare) ruimte hier omheen. Behoud en aansluiten op de bestaande ecologische waarden is uitgangspunt. Daarnaast liggen er grote kansen voor bevordering van natuur binnen bouwprojecten. De aandacht voor biodiversiteit kan vertaald worden in natuurinclusief bouwen, zoals groene daken en gevels,

voorzieningen voor insecten, nestgelegenheid, vleermuisverblijven en vogelvides. Dit biedt potentie voor het toekomstige parkeergebouw. Op elk gebouw zo mogelijk minimaal 1 of meerdere inbouwstenen/ gevelbetimmering voor vleermuis/gierzwauw/huismus is wenselijk. Circulariteit • Milieuprestatie gebouwen (MPG) Voor nieuwbouw dienen de waardes gehanteerd te worden conform bouwbesluit 2018. De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) geeft aan wat de milieubelasting is van de materialen die in een gebouw worden toegepast. De MPG is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht. Er geldt voor de MPG een maximum grenswaarde van 1,0. Dat is een norm voor de ‘schaduwkosten’ van de toegepaste materialen. (Het gaat hierbij om nieuwbouwwoningen en nieuwe kantoorgebouwen die groter zijn dan 100m²) • Toekomstbestendig ontwerpen De herontwikkeling van het terrein is in beginsel duurzaam hergebruik. De bestaande en nieuwe gebouwen dienen ook in de toekomst flexibel te gebruiken zijn. Mobiliteit • Stimuleren fiets en voetgangers door de openbare ruimte Belangrijke uitgangspunten voor het ontwerpen zijn dat de voetganger en de fietser een prominentere rol krijgen binnen de stad (SOR 2040 & Omgevingsvisie Haarlem 2045). De fiets wordt zelfs het belangrijkste vervoermiddel binnen de stad (denk aan comfort, routes, parkeren).

In algemene zin kan het aantal autoritten gereduceerd worden en is het de bedoeling dat er steeds minder parkeerplaatsen in de openbare ruimte komen. Ook bij (ver)bouwprojecten moet dit principe leidend zijn. Bijvoorbeeld met een aantrekkelijke looproute naar de dichtstbijzijnde HOV-halte of NS-station, autoparkeren op afstand en voldoende en comfortabele fietsenbergingen of -stallingen die gemakkelijker bereikbaar zijn dan de parkeerplaatsen voor auto’s. • Fietsparkeren in het ontwerp De fiets speelt een belangrijke rol in de gewenste duurzame mobiliteitstransitie. Fietsparkeren is daarom een van de speerpunten van de SOR 2040. In het ontwerp moet er aandacht zijn voor het fietsparkeren voor de bedrijven en bezoekers. Slimme locaties, goed bereikbaar en zeer comfortabel waardoor gebruikers verleid worden de fiets te verkiezen boven de auto. Het fietsparkeren neemt minder ruimte in dan autoparkeren, maar het ruimtebeslag is niet nihil. Bovendien komen er steeds meer soorten fietsen (bakfietsen, elektrische fietsen). Een goede integratie van (voldoende) fietsparkeren in het ontwerp moet als doel

hebben de ruimtelijke kwaliteit te vergroten, niet leiden tot inperking van beoogd groen én om het gebruik van de fiets te stimuleren. • Laadpunten auto Als onderdeel van de energiestransitie wordt elektrisch rijden gestimuleerd door het vergroten van de laadinfrastructuur (laadvoorzieningen). Bouwontwikkelingen moeten voldoende laadvoorzieningen realiseren. Het CROW heeft hiervoor een richtlijn opgesteld, dit kan als basis gebruikt worden. • Smart Mobility in ontwikkelzones De gemeente streeft er naar tot 2025 10.000 woningen te realiseren, grotendeels in ontwikkelzones. De intensivering van bedrijventerreinen is daar uiteraard bij gemoeid zoals bij Haarlemmer Stroom, gelegen naast de Sportheldenbuurt. Dit worden duurzame toekomstwijken, waarbij op het gebied van mobiliteitsconcepten geëxperimenteerd wordt en met zo efficiënt mogelijke ruimtebehoefte wordt gebouwd. Binnen een experiment is veel mogelijk, maar we moeten voorkomen dat het leidt tot overlast van omliggende wijken. Initiatiefnemers worden uitgedaagd om te komen met een passend experiment voor een mobiliteitsconcept, waarbij ze ook oog hebben voor de bestaande omgeving.

Stedebouwkundig Programma van Eisen - Haarlemmer Stroom

25

26

6,8 7,4

verbetering openbare ruimte (autoluw / shared space)

1:1000

maximale bouwhoogte

behoud plantenvakken

zoekgebied water

centrale pleinruimte

4,5

17 17

zoekgebied verkeersruimte

ontwikkelgebied

bestaande nieuwbouw

oudbouw

plangrens

34,1

17 17

22

22-30

27

13 13

16 16

Bijlage I - Stedenbouwkundige randvoorwaarden kaart, 1:1000

10,5

16

Legenda

Gemeente Haarlem - Afdeling Omgevingsbeleid

22,0

13 13

Stedebouwkundig Programma van Eisen - Haarlemmer Stroom

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12263609/1