20210430881 5 Bijlage 4 Routekaart Haarlem - Raming van emissies in 2030 (rapportage CE Delft)
Tekst van het document
32
210194 - Routekaart Haarlem - Oktober 2021
transitie naar aardgasvrij houdt niet op in 2030, en juist voor de versnelling in de jaren daarna zijn de huidige projecten noodzakelijk om verdere versnelling mogelijk te maken.
…maar zet tegelijkertijd actiever in op isolatie en hybride warmtepompen In de TVW is ook aandacht voor de tussenstappen, zoals isolatie en het installeren van een hybride warmtepomp. Dit gebeurt met communicatie, advies en financiële ondersteuning. Wanneer de doelstelling van de gemeente Haarlem zich meer richt op CO 2-reductie, neemt het belang van deze tussenstappen toe. Er zijn geen aanvullende beleidsinstrumenten die de gemeente kan inzetten, maar de bestaande aanpak kan worden geïntensiveerd.
Zet in op het ondersteunen van VvE’s In Haarlem zijn 50% van de woningen in Haarlem gestapeld. Daar waar dit koopwoningen betreffen zitten hier VvE’s. Haarlem kan VvE’s ondersteunen bij het opstellen van een duurzaam meerjarenonderhoudsplan. VvE’s zijn complexe organisaties, maar het voordeel is dat zodra maatregelen in een onderhoudsplan zijn opgenomen deze ook langjarig worden uitgevoerd op natuurlijke momenten. Er bestaat een wat oude, maar nog steeds actuele, handleiding hoe VvE’s hierbij te ondersteunen.
Betaalbaarheid is met name een nationale opgave, als gemeente kun je wel kijken naar financiële ondersteuning Een belangrijk risico voor het tempo is de betaalbaarheid van de opgave. Er zijn ook groeiende zorgen over energiearmoede. Een gemeente heeft maar beperkte instrumenten om de betaalbaarheid van de energietransitie te bevorderen. Rijksbeleid is hiervoor nodig. Het bestaat hierbij uit het zorgen voor de juiste financiële prikkels, subsidies en het stimuleren van het aanbod, zowel in personeel als in kennis van de huidige installateurs. De Europese Commissie concludeert dat er in het Nederlandse nationale beleid gerichte maatregelen ontbreken om energiearmoede terug te dringen (EC, 2020). Op lokaal niveau valt energiearmoede met name onder het armoedebeleid van de gemeente. Om de betaalbaarheid van de energietransitie te vergroten kan een gemeente met name inzetten op financiële ondersteuning (subsidies, financiering) van energiebesparende maatregelen zoals isolatie, zonnepanelen en hybride warmtepompen. Dit kan bewoners helpen hun energierekening te verlagen en is daarom een belangrijk instrument. Eenmalige subsidies voor het aansluiten op een warmtenet zijn minder geschikt als langetermijnoplossing omdat deze de maandlasten niet omlaag brengen, maar zijn wel belangrijk om huishoudens te ondersteunen bij de omschakeling.
Eventueel kan de gemeente bij warmtenetten extra sturen op lage vaste lasten om energiearmoede tegen te gaan.
Zorg voor een heldere route voor alle Haarlemmers Hiernaast is het belangrijk dat er een helder eindbeeld ontstaat voor alle inwoners van Haarlem over welke (isolatie)maatregelen zij moeten treffen in hun woning. Dit is niet enkel een taak van Haarlem. Juist landelijke informatie, informatie over specifieke woningtypen in Nederland et cetera zijn hierbij benodigd. Er zijn meerdere gemeenten in Nederland die werken aan concrete adviezen voor specifieke woningtypen. Het is in de ogen
33
210194 - Routekaart Haarlem - Oktober 2021
van CE Delft niet efficiënt als iedere gemeente deze adviezen zelf ontwikkelt. De gemiddelde burger kijkt niet naar lokale bronnen voor zulk advies, maar zal via internet terechtkomen op een van de vele sites hierover. Rijksbeleid is noodzakelijk om deze eisen gelijk te trekken. De Standaard- en Streefwaarden zijn hiervoor een aanzet, maar het is nog onduidelijk wat de status van deze Standaard gaat zijn. Een besluit hierover wordt door een nieuw kabinet genomen.
Aanvullende eisen nieuwbouw hebben een beperkt effect Nieuwbouw zorgt slechts voor een zeer beperkte groei in de CO 2-uitstoot in Haarlem. De vraag is of Haarlem hier hard op moet inzetten. Vanuit de Omgevingwet krijgt iedere gemeente wel de mogelijkheid om zelf aanvullende eisen stellen aan de BENG-norm. Een recent onderzoek laat zien dat dit wel vraagt om goed maatwerk per project, omdat er anders negatieve effecten kunnen optreden die uiteindelijk leiden tot een hogere CO2-uitstoot (W/E adviseurs & Nieman RI, 2021).
11.3
Werken Er resteert nog een opgave van 22 procentpunten tussen de ambitie en de verwachte effecten van het autonome en Haarlemse beleid. Aanvullend beleid is nodig om dit gat te dichten. Een studie die wij voor de gemeente Eindhoven hebben uitgevoerd laat zien dat de meeste CO2-winst bij bedrijven te halen is met achtereenvolgens: — de warmtetransitie (aardgasvrij maken van ruimteverwarming); — elektrificatie van processen die nu nog op aardgas gebeuren; — het handhaven van de EML. Dit zijn dan ook de meest belangrijke zaken waar Haarlem op in kan zetten in haar beleid. Het is belangrijk hierbij te beseffen dat de eerste twee beleidsterreinen niet voor 2030 zijn voltooid.
Zorg voor voldoende middelen voor handhaving Haarlem voert al acties uit voor het stimuleren van bedrijven om energiezuiniger te werken en verduurzamingsmaatregelen te nemen. Minimaal is het zaak dat er nu voldoende middelen komen voor een effectieve handhaving op de Wet milieubeheer. Hiervoor is onlangs door de Rijksoverheid extra aandacht voor gevraagd, en ook extra middelen voor vrijgemaakt (Rijksoverheid, 2021). Deze extra middelen moeten ook deels vanuit gemeenten komen in hun opdracht aan de Omgevingsdienst om prioriteit te geven aan deze handhaving.
Erfgoedbeleid biedt beperkte mogelijkheden voor energiebesparing winkels De handel in Haarlem is een belangrijke factor in de uitstoot van CO2. Het gaat hier om groothandels en winkels. Voor het verduurzamen van winkelpanden is onlangs een onderzoek uitgevoerd naar de stand van zaken van verduurzaming bij winkels (Colliers, 2021). Er lijkt momenteel noch bij eigenaren noch bij winkeliers een gevoel van urgentie te bestaan om te verduurzamen. Veel winkelpanden hebben te maken met een split-incentive, met huurders en vastgoedeigenaren. De onderzoekers stellen dat nationaal beleid
34
210194 - Routekaart Haarlem - Oktober 2021
(vergelijkbaar met de energielabelverplichting bij kantoren) nodig is om versnelling in de verduurzaming in aan te brengen. Van de 25 grootste gemeenten scoort Haarlem slecht op het gebied van duurzaamheid. Dat heeft specifiek te maken met de vele monumentale winkelpanden in Haarlem. Hoewel de grootste inzet vanuit Rijksbeleid zal moeten komen, kan de gemeente Haarlem in haar erfgoedbeleid mogelijk duurzaamheid bevorderen vanuit de subsidieregeling herstel historische winkelpuien. Bij het terugbrengen van historische puien kan immers ook een slag in de verduurzaming gemaakt worden.
Eigen vastgoed Scherp de onderhoudsplanning aan vanuit nieuwe renovatiedoelstellingen Vanuit Europa (voorstel EED) komen er voor gemeenten nieuwe doelstellingen voor het renoveren van gemeentelijk vastgoed. Alle overheidsinstanties, inclusief gemeenten, worden vanuit Europa verplicht om een energiebesparing van 1,7% per jaar te halen (voor alle activiteiten tezamen). Het is als gemeente Haarlem verstandig om de huidige plannen voor de verduurzaming van het eigen vastgoed tegen deze nieuwe doelstellingen aan te houden. Ook kan Haarlem voorop lopen met eisen voor nieuw te betrekken vastgoed. De Europese normen gaan zeer expliciet ook over gebouwen die overheidsinstanties niet in bezit maar wel in gebruik hebben. Hier geeft de EED aan dat overheidsinstanties hun contractueel recht moeten inzetten om de eigenaar aan te moedigen het gebouw tot bijna energieneutraal te renoveren. Voor nieuw te betrekken gebouwen moet de overheidsinstantie pogen het hoogste of op een na hoogste energie-efficiëntiecertificaat te verkrijgen. Haarlem zou al vooruit kunnen lopen op dit beleid.
Eigen vastgoed voorbeeldfunctie voor aardgasvrij Ook het eigen vastgoed zal aardgasvrij moeten worden verwarmd. Het is goed als Haarlem hierin het voortouw neemt. Minimaal op natuurlijke monumenten, maar ook door investeringen naar voren te halen wanneer dit van meerwaarde is voor de warmtetransitie in de wijken.
11.4
Verkeer en Vervoer De klimaatdoelstelling voor Verkeer en Vervoer lijkt met de doorrekeningen die zijn gedaan binnen bereik.
Start met uitvoer van het mobiliteitsbeleid De beoogde reducties worden enkel behaald met een voortvarende doorvertaling van het beleid in concrete maatregelen en projecten. Monitoring van de voortgang is hierbij cruciaal, wat gelukkig ook al wordt onderkend in het mobiliteitsbeleid 2040.
35
210194 - Routekaart Haarlem - Oktober 2021
Overweeg in de toekomst een zero-emissiezone voor personenvervoer Als er aanvullende maatregelen nodig zijn, dan kan met name het instellen van een zeroemissiezone voor personenvervoer leiden tot een hoge aanvullende CO 2 reductie. Invoering kan nog niet op korte termijn, aangezien hiervoor het Rijksbeleid nog moet worden aangepast (momenteel is zo een milieuzone nog niet toegestaan). Daarnaast is het verstandig om een lange invoertijd te hebben, zodat inwoners de tijd hebben om zich op de komst van zo een zone voor te bereiden.
...en andere aanvullende maatregelen Alle andere maatregelen leveren aanzienlijk minder op. Meer inzetten op slimme inregeling van de VRI’s, het stimuleren van duurzame mobiele werktuigen bij het inkopen van werkzaamheden, en het inzetten op distributiehubs zijn maatregelen die interessant zijn om te onderzoeken, mogelijk in samenwerking met de regiogemeenten zoals Haarlemmermeer.
11.5
Elektriciteitsvraag en opwek Voor de reductie van de CO2-emissies door elektriciteit is er nog een gat van ongeveer 10 procentpunt. De gemeente Haarlem heeft hierin echter een geringe rol: met name de Rijksoverheid is aan zet om de elektriciteitsvoorziening verder te verduurzamen. De gemeente kan helpen met het voorkomen van onnodig gebruik van elektriciteit, en door haar steentje bij te dragen aan de opwek van duurzame elektriciteit.
Reduceren elektriciteitsvraag gaat hand in hand met aardgasvrij Acties op het gebied van energiebesparing (bij bewoners, maar belangrijker: bij de sector werken) om de groei van elektriciteit te beperken. De maatregelen hiervoor zijn weergegeven in Paragraaf 11.2 en 11.3.
Kijk goed naar de groei van datacenters Naar verwachting stijgt het elektriciteitsgebruik ook flink door de toename en uitbreiding van datacenters in Haarlem. Eventueel kan voor het behalen van de Haarlemse doelstelling worden gekeken of deze ontwikkelingen wenselijk zijn. Het is belangrijk om je bij deze afweging een aantal zaken te realiseren: — Een datacenter dat niet in Haarlem komt kan wel ergens anders in Nederland landen, op nationaal niveau maakt dit niet uit voor het behalen van de doelstellingen uit het Klimaatakkoord. — Datacenters zijn een belangrijke bouwsteen voor de warmtenetten in Haarlem. Als warmte niet uit datacenters kan worden gewonnen zal Haarlem moeten vertrouwen op het (nu nog steeds minder zekere) geothermie, waarmee ook de verwachte trend voor 2030 in gevaar kan komen. Bij nieuwe datacenters zijn er echter wel keuzes te maken die invloed hebben op het energiegebruik en ruimtebenutting. De gemeente kan vestigingseisen stellen. Dit gaat bijvoorbeeld om ruimtelijke plaatsing in de nabijheid van toekomstige warmteafnemers, het aantal verdiepingen (ruimtelijke efficiëntie), toezegging om restwarmte ter beschikking te stellen op een bepaald temperatuurniveau, eisen voor de energie-efficiëntie en voor de (esthetische) uitstraling. Tot slot zijn datacenters belangrijk voor de belasting van het
36
210194 - Routekaart Haarlem - Oktober 2021
elektriciteitsnet en moet de gemeente hier rekening mee houden (CE Delft & Buck Consultants International, 2021).
Elektriciteitsopwekking Stimuleren zon-pv niet meer nodig De gemeente Haarlem zet flink in op een groei van zon op daken. De doelstellingen voor zon op geschikt dakoppervlak zijn hoog. Voor zon op daken kan de gemeente met name verleiden en stimuleren. Stimuleren (financieel) is voor zon eigenlijk niet meer nodig, en geadviseerd wordt om dit enkel te doen voor proceskosten of bij specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld bewoners met een smalle beurs).
Energieopwekking op nieuwbouw De gemeente kan hiernaast aanvullende eisen stellen aan zon op nieuw te bouwen en te renoveren gebouwen. Dit staat in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In het Bbl krijgt de gemeente met de inwerkingtreding van de omgevingswet maatwerkmogelijkheden waarmee zij bij nieuwe gebouwen die niet onder de voorgenomen BENG-eisen vallen (onverwarmde industriehallen) en bij renovaties van bestaande gebouwen, het duurzaam gebruik van het dak kan eisen. Ook kan zij ervoor kiezen om de BENG-eisen voor hernieuwbare opwekking aan te scherpen voor nieuwbouw. Hierbij wordt wel geadviseerd om deze aanscherping per projectlocatie te bezien, in samenhang met de nadere BENG-normen (W/E adviseurs & Nieman RI, 2021).
Ruimte voor energie-infrastructuur De elektriciteitsvraag neemt toe in Haarlem, door elektrisch verwarmen, koken en rijden. Hiernaast neemt ook de opwek van elektriciteit op lokaal niveau toe. Het is belangrijk om hierover met netbeheerder Liander goed te blijven afstemmen om te voorkomen dat op straatniveau het net dit niet aankan. Met name de groeiende vraag van elektriciteit leidt in Haarlem tot mogelijke knelpunten. Aanpassen en uitbreiding van de transformatorstations kost ruimte. Liander heeft dit in een flyer goed verwoord.
11.6
Ketenverantwoordelijkheid Er zijn geen doelstellingen geformuleerd op ketenverantwoordelijkheid. De adviezen die hier gegeven worden focussen met name op de eigen organisatie, aangezien de gemeente hier direct veel invloed op heeft.
Eigen organisatie De gemeente Haarlem heeft een nieuw beleid rondom maatschappelijk verantwoord inkopen. Dit moet nu goed worden uitgewerkt en zijn effect gaan krijgen. Hiervoor hebben wij een aantal adviezen:
37
210194 - Routekaart Haarlem - Oktober 2021
Veranker strategische doelen in de organisatie In het MVI beleid zijn strategische doelstellingen geformeerd. Geadviseerd wordt om doelstellingen per productcategorie op te stellen. Dit hoeven niet meteen effectdoelstellingen te zijn (x% besparing), maar kunnen ook procesdoelstellingen zijn, zoals: — komend jaar met de 10 grootste GWW-projecten met een bouwteam aan de slag; — voor eind van het jaar x aantal categorieplannen af hebben, waarin ketenverantwoordelijkheid integraal is opgenomen.
Zorg voor kennis Zorg hiernaast dat er kennis is van duurzaamheid bij de betrokken projectleiders/inkopers/ contractmanagers. Is er een duidelijk aanspreekpunt, per productgroep of per thema (milieu, circulair, sociaal)?
Stel de verantwoordelijkheden vast Bij het borgen van beleid is het belangrijk om helder te hebben wie de duurzame doelen stelt, wie is verantwoordelijk voor het behalen van deze doelen, wie verzamelt de informatie voor monitoring, etc. Zorg dat medewerkers zich verantwoordelijk voelen voor het verlagen van de milieu- en CO2-impact, bijvoorbeeld door dit in de standaard procesbeschrijvingen en in de taakomschrijvingen van medewerkers te verwerken. Neem ‘duurzaamheid’ als standaard onderdeel op bij evaluatiegesprekken (van functioneren medewerkers, maar ook van projecten).
Focus op gebieden met de meeste impact Start met een aantal gebieden waar veel impact te halen is (GWW, voedsel, consumptiegoederen) en richt het inkoop-en aanbestedingsproces zo in dat elke uitvraag uit deze gebieden eerst wordt getoetst door een team van experts op gebied van duurzaamheid.
Meten is weten Zet een vorm van monitoring op. De volgende stukken kunnen behulpzaam zijn: — Handreiking monitoring en contractuele borging MVI — Handreiking Circulair Inkopen bij Friese overheden
Maak afspraken met ketenpartners In de afspraken met ketenpartners kan de gemeente actief sturen op hoe deze partijen hun inkoop vormgeven, of omgaan met de verwerking van het afval. Ook kan de gemeente deze partijen verzoeken om inzicht te geven in hun ketenverantwoordelijkheid. Geadviseerd wordt om dit bewust te doen, en mee te nemen in de monitoring. Zie ook de volgende voorbeelden.
Voorbeeld afvalverwerking: Momenteel rapporteert Spaarnelanden in de gemeentebegroting over de hoeveelheid gescheiden aangeleverd afval. Mogelijk is het daarnaast ook interessant om te weten hoe dit aangeleverde afval uiteindelijk is verwerkt, en wat de milieu-impact hiervan is geweest. Ook kunnen ideeën worden opgedaan via de Methodiek duurzaam aanbesteden afval. Voorbeeld sportaccommodaties: Bij beheer en onderhoud van sportaccommodaties kunnen duurzaamheidseisen ook een rol spelen. Voor bijvoorbeeld kunstgrasvelden worden voorbeelden genoemd in deze rapportage.
38
210194 - Routekaart Haarlem - Oktober 2021
Bewustwording bij Haarlemmers Hiernaast moeten Haarlemmers zich bewust worden van hun milieu impact en hoe zij hier aan kunnen bijdragen. Het is belangrijk om je hierbij te realiseren dat veel burgers hun informatie met name uit landelijke gremia halen, en dat je als gemeente hier slechts een beperkte invloed op kunt hebben.
39
210194 - Routekaart Haarlem - Oktober 2021
Literatuur Boeschoten, 2018. Potentiële energiebesparing na isolatiemaatregelen (niet openbaar). Liander. CE Delft, 2020. Top 10 milieubelasting gemiddelde Nederlandse consument - update versie 2020. Delft, CE Delft. CE Delft & Buck Consultants International, 2021. MRA-brede Strategie Datacenters. CE Delft,Delft. CE Delft & TNO, 2021. Effectbepaling duurzame mobiliteitsopties: Provincies Noord-Holland en Flevoland. Delft, CE Delft. Colliers, 2021. Verduurzaming van winkels in Nederland. Amsterdam, Colliers. EC, 2020. Commission Staff Working Document : Assessment of the final national energy and climate plan of the Netherlands, SWD(2020) 918 final. Brussels, European Commission (EC). Gemeente Haarlem, 2019. Prestatieafspraken Haarlem 2018 tot en met 2021 geactualiseerd 2019. Haarlem, Gemeente Haarlem. Gemeente Haarlem, 2020. Actieplan schone energie. Haarlem, Gemeente Haarlem. KNMI, 2014. KNMI'14: klimaatscenario's voor Nederland. Partijen Bestuursakkoord. 2020. Bestuursakkoord Zero Emissie Regionaal Openbaar Vervoer Per Bus [Online]. Available: https://zeroemissiebus.nl/wpcontent/uploads/2020/08/Bestuursakkoord_Zero_OV-Bus.pdf [Accessed oktober 2021]. PBL, 2020. Klimaat- en Energieverkenning (KEV) 2020. Den Haag, Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). PBL, 2021. Integrale Circulaire Economie Rapportage (ICER). Den Haag, Planbureau voor de Leefomgeving (PBL).
Rijksoverheid, 2021. Stand van zaken informatieplicht, energiebesparingsplicht en extra capaciteit toezicht en handhaving. Den Haag, Rijksoverheid. Rijkswaterstaat. lopend-a. Klimaatmonitor : Klimaatmonitor; gasgebruik Amsterdam Amsterdam [Online]. Available: https://klimaatmonitor.databank.nl/Jive [Accessed 2019]. Rijkswaterstaat. lopend-b. Klimaatmonitor: Energielabels (geldige labels Rijksoverheid) Haarlem [Online]. Available: https://klimaatmonitor.databank.nl/Jive?workspace_guid=d3921f36-c845-49a1b50d-72a4e0620e39 [Accessed september 2021]. W/E adviseurs & Nieman RI. 2021. Lente Akkoord [Online]. Available: https://www.lenteakkoord.nl/wp-content/uploads/2021/07/Scherpere-eis-voor-BENG-1-heeftwisselende-effecten-1.pdf [Accessed 10-09- 2021].
40
210194 - Routekaart Haarlem - Oktober 2021
A Tabellen Tabel 6 – Broeikasgasemissies van Haarlem in 2017 en 2019 (kton CO2-eq.) Categorie
2017
2019
Wonen
163
163
163
163
Gas en warmte Werken
86
83
Gas publieke dienstverlening
31
28
Gas commerciële dienstverlening
38
37
Gas industrie
17
18
Gas landbouw
1
1
Warmte
0
0
Mobiliteit
109
111
Brandstoffen personenauto’s en motoren
67
65
Brandstoffen bestel- en vrachtverkeer
21
22
Brandstoffen bus en trein
4
4
Brandstoffen mobiele werktuigen
17
19
0
0
Elektriciteit
Brandstoffen binnenvaart
249
211
Woningen
79
63
Publieke dienstverlening
40
30
Commerciële dienstverlening
97
93
Industrie
33
24
Landbouw
1
0
Mobiliteit
-
-
607
568
Totaal
41
210194 - Routekaart Haarlem - Oktober 2021
Tabel 7 - Emissies Nederland en doelstelling Klimaatakkoord (Mton CO2-eq.) Sector
1990
2017
Doel 2030
2030 vs. 1990
2030 vs. 2017 *
Gebouwde omgeving
29,9
24,6
15,3
-49%
-38%
Mobiliteit
32,3
35,3
25
-23%
-29%
Industrie
87
56
35,7
-59%
-36%
Landbouw en landgebruik
39,4
32,5
28
-29%
-14%
Elektriciteit
39,6
48,3
12,4
-69%
-74%
228,2
196,7
116,4
-49%
-41%
Totaal
Tabel 8 – Haarlem in lijn met Klimaatakkoord (kton CO2-eq.) Categorie
2017
Doelstelling Klimaatakkoord* (2030 vs. 2017)
Resterende emissies 2030 conform doelstelling
Wonen
163
-38%
101
163
-38%
101
86
-37%
54
Gas publieke dienstverlening
31
-38%
19
Gas commerciële dienstverlening
38
-38%
23
Gas industrie
17
-36%
11
Gas landbouw
1
-14%
1
Gas en warmte Werken
Warmte
0
-38%
0
Mobiliteit
109
-29%
77
Brandstoffen personenauto’s en motoren
67
-29%
47
Brandstoffen bestel- en vrachtverkeer
21
-29%
15
Brandstoffen bus en trein
4
-29%
3
Brandstoffen mobiele werktuigen
17
-29%
12
0
-29%
0
Elektriciteit
Brandstoffen binnenvaart
249
-74%
64
Woningen
79
-74%
20
Publieke dienstverlening
40
-74%
10
Commerciële dienstverlening
97
-74%
25
Industrie
33
-74%
9
Landbouw
1
-74%
0
Mobiliteit
-
-74%
-
607
-51%
296
Totaal *
42
De kleuren geven aan welke getallen zijn overgenomen uit het Klimaatakkoord.
210194 - Routekaart Haarlem - Oktober 2021