20210425435 3. Bijlage 2 Factsheet Rapportage derde meeting onderzoek MO BW in de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer
Tekst van het document
Ambulantisering en regionalisering van de maatschappelijke opvang en beschermd wonen in de regio Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer, 2021 In de derde meting van dit vijfjarig onderzoek stond het clientperspectief centraal. Hiervoor spraken wij dit jaar voor de derde keer met 27 cliënten met ervaringen in de maatschappelijke opvang en beschermd wonen over hun opvangervaringen, routes naar herstel, participatie en zelfredzaamheid. Hieruit komende volgende punten naar voren:
1. Werken aan herstel in de opvang en beschermd wonen •
•
Kleinschalige opvanglocaties met eigen voorzieningen en eigen motivatie blijken bevorderlijk voor tijdig herstel uit opvang, terwijl het vinden van een doorstroomplek voor cliënten met complexe problematiek of een dubbeldiagnose in deze regio lastig blijft. (Voorbereiding op) uitstroom uit beschermd wonen wordt steeds zichtbaarder, en had volgens sommigen eerder gekund.
2. Uitstroomtraject naar een zelfstandige woning in de regio • •
Terwijl praktische ondersteuning bij uitstroom cruciaal is, zeker bij uitstroom naar de regio, vallen economisch dakloze personen nog tussen wal en schip. Directe, heldere en eenduidige communicatie tussen corporatie, zorgaanbieder en cliënt is ook van belang. Met name binnen Housing First-trajecten.
3. Een zachte landing en goede start in de wijk • • •
Continuïteit van begeleiding is door velen als positief ervaren, wel is voor BW-trajecten meer samenwerking met een lokale wijkprofessional van belang. In ‘volkswijken’ ervaren uitstromers makkelijk aanspraak en meer acceptatie. Uitstromers hebben een checklist opgesteld met voorwaarden voor tijdige signalering.
1. Werken aan herstel in de opvang en beschermd wonen Ervaringen verblijf maatschappelijke opvang/nachtopvang • Gebruikersruimtes op de Wilhelminastraat creëren veel onrust bij verblijvers in de opvang die zelf (nu) niet gebruiken. Men pleit voor een aparte locatie. • Kleinschalige opvanglocaties met eigen voorzieningen, ingezet tijdens COVID19, bieden rust, privacy en werken herstel bevorderend volgens MOparticipanten. Zo waren zij beter in staat hun zelfredzaamheid te behouden. • Een groot deel van de participanten is tevreden met MO-trajectbegeleiding. Wel wenst men meer duidelijkheid over de start van dit traject. • Eigen motivatie blijkt van belang voor perspectief op uitstroom en de snelheid van trajecten. Voor personen met minder interne motivatie duurt het traject vaak langer. • Het vinden van een doorstroomplek voor cliënten met complexe problematiek of een dubbeldiagnose blijft in de regio lastig. Aanbevelingen • Tijdigheid van een traject is ook in lijn met het huidig Haarlems en landelijk streven maximaal drie maanden in de nacht- of noodopvang te verblijven • De transitie naar de eigen woning is ook wel beschreven als een ‘Critical Time’, waar specifieke interventies op kunnen worden ingezet. Met name bij uitstroom na langdurig verblijf kan dit van belang zijn voor een stabiele overgang.
Ervaringen verblijf beschermd wonen • Hier wordt de ambulantiseringsbeweging ook steeds zichtbaarder: er is veel in- en uitstroom en er is steeds meer aanbod ter voorbereiding op uitstroom. • Wel wordt er regelmatig geklaagd over de grote hoeveelheid wisselingen van BWbegeleiders. Dit zorgt voor onrust en gevaar op discontinuïteit in hun traject. Tevens is een vertrouwelijke band voor sommigen cruciaal voor stabiliteit. • Een deel dat na lang verblijf naar grote tevredenheid uitstroomde naar een zelfstandige woning had het idee dat dit ook al eerder had gekund. • Veel participanten die dit jaar een WLZ-indicatie kregen, moesten voorheen vaak verhuizen voor de juiste zorg. Zij hopen nu te kunnen blijven wonen waar ze wonen. “Toen ik in de psychiatrie terecht kwam rond 2000 moest ik heel vaak verhuizen […] op een gegeven moment kwam ik hier wonen en toen dacht ik, ik wil niet weer de hele tijd blijven verhuizen. Dus voorlopig wil ik gewoon hier blijven [...] Zolang ik zorg heb kan ik blijven wonen volgens mij.” - Ann, bewoonster BW, afgelopen 20 jaar vaak van voorziening verhuisd
Aanbevelingen: • Voor BW-cliënten met nu een WLZ indicatie kan permanente huisvesting, naar Fins model, ook voor personen met een zwaardere zorgvraag in de nabijheid van zorg worden gerealiseerd. • Door bij uitstroom vroegtijdig samenwerking te zoeken met wijkprofesssionals wordt zorg meer planbaar en tevens meer inzichtelijk voor de cliënt.
2. Uitstroomtraject naar een zelfstandige woning Voorbereiding op uitstroom • Uitstroom lijkt goed op gang gekomen. Uitgestroomde participanten hebben een zelfstandige woning gevonden in gemeente van voorkeur/herkomst en zijn blij de mogelijkheid te hebben om hier een voorkeur in uit te spreken. • Praktische ondersteuning bij regelzaken rondom de verhuizing is een essentiële voorwaarde en wordt zeer gewaardeerd. • Tijdig en goed voorbereid papierwerk blijken essentieel om bij toekenning van een huurcontract financiële zaken als een uitkering, toeslagen en inrichtingsbudgetten snel te regelen en doorstroom niet te vertragen. Bij overgang naar een andere gemeente vraagt dit om extra zorgvuldigheid van professionals in beide gemeenten. Zelfredzame daklozen bevinden zich wel nog vaak tussen wal en schip bij het vinden van een woning in de regio. De druk op de woningmarkt is groot en voorwaarden voor voorrangswoningen zijn vaak niet passend. Een aantal van hen geven aan zich soms minder zelfredzaam op om in aanmerking te komen voor een voorrangswoning bij gebrek aan andere alternatieven. Aanbevelingen: • Sociale wijkprofessionals en de Brede Centrale Toegang kunnen nog meer samenwerking opzoeken met aanpalende zorgketens als mantelzorgonder-steuning en jeugdzorg om alternatieve huisvestingsmogelijkheden te verkennen.
• Onder de Pannen is gestart in de regio Haarlem, maar zou nog beter aangehaakt kunnen worden bij de wijkprofessionals, opdat dit preventieve aanbod bij meer verhuurders en potentiële huurders bekend wordt.
Omklapconstructie: heldere onderlinge communicatie cruciaal • Contact met de woningbouw wordt ervaren als zakelijk, maar prettig. Betrokkenheid van begeleiding bij contactmomenten is prettig en heeft een belangrijke ondersteunende functie bij het adresseren van kwetsbaarheden. • Directe, heldere en eenduidige communicatie tussen corporatie, zorgaanbieder en cliënt is van belang. Met name binnen Housing First-trajecten kunnen verschillende signalen over voorwaarden en regels vanuit zorgaanbieder en corporatie zorgen voor onwenselijke situaties waarin iemands woonsituatie op het spel kan komen te staan. • Wel is het hierbij belangrijk uitstromers ook door middel van de juiste woonvoorwaarden een goede en eerlijke start te geven. Aanbevelingen: • Gemeenten kunnen overeenkomsten waarbij de rechtspositie van de huurder en risico’s voor de corporatie en zorgpartij gedekt worden, initiëren, bijv. met een gezamenlijk fonds. • Van naleving van de modelgetrouwheid van de ‘Housing First’, methodiek, kan de meeste effectiviteit verwacht worden. In geval van ervaren overlast loont het om buren te laten melden bij het Housing First-begeleidingsteam zodat zij dit kunnen bespreken met de desbetreffende client Op deze manier kan veel direct worden afgehandeld.
3. Wonen in de wijk: een zachte landing en goede start Ondersteuning en participatie in de wijk • Continuïteit van begeleiding bij uitstroom uit MO/BW naar de wijk via zowel contingentregelingen als andere routes worden door de meerderheid van de participanten als positief ervaren. Ook de mogelijkheid om na het omklapmoment ondersteuning (kortdurig) te continueren wordt door een deel van de participanten als zeer prettig ervaren. • Bij uitstroom uit de MO maakte het merendeel van de uitstromers kennis met een lokale wijkprofessional. Bij uitstromende BW-participanten vond dit nog minder vaak plaats. Dit blijft een aandachtspunt gezien met name BWparticipanten de wens uitspreken om alvorens uitstroom meer zicht te krijgen op initiatieven voor contact- en ontmoeting in de wijk. • Een aantal participanten geeft om deze reden ook aan het fijn te vinden te zijn uitgestroomd in de omgeving van eerdere medebewoners van MO of BW. Bij plaatsing in de wijk lijkt daar soms rekening mee te worden behouden. • Daarbij geven verschillende uitstromers aan een voorkeur te hebben voor ‘volkswijken’ omdat ze daar makkelijk aanspraak hebben en er onderling veel acceptatie is. Dit is echter afhankelijk van persoonlijke voorkeuren. De mogelijkheid om voorkeuren hierbij uit te spreken wordt hierin gewaardeerd.
Checklist opgesteld door uitstromers: voorwaarden voor tijdige signalering Een goede vertrouwensband met begeleider verlaagt de drempel Vertrouwensband maakt het vragen om hulp laagdrempeliger. Continuïteit van zorg en eenzelfde hulpverlener kunnen hierbij cruciaal zijn. Ook de huisarts en POH-GGZ worden benoemd als belangrijke laagdrempelige vertrouwenspersonen. Leren om hulp te vragen kost tijd Met name veel MO-participanten hebben soms moeite om zich kwetsbaar op te stellen en om hulp te vragen. Het kost tijd en is een proces van vallen en opstaan om te leren tijdig aan de bel te trekken. Goede bereikbaarheid in avonden en weekenden Duidelijke afspraken over bereikbaarheid van hulpverleners in weekenden en avondenzijn ook na uitstroom/omklap van groot belang. Een preventie-actieplan en/ of crisiskaart en het regelmatig actualiseren van dergelijke plannen kan dit inzichtelijk maken voor cliënt en hulpverlener. Aandacht voor incidenten en onverwachte gebeurtenissen in het sociale netwerk Incidenten met familieleden/naasten kunnen een grote impact hebben op het welzijn van cliënten. Aandacht voor de sociale omgeving “Er is een muurtje van van de client en het praten hierover vormt voor veel mensen om me heen participanten een uitlaatklep.
Het opschalen van gebouwd, zodat het niet begeleidings-/behandelingscontact in dergelijke zomaar weer mis kan situaties werd als betrokken en prettig ervaren en gaan.” werkte preventief om verdere escalatie te voorkomen. Freek, uitstromer BW die terugviel na overlijden partner
Benieuwd naar de gehele rapportage of andere casussen? Zie: www.onderzoekmobw.socsi.uva.nl