CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210415305 2. Bijlage 1 Begeleidend schrijven statutenwijziging 2021 OSZG

gemeenteraad 14 oktober 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Statutenwijziging OSZG727 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: Betreft: Datum:

College van B&W gemeente Haarlem Toestemming statutenwijziging Onderwijsstichting Zelfstandige Gymnasia (OSZG) 29 juni 2021

Geacht College, Op 1 juli 2021 zal de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) in werking treden. De WBTR wordt ingevoerd ter verbetering van de kwaliteit van bestuur en toezicht bij stichtingen en verenigingen in de semipublieke sector. Het is van belang om de huidige statuten tegen het licht te houden zodat inzichtelijk wordt welke bepalingen (op termijn) dienen te worden aangepast of aangevuld. Hieronder volgt een korte behandeling van de meest in het oog springende aspecten van deze wet. De WBTR biedt voor stichtingen en verenigingen een wettelijke grondslag voor invoering van een toezichthoudend orgaan. Onze RvT heeft reeds een stevige grondslag in de statuten en kwalificeert zich aan de hand van haar bevoegdheden als toezichthoudend orgaan in de zin van de WBTR. Op dit punt verandert er voor OSZG niets. Er komt een normstelling voor de taakvervulling van bestuurders en toezichthouders: zij dienen zich te richten naar het belang van de rechtspersoon en de met haar verbonden organisatie. Dit is verwoord in artikel 12 lid 2 1e zin van de gewijzigde statuten. Het begrip belang is al uitgewerkt in de rechtspraak voor de NV en BV en geldt nu ook voor onder andere de stichting. Je moet hier vooral denken aan situaties waar een samenloop van belangen zich voordoet tussen organisatie en bestuurders/toezichthouders.

Vanaf het moment dat de WBTR in werking treedt is het voor de OSZG verplicht om in de statuten te voorzien in een regeling voor gevallen van belet (tijdelijke afwezigheid) of ontstentenis (vacature) van alle bestuurders bij de eerstvolgende statutenwijziging. Een statutaire bepaling voor belet of ontstentenis van slechts een deel van de bestuurders is optioneel. Ditzelfde geldt voor de RvT. De OSZG heeft een dergelijke regeling nog niet in de statuten opgenomen. Dit is nu verwoord in artikel 8 leden 13 en 14 juncto artikel 14 lid 8. Specifiek voor de stichting bevat de WBTR een nieuwe regeling ter modernisering en verduidelijking van ontslag van bestuurders of toezichthouders door de rechter. Naar huidig recht zijn de mogelijkheden voor ontslag door de rechter beperkt. De rechter krijgt op grond van de nieuwe regelgeving meer beoordelingsvrijheid om een bestuurder of commissaris van een stichting te ontslaan wanneer het OM of een andere belanghebbende daarom verzoekt.

Voor alle rechtspersonen is de tegenstrijdig belangregeling vanaf de inwerkingtreding van de WBTR een interne aangelegenheid: eventuele ongeldige besluitvorming, als gevolg van het meestemmen van de betrokken bestuurder ondanks een (persoonlijk) tegenstrijdig belang, tast de externe vertegenwoordigingsbevoegdheid niet aan, in tegenstelling tot de oude ‘vertegenwoordigingsregel’ Deze wijziging komt de rechtszekerheid zeer ten goede. Op grond van de nieuwe regeling neemt een bestuurder of toezichthouder met een tegenstrijdig belang niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming over het bepaald onderwerp indien hij daarbij een (in)direct persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie. Vanaf de inwerkingtreding van de WBTR worden oude statutaire tegenstijdig belangregelingen voor niet geschreven gehouden. 29 juni 2021 MG

De huidige statuten hebben een tegenstrijdig belangregeling voor het bestuur in het geval een tegenstrijdig belang is ontstaan tussen het bestuur en de stichting. Dit is aangepast in die zin dat wordt gekeken naar een eventueel tegenstrijdig belang tussen de stichting en een bestuurder. Deze laatste wordt dan uitgesloten van beraadslaging en besluitvorming. In artikel 15 lid 6 is een tegenstrijdig belangregeling voor de RvT toegevoegd. Er komt een wettelijk vermoeden van onbehoorlijke taakvervulling bij faillissement wanneer door de bestuurder niet is voldaan aan bepaalde voorwaarden. Op grond van de WBTR geldt voor de OSZG dat indien bestuurders of toezichthouders aansprakelijk worden gesteld eventueel kennelijk onbehoorlijk bestuur (of toezicht) onweerlegbaar vaststaat, wanneer het bestuur niet heeft voldaan aan zijn administratieplicht of wanneer de jaarrekening, voor zover verplicht, niet tijdig is gepubliceerd. Ook wordt dan (weerlegbaar) vermoed dat de onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Het is formeel een verzwaring van de aansprakelijkheid. Mede in verband hiermee is uitbreiding van de informatievoorziening vanuit het bestuur naar de RvT opgenomen in artikel 11 lid 4.

Op grond van bovenstaande verzoek ik het College van B&W van de gemeente Haarlem toestemming te verlenen tot het wijzigen van de statuten van de Onderwijsstichting Zelfstandige Gymnasia.

Hoogachtend, Martine van der Graaf Bestuurssecretaris OSZG

29 juni 2021 MG

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12270341/1