20210404461 2. Bijlage 1 Second opinion Businesscase
Tekst van het document
Vertrouwelijk
Second opinion businesscase warmte Ramplaankwartier Augustus 2021
Colofon Augustus 2021 Versie: 2.0 Status: Definitief Second opinion op businesscase versie 23 augustus 2021
Auteurs Fakton Energy: Paul Schrama MSc Jorn Mieras MSc
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
2.
Conclusies en bevindingen
6
3.
Scope
9
4.
Structuur businesscases
12
5.
Businesscase WEB
14
i.
Methodiek
15
ii.
Rekentechniek
17
iii.
Uitgangspunten
18
iv.
Gevoeligheden, risico’s en kansen
21
6.
7.
Businesscase particulieren
28
i.
Methodiek
29
ii.
Rekentechniek
32
iii.
Uitgangspunten
33
iv.
Gevoeligheden, risico’s en kansen
35
Bijlagen
40
• Bijlage 1: Afkortingen en definities
41
3
1. Inleiding
Second opinion businesscase warmte Ramplaankwartier
Inleiding
Second opinion businesscase warmte Ramplaankwartier Garantstelling gemeente voor warmtenet Ramplaankwartier?
Vraagstelling aan Fakton
De gemeente Haarlem onderzoekt de mogelijkheden voor de aanleg van een warmtenet in het Ramplaankwartier te Haarlem. In dat kader zijn twee businesscases opgesteld:
U vroeg ons om een second opinion uit te voeren op de integrale businesscase1. Concreet vraagt u van ons het volgende: 1.
Beoordeel de methodiek en uitgevoerde berekeningen van de businesscase. Komt het resultaat van de businesscase op de juiste manier tot stand?
• Het aanbod aan de bewoners, waaronder valt: isolatie, warmteproductie en -afname.
2.
Beoordeel de gehanteerde uitgangspunten en aannames. Zijn deze marktconform en realistisch?
De businesscase is opgebouwd op basis van een Total Cost of Ownership (TCO) analyse die is opgesteld door een consortium met Greenvis, TU Delft – faculteit Bouwkunde, ENGIE, Deltares, Fortes, Triple Solar, De Warmtetransitie Makers tijdens een project met TKI (Topsectoren Kennis en Innovatie) subsidie.
3.
Beoordeel de volledigheid van de gevoeligheidsanalyses. Zijn de belangrijkste gevoeligheden inzichtelijk en is het berekende effect aannemelijk?
4.
De gemeente overweegt een garantstelling voor het WEB, zodat het WEB gebruik kan maken van gunstige financieringsvoorwaarden. Binnenkort vindt binnen de gemeente bestuurlijke besluitvorming over deze garantstelling plaats, waarbij de garantstelling aan de gemeenteraad voor besluitvorming wordt voorgelegd. De second opinion is bedoeld ter ondersteuning van de behandeling in de gemeenteraad.
Beoordeel de risico’s. Zijn alle relevante risico’s in beeld en is de veronderstelde impact van de risico’s ook aannemelijk?
Opbouw van deze rapportage In het volgende hoofdstuk (H2) beschrijven wij onze conclusies en aanbevelingen. Hoofdstuk 3 gaat in op de scope van de businesscase. De structuur en onderlinge relaties van de twee verschillende businesscases bespreken wij in H4. Daarna gaan wij dieper in op de twee afzonderlijke businesscases. Voor beide businesscases beschrijven wij achtereenvolgens de methodiek, rekentechniek, belangrijke uitganspunten en de gevoeligheden, risico’s en kansen. Voor de WEB businesscase doen we dit in H5 en voor de businesscase van de particulieren in H6.
• De businesscase van het WijkEnergieBedrijf (WEB), waaronder valt: opslag en distributie van warmte;
1 Bestaande uit de businesscase van het WEB (versie 15 juli 2021) en de
businesscase van de particulieren (versie 18 juni 2021)
5
2. Conclusies en aanbevelingen
Conclusies en bevindingen
Second opinion businesscase warmte Ramplaankwartier Businesscase WEB – gevoeligheden, kansen en risico’s: potentiële risico’s, maar naar verwachting goed beheersbaar
Structuur van de businesscases: overzichtelijk en navolgbaar De businesscase Ramplaankwartier bestaat uit twee businesscases: die van het Wijk Energiebedrijf (WEB) en van de particulieren. De structuur en koppeling van beide businesscases is duidelijk en volledig. Businesscase WEB – methodiek: volledig, juist en navolgbaar De businesscase van de WEB heeft een methodiek die volledig, juist en navolgbaar is. Wij zien een aantal mogelijke verfijningen op het gebied van fiscaliteit, herinvesteringen en restwaarde, maar die hebben een zeer beperkt effect op de resultaten van de businesscase. Businesscase WEB – uitgangspunten: grotendeels marktconform en realistisch Het merendeel van de uitgangspunten in de businesscase achten wij realistisch en marktconform. De gehanteerde investeringskosten voor het net liggen aan de onderkant van de bandbreedte die wij terugzien. Datzelfde geldt voor de onderhoudskosten voor de WKO’s en de afleversets. Wij brachten het effect van hogere investeringskosten en onderhoudskosten in beeld bij de analyse van gevoeligheden. 7
Wij analyseerden de belangrijkste gevoeligheden, kansen en risico’s in de businesscase en brachten het effect daarvan in beeld. Een aantal risico’s komt daarbij in het bijzonder naar voren: het risico op hogere investeringskosten, het risico op het niet toegekend krijgen van PAWsubsidie en het risico op hogere onderhoudskosten. Indien deze risico’s zich voordoen dan kan het voorkomen dat de businesscase onvoldoende ruimte biedt om de externe financiering af te lossen, in welk geval een beroep moet worden gedaan op de garantstelling door de gemeente. De genoemde risico’s zijn echter op voorhand goed in te schatten en te beheersen. Naar verwachting wordt een aanbesteding gehouden waarmee duidelijkheid ontstaat over de hoogte van de investeringskosten en mogelijk ook over de onderhoudskosten. Wij adviseren de gemeente om de garantstelling afhankelijk te maken van het aanbestedingsresultaat en van toekenning van de PAW. Op die manier zijn de voornaamste risico’s op voorhand goed te beheersen.
Conclusies en bevindingen
Second opinion businesscase warmte Ramplaankwartier Businesscase particulieren – gevoeligheden, kansen en risico’s: gevoeligheid van de businesscase beperkt
Businesscase particulieren – methodiek: volledig en juist De methodiek van de businesscase van de particulieren is volledig en juist. Wij zien een aantal aandachtspunten en mogelijke verfijningen. Geen van de aandachtspunten en verfijningen zorgt echter voor een noemenswaardige verandering van de resultaten van de businesscase van de particulieren.
Wij analyseerden de belangrijkste gevoeligheden, kansen en risico’s in de businesscase en brachten het effect daarvan in beeld. Wij keken daarbij naar de resultaten voor drie uiteenlopende woningtypen, waarbij wij steeds resultaten van de volgende opties vergeleken: 1) niets doen, 2) isoleren, 3) hybride warmtepomp en 4) ZonNet. In basis is laat de businesscase zien dat het ZonNet de meest voordelige oplossing is voor alle drie de woningtypen. Het risico op het volledig vervallen van de terugleververgoeding en het risico op het verhogen van de investeringskosten hebben de meeste invloed op de resultaten van de businesscase, maar het effect is relatief beperkt. Voor kleine woningen met een laag verbruik wordt het ZonNet mogelijk duurder dan niets doen, maar voor gemiddelde woningen en grote woningen met een groot verbruik blijft het ZonNet de meest voordelige oplossing.
Businesscase particulieren – uitgangspunten: grotendeels marktconform en realistisch De uitgangspunten in de businesscase achten wij grotendeels marktconform en realistisch. De uitgangspunten met betrekking tot teruglevering van elektriciteit zijn wellicht wat te positief ingeschat, maar het effect daarvan op de businesscase is beperkt.
8
3. Scope
Warmtenet Ramplaankwartier
Scope
Warmtenet Ramplaankwartier Ramplaankwartier in cijfers: 2.066 m3 gemiddeld gas gebruik, slecht geïsoleerde woningen en 16% coöperatie bezit Het Ramplaankwartier is een buurt in de Haarlemse wijk Duinwijk gelegen in het meest westelijke puntje van Haarlem. De buurt had in 2019 2.775 inwoners en bestaat uit 1.130 huishoudens. De onderverdeling van deze huishoudens is te zien in onderstaande tabel. 16% van de woningen betreft woningcorporatiebezit. De meeste woningen in de buurt zijn gebouwd tussen 1920 en 1960. De woningen in de buurt zijn over het algemeen matig geïsoleerd, Meer dan de helft van de woningen heeft een energie label van F of slechter.
Energielabels Ramplaankwartier Bron: DeZONNET Case study Ramplaankwartier TKI project (december 2020)
Van de 1.130 woningen hebben 838 een particuliere gas aansluiting en 306 een zakelijke gas aansluiting. Totaal gebruikt de buurt 2,3 miljoen m3 aardgas per jaar, wat neer komt op een gemiddeld gebruik van 2.066 m3 per woning. Huishoudens
Eenpersoons
Zonder kinderen
Met kinderen
Totaal
Aantal
350
317
463
1.130
Percentage
31%
28%
41%
100%
Onderverdeling huishoudens Ramplaankwartier, Bron: DeZONNET Case study Ramplaankwartier TKI project (december 2020)
10
Bouwjaren Ramplaankwartier Bron: DeZONNET Case study Ramplaankwartier TKI project (december 2020)
Scope
Warmtenet Ramplaankwartier Een zonnet als energiesysteem: LT warmte met WKO, PVT panelen en individuele warmtepompen Beoogd wordt om het Ramplaankwartier van duurzame warmte te voorzien met een zonnet als energiesysteem. Het betreft een lokaal energiesysteem met een lage temperatuur warmtenet dat primair gevoed wordt door PVT1 panelen. Overschotten van in de zomer opgewekte warmte worden opgeslagen in een WKO2. In de winter wordt de warmte uit de WKO benut en met individuele warmtepompen in de woningen opgewaardeerd tot de benodigde temperatuur. Het energiesysteem is zelfvoorzienend en goed schaalbaar. Woningen die aansluiten op het energiesysteem dienen te worden geïsoleerd. Daarbij is het uitgangspunt dat de warmtevraag voor ruimteverwarming na isoleren maximaal 70 kWh/m2 mag bedragen. Voor de gemiddelde woning betekent dit dat het nodig is om isolatiemaatregelen te treffen zoals dakisolatie, vloerisolatie en spouwmuurisolatie. Overzicht energiesysteem Ramplaankwartier, Bron: DeZONNET Case study Ramplaankwartier TKI project (december 2020)
1 PVT: photovoltaïsche en thermische panelen, die zowel elektriciteit als warmte opwekken 2 WKO: Warmte- Koude- Opslag: bodemenergiesysteem voor opslag van warmte en koude
11
4. Structuur businesscases
Second opinion op structuur, opbouw en relaties tussen de businesscases
Structuur businesscases
Overzicht van de twee businesscase en hun relaties Twee businesscases: voor particulieren en voor het WEB Om de mogelijkheden van de aanleg van een warmtenet in Ramplaankwartier te onderzoeken zijn twee businesscases opgesteld. Beide businesscases zijn hiernaast schematisch weergegeven, met inzicht in de demarcatie, investeringen (capex), inkomsten en exploitatiekosten (opex). Relatie businesscases: verbonden door vastrecht en bijdrage aansluitkosten (BAK) De twee businesscases zijn gerelateerd aan elkaar: de BAK en het vastrecht zijn kosten in de businesscase van de particulieren zijn opbrengsten in de businesscase van het WEB (zwarte pijlen). De kosten en baten van de in- en verkoop van warmte zit alleen in de businesscase van de particulieren (rode pijlen). Zuiver gezien zouden deze kosten en baten ook in de businesscase van het WEB moeten terugkeren. De impact hiervan is bij de gehanteerde tarieven echter verwaarloosbaar.
Businesscase particulieren
Businesscase WijkEnergieBedrijf (WEB)
Demarcatie: Businesscase voor bewoners. Berekent kosten en baten van isolatie, PVT panelen en aansluiten Zonnet ten opzichte van huidige situatie.
Demarcatie: Businesscase voor WEB. Realiseren van WKO, wijknet, huisaansluitingen en afleversets. Verantwoordelijk voor onderhoud Zonnet
Inkomsten (incl. btw): Verkoop Elektra: €0,23 / kWh_e Verkoop Warmte: €0,0072 / kWh_t Subsidie: €3.325
Inkomsten (excl. btw): BAK: €3.325 / woning* PAW subsidie: €3.700.000 Vreemd vermogen: €4.438.240 Vastrecht: €455 / woning / per jaar
CAPEX (incl. btw): Isolatie: Ketel, boiler of WP: PVT panelen: Inductie kookplaat: Aansluitkosten:
Variabel op basis van besparing Afhankelijk van oplossing Variabel op basis van dakoppervlak €1.634 €3.325
OPEX (incl. btw): Onderhoud ketel, boiler of WP: Onderhoud PVT: Inkoop Gas: Vastrecht Gas: Inkoop Electra: Vastrecht Warmte: Inkoop Warmte:
€177,- / jaar €0,- / jaar Variabel (stijgt per jaar 2,3%) Variabel (stijgt per jaar 2,3%) Variabel (daalt per jaar 0,5%) €550,- / per jaar €0,0108 / kWh_t
*De BAK is opgenomen als inbreng eigen vermogen door particulieren. Deze is hierdoor niet BTW-plichtig.
13
CAPEX (excl. btw): WKO: Wijknet Huisaansluitingen: Afleversets: Risico en proces:
€1.480.000 €3.360.000 €3.240.000 €1.584.000 €1.134.240
OPEX (excl. btw): WKO onderhoud: 1% CAPEX Wijknet onderhoud: 1.5% CAPEX Huisaansluitingen onderhoud : 1% CAPEX Afleverset onderhoud (incl. vervangen): 3% CAPEX Afschrijvingen: investering / levensduur Elektra pompen : 5€ / woning Aflossing lening: variabel Rente lasten: 1.3% Saldo lening Administratie : 1% omzet Onvoorzien : 5% onderhoud
5. Businesscase WEB
Second opinion op juistheid, realiteit en marktconformiteit
Businesscase WEB
Methodiek: op hoofdlijnen volledig, juist en navolgbaar Wij beoordeelden de gehanteerde methodiek van de businesscase WEB. Hieronder beschrijven wij onze bevindingen ten aanzien van de opbouw, functionaliteit en model technische werking. Methodiek rekenmodel: volledig, juist en goed navolgbaar Op hoofdlijnen zit de methodiek van de businesscase WEB goed in elkaar. De methodiek is grotendeels volledig, juist en navolgbaar. Wij zien een aantal mogelijke aandachtspunten en verfijningen. Wij beschrijven dit op de volgende pagina. De belangrijke Key Performance Indicators (KPIs) zijn correct berekend In de overzichten hiernaast is schematisch weergegeven hoe de belangrijkste KPIs zijn berekend. De twee belangrijkste performance indicators van deze businesscase voor de gemeente zijn de Debt Service Coverage Ratio (DSCR) en het beroep op garantie van de gemeente. De KPIs zijn op een correcte wijze berekend.
DSCR en beroep op garantie gemeente
Kasstroomoverzicht
+ Vastrecht - Onderhoud - Proceskosten EBITDA
+ EBT - Belasting (Vpb) Netto winst
+ EBITDA - Afschrijving - Rente banklening EBT + EBITDA - Rente + Aflossing banklening - Belasting (Vpb) Beroep op garantie gemeente + EBITDA - Belasting (Vpb) / Rente + Aflossing banklening DSCR bank
15
+ Netto winst + Afschrijvingen + Rentekosten Kasstroom uit operationele activiteiten + Investeringen Kasstromen uit investeringsactiviteiten + BAK en PAW + Kasstroom uit operationele activiteiten - Kasstromen uit investeringsactiviteiten Vrije kasstromen (Incl. BAK en Subsidies) + Vrije kasstromen (Incl. BAK en Subsidies) Discontovoet NCW IRR (rendement)
Businesscase WEB
Methodiek: aandachtspunten en mogelijke verfijning Er vindt geen amortisatie van de BAK en PAW-subsidie plaats
Herinvesteringen: er vinden geen herinvesteringen plaats
In de businesscase vindt geen amortisatie van de BAK en PAW-subsidie plaats. Dit betekent concreet dat er geen Vennootschapsbelasting (Vpb) wordt gerekend over de BAK en PAW, waardoor de businesscase gunstiger uitvalt dan in werkelijkheid het geval kan zijn. Het effect hiervan brengen wij verderop in beeld onder Gevoeligheden, kansen en risico’s.
In de businesscase zijn geen herinvesteringen meegenomen. Voor de afleversets is weliswaar een percentage voor onderhoud en vervanging opgenomen, maar het gehanteerde percentage (3%) achten wij te laag om vervanging uit te bekostigen. Voor de overige onderdelen lijkt geen herinvestering te zijn voorzien. Het effect hiervan brengen wij verderop in beeld onder Gevoeligheden, kansen en risico’s.
Vennootschapsbelasting: de berekening van vennootschapsbelasting maakt geen gebruik van fiscale optimalisatie Het model rekent de Vennootschapsbelasting (Vpb) uit zonder gebruik te maken van fiscale optimalisatie carry forward en carry backward (verliesverrekening). Het gevolg hiervan is dat de in de businesscase berekende belastingdruk potentieel hoger is dan werkelijk het geval is. Het effect hiervan brengen wij verderop in beeld onder Gevoeligheden, kansen en risico’s.
Restwaarde: er is geen restwaarde opgenomen in de businesscase Er is geen restwaarde van het warmtesysteem opgenomen na de exploitatie-duur van 30 jaar. Het is aannemelijk dat delen van de gerealiseerde infrastructuur na 30 jaar nog gebruikt kunnen worden en dus nog restwaarde hebben. Het meenemen van restwaarde heeft naar verwachting een beperkt positief effect. Vanwege de naar verwachting beperkte omvang brachten wij dat niet nader in beeld. Er is een specifiek aflosschema voor de banklening gekozen
16
Voor het aflossen van de banklening is een specifiek aflosschema aangehouden, wat afwijkt van een reguliere periodieke aflossing: de aflossingen zijn de eerste jaren lager en de latere jaren juist meer. Wij hebben begrepen dat het aflosschema is afgestemd met de beoogd financier en dat variabele aflossing tot de mogelijkheden behoort.
Businesscase WEB
Rekentechniek: rekenkundig juist Wij beoordeelden de rekentechniek van de businesscase en beoordeelden of het rekenmodel juist rekent in termen van gehanteerde formules. Rekentechniek: het model zit rekenkundig goed in elkaar Het model van de businesscase WEB zit rekenkundig goed in elkaar. Het model is overzichtelijk en duidelijk opgebouwd en is daardoor snel te doorgronden. Wij constateerden geen fouten in termen van gehanteerde formules.
17
Businesscase WEB
Uitgangspunten: juistheid, realiteit en marktconformiteit In dit hoofdstuk beschrijven wij onze second opinion op de uitgangspunten Banklening: marktconforme uitgangspunten zoals gehanteerd in de businesscase van Ramplaankwartier. Wij De financiering van de businesscase bestaat naast de BAK en de PAW uit behandelen achtereenvolgens verschillende uitgangspunten. Wij een banklening bij de BNG. De gehanteerde uitgangspunten van 1,3% en beoordelen de uitgangspunten op juistheid, realiteit en marktconformiteit. 30 jaar looptijd zijn marktconform voor een dergelijke lening met gemeentelijke garantstelling.
Vennootschapsbelasting: businesscase hanteert standaard een conservatief percentage van 25% over de gehele fiscale winst
Tijdsafhankelijke inputs: inflatie, exploitatieperiode, discontovoet en De businesscase rekent 25% Vennootschapsbelasting (Vpb) over de gehele afschrijvingen zijn marktconform fiscale winst, waar het gebruikelijk is om over de eerste €395.000,- een De businesscase gaat uit van 2% inflatie, een exploitatieperiode van 30 jaar lager percentage van 15% te rekenen en daarboven 25%. Wat dat betreft is en een discontovoet van 4%. Wij achten deze uitgangspunten de businesscase conservatief ingestoken. In de huidige businesscase is marktconform. echter geen winst voorzien, waardoor het hanteren van een gedetailleerder fiscale berekening geen invloed heeft op het resultaat. Vastrecht: vastrecht valt binnen grenzen ACM De businesscase gaat uit van een vastrechtbedrag van €455,- per jaar exclusief btw en valt daarmee binnen de grenzen van ACM. In het volgende hoofdstuk (businesscase particulieren) staan wij stil bij de hoogte en marktconformiteit van dit bedrag. 18
Businesscase WEB
Uitgangspunten: juistheid, realiteit en marktconformiteit Investeringskosten (CAPEX): de kosten voor leidingen zijn relatief laag De investeringen in het leidingtracé bedragen circa €290,- per m1. Dat achten wij aan de onderkant van de marktconforme bandbreedte die wij zien voor lage temperatuurtracés: €200,- tot €500,- per m1.
Exploitatiekosten (OPEX): de kosten voor onderhoud WKO en afleverset en kosten voor administratie zijn lager dan gebruikelijk De onderhoudskosten voor de WKO bedragen 1% van de investeringskosten. Wij zien bij dit soort projecten normaliter hogere percentages van 2,5%.
Het percentage onvoorzien van 6% lijkt ons ook relatief laag; in projecten in dit ontwerpstadium ligt het percentage onvoorzien doorgaans op 10%. Het onderhoudspercentage voor het leidingnet bedraagt 1,5% en voor de huisaansluitingen 1%. Deze percentages zijn naar onze mening De investeringen voor de realisatie van de WKO achten wij in het midden marktconform. van de bandbreedte die wij in andere projecten zien, zeker gezien de relatief kleine schaal van dit project. Voor grotere projecten zien wij soms Het onderhoudspercentage voor de afleverset bedraagt 3%. Dat is naar lagere investeringskosten voor WKO. onze mening ruim voldoende voor onderhoud. Echter vermeld de businesscase dat dit percentage voor onderhoud en vervanging bedoeld De investeringskosten voor de afleverset bedragen €1.980 per is. De levensduur van een afleverset is normaliter 15 tot 20 jaar. In 20 jaar woningequivalent. Dat ligt aan de bovenkant van de bandbreedte die wij tijd is 60% van de aanvangsinvestering beschikbaar voor onderhoud en als marktconform zien. vervanging. Wij achten het percentage van 3% te laag; een percentage van 6% lijkt ons een realistischere aanname.
19
Businesscase WEB
Uitgangspunten: juistheid, realiteit en marktconformiteit OPEX: de kosten voor onderhoud WKO en afleverset en kosten voor administratie zijn lager dan gebruikelijk (vervolg) Voor pompenergie wordt gerekend met €5,- per woning per jaar. Normaal zien wij dat pompenergie wordt meegenomen in een COP, daardoor is het voor ons moeilijk om €5,- per woning per jaar goed te duiden als uitgangspunt. Door de zeer beperkte impact van deze factor op de businesscase staan wij hier niet nader bij stil. Administratiekosten bedragen 5% van de omzet, wat neerkomt op €22,per woning. Wij zien hier doorgaans kosten voor terugkomen die richting de €50,- per woning uitkomen. Er wordt gerekend met 5% onvoorzien, over alle onderhoudskosten. Wij achten 10% onvoorzien passender bij een project in dit ontwerpstadium.
20
Businesscase WEB
Gevoeligheden, kansen en risico’s: review risicoanalyse In dit hoofdstuk geven wij een overzicht van de kansen en risico’s die wij zien met betrekking tot de businesscase WEB. Eerst geven wij een second opinion op de risicoanalyse die al is uitgevoerd door de stellers van de businesscase. Daarna beschrijven wij onze aanvullende analyse van de gevoeligheden, kansen, risico's die wij zelf nog zien in de businesscase. Reeds uitgevoerde risicoanalyse: belangrijke risico’s in beeld, mogelijke aanscherping en aanvulling relevant De businesscase bevat een risicoanalyse waarmee de volgende risico’s in beeld zijn gebracht: • Risico op hogere investeringskosten: stijging van onvoorziene kosten 6% naar 13% • Risico op hogere onderhouds-/ exploitatiekosten: stijging van onvoorziene kosten van 5% naar 27% • Risico op lagere inkomsten uit vastrecht: daling van €455,- naar €408,• Risico op hoger rentepercentage banklening: stijging van 1,3% naar 3,0%
21
Met deze risicoanalyse zijn een aantal belangrijke risico’s in beeld gebracht. Wel schatten wij de risico’s op hogere investeringskosten en hogere onderhoudskosten hoger in op basis van onze beoordeling van de marktconformiteit. Wij brengen het effect hiervan in beeld verderop in dit hoofdstuk. Ook zien wij een aantal aanvullende risico’s die mogelijk relevant zijn. Ook die lichten wij hierna toe.
Businesscase WEB
Gevoeligheden, kansen en risico’s: samenvattend beeld Aanvullend op de al aanwezige risicoanalyse voerden wij onze eigen gevoeligheidsanalyse uit. Daarbij verwerkten wij de hogere risicoinschattingen voor de investerings- en onderhoudskosten en voegden wij extra naar ons oordeel relevante risico’s toe. Op deze pagina geven wij een samenvattend overzicht de belangrijkste door ons bekeken gevoeligheden. De pagina’s hierna geven een gedetailleerdere beschrijving van de onderzochte gevoeligheden.
van de DSCR dat er onvoldoende ruimte voor aflossing is waardoor een aanspraak op de garantstelling van de gemeente kan ontstaan (financieel risico). Per risico bepaalden wij de financiële impact, de kans van optreden en de gewogen financiële impact. De risico’s in de tabel zijn gerangschikt naar omvang van het gewogen financieel risico voor de gemeente. De gewogen financiële impact door hogere investeringskosten, het wegvallen van PAW en hogere onderhoudskosten voor afleversets is aanzienlijk. Tegelijkertijd betreffen dit risico’s die op voorhand goed te ondervangen zijn. Wij adviseren de gemeente om de garantstelling afhankelijk te maken van het aanbestedingsresultaat en van toekenning van de PAW. Daarmee zijn de belangrijkste risico’s voor de gemeente te ondervangen.
Businesscase bevat potentiële risico’s voor de gemeente, maar deze zijn naar verwachting op voorhand goed te ondervangen De onderstaande tabel geeft een overzicht van de belangrijkste risico’s die wij op basis van onze analyse zien. Het betreffen risico’s waarvan wij in onze analyse zien dat het optreden ervan leidt tot een dusdanige verlaging Risico
Min. DSCR
Financiële impact gemeente
Kans optreden
Risico bekend voor realisatie
Gewogen financiële impact gemeente
Hogere investeringskosten (CAPEX)
0,46
-€ 3,6 mln.
30%
Ja
-€ 1,1 mln.
Geen toekenning PAW
0,56
-€ 2,1 mln.
20%
Ja
-€ 0,4 mln.
Hoger onderhoud afleversets
0,91
-€ 0,15 mln.
70%
Nee
-€ 0,1 mln.
Volloop lager dan verwachting (600 i.p.v. 800)
0,87
-€ 0,1 mln.
20%
Nee
-€ 0,02 mln.
Minder inkomsten vastrecht
0,96
-€ 0,05 mln.
10%
Nee
-€ 5.000
22
Businesscase WEB
Gevoeligheden, kansen en risico’s: aanvullende analyse Correctie van basis businesscase: juist meenemen van amortisatie en fiscale optimalisatie leidt tot beperkte daling van de DSCR en IRR
amortisatie van BAK en PAW toevoegen dat daalt de minimale DSCR naar 1,15 en de IRR naar 3,74%. Het meenemen van amortisatie leidt tot fiscale winsten en daarmee tot een hogere belastingdruk. Het toepassen van fiscale optimalisatie doet dat effect gedeeltelijk teniet: de minimale DSCR is dan weer 1,20 en de IRR 4,13%.
Aanvullend op de risicoanalyse van de businesscase analyseerden wij zelfstandig de in onze ogen belangrijkste gevoeligheden, kansen en risico’s. Eerst corrigeerden wij de fiscaliteit in de businesscase, door zowel amortisatie van BAK en PAW als ook fiscale optimalisatie (carry backward, carry forward) toe te passen.
De gecorrigeerde businesscase (blauw) gebruiken wij als basis voor onze analyses op de volgende pagina’s. In overleg met de gemeente is gekozen om de DSCR te visualiseren vanaf jaar 2026, mede omdat de financier vooral kijkt naar de DSCR na de aanloopfase.
De tabel en grafiek tonen in rood de resultaten van de oorspronkelijke businesscase. De minimale DSCR is 1,20 en de IRR 4,4%. Als wij de
Risico gemeente
Gewog.Ge m. DSCR
DSCR basis
4,4%
€0
1,38
1,20
DSCR bij amortisatie BAK en PAW
3,7%
€0
1,27
1,15
DSCR bij amortisatie BAK en PAW en fiscale optimalisatie
DSCR over de jaren
Min. DSCR
2,2 2 1,8
DSCR
IRR
1,6 1,4 1,2
4,1%
€0
1,29
1,20
1 2026
23
Goal DSCR basis 2031
2036 BAK en PAW DSCR bij amortisatie
2041
DSCR bij amortisatie BAK en PAW en fiscale optimalisatie
2046
2051
Businesscase WEB
Gevoeligheden, kansen en risico’s: aanvullende analyse Hierna brengen wij diverse gevoeligheden, kansen en risico’s in beeld. Het betreffen steeds de afzonderlijke (niet cumulatieve) effecten.
basis businesscase te blijven gebruiken. Dit aflosschema lost tot en met 2034 relatief weinig af wat betekent dat er vanaf 2035 een relatief grote aflossing volgt om dit te compenseren.
Meenemen van hogere CAPEX voor het netwerk: aanzienlijke impact op de DSCR
Onderhoudskosten WKO en afleverset hoger: redelijke impact op de DSCR
Zoals eerder aangegeven liggen de gehanteerde investeringskosten voor het net aan de onderkant van de bandbreedte die wij elders zien. Als wij uit gaan van €450,- per m1 in plaats van de €290,- per m1 dan loopt de minimale DSCR sterk terug tot 0,46 en de IRR tot -1,6%. Dit leidt tot een risicobudget van € 3,6 mln voor de gemeente. De sprong naar beneden van de DSCR in 2035 is te verklaren door het gekozen aflosschema van de banklening. Wij hebben er voor gekozen het originele aflosschema van de Risico gemeente
Gem. DSCR
Min. DSCR
1,29
1,20
DSCR bij amortisatie BAK en PAW en fiscale optimalisatie
4,1%
CAPEX hoger
-1,6%
-€ 3,6 mln.
0,66
0,46
Hoger onderhoudspercentage WKO
3,2%
€0
1,20
1,04
Hoger onderhoudspercentage afleverset
2,1%
€0
-€ 0,15 mln.
1,04
0,91
DSCR over de jaren
2
DSCR
IRR
Als wij rekenen met een hoger onderhoudspercentage voor WKO’s (2,5% in plaats van 1%) dan daalt de minimale DSCR tot 1,04 en de IRR tot 3,17% maar dit leidt niet tot een risicobudget voor de gemeente. Voor de afleverset rekenen wij met een onderhoudspercentage van 6% in plaats van 3%. Dit resulteert in een minimale DSCR van 0,91, IRR van 2,06% en een risicobudget voor de gemeente van € 0,15 mln.
1
0 2026
2031
Goal CAPEX hoger 24Hoger onderhoudspercentage afleverset
2036
2041
2046
2051
DSCR bij amortisatie BAK en PAW en fiscale optimalisatie Hoger onderhoudspercentage WKO
Businesscase WEB
Gevoeligheden, kansen en risico’s: aanvullende analyse Minder volloop dan voorzien (600 i.p.v. 800 woningen): aanzienlijke impact op de DSCR
Minder volloop dan voorzien (200 i.p.v. 400 woningen): aanzienlijke verbetering van de DSCR
Het energiesysteem wordt uitgerold in fasen van steeds 1 WKO voor 400 woningen. Het door ons beoordeelde model gaat standaard uit van 800 woningen (2 WKO’s). Voor deze gevoeligheid berekenden wij het effect wanneer de laatste 200 woningen (50 in 2027 en 150 in 2028) niet aansluiten. De minimale DSCR daalt tot 0,87 en de gemiddelde DSCR komt onder de 1,2 uit. De IRR daalt tot 2,6% en het risico voor de gemeente is €0,1 mln.
De gemeente verwacht een grens van 200 woningen als minimaal benodigde omvang. Wij hebben de situatie doorgerekend wanneer de eerste fase voor 400 woningen wordt gerealiseerd maar er slechts 200 woningen aansluiten. Mits de PAW subsidie 3,7 mln. blijft bedragen is de businesscase voor 200 woningen erg gunstig vanwege het verhoudingsgewijs grote aandeel van de PAW. Verderop brengen wij in beeld wat het effect van wegvallen van de PAW is op de businesscase.
IRR
Risico gemeente
Gem. DSCR
Min. DSCR
DSCR bij amortisatie BAK en PAW en fiscale optimalisatie
4,1%
Minder volloop (600 i.p.v. 800)
2,7%
-€ 0,1 mln.
1,08
0,87
Minder volloop (200 i.p.v. 400)*
67,9%
€0
2,43
2,03
DSCR over de jaren 4,5
€0
1,29
1,20
DSCR
3,5
2,5
* Scenario is met volledige 3.7 miljoen PAW subsidie
1,5
0,5 2026 Goal 25
2031 2036 DSCR bij amortisatie BAK en PAW en fiscale optimalisatie
2041 2046 Volloop lager dan verwachting
2051 200 woningen 1 WKO
Businesscase WEB
Gevoeligheden, kansen en risico’s: aanvullende analyse Lager vastrechttarief: impact op de DSCR maar kleine kans van optreden De oorspronkelijke businesscase gaat uit van een vastrechttarief van €455,per jaar exclusief btw. Het is denkbaar dat het vastrechttarief lager moet zijn om het energiesysteem voor voldoende particulieren aantrekkelijk te maken. Wij berekenden het effect van een verlaging naar €400,-. De minimale DSCR daalt tot 0,96, de IRR tot 2,4% en het risico voor de gemeente is €0,05 mln. Op basis van de gevoeligheidsanalyse van de businesscase van de particulieren is het echter niet aannemelijk dat verlaging van het vastrecht nodig is.
Hanteren regulier aflosschema: aanzienlijke impact op de DSCR, maar enkel in de beginjaren De oorspronkelijke businesscase gaat uit van een aflosschema dat is toegespitst op de businesscase: de eerste jaren is de aflossing laag, de jaren daarna is de aflossing hoger. Als we uit gaan van regulier aflosschema met jaarlijkse een aflossing van 1/30 deel dan neemt de minimale DSCR af tot 0,74. Dit herstelt zich na de aanloopjaren. Wel is er door het tekort in de eerste paar jaar een risico voor de gemeente van €0,1 mln. DSCR over de jaren
Risico gemeente
Gem. DSCR
Min. DSCR
DSCR bij amortisatie BAK en PAW en fiscale optimalisatie
4,1%
€0
1,29
1,20
Minder inkomsten vastrecht
2,4%
-€ 53.000
1,05
0,96
Regulier aflosschema
4,1%
-€ 81.000
1,33
0,74
2,2
1,7
DSCR
IRR
1,2
0,7 2026 Goal 26
2031 2036 DSCR bij amortisatie BAK en PAW en fiscale optimalisatie
2041 2046 Minder inkomsten vastrecht
2051 Regulier aflosschema
Businesscase WEB
Gevoeligheden, kansen en risico’s: aanvullende analyse Geen toekenning van PAW: aanzienlijke impact op de DSCR De businesscase is gedeeltelijk afhankelijk van PAW subsidie. Het niet toegekend krijgen van de PAW subsidie heeft aanzienlijke impact op de businesscase, omdat de benodigde externe financiering en bijbehorende financieringslasten dan sterk toenemen. Wegvallen van de PAW subsidie zorgt voor een daling van de minimale DSCR tot 0,56 en een negatieve IRR. Het risico voor de gemeente is € 2,1 mln.
DSCR over de jaren 2,1
IRR
Risico gemeente
Gem. DSCR
1,9
Min. DSCR
1,7
4,1%
PAW aanvraag gaat niet door
-0,2%
€0
1,29
1,20
DSCR
1,5
DSCR bij amortisatie BAK en PAW en fiscale optimalisatie
1,3 1,1 0,9
-€ 2,1 mln.
0,82
0,56
0,7 0,5 2026
27 Goal
2031
2036
2041
DSCR bij amortisatie BAK en PAW en fiscale optimalisatie
2046
2051
PAW aanvraag gaat niet door
6. Businesscase particulieren Second opinion op juistheid, realiteit en marktconformiteit
Businesscase particulieren Methodiek: op hoofdlijnen volledig en juist Wij beoordeelden de methodiek van de businesscase van de particulieren. We kijken naar de opbouw, functionaliteit en modeltechnische werking. Methodiek rekenmodel: volledig en juist In hoofdlijnen zit de methodiek van de businesscase goed in elkaar. De berekeningen zijn op hoofdlijnen volledig en juist maar vanwege de omvang soms minder makkelijk navolgbaar. Op de volgende pagina’s beschrijven wij een aantal aandachtspunten. Deze hebben echter geen of een zeer beperkt resultaat op de businesscase.
Energievraag
Energie-inkoop en -productie
Maandlasten
* Gezinsgrootte * Energievraag koken gemiddeld gezin / Gemiddelde gezinsgrootte Koken (gas of elektra)
+ Koken (gas) + Tapwater (gas) + Ruimteverwarming (gas) + Verlies (Rendement) Variabele inkoop Gas
+ Vastrecht gas + Variabele inkoop aardgas Gas inkoop totaal
* Gezinsgrootte * Tapwatervraag gemiddeld gezin / Gemiddelde gezinsgrootte Tapwater (gas of thermisch) * Gebruik oppervlakte * Netto schilindicator (kWh_th / jr / m2) Ruimteverwarming (gas of thermisch)
+ Tapwater (thermisch) + Ruimteverwarming (thermisch) - Warmtepomp aandeel (COP) Variabele inkoop Warmte + Stroomgebruik warmtepomp (COP) + Stroomgebruik inductie plaat (elec) Variabele inkoop Electra + Dakoppervlak * factor opwek per m^2 - Rechtstreeks verbruik (Voltaïsch) - Warmteverlies (Thermisch) PVT productie (Thermisch en Voltaïsch)
De belangrijkste modeloutput zijn de maandlasten voor de bewoner. Deze maandlasten worden op een correcte manier berekend. In het overzicht aan de rechterkant van deze pagina is grafisch weergeven hoe deze maandlasten zijn opgebouwd. 29
+ Variabele inkoop elektra - Verkoop elektra (PVT elektrisch) Electra inkoop totaal + Vastrecht warmte + Variabele inkoop warmte - Verkoop warmte (PVT Thermisch) Warmte inkoop totaal + Annuïteit isolatie + Annuïteit ketel, boiler, PVT, WP + Onderhoud ketel, boiler, PVT, WP + Annuïteit aansluit kosten warmtenet + Annuïteit inductie koken + Gas inkoop totaal + Electra inkoop totaal + Warmte inkoop totaal Maandlasten totaal
Businesscase particulieren Methodiek: een aantal aandachtspunten De businesscase hanteert een specifieke methodiek voor bepaling investeringskosten isolatiemaatregelen In de businesscase wordt bepaald wat de energierekening is bij een energievraag na isoleren naar het beoogde niveau van 70 kWh/m2 en dat wordt vergeleken met de huidige energierekening om de besparing als gevolg van isoleren te berekenen. Vervolgens wordt bepaald hoeveel financiering men kan aantrekken voor het bespaarde bedrag. Dat financieringsbedrag wordt als uitgangspunt genomen voor de investeringskosten voor de isolatiemaatregelen. Deze methodiek gaat er van uit dat de energiebesparing door isoleren gelijke tred houdt met de investeringen voor isoleren. Dat is echter zeker niet altijd het geval: het maken van een labelstap van G naar F door isoleren kost vaak minder dan een labelstap van B naar A door isoleren. Het risico bestaat dat de gehanteerde methodiek niet leidt tot een juist aanname voor de investeringskosten. Investering isolatiemaatregelen
Laag verbruik 200m2
Hoog verbruik 60 m2
Hoog verbruik 110m2
Hoog verbruik 200m2
Huidig
€0
€ 3.000
€ 8.000
€ 16.000
Alternatieve methode
€0
€ 4.400
€ 10.800
€ 20.200
Verschil (%)
0
45%
35%
26%
De businesscase bevat ook een alternatieve berekening voor de investeringskosten voor isoleren. Die berekening gaat uit van €2,75 / m2 / kWh per jaar schilverbetering waar nog 20% subsidie vanaf getrokken wordt. De uitkomsten van de gehanteerde methodiek en de alternatieve berekening zijn weergegeven in onderstaande tabel. De investeringsbedragen conform de alternatieve methodiek liggen structureel hoger dan die voor de gehanteerde methodiek. Het procentuele verschil tussen de twee methodes wordt kleiner als de huizen groter worden. Wij hebben begrepen dat de gemeente de isolatiemaatregelen van een aantal specifieke woningen nader heeft geanalyseerd en op basis daarvan de investeringskosten van de gehanteerde methodiek heeft geverifieerd. Uit die analyse zou volgen dat de investeringskosten zoals berekend in de businesscase voldoende representatief zijn voor de situatie van Ramplaankwartier. Voor de volledigheid nemen wij de investeringskosten voor isoleren mee als gevoeligheid, om te onderzoeken in hoeverre de businesscase van de particulieren gevoelig is voor een eventuele stijging van deze investeringskosten.
30
Businesscase particulieren Methodiek: een aantal aandachtspunten Herinvesteringen: geen herinvesteringen op warmtepompen De technische levensduur van een warmtepomp is gemiddeld 15 jaar. De businesscase van de particulieren heeft een beschouwingstermijn van 20 jaar en bevat geen herinvestering voor de warmtepomp. Het risico bestaat dat de warmtepomp binnen de 20 jaar vervangen moet worden terwijl hier geen rekening mee is gehouden. Bij keuze van het hybride pakket worden dubbele onderhoudskosten gerekend Bij het berekenen van de maandlasten voor pakket 2: hybride PVT worden ons inziens te hoge onderhoudskosten meegerekend. Wij verwachten dat de onderhoudskosten van een warmtepomp en CV ketel samen niet gelijk is aan de som van de onderhoudskosten voor de twee individuele installaties: door schaalvoordeel bij gelijktijdig onderhoud verwachten wij dat de kosten ongeveer anderhalf keer duurder zijn dan de onderhoudskosten van losse installaties. Dit kan een beperkte optimalisatie van de businesscase betekenen.
31
Businesscase particulieren Rekentechniek: rekenkundig juist
Wij beoordeelden de rekentechniek van de businesscase en beoordeelden of het rekenmodel juist rekent in termen van gehanteerde formules. Rekentechniek: het model zit rekenkundig goed in elkaar Het model van de businesscase particulieren zit rekenkundig goed in elkaar. Het model is overzichtelijk en duidelijk opgebouwd en is daardoor snel te doorgronden. Wij constateerden geen fouten in termen van gehanteerde formules.
32
Businesscase particulieren
Uitgangspunten: juistheid, realiteit en marktconformiteit Wij beoordelen de uitganspunten zoals gehanteerd in de businesscase van de particulieren. Wij beschrijven hieronder onze bevindingen.
de. gevoeligheid hiervan in onze gevoeligheidsanalyse verderop in dit hoofdstuk.
Tarieven warmte: vastrecht is marktconform
Uitgangspunten voor de PVT-berekening zijn realistisch
Bij de gehanteerde vastrechttarieven is de gemiddelde bewoner op lange termijn goedkoper uit als zij aansluiten op het ZonNet dan wanneer ze niks doen. Alleen bij huizen met lage energievraag is het ZonNet net zo voordelig als niks doen bij het gekozen vastrechttarief. Aangezien er naar verwachting niet zoveel kleine woningen zijn en aangezien deze woningen nog op investeringen kunnen besparen ten opzichte van huidige businesscase (zie onze bevinding op de vorige pagina) achten wij het gekozen vastrechttarief als marktconform.
Het model rekent met een BTW percentage van 11% voor de aanschaf van PVT panelen. De aanname van is dat de BTW over het deel van de investering dat gemoeid gaat met zonnepanelen terugvorderbaar is. Die aanname lijkt ons realistisch.
Inkomsten saldering zijn in de toekomst waarschijnlijk lager dan waar nu rekening mee wordt gehouden, impact hiervan is echter beperkt Het model gaat uit van toepassing van de salderingsregeling voor elektriciteit en rekent met een teruglevertarief van €0,23 per kWh. De mogelijkheid tot salderen wordt in de toekomst naar verwachting steeds verder afgebouwd. Bovendien ligt het teruglevertarief doorgaans aanzienlijk lager dan de gehanteerde €0,23 per kWh. De daadwerkelijke inkomsten uit teruglevering liggen waarschijnlijk lager dan nu voorzien. Gezien de omvang van het bedrag is de impact hiervan naar verwachting beperkt. Wij toetsen 33
De uitgangspunten voor thermische (780 kWh_th/yr /m2) en elektrische (180 of 190 kWh_el/m2/year) opwek van de PVT panelen achten wij realistisch. Prijscurves: marktconforme aannames, gasprijsindex is aandachtspunt Wij achten het gehanteerde inflatiepercentage en de prijscurves van elektriciteit en gas marktconform. De gasprijsindex is gebaseerd op voorspellingen van het PBL. Wij achten dit als een realistische aanname voor de businesscase. Tegelijkertijd kan het zijn dat een minder hoge gasprijsindex invloed heeft op de businesscase. Wij brengen het effect van de gasprijsindex in beeld bij de gevoeligheden.
Businesscase particulieren
Uitgangspunten: juistheid, realiteit en marktconformiteit Investeringen: over het algemeen marktconform
BAK is gelijk aan subsidiebedrag vanuit ISDE: gunstige maar realistische aanname
Wij achten de investeringskosten van de volgende onderdelen marktconform (bedragen excl. btw):
De bijdrage aansluitkosten (BAK) die bewoners moeten betalen is exact gelijk aan de ISDE-subsidie die bewoners kunnen krijgen voor het aansluiten op een warmtenet. Dit is een gunstige maar realistische aanname.
• Buffervat tapwater: €660 • (hybr.) WW warmtepomp inclusief leidingwerk: €9.120
Onderhoud: onderhoudskosten CV-ketel en warmtepomp relatief hoog
• Subsidie warmtepomp: -€2.800 • PVT panelen: €453 / m2 • Omvormer: €570 Daarnaast vinden wij de looptijd van 20 jaar en het rentepercentage van 1,6% voor de annuïteitsberekening ook marktconform. De investeringskosten voor een CV ketel van €1.876 achten wij aan de hoge kant. Wij zien bedragen van circa €1.500 voor nieuwe CV ketels. Over de lange beschouwingstermijn bezien is het effect hiervan op de resultaten van de businesscase echter zeer beperkt.
34
Wij achten de onderhoudskosten van € 177 aan de hoge kant voor alleen onderhoud. Bedragen in deze orde grootte zien wij vaak als naast onderhoud ook vervanging wordt meegenomen. Voor de CV ketel resulteert € 177 per jaar dan in een marktconforme waarde. Voor de warmtepomp zien wij echter dat een hoger bedrag nodig is om naast onderhoud ook vervanging te kunnen betalen. COP warmtepompen: COP ruimteverwarming achten wij marktconform, tapwater aan bovenkant van bandbreedte Voor dit lage temperatuur warmtesysteem achten wij een COP van 6 voor ruimteverwarming marktconform. De COP van 5 voor warmtapwater achten wij aan de hoge kant. Voor een vergelijkbaar systeem zien wij waardes tussen de 3.5 en 5.
Businesscase particulieren Gevoeligheden, kansen en risico’s
Tabel 1: Waardenset SpaarGas April 2021 110m2
Wij onderzochten de belangrijkste gevoeligheden, kansen en risico’s die wij zien met betrekking tot de businesscase van particulieren. Hierna beschrijven wij onze bevindingen
Maandlasten
Niets doen
Isolatie, ventilatie
Hybride PVT
Drie referentiewoningen
Jaar 0
€ 184
€ 179
€ 180
€ 178
Jaar 10
€ 268
€ 244
€ 211
€ 191
Wij brengen dit in beeld aan de hand van drie referentiewoningen: een gemiddelde woning, een kleine woning met een laag verbruik en een grote woning met een hoog verbruik. In de tabellen hiernaast is het resultaat van de businesscase voor deze drie woningen opgenomen. Voor alle gevoeligheden laten wij steeds dezelfde drie tabellen zien.
Jaar 20
€ 351
€ 306
€ 242
€ 206
Gemiddeld jr 0-20
€ 267
€ 243
€ 211
€ 192
Tabel 2: Laag verbruik woning 60 m2 Niets doen Isolatie, ventilatie Maandlasten
Hybride PVT
ZonNet is voor elk woningtype de meest duurzame oplossing
Jaar 0
€ 85
€ 85
€ 107
€ 100
Over de gemiddelde looptijd bezien biedt het ZonNet voor alle drie de woningtypen de meest voordelige oplossing. Wel is de mate waarin het ZonNet de meest voordelige oplossing is erg verschillend per woningtype. De situatie van kleine woningen met een laag verbruik valt bijvoorbeeld op. Daar is het ZonNet in het begin nog niet de meest voordelige oplossing. Bij een langere beschouwingstermijn draait dat echter om, zodat bij een termijn van 20 jaar het ZonNet 10€ per maand goedkoper is. Bij het gemiddelde woningtype en de grote woning met een hoog verbruik komt het ZonNet duidelijker als voorkeursoplossing naar voren.
Jaar 10
€ 118
€ 118
€ 129
€ 109
Jaar 20
€ 151
€ 151
€ 149
€ 118
Gemiddeld jr 0-20
€ 118
€ 118
€ 128
€ 109
Niets doen
Isolatie, ventilatie
Hybride PVT
Jaar 0
€ 292
€ 290
€ 267
€ 277
Jaar 10
€ 432
€ 388
€ 307
€ 295
Jaar 20
€ 569
€ 483
€ 345
€ 317
Gemiddeld jr 0-20
€ 430
€ 386
€ 306
€ 296
35
ZonNet
ZonNet
Tabel 3: Hoog verbruik woning 200 m2 Maandlasten
ZonNet
Businesscase particulieren Gevoeligheden, kansen en risico’s
Tabel 1: Waardenset SpaarGas April 2021 110m2
Gevoeligheid: geen terugleververgoeding
Maandlasten
Voor deze gevoeligheid hebben wij het teruglevertarief voor saldering, wat in basis op €0,23 staat, op €0,00 gezet. Hoewel de terugleververgoeding in de praktijk nooit nul is, geeft deze aanname wel weer hoe gevoelig de businesscase is voor onverwachte wijzigingen in de wetgeving rondom saldering. Conclusie: het wegvallen van saldering heeft beperkte invloed op de businesscase Zoals te zien is in de tabellen aan de rechterkant heeft het wegvallen van salderingskomsten een relatief beperkte invloed op de businesscase. De gemiddelde maandlasten voor de gemiddelde en de grote woning zijn nog steeds significant lager dan niets doen. De gemiddelde kosten voor het kleine huis zijn 7% hoger dan niets doen. Aangezien er naar verwachting weinig kleine woningen met lage energievraag in buurt zijn en de kans klein is dat saldering helemaal wegvalt achten wij het risico wat betreft saldering als te overzien.
Niets doen
Isolatie, ventilatie
Hybride PVT
ZonNet
Jaar 0
€ 184
€ 179
€ 200
€ 200
Jaar 10
€ 268
€ 244
€ 235
€ 217
Jaar 20
€ 351
€ 306
€ 269
€ 236
Gemiddeld jr 0-20
€ 267
€ 243
€ 235
€ 217
Tabel 2: Laag verbruik woning 60 m2 Niets doen Isolatie, ventilatie Maandlasten
Hybride PVT
Jaar 0
€ 85
€ 85
€ 121
€ 115
Jaar 10
€ 118
€ 118
€ 145
€ 125
Jaar 20
€ 151
€ 151
€ 168
€ 138
Gemiddeld jr 0-20
€ 118
€ 118
€ 144
€ 126
Niets doen
Isolatie, ventilatie
Hybride PVT
Jaar 0
€ 292
€ 290
€ 301
€ 314
Jaar 10
€ 432
€ 388
€ 347
€ 338
Jaar 20
€ 569
€ 483
€ 392
€ 366
Gemiddeld jr 0-20
€ 430
€ 386
€ 347
€ 339
ZonNet
Tabel 3: Hoog verbruik woning 200 m2 Maandlasten
36
ZonNet
Businesscase particulieren Gevoeligheden, kansen en risico’s
Tabel 1: Waardenset SpaarGas April 2021 110m2
Gevoeligheid: hogere investeringen isolatiemaatregelen
Maandlasten
Wij berekenden het effect van hogere investeringskosten voor isolatiemaatregelen. Wij namen daarbij de investeringskosten voor isolatiemaatregelen volgens de alternatieve methodiek zoals reeds opgenomen in de businesscase als uitgangspunt. Zoals omschreven onder ‘Methodiek’ eerder in dit hoofdstuk leidt dit tot hogere investeringskosten dan bij de oorspronkelijk gehanteerde methodiek. Conclusie: verhoging van de investeringen voor isolatiemaatregelen heeft zeer beperkte invloed op de businesscase In het startjaar zijn de kosten voor het ZonNet marginaal hoger dan niks doen voor gemiddelde woning. Maar op lange termijn is het ZonNet voor alle drie de woningtypen nog steeds de meest voordelige oplossing. Voor laag gebruik heeft de alternatieve methode geen invloed want deze woning heeft al een dusdanig laag verbruik dat geen isolatie nodig is. Voor de gemiddelde woning en de woning met hoog verbruik zijn de gemiddelde maandlasten ongeveer 8% duurder, maar nog steeds lager dan bij niets doen. Wij achten het risico van hogere investeringskosten voor isolatiemaatregelen acceptabel.
Niets doen
Isolatie, ventilatie
Hybride PVT
ZonNet
Jaar 0
€ 184
€ 192
€ 193
€ 191
Jaar 10
€ 268
€ 257
€ 224
€ 204
Jaar 20
€ 351
€ 319
€ 255
€ 219
Gemiddeld jr 0-20
€ 267
€ 256
€ 224
€ 205
Tabel 2: Laag verbruik woning 60 m2 Niets doen Isolatie, ventilatie Maandlasten
Hybride PVT
Jaar 0
€ 85
€ 85
€ 107
€ 100
Jaar 10
€ 118
€ 118
€ 129
€ 109
Jaar 20
€ 151
€ 151
€ 149
€ 118
Gemiddeld jr 0-20
€ 118
€ 118
€ 128
€ 109
Niets doen
Isolatie, ventilatie
Hybride PVT
Jaar 0
€ 292
€ 310
€ 287
€ 298
Jaar 10
€ 432
€ 408
€ 327
€ 316
Jaar 20
€ 569
€ 504
€ 366
€ 337
Gemiddeld jr 0-20
€ 430
€ 407
€ 327
€ 317
ZonNet
Tabel 3: Hoog verbruik woning 200 m2 Maandlasten
37
ZonNet
Businesscase particulieren Gevoeligheden, kansen en risico’s
Tabel 1: Waardenset SpaarGas April 2021 110m2
Gevoeligheid: alle investeringen vallen 20% hoger uit
Maandlasten
Voor deze gevoeligheid berekenden wij het effect van verhoging van alle investeringskosten met 20%. Conclusie: verhogen investeringskosten heeft beperkte invloed op de businesscase Voor de gemiddelde woning en de grote woning met hoog verbruik is het ZonNet ook bij 20% hogere investeringen de meest voordelige oplossing. Voor de kleine laag verbruik woning is het ZonNet gemiddeld marginaal duurder dan niks doen (2.5%). Gezien het relatief kleine aantal woningen in deze categorie en gezien de minimale verhoging van de maandlasten bij optreden van dit risico, vinden wij dit verschil acceptabel. Wij achten daarom de businesscase voldoende robuust om verhoging van de investeringskosten op te vangen.
Niets doen
Isolatie, ventilatie
Hybride PVT
ZonNet
Jaar 0
€ 186
€ 190
€ 207
€ 205
Jaar 10
€ 271
€ 255
€ 239
€ 219
Jaar 20
€ 353
€ 318
€ 269
€ 234
Gemiddeld jr 0-20
€ 270
€ 254
€ 238
€ 219
Tabel 2: Laag verbruik woning 60 m2 Niets doen Isolatie, ventilatie Maandlasten
Hybride PVT
Jaar 0
€ 87
€ 87
€ 121
€ 114
Jaar 10
€ 121
€ 121
€ 143
€ 123
Jaar 20
€ 154
€ 154
€ 164
€ 132
Gemiddeld jr 0-20
€ 120
€ 120
€ 142
€ 123
Niets doen
Isolatie, ventilatie
Hybride PVT
Jaar 0
€ 296
€ 312
€ 314
€ 324
Jaar 10
€ 436
€ 410
€ 354
€ 342
Jaar 20
€ 572
€ 506
€ 392
€ 364
Gemiddeld jr 0-20
€ 434
€ 409
€ 353
€ 343
ZonNet
Tabel 3: Hoog verbruik woning 200 m2 Maandlasten
38
ZonNet
Businesscase particulieren Gevoeligheden, kansen en risico’s
Tabel 1: Waardenset SpaarGas April 2021 110m2
Gevoeligheid: lagere gasprijsstijging en hogere elektraprijsstijging
Maandlasten
Voor deze gevoeligheid brengen wij het effect in beeld van het hanteren van de meest conservatieve grenzen van de verwachte prijsstijgingen voor gas en elektra. Voor gas verlaagden wij de prijsindex van 2,3% naar 1,1% en voor elektriciteit verhoogden wij de prijsindex van -0,5% naar +0,5%. Conclusie: conservatievere prijsindices hebben beperkte invloed op de businesscase Na het veranderen van de prijsindices van gas en elektra is het ZonNet nog steeds de meest voordelige oplossing voor kleine woningen met een laag verbruik. Het verschil met niets doen is echter zeer klein (2%). Voor de grote woning met hoog verbruik komt hybride PVT als meest voordelige oplossing naar voren. Echter is het verschil met het ZonNet minimaal en is het ZonNet aanzienlijk voordeliger dan niets doen. Voor de gemiddelde woning blijft het ZonNet de meest voordelige oplossing. Wij achten het risico van conservatievere prijsindices daarom beperkt.
Niets doen
Isolatie, ventilatie
Hybride PVT
ZonNet
Jaar 0
€ 184
€ 179
€ 180
€ 178
Jaar 10
€ 242
€ 224
€ 201
€ 191
Jaar 20
€ 303
€ 271
€ 221
€ 205
Gemiddeld jr 0-20
€ 243
€ 224
€ 200
€ 191
Tabel 2: Laag verbruik woning 60 m2 Niets doen Isolatie, ventilatie Maandlasten
Hybride PVT
Jaar 0
€ 85
€ 85
€ 107
€ 100
Jaar 10
€ 109
€ 109
€ 121
€ 107
Jaar 20
€ 134
€ 134
€ 134
€ 114
Gemiddeld jr 0-20
€ 109
€ 109
€ 121
€ 107
Niets doen
Isolatie, ventilatie
Hybride PVT
Jaar 0
€ 292
€ 290
€ 267
€ 277
Jaar 10
€ 389
€ 358
€ 292
€ 294
Jaar 20
€ 489
€ 428
€ 315
€ 314
Gemiddeld jr 0-20
€ 389
€ 358
€ 291
€ 295
ZonNet
Tabel 3: Hoog verbruik woning 200 m2 Maandlasten
39
ZonNet
7. Bijlagen
Bijlage 1: Gebruikte afkortingen Afkorting
ACM BAK BNG CAPEX DSCR EGW EIA IRR MGW NCW OPEX PVT SDE Vpb WEB Weq
Beschrijving
Autoriteit Consument en Markt Bijdrage Aansluitkosten Bank Nederlandse Gemeenten Capital Expenditures; investeringskosten Debt Service Coverage Ratio Eengezinswoning (laagbouw) Energie Investeringsaftrek Internal Rate of Return Meergezinswoning (hoogbouw) Netto Contante Waarde Operating Expenditures; operationele kosten PhotoVoltaic Thermal panels (Thermisch zonnepaneel) Stimulering Duurzame Energie Vennootschapsbelasting WijkEnergieBedrijf Woning Equivalent
41
Voor de optimale investering in CO2-reductie
Rotterdam World Trade Center Beurs, 22e verdieping Beursplein 37 3011 AA Rotterdam T +31 10 300 6000 E info@fakton.com Postadres Postbus 30188 3001 DD Rotterdam Nederland