CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210325245 6. Bijlage 5 Motie Velsen - ruimtelijke inpassing energie

commissie Bestuur 9 september 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Standpunt bepalen over voorstellen algemene ledenvergadering VNG 16 juni 2021988 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Motie ‘Gevolgen energietransitie voor de ondergrond’

Inleiding Iedereen die werkt aan de energietransitie, werkt ook aan de ontwikkeling van de ondergrond. Het is daar al een drukte van belang, en die drukte neemt alleen maar toe. Op een aantal plekken kan er al niets meer bij. En dat terwijl er juist veel ruimte in de ondergrond nodig zal zijn voor het realiseren van de ambities van het klimaatakkoord. Voor de aanleg van wind op zee, voor het aansluiten van lokale zonneweides op het net en voor de transitie naar schone energie (waterstof, geothermie). Vroeg of laat zal iedere gemeente in Nederland in mindere of meerdere mate te maken krijgen met de gevolgen van de energietransitie voor de ondergrond. Want de plek waar de puzzel over de ruimtelijke inpassing van de energie-infrastructuur gelegd moet worden is de gemeente. Het is aan de gemeente de energietransitie te matchen met de woningbouwopgave, de (drink)watervoorziening, klimaatadaptatie en duurzame economische groei. Boven de grond werken we daarvoor met reserveringen (bestemmingsplannen), onder de grond doen we dat nog niet. Ontwikkelingen daar volgen niet hetgeen wat we plannen, maar wat er al ligt. En daarin schuilt voor de gemeenten en voor het Rijk een risico. Want doe je er nu één omdat het kan, dan is er straks geen ruimte meer voor het ander. Wat de energietransitie daadwerkelijk aan fysieke ruimte vraagt, is nog onvoldoende bekend.

Maar als we bedenken dat verdere elektrificatie in de bestaande woningbouw minimaal een vervijfvoudiging van het elektriciteitsverbruik betekent (en dat slechts een onderdeel van de transitie is), is het snel duidelijk dat de energietransitie een enorme uitbreiding van de fysieke netwerken vraagt. En dat wordt ook bevestigd door de netwerkbeheerders in ‘Het Energiesysteem van de Toekomst’. Op diverse fronten en op verschillende niveaus worden de eerste serieuzere stappen gezet om de energietransitie in dit opzicht nader uit te werken. Bijvoorbeeld via de Cluster Energie Strategieën (CES). Daarin brengen de nationale industrie-clusters in kaart wat hun plannen zijn om de uitstoot van broeikasgassen te verlagen. Naast het gezamenlijke commitment van bedrijven geven de plannen ook weer wat zij van de overheid en andere partijen nodig hebben om hun doelstellingen te realiseren. Regelgeving bijvoorbeeld. En leidingnetten voor hun transitie. In de gemeenten rond de nationale industrieclusters en langs de lijnen die deze industrie-clusters met elkaar en andere gemeenten moeten gaan verbinden is het risico nog groter. Want daar vraagt ook de nationale energietransitie om veel ruimte (nationale basisinfrastructuur). In die gemeenten ligt dus, -meer dan waar ook-, een enorme ruimtelijke inpassingsopgave. Onder de grond (en natuurlijk ook boven de grond) gaat het daar flink op de schop.

Precies op die plekken waar de milieubelasting ook enorm hoog is en de kwaliteit van de bodem bij bijna elke ontwikkeling voor uitdagingen zorgt. De cumulatie van problematiek vraagt om een grote inspanning: intensief onderzoek doen, in kaart brengen van het toekomstige gebruik van de ondergrond en keuzes maken. Want niet alles zal inpasbaar zijn. Om deze opgave goed op te kunnen pakken, hebben de gemeenten in de energieclusters nu steun van het Rijk nodig. Willen we dat het goed gaat, dan moeten we deze opgave serieus en als één overheid op gaan pakken. Samenwerken als één overheid én met maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen, het bedrijfsleven en onze inwoners is voor onze gemeenten dan ook een randvoorwaarde om de puzzel op lokaal niveau te kunnen leggen. In diverse rapporten wordt echter duidelijk dat het Rijk nog te ver van de uitvoeringspraktijk van gemeenten afstaat, om haar rol goed te kunnen pakken (zie o.a. het rapport ‘Als één Overheid’/studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen en de ‘Evaluatie van de totstandkoming van het tijdelijk handelingskader PFAS/BZK). De gemeenten in

de industrieclusters hebben het VNG-bureau nodig om het Rijk te helpen die slag wel te maken. Om er samen voor te zorgen dat alle overheidslagen samen aan de slag gaan, op een manier zoals beschreven staat in ‘Als één overheid’ (als gelijkwaardige partijen). Zodat in de praktijk de nodige onderzoeken et cetera om een toekomstbestendige ruimtelijke afweging te kunnen maken, snel en efficiënt kunnen worden uitgevoerd. En we met elkaar de weg kennis en ervaring op kunnen doen die van waarde is voor alle gemeenten in Nederland. Motie De gemeenten bijeen op 16 juni 2021 te De Haag, tijdens de vergadering van de Vereniging Nederlandse Gemeenten. Constaterende dat:    

 

Vroeg of laat iedere gemeente in Nederland te maken zal krijgen met de gevolgen van de energietransitie voor de ondergrond. De puzzel over de ruimtelijke inpassing van de energietransitie gelegd moet worden op lokaal niveau. Het Rijk een aantal gemeenten vraagt daarbij ook de energie-infrastructuur die nodig is voor de nationale energietransitie in te passen. De opgave daardoor in het bijzonder cumuleert in die gemeenten die de nationale industrie-clusters huisvesten en langs de lijnen die die clusters met elkaar moeten verbinden. De hoge milieubelasting de ruimtelijke inpassingsopgave in die gemeenten nog eens vergroot Het Rijk daarbij nog onvoldoende aanhaakt op de lokale uitvoeringspraktijk.

Overwegende dat:   

De ondergrond steeds voller wordt. Het nu het moment is om ons goed voor te bereiden op de inpassingsvraagstukken van de toekomst en de ondergrond te gaan reguleren. Er veel onderzoek nodig zal zijn om de opgave succesvol op te kunnen pakken en te verankeren in spelregels.

Roept op om:  

Het brede ruimtelijk inpassingsvraagstuk in de ondergrond gezamenlijk op te pakken. Met elkaar aandacht te blijven vragen bij het rijk voor meer samenhang in de nationale agenda (NOVI) richting de uitvoering om alle maatschappelijke opgaven tot een goed resultaat te brengen. Het VNG-bureau de opdracht te geven samen met de gemeenten uit de industrie-clusters een samenwerkingsverband te creëren met Rijk en Provincies richting het niveau van de uitvoering, om de inpassingsproblematiek samen als één overheid op te pakken. Hiervoor gebruik te maken van de bijpassende middelen uit de GGU-propositie ‘Fysieke Leefomgeving’.

En gaat over tot de orde van de dag.

F. Bal Wethouder

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12267125/1