20210284468 Beantwoording artikel 38 vragen CDA inzake iZoof (uitspraken wethouder)
Tekst van het document
♦ƒ* Gemeente <1* Haarlem
Raadsfractie CDA
Ons kenmerk
CC/2021/284468
Afdeling
1 juni 2021 Concerncontrol
Contact Telefoon
023-5114312
Datum
M. van Geffen
mvangeffen@haarlem.nl
Onderwerp: Artikel 38 vragen CDA inzake iZoof (uitspraken wethouder)
Geachte mevrouw De Raadt, Op 14 april heeft u vragen gesteld ex art. 38 RvO inzake uitspraken van wethouder Roduner. Met deze brief geven wij antwoord op uw vragen. Hieronder is uw vraag steeds cursief weergegeven waarna het antwoord van het college volgt. 1.
Bent u het met het CDA eens dat de gemeenteraad recht heeft op alle documenten die het college onder zich heeft?
Antwoord: Op grond van de Gemeentewet geeft het college de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft (op verzoek of uit eigen beweging), tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang.
De vertrouwelijke aard van informatie is in beginsel geen reden om de raad te weigeren documenten of inlichtingen te verschaffen, of er moet dus een openbaar belang spelen (wat slechts in zeer uitzonderlijke omstandigheden het geval kan zijn). 2.
Tijdens de raadsvergadering van 22 april 2021 antwoordt wethouder Roduner op vragen van het CDA over de noodzaak van de geheimhouding: "Dan zult u van het college geen stukken meer krijgen die wij in vertrouwen of van Spaarnelanden hebben gehad. Dan zult u voortaan zelfstandig bij Spaarnelanden een verzoek moeten indienen." Is het college werkelijk voornemens om haar inlichtingenplicht te schenden?
Antwoord: Dit heeft wethouder Roduner niet gezegd of bedoeld.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: CC/2021/284468 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
1/3
Tijdens bedoelde raadsvergadering ging wethouder Roduner in op een vraag van OPHaarlem. Die vraag althans de suggestie was of Spaarnelanden aan de raad zonder tussenkomst van het college informatie zou kunnen verstrekken. In reactie op deze vraag/suggestie schetste wethouder Roduner feitelijk hoe de informatievoorziening in dat geval zou verlopen en merkte op dat de stukken dan niet
via het college lopen. Om vervolgens toe te voegen dat het in dit geval anders is verlopen. De stukken waren onder het college, zijn verstrekt aan de raad en dat is onder geheimhouding gegaan nu Spaarnelanden de Businesscase in vertrouwen aan het college heeft verstrekt.
Wat de wethouder hiermee beoogd te zeggen is dat er een risico bestaat dat als er niet zorgvuldig met de verstrekte informatie van derden/externe partijen wordt omgegaan, derden/externe partijen in het gevolg minder geneigd zijn informatie te delen met de gemeente.
Wij nemen hier voor de zekerheid de letterlijke tekst op van hetgeen wethouder Roduner in de raadsvergadering uitsprak:
Transcript: "U heeft gelijk, Spaarnelanden had zich ook kunnen richten tot de raad over de geheimhouding. Maar de stukken zijn via ons gelopen. Dus dat kan een werkwijze zijn. Maar dan zult u van het college ook geen stukken meer krijgen die wij in vertrouwen van Spaarnelanden hebben gehad. Dat betekent dat de raad dan zelfstandig als zij een businesscase wil zien het verzoek moet doen bij tot Spaarnelanden. Maar wij hebben de stukken gekregen. Omdat ze onder ons zijn hebben wij ze aan u verstrekt en dat hebben wij onder geheimhouding gedaan om uiteindelijk ook de belangen van de verschillende partijen waaronder Spaarnelanden te beschermen. Dus dat is de getraptheid, dat is denk ik ook de logische volgorde waarom geheimhouding is opgelegd."
3. Bent u het met het CDA eens dat vertrouwelijkheid nooit een reden kan zijn voor het college om de gemeenteraad documenten of inlichtingen te weigeren? Antwoord: Allereerst: Het woord 'vertrouwelijkheid' heeft de wethouder niet gebezigd, maar 'in vertrouwen', wat erop doelt dat Spaarnelanden de informatie heeft geclassificeerd als vertrouwelijk. Het college is verantwoordelijk om de belangen die het bedrijf heeft bij de vertrouwelijkheid af te wegen tegen het belang van openbaarheid en dat is precies in dit geval gebeurd. In het betreffende geheimhoudingsbesluit zijn nu twee zogenoemde relatieve uitzonderingsgronden van de Wob benut, namelijk de economische en financiële belangen van de gemeente en het voorkomen van de
onevenredige bevoordeling/benadeling van betrokken (derde) partijen. Bij relatieve uitzonderingsgronden moet, zoals ook door raadsleden terecht is aangestipt, een belangenafweging
worden gemaakt.
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: CC/2021/284468 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
2/3
Zie ook vraag 1. 4. Bent u het met het CDA eens dat het college enkel bij hoge uitzondering inlichtingen kan weigeren op grond van het openbaar belang; en de vraag of die inlichtingen terecht geweigerd zijn niet aan het oordeel van het college is, maar altijd aan het oordeel van de gemeenteraad is?
Antwoord:
Ja, dat zijn wij met u eens. Het weigeren van inlichtingen aan de raad op grond van het openbaar belang kan slechts bij hoge uitzondering plaatsvinden. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat men dan moet denken aan de persoonlijke levenssfeer of zaken die onder de rechter zijn ('sub judice'). Ook kan bijvoorbeeld een zeer acute noodsituatie (bijvoorbeeld een terroristische aanslag) een omstandigheid zijn waarin het college niet (direct alle) informatie met de raad kan delen.
5. Hoe kijkt het college tegen de woorden van de wethouder aan en op welke manier zal hij zijn uitspraken gaan rectificeren ? Antwoord: zie beantwoording vraag 1 t/m 4.
Hoogachtend,
Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,
de burgemeester.
mr. C.M. Lenstra
rs. J. Wienen
Graag ons kenmerk vermelden bij uw reactie. Postadres: Postbus 511, 2003 PB Haarlem
Kenmerk: CC/2021/284468 Telefoonnummer: 14 023 | www.haarlem.nl
3/3