20210279792 Raadsinformatiebrief 6 Regionale verwerving jeugdhulp inclusief bijlagen (3)
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Onderwerp RIB 6 Regionale verwerving jeugdhulp Nummer 2021/279792 Datum college 25 mei 2021 Portefeuillehouder Botter, J. Programma/beleidsveld 2.2 Voorzieningen Jeugd Afdeling PG Auteur L. van den Bosch / P. Haker Telefoonnummer 023-5113431 Email lvandenbos@haarlem.nl Bestemd voor: Het college stuurt deze raadsinformatiebrief ter kennisname naar de commissie Samenleving Bijlagen Beantwoording technische vragen uit de commissie Samenleving d.d. 12 mei en technische vragen GroenLinks Aanleiding Tijdens de begrotingsbehandeling 2021 is afgesproken dat het college de commissie Samenleving maandelijks informeert over de voortgang van de verwerving jeugd. In de commissie Samenleving van 12 mei jl. waren de laatste raadsinformatiebrieven aanleiding voor een debat over het proces en de inhoud van de door het college voorgestelde verwervingsstrategie. Dat is de reden om nog voor de raadsvergadering van 27 mei 2021 een extra raadsinformatiebrief te presenteren. De regionale verwerving jeugd is een complex en uitdagend proces. Voor aanbieders, voor gemeenteraden en zeker ook voor het college zelf. Het is geen dagelijkse routine. Er moeten de nodige bestuurlijke besluiten worden genomen die stap voor stap moeten leiden tot een eindresultaat: nieuwe contractvorming per 1 januari 2023.
Dit leidt tot een grote informatiebehoefte bij de raad, waaraan het college telkens zo goed en zo snel mogelijk aan beantwoordt. Het college zal ook de komende periode de maandelijkse raadsinformatiebrieven blijven voortzetten. Daarnaast zal het college op korte termijn een projectpagina op Insite openen waarin op overzichtelijke wijze alle bestuurlijke besluiten, de raadsinformatiebrieven, de beantwoording van technische vragen en andere relevante documenten terug is te vinden. De regionale verwerving jeugd leidt ook tot de nodige onzekerheden over het proces zelf. Ook dat ziet het college terug in de commissievergadering van 12 mei jl.. De keuze voor een dialooggerichte aanbesteding brengt onzekerheden met zich mee, ook voor het college zelf. Het vormgeven van de inhoudelijke opgave in een dialoogfase - dat de start moet zijn van het partnerschap tussen gemeente en aanbieders - betekent nu eenmaal ook dat de samenwerkende gemeenten niet alles vooraf al bepalen. Analoog aan de totstandkoming van de Omgevingsvisie stelt het college voor om per direct een raadsgroep in te stellen die het proces meer nauwgezet kan volgen dan de vergaderfrequentie van de commissie Samenleving.
Uiteraard wordt in deze raadsgroep geen politiek debat gevoerd, er kan met een kleine groep commissieleden en betrokken ambtenaren over de voortgang worden verteld, over dilemma’s en ambtelijke discussies zodat er meer kennis ontstaat over de complexiteit van dit proces.
Kenmerk: 2021/279792
1/5
In deze raadsinformatiebrief gaan we nader in op het voorgestelde proces, de keuze voor het aanbestedingsmodel en de effecten van een pas op de plaats. In de bijlage treft u daarnaast de beantwoording aan van de vele vragen die tijdens de commissie zijn gesteld. Het proces: terugblik In december 2020 heeft het college de nota Programma sociaal domein, werkagenda en planning (2020/2020/883976) aangeboden. Hierin staan de doelen voor de verwervingsstrategie voor het eerst benoemd. Vervolgens heeft de commissie de informatienota verwervingsstrategie jeugdhulp 2020/883976 besproken. Deze opinienota richtte zich op de samenloop van: • de regionale verwerving van voorzieningen jeugdhulp; • de versterking van de verbinding tussen jeugdhulp en de sociale basis • de rol van het CJG Het college heeft met deze informatienota de commissie gevraagd of zij zich kon vinden in de kaders en uitgangpunten van de regionale verwervingsstrategie en de lokale ontwikkelingen die zijn geschetst in de opinienota verwervingsstrategie jeugd. De regionale verwervingsstrategie gaat uit van een integrale opdracht aan een select aantal strategisch partners om de verbinding binnen de jeugdhulp en tussen de jeugdhulp en de sociale basis en het CJG te versterken.
Naar aanleiding van deze opinienota is het college tegemoet gekomen aan de wens van de commissie om meer tijd te nemen voor het verwervingsproces en is de beoogde datum van contractering verschoven van 1 januari 2022 naar 1 juli 2022. Met dit gegeven is het college in samenwerking met de gemeenten Zuid Kennemerland en IJmond aan de slag gegaan met de verdere voorbereidingen van het verwervingsproces. En heeft het college de raad over de voortgang continu geïnformeerd door middel van raadsinformatiebrieven. Waarom aanbesteden en de keuze voor het aanbestedingsmodel De overeenkomsten met jeugdhulpaanbieders eindigen inclusief verlengingsmogelijkheid op 31 december 2022. Technisch gezien zullen de samenwerkende gemeenten een nieuwe verwervingsronde moeten uitvoeren. Belangrijker zijn de inhoudelijke redenen voor een nieuwe verwervingsronde en daarin ligt ook de samenhang met het gekozen model. Zoals beschreven in de eerder genoemde informatienota programma sociaal domein, is er de afgelopen jaren veel bereikt maar alle betrokken stakeholders weten ook dat de transformatiedoelen nog niet behaald zijn. Het behalen van deze transformatiedoelen staat daarnaast onder druk van de toenemende vraag naar jeugdhulp en de daarmee samenhangende tekorten die bij de meeste gemeenten zijn ontstaan. Het roer moet dus om.
Dat is aanleiding geweest voor de keuze voor een integraal perceel als uitgangspunt en voor een dialooggerichte aanbesteding waarin we met een beperkt aantal partners samen vorm willen geven aan een goede opdrachtomschrijving die een goede basis biedt voor het realiseren van de transformatie. In een traditionele aanbestedingsprocedure maakt de aanbestedende partij een programma van eisen dat op detailniveau de gevraagde dienstverlening omschrijft. Vier jaar geleden hebben de samenwerkende
Kenmerk: 2021/279792
2/5
gemeenten dit ook gedaan. Vooraf zijn de producten beschreven onderverdeeld in de categorieën licht, middel en zwaar. Ook de maximale zorgintensiteit inclusief details als opleidingsniveau en groepsgrootte stonden hierin beschreven evenals het bekostigingsmodel prijs per uur per product. Het college verwijst u graag naar het aanbestedingsdocument van destijds: Programma van eisen Wmo en Jeugd (2017/207760). De ervaring heeft inmiddels geleerd dat de toen gekozen verwervingsstrategie het leveren van maatwerk, flexibiliteit, het tijdig afschalen en de samenwerking tussen jeugdhulpaanbieders onvoldoende heeft gestimuleerd. Ook het gekozen bekostigingsmodel kent productie-opdrijvende prikkels. Deze wijze van aanbesteden stimuleert niet het realiseren van transformatiedoelen, van de gewenste veranderingen die destijds de bedoeling waren van de decentralisatie van jeugdhulp naar gemeenten. Mede op basis van de participatiesessies in 2020 zijn deze keuzes gemaakt. Deze keuzes maakt de gemeente niet zelf, ze worden ook gedeeld door onze contractpartners en andere stakeholders zoals het onderwijs of de gebruikers van jeugdhulp.
We hebben als samenwerkende gemeenten gekozen voor een aanbestedingsmodel waarbij niet vooraf de vraag vooraf door de aanbestedende partij in detail staat beschreven, maar waarin de opgave centraal staat: het in samenwerking invulling geven aan het behalen van de transformatiedoelen. In een dialooggerichte aanbesteding gaan we samen met jeugdhulpaanbeiders en andere stakeholders zoals het CJG en het onderwijs de transformatiedoelen nader uitwerken en maken we afspraken over hoe de transformatie gerealiseerd kan worden. Hoe kunnen jeugdhulpaanbieders en gemeenten gezamenlijk daadwerkelijk invulling geven aan deze doelen, wat is daar randvoorwaardelijk voor nodig en welk bekostigingsmodel past daar het beste bij. De gemaakte afspraken en doelen krijgen vorm in de definitieve inschrijving en het contract dat gesloten wordt. De keuze voor een dialooggerichte aanbesteding betekent ook dat in deze fase van het verwervingsproces nog veel vragen onbeantwoord blijven. Daarvoor willen we juist gebruik maken van de expertise en ervaring van de aanbieders en andere stakeholders. Met deze dialooggerichte aanbesteding bepaalt de gemeente niet alles vooraf, maar creëren we een strategisch partnerschap waarbij gemeenten en jeugdhulpaanbieders gezamenlijk verantwoording willen en kunnen nemen voor de gewenste transformatie en voor de financiële problematiek.
Het college realiseert zich terdege dat dit bij de raad een oncomfortabel gevoel geeft. Daarom informeert het college dan ook maandelijks over de voortgang van dit proces, aanvullend zal het college hiertoe nog een aantal voorstellen doen. Inmiddels heeft een eerste afspraak plaatsgevonden met de heer Jonker. Zijn voorstel hebben wij bij publicatie van deze raadsinformatiebrief nog niet ontvangen, het college zal zeker kijken waar interessante raakvlakken zijn. Pas op de plaats Veel fracties hebben in de commissie van 12 mei 2021 opnieuw om een pas op de plaats gevraagd. Daarbij
Kenmerk: 2021/279792
3/5
werden verschillende argumenten genoemd. In deze raadsinformatiebrief komt het college op een aantal hiervan terug. Allereerst is de verwerving nog niet van start gegaan. De gemeenten zijn nog in de fase van voorbereiding, consultatie en overleg. De verwerving start pas formeel met de publicatie van het pre-selectiedocument. Verschillende partijen kunnen zich (nog) niet vinden in het gekozen aanbestedingsmodel. In deze RIB – maar ook in eerdere bestuurlijke stukken heeft het college deze keuze beargumenteerd. Nu afstappen van deze koers betekent in feite dat het gehele verwervingsproces opnieuw moet worden voorbereid en ontworpen, wat onherroepelijk leidt tot het niet halen van de einddatum 31 december 2022 en tot vertraging in de inhoudelijke transformatie die alle betrokkenen – gemeenteraden colleges, jeugdhulpaanbieders en andere stakeholders – beogen. Binnen de doorlooptijd van het regionale verwervingsproces is het wel mogelijk om meer ruimte te creëren voor informatievoorziening richting aanbieders, gemeenteraden en andere stakeholders. Dat kan door de publicatie van het pre-selectiedocument uit te stellen van juni tot september. Dit komt tevens tegemoet aan de wens van de raad om eerst de Regiovisie vast te stellen, deze staat gepland voor de gemeenteraad in september 2021.
Informatievoorziening en communicatie Verschillende fracties beoordelen de informatievoorziening aan jeugdhulpaanbieders inclusief vrijgevestigden en vakspecialisten als onvoldoende. De samenwerkende gemeenten zijn een jaar geleden begonnen met de voorbereidingen, waarbij de Norm voor Opdrachtgeverschap het leidend kader is. Er zijn voorlichtingsbijeenkomsten geweest voor aanbieders en er zijn participatiesessies georganiseerd met verschillende stakeholders. Er zijn bestuurlijke bijeenkomsten geweest, op 19 mei nog een bijeenkomst met bestuurders van jeugdhulpaanbieders en de onderwijssamenwerkingsverbanden om te discussiëren over de betekenis van het begrip ‘strategisch partnerschap’. De formele verwervingsprocedure is ook nog niet gestart. Uitstel van publicatie geeft gelegenheid om nog enkele van deze bijeenkomsten te organiseren. Regiovisie en verwervingsstrategie en pre-selectiedocument De raad stelt daarnaast de Regiovisie vast. Deze regiovisie sluit aan bij de Haarlemse uitgangspunten zoals verwoord in de nota Jeugd en de eerder genoemde opinienota. Voor onze raad zal hierin niet veel nieuwe informatie staan, het is echter wel de eerste keer dat er een regionale visie wordt vastgesteld waarmee de samenwerkende colleges kunnen sturen.
Het college moet de definitieve verwervingsstrategie nog vaststellen, nadat de commissie eerder al hierover heeft kunnen adviseren op basis van de opinienota. In plaats van een separaat collegebesluit stelt het college voor deze als bijlage te voegen bij de Regiovisie. Na de raadsvergadering in september kan vervolgens het pre-selectiedocument worden gepubliceerd. Met dit document beogen de samenwerkende gemeenten een aantal strategisch partners te selecteren die zich committeren aan de opgave en bereid zijn deze met de gemeenten verder uit te werken in dialoog, met inzet van hun expertise en ervaring. Pas dan start het feitelijke verwervingsproces. Uitstel van het verwervingsproces betekent ook dat de onzekerheid over dit proces bij aanbieders en andere stakeholders voortduurt. Juist de definitieve verwervingsstrategie en het pre-selectiedocument geeft hen de duidelijkheid waar zij om vragen.
Kenmerk: 2021/279792
4/5
Vrijgevestigden Net als de Raad acht het college hen een onmisbaar onderdeel van het lokale en regionale zorglandschap. Wel verwacht het college dat vrijgevestigden bereid zijn samen te werken met de nog te selecteren strategisch partners. Er zijn verschillende vormen van samenwerking denkbaar, de vorm waarin dat gebeurt is dan ook onderdeel van dialoog. Het college wil vrijgevestigden de positie geven die ze verdienen. Het heeft daarom onze voorkeur dat vrijgevestigden, verenigd, als strategisch partner deelnemen aan dit verwervingsproces. Mocht dit niet haalbaar zijn, dan kan er gedacht worden aan backup varianten als een geoormerkt budget of (voorlopig) toch een andere wijze van inkoop van de jeugdhulp verleend door deze groep. Tot slot Het college hecht aan de dialooggerichte aanbesteding. Het college hecht ook aan goede communicatie en informatievoorziening. De vragen en zorgen die leven bij de commissie over inhoud en proces zijn terecht. Enerzijds door de keuze van het aanbestedingsmodel, anderzijds ook omdat er nu eenmaal sprake is van een complex proces met vele belangen in regionaal belang. Ook voor het college en de samenwerkende gemeenten is het een spannend proces. De voorstellen die het college doet in deze raadsinformatiebrief komen hier aan tegemoet, zonder daarbij de deadline van 1 januari 2023 uit het oog te verliezen.
Laten we er gezamenlijk de schouders onder zetten. Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,
de burgemeester,
Kenmerk: 2021/279792
5/5
BEANTWOORDING VRAGEN COMMISSIEBEHANDELING 11 MEI VERWERVING JEUGDHULP
FINANCIEEL 1. Hoe om te gaan met het risico op wachtlijsten, acceptatieplicht etc. in relatie tot het uitgangspunt om binnen het budget te blijven? Wat betekent nu de acceptatieplicht? Acceptatieplicht kan inderdaad niet los gezien worden van het beschikbare budget en de in-, door- en uitstroom in de jeugdhulp. Er moeten afspraken gemaakt worden met (en tussen) de strategische partners om te voorkomen dat jongeren met complexere problemen tussen wal en schip vallen. Het moet voor strategische partners straks niet mogelijk zijn alleen jeugdigen met lichtere problematiek te accepteren en de behandeling van jeugdigen met (zeer) complexe problematiek de verantwoordelijkheid van andere strategische partners te laten zijn. Ook het nergens in behandeling nemen van jeugdigen omdat er een contra-indicatie is (niet behandelen omdat er sprake is van bijvoorbeeld een verslaving of licht verstandelijke beperking) moet structureel voorkomen worden. Wat betreft het risico op wachtlijsten geldt dat voorop staat dat een kwetsbare jeugdige die acuut jeugdhulp nodig heeft, altijd zo snel mogelijk wordt geholpen. Er is echter niet één (on)acceptabele wachttijd te noemen voor alle jeugdhulp. Op sommige jeugdhulp kan (wat) langer gewacht worden. Soms kiezen ouders en jeugdigen ervoor om langer te wachten op een specifiek aanbod.
Van gecontracteerde jeugdhulpaanbieders verwachten we straks meer overkoepelend zicht op de jeugdigen op een wachtlijst en meer maatwerkmogelijkheden om (overbrugging)hulp te bieden. Het ontstaan van wachtlijsten is niet alleen een probleem aan de voorzijde van het jeugdhulpproces, maar ook een probleem aan de achterzijde, bij de uitstroom. We zien dat de duur van jeugdhulptrajecten steeds langer wordt. Om de complexiteit van deze onderwerpen recht te doen willen wij ze in samenhang en samenspraak oppakken in de dialoogfase om te komen tot duurzame oplossingen en afspraken die vastgelegd worden in voorwaarde voor inschrijving en de contracten. 2. Is de motivatie voor dit voorstel alleen de financiële problematiek? En zo nee, is er dan ook een ander model denkbaar? De motivatie is niet alleen financieel. De nieuwe verwerving wordt ingezet om onder andere schotten weg te nemen, te zorgen dat minder jeugdigen tussen wal en schip vallen, dubbele intake te voorkomen en de beweging van zwaar naar licht en van jeugdhulp met verblijf naar ambulante hulp te versterken. We gaan zeker ook, vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid, samen met de strategische partners sturen op het bieden van jeugdhulp binnen de financiële kaders om te zorgen dat jeugdhulp beschikbaar blijft voor de kinderen en jongeren die dit nodig hebben.
Om concrete en haalbare afspraken te maken over hoe we dit gaan doen zetten we een dialooggerichte aanbesteding in waarin we de uitwerking van de opdracht samen met de beoogde strategische partners afspraken vormgeven. 3. Wat zijn de financiële gevolgen van het extra half jaar? De afgelopen periode zijn diverse maatregelen genomen om meer grip op de kosten te krijgen. Deze kostenbeheersingsmaatregelen zullen bij latere ingang van de nieuwe contracten voortgezet worden in 2022. De effecten van deze maatregelen lopen bij verlengen van de huidige contracten dus ook door. Ervaringen die we nu opdoen om de kosten beter te beheersen nemen we mee in de verwerving en afspraken die we maken met de strategisch partners. In de kadernota komt het college hierop terug. 1
VRIJGEVESTIGDEN 4. Zegt de wethouder vrijgevestigden een eigen plek toe? Hoe komen zij in positie? Zij komen in de knel: ze willen geen onderaannemer zijn en ze kunnen niet voldoen aan de eisen voor strategisch partner Zij moeten de mogelijkheid krijgen zich apart te organiseren, bijvoorbeeld in een apart perceel Wij zijn van mening dat vrijgevestigden en groepspraktijken een belangrijke bijdrage leveren in de hulp aan jeugdigen en aan thema’s als transformatie, toegang, op- en afschalen, etc. Wij zijn met hen in gesprek over de mogelijkheden die zij zien om mee te doen aan deze verwerving. Het heeft daarbij tot op heden onze voorkeur dat zij zich verenigd inschrijven op de aanbesteding c.q. het integrale perceel. We (h)erkennen hierbij de onzekerheden die zij hebben ten aanzien van het al dan niet kunnen voldoen aan de eisen van het strategisch partnerschap. We zetten ons ervoor in dat het voor de preselectie mogelijk moet zijn voor de vrijgevestigde om zich verenigd aan te melden om als beoogd strategisch partner deel te nemen aan de dialooggesprekken. In deze fase worden (pas) de definitieve vereisten en wensen aan de strategisch partners bepaald.
Daarom vinden wij het ook belangrijk dat de vrijgevestigde meedoen aan deze dialoogfase zodat het voor hen mogelijk is om straks, Na de dialoogfase, een weloverwogen keuzen te maken om al dan niet in te schrijven op de aanbesteding Het college wil vrijgevestigden de positie geven die ze verdienen. Het heeft daarom onze voorkeur dat vrijgevestigden, verenigd, als strategisch partner deelnemen aan dit verwervingsproces. Mocht dit niet haalbaar zijn, dan kan er gedacht worden aan backup varianten als een geoormerkt budget of (voorlopig) toch een andere wijze van inkoop van de jeugdhulp verleend door deze groep in de vorm van een apart perceel. 5. Is er sprake van een gelijk speelveld? Kunnen zij strategisch partner zijn? Zij (en onderaannemers) komen in een ongelijke machtspositie Vrijgevestigden kunnen ook strategisch partner worden of combinant binnen een samenwerkingsverband. Het creëren van een gelijk speelveld is vanuit de uitgangspunten van de aanbestedingswet een verplichting waartoe wij ons sowieso verhouden. We hebben echter wel oog voor de transitie die we aan aanbieders (groot en klein) vragen. Vandaar ook de keuze om deze verwerving in samenwerking (middels de toepassing van de een dialoogfase) vorm te geven. Vrijgevestigden kunnen zich, in samenwerking met jeugdhulpaanbieders die bijvoorbeeld jeugdhulp met verblijf bieden, inschrijven als strategisch partner.
Over de (on)mogelijkheden hiervan zijn we met hen in gesprek. In een hoofd- onderaannemer constructie mag geen sprake zijn van een verschil in machtspositie. Het gaat over partnerschap waarbij kennis en ervaring onderling gedeeld of ingezet wordt. De hoofdonderaannemer constructie heeft in het verleden een negatieve klank gekregen, maar er zijn meer voorbeelden van goede verhoudingen. Indien noodzakelijk maken we afspraken die onderaannemers beschermen. 6. Strategisch partners zullen overhead doorberekenen aan vrijgevestigden als onderaannemers: duur en extra administratieve last Verenigd kunnen de vrijgevestigden zelf ook strategisch partner worden. De (financiële) samenwerking tussen partners en onderaannemers is ook onderwerp in de dialoogfase. Hier worden afspraken gemaakt over de samenwerking, administratieve lasten en marges. 7. Hoe kunnen zij inschrijven als de voorwaarden niet bekend zijn? 2
De voorwaarden voor deelname worden per fase bekend gemaakt: • Fase 1 (pré-selectie): in het pré-selectiedocument worden de voorwaarden voor aanmelding voor de dialoogfase bekend gemaakt. Deze zullen met name betrekking hebben op het kunnen aantonen van ervaring met jeugdhulp in verschillende onderdelen en het kunnen overleggen van een visie die aansluit bij de visie van de regio. Overige voorwaarden, zoals de mate waarin aanbieders zich bijvoorbeeld moeten verenigen in rechtspersonen, worden op dat moment niet gesteld. • Fase 2 (inschrijving): Bij ingang van de inschrijffase worden de voorwaarden voor de uitvoering, die gezamenlijk met de strategische partner in de dialoogfase worden geformuleerd, bekend gemaakt. Op basis daarvan kunnen de beoogd strategische partners nog steeds zelf een afweging maken om al dan niet in te schrijven op de aanbesteding.
STRATEGISCH PARTNER, HOOFD- EN ONDERAANNEMERSCHAP 8. Wat wordt de rol en bevoegdheid van de strategisch partners? Samen met de strategische partners geven gemeenten vorm aan de transformatie. Zij worden medeverantwoordelijk voor de transformatieopgave waarbij zij meer ruimte krijgen om maatwerk te bieden. De strategische partners zijn verantwoordelijk voor het leveren van de jeugdhulp aan jeugdigen die via een van de toegangen aan hen toevertrouwd worden. Getoetst wordt of zij hun contractuele verplichtingen nakomen. Daarnaast worden de resultaten van hun inzet gemonitord op basis van tevoren overeengekomen indicatoren. 9. Wat is dan de rol van de onderaannemers? Hebben zij nog een eigen contract met de gemeente? Onderaannemers hebben geen eigen contract met de gemeenten. Zij kunnen door een hoofdaannemer worden in gezet om (een deel van) de jeugdhulp uit te voeren. Een aanbieder mag onderaannemer zijn bij meerdere strategische partners. 10. Hoe kunnen partijen aansluiten die geen strategisch partner zijn? Als jeugdhulpaanbieders niet als strategische partner de jeugdhulp in de regio willen bieden dan kunnen zij zich bij (eventueel meerdere) strategisch partners aansluiten als onderaannemer. Wanneer je je niet in de pré-selectiefase aanmeldt als strategisch partner kan je je niet na de dialoogfase alsnog als strategisch partner inschrijven.
Je kan nog wel deelnemen als onderaannemer. Ben je geen strategisch partner en wil je niet werken als onderaannemer dan is het binnen deze verwerving niet mogelijk in de regio jeugdhulp te bieden. Uitzondering hierop is inzet via een PGB indien de benodigde hulp niet beschikbaar is binnen de ingekochte hulp. 11. De hoofdaannemer krijgt naast bieden van zorg een controlerende rol. Is dat verstandig? In de dialoogfase worden afspraken gemaakt over de samenwerking tussen hoofdaannemer en onderaannemers en de controle op kwaliteit. Deze afspraken worden vastgelegd in contractuele voorwaarden in de contracten die de hoofdaannemer afsluit met de gemeente. Ook op dit moment zetten gecontracteerde partners onderaannemers in. 12. Nemen de strategisch partners alle administratieve last op zich. Kunnen zij het bekostigingsmodel op zich nemen en hoe gaat de gemeente dit ondersteunen? Een deel van de taken dat nu bij de gemeente ligt wordt de verantwoordelijkheid van de strategische partners. Administratieve lasten hangen deels af van hoe de strategische partners hun processen inrichten, maar ook nadrukkelijk van de afspraken die wij met de strategische partners maken over de verantwoording, rechtmatigheid, monitoring, bekostiging etc. We willen met de strategische 3
partners vooral nadenken over hoe we administratieve lasten in zijn geheel zoveel mogelijk kunnen beperken. Het is daarom nadrukkelijk een onderwerp van gesprek in de dialoogfase. Door in deze fase samen met de beoogde strategische partners oplossingen te bedenken voor zowel de initiële bekostiging als de monitoring en rapportage over de geleverde zorg en de maatschappelijke effecten daarvan. 13. Hoe houden we grip op de kwaliteit als de verantwoordelijkheid naar de strategisch partners gaat? Hoe wordt de kwaliteit gemonitord, hoe wordt gestuurd, hoe wordt de raad hierover geïnformeerd en hoe kan de raad bijsturen? Iedereen in Nederland moet kunnen vertrouwen op goede gezondheidszorg en jeugdhulp. Primair houdt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de zorg en jeugdhulp in Nederland. Om het toezicht te verbeteren treedt per 1 januari 2022 de wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) in werking. Elke instelling die jeugdhulp biedt moet zich aanmelden bij de IGJ, ook als deze jeugdhulp in onder aanneming wordt geboden. Als gemeenten hebben we ten aanzien van de kwaliteit en veiligheid natuurlijk ook onze eigen verantwoordelijkheid. Jeugdhulpaanbieders dienen te voldoen aan diverse wettelijke eisen. We maken met jeugdhulpaanbieders nadere afspraken over de kwaliteit van de jeugdhulp.
We ontwikkelen in de dialoogfase samen met de strategisch partners, CJG en cliëntenorganisaties een monitoringsysteem. In dit kader maken we afspraken met de aanbieders over de wijze waarop we sturen op de jeugdhulp, zodat de beleidsdoelstellingen worden behaald binnen het financiële kader. Samen met de beoogde strategische partners stellen we een aantal Key Performance Indicatoren (KPI’s) op, waarmee we de beleidsdoelstellingen inhoudelijk, kwalitatief en financieel op voortgang kunnen monitoren. Ook de manier waarop we monitoren is uiteindelijk een onderdeel van de contractering. Daarnaast stellen we eisen aan de kwaliteit van de hulpverleners (zoals hebben van een VOG en SKJ of BIG geregistreerd zijn) en moet voldaan worden aan de wettelijke vastgelegde kwaliteitseisen gecontroleerd door de inspectie. PROCES ALGEMEEN 14. Denkt de wethouder voldoende draagvlak te hebben voor de ingezette koers (zowel politiek als bij partners)? De vraag of er voldoende politiek draagvlak is, is geen technische vraag. De gemeenten zetten in op het realiseren van draagvlak bij jeugdhulpaanbieders en stakeholders, onder meer door de participatiesessies die zijn georganiseerd en de regelmatige ambtelijke en bestuurlijke overlegmomenten die er zijn geweest en nog zullen volgen. 15. Wat vindt de toezichthouder van dit proces? De toezichthouder heeft hier geen bevoegdheid in. 16.
Wat is de onderbouwing voor het uitstel van het extra half jaar en hoe kijkt de regio aan tegen dit Haarlems voorstel? Er was gekozen voor een strakke planning. Hierbij waren we ons bewust van de noodzakelijke balans tussen aan de ene kant de gewenste snelheid en aan de andere kant de benodigde ruimte om de te nemen beslissingen en de verschillende fasen zorgvuldig uit te werken. Daarom zijn op twee momenten in het proces go/no go momenten ingebouwd. Bij het eerste afwegingsmoment is op basis van vragen en zorgen van onder andere de gemeenteraad het besluit tot het bijstellen van de planning genomen. Dit besluit werd gedragen door de zeven gemeenten van de twee jeugdhulpregio’s met wie we deze verwerving gezamenlijk uitvoeren.
4
17. De regiovisie komt pas na de zomer als de preselectiefase al is gestart. De regiovisie had het vertrekpunt moeten zijn Met de regiovisie wordt een gezamenlijke (inhoudelijke) basis vastgesteld die input geeft aan en uitgangspunt is voor de dialoogfase. De regiovisie vormt daarmee de basis waarop we de dialoog aangaan met de strategische partners. De regiovisie sluit nauw aan bij de Haarlemse uitgangspunten zoals verwoord in de nota Jeugd en de eerdergenoemde opinienota. Voor onze raad zal hierin dan ook niet veel nieuwe informatie staan, het is echter wel de eerste keer dat er een regionale visie wordt vastgesteld waarmee de samenwerkende colleges kunnen sturen. 18. Wanneer in het proces kunnen partijen aangeven strategisch partner te willen zijn? Op basis van het pré-selectiedocument kunnen zij zich aanmelden als beoogd strategisch partner. Het pré-selectiedocument wordt na het zomerreces gepubliceerd.
19. Waar is de risicoanalyse? Deze wordt onderdeel van de definitieve verwervingsstrategie. DIALOOGFASE 20. Hoe gaan wij dit proces in een paar maanden doen waar Utrecht hiervoor jaren heeft uitgetrokken? Met de verwerving zoeken we strategische partners die ons gaan helpen om de transformatie verder vorm te geven. De verwerving is dus het startpunt om met elkaar de transformatie verder te brengen. We kiezen voor een langere contractperiode om deze ontwikkelopdracht langer de tijd te geven om de transformatie te realiseren. We maken duidelijke afspraken over de te behalen resultaten. Ook in onze regio voeren we al sinds de start van de decentralisatie gesprekken met jeugdhulpaanbieders en andere stakeholders over de gewenste transformatiedoelen en hoe deze te bereiken. Voor het nu gekozen proces maken we gebruik van de ervaringen en kennis van onder meer Utrecht (deze verwerving is echter niet één op één te vergelijken met die van onze regio); we vinden het wiel niet opnieuw uit. Het proces van deze verwerving kent een looptijd van 2,5 jaar en is gestart met regionale participatiesessies, het proces stopt zoals gezegd ook niet na de uiteindelijke contractering. Deze contractering is het begin van de voortgezette doorontwikkeling/transformatie waarvan we verwachten dat dit met vaste strategische partners gedurende een langere periode beter vorm kunnen geven. 21.
Wanneer en hoe krijgen we het resultaat van de dialoogfase? De uitkomsten van de dialoogfase worden verwerkt in een collegebesluit over het uitvoeringsprogramma van de regiovisie en in de Uitnodiging tot Inschrijving. Op basis van de Uitnodiging tot Inschrijving vindt de definitieve inschrijving door de beoogd strategische partners plaats. Er wordt een aangepaste planning gemaakt waarin het delen van de resultaten uit de dialoogfase wordt meegenomen. 22. Wanneer krijgt de raad een plek in de dialoogfase? De raad wordt geïnformeerd over de voortgang in dialoogfase. 23. De dialoogfase is met al deze onderwerpen topzwaar. Waarom wordt er niet van tevoren nagedacht en heeft de raad hier nog iets van te vinden?
5
Er wordt van tevoren nagedacht over de onderwerpen en de koers. Gezien de complexiteit is het niet wenselijk om alle oplossingen vanuit de regio als opdrachtgever eenzijdig te bedenken. Hiervoor is overleg, consensus en gezamenlijk draagvlak met de beoogd strategische partners van cruciaal belang. Dit willen we bereiken in de dialoogfase. Ter voorbereiding op de dialoogfase wordt onder andere de regiovisie opgesteld, deze wordt na het reces besproken met de raad. Daarnaast worden de al benoemde gesprekspunten inhoudelijk voorbereid, hierbij wordt ook geleerd van lessen uit andere regio’s.
REGIO 24. Is de regio klaar voor deze transformatie? De verwerving jeugd is een complexe regionale opgave. Er wordt veel expertise vanuit de verschillende gemeenten ingezet ten behoeve van dit proces in een ambtelijke regionale projectgroep. Deze projectgroep wordt daarnaast extern ondersteund op het gebied van inkoopexpertise. 25. Is er al een beeld van de regionale governance? Om goede sturing aan het proces te geven en in het kader van de Norm van Opdrachtgeverschap worden formeel governance afspraken vastgelegd. Hierover worden op dit moment gesprekken binnen en tussen Zuid-Kennemerland en IJmond gevoerd. De verwachting is dat de herziene Jeugdwet aanwijzingen gaat geven over de regionale governance, we wachten dit af. OVERIG 26. Wordt de kwaliteit van zorg niet minder bij een snelle afschaling? Het bieden van goede zorg aan kinderen die dat nodig hebben blijft voorop staan. In dit licht wordt door jeugdhulpaanbieders en CJG gekeken of en wanneer afschaling mogelijk is. Het tijdig samen optrekken met het eigen netwerk en de sociale basis kan de kwaliteit ook doen toenemen. 27. Wat is de positie van het CJG en hoe worden zij meegenomen in de verwervingsstrategie? Het CJG is een belangrijk partner in het behalen van transformatie doelen als normaliseren, de vebinding tussen informele en formele zorg en het tijdig inzetten van de juiste hulp.
Zij behouden een belangrijke rol in zowel de ‘toegang’ als in het bieden van lichte hulp. In onze visie is het belangrijk dat het CJG nauw samenwerkt met de strategische partners en gezamenlijk optrekt in de transformatie. Zij zijn betrokken bij de aanloop naar de verwerving en zullen in de dialoogfase als belangrijke samenwerkingspartner ook uitgenodigd worden en bij onderdelen van de dialoogfase aanwezig zijn. 28. Is de ambtelijke afdeling voldoende toegerust? Er wordt na een aantal wisselingen gebouwd aan een stevige ambtelijke organisatie. Ter versterking, om ook op dit moment voldoende toegerust te zijn, is er ook expertise van buiten bijgehaald. Haarlem werkt niet alleen aan deze verwerving maar samen met de zeven gemeenten in ZuidKennemerland en IJmond. Dit biedt zowel extra expertise als soms ook extra complexiteit. 29. Zeven randvoorwaarden van de CU: 1. predialoogfase met marktpartijen en raden over strategisch partnerschap We zijn met aanbieders in gesprek en nemen de oproep om hier meer tijd voor te nemen serieus. Er wordt meer tijd genomen om de voor de pré-selectie dialoog te voeren met de raden en jeugdhulpaanbieders. 2. Moeten we überhaupt wel aanbesteden Ja dit moet 6
3. Organiseer regionale governance bijv. in een GR of een regionaal coördinatiebureau Er worden afspraken over governance gemaakt, voor de definitieve vorm volgen we ook de ontwikkelingen van de herziene jeugdwet 4. Doe een marktanalyse Dit is gebeurd. Op basis van de huidige contractpartners en hun omzet binnen de percelen is een inschatting gemaakt van de haalbaarheid. Dit in aanvulling op de participatiesessies. 5. Breng de grootste administratieve lasten in beeld Dit advies nemen wij in het proces mee. 6. Maak een risicoanalyse Een risicoanalyse wordt onderdeel van de definitieve verwervingsstrategie 7. Wacht eerst de landelijke kaders af We zijn bekend met de strekking van de herziene jeugdwet in consultatie, volgen de ontwikkelingen en de houden ons aan de Norm voor Opdrachtgeverschap.
7
VRAGEN GROENLINKS MET BETREKKING TOT VERWERVINGSSTRATEGIE JEUGDHULP
1. Wanneer en op welke wijze zijn de aanbieders van jeugdzorg op de hoogte gebracht van de vorm van de verwervingsstrategie? Er is op een aantal momenten met de aanbieders gesproken over deze verwerving: • Eind 2020 in de participatiesessies zijn de kansen en knelpunten van de huidige en toekomstige inrichting van de jeugdhulp besproken en is op hoofdlijnen gesproken over mogelijke vormen van verwerving. • Op 11 maart waren de eerste informatiebijeenkomsten voor aanbieders en voor vrijgevestigden over de verwervingsstrategie. • Op 22 april was de tweede ronde informatiebijeenkomsten voor aanbieders en vrijgevestigden waarbij dieper is ingegaan op vragen die leefden. • Op 8 april en 10 mei zijn gesprekken gevoerd met een afvaardiging van de vereniging 0tot23 over de positie van de vrijgevestigden. • Op 19 mei is een gesprek gevoerd tussen de wethouders van Zuid-Kennemerland en IJmond en de bestuurders van jeugdhulpaanbieders. Er worden de komende periode extra bijeenkomsten ingepland waarin we op thema’s ingebracht door zowel de gemeenten als door de jeugdhulpaanbieders in kunnen gaan. 2. Is er een recent overzicht van de soorten jeugdzorg die in prognose nodig zijn in aantallen jongeren of percentages totaal? Ja, aan het regionale overzicht wordt nu de laatste hand gelegd.
De hoofdlijnen worden onderdeel van het pré-selectiedocument verdere uitwerking wordt onderdeel van de regiovisie die na het reces aan de raad wordt voorgelegd. 3. Is het mogelijk om de ambulante jeugdhulp in de verwervingsfase ‘los te knippen’ van de complexe jeugdzorg (incl. Jeugdzorg met verblijf) Dit is voor de transformatieopgave niet wenselijk. Een van de bewegingen die we willen maken is het zoveel mogelijk voorkomen van jeugdhulp met verblijf onder andere door de inzet van ambulante jeugdhulp. Deze beweging is niet gebaat bij schotten tussen deze hulpvormen. 4. Is het mogelijk om voor deze twee segmenten een verschillend systeem van bekostiging en aanbesteding te gebruiken? Het is mogelijk voor verschillende onderdelen te kiezen voor verschillende vormen van bekostiging. De wijze van bekostiging is onderdeel van de dialoogfase. 5. Is er bij het opstellen van de verwervingsstrategie overwogen om een dergelijke segmentatie toe te passen? Zo nee, wat is hiervan de reden? Zie 3 6. Is het mogelijk om de complexe jeugdzorg zonder aanbesteding te vergunnen middels subsidie? Nee, de financiële omvang van de opdracht overschrijdt de Europese aanbestedingsdrempel. 7.
Op welk niveau en op welke manier worden de aanbieders in de regio betrokken bij het proces van deze verwerving? Naast de onder 1 genoemde bijeenkomsten worden de komende periode extra overleggen met de jeugdhulpaanbieders ingepland. Daarnaast kiezen wij bewust voor een dialooggerichte aanbesteding
om de jeugdhulpaanbieders gesprekspartner te laten zijn in het inhoudelijk verder vormgeven van de opdracht. 8. Is er een inspiratiesessie taakgerichte aanbesteding (naar het voorbeeld van Noord-Holland Noord) gepland voor de aanbieders en gemeenten in de regio Zuid-Kennemerland IJmond? Er worden de komende periode extra overleggen met jeugdhulpaanbieders en raadsleden ingepland. De te bespreken onderwerpen zullen we in overleg bepalen. De wijze van bekostiging (waar nog geen keus in is gemaakt) kan een van de onderwerpen zijn. is nog niet bepaald, dit is onderwerp van de dialoogfase.