20210272317 1. Zienswijze geven op Verstedelijkingsconcept MRA
Tekst van het document
Raadsstuk
Onderwerp Zienswijze geven op Verstedelijkingsconcept MRA Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten
Besluit College d.d. 25 mei 2021
2021/272317 Roduner, F.J. 4.1 Duurzame stedelijke ontwikkeling OMB Dekker, M.O.A. 023-5113978 mdekker@haarlem.nl Haarlem werkt sinds 2020 in MRA verband samen met het Rijk aan een Verstedelijkingsstrategie. Deze Verstedelijkingsstrategie vormt de basis voor afspraken met het Rijk en de Metropoolregio Amsterdam (MRA) over wonen, werken, mobiliteit, verduurzaming, landschap etc. Doel is niet om nieuw beleid te maken, maar om de samenhang tussen bestaande thema’s en beleid te tonen en de ruimtelijke consequenties voor de regio voor de komende decennia in beeld te brengen. Tijdens het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO MIRT) van november 2021 met de bewindslieden worden hier met het Rijk nadere afspraken over gemaakt. Maar eerst worden raden en staten nu gevraagd om hun zienswijze te geven op het voorliggende Verstedelijkingsconcept. De Verstedelijkingsstrategie wordt definitief vastgesteld in de raden en staten na het BO MIRT. De commissie Ontwikkeling wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van het college in paragraaf 2 en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering.
- Deelname aan convenant Versterking samenwerking Metropoolregio Amsterdam (2016/503174) in commissievergadering Bestuur 24 november 2016 - Vaststellen MRA Agenda (2020/236637) in commissievergadering Bestuur op 15 april 2020 1. Het college stelt het voorstel aan de raad vast. de secretaris,
de burgemeester,
Kenmerk: 2021/272317
1/6
Besluit Raad d.d. ………. (wordt ingevuld door de griffie)
De raad der gemeente Haarlem, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Besluit: 1. De in dit paragraaf 4 van dit raadsstuk opgenomen zienswijze af te geven op het Verstedelijkingconcept van de Metropoolregio Amsterdam; de griffier,
de voorzitter,
1. Inleiding Het Rijk werkt sinds een aantal jaren steeds vaker programmatisch samen met de stedelijke regio’s van Nederland vanwege de steeds complexere verstedelijkingsvraagstukken die zich daar voordoen. Het MRA programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid en de Verstedelijkingsstrategie zijn hier voorbeelden van. De groei in de regio is namelijk aanzienlijk, de ruimte is beperkt en verschillende thema’s grijpen complex op elkaar in. Het oplossen van de wooncrisis, maar ook het faciliteren van de economische groei kan niet zonder maatregelen op het gebied van bereikbaarheid. Deze maatregelen waren toch al noodzakelijk en zeker ook voor Haarlem. Bovendien bevindt de mobiliteit zich in een transitie naar OV en fiets dat om andere infrastructuur vraagt. Verder is het raadzaam om de gebiedsontwikkeling duurzaam te combineren met energietransitie, circulaire bouw en klimaatadaptatie, maar ook met een gezonde leefomgeving en een sociaal evenwicht in stad en regio. Sinds de vaststelling van de MRA Agenda werkt Haarlem sinds 2020 in MRA verband samen met het Rijk aan een Verstedelijkingsconcept, waarin de genoemde thema’s een plaats hebben gekregen. Het gaat hier niet om nieuwe beleidsafspraken, maar om de ruimtelijke consequenties van de verschillende, gecombineerde thema’s voor de regio de komende decennia.
In twee regionale radenbijeenkomsten zijn de vorderingen toegelicht met de hier voorgelegde tussenstand als voorlopige uitkomst. Tijdens het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (BO MIRT) van november 2021 met de bewindslieden worden met het Rijk nadere afspraken gemaakt. Maar eerst worden raden en staten gevraagd om hun zienswijze te geven op het voorliggende Verstedelijkingsconcept, met name de ambities en de keuzevraagstukken voor ZuidKennemerland die expliciet zijn opgenomen op pagina 57-61 van het Verstedelijkingsconcept. De Verstedelijkingsstrategie wordt definitief vastgesteld in de raden en staten na het BO MIRT.
Kenmerk: 2021/272317
2/6
2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor: 1. De in dit paragraaf 4 van dit raadsstuk opgenomen zienswijze af te geven op het Verstedelijkingsconcept van de Metropoolregio Amsterdam;
3. Beoogd resultaat Op basis van de zienswijzen van alle deelnemers in de MRA zal de Verstedelijkingsstrategie worden aangepast alvorens besproken te worden tijdens het BO MIRT dit najaar, voorzien van een aantal afspraken tussen Rijk en Regio over de gezamenlijke aanpak van de uitvoering. De Verstedelijkingsstrategie wordt daarna definitief vastgesteld in alle raden en staten.
4. Argumenten Het Verstedelijkingsconcept sluit aan op het Haarlems beleid De verhaallijn van het Verstedelijkingsconcept ligt in lijn met het vastgestelde Haarlemse beleid als de Structuurvisie Openbare Ruimte, het Woonakkoord etc. Daarnaast sluit het goed aan op de thema’s zoals benoemd in de concept-Omgevingsvisie. Met de Economische Visie is er enige discrepantie: Haarlem heeft hier meer ambitie dan nu in het Verstedelijkingsconcept is opgenomen. Programmatische samenwerking Rijk en Regio Het is goed dat een complexe ontwikkeling als de verstedelijking in onze regio met consequenties voor leefomgeving, economie, woningbouw, mobiliteit en verduurzaming wordt aangepakt in samenhangende programma’s en dat hiertoe een dagelijkse samenwerking met het Rijk is ontstaan. Het Rijk is een belangrijke partner bij de meeste thema’s. Het is de bedoeling dat de Verstedelijkingsstrategie leidt tot snellere investeringsbesluiten bij Rijk en Regio.
Ambities en keuzevraagstukken Het Verstedelijkingsconcept brengt de ambities van de verschillende deelregio’s (en dus ook die van Zuid-Kennemerland) goed in beeld, en ook de complexiteit ervan, bijvoorbeeld: - de gebiedsontwikkeling rond knooppunten met goed bereikbare woningbouw en economische functies - het belang van recreatie en natuur rond de steden met nieuwe verbindingszones - een goed functionerend mobiliteitssysteem in en rond Haarlem voor regionaal verkeer en vervoer - kustversterking op de langere termijn als gevolg van zeespiegelstijging in combinatie met upgrading van de badplaatsen. De grotere, ruimtelijke keuzevraagstukken in de MRA zijn meer in het Noordzeekanaalgebied gepositioneerd. Woningbouw, havenbedrijven, waterstof, circulaire economie en landschap strijden om de ruimte. De groene Houtrakpolder staat onder druk naast de Wijkermeerpolder. Hoewel buiten
Kenmerk: 2021/272317
3/6
de gebiedsgrenzen (nu Haarlemmermeer) heeft behoud van de Houtrakpolder de aandacht van de naburige gemeenten. Zienswijze - De Haarlemse raad is positief over de rijk-regio samenwerking in de Verstedelijkingsstrategie - Het concept van de poly-centrische metropool sluit goed aan op de ambities die Haarlem heeft en de positie van Haarlem in de MRA - Het is goed dat de complexiteit van ruimtelijke ontwikkelingen integraal wordt aangepakt - Het verbeteren van de bereikbaarheid is een belangrijke randvoorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de regio Zuid-Kennemerland. In Haarlem wordt stevig ingezet op een mobiliteitstransitie en hiervoor zijn een schaalsprong van het regionale OV, het versterken van het regionale fietsroutenetwerk en het verbeteren van de voorzieningen voor ketenmobiliteit onontbeerlijk - De ontwikkeling van de OV-knooppunten wordt in de Verstedelijkingsstrategie goed geagendeerd, ook in het licht van de noodzakelijke mobiliteitstransitie en de ontwikkeling van nieuwe werkfuncties. Dit geldt zeker voor het nieuwe boven-regionale OV-knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid, maar ook voor stationsgebied Haarlem centrum en Oostpoort. - Ondanks dat de Koepel en het C-district vermeld worden in de gebiedsbeschrijving vraagt de raad wel meer aandacht voor de uitwerking van de economische functie. De onderbouwing van de spreiding van werkgelegenheid over de regio is nog mager.
De economische ambitie van Haarlem is steviger dan nu in het Verstedelijkingsconcept staat verwoord. Redenerend vanuit het idee van de poly-centrische ontwikkeling van de metropool zou het uitgangspunt moeten zijn dat in de deelregio’s de groei van het aantal banen minimaal gelijke tred houdt met de toename van het aantal inwoners. Dit ter voorkoming van het verder scheef trekken van de woon-werkbalans en de hieraan gerelateerde benodigde mobiliteitsinvesteringen. Het toevoegen van werkfuncties rondom de eerdergenoemde drie Haarlemse ovknooppunten is daarbij cruciaal om deze woon-werkbalans te behouden. Hierbij is de mate van kwaliteit van de openbare ruimte en de hoog-stedelijkheid van deze knooppunten essentieel voor het succes ervan. - Naast de ruimtelijke programmering is het van belang om de economische identiteit van de deelregio’s te versterken en regionale afspraken te maken over actieve spreiding van werkgelegenheid, acquisitie en verhuizingen, waar mogelijk. - Veel bestaande bedrijventerreinen worden getransformeerd tot gemengde woonwerklocaties. Het behouden van gezoneerde bedrijventerreinen zoals Waarderpolder Haarlem Business Park is belangrijk om voldoende ruimte voor bedrijvigheid te blijven bieden. Het versterken van de economische samenwerking aan de westflank van de MRA (Zuid-Kennemerland, IJmond, Haarlemmermeer) is belangrijk en biedt kansen.
Haarlem en Zuid-Kennemerland zijn meer dan een fijne woon-, leef- en bezoekregio. - In de verstedelijkingsstrategie is meer aandacht voor de impact van recreatie en toerisme gewenst. Deze onderwerpen hebben niet alleen een grote economische impact, maar ook effect op de ruimte en op de leefkwaliteit van de inwoners. Voor de coronacrisis was er sprake van een hoge groeiverwachting van het aantal (internationale) toeristen. Nu leidt de groei van het aantal woningen en aantal inwoners en banen ook tot een groei van de recreatiebehoefte, zowel in de steden als in het buitengebied.
Kenmerk: 2021/272317
4/6
-
-
-
Naarmate de verstedelijking toeneemt is het des te belangrijker te investeren in natuur en recreatie. Dit is bij uitstek een bovenlokale opgave en het is goed dat zowel de investeringskant als de beheerkant in de Verstedelijkingsstrategie worden geagendeerd. Minder duidelijk is tot welke concrete acties dit gaat leiden. In het kader van het “keuzevraagstuk Noorzeekanaalgebied” wil de raad meegeven dat de Houtrakpolder een belangrijk onderdeel is van de groene buffer tussen Amsterdam en Haarlem. Gelet op het voorgaande punt is de gewenste lijn hier een versterking van de natuurwaarden en de recreatieve mogelijkheden. Woningbouw op bestaande haventerreinen moet niet tot zodanige verdringing van havenactitiveit leiden dat het nodig is om nieuwe havens in het groen te bouwen en zo indirect buitenstedelijk groen gebruiken voor woningbouw. Tot slot: het abstractieniveau van de Verstedelijkingsstrategie en de hieruit voortvloeiende afspraken met Rijk en regio is hoog. De genoemde thema’s en opgaven vragen om een degelijke uitwerking in programma’s en projecten. De Haarlemse raad blijft graag betrokken bij deze uitwerking.
5. Risico’s en kanttekeningen De Verstedelijkingsstrategie moet bij voorkeur een instrument zijn dat inzicht biedt in de ruimtelijke opbouw van de MRA en helpt bij het maken van ruimtelijke keuzes en ruimtelijke investeringen de komende decennia. Daarnaast moet het de samenwerking, zowel met het Rijk als in de MRA zelf, bevorderen. Als de deelnemers aan de MRA onderling of met het Rijk teveel van mening verschillen kan de voortgang van de verstedelijking vertraagd worden met onvoldoende huizen, banen of leefkwaliteit als gevolg.
6. Uitvoering De MRA wil graag vóór het zomerreces van de deelnemers hun zienswijze op het Verstedelijkingsconcept ontvangen. Hierna wordt de zomer gebruikt voor het verwerken van de reacties en het voltooien van de Verstedelijkingsstrategie voor het BO MIRT. De Verstedelijkingstrategie wordt definitief vastgesteld in de raden en staten begin 2022. De Verstedelijkingsstrategie vormt de basis voor Rijk-regio afspraken en zal benut worden in de relevante regionale projecten en programma’s.
7. Bijlagen Bijlage 1: informatiebrief raden en staten Verstedelijkingsstrategie 12 mei 2021.pdf Bijlage 2: 210512_MRA_Verstedelijkingsconcept VERSIE_2.pdf
Kenmerk: 2021/272317
5/6
Kenmerk: 2021/272317
6/6