20210271228 Artikel 38-vragen D66 inz financiering van het plan van aanpak ontwikkelgerichte organisatie
Tekst van het document
Schriftelijke vragen ex. artikel 38 Reglement van Orde met betrekking tot de financiering van het plan van aanpak ontwikkelgerichte organisatie
Haarlem, 14 mei 2021
Geacht college, Op 18 maart 2021 heeft het college het plan van aanpak ontwikkelgerichte organisatie als de subsidieaanvraag flexibele schil versnelling woningbouw ter bespreking voorgelegd aan de commissie bestuur. Ter vergadering bleek het college binnen het fysiek domein enkele verschuivingen tussen budgetten te doen en meerjarige kosten aan te werven ambtenaren te maken en die kosten te dekken uit de stelpost groei (€ 552.000), stelpost overhead (€ 556.000), extra declarabele en verhaalbare geldstromen (€ 1.021.000), en extra leges kapvergunningen (€ 89.000). Deze gang van zaken roept bij de fracties van CDA en D66 de volgende vragen op: 1. Is het college bekend met de Budgethoudersregeling gemeente Haarlem 2019 (hierna: “Regeling”)? 2. Hoe legt het college artikel 5 lid 4 Regeling uit, waarin staat dat een verschuiving of vrijval die structureel van aard is, in de eerstvolgende begroting als zodanig moet worden verwerkt? 3. Hoe legt het college artikel 5 lid 5 sub a Regeling uit, waarin staat dat stelposten en onvoorzien niet voor verschuiving in aanmerking komen? 4.
Hoe legt het college artikel 6 lid 2 Regeling uit, waarin staat dat als er sprake is van een te verwachten overschrijding, de budgethouder onderzoek doet of er mogelijkheden van dekking zijn en als die er niet zijn, hierover gerapporteerd moet worden met inachtneming van de spelregels uit de Financiële Verordening? 5. Hoe legt het college artikel 6 lid 3 Regeling uit, waarin staat dat meevallers niet mogen worden gebruikt om extra uitgaven te doen, maar vrijvallen ten gunste van de algemene middelen? 6. Hoe kijkt het college aan tegen de toelichting bij artikel 5 Regeling, waarin staat: De raad autoriseert de totale lasten en de totale baten per beleidsveld. Dat is de reden dat aanpassingen van de begroting ook middels een raadsvoorstel gebeuren. Verder is - redenerend vanuit vertrouwen - uitgangspunt dat budgethouders kunnen schuiven binnen budgetten. Dit faciliteert ook het probleemoplossend vermogen van afdelingshoofden (“eigen broek ophouden”). Regel is nu dat dat de budgethouder kan schuiven tussen budgetten die tot zijn bevoegdheid horen zowel binnen één product als tussen zijn producten binnen een beleidsveld. Er zijn altijd onverwachte mee- en tegenvallers in een begroting. Als budgethouders de mogelijkheid hebben om deze zelf op te lossen, wordt vermeden dat
tegenvallers meteen tot een budgettaire claim ten laste van de algemene middelen leiden. Deze regel faciliteert derhalve het probleemoplossend vermogen van de organisatie. De spelregels daarvoor zijn als volgt:
schuiven mag binnen één product, doorbelastingen van (hulp)kostenplaatsen en kapitaallasten e.d. blijven daarbij buiten beschouwing; de te leveren prestaties uit de Programmabegroting mogen niet onder druk komen; schuiven is alleen aan de orde bij bestaande (geraamde) budgetten. Daarbij baten en lasten niet vermengen. Extra inkomsten mogen dus niet worden ingezet om extra uitgaven te dekken. Het budgetrecht van de raad zou dan in het geding komen. Om die reden is in deze situaties een bestuurlijk akkoord nodig; schuiven mag niet tussen of ten gunste of ten laste van reserves; In artikel 5 lid 4 van de Financiële Verordening van Haarlem is geregeld dat meevallers op beleidsveldniveau groter dan € 100.000 inclusief BTW worden gemeld aan college en raad en vrijvallen ten gunste van de algemene middelen. Dit is een waarborg om te vermijden dat grote voordelen niet vrijvallen maar voor andere doelen worden ingezet buiten de bestuurlijke invloedssfeer en verantwoordelijkheid.
7. Hoe legt het college artikel 7 lid 1 sub b Financiële Verordening uit? 8. Hoe legt het college artikel 7 lid 2 sub e Financiële Verordening uit? 9. Hoe beziet het college in het licht van onder meer bovengenoemde regelingen het kennelijke collegebesluit om de stelposten overhead en groei de komende jaren aan te wenden voor structurele kosten aan nieuw te werven ambtenaren? Is het college het met de CDA- en D66-fractie eens dat een dergelijke verschuiving aan de raad moet worden voorgelegd? 10. Is het college het met de fracties van CDA en D66 eens dat verhoging van de leges voor kapvergunningen een raadsbevoegdheid is?
Thessa van der Windt D66 Haarlem