CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210266076 2. Bijlage 1 SPvE knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid

commissie Ontwikkeling 3 juni 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: 21.30 uur Vaststellen Stedenbouwkundig Programma van Eisen knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid (FR)23.747 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

de diversiteit en voor een geleidelijke overgang naar delen met een lagere hoogte. Voor bovenstaande hoogbouw stelt het gemeentelijk beleid dat een Hoogbouw Effect Rapportage (HER) moet worden opgesteld. Hierin spelen onder meer technische aspecten als bezonning en windhinder een rol. Een HER komt bij voorkeur tot stand in onderlinge samenwerking tussen de ontwikkelende partijen om maximaal inzicht te krijgen in de omgevingseffecten. De HER wordt gekoppeld aan de te voeren planologische procedure, zoals het bestemmingsplan en maakt hiervan onderdeel uit.

stedelijkheid in westelijke richting toe. Tevens ontstaat zowel vanuit zuidelijk als noordelijke richting een helder en herkenbaar silhouet van Haarlem Nieuw-Zuid als stedelijk knooppunt. Aan het Spaarne ontstaat een abrupte overgang naar de lage bebouwing aan de overzijde van het water. Hier manifesteert Schalkwijk zich zichtbaar aan het Spaarne als bijzonder stadsdeel

Compositie: Vanaf verschillende plekken binnen en buiten de stad ontstaat zicht op het toekomstige ensemble. Het componeren hiervan luistert nauw en gebeurt in samenhang en aan de hand van belangrijke zichtlijnen. Een compositie waarbij een opgaande lijn wordt opgezocht langs de Schipholweg is het uitgangspunt. Komend vanaf de stadsrand neemt de royale plinten geven het gebied een aantrekkelijke uitstraling en zorgen voor stedelijke dynamiek op maaiveld

oplopende compositie van hoogbouw richting Spaarne (gezien vanuit het Noorden)

SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

RUIMTELIJK KADER van Haarlem. Overigens is het nuttig om in de toekomst de westkant van het Spaarne nader vorm te geven. Enerzijds om de wel heel scherpe schaalsprong beter op te vangen en anderzijds om de ruimtelijke kwaliteit van de locatie te verhogen als aanlandplek vanuit het knooppunt in de oude stad. Clusters De projecten vallen binnen het plangebied in drie clusters uiteen, die drie verschillende lange lijnen markeren: het Spaarne, de Schipholweg en de Europaweg. Binnen de clusters wordt voor de samenhang en de begeleiding van de genoemde lange lijnen gezocht naar samenhang in de architectuur.

Overgang naar bestaande buurten De overgangen naar de bestaande laagbouwbuurten (Slachthuisbuurt in het Noorden; Kruidenbuurt in het Zuiden) verloopt via een tussenschaal. Als overgang naar de Slachthuisbuurt geldt dat de bebouwing in principe uit maximaal vier tot vijf lagen bestaat. Hiermee blijft de hoogte ondergeschikt aan de vijflaagse bouwplannen op de hoek met de Schalkwijkerstraat en het Spaarne. Het Spaarne geldt in de stedenbouwkundige hiërarchie als een hoofdruimte met eerstelijnebebouwing die in de regel hoger is dan tweedelijnebebouwing (bijvoorbeeld een zijstraat). Het is dus logisch dat er aan het Spaarne hoger gebouwd kan worden dan in een zijstraat. Als referentie naar de bestaande buurten vormt de bovenste bouwlaag een bijzondere bouwlaag in de vorm van een kapverdieping of een setback. Een eventuele gedeeltelijke zesde laag is stedenbouwkundig gezien niet wenselijkheid voor deze locatie, maar SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

kan vanuit volkshuisvestelijke en financiële overwegingen (meer woningen) wel wenselijk zijn. Als overgang naar de Kruidenbuurt zijn een twee- of drietal losse gebouwen mogelijk van maximaal vijf bouwlagen. Voorwaarde voor toepassing van deze maximale hoogte is een minimale afstand tot bestaande hoofdgebouwen in de Kruidenbuurt van 20 meter. Binnen de minimale afstand is bebouwing mogelijk tot maximaal vier bouwlagen. Overgangen naar het binnenterrein van Van der Valk en het voormalige terrein van Rijkswaterstaat hebben een maximale hoogte die gemiddeld ondergeschikt is aan de hoogte van de bebouwing langs de Europaweg en Schipholweg. Het gaat hier om bebouwing van maximaal vier tot acht bouwlagen. De overgang naar het sportpark kenmerkt zich door ruime doorzichten van park naar Schipholweg en andersom. Hier loopt de bebouwing in het geval van het

clusters van torens als markering van lange lijnen

realiseren van een mobiliteitshub op deze plek, af tot maximaal vijf bouwlagen aan de nieuwe rand van het sportpark. Eventuele bebouwing gaat een directe relatie aan met de groene omgeving.

Sportpark en entree groene zoom Het sportpark wordt geïntensiveerd, openbaarder en er komen nieuwe entrees richting Schipholweg en Spaarne. Mogelijk ontstaat hier een bebouwde mobiliteitshub die deels kan worden gecombineerd met sportfuncties. Bij een keuze voor een bebouwde mobiliteitshub op deze plek is aandacht voor de overgang naar de achtergelegen sportfuncties en groene doorzichten vanaf de Schalkwijkerstraat en in het verlengde van het nieuwe pleintje aan de Hamelinkstraat. We maken de entree van de Groene Zoom flink breder, tot circa 45 meter en het krijgt het karakter van het begin van een oeverpark. Het sportpark wordt hier onderdeel van. Wandelpaden trekken we door naar

stedenbouwkundige accenten en bijzondere hoeken

33

RUIMTELIJK KADER het sportpark om de toegankelijkheid, zichtbaarheid en aantrekkelijkheid in het algemeen te vergroten. Het sportpark en de hoogbouw brengen een gunstige luchtcirculatie op gang waarbij verkoelende lucht het gebied in trekt en via nieuwe doorgangen de versteende Slachthuisbuurt in wordt geleid.

Dag en nacht Knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid is een van de weinige plekken in Haarlem waar 24 uur per dag beweging is. Met de komst van de mobiliteitshub wordt dit karakter verder versterkt. Het gebied is straks overdag, ’s avonds en in de nacht een prettige plek. Van 08.00 uur tot 24.00 in hoge intensiteit en daartussen in lage intensiteit. Bij voorkeur stemmen we de programmering en de plek van bijzondere functies zoals fietsparkeergarages en wachtruimten hierop af. Deze plekken, de gebouwen en de functies zullen aantrekkelijk en verlicht zijn, wat prettig is voor de bezoekers en reizigers. Bij het ontwerp van de openbare ruimte kijken we nadrukkelijk naar alle momenten van de dag. Het ontwerp heeft een dag- en nachtschets. In de projectbeschrijving staat hoe de bebouwing reageert op licht en wat wordt gedaan om de ruimtelijke beleving in de donkere uren te versterken.

OPENBARE RUIMTE Ambitie De ambitie van het ontwikkelen van een succesvolle openbare ruimte worden samengevat in een ambitieweb met zes thema’s: • identiteit/placemaking • verblijfskwaliteit • mobiliteit • klimaatadaptatie • flora en fauna • bodem en ondergrond Voor deze thema’s is een nulmeting gedaan en zijn de startpunten vastgelegd. Per thema bepalen we de ambitie. Het model streeft geen exacte wetenschap na, maar geeft indicatief en verhoudingsgewijs aan hoe hoog de onderlinge ambities per thema is.

schematische weergave kwaliteiten openbare ruimte huidige situatie

34

Identiteit / placemaking De openbare ruimte kenmerkt zich als een groene stedelijke ruimte doorsneden door een netwerk van wandelroutes met een semi-informeel karakter. Het geheel bestaat uit een tweetal gekoppelde pleinen gericht op het Spaarne en de Europaweg. De groene pleinruimten stimuleren ontmoeten, gezondheid en verbinden. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen primaire en secundaire netwerken voor langzaam verkeer: primaire routes langs lange lijnen en een dwaalmilieu in de tweede lijn.

Spaarneplein Het ‘Spaarneplein’ (ter hoogte van Schipholweg 1) wordt ingericht als verhard plein met veel groenvakken en bomen. Het is onderdeel van de dynamische stadsentree. De functies en het verblijf zijn meer op de wijk gericht met ruimte voor terrassen en uitbundige publieksfuncties in de plint en de aangrenzende ruim-

schematische weergave kwaliteiten openbare ruimte op basis van geformuleerde ambitie

SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

RUIMTELIJK KADER te. De ruimte is gericht op dynamiek tussen 08.00 uur en 00.00 uur. De mobiliteitshub maakt onderdeel uit van dit plein en is medebepalend voor de identiteit van de plek.

Europaplein Het ‘Europaplein’ krijgt de functie en uitstraling van een eigentijds buurtplein en markeert het begin van de Europaweg. Het wordt een groen boomrijk plein met verhardingsvakken. We verbeteren de oversteekbaarheid van de Europaweg. Daarbij is het uitgangspunt dat voetgangers en fietsers voorrang hebben op het autoverkeer, dat zichtbaar ondergeschikt is aan het langzaam verkeer. Plintfuncties (zoals winkels, horeca en maatschappelijke voorzieningen) worden van harte uitgenodigd om gebruik te maken van de aangrenzende publieke buitenruimte. De uitstraling van de huidige grote, open ruimte, wordt door de aanplant van veel bomen en divers groen veel beschutter en lommerrijker. Hoogteverschillen passen binnen deze landschappelijke inrichting en geven de plek een intieme sfeer. Hoofdroutes voetgangers en fietsers Nieuwe routes voor voetgangers ontstaan in het plangebied. De hoofdroutes lopen via de lange lijnen Schipholweg, Europaweg en langs het Spaarne. Er komen royaal brede wandelroutes in het groen die de pleinen verbinden met het aansluitende gebied. Nieuwe bomen en zeer divers groen zorgen voor voldoende schaduw en worden zo geplaatst dat zichtlijnen worden versterkt. De plinten staan direct aan de pleinruimte zodat plintfuncties zich vanuit de gebouwen naar de buitenlucht kunnen uitbreiden.

We koppelen wandelroutes aan open watergangen en wadi’s, die aantrekkelijk zijn vormgegeven en toegankelijk worden gemaakt.

SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

Secundaire routes voetgangers Naast de hoofdruimte gekoppeld aan de lange lijnen, ontstaat ter contrast een dwaalmilieu in de tweede lijn (smalle voetpaden, wandelpaden etc.) Het dwaalmilieu kenmerkt zich door rust, intimiteit en kleinschaligheid. Het dwaalmilieu wordt nog groener en informeler aangezet en draagt bij aan een fijnmazige vertakking van het voetgangersnetwerk. Speelplekken en zitplekken liggen bij de plintfuncties. Het dwaalmilieu is bij uitstek geschikt voor een blokje om, lezen en muziek luisteren en een picknick in het groen.

De oversteekbaarheid van de Schipholweg wordt verbeterd en de barrièrewerking van de weg wordt minder. De weg en de mobiliteitshub worden integraal onderdeel van het plein dat zich uitstrekt over de volledige breedte van het profiel van gevel tot gevel. Het uitloopgebied van het sportpark leent zich voor sportactiviteiten in de openbare ruimte, zoals hardlopen of wandelen.

Mobiliteit

De buitenruimte biedt maximaal ruimte om te ontmoeten en te verblijven én stimuleert de gezondheid. Door de diversiteit van de functies wordt het gebied levendig; dat draagt bij aan de hoogwaardige verblijfskwaliteit zoals de gebiedsverkenning als uitgangspunt stelt. Het autoverkeer blijft aanwezig, maar is niet langer de dominante factor in het gebied. Voetgangers en fietsers krijgen de ruimte.

Het gebied is op basis van de principes van de SOR ingericht voor de voetganger, fietser en het OV. De openbare ruimte kent geen auto-dominantie meer en er wordt vol ingezet op een duurzame mobiliteitstransitie. De ingebruikname van een moderne mobiliteitshub speelt hierin een essentiële rol. Op grond van de SOR zijn voetgangers en fietsers de gewenste hoofdrolspelers in de openbare ruimte, zo ook een belangrijk uitgangspunt in de gebiedsverkenning. De ambitie is om loop- en fietsroutes in en door het gebied te verbeteren en bewegen te stimuleren.

klimaatadaptieve buitenruimte als onderdeel van

groen en lommerrijk dwaalmilieu in de tweede lijn

Verblijfskwaliteit

35

RUIMTELIJK KADER Voetgangers

Fietsers

De ambitie zet maximaal in op het versterken van het fijnmazige voetgangersnetwerk en het creëren van nieuwe looproutes door het gebied. Naast een centrale rol voor de hoofdvoetgangersroutes langs lange lijnen, wordt waar mogelijk via het dwaalmilieu aansluiting nagestreefd met aansluitende voetgangersdomeinen in naastgelegen buurten. Er ontstaat aansluiting met de groene corridor via het aanliggende terrein van het Kennemer Gasthuis. Aanlandplekken van voetgangersroutes aan de noordkant van de Schipholweg zijn de toekomstige pleintjes richting Hamelinkstraat en Graafschapstraat. Via de Hamelinkstraat ontstaat een kleinschalige doorbraak naar de achtergelegen Slachthuisbuurt. Er ligt een kans om na de beëindiging van het tankstation een oversteek te maken richting Merovingenstraat. Daarmee wordt deze informele route ingebed in het geheel van fijnmazige voetgangersroutes in het noordwestelijk deel van Schalkwijk.

Het fietsverkeer neemt een belangrijke plek in binnen het plangebied. We verbeteren de bereikbaarheid voor fietsers, verhogen de fietsbeleving en faciliteren een soepele overstap tussen fiets en HOV. Fietsparkeerplekken hebben logische uitgangen en sluiten aan op fietsroutes. De oversteekbaarheid van de Schipholweg wordt verbeterd en verplaatst naar de hub. Via de Hamelinkstraat ontstaat een informele fietsroute naar de Slachthuisbuurt. Binnen en rond het zoekgebied van de mobiliteitshub komen extra fietsstalingsplekken. Uitgangspunt is dat de hoofdfietsroutes direct aan de lange lijnen Spaarne, Schipholweg en Europaweg gekoppeld blijven. Hierdoor neemt de ruimtelijke beleving toe en vindt een constante aanvoer van bezoekers en passanten plaats wat voor dynamiek op de plek zorgt.

gewenste verbindingen voetgangers

gewenste verbindingen fietsverkeer

36

Mobiliteitshub Het realiseren van een mobiliteitshub is een complexe

opgave. Voor de hub wordt een eigen programma van eisen opgesteld. Dat neemt niet weg dat de gebiedsopgave als geheel moet worden bekeken. Daarom staan in dit SPVE de ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit verwoord. Die vormen de basis voor de vormgeving van de hub en het eisenprogramma dat daarbij hoort. Voor de mobiliteitshub zijn drie mogelijke locaties voorzien tussen het Spaarne en Europaweg: 1. aan de noordkant van het sportpark. 2. in het midden van het wegprofiel van de Schipholweg 3. aan de noordkant van de Schipholweg Voor alle locaties geldt dat voor de inpassing en vormgeving van de hub zeer hoge ruimtelijke kwaliteitseisen gelden. De hub is van enorm belang voor het regionale (H)OV, geeft identiteit aan de plek en wordt daarmee een herkenbaar punt in de stad. Dat uit zich in onder meer in de architectuur, goed aansluitend op de openbare ruimte en een royale beleving voor gebruikers ervan. Het is nadrukkelijk niet het uitgangspunt dat de mobiliteitshub alleen vanuit infrastructureel oogpunt waarde toevoegt aan Knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid. De (her-) introductie van tram of ligthrail vormt een wenkend perspectief en daarom nemen we de inpas-

indicatie maten en programma mobiliteitshub

SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

RUIMTELIJK KADER sing hiervan op langere termijn mee als ontwerpuitgangspunt Los van het OV levert de hub een meerwaarde op het gebied van soepelere verbindingen van routes voor het langzaam verkeer langs en over de Schipholweg. De hub wordt hiermee als verbindende factor zowel onderdeel van Haarlem-Oost als van Haarlem NieuwZuid. Ook de zichtrelatie met het Spaarne nemen we vanaf het begin mee in het ontwerp. De mobiliteitshub kan op verschillende manieren vorm krijgen. Er zijn drie varianten.

Locatie A De noordvariant sluit aan op de openbare ruimte vóór Schipholweg 1. Hier ligt een kans om de hub direct te koppelen aan een autovrije ruimte met toegang tot de plint van de nieuwbouw op de plek. In deze variant ligt het voor de hand dat een deel van het ondersteunende programma voor de mobiliteitshub een plek krijgt in de nieuwbouw. De pleinruimte tussen gebouw en hub krijgt daarmee betekenis als transferruimte tussen plintfuncties en het HOV-opstappunt. Aandachtspunten in deze variant zijn de bereikbaarheid van de zuidkant van de Schipholweg voor voetgangers, de leefbaarheid rond de plinten van Schipholweg 1 en de routing vanaf de hoofdfietsroute naar de fietsparkeergarage. Ongelijkvloerse verkeersoplossingen worden direct meeontworpen en maken herkenbaar onderdeel uit van de vormentaal en uitstraling van de hub zelf.

hub in het bestaande profiel. Hier is het van belang om de hub niet als eiland tussen rijwegen te beschouwen maar te zoeken naar manieren om aan weerszijden van de Schipholweg aanlandplekken te maken van en naar de hub die de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte verhogen. Ongelijkvloerse verkeersoplossingen worden direct meeontworpen en maken herkenbaar onderdeel uit van de vormentaal en uitstraling van de hub zelf. De looproutes van de functies naar de aanlandplekken zijn logisch en versterken het karakter van het knooppunt als dynamische plek in de stad.

Locatie C In deze variant houden we rekening met een inpandige mobiliteitshub aan de noordkant van de sportvelden. De lengte van de mobiliteitshub maakt het lastiger om open doorzichten te waarborgen vanaf de Schipholweg richting de sportvelden. Door openingen in het gebouw te creëren, bijvoorbeeld via een ruime passage

met lichtstraat kan toch een tastbare relatie ontstaan vanaf de Schipholweg met het achterliggende sportpark. Uitgangspunt is dat bij een keuze voor deze locatie vanaf het begin de relatie met de sportvelden vanaf de Schipholweg wordt meeontworpen. Ongelijkvloerse verkeersoplossingen worden direct meeontworpen en maken herkenbaar onderdeel uit van de vormentaal en uitstraling van de hub zelf.

Wijze van ontwerpen De totstandkoming van de mobiliteitshub geschiedt op basis van ontwerpend onderzoek. Dat houdt in dat voor iedere verkeerskundige oplossing een ruimtelijke schets gemaakt wordt die de impact op de omgeving weergeeft. Andersom dient een ruimtelijke schets te worden voorzien van de verkeerskundige haalbaarheid. Technische oplossingen en stedenbouwkundige inpassing gaan hier hand in hand.

Locatie B Deze variant behelst een feitelijke middenligging van de SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

zoekgebied mobiliteitshub met daarin de drie varianten

sfeerbeeld van een mogelijke mobiliteitshub aan de Schipholweg

37

RUIMTELIJK KADER Autoverkeer Als hoofduitvalsweg van Haarlem richting A9, blijft de Schipholweg in de toekomst een belangrijke rol innemen in het stedelijk en regionaal autoverkeersnetwerk. Dat betekent dat een zekere borging van de doorstroming van het autoverkeer op deze plek een randvoorwaarde is voor verdere ontwikkeling van het gebied. Het is echter van wezenlijk belang dat het autoverkeer een minder dominante rol krijgt op deze plek. De maximumsnelheid is nu 50 km/uur, maar in de praktijk wordt er harder gereden. Een andere inrichting kan ervoor zorgen dat er fysiek niet harder kan worden gereden. Er wordt daarom kritisch gekeken naar de breedte van het autoprofiel. Waar mogelijk versmallen we dit profiel door slimme maatregelen binnen en buiten het plangebied. Dat kan door het bundelen van rijwegen, het aantal afslagen te beperken of het profiel van de rijwegen al verder naar het oosten te versmallen in plaats van ten westen van het Spaarne. Ook met het oog op de

waterberging als onderdeel van groen-blauwe stadsverfraaiing

38

luchtkwaliteit in het gebied kunnen deze oplossingen bijdragen aan een gezondere leefomgeving. Een andere punt van onderzoek is het herdefiniëren van de mate van gewenste doorstroming. Als we accepteren dat de reistijd van het autoverkeer gemiddeld toeneemt met één minuut, biedt dat vele mogelijkheden om de openbare ruimte anders in te richten. Zodanig dat fietsers en voetgangers meer ruimte krijgen, de verblijfskwaliteit verbetert en er meer aandacht is voor klimaatadaptatie. Een onderzoeksrichting die binnen deze acceptatie past, is het toepassen van ander materiaal van de rijweg waardoor de rijsnelheid gaat naar maximaal 50 km/u. Daardoor is minder ruimte nodig voor het autoverkeer.

Klimaatadaptatie Het gebied is klimaatrobuust ingericht met een degelijk waterbergend vermogen. Het waterbergend vermogen kan door een drietal methodes worden bepaald:

kansen voor koele luchtcirculatie vanaf een getransformeerd sportpark en via nieuwbouw de bestaande buurten in

•

• •

lokale infiltratie door het toepassen van waterpasserende verharding en waterbufferende groenvlakken zoals wadi’s lokale opslag van water door watergangen zoals sloten en dakoppervlak seizoensberging; het overtollige water wordt in natte periodes opgeslagen om deze in droge periodes te gebruiken

Het gebied krijgt een gescheiden stelsel. Regenwater en vuilwater (riolering) wordt dus gescheiden. Het regenwater wordt lokaal afgevoerd en geïnfiltreerd. Een sterke overmaat aan water wordt naar het oppervlaktewater van het Spaarne afgevoerd. In het gebied komen veel bomen bij om water vast te houden en om in warme periodes droogte te voorkomen. Om hittestress in de toekomst te voorkomen, leggen we extra groenvlakken aan. De extra bomen zorgen ook voor verkoeling door schaduw.

uitgebalanceerde beplatingstypen stimuleren ecologische waarde

SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

RUIMTELIJK KADER Flora en fauna Een grote hoeveelheid aan kwalitatief divers groen brengt geur en kleur in het natuurinclusieve gebied. Meer groen leidt tot meer biodiversiteit. De natuurwaarde wordt verhoogd van laag naar middel en hoog. Het aantal plant- en boomsoorten wordt uitgebreid. Dit kunnen ook de water- en oeverplanten zijn. Bij nieuw te planten bomen kiezen we voor een grotere maat dan de minimale eis van de gemeente. Dit om bij aanplant een volwassen eindbeeld van de bomen te krijgen. Uiteraard gaan biodiversiteit en verblijfskwaliteit voor een groot deel hand in hand. Bij een eventueel belangenconflict wordt langs de Schipholweg en Europaweg voorrang gegeven aan het belang van de verblijfskwaliteit.

Bodem en ondergrond De bodem wordt slim en effectief ingericht, waardoor ruimte ontstaat voor het ondergrondse netwerk voor de energietransitie. Ondergronds moet extra plek gemaakt worden voor klimaatadaptatie en infrastructuur voor de energietransitie. De ondergrondse ruimte is schaars. Daarom kiezen we in dit gebied voor innovatieve ruimtebesparende oplossingen, bijvoorbeeld door leidingen compact bij elkaar of op elkaar aan te leggen. In dit gebied loopt een aantal hoofdtransportleidingen van onder meer de Amsterdamse watervoorziening waarvan de huidige ligging als randvoorwaarde geldt bij ruimtelijke ontwikkelingen, gezien de kostbare verplaatsing ervan. Het wordt technisch mogelijk gemaakt om bomen in nabijheid van kabels en leidingen te planten voor een maximaal resultaat voor klimaatadaptieve inrichting, verblijfskwaliteit, flora en fauna en identiteit. relevante kabels en leidingen in het plangebied

SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

39

RUIMTELIJK KADER GROENPARAGRAAF Groen geeft ons rust, biedt ruimte om te sporten of elkaar te ontmoeten, biedt ruimte voor verschillende dieren en planten en maakt onze leefomgeving mooier. Toevoegen van groen in de stad draagt bij aan beter afvoeren van overtollig water en het vasthouden van water. Bovendien zorgt groen voor verkoeling en beschutting en vangen bomen en beplanting CO2 en fijnstof af. Dit betekent dat groen in de stad een essentiële bijdrage levert aan de gezondheid en het sociale welzijn van de inwoners van Haarlem. De groenparagraaf geeft inzicht in de kwaliteit en kwantiteit van het groen binnen het plangebied. Er is een analyse gemaakt van het huidige aanwezige groen en bomen en er wordt ingegaan op de wijze waarop in de ontwikkelingen op de private kavels wordt omgegaan met groen. En er zijn ambities opgenomen voor de inrichting van de openbare ruimte.

Generieke opgaven voor het gebied In de huidige situatie is de openbare ruimte aan de kruising van Schipholweg en Europaweg versteend en het aanwezige groen heeft nauwelijks een waarde als gebruiksgroen. Ook op en rond de sportvelden en de entree naar de Groene Zoom kan de gebruiks- en belevingswaarde van het groen verbeterd worden. Bovendien is er de ambitie om ervoor te zorgen dat de mobiliteitshub, die langs de Schipholweg komt, een fijne en groene ruimte voor reizigers wordt, terwijl ook de doorstroming van het verkeer gewaarborgd moet blijven. Ook de nieuwbouw zelf biedt kansen voor vergroening door dakterrassen en gevelgroen. Hier ligt een belangri40

jke opgave voor een groenere en gebruiksvriendelijkere openbare en openbaar toegankelijke ruimte binnen het gebied. Ter bevordering van een groene leefomgeving zijn voor de gebiedsontwikkeling de volgende opgaven geformuleerd: • Bijdragen aan de ontwikkeling van Haarlem als gezonde, klimaatadaptieve en groene stad; • Bijdragen aan vitaliteit, gezondheid en welzijn van inwoners, doordat het groen makkelijk toegankelijk is het uitnodigend voor de inwoners om er rust en ontspanning te vinden of plezier aan te beleven; • De biodiversiteit in Haarlem versterken, met een gezonde omgeving voor dieren en planten die hen voldoende mogelijkheden biedt om zich te bewegen tussen de groene gebieden; • Helpen bij het verwerken van grote hoeveelheden regenwater en te zorgen dat verkoeling wordt geboden als de temperaturen hoog oplopen, en zo de gevolgen van klimaatverandering te verzachten; • Bijdragen aan actieve betrokkenheid van onze inwoners bij hun leefomgeving en hun stad.

Vigerend beleid De SOR en Groenstructuurplan 2020 zijn richting gevend voor de ontwikkeling. Daarin wordt genoemd: • Verbeteren en uitbreiden van de groene dwarsverbanden ( Schipholweg ) • Het in stand houden, uitbreiden en aanvullen van de hoofdbomenstructuur ( Schipholweg en Europaweg ) • Invullen met groen van de ontbrekende schakel van de hoofdbomenstructuur op de kruising Noord Schalkwijkerweg en Schipholweg.

Analyse bestaand groen en bomen In de openbare ruimte in het plangebied staan 262 bomen. Aan weerszijden van de Schipholweg staan 20-26 oude iepen in rijen als onderdeel van de hoofdbomenstructuur. Enkele iepen zijn ouder en twee éénentachtig-jarige iepen hebben een monumentale status. In de middenbermen van de weg, langs de busbaan tussen de Rusthuisbruggen en de Europaweg, staan twee rijen met eiken van 21 jaar oud. Het project heeft geen effect op deze bomen. Vanaf de Europaweg oostwaarts staat een enkele rij essen variërend in leeftijd van 18 tot 41 jaar. Aan weerszijden van de Europaweg staan binnen het plangebied iepen en essen, waaronder drie monumentale iepen van 81 jaar oud. Langs de rand van het sportpark staan voornamelijk zwarte elzen en veldesdoorns in een leeftijd variërend van 26 tot 31 jaar. Op het sportpark zelf staan enkele jongere krentenbomen en veldesdoorns. De geplande ontwikkelingen hebben effect op de volgende bomen: • 3 bomen op de hoek van de schipholweg en Schalkwijkerstraat moeten geveld worden. Het gaat om een plataan (13 jaar oud), iep (9 jaar oud) en meidoorn 8 jaar oud. Voor de plataan zullen de mogelijkheden voor verplanten onderzocht worden. • 13 bomen op de hoek van de Europaweg en Schipholweg liggen vlak langs een bestaande waterpartij. De waterpartij wordt verplaatst en op deze plek komt nieuwbouw.

Onderzocht moet worden of de bomen behouden kunnen worden. Het gaat om vijf 13 jarige iepen langs de Schipholweg en 8 gezonde essen langs de Europaweg. Zeven essen zijn 61 jaar oud en 1 es is 41 jaar oud. SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

RUIMTELIJK KADER •

De geplande ontwikkelingen hebben geen effect op de overige bomen in de openbare ruimte.

In het plangebied zijn enkele groenstroken aanwezig. Het gaat voornamelijk om smalle stroken ruig gras die de rijbanen begeleiden van de Schipholweg en Europaweg. Er zijn geen plantvakken met gevarieerd groen. Het gebouw aan de Schipholweg 1 grenst aan een strook gemaaid gazon van circa 708 m2. Deze strook zal bijna volledig worden bebouwd. Op de private kavels staan 62 bomen. Deze bomen worden als gevolg van de ontwikkeling geveld. Op de te ontwikkelen kavels bevinden zich enkele smalle groenvlakken. De te slopen woningen aan de Hamelinkstraat hebben een achtertuin.

Schonenvaert: bomen behouden voor nader onderzoek

bomen in het plangebied; de ontwikkelingen hebben effect op bomen in de gele zone

SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

te verwijderen bomen voor ontwikkeling Schipholweg 1

41

ruig gras tussen de rijbanen en gemaaid gazon

bomen op particuliere kavels te verwijderen voor project Schipholpoort

bomen op particuliere kavels in de Hamelinkstraat; te verwijderen voor project Schipholweg 1

42

SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

RUIMTELIJK KADER Bomenbalans In onderstaande tabel staat het aantal bestaande bomen en het aantal bomen dat als gevolg van de ontwikkeling geveld en vervangen moet worden. Van 13 bomen is het nog onzeker of zij behouden kunnen blijven of niet. Een boomeffectanalyse moet dat op een later moment in het project duidelijk maken. Als meer bekend is over het ontwerp en de te gebruiken bouwmethoden. Daarom is een bandbreedte aangegeven in het aantal te vervangen bomen in de openbare ruimte. In het totale plangebied zijn ca. 331 bomen aanwezig. Daarvan staan 262 in de openbare ruimte en 69 op private gronden. De bouwplannen hebben geen effecten op de bestaande groenstroken langs de Schipholweg en Europaweg. Wel wordt het volledige groenoppervlak op private grond (2.240 m2) voor bouwwerkzaamheden verwijderd. Het verwijderde groen dient op eigen terrein gecompenseerd te worden. Bijvoorbeeld door binnentuinen, groen op dakterrassen en gevelgroen. Van de 331 bomen moeten als gevolg van de bouwontwikkelingen 62 bomen op private grond wijken en 3 bomen in de openbare ruimte. Van 13 bomen in de

SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

openbare ruimte moet nader onderzocht worden of ze behouden kunnen blijven, omdat het exacte ontwerp van de nieuwbouw en bouwmethode nu nog niet bekend is. Voorafgaande aan de aanvraag voor een omgevingsvergunning moet een boomeffectanalyse daarover uitsluitsel geven.

Te vervangen bomen Bomen in de openbare ruimte die worden geveld dienen elders in het plangebied in de openbare ruimte te worden vervangen door inheemse soorten. De boomsoort wordt per locatie bepaald en afgestemd op de karakteristieken van de omgeving. De minimale plantmaat van de te herplanten bomen bedraagt 20-25 cm (stamomvang gemeten op 1 meter hoogte). Als gevolg van de ontwikkelingen moeten 62 bomen op de privéterreinen worden gekapt. Voor de bomen waarvoor een omgevingsvergunning voor vellen noodzakelijk is, geldt een vervangingsplicht. Het gaat om een fysieke herplantverplichting: voor iedere gevelde boom moet een nieuwe boom op hetzelfde perceel aangeplant worden. Waar herplant op eigen terrein niet mogelijk is, of de nieuwe boom niet kan uitgroeien tot een

boom van vergelijkbare omvang als de gevelde boom, moet in overleg met de gemeente worden overgegaan tot financiële compensatie. Concreet betekent dat dat herplant in de openbare ruimte door de ontwikkelaar kan worden afgekocht. De boomsoort wordt per locatie bepaald en afgestemd op de karakteristieken van de omgeving. De minimale plantmaat van de te herplanten bomen bedraagt 14-16 cm voor bomen op privé terrein en voor bomen in de openbare ruimte 20-25 cm (stamomvang gemeten op 1 meter hoogte).

Kansen voor meer groen Voor de ontwikkeling van de mobiliteitshub is in bovenstaande afbeelding een globaal zoekgebied aangegeven waar de realisatie van de mobiliteitshub invloed kan hebben op bomen en groen, bijvoorbeeld doordat bomen moeten wijken, verplant zullen worden of behouden kunnen blijven. Op dit moment is nog onbekend hoeveel bomen en groenoppervlak zal wijzigen ten gevolge van de ontwikkeling van de mobiliteitshub. De gemeente onderzoekt samen met de provincie de exacte locatie van de mobiliteitshub en volgens planning wordt eind 2021 daarover een besluit genomen. Dit SPvE geeft ambities mee voor een toekomstige inrichting van de openbare ruimte die als gevolg van het realiseren van de mobiliteitshub noodzakelijk is. En ook ambities voor de herinrichting van de Europaweg ter hoogte van de bouwprojecten. De toekomstige openbare ruimte kenmerkt zich als een groene stedelijke ruimte doorsneden door een netwerk van wandelroutes met een semi-informeel karakter en zo veel mogelijk begeleidt door groen. Het geheel bestaat uit een tweetal gekoppelde pleinen gericht op het Spaarne en de Europaweg.

43

RUIMTELIJK KADER De groene pleinruimten stimuleren ontmoeten, gezondheid en verbinden. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen primaire en secundaire netwerken voor langzaam verkeer: primaire routes langs lange lijnen en een dwaalmilieu in de tweede lijn. De uitstraling van de huidige grote, open ruimte aan Schipholweg en Europaweg wordt door de aanplant van veel bomen en divers groen veel beschutter en lommerrijker. Het aantal plant- en boomsoorten in het gebied wordt uitgebreid. Het SPvE spreekt zich met name uit over de particuliere ontwikkelingen op eigen terrein. In de huidige situatie maakt de bebouwing en buitenruimte een versteende indruk. In de nieuwe situatie zijn er aanzienlijke kansen voor vergroening. De woningen krijgen hun prive-buitenruimte en er worden ook gezamenlijke binnenhoven en dakterrassen ontworpen. Deze binnenhoven en dakterrassen dienen een groene uitstraling te hebben. Vereist wordt dat daken gebruikt worden voor groen of dakterrassen, behoudens het oppervlak dat noodzakelijk is ten behoeve van opwekken van duurzame energie. Groene gevels worden overal gestimuleerd. Op de kavel van Schonevaart (Toekanweg 7) ligt een grote waterpartij. De waterpartij blijft behouden maar krijgt als gevolg van de ontwikkeling een andere plek op het terrein en wordt middels een nieuw aan te leggen open watergang verbonden met de boezem.

Er komen planten, struiken en kleine bomen in de tuin en op de groene daken die biodiversiteit stimuleren. Er worden planten gekozen waar insecten en vogels graag in huizen. Mogelijk kunnen bijenkorven of insectenkasten worden neergezet. Aan de gevels van het gebouw komen voorzieningen voor vleermuisverblijven.

44

De ambitie is om het voorterrein van de nieuwbouw aan de Schipholweg 1 in te richten als verblijfsplein met stedelijk groen. Ook krijgt het gebouw een groene uitstraling door gevelgroen en groene dakterrassen. Het woongebouw aan de J.J. Hamelinkstraat wordt volledig uitgevoerd in hout en krijgt daarmee een duurzame uitstraling.

standaard deel uit van de uit te voeren onderzoeken t.b.v. de aanvraag omgevingsvergunning. Indien een ontheffingsaanvraag ecologie nodig is, dan kan de quickscan als basis dienen voor een mitigatie- of compensatieplan waarin compenserende maatregelen staan beschreven voor de aangetroffen (beschermde) soorten. Het ontwerp houdt rekening met uitkomsten van de quickscan.

De nieuwbouw aan de Schipholpoort heeft een relatie met het achtergelegen sportpark en de Groene Zoom. Het is de bedoeling dat er in de toekomst een (fysiek) verbinding met het achtergelegen sportpark komt zodat de bewoners daar kunnen recreëren in het groen. Groene buitenruimten en groenaccenten in de westelijke gevels van de nieuwbouw benadrukken de relatie met het groen op maaiveld. Tussen de nieuwbouw en de Europaweg komt een plein met een groene inrichting.

Ter behoud en bevordering van de ecologische waarden en biodiversiteit moet natuurinclusief worden ontworpen en gebouwd. Om een gezonde, aantrekkelijke en toekomstbestendige leefomgeving voor mens en dier te maken, moet de natuur een volwaardige plaats krijgen bij het ontwerpen van nieuwbouw en (openbare) buitenruimte hier omheen. Behoud en aansluiten op de bestaande ecologische waarden is uitgangspunt. Indien behoud niet mogelijk is, dienen in het bouwproject compensatiemaatregelen te worden getroffen. Daarnaast liggen er grote kansen voor bevordering van natuur binnen de drie projecten. Bijvoorbeeld door groene daken en gevels, voorzieningen voor insecten, nestgelegenheid, vleermuisverblijven en vogelvides. Dit zijn kleine investeringen bij de bouw, maar van levensbelang voor soorten in de stad.

Groen en ecologie: natuurinclusief bouwen Een gezonde en toekomstbestendige verdichte stad is een stad met veel groen en water. Haarlem zet in op het behouden en versterken van de kwantiteit en kwaliteit van natuur en groen in de stad. Zowel de openbare ruimte als de gebouwde omgeving kunnen daar aan bijdragen. Bij de realisatie van bouwprojecten wordt daarom geanticipeerd op vergroening en ecologie en wordt gekeken naar de kansen voor natuur.

Klimaatadaptatie: water bergen en hitte tegengaan

Het uitvoeren van een natuurtoets en toepassen van compensatiemaatregelen ecologie is voor de drie projecten verplicht. Het doel is behoud (en mogelijk toename) van de ecologische waarden en biodiversiteit. Met een natuurtoets worden de ontwikkelingen beoordeeld op ecologische effecten. Een quickscan ecologie maakt

De gevolgen van klimaatverandering komen sneller en zijn heviger dan verwacht. Als we niets doen dan zijn overstromingen en gebrek aan zoet water het gevolg. Hittestress beïnvloedt onze gezondheid en arbeidsproductiviteit. Extreem weer kan de uitval van vitale en kwetsbare functies veroorzaken. Bijvoorbeeld als wegen bij heftige buien vaak onder water komen te staan of als SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

RUIMTELIJK KADER

LEGENDA: bomen huidig bomen onderzoek verplanten bomen verwijderen groen huidig openbaar groen huidig prive ontwikkeling privegrond zoekgebied groen bus-Hub kansrijk gebied groenuitbreiding plangebied

plangebied met daarin aangegeven de locatie van de te vervangen bomen

SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

45

RUIMTELIJK KADER

Ambitieschets en gebruiksmogelijkheden openbare ruimte

46

SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

RUIMTELIJK KADER gebouwen niet meer bereikbaar zijn. Door onze gebouwde omgeving klimaatbestendig en water-robuust in te richten, zijn we voorbereid op de verandering van het klimaat. Haarlem neemt zo veel mogelijk maatregelen om de stad weerbaar te maken tegen een veranderend klimaat. De ambitie is om in 2050 klimaatbestendig te zijn. Een gezonde en toekomstbestendige stad is een stad met minder stenen en veel groen en water. Dat draagt bij aan een schonere lucht, brengt verkoeling en helpt om de overlast van extreem weer (regen, hitte) op te vangen. Bovendien dragen groen en water positief bij aan de ruimtelijke kwaliteit en versterken de natuur, ecologie en biodiversiteit van de stad. Ook gebouwen kunnen bijdragen aan een klimaatadaptieve stad, bijvoorbeeld door groene (of blauwe) daken en gevels. Door natuurinclusief bouwen worden kansen voor het verbeteren van ecologische kwaliteit benut. Het toevoegen van groen, het klimaatbestendig inrichten van de stad en het stimuleren van lopen en fietsen bevorderen de gezonde stad. Een toekomstbestendig watersysteem is voorbereid op waterover- en onderlast. Knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid wordt klimaatbestendig ingericht. Minder verharding en meer groen maken het gebied weerbaar tegen een veranderend klimaat.

Groene daken en gevels dragen bij aan een schonere lucht, brengen verkoeling en helpen om de overlast van extreem weer (regen, hitte) op te vangen. Overtollig hemelwater mag niet worden afgevoerd via het gemengd riool maar moet worden afgekoppeld. Overtollig hemelwater van de Schipholweg (of de daaraan liggende gebouwen en particuliere terreinen) mag niet worden afgewenteld op de Romolenpolder. Er moet voldaan SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

worden aan de volgende uitgangspunten, die zijn overgenomen uit het adviesrapport klimaatbestendige nieuwbouw (maart 2020) van de MRA: Wateroverlast: • De neerslag van een hevige bui (1/100 jaar, 70 mm in een uur) op privaat terrein wordt op dit terrein opgevangen en vertraagd afgevoerd. De berging wordt de eerste 24 uur daarna niet geleegd en is in maximaal 60 uur weer beschikbaar. • In het gebied is natuurlijke afwatering zoveel mogelijk aanwezig. • Bij een waterdiepte van 20 cm op rijbaan door extreme regen en/of overstromingen mag er geen schade op treden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar. • De ontwikkeling gebeurt waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden en waar mogelijk hergebruikt op eigen terrein. Droogte: • De inrichting is afgestemd op de verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte. • Maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en kostenefficiënt zijn over de levensduur van 60 jaar worden in het ontwerp opgenomen. • Vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte.

Hitte: • Er is tenminste 30% schaduw voor belangrijke langzaamverkeersroutes en verblijfsplekken in de openbare ruimte in het gebied tijdens de hoogste zonnestand in de zomer. • Tenminste 50% van alle daken worden warmtewerend of verkoelend ingericht/gebouwd om opwarming van het stedelijk gebied te verminderen; daken bedekt met zonnepanelen zijn uitgezonderd van de berekening. • Vitaal en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen hitte (denk bijvoorbeeld aan de energie- en warmtevoorzieningen van de gebouwen). • Slaapvertrekken worden tijdens hitte niet te warm en koeling leidt niet tot ongewenste opwarming van de verblijfsruimtes in de directe omgeving.

Vitaliteit, gezondheid en welzijn: gebruikswaarde van groen De waarde van groen wordt alom erkend. Een optimaal rendement van groen valt of staat met het kiezen van het juiste beplantingstype en de juiste plantensoorten voor de juiste plaats. Eisen die worden gesteld aan het groen sluiten aan bij de verschillende functies van groen. Groen dient niet alleen als ‘aankleding’ van de openbare ruimte maar draagt ook bij aan biodiversiteit, recreatie, verfraaien en isoleren van daken en gevels, waterberging, het wegvangen van fijnstof en andere luchtverontreiniging en het vergroten van het welbevinden van de inwoners van Haarlem. Een groene omgeving heeft een aantoonbaar positief effect op de gezondheid. Groen kan bijvoorbeeld 47

RUIMTELIJK KADER bijdragen aan minder stress, stimuleren tot meer bewegen, buiten spelen of meer sociale samenhang. Goede verzorging van het groen en keuze van type beplanting spelen een grote rol. Het aanbrengen kleur en variatie in het groen heeft een aantoonbaar positief effect op ons welbevinden. Ook plantengeuren moeten in dit verband niet worden vergeten. In onderstaande ambitieschets zijn de gebruiksmogelijkheden als volgt geïdentificeerd: • lounge- en lunchplekken in de openbare ruimte • speelplekken • ruimte om te ontmoeten en samen te wandelen • prettige wandel- en hardlooproutes (blokje om/rondje) in de nabije omgeving • plekken om te sporten in de openbare ruimte • pluktuinen

een wandeling door het sportpark en langs het Spaarne of rondje hardlopen gestart worden en worden deze groene gebieden ontsloten voor de bewoners van de circa 1.600 nieuwe woningen die willen recreëren in het groen of langs het Spaarne.

Kansen sportpark Het sportpark wordt geïntensiveerd, openbaarder en er komen nieuwe entrees richting Schipholweg en Spaarne. Mogelijk ontstaat hier een bebouwde mobiliteitshub die deels kan worden gecombineerd met sportfuncties. Bij een keuze voor een bebouwde mobiliteitshub op deze plek is aandacht voor de overgang naar de achtergelegen sportfuncties en groene doorzichten vanaf de Schalkwijkerstraat en in het verlengde van het nieuwe pleintje aan de Hamelinkstraat. We maken de entree van de Groene Zoom bij de Noord-Schalkwijkerweg flink breder, tot circa 45 meter en het krijgt het karakter van het begin van een oeverpark. Het sportpark wordt hier onderdeel van. Wandelpaden trekken we door naar het sportpark om de toegankelijkheid, zichtbaarheid en aantrekkelijkheid in het algemeen te vergroten. Zo kan vanuit het plangebied 48

SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

RUIMTELIJK KADER PROGRAMMA Interactiemilieu De Metropoolregio Amsterdam ziet een sterke groei in sectoren als ICT en Financiële Diensten. In Haarlem zijn voornamelijk Zorg en Detailhandel de grote sectoren. Zakelijke dienstverlening vormt eveneens een belangrijke economische pijler voor Haarlem en het aantal ZZP’ers in Haarlem (16%) vormt een stevige basis en onderscheidende kwaliteit van de stad. Waar in het verleden de vestigingsplaatsfactoren voor A-locatie-kantoorgebieden zich kenmerkten door een dominante werkfunctie, heeft de laatste jaren een verandering plaatsgevonden waarbij kennisintensieve bedrijven en innovatieve bedrijven vooral gebaat zijn bij veel interactie; zogenaamde interactiemilieus. Dit zijn gemengde hoogstedelijke gebieden waar wonen, werken en stedelijke voorzieningen gemixt zijn en waar de verblijfswaarde (o.a. pleinen en parken) zeer hoog is. Dit soort interactiemilieus valt of staat bij een zeer goede kwalitatief van de openbare ruimte, waar het prettig verblijven is, waar rondom voorzieningen in plinten zitten en waar het ook ’s avonds na 7 uur nog druk is op straat. Voor OV-knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid betekent dit, dat als de wens en ambitie is om te groeien in stuwende werkgelegenheid, het gebied aan de ruimtelijke voorwaarden van een interactiemilieu moet voldoen.

Het gebied zal daarom moeten transformeren van een op de auto gericht gebied, naar een gebied voor voetgangers en fietsers. Met ruimte om te verblijven, leven op straat en een mix aan allerhande functies en SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

heid in het gebied, zowel op straatniveau, vanuit het gebouwconcept en verbinding met het toekomstig gebiedsconcept. Vanuit visie, doelgroep-specificatie en programmatische vertaling naar woonconcept, plintconcept(en) en wijze van inrichting/gebruik openbare ruimte.

voorzieningen. Dat betekent kortweg dat de kans om stuwende werkgelegenheid aan te trekken groter wordt als de auto-dominantie wordt afgeschaald.

Gebiedsconcept Met alleen een gebiedsverandering is deze omgeving zijn we er nog niet. Er is behoefte aan een duidelijke programmatische laag, die energie geeft, die positiviteit uitstraalt en waar trots aan kan worden ontleend. Met een programmatisch geladen gebiedsconcept kan Schalkwijk vanuit met eigen kwaliteiten werken aan zijn Knooppuntwaarde. Als overkoepelend thema ligt het, op basis van de kwaliteiten en positie van het plangebied, voor de hand om gezondheid en sport centraal te stellen. Sport vanwege de nabijheid van het sportpark en de recreatief-sportieve aantrekkelijkheid van de groene zoom. Gezondheid vanwege de potentie die het Kennemer Gasthuis biedt in de innovatieve (werkplekken) en verzorgende sfeer (welzijn). Dit gebiedsconcept wordt verder uitgewerkt.

2.

Minimaal 2 plintlagen van het gebouw zijn gereserveerd voor niet-woon-functies. Functies zijn zoveel mogelijk openbaar en toegankelijk voor de gehele omgeving. De begane grond is in ieder geval geprogrammeerd; de andere laag/lagen mogen ook op andere verdiepingslagen zijn gesitueerd. In overleg met en na een akkoord van de gemeente kan hiervan worden afgeweken en kan (een deel van) het niet-woonprogramma ook op andere plekken in het gebied of bij een andere ontwikkeling uit dit SPvE worden gepositioneerd.

3.

Programmatische exploitatieconcepten in de openbare ruimte kunnen (deels) meetellen/meewegen bij het plintareaal. Kan eventueel ook in de vorm van financiële/exploitatiebijdrage voor programma dat (deels) buiten de contour van het vastgoedgebouw valt.

4.

Programmatische invulling richt zich zowel op lokale/verzorgende functies als ook op bovenregionale aantrekkingskracht, bij voorkeur in samenhang met het gebiedsconcept. Nieuwe stuwende werkgelegenheid wordt in het bijzonder op prijs gesteld (kennisintensief, hoog opgeleid, aansluitend bij gebiedsconcept). Ontwikkelaars geven vooraf inzicht in de (verwachte) bijdrage aan werkfuncties/

Eisen ten aanzien van niet-woonprogramma De wijze waarop een ontwikkeling bijdraagt aan de algehele levendigheid in het gebied en een toekomstig gebiedsconcept versterkt, is uiteindelijk belangrijker dan de hoeveelheid vierkante meters aan niet-woonfuncties die hiermee gemoeid gaat. In dit SPVE legt de gemeente daarom de volgende eisen neer voor wat betreft het programma: 1.

Elk project draagt aantoonbaar bij aan de levendig-

49

RUIMTELIJK KADER arbeidsplaatsen, zowel in aantal als in kwalitatieve duiding. 5.

6.

7.

50

Indien vanuit de locatiekwaliteit of zaken van technische aard geen kwalitatief goede plintinvulling van een deel van de begane grond mogelijk is, zorgt de ontwikkelaar voor een passende compensatie en doet hiertoe een concreet voorstel. Compensatie voor de plintinvulling kan geschieden door exploitatie van andere plintlagen. De wijze waarop niet-woonprogramma kwalitatief wordt getoetst is verder uitgewerkt in de paragraaf “Uitwerking toetsingscriteria niet-woonprogramma”. De gebouwontwikkeling maakt duidelijk op welke wijze een relatie bestaat met het OV-knooppunt. Ontwikkelaars dragen actief bij aan de mobiliteitstransitie binnen het plangebied door aan te sluiten bij de thema’s sport en gezondheid (actieve, gezonde leefstijl) en promotie van voetgangersbewegingen, fietsen, OV-gebruik en deelmobiliteit. De routes/verbindingen met het OV-knooppunt worden meegenomen in het gebouwontwerp en visie/plan voor de openbare ruimte. Programmatische koppelingen vanuit (plint)voorzieningen worden op prijs gesteld (bv. fietsconcepten, horeca/wachtruimte, mobiliteitshub). De gemeente stelt nog nadere eisen vast ter bepaling van eventueel passende compensatie indien niet tegemoet kan worden gekomen aan de gewenste programmatische invulling. Dat geldt ook voor het wegen van argumenten voor het afzien van

deze invulling. Afspraken hierover worden privaatrechtelijk en daarna in het bestemmingsplan of omgevingsplan vastgelegd. 8.

Aan de hand van een nog op te stellen gebiedsconcept stelt de gemeente vast in hoeverre de ambitie voor het creëren van een interactiemilieu, dat is gericht op ontmoetingen, door het terugdringen van de dominantie van het autoverkeer, haalbaar is.

9.

Ontwikkelaars en gemeente werken gezamenlijk aan het opstellen van een gebiedsconcept en betrekken diverse stakeholders daarbij. In de tussenliggende periode werken ontwikkelende partijen toe naar een mate van flexibiliteit van de invulling van de bebouwing als het om niet-woonfuncties gaat. Zij maken aannemelijk dat de wijze waarop wordt omgegaan met deze flexibiliteit in het ontwerpproces, positief bijdraagt aan het versterken van de gebiedsidentiteit in de toekomst.

2.

Onder niet-woonfuncties verstaan we onder meer de volgende functies: a. Horeca, retail- en leisure functies; b. Werkfuncties zoals kantoren en kleine bedrijvigheid; c. Maatschappelijke voorzieningen zoals buurthuizen; d. Voorzieningen zoals publieke, medische en paramedische dienstverlening; e. Voorzieningen die een relatie hebben met de mobiliteitshub, zoals openbaar fietsparkeren.

3.

Onder niet-woonfuncties verstaan we niet: a. Gemeenschappelijke ruimten en voorzieningen (amenities) die bedoeld zijn als onderdeel van het woonconcept (gemeenschappelijke lounge, tuinen, gameroom, studeerruimte, logeerkamers, wasserette e.d.). Deze functies worden geacht deel uit te maken van het woonconcept en vallen derhalve onder de woonfunctie. Gedeeltelijk meerekenen van deze functies is denkbaar voor zover (naar rato) deze functies zijn opengesteld voor gebruikers van buiten het woonconcept/de ontwikkeling, en alleen nadat hierover privaatrechtelijke afspraken zijn gemaakt tussen gemeente en ontwikkelende partij, bijvoorbeeld op basis van het gebiedsconcept; b. Parkeervoorzieningen ten behoeve van de woningen; c. Bergingen ten behoeve van de woningen.

4.

Naast niet-woonfuncties mag in de plintlagen ruimte gereserveerd worden voor: a. entrees ten behoeve van de woningen (inclusief

Uitwerking toetsingscriteria niet-woonprogramma 1.

De eis dat minimaal 2 plintlagen van het gebouw zijn gereserveerd voor niet-woon-functies, wordt als volgt nader gespecificeerd: a. Het totaal bruto vloeroppervlak van de twee plintverdiepingen, gemeten binnen de hoofdcontour van het gebouw maar b. het oppervlak aan niet-woonfuncties hoeft niet groter te zijn dan 15% van het totaal bruto vloeroppervlak (exclusief eventueel gebouwd parkeren, en/of verhoogd maaiveld boven parkeren) van de gehele ontwikkeling.

SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

RUIMTELIJK KADER ruimte voor postbussen en meterkasten); b. liften, liftlobby’s en trappenhuizen ten behoeve van woningen; c. fietsenstallingen ten behoeve van bewoners; d. in- en uitgangen en stijgpunten of hellingbanen t.b.v. autoparkeren; e. traforuimten, nutsverdeelkasten, leidingschachten en technische voorzieningen ten behoeve van de woonfunctie, die in verband met veiligheid op straatniveau gesitueerd moeten worden. 5.

Het niet-woonprogramma zal kwalitatief worden getoetst aan de volgende kwalitatieve uitgangspunten: a. Draagt bij aan de levendigheid van het gebied op straatniveau; b. Is openbaar toegankelijk of overwegend gericht op gebruik door mensen die niet binnen de ontwikkeling zelf wonen; c. Draagt bij aan het toevoegen van (intensieve) werkgelegenheid in het gebied (initiatiefnemers dienen het aantal arbeidsplaatsen inzichtelijk te maken); d. Draagt bij aan de gewenste mobiliteitstransitie en heeft een relatie met de mobiliteitshub ((bijvoorbeeld bedrijfjes gericht op mobiliteit, fietsverhuur, fietsenmaker, take-away gericht op de hub); e. Draagt bij aan het gebiedsconcept. Ook voor het toetsen van deze kwalitatieve uitgangspunten kunnen gemeente en marktpartijen nadere afspraken maken in privaatrechtelijke overeenkomsten, gebaseerd op een gedragen gebiedsconcept.

SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

6.

De invulling van het niet woon-programma dient een logisch vervolg te zijn op de omschrijvingen in dit SPvE en de uitgangspunten van het op te stellen gebiedsconcept. De functies worden vastgelegd in de privaatrechtelijke overeenkomsten tussen de gemeente en de ontwikkelaars en in het bestemmingsplan of omgevingsplan.

Woonprogramma De functie wonen is sterk vertegenwoordigd in zowel de omgeving als de plannen in en rondom het OV-knooppunt. Dat past bij de ambities in de Haarlemse ontwikkelzones om te voldoen aan een grote woningvraag voor Haarlemmers (10.000 extra woningen tot en met 2025). De inzet in de omgeving van het knooppunt is het bouwen van gecombineerde concepten van onderscheidende nieuwe woonmilieus met economische en maatschappelijke functies. De wisselwerking is dat een hoogwaardig woonprogramma met gemengde plinten bijdraagt aan de kwaliteit van de omgeving en aan de aantrekkelijkheid voor vestiging van bedrijven. De voorgestelde plannen hebben daarbij allen een eigen woonaccent dat van toegevoegde waarde is voor Haarlem en voor deze locatie. Woonwerkwoningen behoren ook tot de mogelijkheden. Er wordt gericht op doelgroepen met een laag autobezit, die willen profiteren van de aanwezigheid van het knooppunt: zoals studenten, starters en stellen, zorgpersoneel en leraren. Aanpasbaar/toekomstbestendig bouwen is nodig zodat de woningen op termijn ook voor ouderen geschikt zijn. Dit is een groeiende doelgroep vanuit Schalkwijk en Oost (doorstroming bevorderen). Niet iedereen kan zelfstandig wonen. De gemeente stuurt erop aan dat bij nieuw-

bouwplannen diverse vormen van begeleid wonen tot stand komen, ook bij deze gebiedsontwikkeling

DUURZAAMHEID Algemeen

Hieronder volgen de ambities en eisen die horen bij de Haarlemse duurzaamheidsambities, onderverdeeld in de thema’s mobiliteit, klimaatadaptatie, circulariteit, energie & warmte en groen & ecologie

Mobiliteit Bij knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid wordt gewoond en gewerkt naast een moderne mobiliteitshub met snelle busverbindingen naar Amsterdam en Schiphol. Haarlemmers, toeristen en werknemers kiezen voor de bus. De hoeveelheid asfalt in de omgeving van de drie projecten mag niet toenemen en neemt bij voorkeur af. Zo blijft de stad bereikbaar en het gebied leefbaar. Er komen goede fietsverbindingen door het gebied en voldoende, makkelijk bereikbare fietsparkeerplekken voor de gebruikers van de omliggende gebouwen en de mobiliteitshub. Een mobiliteitsplan stimuleert bewoners en werknemers om af te zien van het gebruik en bezit van een eigen auto.

Klimaatadaptatie Overtollig hemelwater mag niet worden afgevoerd via het gemengd riool maar moet worden afgekoppeld. Overtollig hemelwater van de Schipholweg (of de daaraan liggende gebouwen en particuliere terreinen) mag niet worden afgewenteld op de Romolenpolder. Er moet voldaan worden aan de volgende uitgangspunten, die zijn overgenomen uit het adviesrapport klimaatbestendige nieuwbouw (maart 2020) van de MRA. 51

RUIMTELIJK KADER •

Wateroverlast •

• • •

•

de neerslag van een hevige bui (1/100 jaar, 70 mm in een uur) op privaat terrein wordt op dit terrein opgevangen en vertraagd afgevoerd de berging wordt de eerste 24 uur daarna niet geleegd en is in maximaal 60 uur weer beschikbaar in het gebied is natuurlijke afwatering zoveel mogelijk aanwezig bij een waterdiepte van 20 cm op rijbaan door extreme regen en/of overstromingen mag er geen schade optreden aan gebouwen en elektrische installaties in de openbare ruimte en blijven hoofdwegen begaanbaar de ontwikkeling gebeurt zo veel mogelijk waterneutraal en leidt niet tot extra aanvoer/afvoer van water. Hemelwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden en waar mogelijk hergebruikt op eigen terrein

Droogte •

•

•

de inrichting is afgestemd op de verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en kosteneffciënt zijn over de levensduur van 60 jaar worden in het ontwerp opgenomen vitale en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen langdurige droogte

Hitte •

52

tijdens de hoogste zonnestand in de zomer is er tenminste 30% schaduw voor belangrijke langzaamverkeersroutes en verblijfsplekken in de openbare ruimte in het gebied

•

•

tenminste 50% van alle daken worden warmtewerend of verkoelend ingericht/gebouwd om opwarming van het stedelijk gebied te verminderen; daken bedekt met zonnepanelen zijn uitgezonderd van de berekening en moeten zoveel als mogelijk groen toevoegen vitaal en kwetsbare functies moeten bestand zijn tegen hitte (denk bijvoorbeeld aan de energie- en warmtevoorzieningen van de gebouwen) slaapvertrekken worden tijdens hitte niet te warm en koeling leidt niet tot ongewenste opwarming van de verblijfsruimtes in de directe omgeving

Circulariteit Het gebied is flexibel in gebruik en voorbereid op veranderende behoefte van haar gebruikers als het gaat om bijvoorbeeld wonen, werken, zorg en mobiliteit. In de gebouwen gebruikte materialen worden geregistreerd (bijvoorbeeld in een materialenpaspoort) en de openbare ruimte wordt gerealiseerd conform de aanpak duurzaam GWW. Voor de te slopen gebouwen verlangt de gemeente een circulair sloopplan. Het scheiden van afval en grondstoffen moet makkelijk zijn voor de toekomstige bewoners.

Energie en warmte Knooppunt Haarlem Nieuw-Zuid voldoet aan de BENG-eisen, is mogelijk energieneutraal of zelfs energiepositief. Dat betekent dat per dag meer energie wordt geproduceerd dan gebruikt. De gebouwen worden ontworpen om zo min mogelijk energie te verbruiken, met behoud van comfort voor de gebruikers. De resterende warmtevraag zal uit duurzame bronnen komen. Opwekking van elektriciteit moet 100% duur-

zaam zijn. Er wordt geen aardgas gebruikt om gebouwen te verwarmen, te koken en water te verwarmen. De kansen voor aansluiting op het Haarlems Warmtenet moet voor elk van de drie gebouwen worden onderzocht.

Groen en ecologie Aspecten met betrekking op groen en ecologie zijn opgenomen in het gedeelte over de openbare ruimte.

Duurzaamheidsstrategie per project De projecten binnen het knooppunt Haarlem NieuwZuid voeren ieder een eigen duurzaamheidsstrategie waarmee voldaan wordt aan bovengenoemde eisen. Het ontwerp voor de openbare ruimte is erop gericht zo veel mogelijk de verblijfskwaliteit te verbeteren en prettige en groene routes te maken voor fietsers en voetgangers. De drie gebouwontwikkelingen onderscheiden zich met bijvoorbeeld onderstaande unieke ambities:

Spaarnepoort Spaarnepoort komt met haar unieke startersconcept tegemoet aan de grote behoefte aan woningen in de starterscategorie. Jonge Haarlemmers en mensen die in Haarlem werken in beroepen als leerkracht, zorgmedewerker of politieagent, kunnen hier een huis vinden. Dit heeft een duurzame impact op de Haarlemse samenleving. De ambitie van de ontwikkelaar is om een BREEAM Excellent certificaat te behalen. Circulaire sloop, modulaire bouw en zoveel mogelijk gebruik van circulaire materialen dragen bij aan een duurzamer Haarlem.

SPVE KNOOPPUNT HAARLEM NIEUW-ZUID

RUIMTELIJK KADER Schonenvaert Op de kavel van Schonenvaert ligt een grote waterpartij. Deze wordt met een nieuw aan te leggen open watergang verbonden met de boezem. De planten, struiken en kleine bomen in de tuin en op de groene daken stimuleren biodiversiteit. Er worden planten gekozen waar insecten en vogels graag in huizen. Mogelijk plaatsen we bijenkorven of insectenkasten. Aan de gevels van het gebouw komen voorzieningen voor vleermuisverblijven. Het gebouw wordt flexibel in te delen. Hierdoor is gegarandeerd dat in de toekomst verschillende functies en alternatieve indelingen mogelijk zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12269734/1