CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210247587 2. Bijlage 1 Rapport evaluatie International School Haarlem (ISH), mei 2021

commissie Samenleving 2 september 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Rapportage evaluatie International School Haarlem (ISH)5.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Evaluatie Internationale School Haarlem

Amsterdam, mei 2021 Jos van Elderen.

Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Opdracht 1.2 Aanpak 1.3 Leeswijzer 2 Internationale School Haarlem 2.1 Ontwikkeling leerlingenaantal 2.2 Kwaliteit van het onderwijs 2.3 Tevredenheid over de school 2.4 Huisvesting van de school 2.5 Bestuurlijke samenwerking 2.6 Exploitatie 3 Bestuurlijke context 4 Effecten van de Internationale School Haarlem 4.1 Lokaal 4.2 Regionaal 5 Beschouwing 5.1 Conclusies 5.2 Ontwikkelperspectief

3 3 3 4 5 5 6 6 6 7 7 9 10 10 10 12 12 13

20210012

1 Inleiding 1.1 Opdracht De Internationale School Haarlem is een voorziening voor internationaal georiënteerd basis- en voortgezet onderwijs (IGBO en IGVO) die gestart is per 1 augustus 2017. Stichting TWijs (rechtsopvolger van Salomo) en Stichting IRIS zijn het bevoegd gezag van respectievelijk de IGBO- en IGVO-afdeling van de Internationale School Haarlem. Beide stichtingen oefenen het bestuur gezamenlijk uit op basis van een samenwerkingsovereenkomst zodat de Internationale School Haarlem feitelijk als eenheid kan functioneren. De start van de Internationale School Haarlem is onder andere gebaseerd op een Haalbaarheidsverkenning1 en een Businesscase2. In beide rapportages zijn de haalbaarheid en randvoorwaarden voor de start van een internationale school verkend. In een Convenant internationaal onderwijs3 hebben de gemeente Haarlem en beide schoolbesturen vervolgens de start van de Internationale School Haarlem bevestigd en afspraken gemaakt over hun verplichtingen ten aanzien van deze school. In het Convenant internationaal onderwijs is onder andere opgenomen dat na afloop van het derde bestaansjaar zou worden geëvalueerd of de ontwikkeling van de school zodanig is geweest dat deze binnen de komende vier jaar naar verwachting levensvatbaar zal zijn.

Indien deze evaluatie tot een positieve uitkomst zou leiden, dienen partijen voor zover noodzakelijk nadere afspraken te maken ten aanzien van hun wederzijdse verplichtingen in lijn met het in het convenant gestelde. Indien deze evaluatie tot een negatieve uitkomst zou leiden, dienen partijen afspraken te maken over een afbouwscenario en hun wederzijdse verplichtingen in die situatie. De gemeente Haarlem en de schoolbesturen TWijs en IRIS hebben eind januari 2021 B&T Organisatieadvies opdracht gegeven de in het Convenant overeengekomen evaluatie uit te voeren. Naast de in het Convenant beschreven vraag naar de levensvatbaarheid, hebben partijen aangegeven dat in het kader van de evaluatie ook antwoord dient te worden gegeven op de volgende vragen: 1. In hoeverre zijn de uitgangspunten en doelen zoals geformuleerd in de Haalbaarheidsverkenning, de Businesscase en het Convenant internationaal onderwijs behaald? 2. In hoeverre is door alle betrokkenen rekening gehouden met de inhoud van het Convenant? 3. Wat is er gebeurd waardoor het aanvankelijke enthousiasme over de komst van de Internationale School Haarlem bij één of meer partijen veranderd is naar een wat meer behoudende houding? 4. Hoe zijn de start en de groei van de Internationale School Haarlem financieel en ruimtelijk uitgepakt voor zowel de schoolbesturen als gemeente? 5.

Hoe ziet de exploitatie van de Internationale School Haarlem er nu uit en wat zijn de verwachtingen voor de toekomst? 6. Welke conclusies kunnen worden getrokken ten aanzien van de verdere ontwikkeling van de Internationale School Haarlem en welke aanbevelingen kunnen in dat verband worden gedaan (bijvoorbeeld ten aanzien van de grootte van de school, de samenwerking tussen TWijs/IRIS en de gemeente en dergelijke)? 7. Wat is de kwaliteit van het onderwijs op de Internationale School Haarlem en wat is nodig voor de toekomstige doorontwikkeling van de onderwijskwaliteit? 8. Hoe moet de rol en positie van de Internationale School Haarlem worden gezien in een breder internationaliseringsperspectief?

1.2 Aanpak De evaluatie en de beantwoording van de gestelde vragen zijn gebaseerd op verkregen informatie uit documentenonderzoek en uit interviews.

1

B&T Organisatieadvies, juni 2016. B&T Organisatieadvies, oktober 2016. 3 April 2017. 2

Definitieve versie (3)

3 van 14 | 20210012

In het kader van het documentenonderzoek is kennis genomen van de Haalbaarheidsverkenning, de Businesscase, het Convenant internationaal onderwijs, de samenwerkingsovereenkomst die ten aanzien van de Internationale School Haarlem is aangegaan tussen TWijs en IRIS (plus evaluatie daarvan), financiële overzichten over de Internationale School Haarlem (exploitatieoverzicht over 2020 en meerjarenbegroting) en een groot aantal documenten over de huisvesting van de Internationale School Haarlem. Interviews zijn gehouden met:  wethouder Botter van de gemeente Haarlem met de portefeuille onderwijs;  mevrouw Laan en de heer Lelieveld als ambtelijk vertegenwoordigers van de afdeling Jeugd, Onderwijs en Sport van de gemeente Haarlem;  mevrouw Kalis, Teamcoördinator Economie van de gemeente Haarlem;  mevrouw Remers, Programmamanager onderwijs aan internationale kinderen binnen de Metropool Regio Amsterdam (en indertijd betrokkene bij de totstandkoming van de Internationale School Haarlem);  mevrouw Vaes, bestuurder van Stichting IRIS;  de heer Cüsters, bestuurder van Stichting TWijs;  de dames Mansbridge en Van den Berg, schoolleiding van de Internationale School Haarlem. De opdracht is uitgevoerd in afstemming met een regiegroep bestaande uit de heer Lelieveld namens de gemeente Haarlem en de bestuurders van TWijs en IRIS.

Aan deze regiegroep is een concept van deze rapportage voorgelegd alvorens de definitieve versie van de rapportage is vastgesteld.

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze rapportage wordt beschreven hoe het met de Internationale School Haarlem op zichzelf gaat. In dat hoofdstuk worden ook antwoorden gegeven op de vragen 5 en 7 zoals hiervoor vermeld. In hoofdstuk 3 komt de bestuurlijke context rond de Internationale School aan de. In dat hoofdstuk worden de vragen beantwoord zoals hierboven gemeld onder 1 t/m 4. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het effect van de Internationale School Haarlem in relatie tot de economische ontwikkeling en ontwikkelingen op gebeden als internationalisering en wonen binnen zowel de gemeente Haarlem als de MRA. In dat hoofdstuk komen de vragen 1 (deels) en 8 terug. In hoofdstuk 5 worden samenvattende conclusies getrokken en wordt ingegaan op het ontwikkelperspectief voor de Internationale School, zowel feitelijk ter beantwoording van vraag 6 als in de vorm van aanbevelingen die in dat verband kunnen worden gedaan.

Definitieve versie (3)

4 van 14 | 20210012

2 Internationale School Haarlem 2.1 Ontwikkeling leerlingenaantal In de aanvankelijke Haalbaarheidsverkenning naar een internationale school in Haarlem werd benoemd dat potentieelberekeningen voor een internationale school een beperkte waarde hebben omdat geen enkele prognosemethodiek 100% betrouwbaar. Dit omdat geen gegevensbestanden bestaan waaruit het potentieel kan worden afgeleid en daarnaast de ervaring leert dat wat dit type onderwijs betreft het aanbod een vraag schept. In de Haalbaarheidsverkenning waren drie benaderingen opgenomen die resulteerden in aantallen tussen 235 en 1.000 leerlingen. Uitgaande van de wettelijke stichtingsnormen voor een internationale school (80 IGBO en 120 IGVO), legitimeerde die uitkomst in ieder geval verder onderzoek naar daadwerkelijke stichting van een school. In de hierop volgende Businesscase is, mede op basis van ondertussen gepubliceerde verkenningen van Decisio en de MRA, voorgesteld te kiezen voor een ‘midden-scenario’. In dat midden-scenario werd uitgegaan van een totaal van 360 leerlingen (gelijk verdeeld over PO en VO).

Ook werd daarbij voorgesteld uit te gaan van een geleidelijke opbouw van het aanbod van de school:  Augustus 2017: start Internationaal Basisonderwijs (leerjaren 1 t/m 7)  Augustus 2018: start leerjaren 1 en 2 van Internationaal Voortgezet Onderwijs  Augustus 2019: start leerjaren 3 en 4 van Internationaal Voortgezet Onderwijs  Volgende jaren: per jaar één VO-jaar erbij tot en met leerjaar 7 (school volgroeid in 2022). De school is gestart in augustus 2017 en het leerlingenaantal is in de praktijk groter gebleken dan verwacht. In de tabel worden de werkelijke cijfers vergeleken met het midden-scenario uit de Businesscase. Jaar

Businesscase IGBO

Werkelijk

Businesscase IGVO

Werkelijk

Businesscase TOTAAL

Werkelijk

Aanbod

01.10.2017

20

65

0

0

20

65

1 t/m 7 PO

01.10.2018

52

194

25

45

77

239

+ MYP 1/2/3

01.10.2019

84

246

51

97

135

343

01.10.2020

116

220

77

146

193

366

01.02.2021

233

150

+ MYP 4/5

383

01.10.2021

148

103

251

+ DP1

01.10.2022

174

128

302

+DP2

01.10.2023

180

154

334

01.10.2024

180

180

360

Ruim 2/3 van de leerlingen komt uit Haarlem zelf. Van de overige leerlingen komt wederom ruim 2/3 uit de regio Zuid-Kennemerland. De school verwacht (en streeft er in beginsel naar) door te groeien tot een aantal van 308 leerlingen IGBO (14 klassen van 22 leerlingen) en 264 leerlingen IGVO (12 klassen van 22 leerlingen), in totaal ongeveer 575 leerlingen. Het aanbod van de school heeft ongeveer het patroon gevolgd zoals dat tevoren was bedacht. Dat de school harder is gegroeid dan in het midden-scenario was geraamd, is veroorzaakt door: - een groter aantal leerlingen uit de doelgroep dat al in de regio gevestigd was en voor de school gekozen heeft; - een grotere trek van internationals naar de Haarlemse regio vanwege de aanwezigheid van een internationale school; - een grotere trek van internationals naar de MRA-regio ten gevolge van Brexit en de komst van EMA.

Definitieve versie (3)

5 van 14 | 20210012

2.2 Kwaliteit van het onderwijs De kwaliteit van het onderwijs op de Internationale School Haarlem staat buiten kijf. De school heeft de accreditaties voor het IPC (primair onderwijs) en IB MYP (onderbouw VO) goed afgerond. De accreditatie voor het IB Diploma Programme (bovenbouw VO) was begin maart gaande. De Nederlandse Onderwijsinspectie heeft de school nog niet uitvoerig onderzocht, maar voorlopig aangegeven geen kwaliteitsrisico’s te zien. Het is in het kader van onderwijskwaliteit van belang op te merken dat de Internationale School Haarlem passend onderwijs biedt een aan groep leerlingen die anders waarschijnlijk aangewezen zou zijn op nieuwkomersonderwijs, regulier Nederlands onderwijs of een internationale school elders. Het onderwijs op de internationale school is afgestemd op de onderwijskundige behoeften (zoals Engelse taal, Nederlandse taal, moedertaal), leefwereld als wereldburgers en multiculturele achtergrond van deze specifieke groep leerlingen. De Internationale School Haarlem biedt ook specifieke zorg en begeleiding aan leerlingen met een ondersteuningsbehoeften; vergelijkbare leerlingen die in het reguliere onderwijs naar het sbo of (v)so zouden worden verwezen worden in het algemeen door de Internationale School Haarlem zelf opgevangen

2.3 Tevredenheid over de school De tevredenheid over de Internationale School Haarlem is groot. Binnen de beide schoolbesturen en de school zelf zijn geen negatieve signalen bekend en is het beeld positief. Door omstandigheden moest in het kader van dit onderzoek worden afgezien van directe raadpleging van ouders, maar uit meerdere bronnen is van stakeholders een positief beeld vernomen (gemeente, MRA, New2NL4). In de Haalbaarheidsverkenning en Businesscase werd aanbevolen ook een kinderopvangvoorziening aan de Internationale School Haarlem te verbinden (via inlening). Er is nu wel voorzien in voor- en naschoolse opvang (via ‘Op Stoom’) maar nog niet in dagopvang voor kinderen van 0-4 jaar, met name vanwege de huisvestingsperikelen. Vanuit de ouders bezien, wordt dit wel als een gemis ervaren.

2.4 Huisvesting van de school De huisvesting van de Internationale School Haarlem is problematisch. De school is in augustus 2017 gestart met een locatie aan de Schreveliusstraat (in een op kosten van de gemeente verbouwd gemeentelijk pand grenzend aan het ECL aan de Leidsevaart). Vanwege sterke groei van de school, moest al medio 2018 aanvullende huisvesting worden gevonden. Daarvoor heeft de gemeente een kantoorlocatie aan de Oorkondelaan gehuurd en aan de ISH ter beschikking gesteld. Wegens verdere groei van de school is de aan de Oorkondelaan beschikbare ruimte enkele malen uitgebreid. Vanwege herontwikkeling moet locatie Oorkondelaan echter in de loop van 2021 ontruimd worden. Met het oog daarop, heeft de gemeente al in een vroeg stadium als alternatief aangegeven dat een schoolgebouw aan het Junoplantsoen in 2021 beschikbaar gesteld kon worden. Het bestuur van de Internationale School Haarlem heeft zich aanvankelijk tegen deze optie verzet omdat dit gebouw te klein en bouwkundig niet passend zou zijn. Dat heeft eind 2020 geleid tot een bezwaarprocedure van het bestuur tegen de gemeente. In die procedure heeft het huisvestingsaanbod van de gemeente stand gehouden. Het gebouw aan het Junoplantsoen zal -na aanpassing- in 2021 als vervangende huisvesting voor de locatie Oorkondelaan in gebruik worden genomen.

In maart is bekend geworden dat de gemeente, in aanvulling op het schoolgebouw aan het Junoplantsoen, nog aanvullende ruimte ter beschikking stelt in een gebouw aan de Buitenrustlaan. Hoewel de acute huisvestingsnood voor de Internationale School Haarlem weer tijdelijk gelenigd lijkt, is de huisvestingssituatie van de school allesbehalve ideaal. De school zal verspreid zijn over drie locaties: - Schreveliusstraat (Primary) - Buitenrustlaan (Primary) - Junoplantsoen (Secondary).

4

New2NL.com is een vooral in de Randstad bekend bureau dat expat-ouders adviseert over onderwijs voor hun kinderen.

Definitieve versie (3)

6 van 14 | 20210012

Een dergelijke verspreide huisvesting is natuurlijk niet bevorderlijk voor de onderwijsontwikkeling en de afstemming onder het personeel en het management. Daarbij zijn potentieel te delen voorzieningen (zoals een gemeenschapsruimte, sportfaciliteiten, catering, mediatheek e.d.) alleen gefragmenteerd beschikbaar. Ook laat de kwaliteit van de huisvesting te wensen over en is de ruimte voor groei gelimiteerd. Ter nuancering kan worden opgemerkt dat het vaker voorkomt dat startende internationale scholen gefragmenteerd worden gehuisvest en meerdere keren moeten verhuizen voordat definitieve huisvesting is gevonden. Binnen afzienbare termijn zullen plannen moeten worden ontwikkeld voor permanente huisvesting, bij voorkeur op een unilocatie. Dat vraagt om overleg tussen de bestuurlijke partners over financiering, een locatie, capaciteit en dergelijke. Dit overleg is nog niet gestart.

2.5 Bestuurlijke samenwerking De Internationale School Haarlem bestaat uit een PO- en een VO-afdeling. De Nederlandse wijze van onderwijsbekostiging leidt ertoe dat die afdelingen onder de eindverantwoordelijk van twee verschillende schoolbesturen vallen: het IGBO onder het bevoegd gezag van TWijs en het IGVO onder het bevoegd gezag van IRIS. Het gegeven dat de Internationale School Haarlem zich als één school manifesteert, is te danken aan de samenwerking tussen TWijs en IRIS. Beide stichtingen zijn een samenwerkingsovereenkomst aangegaan om inhoud te geven aan gezamenlijke besturing en ondersteuning van de Internationale School Haarlem en het werkgeverschap van het aan de school verbonden personeel. In het Convenant was opgenomen dat de besturen zouden onderzoeken of het mogelijk is ten behoeve van de Internationale School Haarlem een stichting op te richten. Dat onderzoek is uitgevoerd maar heeft tot de conclusie geleid dat een samenwerkingsovereenkomst een beter passende vorm is. Dát een dergelijke vorm van samenwerking tussen beide schoolbesturen bestaat voor de vorming van één Internationale School Haarlem is geen vanzelfsprekend gegeven. Met name in situaties waarin internationale scholen al langer zijn gevestigd (Oegstgeest/Leiderdorp, Groningen, Arnhem) zijn de IGBO- en IGVO-voorziening tamelijk gescheiden entiteiten.

De inhoud van de samenwerking tussen TWijs en IRIS wordt positief gewaardeerd, zowel door partijen zelf5 als door betrokkenen in en rond de school (schoolmanagement, gemeente).

2.6 Exploitatie In de Haalbaarheidsverkenning voor de Internationale School Haarlem werd genoemd dat een internationale school qua bedrijfsvoering normaliter levensvatbaar is indien het leerlingenaantal boven 100 (IGBO) en 130 (IGVO) komt te liggen. Voor de Internationale School Haarlem werden deze aantallen respectievelijk gehaald in 2018 (IGBO) en 2020 (IGVO). De snelle groei heeft eraan bijgedragen dat de school met ingang van 2019 geen exploitatietekort meer heeft. Met ingang van 2021 kan worden begonnen met de opbouw van enig weerstandsvermogen en opbouw van een reserve die te zijner tijd eventueel kan worden benut in het kader van permanente huisvesting. De exploitatie van de Internationale School Haarlem is mede sluitend dankzij de school fee die van de ouders gevraagd wordt. Deze bedraagt per 2020/2021 € 4.750 voor PO-leerlingen en € 5.940 voor VO-leerlingen. Deze school fees liggen enigszins boven hetgeen in 2016 werd geraamd in de Businesscase (€ 4.000 PO en € 5.000 VO). De fees zijn redelijk gemiddeld als gekeken wordt naar de (publiek gefinancierde) internationale scholen in Nederland. Daarbij moet wel bedacht worden dat scholen nog hogere school fees als regel pas (kunnen) vragen als de voorzieningen (zoals huisvesting) volledig op orde zijn.

5

Rapportages over evaluatie van deze samenwerking zijn ingezien.

Definitieve versie (3)

7 van 14 | 20210012

In de Haalbaarheidsverkenning en de Businesscase werden als incidentele kosten voorzien: - Projectkosten voor voorbereiding en start (in totaal geraamd op € 270.000) - Exploitatietekorten in de startfase (in totaal over zeven jaar geraamd op € 856.973); - Rentekosten wegens na-ijlende financiering (geraamd op circa € 900.000). In het Convenant is tussen de schoolbesturen en de gemeente Haarlem overeengekomen dat de gemeente Haarlem tot een bedrag van € 856.973 zou bijdragen in deze kosten. Dat is ten dele gebeurd. Ten gevolge van de snelle groei van de school, zijn de exploitatietekorten in de startjaren meegevallen. Door de gemeente Haarlem is uit het beschikbaar gestelde maximum van € 856.973 als volgt bijgedragen: - Bijdrage in projectkosten: € 268.849 - Bijdrage in exploitatietekorten over de jaren 2017 en 2018: € 181.840 In theorie resteert nog een budget van € 406.284 ter dekking van exploitatietekorten tot uiterlijk schooljaar 202320246. Gelet op de huidige exploitatie is het echter onwaarschijnlijk dat dit budget nog aangesproken zal hoeven te worden. Dit lijkt voor de gemeente Haarlem dus een financiële ‘meevaller’ van ruim € 400.000 op te leveren. Daar stonden voor de gemeente Haarlem wel hogere kosten voor tijdelijke huisvesting tegenover.

6

Aldus Convenant paragraaf 10.

Definitieve versie (3)

8 van 14 | 20210012

3 Bestuurlijke context In de evaluatie van de Internationale School Haarlem dient ook aandacht te worden besteed aan de bestuurlijke context. Daaronder wordt in dit verband verstaan de relatie tussen aan de ene kant de betrokken schoolbesturen TWijs en IRIS en aan de andere kant de gemeente Haarlem. De aanleiding voor de start van de school was enerzijds een motie van de Haarlemse gemeenteraad in 2015 om de start van een internationale school te onderzoeken en anderzijds een daarop gericht initiatief van Salomo, de rechtsvoorganger van TWijs. In de fase van Haalbaarheidsverkenning en Businesscase zijn de gemeente Haarlem en de schoolbesturen gezamenlijk opgetrokken. Het in 2016 overeengekomen Convenant was een bevestiging van die gezamenlijk gevoelde verantwoordelijkheid. Belangrijkste zorg bij de start van de Internationale School Haarlem betrof de levensvatbaarheid; zouden er wel voldoende leerlingen komen? Dat is geen onlogische vraag omdat bijvoorbeeld de in 2008 in Enschede7 gestarte International School Twente nog steeds met relatief lage leerlingenaantallen en instandhoudingsperikelen kampt. We weten ondertussen dat de ontwikkeling in Haarlem een andere is geweest. Vanuit deze connotatie hebben de schoolbesturen vervolgens het in het Convenant genoemde ‘midden-scenario’ beleefd.

De schoolbesturen hebben dit geïnterpreteerd als de minimaal te behalen doelstellingen qua leerlingenaantallen en beschouwden impliciet al het meerdere als ‘winst’. Om die reden voorzag het Convenant ook in een exit-route (onder punt 9) en was de overeengekomen evaluatie nadrukkelijk gericht op de vraag “of de ontwikkeling van de school zodanig is dat deze binnen de komende vier jaar naar verwachting levensvatbaar zal zijn”8. Ook de schoolbesturen zijn verrast door de leerlingenaanmeldingen die hoger waren dan geraamd. Maar zij beschouwden dit ten eerste als goed nieuws omdat daarmee het voortbestaan van de school zou worden gegarandeerd en de exploitatie eerder in de zwarte cijfers zou komen. Ten tweede zagen en zien de schoolbesturen het als hun maatschappelijke opdracht om passend -in dit geval internationaal- onderwijs te bieden voor de internationals die in Haarlem dit onderwijs wensen. Ook als dat er, vanwege Brexit en EMA, meer zijn dan verwacht. Dat verklaart ook hun eisende houding jegens de gemeente als het gaat om passende huisvesting. De gemeente Haarlem heeft het in het Convenant genoemde midden-scenario meer als normstellend dan als minimaal geïnterpreteerd. Uitgaande van een geleidelijke groei van de school naar 360 leerlingen, meende de gemeente dat het voorzien in (tijdelijke) huisvesting en de daaraan verbonden kosten beheersbaar zouden zijn.

Toen het leerlingenaantal van de Internationale School Haarlem vervolgens veel sneller en harder groeide dan geraamd, was dat voor de gemeente slecht nieuws gelet op de vereiste extra huisvestingscapaciteit en de daaraan verbonden kosten. Voor de gemeente waren extra complicaties dat nauwelijks mogelijkheden voor geschikte (tijdelijke) huisvesting aanwezig bleken en dat de gemeente Haarlem als geheel in financieel zwaar weer zat9. Vanuit gemeentelijke optiek speelt verder nog een rol dat de politieke stemming in Haarlem gewijzigd is ten opzichte van die ten tijde van de raadsmotie in 2015. Als gevolg van politieke verschuivingen en feitelijke ontwikkelingen kijkt de gemeenteraad van Haarlem kritischer naar de vestiging van grote aantallen expats in de stad. Waar dat eerder een ambitie was, wordt dat nu eerder gezien als een bedreiging voor de lokale woningzoekenden en druk op de maatschappelijke voorzieningen (zoals scholen). In dat licht bestaat aan de zijde van de gemeente de indruk dat er weinig draagvlak is om voor de Internationale School Haarlem meer middelen te bestemmen dan strikt noodzakelijk. De benaderingen van de (huisvestingsbehoefte van) de Internationale School Haarlem door enerzijds de schoolbesturen en anderzijds de gemeente Haarlem, hebben vanwege de genoemde verschillen tot een steeds grotere spanning geleid.

Een spanning die aanvankelijk zakelijk was, maar ondertussen ook de persoonlijke relaties en wederzijdse vertrouwensbasis raakt. 7

Qua inwoneraantal vergelijkbaar met Haarlem. Convenant punt 16. 9 En zit, zeker na Corona. 8

Definitieve versie (3)

9 van 14 | 20210012

4 Effecten van de Internationale School Haarlem 4.1 Lokaal Het internationale profiel van Haarlem is de laatste jaren sterk groeiend. Voor de internationals binnen de MRA komt Haarlem als woongemeente op de derde plaats (na Amsterdam en Amstelveen)10. Het aantal internationale werknemers dat in Haarlem woont is in de periode 2010-2017 met 55 % gestegen. Over latere jaren bestaan nog geen precieze gegevens, maar in 2018 is het aantal internationale inschrijvingen in het bevolkingsregister ten opzichte van 2017 verdubbeld. In de stad zijn 150 verschillende nationaliteiten vertegenwoordigd. Ook de internationale bedrijvigheid is gegroeid: het aantal internationals dat in Haarlem werkt is in de periode 2010-2017 gestegen met 16% (en daarna waarschijnlijk nog sterker). In 2019 maakten 37 Haarlemse bedrijven gebruik van de dienstverlening van IN Amsterdam (wat wijst op hun internationale oriëntatie)11. Het inspelen op internationalisering is nadrukkelijk een element in de Economische Visie van de gemeente Haarlem12. Een opinienota over de dienstverlening aan internationals binnen Haarlem is in ontwikkeling. De ontwikkeling van de Koepelgevangenis in Haarlem onder andere als centrum voor internationaal georiënteerd academisch onderwijs past in deze internationalisering van de stad.

Het is natuurlijk niet zo dat de internationale ontwikkeling van Haarlem te danken is aan de internationale school. Maar in het onderzoeksrapport Internationalisering in Haarlem13 wordt een grote behoefte aan internationaal onderwijs nadrukkelijk gemeld. Vanuit breed stedelijk perspectief past een voorziening als de Internationale School Haarlem bij de ambities van Haarlem als woon- en werkstad stad met hoogwaardige stedelijke faciliteiten. De Internationale School Haarlem is door ondernemers als relevante voorziening genoemd bij bedrijfsbezoeken van de wethouder Economische Zaken van Haarlem, met name vanwege het feit dat een dergelijke voorziening bijdraagt aan een goed vestigingsklimaat en aantrekkelijke woonomgeving voor hun buitenlandse werknemers en hen helpt in de ziektocht naar gespecialiseerde arbeidskrachten14. De primaire functie van een internationale school is uiteraard gericht op het bieden van goed onderwijs aan de eigen leerlingen. Van internationale scholen kan echter ook een impuls uitgaan naar internationalisering van het onderwijs op andere scholen. In de context van de Internationale School Haarlem zou de school in beginsel via overdracht van kennis en ervaring op gebieden als talenonderwijs en multiculturaliteit een bijdrage kunnen leveren aan andere scholen.

Dat kunnen scholen zijn met een geïnternationaliseerd profiel binnen de eigen schoolbesturen (zoals de Internationale Taalklas), maar ook elders in Haarlem (zoals de Internationale Schakelklas, scholen voor tweetalig onderwijs). Of het kunnen reguliere scholen zijn die zich willen oriënteren op wereldburgerschap, andere internationaliseringsthema’s of het IPC. Hoewel de Internationale School Haarlem wel de ambitie heeft dit soort verbindingen met andere scholen aan te gaan, komt het daar tot nu toe weinig van. Er zijn alleen (beperkte) contacten met de ITK en een basisschool die ook het IPC hanteert. Dat is begrijpelijk in de fase waarin de school verkeert; er is nog teveel aandacht vereist voor de eigen schoolontwikkeling en praktische organisatie.

4.2 Regionaal Ook binnen de MRA betreffen de laatste onderzoeksgegevens over internationals het jaar 2017. Er woonden toen zo’n 130.000 internationals in de MRA met zo’n 50.000 kinderen. Het is duidelijk dat het internationale profiel van de MRA sinds 2017 sterk is gegroeid met Brexit en de komst van het EMA. In 2020 zijn er in de MRA 101 internationale bedrijven bijgekomen die 1.970 nieuwe banen opleverden. Daarnaast kwamen er bij al gevestigde 10

Feiten en cijfers van internationale werknemers in de Metropoolregio Amsterdam, MRA, januari 2020. Diverse rapportages gemeente Haarlem en MRA via Teamcoördinator Economie gemeente Haarlem. 12 Economische Visie Haarlem, 2020. 13 Gemeente Haarlem - Bestuur en Communicatie in samenwerking met Economie, Marloes Winkel, juni 2018. 14 Bron: Interview Teamcoördinator Economie gemeente Haarlem. 11

Definitieve versie (3)

10 van 14 | 20210012

internationale bedrijven 2.485 nieuwe banen bij15. Voor eind 2022 gaat de MRA uit van 55.000 kinderen van internationals16. Terzijde kan worden opgemerkt dat de Wethouder EZ van Haarlem binnen de MRA de bestuurlijk trekker is van programma ‘Betere spreiding internationaal talent in de MRA’ (gericht op bevordering van het vestigingsklimaat voor internationals in de MRA). Binnen de MRA werd het belang van internationaal onderwijs als factor voor het vestigingsklimaat van internationaal georiënteerde bedrijven al een tijd geleden erkend. In 2016 is door de MRA een Deltaplan Internationaal Onderwijs opgesteld. Daarin werd de start van een internationale school in Haarlem als één van de speerpunten genoemd. De MRA heeft aan de gemeente Haarlem een bedrag van € 400.000 ter beschikking gesteld voor dit initiatief. De start van de Internationale School Haarlem werd vervolgens als een succesvolle katalysator gezien voor andere in het Deltaplan genoemde speerpunten17. Bij de komst van de EMA naar de MRA was de Internationale School Haarlem belangrijk voor de beeldvorming over publiek bekostigd internationaal onderwijs in de regio. In de actuele ramingen van de behoefte aan internationaal onderwijs in de MRA-regio wordt voor eind 2022 uitgegaan van 9.500 beschikbare plaatsen op internationale scholen.

Daarbinnen is de Internationale School Haarlem (met een door de MRA geraamde schoolgrootte van zo’n 600 leerlingen) een substantiële aanbieder.

15

Diverse rapportages MRA via Programmamanager MRA. Bron: Interview Programmamanager MRA. 17 Bron: Interview Programmamanager MRA. 16

Definitieve versie (3)

11 van 14 | 20210012

5 Beschouwing 5.1 Conclusies De centrale vraag waarop deze evaluatie een antwoord moet geven, is de verwachting ten aanzien van de levensvatbaarheid van de Internationale School Haarlem. Op die vraag geeft de uitgevoerde evaluatie een duidelijk beeld: de Internationale School Haarlem toont zich vier jaar na de start al duidelijk levensvatbaar waar het gaat om het leerlingenaantal, daar hoeven de komende vier jaar niet voor afgewacht te worden. De actuele leerlingenaantallen liggen ruim boven de stichtings- en instandhoudingsnormen voor internationale scholen18 en bieden een gezonde basis voor verdere ontwikkeling. Vanuit een oogpunt van levensvatbaarheid mag dit als een succes worden gezien! De school voorziet in de behoefte van een groeiend aantal internationals in de stad en de regio. Het gaat goed met de school wat onderwijs en organisatie betreft. De belangrijkste uitdaging voor de school is adequate huisvesting, in de huidige fase van tijdelijke voorzieningen en in de toekomst wanneer een permanente voorziening in beeld moet komen. Voor de gemeente Haarlem ligt hierin een uitdaging ten aanzien van de financiering en ruimte. Een ontwikkelpunt voor de Internationale School Haarlem is het gaan leveren van een bijdrage aan internationalisering van het onderwijs binnen Haarlem in bredere zin.

De uitgangspunten en doelen voor de Internationale School Haarlem zoals geformuleerd in de Haalbaarheidsverkenning, de Businesscase en het Convenant internationaal onderwijs zijn behaald. In directe zin is er een levensvatbare internationale school (mede conform de aanvankelijke raadsmotie). In indirecte zin is voldaan aan de gemeentelijke ambities om het vestigingsklimaat voor expats aantrekkelijker te maken, het leef-, arbeidsmarkt- en woonklimaat voor reeds in de regio gevestigde expats te verbeteren en het internationale imago van stad en regio te versterken. Vanuit de optiek van de schoolbesturen wordt voldaan aan hun maatschappelijke opdracht, zijn de ‘gebruikers’ tevreden over de school en wordt adequate onderwijskwaliteit geleverd. Door alle betrokkenen is rekening gehouden met de inhoud van het Convenant, zowel de schoolbesturen als de gemeente zijn de in het Convenant opgenomen afspraken nagekomen. Wel is het in het Convenant opgenomen zinnetje “Partijen gaan uit van het 'midden scenario'” multi-interpretabel en tegelijkertijd cruciaal gebleken. Zoals in hoofdstuk 3 werd gemeld, heeft de gemeente hierin gelezen dat partijen zich dienden te houden aan het middenscenario, met name qua aantal toe te laten leerlingen. De schoolbesturen hebben in deze zin gelezen dat het middenscenario een ambitie was waaraan de verdere uitwerking van het Convenant gerelateerd werd.

Terzijde wordt opgemerkt dat de werkelijke ontwikkeling van de Internationale School Haarlem voor de gemeente Haarlem een financiële ‘meevaller’ heeft opgeleverd van ruim € 400.000 ten opzichte van de in het Convenant opgenomen toezegging, zij het dat daar hogere kosten voor tijdelijke huisvesting tegenover stonden.

Doordat de Internationale School Haarlem veel sneller en sterker is gegroeid dan geraamd in het midden-scenario, is het aanvankelijke enthousiasme over de komst van de Internationale School Haarlem bij de gemeente Haarlem veranderd naar een wat meer behoudende houding. Dat is ten eerste veroorzaakt doordat de gemeente Haarlem zich ten gevolge van de groei geconfronteerd zag met huisvestingseisen waaraan men om meerdere redenen niet eenvoudig kon voldoen. Ten tweede speelt mee dat het gewijzigde politieke klimaat heeft geleid tot minder politiek draagvlak voor de school. Wat dat laatste betreft kan worden opgemerkt dat in de Haalbaarheidsstudie en de Businesscase werd gesproken over ‘expats’ als doelgroep voor de internationale school terwijl in deze rapportage vrijwel steeds de aanduiding ‘internationals’ wordt gebruikt. Deze aanduiding is de laatste jaren gebruikelijk geworden, ook bijvoorbeeld in publicaties van de MRA. De term ‘internationals’ duidt personen en gezinnen aan die op een of andere manier een internationale achtergrond hebben, maar zeker niet altijd met een ‘expat-package’ zijn uitgezonden door een bedrijf. Het aantal ‘expats’ in de traditionele zin neemt af, ook in de populatie van de Internationale School Haarlem. 18

IGBO: stichtingsnorm 80, opheffingsnorm 30 leerlingen. IGVO stichtingsnorm 120, opheffingsnorm 100 leerlingen.

Definitieve versie (3)

12 van 14 | 20210012

Daarentegen maakt een steeds groter aantal gezinnen met een anderszins internationale achtergrond steeds vaker gebruik van de Internationale School Haarlem (en andere internationale scholen in Nederland). Voor deze gezinnen zijn internationale scholen geen luxe maar de enige onderwijsvorm die zij passend vinden voor hun kinderen. Dat daarvoor een relatief hoge school fee moet worden betaald, beschouwen deze gezinnen als noodzakelijk gegeven waarvoor zij op andere aspecten van hun levensonderhoud offers moeten brengen. Voor de goede orde merk ik op dat de groei van de school een risico was dat in de Businesscase werd benoemd en dus bij de gemeente en de schoolbesturen bekend had kunnen zijn19.

5.2 Ontwikkelperspectief Welke conclusies kunnen worden getrokken ten aanzien van de verdere ontwikkeling van de Internationale School Haarlem en welke aanbevelingen kunnen in dat verband worden gedaan? Voor de verdere ontwikkeling van de Internationale School Haarlem is vooral van belang dat een duidelijk perspectief op passende huisvesting bestaat, zowel op de korte als de langere termijn. Om dat te bereiken, is het aan te bevelen dat de schoolbesturen en de gemeente Haarlem hun wederzijdse uitgangspunten en verwachtingen herijken, afstemmen en vastleggen in een nieuw convenant. Die verplichting is ook opgenomen in het bestaande Convenant20. Elementen voor een nieuw convenant zouden onder andere kunnen zijn: - Afspraken over de maximale omvang van de school. Daarbij lijkt het realistisch uit te gaan van een leerlingenaantal van circa 575. Een dergelijk aantal sluit aan bij de ontwikkeling die de school nu doormaakt en waarmee de MRA rekening houdt in de regionale ramingen. Anderzijds is in zekere zin sprake van een compromis doordat dan ook de schoolbesturen zich moeten committeren aan een maximaal leerlingenaantal dat lager ligt dan het -ondertussen denkbare- hoogste scenario waarbij de school 1.000 leerlingen zou kunnen gaan tellen.

- Bevestiging van de afspraken over de verantwoordelijkheden van partijen, de schoolbesturen voor de school (kwaliteit, exploitatie etc.) en de gemeente voor de huisvesting. - Uitgangspunten voor realisatie van permanente huisvesting, bijvoorbeeld op welke termijn, mate van financiële bijdrage van de gemeente en schoolbesturen, denkbare financieringsopties (zoals publiekprivaat), mogelijke locatie (in Haarlem of randgemeenten?) et cetera. De (huisvesting van) de Internationale School Haarlem zal de gemeente Haarlem voor financiële uitdagingen blijven plaatsen. Dat beeld is ook bekend vanuit andere gemeenten waar de realisatie van permanente huisvesting van een internationale school aan de orde was of is (Eindhoven, Utrecht, Almere, Amsterdam, Rotterdam). In de praktijk wordt steeds gezocht naar creatieve oplossingen op maat. In hoofdstuk 4 werd nadrukkelijk gerefereerd aan het economische belang van een internationale school. Vanwege dat gegeven werd en wordt in andere gemeenten21 vaak op de een of andere manier een link gelegd met medefinanciering vanuit lokale, regionale of provinciale EZbudgetten. Gelet op de algemene financiële krapte binnen de gemeente Haarlem zal dat echter op lokaal niveau niet eenvoudig zijn. Het is echter de vraag of de verhoudingen tussen partijen op bestuurlijk niveau zodanig zijn dat vruchtbaar overleg over een nieuw convenant kansrijk is.

Ik beveel daarom aan bemiddelende begeleiding te zoeken bij dat proces. Die begeleiding zou bijvoorbeeld gevraagd kunnen worden aan leden van het Comité van Aanbeveling dat indertijd bij de start van de Internationale School Haarlem is ingericht (maar sindsdien een slapend bestaan lijdt).

19

In de Businesscase (waarvan de gemeente en de schoolbesturen opdrachtgever waren) staat: “De ontwikkeling van het leerlingenaantal kan zich ook sterk positief ontwikkelen (ten gevolge van overloop van elders, grootscheepse instroom van expats, imago van de school o.i.d). In dat geval is het denkbaar dat de school sneller dan gedacht uit tijdelijke huisvesting groeit en een tweede (en eventueel derde) tijdelijke huisvestingslocatie moet worden betrokken en aangepast. Dit kan ook de inrichtingskosten evenredig hoog laten oplopen. Een sterke groei van de school legt ook een grotere druk op het budget voor permanente huisvesting.” 20 “16. Indien deze evaluatie tot een positieve uitkomst leidt, maken partijen op dat moment voor zover noodzakelijk nadere afspraken ten aanzien van hun wederzijdse verplichtingen in lijn met het in dit convenant gestelde.” 21 Dit is zelfs nationaal het geval waar het Ministerie van EZ nadrukkelijk partij was in de Taskforce Internationaal Onderwijs en ook heeft bijgedragen in de financiering van enkele bouwprojecten. Definitieve versie (3)

13 van 14 | 20210012

Definitieve versie (3)

14 van 14 | 20210012

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12271756/1