20210237350 2. Bijlage 1 Werkplan regoniale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
Tekst van het document
Concept Versie: 22 april 2021 Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
1
Inhoudsopgave 1. Inleiding ............................................................................................................................................... 3 2. Uitgangspunten, keuzes en prioriteiten .............................................................................................. 4 3. Versterken van het landschap ............................................................................................................. 6 3.1 Gebiedsgerichte aanpak NNN en stikstof Zuid-Kennemerland in relatie tot het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand ............................................................................................... 6 3.2 Vergroting Nationaal Park Zuid-Kennemerland en versterking relatie met het Recreatiegebied Spaarnwoude ........................................................................................................... 8 4.
Beter benutten van ons economisch kapitaal ............................................................................... 10 4.1 We maken ons economisch profiel scherper en zetten daar gezamenlijk op in via branding en acquisitie ...................................................................................................................................... 10 4.2 Inzet op triple helix en versterking van de samenwerking met onderwijs en bedrijfsleven om de (duurzame) economische en toeristische potentie van onze regio optimaal te benutten ... 12
5.
Wonen: Een plek voor iedereen .................................................................................................... 13 5.1. Meer en snellere toevoeging van woningen incl. sociale huur en middensegment.................. 14 5.2. Regionale huisvesting specifieke doelgroepen en stimulering (passende) huisvesting ouderen ........................................................................................................................................................... 14
6.
Inspelen op het veranderende klimaat ......................................................................................... 16 6.1 Een slagvaardige regionale samenwerkingsstructuur voor het behalen van de klimaatdoelstellingen ........................................................................................................................ 16 6.2
7.
Stresstest klimaatadaptatie binnenduinrand ........................................................................ 18
Verbinden van onze opgaven met betere bereikbaarheid ........................................................... 19 7.1. Aanpak regionaal fietspadennetwerk ........................................................................................ 19 Overige projecten .............................................................................................................................. 20
8.
Vervolgtraject en uitvoering werkplan.......................................................................................... 22
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
2
1. Inleiding Voor u ligt de aanzet (50% versie) van het werkplan samenwerking Zuid-Kennemer gemeenten. Dit wordt op verzoek van de vier gemeenteraden uit de regio Zuid-Kennemerland gemaakt. Het betreffen activiteiten die naar verwachting nog in deze college periode worden opgestart en die een basis hebben in de Zuid-Kennemer Agenda, door alle vier gemeenten vastgesteld. Vandaar de looptijd tot 1 januari 2023. De vijf vastgestelde hoofdopgaven zijn: 1. 2. 3. 4. 5.
Landschap (hoofdstuk 3); Economie en werk (hoofdstuk 4); Wonen (hoofdstuk 5); Energie en klimaat (hoofdstuk 6) Bereikbaarheid (hoofdstuk 7)
Vanuit deze vijf hoofdopgaven komt een veelheid aan activiteiten die wij regionaal met elkaar oppakken. Dat kan niet allemaal in één keer en in dit werkplan worden dan ook prioriteiten gesteld. Om te komen tot deze prioriteiten zijn afwegingen gemaakt. In hoofdstuk 2 wordt weergegeven welk uitgangspunten zijn gehanteerd om tot deze afweging te komen. Vervolgens treft u in de hoofdstukken 3 tot en met 7 per opgave de uitwerking in werkplan activiteiten. Opgenomen zijn aanleiding, doorlooptijd, wie trekker is en welke procesgang wordt aangehouden. Dit werkplan betreft een 50 procent versie, is mogelijk nog niet compleet en moet worden gezien als een eerste concept. Deze versie ligt nu voor om op 19 mei 2021 te bespreken in de regionale radenbijeenkomst Zuid-Kennemerland.
Wat wij vragen Tijdens de regionale radenbijeenkomst met elkaar in gesprek te gaan of de aanzet van dit werkplan aansluit bij de wensen en ambities van de regio. Gezamenlijk richting geven voor de verdere uitwerking van dit werkplan naar een definitief concept.
Vervolg planning Na de regionale radenbijeenkomst wordt de aanzet van het werkplan verder uitgewerkt naar een definitief concept. Dit concept zal komend najaar aan de vier gemeenteraden ter vaststelling worden aangeboden.
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
3
2. Uitgangspunten, keuzes en prioriteiten Om voor dit werkplan te komen tot een aantal prioriteringen zijn afwegingen gemaakt. Om tot deze afweging te komen zijn criteria gebruikt. In dit hoofdstuk zijn de uitgangspunten om te komen tot prioritering genoemd en nader omschreven. De volgende uitgangspunten zijn gebruikt:
Urgentie Spreiding over vijf hoofdopgaven Mix korte en lange termijn acties Beschikbare capaciteit Relatie met beleid, programma’s en agenda’s van/met Provincie Noord-Holland Wat loopt al Beschikbare middelen Governance is leidraad Regionaal portefeuillehouderoverleg is basis.
Urgentie Uiteraard wordt opgepakt wat urgent is. Urgentie is natuurlijk snel ook een subjectief begrip, dat niet voor iedereen hetzelfde is. Er is vooral rekening gehouden met impact op leefomgeving, de noodzaak om op tijd op ontwikkelingen in te spelen en de aansluiting op het regionaal programma van de MRA en de provincie Noord-Holland.
Spreiding over vijf hoofdopgaven Uiteraard kan, ook vanuit urgentie, de nadruk worden gelegd op een uitwerking van een enkele hoofdopgave en voor sommige hoofdopgaven geen prioriteiten op te nemen in het werkplan. Hier is niet voor gekozen, op elk van de vijf hoofdopgaven zijn één of meerdere prioriteiten benoemd.
Mix van korte en langere termijn realisatie In dit werkplan staan prioriteiten waarvan de verwachting is dat die relatief eenvoudig tot stand komen en regionaal op hoofdlijnen overeenstemming bestaat. Er zijn ook prioriteiten benoemd waar regionaal verschillen verwacht worden die overbrugt moeten worden. Deze prioriteiten zullen een langere doorlooptijd hebben om tot bestuurlijke besluitvorming te komen. Het kunnen ook prioriteiten zijn door een langere periode nodig hebben om uit te werken of die een bredere regionale samenwerking vergen dan alleen de regio Zuid-Kennemerland. Er is bewust gekozen voor een mix tussen korte en langere termijn prioriteiten. Enerzijds om wel op korte termijn concrete resultaten te maken op de samenwerking binnen ZKL en tevens de ruimte te geven aan processen die een langere doorlooptijd vergen.
Haalbaar zijn vanuit beschikbare capaciteit Dit is een essentieel uitgangspunt om een reëel beeld te geven van de haalbaarheid van de genoemde prioriteiten. Zonder goede inschatting van benodigde en beschikbare ambtelijke en bestuurlijke capaciteit kan de haalbaarheid van een prioriteit in het gedrang komen. Rekening houdend met de beschikbare capaciteit komen we uit op een negen prioriteiten die in dit werkplan 2021-2023 zijn opgenomen.
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
4
Het zijn de volgende prioriteiten: 1. Gebiedsgerichte aanpak NNN en stikstof Zuid-Kennemerland in relatie tot het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand (landschap) 2. Vergroting Nationaal Park Zuid-Kennemerland en versterking relatie met het Recreatiegebied Spaarnwoude (landschap) 3. Scherper stellen economisch profiel en gezamenlijke inzet via branding en aqcuisitie (economie) 4. Inzet op triple helix en versterking van de samenwerking met onderwijs en bedrijfsleven (economie) 5. Meer en snellere toevoeging van woningen (incl. sociale huur en middensegment) (wonen) 6. Regionale huisvesting specifieke doelgroepen en stimulering (passende) huisvesting ouderen (wonen) 7. Slagvaardige regionale samenwerkingsstructuur voor het behalen van de klimaatdoelstellingen (duurzaamheid en klimaat) 8. Stresstest klimaatadaptatie binnenduinrand (duurzaamheid en klimaat) 9. Aanpak regionaal fietspadennetwerk (bereikbaarheid)
Wat al loopt is niet opgenomen Dit lijkt een vanzelfsprekendheid, maar wat we al doen en uitvoeren is niet opgenomen in dit werkplan. In het werkplan zijn alleen nieuwe prioriteiten benoemd. We hebben en houden ambitie vanuit de Zuid-Kennemer opgaven. We starten met dit werkplan nieuwe activiteiten op als uitwerking van de hoofdopgaven Zuid-Kennemer Agenda. Zoals eerder aangegeven wordt hierbij wel rekening gehouden met wat we, ook naast alles dat al loopt, kunnen realiseren qua beschikbare capaciteit.
Passen in beschikbare financiële middelen Ook hierin zoeken we de tussenweg tussen voortbouwen op prioriteiten die uitgevoerd kunnen worden vanuit de middelen en prioriteiten die aanvullende middelen nodig hebben. Ambitie, noodzaak en realisme zijn met dit werkplan in een goede, elkaar versterkende, mix gebracht. Om daadwerkelijk startbesluit te nemen en met een prioriteit te starten, zal uitwerking moeten zijn gegeven aan de benodigde middelen en de financiering. In dit werkplan worden geen claims op middelen gedaan. Deze volgen in de uitwerking.
De governance als leidraad Dit werkplan wordt uitgewerkt vanuit de uitgangspunten en werkwijze zoals deze in het bestuursconvenant voor de governance Zuid-Kennemerland zijn vastgelegd. De gemeenteraden worden hier maximaal bij betrokken. Er wordt ruimte en tijd ingebouwd voor de afgesproken tussentijdse terugkoppeling naar de gemeenteraden en het bespreken van voorstellen voordat voorstellen ter besluitvorming aan de afzonderlijke gemeenteraden wordt voorgelegd.
Basis ligt bij de Portefeuillehouder overleggen De inhoud op regionale vraagstukken wordt geïnitieerd vanuit de regionale portefeuillehouder overleggen. Dit in goede en directe afstemming met de gemeenteraden. Dit werkplan is mede met inbreng vanuit deze portefeuillehouder overleggen opgebouwd. Het vorenstaande leidt tot de prioriteiten voor het werkplan zoals opgenomen in de vijf navolgende hoofdstukken.
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
5
3. Versterken van het landschap 3.1 Gebiedsgerichte aanpak NNN en stikstof Zuid-Kennemerland in relatie tot het Ontwikkelperspectief Binnenduinrand Waarom is dit onderdeel opgenomen in het werkplan? De aanpak stikstof kent een hoge urgentie. Overheden en sectoren zullen samen moeten werken aan de doelen om de stikstofdepositie op het N2000-gebied te verminderen. Dit wordt opgepakt door voor de open gebieden in de binnenduinrand te zoeken naar de optimale mix van agrarische functies, natuur, recreatie en landschappelijke waarden. Dit komt naar voren in de ontwikkeling van nieuwe natuur (extra hectares natuurgebied) als onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN). De provincie Noord-Holland werk met een realisatiestrategie voor het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Met deze gebiedsgerichte aanpak werkt de provincie samen met de regio. Hierbij wordt gekeken naar mogelijkheden voor het koppelen van doelen, ook vanuit de regio, bijvoorbeeld op het gebied van landschap en recreatie. Daarmee wordt invulling gegeven aan de ambities (strategie voor de open gebieden) uit het Ontwikkelperspectief voor de Binnenduinrand, zoals die is vastgesteld door de Zuid-Kennemerlandse gemeenten en de gemeente Velsen en worden onderschreven door de provincie Noord-Holland.
Overigens is de beoogde aanpak niet alleen van belang voor het behoud van de natuurwaarden in de gebieden zelf, maar ook voor het oplossen van de ervaren knelpunten op dit onderwerp voor de woningbouwopgave van de regio Zuid-Kennemerland.
Wat houdt het plan in? In het kader van de realisatiestrategie voor het NNN en de gebiedsgerichte aanpak stikstof werkt de provincie aan de realisatie van 253 ha natuur, vermindering van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige delen van het Natura 2000-gebied en verbetering van de natuurkwaliteit door herstelmaatregelen. Op basis van een ecologische visie stelt de provincie in overleg met gebiedspartijen een uitvoeringsstrategie voor de NNN op. In dit kader is onder andere geanalyseerd waar andere dossiers de aanpak kunnen versterken. Bij de realisatie van de NNN zoeken we de samenhang met de stikstofopgave, het ontwikkelperspectief Binnenduinrand en het projectplan van het Nationaal park Zuid-Kennemerland. Daarnaast gaan provincie en gemeenten met sectoren in gesprek om maatregelen te benoemen die bijdragen aan vermindering van de stikstofdepositie. Daarbij moet naast de aankoop van natuur worden gedacht aan: -
-
Het (laten) uitvoeren van natuurherstelmaatregelen als het aanleggen van nieuwe stuifplekken in de duinen, het inzetten van grazers, het verwijderen van (uitheemse) vegetatie en bevorderen van soortendiversiteit: Het terugbrengen van de stikstofuitstoot in de buurt van Natura 2000-gebieden door in gesprek te gaan met ondernemers uit de buurt over bijvoorbeeld maatregelen om hun stikstofuitstoot te verkleinen, de inzet van (innovatieve) technieken, het verplaatsen van bedrijfsactiviteiten naar locaties verder van of het beëindigen van bedrijfsactiviteiten. Daarnaast ook de maatregelen onderzoeken op het gebied van mobiliteit en huishoudens.
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
6
Wat hebben we in 2023 bereikt? -
Er ligt een uitvoeringsstrategie voor de NNN op basis waarvan gronden worden verworven en ingericht. Er ligt een lijst van maatregelen die bijdragen aan vermindering van de stikstofdepositie Een deel van de benodigde natuurherstelprojecten zijn uitgevoerd.
Wie gaat het project trekken? De provincie is financier van de NNN-opgave en neemt vanuit die hoedanigheid de regie voor een proces waarin nauw wordt samengewerkt met de partners binnen het gebied. Vanuit Zuid-Kennemerland coördineert Heemstede de inzet en samenwerking met de provincie.
Wanneer stemmen we dit af in een Radenbijeenkomst? Voor NNN en stikstof lopen verschillende projecten met elk hun eigen planning. Per project zal een planning opgesteld worden en de gemeenten worden hiervan op de hoogte gesteld.
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
7
3.2 Vergroting Nationaal Park Zuid-Kennemerland en versterking relatie met het Recreatiegebied Spaarnwoude Waarom is dit onderdeel opgenomen in het werkplan? Met de kust, de duinen en de binnenduinrand heeft Zuid-Kennemerland een aantal drukbezochte landschappen. De recreatieve druk op de kust en de duinen en daarmee het Nationaal Park ZuidKennemerland is groot, waardoor de gewenste balans tussen het faciliteren van de (economisch belangrijke) recreatie enerzijds en het behoud en versterking van de natuurwaarden, biodiversiteit en cultuur(historische) waarden anderzijds steeds meer onder druk komt te staan. Daarnaast is het van belang dat een balans wordt gevonden tussen de verschillende vormen van recreatie (wandelen, fietsen, etc.), zodat het voor alle typen recreanten prettig blijft om in de regio te verblijven. In het Ontwikkelperspectief voor de Binnenduinrand is voor het bepalen van de gewenste ontwikkelrichting het behoud van de (hoge) kwaliteit van het landschap als leidend uitgangspunt genomen. De oplossing voor het behouden van de balans wordt vooral gezocht in het zoneren van de ruimte voor recreatie enerzijds en voor behoud van rust en natuurwaarden anderzijds.
Door in lijn met de benadering van Nationale Parken Nieuwe Stijl de binnenduinrand met zijn landgoederen en de aanliggende duingebieden aan het Nationaal Park toe te voegen, kan in combinatie met een natuur inclusieve landbouw (voor zover aanwezig) en een meer klimaat adaptieve inrichting recreatief bezoek meer worden verspreid en kan die balans beter worden geborgd. Daarnaast draagt versterking van de relatie met het Recreatiegebied Spaarnwoude bij aan een verlichting van de recreatieve druk. Voor de doorontwikkeling van dit recreatie- en natuurgebied zijn afspraken gemaakt in de Visie Spaarnwoude 2040, onder meer gericht op het ontvangen van een groter aantal bezoekers. Met dit plan wordt invulling gegeven aan de ambitie uit het Ontwikkelperspectief om de mogelijkheden tot uitbreiding van het Nationaal Park met de aangrenzende open gebieden en buitenplaatsen te onderzoeken om de leefgebieden voor planten en dieren in de binnenduinrand en de spreiding van recreatie en toerisme te verbeteren.
Wat houdt het plan in? Het Nationaal Park Zuid-Kennemerland heeft subsidie ontvangen van het ministerie van LNV voor onderzoek naar de haalbaarheid van een Nationaal Park nieuwe stijl. Door het Nationaal Park ZuidKennemerland hierin te ondersteunen, wordt het draagvlak en de slagkracht voor deze verkenning vergroot. In de verkenning wordt gekeken naar de kansen voor een uitbreiding van het Nationaal Park met de binnenduinrand en de aanliggende duingebieden en wordt in beeld gebracht wat daarvoor nodig is. Ook wordt onderzocht hoe een relatie met het recreatiegebied Spaarnwoude het best kan worden vormgegeven om tot de gewenste spreiding van de recreatieve druk te komen.
Wat hebben we in 2023 bereikt? Gedurende de planperiode is een gezamenlijke aanpak opgesteld en zijn de ontwikkelmogelijkheden van het Nationaal Park in beeld gebracht. Er kan een standpunt worden bepaald over het al dan niet uitbreiden van het nationaal park.
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
8
Wie gaat het project trekken? Het project wordt getrokken door het Nationaal Park Zuid-Kennemerland, maar wordt daarin ondersteund door de regio Zuid-Kennemerland met als trekker en coördinerende gemeente is nader te bepalen (voorstel Bloemendaal/Heemstede).
Wanneer stemmen we dit af in een Radenbijeenkomst? Dit punt wordt besproken en toegelicht in de 1e gezamenlijke Raden bijeenkomst Zuid-Kennemerland medio 2022.
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
9
4.
Beter benutten van ons economisch kapitaal
4.1 We maken ons economisch profiel scherper en zetten daar gezamenlijk op in via branding en acquisitie Waarom is dit onderdeel opgenomen in het werkplan? Dit punt is door de gezamenlijke Raden op 24 november expliciet benoemd als speerpunt op het onderdeel Economie. De Economische positionering van de regio dient een krachtiger profiel te krijgen. Zeker de actuele situatie rond corona geeft dit onderdeel een extra impuls om op te pakken. Op alle onderdelen van de Economie voor onze deel regio, bijvoorbeeld ook op toerisme dat nu is weggevallen en dat gerichte inzet op herstel vergt.
Veel mensen denken bij Zuid-Kennemerland eerder aan fijn wonen, cultuur, zonnen op het strand of winkelen in Haarlem dan aan economische ontwikkeling. Toch kunnen we juist door onze toeristische sector en het hoge voorzieningenniveau, economisch een sterke regio zijn. In de Metropoolregio Amsterdam (MRA) is de economische omvang van onze regio nu nog relatief klein. Door het economisch profiel van Zuid-Kennemerland aan te scherpen en te verkennen hoe wij de economische samenwerking aan de westkant van de MRA (IJmond en Haarlemmermeer) verder kunnen versterken, kan ons economisch kapitaal beter worden benut. De coronacrisis geeft een extra aanleiding om juist nu tot deze Economische impuls te komen. Onze diensten Economie en de toeristen sector worden nu zwaar geraakt. Door de regio economisch te profileren en positioneren en in lijn daarmee nieuwe bedrijvigheid aan te trekken, zorgen we ervoor dat er meer werkgelegenheid in de regio komt. Dit is belangrijk om -met een groeiend aantal inwoners- een goede woon-werkbalans te houden, zodat we niet alleen een aantrekkelijke woon- en bezoekregio zijn maar ook interessant zijn om hier te werken en te ondernemen. Werk dichtbij huis helpt bovendien om de groeiende uitgaande woon-werkpendel beheersbaar te houden.
Wat houdt het plan in? Deze opgave wordt in afstemming met de projectplanning van de verstedelijkingsstrategie, die door de MRA wordt getrokken, uitgewerkt via twee, met elkaar samenhangende, actielijnen. Actie 1: We stellen een economisch profiel Zuid-Kennemerland op en verkennen hoe we de economische samenwerking aan de westkant MRA (IJmond en Haarlemmermeer) verder kunnen versterken. Hierin krijgt uiteraard ook het economisch belang van toerisme aandacht. Het economisch profiel dient tevens als economische input voor de Verstedelijkingsstrategie MRA. Dit profiel wordt overwegend gebaseerd door het samenvoegen van ook de economische ambities die de afzonderlijke gemeenten hebben vastgesteld. Actie 2: We stellen een plan van aanpak op voor gezamenlijke profilering en positionering en verkennen de inzet van een regionale acquisiteur.
Wat hebben we in 2023 bereikt? Actie 1: Het economisch profiel Zuid-Kennemerland wordt eind 2022 vastgesteld. Actie 2: We stellen een plan van aanpak op voor gezamenlijke profilering en positionering en verkennen de inzet van een regionale acquisiteur. Resultaat: Besluitvorming over het plan van aanpak vindt plaats in 2022 Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
10
Wie gaat het project trekken? De trekker voor de agenda Arbeidsmarkt is centrumgemeente Haarlem. Het wordt natuurlijk door alle gemeenten in de regio opgepakt vanuit het Regionaal werkbedrijf.
Wanneer stemmen we dit af in een Radenbijeenkomst? Voorafgaand aan de definitieve besluitvorming, , heeft afstemming plaats met de Raden. Conform de governance Zuid-Kennemerland, wordt een 80% versie medio 2022 besproken.
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
11
4.2 Inzet op triple helix en versterking van de samenwerking met onderwijs en bedrijfsleven om de (duurzame) economische en toeristische potentie van onze regio optimaal te benutten Waarom is dit onderdeel opgenomen in het werkplan? De arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond kende tot maart 2020 nog een fikse krapte. Werkgelegenheid was er volop en de werkloosheid was historisch laag. Corona heeft hier in zeer korte tijd ingrijpend verandering in gebracht. De huidige situatie maakt meer dan voorheen duidelijk dat arbeidsmarkt een regionaal thema is en legt onderlinge afhankelijkheden bloot. De coronacrisis betekent bovendien voor veel werknemers, werkgevers, zzp’ers en andere zelfstandig ondernemers een herijking. Met de Regionale doe-agenda Arbeidsmarkt Zuid-Kennemerland en IJmond 2020-2022 wille we optimale aansluiting stimuleren tussen de behoeften en mogelijkheden van werkgevers, werknemers en werkzoekenden van vandaag, en maximaal perspectief bieden voor de werkgevers, werknemers en werkzoekenden van morgen. In wisselende samenstelling en op verschillende plekken werken we aan een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, stimuleren we levenslange ontwikkeling en benutten we het talent en de mogelijkheden van eenieder die wil en kan werken. Zo benutten we optimaal de beschikbare werkgelegenheid in onze regio.
Wat houdt het plan in? We geven uitvoering aan de Regionale doe-agenda Arbeidsmarkt Zuid-Kennemerland en IJmond 2020-2022 met focus op vier pijlers: werk naar werk, uitkering naar werk, opleiding naar werk, benutten en stimuleren van werkgelegenheid. -
-
We benutten publiek-private samenwerkingsverbanden zoals Techport en C-District voor trajecten van werk naar werk. Dit doen we in combinatie met het om- en bijscholingsprogramma van het nog op te richten regionale mobiliteitsteam. Ook de werkgelegenheid in het toerisme heeft hierbij uiteraard aandacht. We benutten de SPRONG-regeling met Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool Windesheim, Hogeschool voor de Kunsten en het Bouwlab in Haarlem ten behoeve van de verduurzaming van de bouwketen en zorgen voor verbinding met het Nova College en Hogeschool Inholland.
Wat hebben we in 2023 bereikt? Resultaat 1: In 2022 is een (nader te bepalen) aantal werkenden begeleid van werk naar werk in technische sectoren, in combinatie met een om- en bijscholingstraject. Resultaat 2: Begin 2022 worden de eerste studenten verbonden aan het Bouwlab. In 2022 volgen duidelijk geformuleerde opdrachten. De acties uit de regionale doe-agenda worden eind 2021 en eind 2022 geëvalueerd. In 2023 volgt een vervolg op de regionale doe-agenda.
Wie gaat het project trekken? Het project wordt getrokken door Haarlem i.s.m. Zandvoort
Wanneer stemmen we dit af in een Radenbijeenkomst? Een eerste informatieve bijeenkomst over de regionale doe-agenda wordt gehouden in september 2021. Deze geeft de aanzet voor de uitwerking en terugkoppeling naar de Raden in de loop van 2022.
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
12
5.
Wonen: Een plek voor iedereen
Regionale aanpak uitvoering woonakkoord 2021-2025 Waarom is dit onderdeel opgenomen in het werkplan? De woningbehoefte in onze regio is groot. Lage- en middeninkomens hebben moeite om een passende woning te vinden. Daarom starten er minder jonge mensen op de woningmarkt en trekken gezinnen de regio uit. We willen met behulp van de Zuid Kennemer agenda een plek voor iedereen bieden. Samen met de Provincie Noord Holland en de regio IJmond hebben we de gezamenlijke ambitie om meer woningen te realiseren en de woningbouw te versnellen. Deze ambitie is gekoppeld aan het voorzien in de behoefte aan betaalbare woningen en het juiste type woningen. Bij de woningbouw leggen we ook de relatie met Duurzaam Bouwen. Bijvoorbeeld door als ZuidKennemer gemeenten gezamenlijk uitvoering te geven aan de Green Deal Houtbouw, die op dit moment vanuit de MRA in afstemming met corporaties en de bouwsector wordt uitgewerkt. Deze Green Deal beoogd voor de MRA te komen tot 20% circulaire houtbouw bij alle nieuw te realiseren woningen. De Zuid-Kennemer gemeenten hebben hierover gezamenlijk afstemming en spannen zich in om aan deze komende Green Deal uitwerking te geven. Zuid-Kennemerland werkt al meerdere jaren met IJmond samen op het gebied van wonen.
De afspraken over woningbouw in de regio Zuid-Kennemerland en met de provincie zijn samen met IJmond vastgelegd in het Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond. De thema’s in het Woonakkoord betreffen: woningbouw, betaalbaarheid, doelgroepen, duurzaamheid en samenwerking. Bij de woningbouw wordt uiteraard een relatie gelegd met het stikstof dossier en het onderdeel landschap uit dit werkplan. Het Woonakkoord 2021- 2025 is de opvolger van het Regionaal Actieprogramma wonen (RAP) Zuid-Kennemerland/IJmond (2016-2020).
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
13
Wat houdt het plan in?
5.1. Meer en snellere toevoeging van woningen incl. sociale huur en middensegment -
-
We realiseren meer (duurzaam gebouwde) woningen (kwantitatieve woningbehoefte) op basis van gezamenlijk onderzoek naar de woningbehoefte. We baseren ons hierbij op de afspraken uit het Woonakkoord. Dit doen we door voldoende woningen toe te voegen om te voorzien in de verwachte groei van de woningbehoefte én om het huidige woningtekort te verminderen. Dit zijn minimaal 11.650 woningen in de periode 2020-2030. We versnellen de woningbouw en zoeken naar nieuwe locaties voor toekomstige woningbouw (Haarlem i.s.m. IJmond). Verder wordt gezamenlijk onderzocht of de bestaande tekorten in de diverse segmenten gekwantificeerd kunnen worden. Er wordt gekeken of aanvullende afspraken gemaakt kunnen worden over de nieuwbouw tot 2030 waarin ook de bestaande tekorten worden opgenomen. We maken daarnaast ook afspraken over het aandeel sociale en middelduur segment in ons nieuwbouwprogramma en stemmen af over middelen en instrumenten waarmee we de betaalbaarheid van de woningmarkt kunnen borgen (kwalitatieve woningbehoefte). Voor het maken van de afspraken over aandeel sociale huur en middensegment zijn in het Woonakkoord de volgende afspraken opgenomen: 1. We breiden de sociale huurvoorraad uit, in de regio en in elke gemeente (Haarlem i.s.m. IJmond) 2. Elke gemeente realiseert in de woningbouwproductie 30% sociale huur (Haarlem i.s.m. IJmond) 3.
Elke gemeente voegt woningen in het middensegment toe (Bloemendaal/ Zandvoort). 4. Bij de woningbouw geven we maximaal aandacht aan duurzaam bouwen (bijvoorbeeld via de MRA brede inzet om tot 20% Circulaire houtbouw te komen vanaf 2025) en leggen we de relatie naar de gevolgen voor het Landschap en de beperking van de stikstof.
5.2. Regionale huisvesting specifieke doelgroepen en stimulering (passende) huisvesting ouderen Om de huisvesting van specifieke doelgroepen te realiseren, is het van belang dat er een actieprogramma voor de huisvesting van specifieke doelgroepen wordt opgesteld. Het actieplan, wat in de Zuid-Kennemer Agenda is genoemd, is het “Pact van Uitstroom”. Het Pact van Uitstroom is inmiddels met de gemeenten (Zuid-Kennemerland en IJmond), corporaties en betrokken zorg- en welzijnspartners is inmiddels ondertekend. Er wordt gewerkt aan een Plan van Aanpak om het Pact van Uitstroom verder uit te werken. De eerste stap is het opzetten van een Matchpunt. Daarna volgen de andere punten uit het Pact van Uitstroom (IJmond i.s.m. Zandvoort). We stimuleren (passende) huisvesting van ouderen. Hiervoor hebben we de volgende afspraken in het Woonakkoord Zuid-Kennemerland 2021-2025 opgenomen: 1. Het agenderen, kennis delen en monitoren van wonen en zorg (IJmond) (O.a. update monitor wonen en zorg op de kaart (Haarlem i.s.m. IJmond), regionale woonzorg-agenda (IJmond) en kennisbijeenkomsten organiseren voor professionals om ouderen beter te kunnen informeren over doorstroming e.d. (Haarlem i.s.m. Bloemendaal). 2. We stimuleren zoveel mogelijk dat senioren passend (gaan) wonen (Bloemendaal i.s.m. IJmond) (o.a.
publiekscampagne Ook later lekker wonen (2021) en faciliteren nieuwe woonvormen voor senioren, door opstellen van een afwegingskader en nadenken over wenselijkheid opstarten platform).
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
14
Wat hebben we in 2023 bereikt? De acties geformuleerd in dit werkplan komen voort uit het Woonakkoord 2021-2025, de opvolger van het Regionaal Actieprogramma (RAP) Wonen Zuid-Kennemerland/ IJmond 2016-2020. Het Woonakkoord loopt t/m 2025 en in2023 is de looptijd halverwege. In het Woonakkoord is opgenomen om halverwege een bijeenkomst te organiseren waarin de koers en voortgang besproken gaan worden. Hiervoor worden diverse stakeholders uitgenodigd, waaronder raadsleden. In deze terugkoppeling leggen we ook de relatie naar het feitelijk bouwen en op welke manier duurzaamheid hierbij aandacht krijgt.
Wie gaat het project trekken? In de uitvoeringsagenda van het Woonakkoord zijn de diverse doelen verdeeld onder de gemeenten van Zuid-Kennemerland en IJmond. Elk doel wordt opgepakt in duo-schap. Onder het kopje “Wat houdt het plan in?” staat per opgave de trekker vermeld.
Wanneer stemmen we dit af in een Radenbijeenkomst? Het Woonakkoord 2021-2025 bestaat uit twee delen: het Bestuursakkoord en de Uitvoeringsagenda. Het Bestuursakkoord met de doelen is door de gemeenteraden vastgesteld. De Uitvoeringsagenda die de doelen uit het Bestuursakkoord verder uitwerkt, zijn door de colleges begin februari 2021 vastgesteld1. De uitvoering en voortgang van de Uitvoeringsagenda wordt jaarlijks besproken in het portefeuillehouder overleg Volkshuisvesting in aanwezigheid van de provincie Noord-Holland. Rondom de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 zullen (nieuwe) raadsleden geïnformeerd worden over de regionale afspraken en inspanningen. Medio 2022 worden de raden geïnformeerd over de voortgang in de uitvoering woonakkoord en worden eventuele knelpunten die hierin optreden besproken. Bij deze terugkoppeling heeft ook het aspect van het Duurzaam bouwen van de woningen aandacht. Deze terugkoppeling gebeurt binnen het kader van het vastgestelde Bestuursakkoord tussen de gemeenten en de provincie (woonakkoord).2
1
De raad van Heemstede heeft ook de Uitvoeringsagenda vastgesteld.
2
In Heemstede zal bij een wijziging van de Uitvoeringsagenda door het college een zienswijze van de raadscommissie worden gevraagd.
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
15
6.
Inspelen op het veranderende klimaat
6.1 Een slagvaardige regionale samenwerkingsstructuur voor het behalen van de klimaatdoelstellingen Waarom is dit onderdeel opgenomen in het werkplan? De gemeenten in Zuid-Kennemerland werken op dit moment al vergaand samen op het gebied van de energietransitie. Deze samenwerking is groter dan de regio Zuid-Kennemerland, maar beslaat de regio Noord-Holland zuid. Zo wordt er onder andere samengewerkt binnen de regionale energiestrategie NHZ (RES NHZ). Daarnaast zijn de gemeenten conform het klimaatakkoord ook bezig met het traject van de transitievisie warmte, op basis waarvan de reductie van broeikasgassen in de bestaande gebouwde omgeving dient te starten. Deze samenwerking speelt zich ook af in de regio Noord-Holland Zuid. Gemeenten hebben de regie gekregen voor de energietransitie in de gebouwde omgeving en krijgen, naar verwachting vanaf 2022, middelen vanuit het Rijk ter compensatie van deze uitvoeringslasten. Dit geeft aanleiding om de inspanningen te intensiveren door kennis en kunde te delen, en een slagvaardige gemeentelijke organisatie op te tuigen. In toenemende mate ontstaat het besef dat veel onderwerpen, die voorheen organisatorisch wat meer sectoraal waren ingericht, op veel gebieden samenhangen. Co2 uitstoot in de gebouwde omgeving, stikstofuitstoot en biodiversiteit hangen allemaal in meer of mindere mate samen.
Al deze ontwikkelingen samen leiden tot de verwachting dat de organisatiestructuren van de vier gemeenten gezamenlijk effectiever kunnen worden ingericht om tegemoet te komen aan de gestelde doelen in het klimaatakkoord dan dit individueel op te pakken. Nu gemeenten hiervoor de benodigde middelen vanuit het Rijk gaan ontvangen, is dit een logisch moment om te onderzoeken of bepaalde kennis en kunde op regionale schaal kan worden benut. Bijkomend voordeel is dat er ook geen “dubbele” formatie op de schaarse arbeidsmarkt moet worden aangetrokken. Middelen van het Rijk Naar verwachting krijgen gemeenten vanaf 2022 structurele middelen van het Rijk om te voldoen aan de uitvoeringslasten van het klimaatakkoord dat eind 2019 is gesloten. Een van de voorwaarden voor gemeenten om destijds met de uitvoering in te stemmen, was dat zij voldoende compensatie zouden worden ontvangen voor de uitvoeringslasten. Tot nu toe is deze compensatie onvoldoende geweest. De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) adviseert voor de uitvoering van het Klimaatakkoord dat gemeenten, provincies en waterschappen de komende drie jaar 1,8 miljard euro nodig hebben. Dat staat in het eind januari 2021 verschenen adviesrapport “van Parijs naar Praktijk”. De ROB adviseert de kosten voor gemeenten en provincies in de periode 2022-2024 te bekostigen via een brede doeluitkering.
Voor de fase na 2024 adviseert de ROB de totale uitvoeringslasten en de verdeling in 2024 te evalueren en te herijken op basis van realisatiecijfers, nadere invulling van de taken uit het Klimaatakkoord en verdere wettelijke en beleidsmatige ontwikkelingen. Vanaf 2025 kunnen de uitvoeringslasten worden verdeeld op basis van een onderbouwd inzicht in de werkelijke kosten. Het nieuwe kabinet zal in 2021 over de exacte hoogte en de verdeling een besluit moeten nemen.
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
16
Wat houdt het plan in? In deze opgave onderzoeken we de mogelijkheden van een regionale samenwerkingsstructuur binnen de regio Zuid Kennemerland die tegemoet komt aan de uitdagingen waarvoor gemeenten aan de lat staan in het licht van het klimaatakkoord. De komende maanden zullen worden benut om inzicht te krijgen welke kansen er liggen voor een regionale samenwerkingsstructuur, in afwachting van de reactie van het nieuwe kabinet op het advies van de ROB. De gemeentelijke beleidsautonomie is daarbij geen onderwerp van discussie, dus een gemeenschappelijke regeling is niet aan de orde.
Wat hebben we in 2023 bereikt? De eerste stap is om in 2021 helderheid te hebben over de kansen en mogelijkheden voor een regionale samenwerkingsstructuur
Wie gaat het project trekken? Gemeente Bloemendaal is de trekker van dit project.
Wanneer stemmen we dit af in een Radenbijeenkomst? PM
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
17
6.2
Stresstest klimaatadaptatie binnenduinrand
Waarom is dit onderdeel opgenomen in het werkplan? Als gevolg van de klimaatverandering staat de kwaliteit van het leefgebied van veel planten- en diersoorten in met name het kwetsbaar duingebied onder druk en daarmee ook hun voortbestaan. Klimaatverandering heeft ook mogelijk negatieve gevolgen voor het grondwatersysteem, beschikbaarheid van zoet water en kustveiligheid in de binnenduinrand. Het is van belang om te anticiperen om in de toekomst wateroverlast of juist extreme droogte/hitte te voorkomen of de negatieve effecten tegen te gaan. Er is nu nog niet voldoende bekend wat de klimaateffecten zijn in de binnenduinrand buiten de bebouwde omgeving Zuid-Kennemerland. In de uitwerking van de opgave zijn de belangen van de gemeenten groot. De balans tussen de strategische drinkwatervoorraad, natuurwaarden en de leefbaarheid van het achterland is in fragiel evenwicht. Wijzigingen daarin moetenzorgvuldig met elkaar worden afgewogen.
Wat houdt het plan in? Gezien het belang van dit unieke gebied in de regio willen we een klimaatstresstest uitvoeren voor de binnenduinrand in Zuid-Kennemerland. Dit kan door de stresstesten die al uitgevoerd zijn in de gemeenten naast elkaar te leggen en de nadere uitwerking per gemeente die nu loopt op te schalen naar het gebiedsniveau van de binnenduinrand. Hierbij is het van belang dat dit wordt opgepakt in het samenwerkingsverband van de waterketen. Hier zijn PWN, Rijnland en de gemeenten Bloemendaal, Haarlem, Heemstede, Velzen en Zandvoort onderdeel van. Door aan te sluiten bij deze samenwerking kan gebruikt gemaakt worden van bestaande stresstesten, gebiedskennis en modellen. De provincie kan voor de specifieke project aanhaken bij deze samenwerking.
Wat hebben we in 2023 bereikt? Het resultaat is een prioriteitenoverzicht van klimaat adaptieve maatregelen voor de komende vijf jaar voor de binnenduinrand van Zuid-Kennemerland. De uitkomsten van deze binnenduinrand stresstest en de daaraan gekoppelde benodigde maatregelen vormen samen het regionale uitvoeringsprogramma, de onderlegger voor een gezamenlijke subsidieaanvraag bij de Impulsregeling klimaatadaptatie van het Rijk. Deze regeling gaat in 2021 open en is t/m 2023 beschikbaar.
Wie gaat het project trekken? De gemeenten Bloemendaal en Heemstede trekken deze overkoepelende stresstest en het opstellen van het regionale uitvoeringsprogramma voor de binnenduinrand in het samenwerkingsverband van de waterketen. De provincie werkt mee en brengt kennis en informatie in vanuit het team klimaatadaptatie. Het is van belang dat alle betrokken partijen zijn vertegenwoordigd en ook aangehaakt blijven. Er moet daarbij een beroep kunnen worden gedaan op medewerkers met vakinhoudelijke- en gebiedskennis. Voor het bouwen en/of aanpassen van modellen en het uitvoeren van reken exercities moeten daarnaast middelen beschikbaar gesteld worden.
Waarmee stemmen we dit af in de regionale Radenbijeenkomst? PM
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
18
7.
Verbinden van onze opgaven met betere bereikbaarheid
Bereikbaarheid is voor Zuid-Kennemerland een belangrijke opgave. Hierop wordt vanuit ZuidKennemerland op vele fronten nu al actieve inzet gegeven. Deze inzet en de daaronder ressorterende projecten, blijven in dit werkplan buiten beschouwing. Aan het eind van dit hoofdstuk wordt van deze projecten een kort overzicht gegeven. Deze projecten vallen onder de twee volgende bestaande uitwerking lijnen: 1. De inzet in MRA verband, samen met Rijk en Provincie, die wordt geleverd via inbreng in het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBAB); 2. De samenwerking binnen de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Bereikbaarheid ZuidKennemerland. Er is 1 project dat in dit werkplan, aanvullend op wat er al loopt, extra de aandacht heeft. Dat is het verbeteren van het regionale fietsnetwerk Zuid-Kennemerland inclusief de aansluitingen daarvan op het lokale fietsnetwerk. Hieraan willen we via dit werkplan een extra impuls geven.
7.1. Aanpak regionaal fietspadennetwerk Wat houdt het plan voor het fietsnetwerk in? Het fietsnetwerk in Zuid-Kennemerland kent nog tal van ontbrekende schakels. Deze zijn er zowel in het netwerk van utilitaire fietspaden, als in het netwerk van recreatieve fietsverbindingen. Voor de recreatieve fietsroutes is daarbij van belang dat een zodanige inpassing plaats heeft, dat er rekening gehouden wordt met het waardevolle duinlandschap. Vanuit de provincie zijn jaarlijks diverse fiets en verkeersveiligheidssubsidies beschikbaar. In aanvulling daarop zijn er periodiek subsidies vanuit het Rijk en Europa ten behoeve van verbeteringen voor de fiets. Vanuit deze subsidies kan een aanzienlijk deel (ten minste de helft tot 80%) van fietsprojecten worden gefinancierd. Daarbij is voor de beoordeling en toewijzing van belang dat deze goed passen in een regionaal afgestemd en opgebouwd fietsnetwerk en/of de verkeersveiligheid voor fietsers verbeteren. Het voorstel voor dit werkplan is om in de komende twee jaar het regionale fietsnetwerk, waarvan zeker al goede contouren beschikbaar zijn, in afstemming met de provincie Noord-Holland en de Haarlemmermeer, uit te werken en te prioriteren, inclusief de aansluitingen op het lokale fietsnetwerk. We willen kijken of we door een gezamenlijke prioritering en aanpak sneller tot een plus kunnen komen.
Wat hebben we in 2023 bereikt? De inzet is om in 2023 minimaal de regionale Kennemer doorfietsroute (Heemstede-Haarlem-Velsen) volledig gerealiseerd te hebben en bij voorkeur ook (deels) de doorfietsroutes naar Zandvoort en Hoofddorp. Voor zover routes nog niet zijn gerealiseerd, ligt een concreet en afgestemd plan van aanpak inclusief eigen bijdrage om dit zo spoedig mogelijk alsnog te doen. Op basis van het plan van aanpak worden regionaal afgestemde projecten ingediend voor een bijdrage van provincie, Rijk en Europa.
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
19
7.2. Overige trajecten Zoals gezegd werken we rond bereikbaarheid al vergaand samen met de MRA en andere overheden aan projecten die buiten dit werkplan om al plaats hebben. Ter informatie een opsomming van waar die samenwerking in naar voren komt.
Samen Bouwen aan Bereikbaarheid Binnen dit programma werken Rijk en regio samen aan de grote infrastructurele maatregelen voor de toekomst. Waaronder het doortrekken van de Noord-Zuidlijn naar Schiphol/Hoofddorp. Het project dat vanuit de MRA regio recent bij het Rijk is ingediend voor een mogelijke bijdrage uit het zgn. groeifonds. Ook is onderdeel van dit SBAB programma, het MIRT project ‘reconstructie Rottepolderplein’. Hiervoor is 30 miljoen beschikbaar gesteld en dit is nu in uitwerking. Haarlem neemt hier als direct betrokken gemeente aan deel. Voor de regio is daarnaast binnen het programma SBAB de inzet dat de Velserverbinding op de projectkaart van noodzakelijke verbindingen komt. Nodig om onder meer de druk op het noordelijk deel van de regio te verminderen. Dit ook in samenhang met een capaciteitsstudie voor de toekomst van de A9 als geheel, die dit jaar wordt gestart.
Bereikbare steden Voor de wat kortere termijn, is binnen het programma SBAB aan de orde het onderdeel ‘bereikbare steden’. Dit is de uitwerking van bereikbaarheid in relatie tot de woningbouw opgave in negen stedelijke centra in de MRA. Onderdeel hiervan is de ontwikkeling van 10.000 woningen in Haarlem, rond Haarlem station, Haarlem Spaarnwoude en rond het toekomstige regionale OV knooppunt Haarlem Nieuw Zuid (Europaweg /Schipholweg). Dit nieuwe OV knooppunt krijgt een regionale functie voor. Zuid-Kennemerland als geheel. Dit is nu in uitwerking en naar verwachting wordt hiervoor in 2022 het definitieve groene licht gegeven.
Corridorstudie HOV Haarlem-Schiphol/Amsterdam Het bestaande OV-netwerk tussen Haarlem en Amsterdam is in de laatste 10 jaar aanzienlijk verbeterd door de realisatie van een hoogwaardige busverbinding over de A9 naar de Zuidas. Echter, de capaciteit en kwaliteit van het huidige Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) netwerk groeien snel naar hun maximum. Hoewel de groei van het OV door de huidige coronacrisis tijdelijk in een dip zit, is de verwachting nog steeds dat de grens van het huidige HOV-netwerk binnen afzienbare tijd wordt bereikt. De provincie Noord-Holland, Vervoerregio Amsterdam en de gemeenten Haarlem en Amsterdam zijn daarom gestart met een studie om te kijken op welke manier de huidige capaciteit van het HOV verder uitgebreid kan worden, rekening houdend met de toekomstige ontwikkelingen in de regio (korte termijn: <2025, middellange termijn: 2030 en lange termijn: 2040), zoals bijvoorbeeld de woningbouwopgave. De studie is een uitwerking van de bouwstenen die in 2019 zijn benoemd in het Regionaal OV-Toekomstbeeld Noord-Holland en Flevoland (ROVT 2040) voor de regio ZKL en IJmond.
Het doel van de studie is om een toekomstbeeld te schetsen voor het brede HOV-netwerk aan de westkant van de MRA door alle knelpunten in beeld te brengen, met daaraan gekoppeld een pakket aan maatregelen (groeipad) voor de korte, middellange- en de lange termijn om de verwachte groei aan reizigers in het HOV op te vangen. Dit groeipad met ontwikkelrichtingen wordt uitgewerkt voor de HOV-corridor Haarlem-Schiphol/Amsterdam. Hierbij wordt rekening gehouden met aansluitingen op de rest van de regio (zoals naar Heemstede en Zandvoort) en met de leefbaarheid, landschappelijk inpasbaarheid, innovaties en de verduurzaming van het HOV. Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
20
Strategische samenwerkingsagenda Bereikbaarheid & Mobiliteit – ZKL/IJmond en provincie Voor een effectievere samenwerking richting MRA/Rijk en ook tussen de provincie en regio wordt aanvullend op het programma SBAb een strategische samenwerkingsagenda opgesteld. Deze bestaat uit een lobbyagenda en een werkagenda. In de lobbyagenda worden de gezamenlijke regionale mobiliteitsbelangen onderbouwd en samengevat die we inbrengen bij andere noodzakelijke partners (MRA, Rijk). In de werkagenda wordt de onderlinge samenwerking tussen de regiogemeenten en PNH weergegeven op basis van lopende programma’s/projecten en onderwerpen die nog opgestart moeten worden of extra aandacht zouden moeten krijgen De regio is bij al deze projecten betrokken, veelal met een vertegenwoordiger vanuit Haarlem. In de looptijd van dit werkplan worden op deze projecten uitkomsten en of voorbereidende besluiten verwacht die buiten dit werkplan om worden voorgelegd.
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
21
8.
Vervolgtraject en uitvoering werkplan
Dit onderdeel wordt in een volgende versie verder uitgewerkt.
Werkplan regionale samenwerking Zuid-Kennemerland 2021-2023
22