CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210235801 2. Bijlage a bestemmingsplan

commissie Ontwikkeling 30 september 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: 19.30 uur Vaststellen bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Aart van der Leeuwstraat e.o. - De Schrijvers (FR)25.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Aart van der Leeuwstraat e.o.

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

2

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

Inhoudsopgave

T oelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Hoofdstuk 2 2.1 2.2

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17

Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3

5 INLEIDING

7

Bestemmingsplan Begrenzing van het plangebied Aanleiding tot actualisering van het bestemmingsplan Doel van het bestemmingsplan Geldende planologische regelingen Bestemmingsplanprocedure Leeswijzer plantoelichting

ONTWIKKELING

8 8 9 9 9 11 11

13

Bestaande situatie en omgeving Beschrijving ontwikkeling

13 13

BELEIDSKADER

17

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

17 19 21

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

29

Ladder voor duurzame verstedelijking Milieuzonering Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Verkeer en parkeren Waterparagraaf Cultuurhistorie Archeologie Duurzaamheid en energie Groenparagraaf Natuurwaarden Vliegverkeer Bezonning Kabels, leidingen straalpaden en andere belemmeringen Mer-beoordeling

29 30 31 35 38 40 42 46 50 50 52 58 62 65 66 67 68

JURIDISCHE ASPECTEN Inleiding Juridische planopzet

69 69 69

UITVOERBAARHEID Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Handhaving

77 77 77 78

BIJLAGEN BIJ DE T OELICHT ING

81

Bijlage 1

83

Stedenbouwkundig plan 3

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

161

Bijlage 3

Geluidsonderzoek

227

Bijlage 4

Quickscan flora en fauna

379

Bijlage 5

Nader onderzoek fauna

395

Bijlage 6

Stikstofdepositie berekening

411

Bijlage 7

Aanmeldnotitie m.e.r.

431

Regels Hoofdstuk 1

443 Inleidende regels

445

Begrippen Wijze van meten

445 455

Bestemmingsregels

457

Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Groen Tuin - 1 Verkeer Wonen Waarde - Archeologie

457 459 461 463 465

Hoofdstuk 3

Algemene regels

469

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

469 471 473 475 477

Overgangs- en slotregels

479

Overgangsrecht Slotregel

479 481

Artikel 1 Artikel 2

Hoofdstuk 2

Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Hoofdstuk 4 Artikel 13 Artikel 14

4

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

Toelichting

5

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

6

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

Hoofdstuk 1

INLEIDING

Woningcorporatie Pré Wonen is voornemens een deel van haar bestaande woningvoorraad in de Aart van der Leeuwstraat te herstructureren. Hiervoor worden 224 oude portiekflats gesloopt en komen hiervoor in de plaats circa 280 nieuwe sociale huurwoningen. De oude portiekflats die zich op de projectlocatie bevinden zijn dermate verouderd dat renovatie niet meer rendabel is. Alle bebouwing op de projectlocatie zal gesloopt worden, waar maximaal 300 portiekflats voor terug gebouwd worden om aan de sociale woningbehoefte te voldoen. De gemeente Haarlem heeft middels een motie haar wens uitgesproken om meer sociale huurwoningen terug te bouwen vanwege de krapte op de Haarlemse woningmarkt.

Afbeelding 1.1: Ligging van het bestemmingsplangebied

7

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

1.1

Bestemmingsplan Het bestemmingsplan Aart van der Leeuwstraat e.o. bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De regels bevatten juridische regels over het gebruik van de ruimte. Deze regels geven aan of, en zo ja, hoe ruimte bebouwd mag worden en welke functies (bestemmingen) zijn toegestaan. De verbeelding geeft de exacte plaats van de bestemmingen aan, en verwijst naar de regels. De toelichting, tenslotte, is de onderbouwing van regels en verbeelding. Hierin staan het doel van het bestemmingsplan en de toekomstige ontwikkeling van het gebied. De toelichting gaat in op onderwerpen die voor die ontwikkeling van belang zijn, zoals de stedenbouwkundige structuur, de haalbaarheid van het plan en milieuaspecten.

1.2

Begrenzing van het plangebied De projectlocatie is gelegen aan de Aart van der Leeuwstraat en omgeving te Haarlem en ligt ingeklemd tussen de Generaal Spoorlaan aan de oostzijde, de Jan Prinslaan aan de noordzijde, de P.C. Boutenstraat aan de westzijde en woningen ten zuiden aan de van Moerkerkstraat.

Afbeelding 1.2: Plangebied Aart van der Leeuwstraat e.o.

8

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

1.3

Aanleiding tot actualisering van het bestemmingsplan De bouwkundige en woontechnische staat van de 224 portiekflats in het deelgebied Aart van der Leeuw is zeer slecht en daarom is renoveren niet wenselijk. Daarom is besloten om het projectgebied te herontwikkelen, waarbij circa 280 nieuwe sociale huurwoningen teruggebouwd zullen worden, vooral voor een- en tweepersoonshuishoudens. Dit sluit goed aan op de gemeentelijke doelstellingen om meer woningen te realiseren voor starters, alleenstaanden en senioren. Ook bij de huurders van Pré Wonen leeft een groeiende behoefte aan betaalbare, kleinere en levensloopbestendige woningen.

1.4

Doel van het bestemmingsplan Hoofddoel van het nieuwe bestemmingsplan Aart van der Leeuwstraat is het opstellen van een actueel juridisch kader waarbinnen de nieuwe portiekflats ontwikkeld kunnen worden. Deelplan Aart van der Leeuw is de laatste grotere herstructurering in Delftwijk. Het doel is om de huidige woningvoorraad te vernieuwen en uit te breiden met circa 55 tot 60 woningen. De omliggende wooncomplexen zijn of worden door andere woning corporaties gerenoveerd. Een goed evenwicht tussen de Noordelijke en Zuidelijke wooncomplexen is hierbij gewenst.

1.5

Geldende planologische regelingen De geldende planologische regelingen op de projectlocatie zijn: het bestemmingsplan "Delftwijk-Waterbuurt", vastgesteld op 15 oktober 2009; het parapluplan "Parkeernormen Haarlem 2018", vastgesteld op 17 mei 2018; het bestemmingsplan "Reparatieplan B Haarlem 2019", onherroepelijk sinds 21 november 2019. Bestemmingsplan "Delftwijk-Waterbuurt" Binnen het vigerende bestemminggsplan "Delftwijk: heeft de projectlocatie de volgende bestemmingen: Woondoeleinden (W) Tuin (T) Verkeers- en verblijfdoeleinden (V) Garagebox (b) Groenvoorzieningen (G) Gemengde doeleinden a (GDa) Daarnaast is de gehele projectlocatie aangeduid met wijzingsbevoegheid I, en is op de aangegeven locaties horeca II toegestaan of een aan te leggen waterloop. Ook kent de locatie diverse bouwvlakken, waarbinnen gebouwd mag worden tot diverse bouw- en goothoogten. Een en ander is nader weergegeven op afbeelding 1.3.

9

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

Afbeelding 1.3: uitsnede bestemmingsplankaart "Delftwijk-Waterbuurt" (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl en QGIS, eigen bewerking) Parapuplan "Parkeernormen Haarlem 2018" Dit parapluplan voorziet in een toetsingskader om te kunnen bepalen of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid bij nieuwe bouwontwikkeling en/of gewijzigd gebruik. Daarnaast is een uniforme regeling voor parkeren, stallen, laden en lossen opgenomen. De toets aan de verkeer- en parkeeraspecten voor onderhavige ontwikkeling vindt plaats in paragraaf 4.8 van deze toelichting. Reparatieplan B Haarlem 2019: Op basis van dit bestemmingsplan valt de projectlocatie onder de gebiedsaanduiding "overige zone" die betrekking heeft op woonschepen. Het plan is daarmee in casu niet relevant wegens het ontbreken van water en woonschepen binnen het plangebied.

10

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

1.6

Bestemmingsplanprocedure Het bestemmingsplan Aart van der Leeuwstraat e.o. doorloopt de wettelijke procedure. Het conceptontwerpbestemmingsplan wordt op basis van het wettelijk vooroverleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) toegestuurd aan de verschillende (semi)overheden en belangenorganisaties. Er heeft participatie in het kader van het stedenbouwkundig plan met onder andere de wijkraad plaatsgevonden. Er vindt geen participatie mbt het ontwerpbp plaats. De gemaakte opmerkingen van de wijkraad en de reacties op basis van het wettelijke vooroverleg, kunnen leiden tot aanpassing van het conceptontwerpbestemmingsplan Aart van der Leeuwstraat e.o. Vervolgens geeft het college van burgemeester en wethouders het ontwerpbestemmingsplan vrij voor tervisielegging volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Na publicatie wordt het ontwerp gedurende zes weken ter inzage gelegd. In die tijd kan iedereen mondeling, digitaal dan wel schriftelijk zienswijzen indienen bij de gemeenteraad. Na verwerking van de zienswijzen en mogelijke ambtelijke aanpassingen besluit de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan. Na aanpassing van het bestemmingsplan met inachtneming van de door de raad aangebrachte wijzigingen wordt het vastgestelde bestemmingsplan weer zes weken ter inzage gelegd (aanvang beroepstermijn).

Belanghebbenden die een zienswijze bij de gemeenteraad hebben ingediend kunnen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast kunnen belanghebbenden beroep instellen tegen wijzigingen die de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan heeft aangebracht.

1.7

Leeswijzer plantoelichting Dit hoofdstuk van de toelichting is de inleiding van het bestemmingsplan. Vervolgens gaat hoofdstuk 2 in op de bestaande ruimtelijk-functionele structuur van het plangebied. De ontstaansgeschiedenis van het gebied verklaart namelijk de huidige verschijningsvorm voor een belangrijk deel. Hoofdstuk 3 behandelt het voor het plangebied relevante beleid. Hoofdstuk 4 bevat een inventarisatie van de verschillende milieu- en omgevingsaspecten en de resultaten van de verschillende onderzoeken. Het gaat hierbij om alle zaken die kunnen leiden tot ruimtelijke beperkingen. Het uitvoeren van onderzoeken en het maken van analyses van het plangebied is nodig op basis van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Hoofdstuk 5 beschrijft de visie op het plangebied en gaat in op ontwikkelingen die nu of mogelijk in de toekomst in het plangebied spelen. Hoofdstuk 6 gaat in op de juridische aspecten en licht de planregels, milieuzoneringslijst, waarderingskaart, verbeelding en de regeling voor bebouwing toe. Het laatste hoofdstuk beschrijft de financieel-economische uitvoerbaarheid en licht de uitkomsten van het gevoerde vooroverleg toe. Bij de toelichting hoort ook een aantal bijlagen. Daarmee sluit de toelichting af.

11

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

12

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

Hoofdstuk 2

ONTWIKKELING

In dit hoofdstuk wordt zowel de bestaande als de toekomstige situatie beschreven. In bijlage 1 is het stedenbouwkundig plan d.d. november 2019 voor Aart van der Leeuwstraat e.o. opgenomen. Het stedenbouwkundig plan is opgesteld door MUST Stedebouw. In het stedenbouwkundig plan is een uitgebreide analyse en toelichting van de bestaande situatie en de beoogde ontwikkeling opgenomen. Bijlage 1 vormt tezamen met de beschouwingen in de paragrafen 2.1 en 2.2 derhalve de toelichting op de ontwikkeling.

2.1

Bestaande situatie en omgeving De huidige situatie aan de Aart van der Leeuwstraat e.o. bestaat uit 224 oude portiekflats verdeeld over vier bouwblokken, 24 garageboxen en enkele bedrijven aan de Jan Prinslaan. Het plangebied is ingericht in de jaren '50, waarbij is gekozen voor een hoogteverschil tussen de bouwblokken. De buitenste bouwblokken bestaan uit drie bouwlagen, waar de binnenste bouwblokken uit vier bouwlagen bestaan. De projectlocatie wordt ontsloten door middel van de Jan Prinslaan, waar deels eenrichtingsverkeer geldt, en de Generaal Spoorlaan. In de Aart van der Leeuwstraat en Gerard van Eckerenstraat geldt tweerichtingsverkeer, waarvoor eigenlijk geen ruimte is gezien de krapte van de straten. De huidige parkeerplaatsen zijn klein opgezet. Binnen elke twee bouwblokken is een binnentuin gesitueerd. De uitstraling van de buurt is vervallen en grauw, en is daarom toe aan een herontwikkeling. De woningen zijn sterk verouderd en voldoen niet meer aan de huidige eisen.

Afbeelding 2.1: Plangebied huidige situatie (bron: MUST architecture)

2.2

Beschrijving ontwikkeling Stedenbouw 13

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

De beoogde ontwikkeling zal voorzien in de realisatie van circa 280 nieuwe sociale huurwoningen. Het stedenbouwkundig plan bestaat uit vier kavels van elkaar gescheiden door drie woonstraten. De buitenste twee bouwblokken van maximaal vier lagen zijn U-vormig en markeren zo de hoekpunten van de buurt. De middelste twee bouwblokken bestaan uit strokenbouw van maximaal vijf lagen, terugliggend ten opzichte van de Jan Prinslaan. Met een nieuw gezicht naar het Simon Vestdijkpark en Marsmanplein sluit het goed aan op de grootschalige stedelijke vernieuwing die al heeft plaatsgevonden. Met ruime groene straten en binnenterreinen wordt goed aangesloten op het deel van Delftwijk dat grotendeels de oorspronkelijke ruimtelijke opzet van de wijk zal behouden. Groen De binnenste bouwblokken krijgen een open uitstraling, om versterking te creëren met het reeds vernieuwde Marsmanplein en Simon Vestdijkpark en om een ecologische verbinding te maken. Om deze open uitstraling te bewerkstelligen is er voor gekozen de 24 garageboxen en de bedrijfsruimten aan de Jan Prinslaan na de sloop niet mee te nemen in het nieuwe plan. Op basis van een uitgebreide bomeninventarisatie is bepaald welke bomen het behouden waard zijn. Vervolgens is gekeken op welke wijze het bouwvolume het best gepositioneerd kan worden om zoveel mogelijk bomen, met toekomstwaarde, te kunnen behouden.

Dit heeft geleid tot een verkaveling die dicht bij de bestaande verkaveling blijft. Een belangrijke uitzondering is de bebouwing langs de Jan Prinslaan. Hier staan zestien markante Pluimiepen die door de sloop van de garageboxen aanzienlijk beter tot hun recht zullen komen. Daarom wordt hier geen nieuwe bebouwing gerealiseerd maar komt er juist meer ruimte voor groen, aansluitend op het Simon Vestdijkpark. Ecologisch gezien is het realiseren van zoveel mogelijk aaneengesloten groen het meest waardevol. Door behoud van de groene binnenterreinen, collectieve voortuinen en de sloop van de garageboxen wordt het groen van het Simon Vestdijkpark verbonden met het groene hart van Delftwijk Zuid, het Arthur van Schendelplantsoen. Via de strokenbouw rond Nico van Suchtelenstraat staat dit groen in verbinding met de Jan Gijzenvaart. De binnenterreinen met veel waardevolle bomen geven de woonomgeving een enorme kwaliteit. Daarom wordt ingezet op het behoud en versterken van de groene binnenterreinen. De vernieuwde binnenterreinen krijgen een collectief karakter, afgeschermd van de openbare ruimte door brede groene hagen. De collectieve voortuinen blijven behouden en geven de straten een groen karakter. De collectieve groenstroken tussen de stoepen en de woningen aan de westzijde krijgen een ruiger en ecologischer karakter door middel van inheemse beplanting.

Hier is ruimte voor waterberging bij zware regenval. De groenstroken aan de zuidzijde sluiten hierop aan en vormen een brede buffer tussen openbare ruimte en collectieve binnentuinen. De groenstroken aan de oostzijde krijgen een parkachtig karakter met gras en solitaire heesters en blokhagen tegen de gevel. De groenstroken onder de pluimiepen sluiten hierop aan en vormen zo de overgang naar het aangrenzende park. Inrichting van zowel collectieve als openbare ruimte vindt plaats in overleg met de gemeente. Verkeer

14

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

De woonstraten van noord naar zuid kennen een asymmetrisch straatprofiel, net als in de huidige situatie. De inrichting verandert door de toepassing van eenrichtingsverkeer, waardoor de rijbaan smaller wordt, de straat minder uitnodigt hard te rijden en minder verharding nodig is. Aan de westzijde is een brede stoep met daarlangs schuin parkeren, aan de oostzijde een smallere stoep met langsparkeren. In het ontwerp van de gebouwen en in de openbare ruimte wordt aandacht besteed aan aantrekkelijke fietsparkeervoorzieningen. Bewoners worden gestimuleerd te lopen en te fietsen naar de nabijgelegen voorzieningen door de openbare ruimte, door situering van woningentrees, de gewijzigde verkeersstructuur, gezamenlijke fietsenbergingen en oplaadpunten voor scootmobiels en e-fietsen. Tevens biedt de versmalling van de straat ruimte aan parkeerplaatsen die qua maatvoering voldoen aan de huidige normering. Programma en doelgroep De beoogde ontwikkeling heeft als doel om te voorzien in de woningbehoefte van vooral één- of tweepersoonshuishoudens. Voor deze groep huishoudens zijn relatief weinig betaalbare sociale huurwoningen beschikbaar in Haarlem. Gezien de woningkrapte op de Haarlemse woningmarkt, zal het plan uit meer bouwlagen worden voorzien dan in de huidige situatie. De buitenste bouwblokken worden vier bouwlagen hoor, waar de middelste bouwblokken vijf bouwlagen hoog worden.

Alle bouwblokken worden voorzien van een lift en een collectieve inpandige fietsenstalling. Ook worden er punten geïntroduceerd waar scootmobiels en elektrische fietsen opgeladen kunnen worden.

15

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

16

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 3.1

BELEIDSKADER

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Dit besluit legt nationale ruimtelijke belangen vast. Het beleid is erop gericht om het aantal regels terug te dringen. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Hierdoor is onder andere de aanwijzing van nationale landschappen vervallen. Het Rijk maakt bijvoorbeeld geen landsdekkende woningbouwafspraken meer, alleen nog in de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad. Het Rijk benoemt alleen nog landelijke doelstellingen om de woningmarkt goed te laten werken. Het landschapsbeleid gaat ook naar de provincies. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er met een gebied moet gebeuren De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte legt geen restricties op voor onderhavige locatie. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De structuurvisie heeft verschillende nota's vervangen, zoals de Nota Ruimte, Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak, de structuurvisie voor de Snelwegomgeving, de agenda Landschap, de agenda Vitaal Platteland en de Pieken in de Delta.

De rijksoverheid streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. De ruimtelijke structuur van Nederland heeft zich ontwikkeld van steden in een landelijk gebied naar stedelijke regio's in interactie met landelijke en cultuurhistorische gebieden. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om oplossingen te creëren. Zij verdienen het vertrouwen dat ze dat op een goede manier doen. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de belangen voor Nederland als geheel, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie en natuur. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijk ordening. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: Een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt.

Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainport, greenports en de valleys. Over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, 17

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

watersysteemherstel of werelderfgoed. Een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners. In de structuurvisie zijn dertien nationale belangen benoemd. De nationale belangen, die worden benoemd, betreffen de internationale concurrentiepositie, het gebruik van de ondergrond, het behouden en versterken van vervoer- en transportsystemen, de milieukwaliteit, de waterveiligheid en zoetwatervoorziening en behoud en versterken van natuur en cultuurhistorische waarden. Geen van deze nationale belangen zijn van toepassing op dit project en daarmee wordt beleid hierover overgelaten aan de provincie en de gemeente. Voor onderhavig plan is vooral relevant de bevordering van krachtige steden. Behoud van het stedelijke draagvlak voor voorzieningen en van voldoende stedelijke 'massa' en de daarbij horende economische agglomeratievoordelen is van groot belang. Het plan sluit aan bij het beleid ten aanzien van het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke cultuurhistorische waarden behouden blijven. Het Barro legt geen restricties op voor onderhavige locatie.

3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Het doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. In voorliggend geval betreft het een stedelijke ontwikkeling aangezien de bestaande 224 woningen worden vervangen en aangevuld met circa 55-60 nieuwe woningen. Daarom dient aandacht besteed te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. In paragraaf 4.1 wordt de ladder doorlopen.

18

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 De omgevingsvisie NH2050 is vastgesteld door de Provinciale Staten van Noord-Holland op 19 november 2018. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. De Omgevingsvisie richt zich op lange termijn ambities en –doelen, met oog voor kwaliteiten die de provincie langjarig wil koesteren en die proberen in te spelen op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De visie spreekt zich dus uit over het Waarom en ten dele over het Wat. Onder de hoofdambitie, Balans tussen economische groei en leefbaarheid, zijn samenhangende ambities geformuleerd. De ambities zijn uitgewerkt in zogenaamde samenhangende bewegingen naar de toekomst. In die bewegingen worden meerde ontwikkelprincipes gehanteerd. Alle ontwikkelprincipes hangen met elkaar samen. De visie laat in algemene zin zien wat onze ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. Deze principes zijn overkoepelend: ze gelden voor de hele provincie. Hierbij komen de thema's gezondheid, veiligheid, klimaatadaptatie en landschap aan bod, alsook een aantal generieke principes voor het gebruik van de fysieke leefomgeving. Daarnaast schetst de provincie vijf samenhangende bewegingen.

Bewegingen die laten zien hoe wordt omgegaan met opgaven die op de samenleving afkomen en die de provincie wil faciliteren. Dat wordt gedaan door een aantal ontwikkelprincipes en randvoorwaarden mee te geven om de beweging naar de toekomst te kunnen maken. Het gaat om de volgende vijf bewegingen: Dynamisch schiereiland – hier is het benutten van de unieke ligging leidend waarbij de kustverdediging voorop staat en waar toeristische en recreatieve kansen benut kunnen worden en natuurwaarden worden toegevoegd. Metropool in ontwikkeling – hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad gaat functioneren en dat de reikwijdte van de metropool groter wordt. Door het ontwikkelen van een samenhangend metropolitaans systeem wordt de agglomeratiekracht vergroot. Sterke kernen, sterke regio's – deze beweging gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die daarmee het voorzieningenniveau in de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden en de kernen hun herkenbare identiteit behouden. Nieuwe energie – in deze beweging gaat het over het benutten van de economische kansen van de energietransitie en circulaire economie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving – deze beweging gaat over het ontwikkelen van natuurwaarden in combinatie met het versterken van de (duurzame) agrifoodsector. Alle vijf bewegingen hebben een economische drijver.

19

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

3.2.2 Provinciale Ruimtelijke Verordening Naast de Omgevingsvisie heeft de provincie een verordening vastgesteld waarin regels zijn opgenomen die de provinciale belangen beschermen. De provincie is momenteel bezig met het schrijven van een Omgevingsverordening. Aangezien deze nog niet is vastgesteld, geldt momenteel nog de PRV van 1 februari 2019. Op 14 januari 2019 hebben Provinciale Staten een wijziging van de Provinciale Ruimtelijke Verordening vastgesteld. Deze geconsolideerde versie is na wijziging in werking getreden op 1 februari 2019. Voor dit project is het beleid ten aanzien van stedelijke ontwikkelingen van belang. Artikel 5a van de PRV gaat hier op in. Artikel 5a Nieuwe stedelijke ontwikkeling: 1. Een bestemmingsplan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. 2. Gedeputeerde staten stellen nadere regels aan de afspraken bedoeld in het eerste lid. Artikel 5a sluit aan op de wettelijk verplichte toepassing van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking, zoals vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In deze versie van de PRV zijn eerdere regels over het aantonen nut en noodzaak en het benutten van binnenstedelijke mogelijkheden van de betreffende marktregio uit de PRV gehaald, omdat het al bij wet is geregeld in artikel 3.1.6 van het Bro.

Doordat de regels die samenvallen met de Ladder uit de PRV zijn gehaald, komt het accent in de PRV te liggen op datgene wat niet in de wet is vastgelegd: de regionale afspraken. Al eerder zijn in de PRV voor woningbouw regionale afspraken in de Regionale Actie Programma's (RAP's) verplicht gesteld. Omdat het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) via de Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) al regels stelt over 1) aantonen nut en noodzaak en 2) onderzoeken van binnenstedelijke mogelijkheden, zijn deze regels niet meer in de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) opgenomen. Daarmee komt de regionale afstemming in de PRV centraal te staan als het gaat om nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Regionale afstemming is niet in het Bro via de Ladder geregeld en blijft daarom in de PRV gehandhaafd. Aan deze voorwaarde is voldaan. Op basis van het provinciaal beleid is de ontwikkeling enkel mogelijk indien de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Andere beperkingen zijn op basis van de Omgevingsvisie en PRV niet van toepassing.

20

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

3.2.3 Watervisie 2021 Met de Watervisie 2021 zoals vastgesteld op 16 november 2015 geeft de provincie Noord-Holland vervolg aan het Provinciaal Waterplan 2010-2015. De Watervisie is afgestemd met de Stroomgebiedbeheerplannen uit de Kaderrichtlijn Water. De Watervisie is een strategisch beleidsdocument voor de periode 2016-2021 en beschrijft de ambitie en kaders voor het regionale waterbeheer in Noord-Holland richting 2021 met doorkijk naar 2040. De Watervisie is integraal onderdeel van het strategisch omgevingsbeleid en heeft een directe relatie met de provinciale structuurvisie. In de Watervisie richt de provincie zich op de thema's veilig, schoon en voldoende water en werkt die uit in doelstellingen voor onder andere veilige dijken en duinen, robuuste inrichting van het achterland, rampenbeheersing bij overstromingen, kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater, zoetwatervoorziening en het tegengaan van wateroverlast. Paragraaf 4.8 beschrijft hoe in het plangebied met de waterhuishouding wordt omgegaan. 3.2.4 Archeologie Het archeologische beleid van het provinciaal bestuur van Noord-Holland ligt vast in de Provinciale Cultuurnota. Verder geeft de Informatiekaart Landschap en Cultuurhistorie informatie over onder andere archeologische verwachtingen. Paragraaf 4.10 werkt het aspect archeologie verder uit.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurplan Haarlem 2020 Het Structuurplan geeft op hoofdlijnen de ruimtelijke ambities en wensen voor de stad voor de periode 2005-2020. In de toekomst wil Haarlem de bestaande aantrekkelijkheid behouden en verder uitbreiden. Haarlem wil voor zijn inwoners een levendige en veilige stad zijn met veel aandacht voor een leefbare woonomgeving en voldoende voorzieningen voor alle leeftijdsgroepen. Voor bedrijven moet Haarlem nog interessanter worden als vestigingsplaats. De strategische ligging vlakbij Schiphol, Amsterdam en IJmond, de goede bereikbaarheid over de weg en per openbaar vervoer, en de aanwezigheid van een hoogopgeleide beroepsbevolking spelen daarbij een cruciale rol. De speerpunten van beleid zijn profilering op een duurzaam goed woonklimaat, versterking van de zakelijke dienstverlening en versterking van de culturele en toeristische wervingskracht. Uitgangspunt voor de ruimtelijke ontwikkeling van Haarlem is dat bewust met schaarse ruimte wordt omgegaan en dat er contrasten in de stad zijn. Naast plekken waar dynamiek wordt voorgestaan (in herstructureringsgebieden, op knooppunten van openbaar vervoer en in veranderzones) zijn er ook rustige woonwijken waar plaats is voor ondersteunende wijkvoorzieningen.

21

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

Afbeelding 3.1: uitsnede OPH-Zones, verandergebieden (bron: Structuurplan 2020 Haarlem) Het plangebied valt binnen het 'verandergebied Jan Gijzenzone' (zie afbeelding 3.1, OPH-zone 1, verandergebied). Echter zijn de concrete plannen voor de Delftwijk niet in het Structuurplan opgenomen, gezien deze zijn vastgesteld voor het opstellen van het Structuurplan. Het OPH geeft aan dat er meer geïnvesteerd moet worden in aandachtswijken, zoals de Delftwijk. 3.3.2 Structuurvise openbare ruimte Haarlem 2040: Groen en Bereikbaar Op 21 december 2017 is de 'Structuurvisie openbare ruimte 2040' door de raad vastgesteld. De drie belangrijkste thema's uit de structuurvisie zijn: mooi, veerkrachtig en sterk. Uit deze thema's volgen de vier belangrijkste doelen van de structuurvisie: 1. Aantrekkelijke stad 2. Gezonde stad 3. Metropolitane economie 4. Bereikbare stad Om deze doelen na te streven heeft de gemeente Haarlem een aantal duidelijke keuzes moeten maken. De ruimere binnenstad is het domein van voetgangers en fietsers, terwijl het autoverkeer via de Regioring rond de stad wordt geleid (zie afbeelding 3.2). De omliggende wijken worden beter aangesloten op het centrum, fietspaden worden verbreed en ook de openbare vervoerverbindingen zijn en worden verbeterd.

22

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

Afbeelding 3.2: Visiekaart Haarlem, plangebied aangegeven met zwarte pijl (bron: Structuurvisie openbare ruimte 2040)

23

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

De verschillende ruimtelijke, economische, sociale, klimaat- en verkeerskundige aandachtspunten vragen om maatwerk. Afhankelijk van de positie in de stad krijgen de aandachtspunten een andere uitwerking. Daarbij worden drie zones onderscheiden: de binnenstad, het centraal stedelijk gebied/ondernemerszone en het stedelijk gebied. Delftwijk behoort tot het stedelijk gebied van de gemeente Haarlem. Stedelijk gebied Buiten de binnenstad en het centraal stedelijk gebied bevinden zich de jongste wijken van Haarlem,welke zowel voor- als naoorlogs zijn. In vooroorlogse wijken is meer openbare ruimte en voldoende groen aanwezig. Ook is er veel menging van verschillende functies. Daarentegen is er in de naoorlogse wijk juist geen sprake van menging van de functies wonen en werken. Op straat is er meer ruimte voor groen, bomen, spelen en parkeren dan in het centraal stedelijk gebied. Ondanks dat er meer openbare ruimte is in het stedelijk gebied, focust de ontwikkelingrichting op het gebruik van de fiets. Ook biedt de ruimere opzet van de openbare ruimte mogelijkheden voor de uitbreiding van het waternet. Om in 2040 tot een groene en bereikbare stad te komen, maakt Haarlem twaalf hoofdkeuzes, bestaande uit: 1. verblijfskwaliteit 2. recreatieve mogelijkheden en routes 3. ruimte voor stadsnatuur 4. gezonde straatbomen 5. klimaatadapties 6.

ruimte voor de voetganger en kwaliteit van de looproutes 7. de fiets binnen de stad 8. duurzame mobiliteit 9. de auto te gast in het centraal stedelijk gebied 10. het versterken van de HOV-corridor 11. ketenmobiliteit 12. bundelen op de grote ring De gemeente Haarlem heeft de twaalf hoofdkeuzes vastgesteld aan de hand van een afwegingsmethodiek, bestaande uit een prioriteitsstelling en de te doorlopen processtappen. De prioriteitsstelling houdt in dat de claims op de openbare ruimte altijd in een vaste volgorde worden beoordeeld. De belangrijkste prioriteit die de gemeente stelt is het beschermen en versterken van de groenstructuur. Daarna volgen het beschermen en versterken van de waterstructuur, inpassen van de benodigde extra klimaatadaptiemaatregelen, het afwegen van ruimte voor de mobiliteit en de benodigde ruimte voor objecten en parkeren. De processtappen zijn verdeeld in drie stappen, waarbij de eerste stap bestaat uit inventariseren en realiseren van themakaarten van het vigerende beleid. Vervolgens worden in de tweede stap enkele deelstappen uitgewerkt ten behoeven van het ontwerpproces. De derde stap bestaat uit het vastleggen van het resultaat van de processtappen in een ruimtelijk en functioneel programma van eisen voor het project. De herontwikkeling van de Aart van der Leeuwstraat e.o. draagt bij aan het 24

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

verbeteren van de verblijftkwaliteit in Haarlem-Noord. De oude portiekflats zijn vervallen en aan vervanging toe. De staat van de portiekflats is zodanig teruggelopen, dat renoveren niet optioneel is. Verblijfskwaliteit heeft niet enkel betrekking op de staat van de woningen, maar ook op de uitstraling van de buurt. Zowel de trottoirs van de Aart van der Leeuwstraat e.o. als de openbare weg zijn aan vervanging toe. De openbare weg bevat een dusdanig aantal gaten en kuilen. De trottoirs zijn niet uitnodigend en bieden niet genoeg ruimte voor meerdere voetgangers. De stadsnatuur zal worden vormgegeven door middel van de openbare tuinen die zich tussen twee appartementencomplexen in bevinden. 3.3.3 Ontdekking van de tuinstad De Delftwijk heeft de afgelopen jaren een flinke impuls gehad door de aanleg van het Simon Vestdijkpark en het vernieuwde Marsmanplein. De transformatie van de wijk is echter nog niet helemaal voltooid, enkel het zuidelijke deel van de wijk dient vernieuwd te worden waarin een belangrijke vervolgstap de sloop van 224 portiekflats, 24 garageboxen en 4 bedrijfsruimtes is. Pré Wonen is de eigenaar van de grond en is voornemens om circa 280 nieuwe sociale huurwoningen terug te bouwen.

De visie van het plan bestaat onder meer uit: Het realiseren van goed betaalbare sociale huurwoningen; Het creëren van een nieuw evenwicht; Het ontdekken van de tuinstad; Het realiseren van nieuwe waarden in de oude buurt. Daarnaast spelen drie waarden een belangrijke rol bij het realiseren van nieuwe waarden in een oude buurt: 1. Klimaatbestendig; 2. Energiezuinig; 3. Gezond. Het stedenbouwkundig plan sluit goed aan op de grootschalige stedelijke vernieuwing die reeds heeft plaatsgevonden. Met ruime groene straten en binnenterreinen wordt goed aangesloten op het deel van Delftwijk dat grotendeels de oorspronkelijke ruimtelijke opzet van de wijk zal behouden. De nadruk ligt dan ook vooral op het behoud van bomen, het realiseren van mooie groene binnenterreinen en het creëren van aantrekkelijke straten. Het stedenbouwkundig raamwerk biedt ruimte aan vier bouwblokken met groene binnentuinen en aantrekkelijke binnenterreinen. Door het behoud van oude, bestaande bomen liggen de buitenste twee bouwblokken dichter tegen de Jan Prinslaan aan dan de middelste bouwblokken. De huidige verkaveling bestaat uit stroken, waar de nieuwe verkaveling aan de buitenzijde uit U-vormen zal gaan bestaan. De beoogde ontwikkeling biedt ruimte aan circa 280 sociale huurwoningen. De meeste woningen zullen beschikken over een oppervlakte van circa 55-65 m².

Het merendeel van de woningen zal met een lift toegankelijk zijn. Daarnaast worden de woningen voorzien van een collectieve, inpandige fietsenstalling ter hoogte van de hoofdentree waar ook ruimte is voor scootmobielen. De binnentuinen zijn bereikbaar voor de aanwonende bewoners. Bovengenoemde 25

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

levert vier bouwblokken op met sociale huurwoningen van hoge kwaliteit. De hoofdlijnen van het plan kennen een symmetrische opzet, aansluitend op de bestaande symmetrische opzet van Delftwijk-Zuid. Typerend voor de naoorlogse woonwijk is echter dat er tegelijkertijd allerlei bewuste afwijkingen zijn bedacht in deze symmetrie. Dit spel tussen symmetrie en verbijzondering is een belangrijk ruimtelijk en beeldbepalend principe dat in de uitwerking van het stedenbouwkundig plan is meegenomen. De binnenste bouwblokken zullen dan ook vijf verdiepingen hoog worden, terwijl de buitenste bouwblokken vier verdiepingen hoog worden. De woningen aan de westzijde van de straten krijgen een terras op de begane grond. 3.3.4 Ruimtelijke kwaliteit In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit (2012) wordt een integrale stadsbrede visie gegeven op ruimtelijke kwaliteit die voor ieder nieuw ruimtelijk plan de basis vormt. Met de visie wil Haarlem kernachtig uitdragen waar haar kracht en haar ambitie ligt. De relatie tussen duurzaamheid, in de zin van toekomstbestendigheid en de kwaliteit van de leefomgeving, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit is een belangrijk thema van de visie. Er zijn tien gouden regels geformuleerd die een prioriteit voor ruimtelijke ontwikkeling in Haarlem uitspreken. De Nota Ruimtelijke Kwaliteit (2012) bestaat uit twee delen. Het eerste deel is de Visie op Ruimtelijke Kwaliteit.

Deel twee is het Beoordelingskader voor Ruimtelijke Kwaliteit. De in deel 2 opgenomen criteria hebben betrekking op alle vergunningplichtige plannen. Het plangebied ligt in het noorden van Haarlem, in het gebied dat in de nota behoort tot de 'geconsolideerde stad'. De gebieden die vallen onder de delen van de geconsolideerde stad bestaan uit gebieden waar de stedelijke structuur niet snel zal veranderen. Het gebied is te beschrijven als een aantal hoofdstructuren met daarachter een schakering van woonbuurten uit verschillende tijdsperiodes met elk hun eigen karakteristiek. Delftwijk en Sinnevelt zijn twee buurten uit de jaren zestig met destijds vernieuwende woningtypes en gemeenschappelijk groen. In de geconsolideerde stad zijn vooral de hoofdstructuren die de woonbuurten begrenzen van belang voor de ruimtelijk kwaliteit. De woonbuurten die achter deze hoofdstructuren zijn gelegen hebben elk een onderscheidend karakter dat behouden dient te worden. Echter is er een grote individuele vrijheid om deze woonbuurten invulling te geven. De appartementen die worden gerealiseerd op de plaats van de oude portiekflats worden in dezelfde structuur teruggebouwd om aansluiting te zoeken bij de karakteristieken van de rest van de buurt. Vier gemeenschappelijke binnentuinen zullen vorm geven aan het groen in de buurt.

3.3.5 Wonen In de Woonvisie Haarlem 2021 - 2025 'Doorbouwen aan een (t)huis' wordt ingezet op doorbouwen. Meer, betaalbaarder en energiezuiniger woningaanbod in de Haarlemse wijken realiseren voor verschillende woningzoekenden samen met betrokken partners zodat de wijken vitaal en veerkrachtig blijven. Er wordt gestreefd naar een toename van sociale huurwoningen, zodat de wachttijd korter wordt. De inzet is om meer woningen te creëren voor groepen

26

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

die extra aandacht nodig hebben. Denk aan het verbeteren van de kansen voor starters de kansen op een sociale huurwoning. Mensen uit maatschappelijke opvang en beschermd wonen moeten kunnen uitstromen naar een zelfstandige of beschutte woning. Mensen die zorg nodig hebben, moeten zelfstandig kunnen (blijven) wonen. Haarlem wil een inclusieve stad zijn, een stad voor iedereen. Toevoegen woningen Om bovenstaande reden moet in de periode 2020 tot en met 2025 7.200 woningen worden gerealiseerd, waarbij we streven naar gemiddeld 40% voor sociale huur en 40% voor middeninkomens. De sociale huurwoningen dienen voornamelijk aan de westkant van de stad gerealiseerd te worden. Aan de oostkant komen naast sociale ook duurdere woningen ter bevordering van gemengde wijken in de stad. Aan de oostkant van de stad is veel ruimte voor het toevoegen van woningen. Omdat de gemeente ziet dat de groep eenpersoonshuishoudens de komende jaren stevig zal groeien, en kleiner wonen in een stedelijke omgeving goed kan, is het logisch dat een groot deel van de nieuwe woningen uit kleine woningen zal bestaan. Bij nieuwbouw dient aandacht besteed te worden aan levensloopbestendig bouwen, flexibiliteit en duurzaamheid. Bij voorkeur gasloze woningen. De opgave is om met de toevoeging van woningen tegelijkertijd de ruimtelijke kwaliteit van buurten en wijken te verbeteren.

In de wijken dient de verscheidenheid aan inwoners vergroot te worden, hoewel de wijken van elkaar mogen verschillen. Duidelijk is dat die verbetering niet alleen in de fysieke omgeving en alleen via het aanbod van woningen kan plaatsvinden, aandacht voor sociale infrastructuur is daarbij noodzakelijk. Haarlem realiseert de woningbouwopgave binnen de stadsgrenzen en blijft buiten de groene zoom. Dit gaat niet ten koste van de kwaliteit van het bestaand groen binnen de stadsgrenzen. De ruimtelijke kwaliteit is randvoorwaarde voor de ontwikkeling van (woning)bouwlocaties. (Boven)regionale samenwerking Haarlem is centrumgemeente in de samenwerking met Zuid-Kennemer land, IJmond en Haarlemmermeer op het gebied van onder meer beschermd wonen en maatschappelijke opvang. De beleidskaders hierin, worden regionaal opgesteld en uitgevoerd.

Op woongebied werkt Haarlem ook samen met de regiogemeenten Zuid-Kennemerland en IJmond, de provincie Noord-Holland en met de Metropoolregio Amsterdam Regionaal Woonakkoord Zuid-Kennemerland/IJmond 2021-2025 De gemeenten in de regio bouwen via het Woonakkoord de komende 5 jaar samen met de provincie Noord-Holland aan het behoud van een aantrekkelijke en gevarieerde woonregio, die toekomstbestendig is en waar voor alle doelgroepen plek is in samenwerking met betrokken partijen uitvoering en 20 geformuleerde doelen, waaronder: voldoende woningen zijn in relatie tot de huidige en toekomstige vraag. grote variatie aan aantrekkelijke woonmilieus waarover de regio beschikt en verder versterken. een duurzame regio, verduurzamen van de woningvoorraad en realiseren woningbouw in principe binnenstedelijk, bij OV-knooppunten, klimaat adaptief en zoveel mogelijk circulair. toegankelijk blijven voor alle inkomensgroepen. Behoud van een betaalbare voorraad, uitbreiden op basis van de behoefte, 27

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

en streeft naar een betere spreiding. Het goed wonen voor allerlei doelgroepen, waaronder senioren en kwetsbare groepen. Woningbouw, bereikbaarheid en economie dienen, voor zover dit mogelijk is, in samenhang ontwikkelen, zodanig dat ze elkaar versterken. In het Woonakkoord 2021-2025 wordt vastgelegd welke bouwopgave elke gemeente tot en met 2030 heeft en welke plancapaciteit daarvoor beschikbaar is. De verwachte groei van de woningbehoefte in de periode 2019-2030 is 13.150 woningen. Voor de periode 2020-2030 dient de voorraad ten minste te worden uitgebreid met 11.650 woningen (Haarlem levert 7.400). Gemiddeld gaat het om minimaal zo'n 1.200 woningen per jaar (netto). Toevoeging zal vooral plaatsvinden door woningbouw en transformatie. Relatie tot het plan De herontwikkeling van de Aart van der Leeuwstraat e.o. voorziet in de vervanging van de 224 oude portiekflats om te voorzien in kwalitatieve sociale huurwoningen. De gemeente Haarlem heeft aangegeven dat een uitbreiding in het aantal sociale huurwoningen in dit project wenselijk is. Om deze reden zullen er maximaal circa 55 tot 60 extra sociale huurappartementen worden gerealiseerd.

28

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 4.1

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is voor het eerst geïntroduceerd in de SVIR en is als motiveringseis verankerd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.

Wettelijk kader De Ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen: Bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; Stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Artikel 3.1.6 van het Bro: Lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Toelichting op gebruik De Ladder is in de Nota van Toelichting (Stb. 2017, 182) gemotiveerd: “Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. Uitgangspunt is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.

Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting. De projectlocatie maakt onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling omvat de herontwikkeling van 224 oude portiekflats en de toevoeging van circa 55 tot 60 nieuwe sociale huurappartementen en kan daarmee, gelet op de aard en omvang van de planologische wijziging, wel worden getypeerd als nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van het Bro. In het kader van de Ladder van duurzame verstedelijking, dient de behoefte aan de ontwikkeling te worden aangetoond. Uit paragraaf 3.3.5 is reeds gebleken dat er tot en met 2020 behoefte was aan een toevoeging van 4.300 nieuwe woningen in de regio 29

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

Kennemerland-Zuid/IJmond en tussen 2020 en 2025 aan nog eens 3.200 nieuwe woningen. Daarnaast blijkt ook uit de Woonvisie dat wachtlijsten voor sociale huurwoningen de zeven jaar overschrijden. De herontwikkeling van de 224 oude portiekflats hoeft niet gemotiveerd te worden aan de hand van de Ladder voor duurzame verstedelijking, de circa 55 tot 60 extra sociale huurwoningen wel. Gezien de huidige krapte op de woningmarkt, de behoefte aan nieuwe woningen tot aan 2025 en zelfs 2030 en de lange wachttijden voor sociale woningen is deze uitbreiding met circa 55 tot 60 sociale huurwoningen zeer wenselijk. Daarnaast heeft de gemeente Haarlem juist aangegeven dat het zeer wenselijk zou zijn als niet enkel de oude portiekflats worden herontwikkeld, maar dat er extra sociale huurwoningen worden gerealiseerd in het project Aart van der Leeuwstraat e.o. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling is gelegen in bestaand stedelijk gebied en dat voldoende (regionale) behoefte bestaat voor de voorgenomen ontwikkeling. Het stedenbouwkundig plan draagt bij aan een hoogwaardige stedelijke omgeving, aan een verbetering van de leefbaarheid en aan een verbetering van de woningvoorraad. Er wordt voldaan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

4.2

M ilieuzonering Om milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten te voorkomen worden grenzen gesteld aan de toelaatbaarheid van de bedrijfsactiviteiten. In de bestemmingsregels wordt bepaald welke bedrijfsactiviteiten worden toegelaten. Hiervoor wordt gebruikt gemaakt van de categorie-indeling op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' uit 2009. In deze brochure worden richtafstanden gegeven van functies op o.a. gevoelige bestemmingen. Dit bestemmingsplan staat de vestiging van nieuwe bedrijven niet toe. Nabijgelegen gevoelige objecten (waaronder woningen) worden niet belemmerd, tevens worden geen bedrijven belemmerd in hun uitvoering. Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit. Het gebruik van milieuzonering biedt anderzijds de mogelijkheid om bepaalde bedrijvigheid te versterken, omdat deze zich (legaal) verder kan uitbreiden. In de milieuzonering staat de typering van (woon) gebieden centraal. Bij het wel of niet toelaten van bepaalde bedrijvigheid in (woon)gebieden is gelet op onder andere de ligging van (potentiële) bedrijven ten opzichte van de omgeving, de mate van eventueel te verwachte hinder en het na te streven karakter van de buurt/wijk.

Door middel van een passende bestemmings- en gebruiksregeling kan het bestemmingsplan een bijdrage leveren aan een afname van overlast binnen het plangebied, door niet passende bedrijvigheid of activiteiten zoveel mogelijk te weren, te reduceren, of door hinder beperkende maatregelen te treffen. Categorisering van bedrijven in en rondom het projectgebied Het grondgebied van Haarlem is ingedeeld in gebieden of zones. Deze 30

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

opdeling is bepaald door specifieke kenmerken van die gebieden (waaronder aanwezige functies, bebouwingsdichtheid, ligging ten opzichte van wegen en stations e.d.). In die gebieden of zones zijn drie typen bedrijvigheid aan de orde: bedrijven tot en met categorie A: deze bedrijven veroorzaken geen of nauwelijks hinder voor de omgeving. Deze bedrijven kunnen in hetzelfde pand gevestigd zijn als woningen. bedrijven tot en met categorie B: dit zijn bedrijven die een lichte vorm van hinder kunnen voor de omgeving kunnen opleveren. Deze functie is goed mogelijk in een woonomgeving, maar een bouwkundige scheiding ten opzichte van woningen is daarbij dan wel vereist. bedrijven tot en met categorie C: dit zijn bedrijven die een gemiddelde vorm van hinder voor de omgeving kunnen opleveren. Deze functie is onder voorwaarden goed mogelijk in een woonomgeving. Een ruimtelijke scheiding van de bedrijfsactiviteiten ten opzichte van woningen is daarbij vereist. Onderzoek Het plangebied kan goed getypeerd worden als een stedelijke omgeving waarbij vervolgens is aangesloten bij het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Hierbij worden de VNG-richtafstanden voor een rustige woonwijk toegepast. In de nabije omgeving van het plangebied zijn vooral woningen gesitueerd.

Aan de Generaal Spoorlaan bevinden zich enkele winkels en bedrijven zoals een kleine kringloopwinkels, verschillende kappers, een tattooshop en een dierenarts. Aan het Marsmanplein bevinden zich eveneens enkele kapperzaken, een kinderdagverblijf, twee supermarkten, een restaurant en andere winkels. Echter bedraagt de kortste afstand circa 30 meter en valt dit ruim buiten de VNG-richtafstanden. Conclusie De appartementen zijn inpaspaar in de omgeving. Vanuit bedrijven- en milieuzonering zijn geen belemmeringen te verwachten.

4.3

Bodem

4.3.1 Inleiding Op grond van de Wet bodembescherming wordt getoetst of de aanwezige bodemkwaliteit een belemmering vormt voor de beoogde functies in het bestemmingsplangebied. Voor het bestemmingsplangebied wordt beoordeeld op basis van de bodemkwaliteitskaart en op de aan/afwezigheid van locaties verdacht van bodemverontreiniging en uitgevoerde onderzoeken in het bestemmingsplangebied. Informatie Milieukwaliteit van de bodem Op basis van reeds uitgevoerde bodemonderzoeken op onverdachte terreinen is de Haarlemse bodemkwaliteitskaart vastgesteld (zie afbeelding 4.1). In 2018 is de bodemkwaliteitskaart geactualiseerd. In de Haarlemse bodemkwaliteitskaart worden acht bodemkwaliteitszones onderscheiden. Per bodemkwaliteitszone is de gemiddelde bodemkwaliteit vastgesteld. 31

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

Zeven zones zijn op de kaart zichtbaar als geografische eenheden. Zone 8 heeft betrekking op openbare gebieden. Het bestaansrecht van deze zone bestaat in het feit dat ter plaatse van wegen een afwijkende kwaliteit wordt aangetoond dan de kwaliteit van het omliggende gebied. Het oppervlak van de bovengrond en ondergrond van deze zone verschillen van elkaar. Het bestemmingsplangebied Aart van der Leeuw e.o. is gelegen in de bodemkwaliteitszone 5.

Afbeelding 4.1: Bodemkwaliteitskaart gemeente Haarlem (bron: gemeente Haarlem) Bodemkwaliteitszone 5 De bodemkwaliteit in zone 5 is afkomstig van naoorlogse woonwijken, waarbij

32

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

gebruik is gemaakt van een relatief schone grond. In deze bodemkwaliteitszone overschrijven de gehalten van lood, PAK en PCB de AW2000 waarden in de bovengrond (0,0 - 0,5 m-mv). Tevens overschrijden cadium, koper, kwik, lood, nikkel, zink, PAK, minerale olie, kobalt, PCB en EOX de 95-percentielen van de AW2000. De gemiddelde gehalten in de ondergrond (0,5 - 2,0 m-mv) overschrijden de AW2000 niet, maar de 95-percentielen overschrijden de AW2000 wel. Naar aanleiding van de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de bodem geschikt is voor wonen en dat de grond opnieuw toepasbaar is, mits de ontgravingslocatie niet verdacht is voor locale bodemverontreiniging. In onderstaande tabel zijn de gemiddelden en de P95-waarden van de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) en ondergrond (0,5-1,5 m-mv) van de bodemkwaliteitszone 1 weergegeven.

Tabel 4.1: Bodemkwaliteitszone 5, 2018 (bron: Bodemkwaliteitskaart gemeente Haarlem) De gemeente Haarlem heeft voor haar beheergebied gebieds-specifiek beleid vastgesteld (Nota bodembeheer 5-9-2013, BBV nr: STZ/MIL 2013/232071). Voor het toepassen van grond in bodemkwaliteitszone 5 zijn Lokale Maximale Waarden vastgesteld. In de onderstaande tabel zijn de lokale maximale waarden voor bodemkwaliteitszone 5 weergegeven.

33

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

Tabel 4.2: Lokale maximale waarden voor bodemkwaliteitszone 5 (bron: Nota bodembeheer gemeente Haarlem) 4.3.2 Onderzoek In maart 2020 is door Kwinfra een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de projectlocatie. Het onderzoek is als bijlage 2 terug te vinden. Hierbij is de huidige milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten kan een oordeel worden gegeven over de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie. De zintuigelijk baksteen brokjes, baksteengruis en/of cementresten houdende bovengrond zand is licht verontreinigd met kwik en lood. De zintuiglijk schone bovengrond zand is ten hoogste licht verontreinigd met kwik, lood en/of PAK. De zintuiglijk schone ondergrond zand is niet verontreinigd me de geanalyseerde parameters. De zintuiglijk schone ondergrond veen is licht verontreinigd met kwik. Het grondwater is niet verontreinigd met de geanalyseerde parameters. De aangetoonde verontreinigingen met kwik, lood en PAK kunnen vermoedelijk (deels) gerelateerd worden aan de zintuigelijke bijmenging en/of verhoogde achtergrondwaarden. Gezien de aangetoonde verontreinigingen wordt de hypothese onverdacht niet bevestigd.

Echter, geven de onderzoeksresultaten een representatief beeld van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en mede gezien de aangetoonde mate van verontreiniging is er geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De onderzoeksresultaten van het uitgevoerde bodemonderzoek vormen derhalve geen belemmering voor de herstructurering van de woningen en afgifte van een omgevingsvergunning.

34

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

4.3.3 Conclusie Op basis van het uitgevoerde onderzoek kan geconcludeerd worden dat de kwaliteit van de bodem geschikt is voor de functie van woningen. Een nader onderzoek is niet nodig en het aspect bodem vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

4.4

Geluid

4.4.1 Inleiding In het kader van de Wet geluidhinder moeten geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk bepaalde normering als het gaat om de maximale geluidsbelasting op de gevels. De limitatieve lijst geluidsgevoelige gebouwen bestaat uit: woningen; onderwijsgebouwen; ziekenhuizen; verpleeghuizen; verzorgingstehuizen; psychiatrische inrichtingen; kinderdagverblijven. Relevante geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder zijn wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai. Op het moment dat een van bovenstaande functies ontwikkeld wordt in de nabijheid van voornoemde geluidbronnen of binnen de zones daarvan, zal middels een geluidsonderzoek aangetoond moeten worden of er voldaan wordt aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde. Daarnaast kan het als het gaat om bijvoorbeeld logiesruimtes (hotelkamers, recreatieve verblijven) wenselijk zijn om een goed en aangenaam binnenklimaat te kunnen waarborgen. Aangezien woningen geluidgevoelig zijn, dient de geluidbelasting ter plaatse van de gevels van de beoogde ontwikkeling ten gevolge van wegverkeer van de N208 conform de Wet geluidhinder inzichtelijk gemaakt te worden.

4.4.2 Onderzoek In opdracht van Pré Wonen is door moBius consult bv in september 2020 onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeer, op de gevels van de nieuw te bouwen complexen aan de Aart van der Leeuwstraat, de Jan Prinslaan, de Gerard van Eckerenstraat, de P.C. Boutenstraat en de Generaal Spoorlaan. De nieuwbouw vervangt de 8 losse woongebouwen die in de huidige situatie op de betreffende locatie staan. De nieuwbouw bestaat uit 6 gebouwen, 4 rijblokken in midden en 2 u-blokken aan zijkanten. De eerste en laatste u-blokken bestaan uit 4 bouwlagen en de middelste vier woongebouwen uit 5 bouwlagen. De woningen liggen binnen de zone van verschillende gezoneerde wegen, waarvan de N208, de P.C. Boutenstraat en de generaal Spoorlaan de belangrijkste en maatgevende geluidbronnen zijn. Verder liggen op korte 35

bestemmingsplan "Aart van der Leeuwstraat e.o." (vastgesteld)

afstand van de woongebouw een aantal wegen met een snelheidsregime van 30 km per uur. Deze wegen zijn in het kader van een goede ruimtelijke ordening in het onderzoek betrokken. Uit het onderzoek blijkt dat in het project sprake is van de volgende situatie: De geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de N208, de P.C. Boutenstraat en de Generaal Spoorlaan is op de gevels van een aantal woongebouwen hoger dan de voorkeursgrenswaarde. Er is geen sprake van overschrijding van de maximale grenswaarde ten gevolge wegverkeer op deze wegen. 1. Het wegverkeer op de N208 leidt tot een maximale geluidbelasting van 53 dB. Er wordt een Hogere waarde vastgesteld van 53 dB voor de woningen in blok W; 2. Het wegverkeer op de PC Boutensstraat leidt tot een maximale geluidbelasting van 56 dB. Er wordt een Hogere waarde vastgesteld van 56 dB op de woningen blok W; 3. Het wegverkeer op de Generaal Spoorlaan leidt tot een maximale geluidbelasting van 55 dB. Er wordt een hogere waarde vastgesteld van 55 dB op de woningen in blok O; De geluidsbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de andere gezoneerde wegen is in alle gevallen lager dan de voorkeursgrenswaarde. De geluidsbelasting ten gevolge van wegverkeer op de 30 km per uur wegen is in het kader van een goede ruimtelijke ordening eveneens berekend en beoordeeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12267214/1