20210202788 2. Bijlage 1 Richtlijnen begroting 2022-2026
Tekst van het document
Richtlijnen begroting 2022-2026 Gemeente Haarlem
Inhoudsopgave 1.
2.
Richtlijnen begroting 2022-2026
2
1.1
Kaders
2
1.2
Indexatie
2
1.3
Formatie en loonsom
4
1.4
Kostenverdeling
4
1.5
Raming algemene uitkering
4
1.6
Investeringsramingen en kapitaallasten
5
1.7
Vennootschapsbelasting voor overheidsondernemingen
6
1.8
Weerstandscapaciteit
6
Planning
7
1. Richtlijnen begroting 20222026 Voor de totstandkoming van de P&C-producten in 2021, waaronder de begroting 2022, is eerder de bestuurlijk samengestelde P&C-kalender 2021 gemeenten Haarlem en Zandvoort vastgesteld (2020/1093785) Om de programmabegroting voor 2022 te kunnen opstellen is het noodzakelijk dat voor het zomerreces de kaders worden vastgesteld. Deze kaders worden opgenomen in de vast te stellen Kadernota 2022. Om de begroting te kunnen opstellen is het daarnaast nodig dat meer “technische” richtlijnen worden vastgesteld om een uniforme uitwerking te kunnen realiseren. De uitkomsten van deze uitwerking worden in de Kadernota 2022 verwerkt, waardoor de financiële uitwerking van de richtlijnen integraal onderdeel kunnen uitmaken van de kaderstelling voor de op te stellen begrotingen. Het college hanteert de volgende uitgangspunten om te komen tot een sluitende programmabegroting voor 2022.
1.1 Kaders De kaders van de meerjarenraming 2022-2026 worden gevormd door: Het coalitieprogramma “Duurzaam Doen”. Het door de raad vastgestelde beleid bij de Programmabegroting 2021-2025 (inclusief de vastgestelde aanvullende voorstellen en taakstellingen) de Kadernota 2022 en de vastgestelde Haarlemse belastingvoorstellen van december 2020. De meest recente informatie over de algemene uitkering (meicirculaire). De invulling van de algemene taakstelling van € 2 miljoen in 2022 (oplopend tot € 4 miljoen vanaf 2024). Maatregelen als gevolg van corona, indien en zover vastgesteld bij de Kadernota 2022. Het Investeringsplan (IP) 2021-2026.
1.2 Indexatie De meerjarenbegroting wordt opgesteld in constante prijzen. Dat wil zeggen dat het loon-en prijspeilniveau van 2022 voor de navolgende jaren constant wordt gehouden. Dit geldt ook voor de baten uit het gemeentefonds en de belastingen. Een aantal uitgangspunten wordt ontleend aan de prognoses van het Centraal Planbureau (CPB). Het CPB heeft op 31 maart 2021 kerngegevens vrijgegeven voor de periode 2022-2025, vooruitlopend op het uit te brengen concept- Centraal Economisch Plan 2021.
2
Haarlem Omschrijving Loonontwikkelingen 1 Materiële uitgavenstijging 1 Subsidies onder de € 45.000 Subsidies boven de € 45.000 2 Bijdrage Zandvoort Lange rente nieuwe leningen Rente-omslag Belastingen en overige eigen inkomsten 3
Uitgangspunten 2021 2,8% 1,6% 0% 2,4% 2,8% 1% 2% 1,6%
Uitgangspunten 2022 1,5% 1,4% 0% 1,5% 1,5% 1% 2% 1,4%
1
Conform raming CPB. Berekening is als volgt: lonen 1,5,0% x 0,7 en materieel 1,4% x 0,3 = 1,47% (afgerond 1,5%) 3 Gelijk aan inflatie 2
Specifieke uitgangspunten voor de grondexploitatie worden in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties opgenomen. De rente-omslag wordt voor de begroting in een later stadium nog herberekend. De verwachting is dat de omslagrente daalt naar 1,5%. Bij het uitvoeren van de kostenindexatie gelden de volgende bijzonderheden: Budgetten waarvoor specifieke afspraken gelden, zoals bijv. DDO Spaarnelanden, worden geïndexeerd volgens die specifieke afspraken. Budgetten waar lastenverhogingen van de gemeente tegenover staan (verhoging OZB bijvoorbeeld) worden daarvoor gecompenseerd. Het betreft budgetten van o.m. vastgoed en onderwijs; De geraamde baten uit de toeristenbelasting worden conform afspraak niet geïndexeerd tot en met 2022. Indexatie subsidies en verbonden partijen Zowel de subsidies als de bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen worden geïndexeerd voor inflatie. Voor wat betreft de feitelijke toekenning van subsidies wordt het volgende onderscheid toegepast: Voor subsidies beneden de € 45.000 wordt conform bestaand beleid, geen kostencompensatie toegekend. Subsidies en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen boven de € 45.000 worden conform bestaand beleid gecompenseerd via een gewogen percentage. Bij het bepalen van het uiteindelijke percentage vindt een weging plaats waarbij de loonsverhoging voor 70% meetelt en de materiële lastenstijging voor 30%.
Voor 2022 wordt uitgegaan van een loonkostenstijging van 1,5 %. Voor de materiële kostencompensatie wordt uitgegaan van 1,4%. Het gewogen percentage is berekend op afgerond 1,5%. Er vindt geen verrekening plaats op basis van de werkelijke materiële of loonkosten. De verzelfstandigde organisaties vallen onder het regime van de subsidies. Individuele organisaties en instellingen die subsidies ontvangen kunnen geen rechten ontlenen aan deze wijze van berekenen. Indexatie bijdrage Zandvoort aan Haarlem Voor de bepaling van de hoogte van het indexeringspercentage is in artikel 9 lid 4 van het Dienstverleningshandvest met de gemeente Zandvoort het volgende opgenomen: “Op de financiële vergoeding zoals genoemd in het eerste lid en de efficiencykorting zoals genoemd in het tweede en
3
derde lid wordt vanaf 2018 een jaarlijkse indexering toegepast op basis van indexatie van het Centraal Planbureau (CPB)”. Aangezien het merendeel van de bijdrage bestaat uit een vergoeding voor loonkosten is afgesproken dat het indexpercentage van de jaarlijkse bijdrage aansluit bij het door Haarlem berekende indexpercentage voor lonen, voor 2022 geraamd op 1,5%. Indexatie eigen inkomsten en kaders raming lokale lasten Voor de belastingen en algemene baten (huren, pachten etc.) wordt het inflatiepercentage aangehouden dat gelijk is aan die van de materiële kostencompensatie, door het CPB geraamd op 1,4%. Daarbij worden de baten geïndexeerd, waarbij de volgende uitzonderingen gelden:
Huren, pachten en leges worden verhoogd voor zover juridisch toegestaan (contracten, wetgeving, maximum rijkstarieven); Afval-en rioolheffing worden niet geïndexeerd. De baten worden i.v.m. 100% kostendekkendheid berekend aan de hand van de ontwikkeling van de lasten (per saldo budgettair-neutraal).
1.3 Formatie en loonsom Iedere afdeling wordt gebudgetteerd voor de toegestane formatie. De salarislasten worden opgehoogd met loonkostenstijging (zie § 1.2 indexatie) en worden verminderd met eventuele besluiten over de invulling van bezuinigingen. De salarisberekening gebeurt normatief met peildatum 1 maart 2021. Op basis van vastgesteld beleid vindt berekening plaats van de salarislasten naar een gemiddelde van de 10de periodiek van de functionele schaal. De toegestane formatie 2022-2026 en de financiële uitwerking (per schaal) wordt door de afdeling HRM aan het DT aangeleverd ter vaststelling. De toegestane formatie wordt gebruikt om de personeelslasten voor 2022 te kunnen berekenen. De personeelsbegroting is inclusief de medewerkers van gemeente Zandvoort, die per 1-1-2018 in dienst zijn getreden bij de gemeente Haarlem.
1.4 Kostenverdeling De afdelingen geven per afdeling aan hoe de personeelskosten moeten worden verdeeld over de programma’s en producten. Een belangrijk onderscheid hierbij is de verdeling tussen overhead- en lijnfuncties. De uitvraag geeft tevens inzicht in het totale aantal uren voor lijnfuncties. Door het saldo van de totale overheadkosten en -baten te delen door het totale aantal productieve uren (exclusief overhead) wordt de overheadopslag per (lijn)uur bepaald. Deze opslag wordt gebruikt bij de activering van investeringsuren, alsmede bij de berekening van de kostendekkendheid van belastingen en leges.
1.5 Raming algemene uitkering In de meerjarenraming 2021-2025 is de algemene uitkering vanaf 2021 in constante prijzen geraamd. Omdat 2022 de primaire begrotingsschijf wordt, zal de algemene uitkering herberekend moeten worden
4
in lopende prijzen voor 2022. Dat wil zeggen dat de algemene uitkering dan opgehoogd wordt met het gestegen loon-en prijsniveau, prijspeil 1 januari 2022. Daarnaast wordt de algemene uitkering geactualiseerd aan de hand van de zogenaamde meicirculaire. De meicirculaire wordt te laat ontvangen om nog in de Kadernota 2022 te kunnen verwerken. Over de gevolgen van de meicirculaire wordt de raad afzonderlijk geïnformeerd en de consequenties worden verwerkt in de Programmabegroting 2022-2026. Er vindt een herijking van de maatstaven van de algemene uitkering plaats. De invoering wordt echter overgelaten aan het volgende kabinet en schuift daarom door naar 2023. Hierbij worden dan ook de nog lopende gesprekken over de toereikendheid van de budgetten voor jeugdzorg betrokken. De uitkomsten van de berekeningen komen naar verwachting in maart ter beschikking voor consultatie. De algemene uitkering is o.m. gebaseerd op het aantal woningen en inwoners voor 2022. Omdat de gemeente groeit betekent dit ook dat baten uit de algemene uitkering groeien vanwege areaaluitbreiding. Deze hogere baten die betrekking hebben op groei worden gereserveerd ter dekking van kosten van beheer en onderhoud ten gevolge van areaaluitbreiding.
1.6 Investeringsramingen en kapitaallasten De nieuwe investeringsbedragen worden weergegeven naar prijspeil 2022. Omdat Haarlem een meerjarenraming in constante prijzen kent, worden de investeringen na 2022 niet verder geïndexeerd. De al eerder geraamde investeringsbedragen worden niet verder geïndexeerd. In de Programmabegroting 2021-2025 (pag. 36) is daarover opgenomen dat verdere indexatie ten koste gaat van de beschikbare investeringsruimte. Het netto-effect zou zijn dat er minder wordt geïnvesteerd en dat is in tijden dat de economie onder de coronacrisis te lijden heeft niet wenselijk. Waar zich in de praktijk prijsstijgingen voordoen, kan per investering worden bekeken hoe dit wordt ingepast in het investeringsplan binnen het financiële kader door te bezien welke ruimte er dan is vanwege onderbesteding, of waar ruimte te maken is door andere investeringen (deels) in tijd later te plannen. Tot nu toe is het steeds mogelijk gebleken de stijging in de actualisatie van het investeringsplan op te nemen. De kapitaallasten worden centraal geraamd. In de begroting 2022 worden de kapitaallasten geraamd, die voortvloeien uit: De tot en met 2020 in de jaarrekening opgenomen investeringsbedragen (activa); De geraamde investeringen volgens het nieuwe Investeringsplan 2021-2026.
De bijkomende budgettaire lasten uit het investeringsplan (zowel positief als negatief) dienen in de analyse afzonderlijk naar voren te komen. De rentecomponent (het zogenaamde rente-omslagpercentage) voor zowel de rendabele als de onrendabele investeringen bedraagt voorlopig 2% , maar zal voor de begroting nader berekend worden (de zogenaamde omslagrente). De verwachting is dat de omslagrente daalt naar 1,5%. De wijze van berekening is vastgelegd in de Financiële verordening 2018, 1e wijziging 2020 (2020/0027757) en de nota activabeleid 2017 (2017/014585). Er wordt een nieuwe Nota activabeleid 2021-2024 (2021/183455) ter vaststelling aangeboden. Investeringen worden geactiveerd volgens de componentenmethode. De afschrijvingslasten van investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut, die voorheen ten laste van het budget of de reserve beheer en onderhoud kwamen, worden gedekt uit de beklemde reserve dekking kapitaallasten maatschappelijk nut. Voor een deel zijn investeringen, die anders ten laste van de reserve beheer en onderhoud zouden zijn gebracht, nu in het Investeringsplan opgenomen voor wat betreft de
5
meer nabije programmering. In de Kadernota 2022 wordt een nadere onderbouwing van de benodigde omvang van de reserve beheer en onderhoud opgenomen.
1.7 Vennootschapsbelasting voor overheidsondernemingen Voor de onderdelen parkeergarages en grondexploitaties zal een raming van de belastingdruk moeten worden opgegeven. Deze post zal als last op programma 7 worden opgenomen.
1.8 Weerstandscapaciteit Om het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen is er een norm vastgesteld. Het vastgelegde kader is dat de ratio weerstandsvermogen minimaal 1,4 bedraagt. Wij gebruiken de volgende waarderingstabel: A > 2.0 uitstekend B 1.4 - 2.0 ruim voldoende C 1.0 - 1.4 voldoende D 0.8 - 1.0 matig E 0.6 - 0.8 onvoldoende De weerstandscapaciteit bestaat uit de Algemene Reserve.
6
2. Planning De bestuurlijke planning, die is bijgevoegd, is ontleend aan de vastgestelde planning en control kalender 2021. Datum
Begroting 2022-2026
13 april
Bestuurlijk traject uitgangspunten begroting Vaststelling in B&W
4 okt 19 okt 28 okt
Bestuurlijk traject programmabegroting 1e bespreking uitkomsten begroting op hoofdlijnen met B&W 2e bespreking uitkomsten begroting op hoofdlijnen met B&W Vaststellen programmabegroting in B&W Presentatie programmabegroting Publicatie voor burgers Technische toelichting programmabegroting voor Raad Uiterste datum voor indienen technische raadsvragen Verzending ambtelijke antwoorden digitaal aan raadsleden
8 nov 11nov 14 nov
Besluitvormingstraject Raadsbehandeling programmabegroting (algemene beschouwingen) Vaststellen programmabegroting in raad Verzending vastgestelde programmabegroting naar GS van Noord-Holland
31 aug 14 sept 21 sept 30 sept
7
Dit is een uitgave van gemeente Haarlem, 20 april 2021
________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 8