CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210156783 2. Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan Schalkwijk-Midden

commissie Ontwikkeling 12 mei 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: 20.35 uur Vaststellen Beeldkwaliteitsplan Schalkwijk-Midden (FR)3.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

SCHALKWIJK-MIDDEN

STAD TUSSEN DE BOMEN BE E LDK WALITE IT SPL AN

ZUS 11-03-2021

1

INLEIDING

Haarlem geldt als een mooie, statige stad. Schalkwijk-Midden was dat lange tijd niet: veel beton, glas, asfalt, blik, lelijkheid. Ruimte voor groen - iets meer dan een paar bomen in de straat - is normaal gesproken voorbehouden aan de randen van de stad, het suburbane gebied, het platteland en grote stads­parken. Maar de vraag om meer verbinding tussen stad en groen is overal voel- en hoorbaar. We willen gezonder, meer contact met de natuur, de seizoenen, meer schone lucht van CO2-filterende bomen. Ook in de stad. Stad tussen de Bomen komt aan die wens tegemoet met een simpel basisprincipe: auto’s eruit, asfalt eruit, bomen erin - met behoud van de bestaande bebouwing (herontwikkeling) en nieuwbouw. Zo creëren we een stedelijk-landschap, waarin de gebouwen als het ware te gast zijn in het bos (normaal gesproken zijn de bomen te gast in het stenen stadslandschap) en waarin de stedelijke functies - wonen, werken, verblijven - zo veel mogelijk met het landschap verweven zijn. Binnen wordt een beetje buiten en buiten een beetje binnen. Stad tussen de Bomen is tijdens het opstellen van dit Beeldkwaliteitsplan al in ontwikkeling, waarbij gedeeltes al gerealiseerd worden en andere nog in de beginfases van planvorming zijn.

Het Beeldkwaliteitsplan moet er voor zorgen dat al deze plannen, in welke fase deze ook zijn, op elkaar aansluiten zodat de samenhang in heel Stad tussen de Bomen terug is te zien.

INLEIDING ALGEMEEN BEBOUWING LANDSCHAP

COLOFON ZUS, Gemeente Haarlem © 2021

3 5 13 27

3

1

ALGEMEEN

1. HOOFDSTRUCTUUR 2. SCHALKWIJK 3. BASISPRINCIPES BEELDKWALITEIT

4

5

6 8 10

1. ALGEMEEN

1. HOOFDSTRUCTUUR

De hoofdlijnen voor het beeldkwaliteitsplan Stad tussen de Bomen zijn gebaseerd op de volgende eerder opgestelde plannen: 1. Plotregels (vastgesteld ontwikkelingskader) 2. Manifest Schalkwoud (vastgesteld ontwikkelingskader) 3. Handboek openbare ruimte (vastgesteld ontwikkelingskader) 4. Materialennotitie (vastgesteld ontwikkelingskader) 5. Visie Lange Lijnen (onderdeel Ontwikkelvisie Europaweg dat is vastgesteld)

Geen bomen in stad, maar stedelijkheid in een bomenlandschap

Toekomstbeeld Schalkwijk-Midden

Visiekaart Stad tussen de Bomen

6

7

1. ALGEMEEN

2. SCHALKWIJK gezondheid

wonen/werken

1. De centrale zone van Schalkwijk is een multifunctioneel gebied waabij de drie deelgebieden allebei woon- en werkfuncties hebben. Per deelgebied is er een focus: voor Spaarne Gasthuis ligt de focus op gezondheid, voor Stad tussen de Bomen op wonen en werken en voor Schalkstad op winkelen en wonen ?

2. Schalkwijk wordt grotendeels gestructureerd door de Europaweg en de Amerikaweg, waarbij de Amerikaweg de hoofdonstluiting voor Schalkwijk is. De inrichting voor deze wegen wordt uitgewerkt in de visie ‘Lange Lijnen’ 3. De woningen aan de Europaweg sluiten aan op het wegprofiel met een brede groenstrook die de overgang vormt van Stad tussen de Bomen op de stadstraat 4. De gebouwen aan de Amerikaweg en Azieweg sluiten door middel van een glooiiend landschap met bloemrijk grasland aan op de omliggende wegen. 5. De Kennedylaan is als oost-west lijn onderdeel van de recreatieve structuur van de centrale zone van Schalkwijk. Qua inrichting en uiterlijk dient de Kennedylaan aan te sluiten op de principes van Stad tussen de Bomen en Spaarne Gasthuis.

?

winkelen/wonen

1. De centrale zone van Schalkwijk is een multifunctioneel gebied waarbij de deelgebieden eigen focus hebben

2. De omliggende wegen vormen de 8. De hoofdinfrastructuur voor langzaam hoofdinfrastructuur voor gemotoriseerd verkeer ligt centraal in het gebied en verkeer verbindt de drie deelgebieden

6. Alle bosentrees tot Schalkwijk zijn toegankelijk voor langzaam verkeer en enkele zijn ook toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer. 7. De corridor is via de enkele bosentrees gedeeltelijk toegankelijk voor gemotoriseerd bestemmingsverkeer. Door middel van groene middenbermen blijft de corridor voornamelijk een langzaam verkeersroute. 8. De corridor is de hoofdroute voor langzaam verkeer in de centrale zone van Schalkwijk en verbindt de drie deelgebieden. 9. De rooilijn en korrelgrootte zorgen voor een samenhangend beeld voor de hele centrale zone van Schalkwijk vanaf de omliggende wegen. 10. De centrale zone van Schalkwijk kent verschillende specials: dit zijn bijzonder plekken die net anders ingericht worden dan de overige openbare ruimte. De specials sluiten aan op de focusthema’s van de deelgebieden.

9. Door de rooilijnen krijgt de centrale zone van Schalkwijk een duidelijke rand

8

?

9

10. De centrale zone van Schalkwijk kent verschillende specials die ook bijzonder worden ingericht

1. ALGEMEEN

3. BASISPRINCIPES BEELDKWALITEIT

CONTEXT

1. De centrale zone van Schalkwijk (Spaarne Gasthuis, Schalkwijk-Midden, Schalkstad) is één multifunctioneel gebied. 2. De Amerikaweg is de hoofdontsluiting voor Schalkwijk, de Europaweg wordt ingericht als stadsstraat. De Kennedylaan is een onderdeel van Schalkwijk en krijgt daarom een parkachtig uiterlijk die past bij de inrichting van SchalkwijkMidden en Spaarne Gasthuis. 3. De drie deelgebieden van Schalkwijk worden met elkaar verbonden door de corridor, de hoofdroute die door de gebieden loopt. 4. Bosentrees vormen de overgang van de omliggende wegen (Europaweg, Amerikaweg en Kennedylaan) naar de corridor. De bosentrees zijn de entreegebieden voor Stad tussen de Bomen. 5. De rooilijnen lopen parallel aan de Amerikaweg en Europaweg. Bij de Kennedylaan verspingt de rooilijn enkele keren. De rooilijnen zijn een belangrijk uitgangspunt voor de positionering van de bebouwing. LANDSCHAP

1. Het landschap vormt de basis: de bebouwing en het padensysteem worden ingepast in het landschap 2. Het landschap heeft glooiiende hoogteverschillen en een gevarieerd pakket aan beplanting waarbij seizoenskleuren bijdragen een de beleving van Stad tussen de Bomen. 3. De beplanting is beeldbepalend voor Stad tussen de Bomen. De mix van inheemse en uitheemse boomsoorten zorgen door de seizoenskleuren voor een aantrekkelijk beeld jaarrond. 4. De specials bevinden zich aan de corridor. Het Bospaviljoen, het Bosplein en het Bostheater creëren plekken voor ontmoeting, werk en recreatie, toegankelijk voor heel Schalkwijk. 5. Een verfijnd en slingerend padenstelsel loopt door over het hele gebied en maakt de bebouwing bereikbaar en maakt het gebied aantrekkelijk en veilig. BEBOUWING

1. De positionering van de bebouwing is gebaseerd op de rooilijnen en het grid. 60% van de gebouwen moet in de rooilijn van de Europaweg en Amerikaweg staan. 2. Elk gebouw is autonoom maar met een samenhangende geometrie ten opzicht van andere gebouwen. Elk gebouw heeft een eigen signatuur, maar samen vormen ze één familie. 3. Bebouwing is divers en alzijdig: de zijdes die aan de omliggende wegen grenzen vormen één facade, terwijl de zijdes aan de corridor meer divers en vertrapt zijn. 4. Het landschap loopt door over de bebouwing: het groen op de lagere daken is beleefbaar vanaf andere daken, balkons, woningen, maar ook vanaf maaiveld. 5. Elk gebouw kent een ander kleurstelling en materialisatie passend binnen het vastgestelde palet in dit Beeldkwaliteitsplan.

Basisprincipes Beeldkwaliteit

10

11

2

BEBOUWING 1. BASISPRINCIPE 2. PARCELERING 3. GELEDING BOUWVOLUMES 4. GROENDAKEN 5. AANSLUITING MET MAAIVELD 6. MATERIAAL EN KLEUR

12

13

14 16 18 20 22 24

2. BEBOUWING

1. BASISPRINCIPE

De bebouwing bestaat uit autonome, alzijdige blokken met een eigen signatuur, geplaatst in het landschap.

14

15

2. BEBOUWING

2. PARCELERING

1. De positionering van de gebouwen is allereerst gebaseerd op de rooilijnen. 60% van de bebouwing moet in de rooilijn van de Europaweg en Amerikaweg staan. De gebouwen staan vrijer in het binnengebied van Stad tussen de Bomen en hiervoor worden geen rooilijnen aangehouden. 2. Daarnaast staan de gebouwen gepositioneerd in een grid, waarbij de gebouwen dialoog vormen en grote, middelgrote en kleine gebouwen elkaar afwisselen. 3. De ruimte tussen de bouwblokken dient doorwaadbaar te zijn: De ruimte tussen de bebouwing moet openbaar toegankelijke zijn en voldoende breedte hebben zodat de ruimte niet als onprettig ervaren zal worden. 4. De schaal en grootte van de bebouwing is wisselend, maar aan de Amerikaweg zijn veelal grotere (bredere) blokken gesitueerd, terwijl er de bebouwing aan de Europaweg uit meer smallere blokken met meer tussenruimtes bestaat. 5. De maximale hoogte van de bebouwing is 41 meter.

3. DOORWAADBAARHEID BOUWVOLUMES

De breedte van de doorgangen tussen de bouwvolumes staan in verhouding tot de hoogte van de gebouwen aan weerszijden. Richtlijn is max 41daarbij meter verhouding 1:2, maar wordt per situatie bekeken.

1. ROOILIJN

3. DOORWAADBAARHEID

Alle gebouwen staan in de rooilijn. Een raster, gebaseerd op de bestaande bebouwing, vormt de basis voor de gebouwen.

Tussen de individuele bouwblokken wordt voldoende ruimte toegepast. Lange dichte gevellengtes en smalle snedes worden zoveel mogelijk voorkomen.

max 41 meter Schalkstad

Amerikaweg

Spaarne Gasthuis

Schalkstad

Amerikaweg

Spaarne Gasthuis

Europaweg

Schalkstad

max 41 meter max 41 meter Spaarne Gasthuis

4. De blokken aan de Amerikaweg hebben een grotere schaal dan de blokken aan de Europweg, waar de blokken meer opgedeeld zijn met tussenruimtes. De maximale hoogte voor de bouwblokken is 41 meter.

Spaarne Gasthuis

16

Europaweg

17

Schalkstad

2. BEBOUWING

3. GELEDING BOUWVOLUMES

1. Het gebouw vormt één architectonische eenheid in vormtaal en geometrie en zijn niet langer en breder dan 60 meter. 2. Het gebouw wordt zorgvuldig binnen het grid en de rooilijnen geplaatst en heeft een aansluiting op het landschap. 3. Bouwblokken kennen geleding waarbij subvolumes zorgen voor een menselijke schaal in de blokken dat bijdraagt aan het leefklimaat in Stad tussen de Bomen. 4. De verschillende buitenruimtes, zoals dakterassen en balkons, worden ontworpen als onderdeel van het bouwblok en sluit hierop aan in geomertie en materialisering.

1. ARCHITECTONISCHE EENHEID

2. VOETPRINT

Het bouwblok vormt een architectonishe eenheid met samenhangende geometrie en van maximaal 60x60 meter breed en 41 meter hoog (afmetingen gebaseerd op bestaande plannen)

Het gebouw wordt zorgvuldig in het landschap geplaatst, binnen het grid en de rooilijnen

5. Bouwblokken zijn alzijdig georiënteerd: de architectonische uitwerking dient aan alle zijden gelijkwaardig te zijn en er is geen sprake van blinde gevels en achterkanten 6. Entrees tot de gebouwen zijn ruim, transparant en door de dubbele hoogte herkenbaar als entreegebieden. 7. Bouwblokken kennen sterke interactie tussen binnen en buiten, met een menselijke maat en een vriendelijke uitstraling. Een goede connectie met het maaiveld door middel van zicht tot in het gebouw is daarbij van belang. 8. Bij de vormgeving van de gebouwen wordt rekening gehouden met wind, zon en ruimte voor groen, zowel op en aan de gebouwen als op maaiveld. 9. De lagere daken worden groen ingericht. Dit groen is beleefbaar vanaf maaiveld en draagt bij aan de vriendelijke uitstraling van het gebouw. Installaties worden zoveel mogelijk uit het zicht ontnomen.

5.6.7. ADRESSERING

Het gebouw is alzijdig georiënteerd door een éénduidige toepassing van openingen in de gevel.

18

4. BUITENRUIMTES

3. GELEDING

Balkons en dakterrassen zijn onderdeel van het bouwblok en sluiten aan op de vormentaal en materialisatie van het bouwblok

Een geleding door middel van subvolumes zorgt voor meer diversiteit, afwisseling en een menselijke maat en schaal in het gebouw

8.9. LEEFKLIMAAT

Bij de geleding van het bouwblok wordt rekening gehouden met het windklimaat en diverse sunspots (voor gebouw en omliggende landschap

19

2. BEBOUWING

4. GROENDAKEN 1. Het landschap loopt door het hele gebied, ook over de gebouwen. 2. Groendaken worden zoveel mogelijk toegepast, op de lagere daken tot zes lagen hoog. 3. Het groen dient van toegevoegde waarde te zijn voor Stad tussen de Bomen. Het groen zal dus bijdragen aan de ervaring, omdat het bruikbaar is of vanuit woningen bekeken kan worden. 4. Het groen op de daken is ook beleefbaar vanaf maaiveld en draagt bij aan de sfeer van Stad tussen de Bomen op maaiveld. 5. Collectieve buitenruimtes en private balkons in collectief beheer worden ook zoveel mogelijk groen ingericht, bijvoorbeeld door het integregen van plantenbakken in balkons.

Impressie Fluor - Azieweg: het landschap loopt over de gebouwen door

1. Landschap loopt door over de gebouwen

2. Dakgroen is zichtbaar vanaf andere daken, balkons en maaiveld Ook balkons worden groen ingericht d.m.v. bijvoorbeeld plantenbakken

Impressie daktuin Factory (Fluor)

20

21

2. BEBOUWING

5. AANSLUITING MET MAAIVELD De gebouwen kunnen op verschillende manieren aansluiten op het maaiveld. Dit verschilt per gebouw en is afhankelijk van de situatie. De volgende aansluitingen zijn mogelijk: 1. Het bordes van de verhoogde woning toegankelijk maken door middel van enkele treden. 2. Een talud laten aansluiten op een keerwand rondom een terras. Het talud zorgt naast een glooiiende aansluiting op het landschap voor privacy op het terras 3. Een Delftse stoep rondom het gebouw. De Delftse stoep sluit qua materialisering aan op de materialen in de openbare ruimte. De Delfste stoep wordt omsloten door een duidelijke band.

1. Een bordes toegankelijk met enkele treden zorgen voor een meerdere stedelijke aansluiting op de openbare ruimte

2. Een keerwand zorgt voor privacy van de terrassen en het hoogteverschil loopt glooiiend over in het maaiveld. Struiken zorgen voor extra privacy

4. Het gebruik van taluds om grote verschillen tussen maaiveld en gebouw op te vangen. De taluds dragen bij aan het beeld van het glooiiende landschap van Stad tussen de Bomen 5. Taluds ter aansluiting om kale wanden uit het zicht te halen. In dit geval worden de taluds niet hoger dan 1,5 meter om ook voldoende zicht en overzicht te behouden

3. Een Delftse stoep rondom het gebouw zorgt voor een overgang van prive naar openbaar. De Deltfse stoep ligt iets hoger dan het maaiveld zodat het onderdeel van het gebouw wordt

4. Het terras sluit met een glooiiend talud aan op het maaiveld. Door de hoogte van het terras zijn struiken voor privacy minder noodzakelijk, waardoor er contact blijft tussen de bewoners en Stad tussen de Bomen.

5. Het landschap sluit glooiiend aan op het gebouw en haalt daarmee kale wanden uit het zicht. Het talud is niet hoger dan 1,5meter zodat er voldoende zicht is tot op het talud.

Het architectuur kan op verschillende manieren aansluiten op het landschap

22

23

2. BEBOUWING

6. MATERIAAL EN KLEUR Het landschap vormt de basis voor Stad tussen de Bomen, de gebouwen zijn ondergeschikt aan dit landschap. Deze ondergeschiktheid komt onder andere tot stand door de ingetogen aardse tinten die een rustig palet vormen ten opzichte van de rijk gekleurde beplanting. 1. De gebouwen kennen een ingetogen, aardse en natuurlijke kleurstelling door éénduidig gebruik van hout, beton, baksteen, glas en aluminium. 2. De gebouwen kennen een monochrome kleurstelling met één hoofdmateriaal 3. Alle andere gebruikte materialen ondersteunen het hoofdmateriaal en verstoren niet het hoofdvolume.

Impressie materialisering en kleurgebruik Multiflex, Fluor

1. Er wordt gebruik gemaakt van een ingetogen, aards en natuurlijk kleurenpalet, zoals hout, beton, (bak)steen, glas en aluminium

Impressie materialisering en kleurgebruik Factory, Fluor

De kleuren van de bebouwing zijn ondergeschikt aan de kleuren van de openbare ruimte en beplanting. De opvallende kleuren in de beplanting vormen een sterk contrast met de aardse en natuurlijke kleuren van het bouwmateriaal.

Impressie materialisering en kleurgebruik Wonam, Silva

24

25

3

L AND SCHAP 28 30 31 32 34 35 36

1. BASISPRINCIPE 2. UITGANGSPUNTEN 3. BEPLANTING 4. PLEKKEN 5. ELEMENTEN 6. MATERIAAL EN KLEUR 7. PADENNETWERK

26

27

3. LANDSCHAP

1. BASISPRINCIPE

Een kleurrijk, divers en glooiiend stedelijk landschap waarin de bebouwing is gelegen.

28

29

3. LANDSCHAP

3. LANDSCHAP

2. UITGANGSPUNTEN

3. BEPLANTING

1. Het landschap heeft een herkenbare topografie door de glooiingen die zorgen voor een subtiele overgang tussen hoogteverschillen.

1. Het tapijt met bodembedekkers wordt aangevuld met diverse soorten bomen. Heesters worden beperkt en alleen ten behoeve van privacy ingezet.

2. De beplanting is divers en kleurrijk en vormt een open en veelzijdig stedelijklandschap.

2. De beplanting is een mix van inheemse en uitheemse soorten (minimaal 50%, streven 65%)

3. Het padennetwerk is fijnmazig en slingert door het gebied. De corridor fungeert als hoofdroute en sluit in beeldtaal aan op de kleinere paden.

3. De beplanting zorgt voor een aantrekkelijk beeld jaarrond (seizoenskleuren)

4. Wadi’s zijn een onderdeel van de topografie en zorgen voor waterberging en vertraagde regenwaterafvoer in het gebied. 5. De zit- en speelelementen liggen als strooigoed verspreid door het landschap. Ze hebben verschillende afmetingen en kunnen verschillende figuraties hebben. 6. Op drie locaties worden speciale plekken ontworpen met elk een eigen thema. Bij het ontwerp van deze plekken wordt een speciaal element als een overkapping, uitkijktoren of theater, mee-ontworpen.

4. Er wordt rekening gehouden met voldoende ruimte en groeimogelijkheid voor bestaande en nieuwe bomen 5. In de omgeving van de specials worden bomen als grotere maat aangeplant voor een aantrekkelijker beeld in de eerste jaren na de planrealisatie. 6. Wadi’s worden toegepast bij de specials en beplant om zo aan te sluiten op het beeld van Stad tussen de Bomen.

1. De bomen hebben wisselende seizoenskleuren, enkele zijn wintergroen en/of meerstammig. Heesters worden beperkt en alleen ten behoeve van privacy ingezet

1. In het gebied wordt een continue tapijt van halfhoge bodembedekkers toegepast.

1. Topografie

2. Beplanting

3. Padennetwerk

4. Wadi’s

5. Zit- en speelelementen

6. Specials

Het landschap wordt gevormd door een samenspel van de topografie die wadi’s vormt en doorsneden wordt door het padennetwerk, de kleurrijke beplanting en het strooigoed van houten zit- en speelelementen

30

2. Seizoenskleuren in lente

2. Seizoenskleuren in zomer

2. Seizoenskleuren in herfst

31

2. Seizoenskleuren in winter

3. LANDSCHAP

4. PLEKKEN

1. Aan de corridor komen drie karakteristieke publieke plekken: de ‘bospleinen’. 2. Ruimtelijke beleving, regenwateropvang en ontmoeten staan centraal 3. Elke plek heeft specifiek profiel en programma 4. Plekken krijgen vorm bij inrichting omliggende percelen •

•

5. Bospaviljoen (noord) Met flexibele buitenwerkplekken en ontmoeten bij nieuwe horeca • Onderdeel van de uitwerking van het Belcantoperceel.

6. Bosplein (centraal) Door het zit-en speelelement beleef je de bomen en boomkronen vanuit een heel ander perspectief.

5. Bospaviljoen

7. Bostheater (zuid) Een verdiept openluchttheater ook bruikbaar voor sport, spel en ontmoeten. Ook een wadi

6. Bosplein met uitkijktoren

Bospaviljoen Bosplein

Bostheater

1. Specials op drie locaties in Stad tussen de Bomen

7. Bostheater

32

33

3. LANDSCHAP

3. LANDSCHAP

5. ELEMENTEN

6. MATERIAAL EN KLEUR

1. Afvalbakken, fietsbeugels en afsluitpalen in neutrale stijl. 2. Keerwanden die glooiiend landschap doorsnijden van Cortenstaal. De roestbruine kleur staat in contrast met het groen van de beplanting. 3. Multifunctionele elementen kunnen gebruikt worden om te zitten, spelen en klimmen.

Het ingetogen, aardse en natuurlijke kleurenpalet door: 1. geel/bruine bestrating, Lavaro geel/bruin p0429 (1910) 2. Cortenstalen keerwanden.

4. De multifunctionele elementen creëren samen met de pleinen een plek langs de route. 5. De elementen worden vervaardigd uit hout, met een gekleurde kopplaat in

Afvalbak Capitool/ Bammersbak Antracietgrijs/RAL7016

Afvalbak aan lichtmast Capitool/Bammersbak Antracietgrijs/RAL7016

Ondergrondse afvalcontainer Antracietgrijs/RAL7016

Fietsenbeugel SKW PLAIN Antracietgrijs/RAL7016

1. Lavaro geel/bruin in kruisvorm en als klinker

Afsluitpaal Falcoround RAL 7016 en wit

Kio LED-armatuur (4 meter) RAL 7016

Zit- en speelelementen uit hout (i.s.m. Grijsen)

Configuratiemogelijkheden zit- en speelelementen

34

2. Cortenstalen keerwanden

Geelgroen kopstuk RAL 6018

3. De kleuren van de bebouwing zijn ondergeschikt aan de kleuren van de openbare ruimte en beplanting. De beplanting heeft verschillende kleuren door het seizoen heen die contrasteren met de gebruikte materialen in de openbare ruimte.

35

min. 4,8 m: autoverkeer/calamiteiten/

vrachtverkeer/incidenteel verk

3. LANDSCHAP

7. PADENNETWERK

min. 4,8 m incl. rafelrand: fiets (intensief, 2r), voet

0,9 3 0,9

4,8

1. De (bos)entrees vormen de overgang van de omliggende 50km/u wegen tot de corridor en voor de entrees wordt een snelheid van 30 km/u gehandteerd. 2. De corridor wordt onderscheiden in gedeeltes toegankelijk voor auto- en fietsverkeer en enkel fietsverkeer door middel van een knip in de rijbaan

3,5-5,5 m

3. De voetpaden zijn voor voetgangers en incidenteel fietsverkeer.

auto (2r),

1-3 m.

calamiteiten, 3,5-5,5 m vrachtverkeer, auto (2r),fiets

fiets (2r) + voet

(intensief, 2r), voet calamiteiten, 3,5-5,5 m vrachtverkeer, fiets

3,5-5

,5 1000 3000 -

auto (2r), 2r), voet (intensief, calamiteiten,

3,5-5

,5

vrachtverkeer, fiets

1. Entrees: 30 km/uur (intensief, 2r), voet 3,5-5 ,5 straat: rijbaan+trottoir als overgang van omliggend wegennetwerk naar het padenregime van Schalkwijk-

min. 4,8 m: autoverkeer/calamiteiten/ vrachtverkeer/incidenteel verkeer (2r) min. 4,8 m: min. 4,8 m incl. rafelrand: autoverkeer/calamiteiten/ fiets (intensief, 2r), vrachtverkeer/incidenteel verkeer (2r) voet min. 4,8 m: min. 4,8 m incl. rafelrand: autoverkeer/calamiteiten/ fiets (intensief, 2r), voet vrachtverkeer/incidenteel verkeer (2r)

0,9 3 0,9

4,8 0,9 3

0,9

4,8

min. 4,8 m incl. rafelrand: fiets (intensief, 2r), voet

0,9 3 0,9

4,8

2. Corridor: 15 km/uur fiets-voetpad waar autoverkeer wordt gedoogd

1-3 m. fiets (2r) + voet 1-3 m. fiets (2r) + voet 1000 3000 -

1-3 m. fiets (2r) + voet 1000 3000 -

1000 3000 -

Overzicht padennetwerk

3. Voetpad incl. aansluiting percelen voetpaden waar auto- en fietsverkeer wordt gedoogd

36

37

4

BIJL AGE 41

1. STAND VAN ZAKEN

38

39

4. BIJLAGE

1. STAND VAN ZAKEN

Ook de stand van zaken is relevant voor de beeldkwaliteit van Stad tussen de Bomen. Voor een groot deel van de plots zijn de plannen in ontwikkeling waarbij de onderdelen met betrekking tot de beeldkwaliteit uitgevoerd worden. De status van de verschillende plannen is als volgt: 1. Openbare ruimte - Voorlopig ontwerp afgerond 2. Certitudo - Definitief en uitgevoerd 3. Fluor - Voorlopig ontwerp afgerond en vergunning verleend 4. Wonam - Voorlopig ontwerp afgerond en vergunning verleend 5. Belcanto - Schetsontwerpfase 6. RVB - Schetsontwerpfase

2. Definitief ontwerp Certitudo

3. Voorlopig Ontwerp Fluor

4. Voorlopig Ontwerp Wonam

1. Voorlopig Ontwerp openbare ruimte

5. Schetsontwerp Belcanto

40

41

4. BIJLAGE

1. STAND VAN ZAKEN

New Edge voor de ontwikkeling van Certitudo

Certitudo na ontwikkeling (foto’s: Walter Herfst)

42

43

COLOFON ZUS, Gemeente Haarlem © 2021

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12268293/1