20210156368 Transcript commissievergadering Bestuur d.d. 10 juni 2021
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSCIE BESTUUR VAN GEMEENTE HAARLEM d.d. 10 juni 2021
1.
Opening en mededelingen voorzitter De voorzitter: Dames en heren, hartelijk welkom bij deze vergadering van de commissie bestuur, op deze zonovergoten 10 juni. We hebben vandaag twee digitale deelnemers, dat is meneer Gün van GroenLinks en meneer Smit van OPH. Vandaag hebben wij meneer Rijbroek in ons midden in plaats van meneer Van den Raadt namens Trots, hartelijk welkom. Graag attendeer ik u op de raadsbijeenkomst corona herstelaanpak op maandag 14 juni aanstaande. Dat zal zijn van 8 uur tot half 9 en dat vindt fysiek plaats in de Zeilpoort. U kunt zich aanmelden bij het griffiebureau, als u daarbij aanwezig wil zijn. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Ik heb niet helemaal goed meegekregen, wel de tijd en de plaats, maar niet wat het was. De voorzitter: Het staat ook in de raadzaam en het staat in de kalender, maar ik ga voor alle duidelijkheid. Het is tussen 8 en half 9, nee, ik vergis me. Het is tussen 6 en half 8, fysiek in de Zeilpoort is die bijeenkomst. En dat zal zijn op 14 juni. Dat is maandag.
2.
Vaststellen van de agenda De voorzitter: Wat betreft de agenda, kan de agenda conform worden vastgesteld? Mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Dank u wel, voorzitter. Twee punten. Agendapunt 10 over Haarlem marketing, volgens mij is die inhoudelijk heel erg gelinkt aan de economische visie en de toeristische visie en het corona herstelpakket wat u net noemde. Dus ons lijkt het logischer nu de toeristische visie in inspraak is en na de zomer wordt vastgesteld, om dan tegelijkertijd de rol voor Haarlem marketing vast te stellen. Dus wij zouden pleiten voor uitstel en gelijke behandeling met de toeristische visie na de zomer. De voorzitter: En die toeristische visie die gaat in de commissie ontwikkeling aan bod komen. Dat betekent dat dit dan ook naar de commissie ontwikkeling zal gaan? Mevrouw Wisse: Ja, of een gezamenlijke vergadering misschien. De voorzitter: Dat doen we bijna nooit, tenzij het echt heel erg belangrijk is. En ik kan me niet voorstellen dat we hier … Maar ik leg het gewoon voor aan deze commissie. Commissie, wat vinden we ervan? Het voorstel van mevrouw Wisse is om het onderwerp nummer 10, kader citymarketing Haarlem, nu nog niet te behandelen maar te wachten tot na het reces. En dan in gezamenlijkheid met de toeristische visie te behandelen, in de commissie ontwikkeling wordt het waarschijnlijk. Mijnheer Drost. De heer Drost: Ik snap wel de relatie.
Tegelijkertijd denk ik wel als ik kijk naar de fasering dat dat wel in gevaar komt met de doorontwikkeling van Haarlem marketing. Volgens mij willen we daar ook stappen in zetten. Plus als ik een beetje die kaders kijk, dan zie ik niet waarom het nu niet behandeld kan worden. Volgens mij kan het prima los van elkaar. De voorzitter: Duidelijk. Ik ga even gewoon, ja, meneer Rijbroek?
1
De heer Rijbroek: Mag er ook een begroting bij van citymarketing? Dat zou ook mooi zijn, dat is na het zomerreces. De voorzitter: Ja, van mij mag alles. Dus ik neem aan dat dat een formeel verzoek is om daar inderdaad de begroting bij mee te nemen. Dan ga ik nu even handjes tellen. Ja, mijnheer Trompetter? De heer Trompetter: Eens met uitstel. De voorzitter: Mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, wij zijn het eens met GroenLinks. Wij zien het toch wel echt als twee verschillende dingen. De toeristische visie en de organisatieontwikkeling van Haarlem marketing. Maar we zitten er ook niet heel geharnast in, dus laten we even de stemming afwachten. Maar vooralsnog eens met GroenLinks. De voorzitter: Ik voel een voor deze commissie ongekende verdeeldheid, dus ik ga gewoon echt even handjes tellen. Wie is er voor uitstel? Ja, die wordt heel erg ingewikkeld, omdat de grotere partij … U ook, mevrouw Çimen, D66? Nou, dan hebben we wel een meerderheid voor uitstel, denk ik. Dan wordt het uitgesteld tot na het reces en zal het in gezamenlijkheid met de toeristische visie besproken worden. En dat wordt dan hoogstwaarschijnlijk in de commissie ontwikkeling. Dus u heeft het zojuist over de schutting geworpen, waarvoor hulde. 3.
Mededelingen voor commissieleden en collegeleden De voorzitter: Goed, zijn er nog mededelingen van een van de commissieleden? Meneer Drost. De heer Drost: Ja, ik wil nog even melden dat meneer Van den Doel ziek is. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er verder nog mededelingen? Zijn er verder nog mensen ziek? Ja, meneer Rijbroek. De heer Rijbroek: Meneer Van den Raadt zat bij de behandeling van de referendumverordening mijn plaats even innemen. De voorzitter: Ja, prima. Zijn er nog mededelingen van een van de wethouders? In dit geval meneer, heeft u nog een mededeling? Geen mededeling. Dan wil ik tot slot aan de wethouder vragen: is er nog een bestuursvergadering geweest voor deze commissie relevante gemeenschappelijke regelingen waar u iets over zou willen zeggen? Nee, die is er niet geweest of u wil er niks over zeggen?
4.
Agenda komende vergadering(en), Jaarplanning en Actielijst De voorzitter: Goed, wat betreft de agenda voor de komende vergadering. De volgende vergadering is op 17 maart. En ja, wacht maar, daarna is de vergadering op 9 september. We hebben het nu over de agenda voor 9 september, daar kijken we alvast naar. Die van 17 maart is uiteraard al vastgesteld de agenda daarvan. Zei ik maart? Maar u begrijpt allemaal heel goed dat dat juni is toch? Nou, val me er dan niet mee lastig zeg. Goed, wat er nu op de agenda staat op de agenda voor 9 september is het RKC rapport externe inhuur. En hier is voorafgaand aan de commissiebehandeling ook een technische sessie ingepland. En ter bespreking worden de volgende stukken verwacht en/of zijn al binnengekomen. Het jaarverslag van RKC, dat betreft hier een
2
doorgeschoven agendapunt. Zijn er voor deze commissie nog andere stukken die men geagendeerd zou willen zien, die ter kennisname nu op de agenda staan? Mijnheer Rijbroek. De heer Rijbroek: Dank u wel, voorzitter. Evaluatie organisatieontwikkeling en samenstelling directie. We hebben natuurlijk een bijeenkomst gehad van de week, we zouden er verder op voortborduren. Ik denk dat dat wel raadzaam is hoe dat verder gaat. Zandvoort is al wat verder en heeft ook openbare stukken. En daar zie ik toch wel een paar strijdigheden in. Maar goed, ik stel het voor om dat mee te nemen in september. De voorzitter: Uw motivatie is duidelijk. Is daar een meerderheid voor in deze commissie? Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Ja hoor, wij steunen dat bij dezelfde bijeenkomst. De voorzitter: Verder? Ja, ik zie een thumbs up. Is er iemand die bezwaar heeft tegen behandeling in september van dit onderwerp? Nee, dan zetten we het op de agenda. Mijnheer Rijbroek, u krijgt dan van de griffie een formulier. Dan moet u wel even invullen, want als het niet wordt ingevuld dan wordt het niet geagendeerd. Dus dat komt een dezer dagen naar u toe.
Zijn er verder nog stukken die geagendeerd dienen te worden die nu ter kennisname aan de agenda hangen? Nee? Zijn er op de jaarplanning actielijst nog zaken waar de commissie de wethouder wil vragen om verduidelijking? Zijn er nog zaken die wat u betreft van de lijst verwijderd kunnen worden? Omdat ze achterhaald zijn. Nee, dan blijft het zoals het is. 5.
Transcript commissie d.d. 20 mei (alleen naar aanleiding van) De voorzitter: Wat betreft het transcript van de commissie, zijn daar nog opmerkingen over? Nee.
6.
Niet tijdig beantwoorde raadsvragen (procesmatig, niet inhoudelijk) De voorzitter: Goed, dan gaan wij door met agendapunt 6, de niet tijdig beantwoorde raadsvragen. 6.1 Artikel 38 vragen D66 m.b.t. geheimhouding stukken De voorzitter: Artikel 38 vragen van D66 met betrekking tot geheimhouding stukken. Die vragen zijn als ik het goed begrepen heb zijn inmiddels beantwoord en staan geagendeerd bij de vergadering van 17 juni. Dat is akkoord wat u betreft? Ter advisering aan de raad
7.
Jaarstukken gemeente Haarlem (MR) De voorzitter: Dan agendapunt 7, ter advisering aan de raad, de jaarstukken van de gemeente Haarlem. Het doel van de behandeling vanavond is om met elkaar te spreken over de financiële hoofdlijn van de jaarstukken. Dat zijn het jaarverslag en de concept accountantsverslag. En de bevindingen van de auditcommissie en de Duizenberg-aanbevelingen over 2018 en 2019. De commissie wordt gevraagd of zij kan instemmen met het advies van de auditcommissie en de voormalig Duizenberg-rapporteurs. De behandeling vanavond spitst zich, even met klem voor de duidelijkheid, niet toe op de inhoudelijke bespreking van de Duizenberg-onderzoeken en aanbevelingen over 2020. Dit zal plaatsvinden tijdens de raadsvergadering van 24 juni aanstaande, waar dan ook de collegereactie bij kan worden betrokken die wordt vastgesteld op 15 juni, dat is dus volgende week dinsdag. Verder gaat wethouder Rog ervanuit dat de beleidsinhoudelijke bespreking
3
over de beleidsonderdelen, waar deze commissie niet voor verantwoordelijk is, ook zal plaatsvinden tijdens de raadsvergadering en zal worden besproken met de betreffende portefeuillehouders. Uiteraard des gewenst mochten er in deze commissie bestuur wel al inhoudelijke vragen zijn, dan zal hij dit noteren en doorzetten naar zijn collega’s uit het college. Wie mag ik als eerste het woord geven? Meneer Rutten. Meneer IJsbrandy. Meneer Rutten, gaat u akkoord dat meneer IJsbrandy als eerst even gaat? O, meneer Rutten mag dan toch als eerst. Net op tijd, meneer Rutten, gaat uw gang. De heer Rutten: Ik ben helemaal in de mood. Voorzitter, dank u wel. De VVD is op het eerste gezicht positief over de jaarrekening en de ontwikkeling van de financiële positie. De vermogenspositie is toegenomen en het weerstandsvermogen is ruim voldoende, gelet op de door het college nu onderkende risico’s. En we zien meer positieve dingen. We dragen bij aan de vermindering van het EMU-tekort. Ik kan mij herinneren, meneer Rob de Jong in het verleden die daar elke keer veel aandacht voor vroeg. En het is toch mooi dat we als Haarlem rianter zijn voor het Rijk dan het Rijk voor ons. En we zien dat de structurele exploitatieruimte 1% is. De nadere analyse van de jaarstukken tempert onze positiviteit echter.
En niet zo zeer ten aanzien van deze jaarrekening, maar ten aanzien van de houdbaarheid voor de toekomst. We kijken naar een momentopname die heel veel positiever is dan de vorige. Nog maar een paar maanden geleden. Oorzaak, incidentele meevallers. Geld dat niet of nog niet is uitgegeven of als er meer binnenkwam dan verwacht. Over de langere termijn zijn sommige dingen wel degelijk verslechterd, zoals die structurele exploitatieruimte. Die was 6% in 2017 en nu 1%. En de weerstandsquote was ooit 2.4. En niet in het verslag onze lage houdbaarheidsquote, zoals te vinden op waarstaatjegemeente.nl. Die is 13,9 versus 16% landelijk gemiddeld. En ook de afhankelijkheidsratio, 66,4 voor Haarlem, 63,3 landelijk gemiddeld. Dat betekent dat wat het Rijk doet ons relatief harder raakt dan gemeentes in het gemiddelde in Nederland. En met de onzekerheden op dat vlak en de Rijksbijdrage is waakzaamheid vereist. En last but not least nog steeds een hoge netto schuld en relatief hoge lokale lasten voor de Haarlemmers. De VVD is dan ook heel blij met de voorzichtigheid die de wethouder tentoonspreidt en dat hij de PvdA maant niet te vroeg te juichen bij de inzet van gelden die bijdragen aan een hogere weerstandscapaciteit, als we kijken naar de beantwoording in de vragen in de technische vragen bij de jaarrekening.
Waar het de VVD om gaat, voorzitter, is dus de houdbaarheid van de financiën bij slecht weer. Dat is relevant voor de toekomst. En een uitstekend instrument om hier meer inzicht in te krijgen is de houdbaarheidstest voor de VNG. Dus wij willen de wethouder vragen om toe te zeggen deze test uit te voeren met deze jaarrekening en de begroting van 2021, zodat we die bij de besluitvorming over de kadernota mee kunnen wegen. Tot zover voor de eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel, meneer Rutten. Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, dank u wel, voorzitter. Wij sluiten ons gedeeltelijk aan bij de VVD. We willen de wethouder feliciteren met het uitstekende financiële resultaat over het toch ingewikkelde jaar 2020. U bent wat dat betreft goed begonnen met uw wethouderschap. Ging de oorspronkelijke begroting nog uit van een klein exploitatieverlies van 250 duizend euro, het uiteindelijke exploitatieresultaat is uitgekomen op maar liefst 26 miljoen positief, dames en heren. Baten en lasten zijn sterk gestegen, uiteraard vooral ten gevolge van COVID-maatregelen van het Rijk en de financiële compensatie hiervan tot nu toe. En kennelijk heeft deze compensatie voor Haarlem voorlopig zeer gunstig uitgepakt. Qua COVID zijn we een voordeelgemeente, hoe vreemd kan het lopen.
Als gevolg hiervan zijn de reserves in 2020 met hetzelfde bedrag van 26 miljoen opgelopen en is onze vlottende schuld met een vergelijkbaar bedrag gedaald. Waar het college in 2018 echter gestart is met een ambitieus investeringsplan om groei-impuls aan de stad te geven, en om de netto schuldquota daarbij zelfs tot 120 te laten oplopen, zien we nu een netto schuldquota van 75. Deels door het zojuist beschreven COVID-effect, maar deels ook omdat het college de investeringsplannen in 2020 wederom
4
slechts voor ongeveer de helft heeft waargemaakt. Drie jaar geleden maakten wij ons grote zorgen over de verwachte schuldontwikkeling. Ik wist toen nog niet, naïef als ik was, dat de gemeente Haarlem zoveel moeite heeft om plannen uit te voeren. Zoveel moeite zelfs dat ik mij nu andere zorgen begin te maken. Ondertussen is er namelijk wel het een en ander op gang gekomen in de stad. Er wordt volop geheid, gebouwd en getimmerd. En het is wel zaak dat de gemeente mee investeert om de bijbehorende voorzieningen, scholen, recreatie, sport, mobiliteit, et cetera, tijdig gereed te hebben voor onze nieuwe bewoners. We nemen aan dat de investeringsplannen van de gemeente met goede redenen gemaakt worden om echt de noden van de stad op te lossen. De investeringsachterstand over de jaren 2019 en 2020 bedraagt echter inmiddels 76 miljoen euro. Hoe en wanneer gaan we dat ooit inlopen? En wat betekent het voor het kwaliteitsbeeld van de stad en voor onze voorzieningen als we dit niet voor elkaar krijgen? Het wordt dan een volle, krappe en onveilige stad die we aan het maken zijn met zijn allen. Is dit de erfenis van dit college? Hart voor Haarlem is dan ook kritisch op het kennelijk vrijblijvende karakter van het investeringsplan. De gemeente kijkt wel wat er van gerealiseerd wordt, zo lijkt het. Maar voor de raad volgbaar, laat staan controleerbaar, proces is het echter allerminst.
Het stellen van prioriteiten wordt de raad niet betrokken, hier zijn verbeteringen nodig. Ook die jaarverslaggeving geeft geen duidelijkheid over de grondoorzaken van deze achterstanden. Wij vragen de wethouder dan ook hier uitleg over te geven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer IJsbrandy. Mijnheer Rijbroek. De heer Rijbroek: Dank u wel, voorzitter. Ik ga niet herhalen wat de anderen hebben gezegd. Ik heb wel een paar toevoegingen. In het raadstuk lees je onderaan dat bij eventuele kostenoverschrijding, zoals nu het geval is over 2020, en het past binnen het bestaande beleid ten onrechte niet tijdig aan de raad is gemeld. Wat mij onduidelijk is, is hoe dit kan gebeuren. Want wij hebben een financiële verordening waarin ook staat dat de raad actief wordt geïnformeerd vooraf, als het bijvoorbeeld gaat om bedragen boven 50 duizend euro. Of overschrijdingen van hoger dan 250 duizend euro. Dat is dus niet gebeurd. Nou moeten wij ad hoc, zoals ik misschien meen te herinneren een week geleden hebben wij deze stukken gekregen, moeten wij dus gaan besluiten tot accordering van die tekorten alsnog. Nou wil ik dus weten: hoe heeft dat kunnen gebeuren? Wie is er verantwoordelijk aansprakelijk voor? En waar spreken we dan over, over bedragen bij de beleidsvelden. Een ander aandachtspunt dat is eigenlijk personele bezetting.
Daar wil ik de credits geven aan CDA, mijn collega rechts van mij meneer De Raadt, onderscheid tussen flexibel en vaste schil zeg maar aan personeel. We zien ook online allemaal vacatures die deels of zijn ingevuld of worden ingevuld. En bij de bijeenkomst die wij hebben gehad afgelopen maandag of dinsdag werd ook verteld dat er nog meer zullen volgen, voor de ontwikkeling, professionaliseringslag van de organisatie Haarlem-Zandvoort. Wat kunnen we nog verwachten? En worden we daar over die personele kosten en aantallen tijdig geïnformeerd? Een laatste punt, dat heeft dan te maken met zeg maar de gebouwen van verbonden partijen of gemeentelijke gebouwen, die dus in ieder geval tot het vaste kernvastgoed behoren. Ik zie geen tot op heden een verduurzamingsslag. Er is geen CO2 certificering. Dus ik zou daar eigenlijk op die beslissingsboom op dat beleidsveld eigenlijk aanvullende indicatoren willen waarop we dat kunnen volgen en kunnen toetsen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Rijbroek. Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ik kan me grotendeels aansluiten bij mijn voorgangers, ook over het later alsnog goedkeuren. Hart voor Haarlem die het ook al had over de achterblijvende investeringen, hetgeen wat niet nieuw is in Haarlem. Ik zit hier al een tijdje en het is al vaker gebeurd.
Wat positief is, is dat het eerste coronajaar positief is meegevallen en het een plus in de jaarrekening is en in het eigen vermogen. Maar dat is wel mede veroorzaakt door het niet uitgeven van geprognotiseerde investeringen. En nu we wat
5
geld overhebben is de vraag die erbij opkomt is of de bezuinigingen en plafonds in het sociaal domein hier nog meer van zouden kunnen profiteren als nu in het besluit staat. Maar bijvoorbeeld de wachtlijsten voor beschermd wonen en jeugdzorg kunnen worden verminderd. En de reserves voor jeugdzorg een idee? Ik leg het nu maar even op tafel. En ja, tot zover. De voorzitter: Dank u wel, meneer Trompetter. Mijnheer Groot. De heer Groot: Ja, dank u, voorzitter. En fijn dat ik welkom ben in deze commissie vanavond. Ja, eigenlijk wat ons betreft een aantal vragen aan het college. Wethouder, het concept rapport van de accountant is op dit moment nog vertrouwelijk. Kan ik ervanuit gaan dat zodra dat geen concept meer is, dat dat dan ook openbaar is? En wethouder, de accountant noemt opnieuw de aanbestedingen en de afwijkingen nemen toe in plaats van af, ondanks dat daar beterschap beloofd is. Kunt u daar een toelichting op geven? En wethouder, uit de Duizenberg-rapportage vorig jaar kwam onder andere de noodzaak naar een HR-rapportage of een sociaal jaarverslag. En er werd net ook al genoemd wat de personele ontwikkelingen binnen de organisatie betekenen. Op dit moment wordt daar afwijzend op gereageerd door het college en ik zou graag ook daar een toelichting op willen hebben.
Want wij denken nog steeds dat dat een toevoeging kan zijn aan de jaarstukken zoals wij die op dit moment kennen. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Bloem. De heer Bloem: Ja, voorzitter, het is een beetje lastig om een jaarrekening te bespreken als dat eigenlijk niet over resultaten kunnen hebben. Dat moeten we dan voor de raad bewaren. Het accountantsverslag kunnen we het niet over hebben, want het is maar een concept. De Duizenberg-rapportages die heel interessant zijn kunnen we het niet over hebben. Dan valt voor mij in ieder geval redelijk weinig te zeggen. Maar laat ik toch een compliment geven, het lijkt toch redelijk gelukt te zijn om vat te houden op de kosten en de inkomsten, ondanks de onvoorspelbaarheid van het verschrikkelijke rampjaar 2020. Dat is een compliment waard. Maar ik kan het toch niet laten om op te merken dat als wij een jaarverslag krijgen waarin we met de huidige woningnood nog steeds het lef hebben om een groene smiley neer te zetten over hoe wij het met wonen doen, dan vraag ik me op dat vlak echt af waar we mee bezig zijn. De voorzitter: Dank u wel, meneer Bloem. Dan geef ik nu graag het woord aan meneer Smit, die digitaal aanwezig is. Mijnheer Smit. De heer Smit: Dank u wel, voorzitter. Klink ik dubbel of klink ik enkel? Nou, ik ga door.
In aansluiting op de woorden van meneer Rutten en meneer IJsbrandy, het zicht op dit jaar en op volgend jaar is nog deels in nevel gehuld. De voorzitter: Mijnheer Smit. Ja, ineens bent u heel erg goed hoorbaar nu u ja zegt. Daarvoor was u wat minder goed hoorbaar. De heer Smit: Mijn systeem doet raar. Heb ik een nagalm, voorzitter? De voorzitter: Nee, u heeft geen nagalm. Er zit wel een hikje in uw bijdrage. Maar nu bent u plotseling echt heel goed te verstaan. De heer Smit: ik begin opnieuw.
6
De voorzitter: Fijn. De heer Smit: In aansluiting op de woorden van meneer Rutten en meneer IJsbrandy, die deel ik. Het zicht op dit jaar en volgend jaar is nog deels in nevel gehuld. Er zijn achterstanden in investeringen geconstateerd en in algemeen onderhoud. Daar moeten we op herijken, want corona effecten op langere termijn zijn onvoldoende zichtbaar. En dat is de ‘…’. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Smit. U was deels hoorbaar. Dus als u ook maat deels antwoord krijgt u uw vragen, dan is dat het gevolg van … Nee, het is heel moeilijk te verstaan meneer Smit. Dus misschien moet u een paar keer uw computer even op en neer slaan. Even rammelen met de computer, meneer Smit. Goed, ja, meneer Drost, gaat uw gang. De heer Drost: Dank u, voorzitter. Ja, die cijfers die we voorgeschoteld hebben gekregen zijn natuurlijk op het eerste gezicht positief. Hebben al veel partijen ook genoemd. Zeker na zo’n jaar, na zo’n coronajaar, kan de begrotingsbehandeling nog goed herinneren, flink moeten bijsturen. Algemene reserve enzovoort zouden we allemaal komende jaren terug moeten storten. Nou, dat hoeft dan allemaal niet. Ja, positief fronsje dan toen ik de cijfers zag. Positief natuurlijk dat het er zo voor staat. Tegelijkertijd denk je ook wel van: je wil grip krijgen op dat proces en ook op wat er uit- en ingaat.
Maar nou ja, dat is soms toch ook wel lastig en ook wel bijzonder dat in december was er een plus van 0,6 en nu is het inderdaad 26 miljoen. Nou ja, ik ben ook wel benieuwd, ik zie het ook wel staan in de jaarstukken, maar ook wel naar een reflectie vanuit het college daarop. Ja, het is een bijzonder jaar, maar hoe kunnen we daar misschien wat meer grip op krijgen? Een zorg die wij hebben is net ook al genoemd, dat zijn de investeringen in de stad. Die vindt GroenLinks hartstikke belangrijk, zeker als je ook in de kadernota ziet. Dat wisten we ook wel dat die investeringen die gepland staan alleen maar hoger worden, 70 miljoen en 90 miljoen. Ja, hoe gaan we die halen? Het pleit, en dan moet ik ook wel even terugdenken aan de begroting. Ik kan me nog herinneren dat best wel wat partijen hier voorstelden om vooral te schrappen in ambtelijke capaciteit. Het kon allemaal wel wat minder in het fysieke domein. Maar ik ben blij om te horen dat veel partijen die investeringen hier wel belangrijk vinden. Dus ik hoop dat u dan ook niet meer met dat soort voorstellen komt. De voorzitter: U heeft een interruptie van meneer IJsbrandy, meneer Drost. De heer IJsbrandy: Ja, het is natuurlijk prima dat je personeel nodig hebt om investeringen te kunnen doen. Maar dan moet er wel een zichtbaar verband zijn en dat ontbreekt op dit moment ten ener malen. De voorzitter: Mijnheer Drost.
De heer Drost: Ja, die zie ik niet direct. Volgens mij moet je juist, er zit gewoon een direct verband tussen. Elk miljoen die je wil investeren daar heb je exploitatie voor nodig. En daarom moet je ook de mensen hebben die het kunnen uitvoeren. De voorzitter: Dank u wel. Wie mag ik het woord geven? Mevrouw Wisse. Mevrouw Wisse: Dank u wel, voorzitter. Ja, we zijn hartstikke blij natuurlijk met het positieve en onverwachte resultaat voor deze jaarrekening. Inhoudelijk komt de PvdA terug op alles, dus de jaarstukken en Duizenberg, in de raad van 24 juni. En wij herhalen ons beroep dat we eigenlijk elk jaar doen op de wethouder, om de jaarstukken in elke commissie te agenderen. Zodat er vakinhoudelijk gesproken kan worden over de jaarstukken. Dank u wel.
7
De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Wisse. Mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Ja, dank u wel, voorzitter. Nou ja, zoals al gezegd is ook door vele anderen, wij sluiten 2020 af met een positief saldo van 5 miljoen. Drie miljoen hevelen we over naar 2021 en twee miljoen gaat naar de algemene reserve. Ook blijkt een onttrekking van 8 miljoen uit de algemene reserve niet nodig te zijn, waardoor we het 12 miljoen beter doen dan in de decemberrapportage geraamd. Goed, daarnaast een ander positief effect is dat het corona-effect op de begroting tot nu toe in ieder geval veel kleiner lijkt dan geraamd. Meerdere impulsgelden voor de woningbouw zijn toegekend en inderdaad de netto schuldquote is flink verbeterd. Maar daar sluiten we ons aan bij andere criticasters, dat betekent niet altijd ook een verbetering voor de stad. Want ja, ook wij maken ons wel zorgen of we nog steeds toewerken naar een stad in balans. Want daarvoor moeten we natuurlijk juist blijven investeren. En dan bedoel ik niet alleen in woningbouw, maar juist ook in sport, in scholen en andere voorzieningen die nodig zijn voor al die verwachte extra inwoners. Maar goed, zoals gezegd voert het overige een financieel positief verhaal. Nog een punt, inderdaad wat mijn collega naast mij al zo net aangaf met betrekking tot de personele bezetting.
Nog dank voor het compliment, maar die pass ik ook meteen door naar mijn collega-raadslid Jan Klaver, want het was zijn motie. De motie vast geeft comfort. En ja, we zijn hier inderdaad al een paar jaar aan het trekken, we hebben ook een aantal technische vragen hier weer over gesteld. En het blijft wat ons betreft onduidelijk wat nou exact de percentages vaste en externe inhuur zijn. De antwoorden op die technische vragen zijn in ieder geval voor mij bijzonder slecht te volgen en wij zullen daar dan in ieder geval op terugkomen in de raad, tijdens de inhoudelijke behandeling. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Heeft iedereen zijn woordje gedaan die zijn woordje wilde doen? Dan geef ik graag het woord aan wethouder Rog. Nog even wat ik net was vergeten te zeggen, hij zal worden bijgestaan door de concern controller Martin Jonker. En misschien is het niet nodig, misschien ook wel, als de vragen iets technischer zijn van aard. Dan is daar meneer Jonker om daar assistentie te verlenen. Gaat uw gang, meneer Rog. Wethouder Rog: Ja, dank u wel, voorzitter. En dank ook aan de commissieleden om zo’n eerste hoog over verkenning te hebben over de jaarrekening 2020. Voor mij natuurlijk een beetje vreemd, want ik ben de verantwoordelijk wethouder financiën en ik neem ook iedere verantwoordelijkheid op mij waar het gaat om dingen die beter kunnen of nu niet goed zijn gegaan.
En tegelijkertijd is dit, ja, het jaarverslag en de jaarrekening van uw raad, van mijn collega’s en mijn voorganger, waar ik zelf eigenlijk part noch deel aan heb gehad. Maar ik vind het mooi dat we deze positieve jaarrekening hier kunnen presenteren. En ik begrijp ook dat dat op instemming kan rekenen, met vreugde in ieder geval wordt ontvangen. En dat gold ook voor de auditcommissie en in eerste instantie ook. Voorlopig komt er een definitief rapport van de accountant nog over. En daar werd ook door de auditcommissie, die ik toch ook complimenten wil geven voor hun werk weer. Wel ook fijntjes geweest op datgeen wat een aantal van uw fracties ook deden, namelijk: ja, we hebben een mooie netto schuldquote van 75%, veel lager, echt in het groen. Maar er zit ook een andere kant aan natuurlijk. En veel van uw leden hebben dat ook aangeraakt en dat is het gebrek aan investeringen. En we komen natuurlijk uit een heel bijzonder jaar, het coronajaar wat ons allemaal heeft overvallen. We kunnen ons er nu al weer wat beter op voorbereiden dit jaar, maar toen werden we echt overvallen. En dat heeft heel veel stilgezet. Het heeft ook uiteindelijk geleid tot bijvoorbeeld minder instroom in uitkeringen, om maar eens wat te noemen, waar we dus een voordeel op hadden. En het heeft geleid tot inderdaad veel compensatie van het Rijk, maar ook veel onzekerheid in onze financiële huishouding.
We hebben een weerstandsvermogen dat nu zit op 1,9, wat daarmee dus ook echt ruim voldoende is en ook een gestegen solvabiliteit van 17 naar 21 procent. En ik denk dat we daar best tevreden over mogen zijn. Tegelijkertijd zijn er een aantal vragen en
8
suggesties gedaan vanuit uw commissie, bijvoorbeeld die van de VVD. Die terecht aangeeft: ja, we willen die houdbaarheid ook naar de toekomst toe natuurlijk goed op orde hebben. En ik ben blij dat de VVD dat aangeeft, dat wil dit college ook. En ik denk dus ook dat ook deze jaarrekening laat zien dat je dus inderdaad behoedzaam moet begroten en dat het al fijn is als het meevalt, maar dat we dus niet zomaar aan de voorkant onzekerheden kunnen gaan incalculeren. Tegelijkertijd denk ik dat we al heel veel met kerngetallen werken en ook met de signaleringswaarden vanuit de provincie. En de vraag is dus eventjes of datgeen wat meneer Rutten nu vraagt, om te komen tot die VNG haalbaarheidstoets, of dat meteen is waar we nu naartoe moeten. Want ik wil hem wel ook voorleggen dat wij zitten met, het zou weer een uitbreiding van het instrumentarium zijn, nog meer gedetailleerde informatie. Terwijl er soms ook wel kritiek is op dat we zo ontzettend veel bijlagen al hebben, dan komt er dan wel weer eentje bij. En wij zijn wel echt bezig met het investeren in die uitgebreidere paragraaf rond weerstandsvermogen, risicobeheersing, kengetallen die nu ook meerjarig worden opgenomen, ook naar aanleiding van de vragen van de VVD fractie. We zitten toch echt te kijken naar die kerngetallen over onder meer rente, risiconorm en solvabiliteitsratio, om die meerjarig op te nemen.
En mijn suggestie zou zijn om dan nu niet dit instrumentarium nu al toe te voegen, maar dit eerst verder uit te ontwikkelen in de verwachting dat we daarmee toch echt tegemoet komen aan het punt wat u terecht inbrengt. De voorzitter: U heeft een interruptie van meneer Rutten, gaat uw gang. De heer Rutten: Voorzitter, dank u wel. Wethouder, wat het probleem daarmee is, is dat het dan nog steeds heel erg boekhoudkundig blijft. En waar de houdbaarheidstest of de stresstest van de VNG behulpzaam bij is, is om ons als raad mee te nemen in: wat gebeurt er als? En hoe zit voor de toekomst ook bij slecht weer scenario’s, hoe is die houdbaarheid dan. Dat is iets anders dan de rij indicatoren die op zich al helpen, maar weinig inzicht geven in de weerbaarheid op het moment dat er een aantal slechte dingen gaan gebeuren. Ik heb die van Groningen met belangstelling bestudeerd. En als je die dan naast de standaard indicatoren legt, dan komt daar toch een beeld uit wat heel zorgelijk is en wat ook strategische keuzes met zich meebrengt. Het is juist onze wens vanuit de VVD fractie om die strategische keuze die we moeten gaan maken bij de kadernota ook voor de langere termijn daar goed in mee te kunnen nemen, in die financiële vooruitzichten voor de komende vijf tot zes jaar. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Rog: Ja, ik begrijp die wens.
Ik denk tegelijkertijd dus dat met die elementen ook rond die renterisico norm, dat we proberen wel tegemoet te komen aan de achterliggende zorg die u heeft. En vervolgens natuurlijk ook dat te koppelen aan een behoedzame begroting. Kijk, als u ons daartoe oproept en uw raad zou dat willen, dan doen we dat. Maar ik wil wel toch ook waarschuwen voor de grote hoeveelheid aan informatie die we wel met elkaar moeten ophoesten. En er wordt echt veel gevraagd en we doen dat, en ik denk ook dat het goed is dat we dat doen. Maar tegelijkertijd, ik zou nu niet meteen pleiten voor een aanvullend instrumentarium in alle eerlijkheid. Dan zijn er nog door diverse fracties, Hart voor Haarlem deed dat, GroenLinks, CDA, inderdaad is aangegeven dat er, de groei van de stad, de stad in balans inderdaad. Dat is natuurlijk een punt wat ook het college heeft uitgesproken en probeert waar te maken in al die investeringsprojecten. En dat is ook wat we iedere keer bij de ontwikkelzones, maar ook bij de andere inrichtingsprojecten goed in de smiezen moeten houden. En ik weet zeker dat uw raad ons daar ook kritisch op zal blijven controleren. En ik heb zelf ook echt die wens dat we daar natuurlijk in slagen. Investeringen blijven wel achter, dit jaar misschien natuurlijk ook door corona meer.
Tegelijkertijd zoeken wij ook in de organisatie toch naar wegen om daar naar de toekomst toe, want zo’n jaarrekening, dat merk je ook in deze
9
discussie, gaat ook altijd toch een beetje over: welke lessen kun je daaruit leren? We zitten ook te kijken naar in hoeverre er ook over geprogrammeerd kan worden om uiteindelijk wanneer het ene project niet door kan gaan, het andere dan wel gerealiseerd kan worden. De personele consequenties van Trots … De voorzitter: Wethouder, u heeft een interruptie van meneer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, over programmeren, dat kun je natuurlijk in je projectportefeuille kan je dat doen. Maar dat heeft natuurlijk op zich niks met je geld te maken. Als je zegt: ik heb gewoon zo veel geld over en nodig komend jaar of wat dan ook om investeringen te doen. Dan geef je dat in principe gewoon uit en dan kan je natuurlijk in je portefeuille kiezen waaraan je het uitgeeft. Maar je over-programmeert niet door maar een dubbel bedrag op te nemen. Want in feite hangen daar allemaal andere kerngetallen natuurlijk ook mee samen. En dan zet je eigenlijk de raad continu op het verkeerde been. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Rog: Dat zou zeker niet mijn insteek zijn om de raad op het verkeerde been te zetten. Wat onze insteek is, is met een realistisch investeringsprogramma te komen waarin we dus inderdaad de lessen uit het verleden wel meenemen.
Want we zien inderdaad dat toch een aantal jaren op rij, dat was mij ook opgevallen toen ik hier een klein halfjaar geleden binnenkwam, keer op keer niet realiseert wat er uiteindelijk de bedoeling is dat gerealiseerd wordt. En daar zitten we wel te zoeken naar de juiste balans. En dat doen we natuurlijk in alle openheid met de commissie, met de raad. Dat moet natuurlijk ook vanzelfsprekend. Maar we moeten wel zoeken dat we uiteindelijk meer van die investeringen waar gaan maken. Dat is wel een les waar u terecht op wijst, de vinger bij legt, die het college ook meeneemt. De voorzitter: Mijnheer IJsbrandy. De heer IJsbrandy: Ja, nog een opmerking daarbij dan. Het gaat dan niet alleen maar zomaar om personeel, maar het gaat gewoon om een competente projectorganisatie met mensen die weten hoe je investeringsprojecten van de grond trekt. En die met de daarbij behorende hulpmiddelen gewoon in staat zijn om ook aan de raad uit te leggen waarom ze de een of de andere keuze maken. En dat is niet zomaar willekeurig personeel in de organisatie strooien, maar daar gewoon echt een gerichte organisatie voor opzetten om zo’n groeiagenda, die voor een aantal jaren nodig is, om die dan ook daadwerkelijk vorm te geven. De voorzitter: Zit daar nog een vraag bij of was dit een opmerking? De heer IJsbrandy: Dit was een opmerking. De voorzitter: Wethouder, gaat u verder.
O, moment, meneer Smit heeft ook een interruptie. De heer Smit: Mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Smit, heeft u een tweede termijn of heeft u een aanvullende opmerking? De heer Smit: Ik heb een aanvullende opmerking of een tweede termijn, maar geen interruptie. De voorzitter: Dan komt u maar met uw aanvullende opmerking.
10
De heer Smit: Vraag eigenlijk. Vraag aan de wethouder, misschien ter voorkoming van een tweede termijn, is dat de wethouder zegt dat het gemeenschappelijk financieel toezichtkader is toegepast in het jaarverslag 2020. En op pagina 38 wordt ook geconstateerd dat er, hoe zal ik het noemen, een reflectie is opgenomen in het jaarverslag. Kan de wethouder toelichten waar ik die kan vinden. Of kan de wethouder na de vergadering eventueel specificeren waar die reflectie in het jaarverslag 2020 is terug te vinden. Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, meneer Smit. U bent intussen goed hoorbaar. Heeft u de computer even op zijn donder gegeven, begrijp ik hieruit. De heer Smit: Juist. De voorzitter: Goed zo. De vraag ligt bij de wethouder. Wethouder, gaat u verder. Wethouder Rog: Ja, dan zijn er nog vragen gesteld, ja de Actiepartij had het natuurlijk over investeringen of terugdraaien van bezuiniging. Maar we hebben het hier nu, we kijken nu terug natuurlijk naar de jaarrekening en dat lijkt me dan meer voor de discussie bij de kadernota en de begroting. D66 vroeg of het accountantsrapport openbaar wordt. Ja, dat is het geval. Dat zal spoedig gebeuren. De aanbestedingen, daar vroeg hij om een toelichting.
En daarvan kan ik zeggen dat er inderdaad zowel de accountant als de auditcommissie hebben onderschreven dat daar blijvend aandacht voor nodig is en dat erkent het college ten volle. En we hebben inmiddels actie ondernomen om verdere onrechtmatigheden in 2021 te voorkomen. Dus we gaan ervanuit dat dat volgend jaar beter gaat. Ik zit even te kijken bij de onrechtmatigheden. Daar heeft volgens mij Trots is daar nog op ingegaan. Een bedrag inderdaad van 3,4 miljoen. En ja, daar is inderdaad sprake van doorlopende contracten vanuit voorgaande jaren die niet stopgezet konden worden. En daar ligt de oorzaak van dit bedrag grotendeels. En daarnaast ook door inhuur die in 2020 nog niet waren afgedekt met en raamcontract, bijvoorbeeld omdat het aanbestedingstraject toen nog liep. Of voor inhuur waar van tevoren niet ingeschat kon worden voor hoelang die periode zou zijn. Ja, dat verklaart een aantal van dit soort onrechtmatigheden. Mevrouw Wisse van de Partij van de Arbeid vroeg nog inderdaad om dit voortaan niet alleen in deze commissie, maar in andere commissies te doen. Ja, wat mij betreft laat ik de orde van de vergadering in uw handen en wij komen opdraven als u ons daarvoor roept. Dus ik laat dat echt bij uw commissie. De voorzitter: Wethouder, u heeft twee interruptie van meneer Rijbroek en van mevrouw Çimen. Mijnheer Rijbroek, gaat uw gang.
De heer Rijbroek: Dank u wel, voorzitter. Wethouder Rog, ik had er ook bij aan toegevoegd, niet alleen over die overschrijdend bedrag heb ik gehoord, dus ongeveer 3,2. U heeft daar ook een specificatie van gegeven. Maar hoe heeft het kunnen gebeuren? Want we hebben toch een vangnet, een financiële verordening die duidelijk aangeeft: als je een indicatie hebt van het bedrag is in zijn algemeenheid 50 duizend euro melden. Is het 250 duizend euro, even uit mijn hoofd, dan moet je het niet alleen actief melden, maar moet je ook zeggen hoe het gekomen is en hoe je dat budgettair bedenkt op te lossen. Dus waarom is dat niet gebeurd? Want wij worden nu verrast. Want we moeten het nu accorderen, 3,2. De voorzitter: Gaat uw gang.
11
Wethouder Rog: Voorzitter, als u het goed vindt. Het is een wat technische vraag waar ik nu niet het antwoord op kan geven. Maar als de voorzitter dat toestaat kan ik dat aan de concern controller vragen die vraag zo te beantwoorden. De voorzitter: Dat mag. Mevrouw Çimen, u had nog een opmerking? Ging het over de spreektijd van meneer Smit? Dat is opgelost inmiddels, dank u wel. Wethouder, gaat u verder. Of was u klaar? O, mevrouw De Raadt, gaat uw gang. Mevrouw De Raadt: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ook ter voorkoming van een tweede termijn. Ik heb even contact gehad met mijn fractiegenoot, de expert met betrekking tot de personele inzet. En ook hem was eigenlijk de antwoorden op onze technische vragen niet helemaal duidelijk. Dus aangezien de wethouder toch ondersteuning heeft en concern control straks andere vragen ook gaat beantwoorden, wil ik deze erbij geven. In het jaarverslag lezen we, of in de jaarstukken lezen we dat de personele externe inhuur is gedaald van 15% naar 13%. En dat lijkt goed, alleen tegelijkertijd is er een overschrijding van 1,7 miljoen voor externe inhuur dat niet van tevoren eigenlijk waar geen formatie tegenover staat.
Maar in dat geval is dat toch nog steeds tijdelijke externe inhuur, die 1,7 miljoen, en zou dat toch gewoon moeten worden opgeteld bij die 13%? Want op het moment dat we dat niet doen, ja, dan zijn we het eigenlijk een beetje aan het verbergen dat we toch meer externe inhuur moeten inhuren dan dat we in het jaarverslag zeggen te doen. Dus daar zou ik graag nog een antwoord op willen. De voorzitter: Duidelijk, dank u wel, mevrouw De Raadt. Dat lijkt mij ook een vraag voor meneer Jonker. Ruilt u van plaats? Nou, meneer Jonker, hartelijk welkom. Naast mij neemt plaats meneer Jonker voor de mensen die thuis kijken, hij is concern controller van de gemeente Haarlem. En hij zal antwoord geven op een aantal vragen die redelijk technisch zijn en derhalve het best door hem beantwoord kunnen worden. Ik neem aan dat u antwoord geeft op de vraag van meneer Rijbroek als eerste. Gaat uw gang. De heer Jonker: Mag ik als eerst even de tegenvraag stellen. Ik had goed begrepen dat u aansloot op het raadstuk, namelijk op besluit 2. Dat is namelijk een hele specifieke categorie over onrechtmatigheid. En dan is het goed om u ook meteen mee te nemen daarheen. Dat is paragraaf 4.6, dat gaat over rechtmatigheid. En rechtmatigheid is iets bijzonders wat hoort bij een begrotingshuishouding, dus ook in de verantwoording. En dan als we kijken naar besluit 2, dan wordt gerefereerd aan categorie 3.
Dus niet aan alle categorieën in paragraaf 4.6, maar alleen aan categorie 3. En als u dan ziet, wat is dan categorie 3? Dat staat op pagina 263 en verder. Maar als je dan kijkt op pagina 264, dan komt u tegen wat onder categorie 3 valt. Sorry, die staat op pagina 263 onderaan. Dat zijn kostenoverschrijdingen die geheel of grotendeels worden gecompenseerd door direct gerelateerde opbrengsten. Oftewel, hoe kan dat nu? Er kunnen dingen ontstaan dat er baten binnenkomen op het moment dat je het niet meer kan verwerken en dat er dan ook weer lasten tegenover staan en vide versa. Dat kan gebeuren. Maar de kadernota rechtmatigheid is vrij streng, dus dan heet het meteen ook in de formulering niet tijdig. Het heeft wel een heel bijzonder karakter. Nou, wat is nou het bijzondere karakter. Op pagina 265 staat dat ook aangegeven, de laatste kolom. Wat is bijvoorbeeld categorie 3, en dan moeten we weer kijken bij overige baten bij beheer en onderhoud. En als we dan kijken wat daaronder valt, dat staat op pagina 266, dan leest u vooral dat dat administratieve verschuivingen zijn met vastgoed. En dat komt omdat we nog, laten we zeggen, een schuif aan het maken zijn tussen wat zit nou met vastgoed bij het primaire proces en bij het vastgoed. En die wijziging is later tot stand gekomen dan nog tijdig aan de raad gemeld kunnen worden.
Dus is er iets wezenlijks aan de hand wat niet tijdig gemeld is, als we goed kijken niet, maar het moet vrij goed gerapporteerd worden dus dat inzicht wordt geboden. Dus dat begrip niet tijdig of ten onrechte niet tijdig, moet wel gelezen worden tegen de achtergrond hoe de kadernota
12
rechtmatigheid mee omgaan. Dus het college zegt: het past in het beleid, het is niet bijzonder. En we melden het even heel expliciet zoals het hoort. De heer Rijbroek: Maar vooraf was natuurlijk gewenst. De heer Jonker: Als we zeggen: hebben we het liefst helemaal niet categorie 3, zeker. Daar streven we wel naar. Dan de vraag van het CDA over: hoe zit dat nu met inhuur? Want het inhuur is toch gedaald? En hoe kan het dan dat de categorie toch stijgt met een overschrijding? Maar dat is niet inhuur, dat heet tijdelijke aanstellingen zijn dat ook. En er zit natuurlijk een verschil tussen iemand die tijdelijk wordt aangesteld met een tijdelijk contract, dat was niet begroot maar wordt wel aangesteld voor een beperkte periode. Hetgeen niet hetzelfde is als je een inhuur doet van een bureau. Dus vandaar dat dat onderscheid wordt gemaakt. Degene die contractueel ook al is het voor een beperkte periode, die valt ook qua definitie niet onder categorie inhuur. Dus vandaar dat het er ook niet bij opgeteld moet worden. De voorzitter: Mevrouw De Raadt. Mevrouw De Raadt: Ja, dank voor dit antwoord. Dat kan ik dus volgen. En de tijdelijke inhuur, dat valt dus niet onder je flexibele schil. Dat begrijp ik goed? De heer Jonker: De flexibele schil is nog een ander begrip. De flexibele schil is opgebouwd uit, bijvoorbeeld bij werk en inkomen is er een flexibele schil.
Daar zeg je: daar heb ik mensen die ik tijdelijk nodig heb en die heb ik ook een tijdelijk contract gegeven. En ik heb inhuur nodig om weer pieken op te vangen. Dus een flexibele schil is uit beide categorieën opgebouwd. Mevrouw De Raadt: Maar dan in dat geval zou die 1,7 miljoen overschrijding er dus wel bij moeten worden opgeteld. De heer Jonker: Nee, want als ik het goed begrijp dan zou het betekenen dat de flexibele schil per definitie opgeteld moet worden bij inhuur. En dan is het antwoord nee, de flexibele schil bestaat deels uit inhuur en deels uit tijdelijke contracten. Mevrouw De Raadt: Laatste vraag, voorzitter, want dan hoeven we dit straks niet in de raad te doen. Oké, dus u zegt: de flexibele schil is de tijdelijke contracten en de externe inhuur. Alleen als we het dan hebben over die percentages, die 13 en 15%, dan valt die tijdelijke inhuur er weer niet onder. De heer Jonker: Nee, het tijdelijk contract valt er niet onder. Maar de inhuur valt daar wel onder. En daarom niet het begrip tijdelijke inhuur, want inhuur is altijd tijdelijk. Dus inhuur van bureaus is altijd wat onder dat percentage van 13 of 15 procent valt. Mevrouw De Raadt: Dank u wel, ik neem dit mee terug naar de fractie. Dank u wel.
De heer Jonker: En misschien als ik als laatste nog mag reageren op de vraag van het GTK, het toezichtkader van meneer Smit, waar staat dat? De reflectie staat op pagina 38-39. En er wordt ook aangegeven dat het toezichtkader nog niet af is. En op pagina 39 wordt gereflecteerd hoe we in Haarlem met het toezichtkader omgaan. De heer Smit: Mevrouw de voorzitter. Mag ik?
13
De voorzitter: Ja, meneer Smit, heeft u gezegd dat u iets ging roepen op de chat? De heer Smit: Het antwoord van onze concern controller was zo kort dat mij dat niet lukte. Dus vandaag dat ik nu mij even tot u richt. De voorzitter: Oké, prima. Ik sta het toe dit keer. En de volgende keer als u gewoon een smiley intypt bij de chat, dan weten we ook wat u bedoelt en dat gaat volgens mij heel snel. Maar gaat uw gang. De heer Smit: Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Geachte meneer Jonker, ik zie dat er wordt gezegd: we hebben in feite nog een prestatie beoogd maar nog niet bereikt. Maar dat betekent dat ik moet lezen op pagina 39 dat er in feite in de tekst van het jaarverslag op alle andere pagina’s niet specifiek een reflectie terug te vinden is van het GTK. Klopt dat? De voorzitter: Dat is correct, zegt meneer Jonker. Zijn er verder nog vragen aan meneer Jonker? Zijn er verder nog vragen aan de wethouder? Nee? Dank u wel, meneer Jonker. Dan vraag ik de wethouder om weer plaats te nemen. Dan vraag ik nu aan de commissie of zij kan instemmen met het advies van de auditcommissie en de voormalig Duizenberg-rapporteurs. Dat moet besloten worden. Ik zie knikkende hoofden, dus het antwoord is ja. Waarvoor dank. Prima, dan is dit onderwerp afgerond. 8.
Tweede wijzigingsverordening belastingen Haarlem 2021 (MR) De voorzitter: Dan gaan wij door naar agendapunt 8, de tweede wijzigingsverordening belastingen Haarlem 2021. Aan de raad wordt gevraagd de tweede wijzigingsverordening belastingen Haarlem 2021 vast te stellen. Met deze tweede wijzigingsverordening belastingen Haarlem 2021 wordt voorgesteld tarieven te verlagen conform de eerder vastgestelde steunmaatregelen als gevolg van corona. Daarnaast wordt voorgesteld enkele artikelen uit de tarieventabel leges 2021, behorende bij de legesverordening 2021, aan te passen. De verordening wordt hiermee in overeenstemming gebracht met de uitvoering van het vastgestelde beleid en de geldende wet- en regelgeving. Wenst iemand hierover het woord te voeren? Mijnheer Trompetter, gaat uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Heel kort. Verheugd met deze voorstellen, daar hebben we ook om gevraagd. Dat het precario op terrassen tot 1 juli 2021 nog steeds kwijtgescholden wordt en het precario worden verlaagd. En uiteraard akkoord met de technische wijzigingen, wat ons betreft een hamerstuk. De voorzitter: Mijnheer Rijbroek. De heer Rijbroek: Dank u wel, voorzitter. Coronatijd is lastig voor ondernemers. Fijn dat we daar in ieder geval maatregelen op kunnen nemen. Ook dank aan de gemeente beleidsmatig. Het is al moeilijk genoeg voor ondernemers om dat te doen.
Haal die bureaucratie weg. Dat houdt onder meer nu in dus 25% minder bijdrage voor de ondernemers als het gaat bijvoorbeeld om de reclamebelasting en bedrijfsinvesteringszone. Dus te investeren in jouw eigen gebied, kortgezegd. En 100% precario voor horeca kwijt te schelden. Dat is wat we kunnen doen op dit moment. Er komt nog een pakket aan. Ik doe dit op deze manier, opdat de ondernemers weten dat we er echt daadwerkelijk werk van maken. Er komt een vervolg aan, wat mij betreft akkoord. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Rijbroek. Mijnheer Linder.
14
De heer Linder: Ik heb voornamelijk een vraag over die non sepa transacties. Mij is niet helemaal duidelijk waarom een non sepa transactie zou moeten plaatsvinden. Als die plaatsvindt, is het dan niet gewoon simpeler om voor dit geval dan het tarief met 10 euro te verhogen? Die dan zonder sepa transactie dan ook een duurdere transactie hebben. De voorzitter: Dank u wel, meneer Linder. Verder nog opmerkingen vanuit deze commissie? Nee, dan is nu het woord aan meneer Rog, gaat uw gang. Wethouder Rog: Ja, volgens mij is er instemming en gaat het dus positief naar de raad. Daar ben ik blij mee vanzelfsprekend. Er is een concrete vraag van de ChristenUnie over de non sepa transacties. Daar wil ik graag even technisch op terugkomen, omdat ik daar het antwoord nu niet paraat heb. Dank u wel. De voorzitter: Prima. Gaat meneer Linder daarmee akkoord? Prima. Hoe gaat dit stuk naar de raad? Ik heb begrepen hamerstuk. Ja? Nou, dan hebben we echt geweldig nieuws, want het gaat als hamerstuk naar de raad. En daarbij lopen wij 10 minuten voor op schema. Eetpauze De voorzitter: Het is tijd om wat te eten, meneer de wethouder, dank u wel. Neemt u tijd. We komen hier om kwart voor 7 weer terug. Eet smakelijk en tot zo. Hartelijk welkom terug bij deze vergadering van de commissie bestuur op 10 juni, want dat is het vandaag. 9.
Vaststellen convenant governance samenwerking Zuid-Kennemerland (JW) De voorzitter: We gaan verder met agendapunt 9, het vaststellen van het convenant governance samenwerking Zuid-Kennemerland. De raad wordt gevraagd in te stemmen met de bij dit raadsvoorstel gevoegde bestuursconvenant regionale samenwerking Zuid-Kennemerland en de daarbij behorende uitwerking. Het is de portefeuille van de burgemeester en die is inmiddels aangeschoven hier aan tafel. Wie mag ik als eerste het woord geven op dit onderwerp? Mijnheer Trompetter. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Actiepartij is blij met dit voorstel en is zoals bekend voorstander van samenwerking in de regio Zuid-Kennemerland. Ook als strategisch partner binnen de MRA en andere gremia. Wat ons betreft een prima voorstel. De voorzitter: Dank u wel, meneer Trompetter. Mijnheer Bloem. De heer Bloem: Ja, voorzitter, SP is altijd kritisch geweest op dit samenwerkingsverband waarbij de democratische controle tekort schiet. En als je kijkt wat hier voorligt, dan is het niet heel sympathiek te noemen. Alleen blijven we toch constateren met de afvaardiging van twee mensen bijvoorbeeld in die commissie, twee mensen die namens de gehele raad moeten spreken. Als we kijken naar het hele politieke landschap, dan is een stem van de raad in Haarlem is daar geen sprake van, en ook geen twee stemmen, dat zijn er veel meer.
En op vele gebieden zien we dat we eigenlijk als gemeente, en niet alleen in Haarlem, gewoon de grip kwijt aan het raken zijn. En ook echt een democratisch gat te groot wordt. Lost dit het op? Nee. Moeten we hiermee instemmen? Nou, ik vind het lastig, omdat je dan toch verdere samenwerking en verdere afstoting legitimeert.
15
De voorzitter: Mijnheer Bloem, u heeft een interruptie van meneer Trompetter. Mijnheer Trompetter, gaat uw gang. De heer Trompetter: Dank u wel, voorzitter. Ja, meneer Bloem, wij zijn ook altijd kritisch geweest op democratische gremia zoals de MRA. Maar nu die er eenmaal zijn en die eenmaal zeg maar actief zijn, bent u het dan niet met de Actiepartij eens dat het ook handig is om juist vanwege het bestaan daarvan, dat we bijvoorbeeld ook de gemeente Zuid-Kennemerland wel kunnen gaan samenwerken als gezamenlijke lobby naar het grotere geheel. Bijvoorbeeld de biodiversiteit ambities gaan in deze regio wel verder als in de grote MRA. En kijkt u daar dan naar? De heer Bloem: Hoe ik hier naar kijk is het volgende. Volgens mij is onze democratie enorm aan het bloeden als het om dit soort samenwerkingen gaat. Kijk maar naar de jeugdzorg, we moeten dat met allemaal gemeenten doen maar we hebben er allemaal geen controle op en het moet allemaal regionaal. En dan is akkoord gaan met een pleistertje schiet tekort. Wat ons betreft moeten we doorgaan, moeten we blijven hameren op echt een andere inrichting. Wat is precies de rol van een gremium als de provincie nog als alles toch buiten die provincie wordt besloten? Waarom kiezen we niet gewoon in plaats van een provinciale staat en een MRA? Dat ligt niet voor en dat ligt nog jaren achter ons.
Maar wij hebben grote problemen mee door akkoord te gaan met de pleister en daarmee te zeggen van: nou oké, we zijn weer een stukje vooruit gekomen. Nee, we moeten een fundamentele discussie over wat bij een gemeente thuishoort, wat we regionaal moeten doen en hoe we dat democratisch gat echt gaan dichten, in plaats van te plakken met pleisters. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van meneer Drost. De heer Drost: Nee, ik ben gewoon benieuwd. Wat is dan uw alternatief? Het is toch niet zo heel raar om te kijken van: goh, met de gemeentes om ons heen, we zien gewoon een aantal regionale opgaven. Hoe kunnen we die gezamenlijk oppikken? En dan snap ik uw algemene verhaal van uitholling begrijp ik wel, die zie ik soms ook wel. Maar in dit geval denk ik: ja, maar wat wil u dan doen? Wil u dan niet samenwerken in de regio? De voorzitter: Mijnheer Bloem. De heer Bloem: Voorzitter, ik wil verzet bieden tegen ontwikkelingen waarmee we het democratisch gat niet dichten, niet echt dichten. Maar alleen het legitimeren met een pleister. En dat is inderdaad het grote verhaal. Maar als wij akkoord ermee gaan en hiermee toch weer een legitimering geven aan die enorm gebrekkige regionale samenwerking, tenminste vooral gebrekkig in ieder geval in die zin dat er geen democratische controle op is. Ja, ik zit hier niet als socialist om op de winkel te passen.
Ik wil echt dat mensen meer zeggenschap krijgen over hun eigen omgeving, wat over hun gaat, over hun zorg, over de mobiliteit, over al die aspecten. En om dan akkoord te gaan met een pleistertje als weg vooruit is niet waarom ik hier zit. De voorzitter: U heeft nog een interruptie van meneer Linder. De heer Linder: Ik hoor nog geen alternatief. Wat is precies dan het alternatief wat u ziet om toch enigszins iets van een samenwerking? De voorzitter: Mijnheer Bloem.
16
De heer Bloem: Dat heb ik al genoemd het alternatief. Dat gaan we hier niet in de gemeenteraad regelen, maar we zullen echt een ander stelsel moeten hebben. Dan liever kies ik in plaats van een Provinciale Staten kies ik een MRA, waar we gewoon een gekozen volksvertegenwoordiger zit en waar ook democratische controle plaatsvindt. Dit is weer allemaal colleges die vooral onderling samenwerken met gebrekkige controle in de raad en dan nu nog twee uitgeschoven posten per raad. Daarmee fixen we het niet, we moeten het probleem bij de wortel aanpakken. Dus mijn alternatief is echt een ander stelsel. De voorzitter: Nog een laatste nabrander van meneer Trompetter. De heer Trompetter: Maar meneer Bloem, als u de stukken goed gelezen heeft dan staat er ook in dat dit gremium geen besluiten neemt. Wel besluiten voorlegt, maar zelf geen besluiten neemt. En dat is ook zeg maar vooraf vastgesteld in een eerdere discussie over dit onderwerp. De voorzitter: Mijnheer Bloem. De heer Bloem: We hebben allemaal regionale gremia die zogenaamd geen besluiten nemen. Waarvoor we heel veel geld uitgeven. En er wordt regionaal wel een hele hoop geregeld. Als wij de zorg op een bepaalde manier willen regelen, ja, maar dat moet eerst afgestemd worden. Voor de VRK, daar hebben we het net in de commissie beheer, daar geldt exact het zelfde.
Dus u kunt wel zeggen dat er formeel geen besluiten worden genomen, maar zo werkt het wel. En om dan er weer een pleistertje op te plakken, hoewel ik zeg: ik snap het, het is een klein stapje vooruit. Maar soms moet je geen kleine stapjes vooruit zetten, maar moet je echt kijken: jongens, dit systeem is kapot, hier moeten we echt wat aan gaan doen. En met een pleister legitimeren we het alleen. De voorzitter: Mijnheer IJsbrandy, u heeft een interruptie op meneer Bloem? De heer IJsbrandy: Ja, dan moet u misschien uw lijstaanvoerder, mevrouw Marijnis, eens vragen of ze niet gewoon mee wil regeren. Want dat zou misschien ook helpen dan wel. De voorzitter: Dat lijkt mij een andere discussie. De heer Bloem: Het lijkt mij een goed idee. Ik denk dat wij graag in een prachtkabinet zonder Rutte meedoen. Dat lijkt me een goed idee. De voorzitter: Nou, we worden een stuk wijzer op deze avond. U bent ook al tegen pleisters, dat is ook een duidelijk punt. Wie mag ik het woord geven op dit onderwerp? Mijnheer Rijbroek. De heer Rijbroek: Dank u wel, voorzitter. Ja, het convenant samenwerking Zuid-Kennemerland ligt voor en ik wil eigenlijk de beide sprekers van de SP en namens de andere partij toch ook eventjes iets meegeven. Beide hebben gelijk, hoezo kan dat dan? Als ik even de ervaring die ik heb bij de commissie ontwikkeling hebben wij de RES voorgelegd gekregen.
Voor de luisteraars, regionale energiestrategieën over verduurzaming. Bij die bijeenkomsten, die technische bijeenkomsten, werd ons gewoon voorgelegd de projecten die werden aangeboden bij als ik dat meen binnenlandse zaken, ter beoordeling om natuurlijk ook financiële middelen binnen te halen. Dat was al gebeurd. Dus ik geef beide gelijk. Ja, is dit de manier? Beslissen wij daar wel over? Want er staat: gemeenteraden behouden de beslissingsbevoegdheid. Dus ik heb daar een beetje moeite mee. Het tweede punt is dat wat betreft beslissingsbevoegdheid dat we als je dat verderop leest, 60 tot 80% van de
17
gevallen dat wel hebben. Dan wil ik eigenlijk wat meer weten van: welke beslissingen zijn er dan waarover en welke dan niet? Want dat wordt me daar niet in duidelijk. Voor zover. De voorzitter: Dank u wel, meneer Rijbroek. Mijnheer Linder. De heer Linder: Nou, wij van de ChristenUnie zijn voor samenwerking. We zijn op zich blij met het initiatief, met het convenant. Als die inderdaad voor meer efficiency zorgt. We vinden het ook goed dat die na anderhalf jaar gewoon geëvalueerd wordt. Natuurlijk doet het geld pijn, natuurlijk zouden we het liever niet willen uitgeven. Maar ik denk dat we over anderhalf jaar gewoon heel goed moeten kijken van: goh, heeft het dat opgeleverd wat we zochten, wat we wilden hebben? Ook dat hoeft niet per se in geheel te zijn, maar gewoon dat het dat heeft opgeleverd wat we verwacht hadden. En ja, zijn we erop vooruit gegaan om met de regio efficiënter met elkaar projecten aan te pakken of wat dan ook. De voorzitter: Dank u wel, meneer Linder. Mijnheer Groot. De heer Groot: Ja, dank u, voorzitter. In tegenstelling tot mijn buurman ben ik iets positiever over deze pleister. Ik denk dat dit een goede stap vooruit is in de samenwerking die wij met onze buurgemeenten hebben. Dus wat ons betreft akkoord en kan het als hamerstuk naar de raad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer IJsbrandy.