20210128499 5 Bijlage 4 Second Opinion Business Case
Tekst van het document
Vertrouwelijk
Second opinion businesscase warmte Schalkwijk Februari 2021
Colofon Februari 2021 Versie: 1.0 Status: Definitief
Second opinion op businesscase versie 15 februari 2021
Auteurs Fakton Energy: Paul Schrama MSc Saskia Geerts MSc Pam Engwirda MSc
2
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
2.
Conclusies en aanbevelingen
6
3.
Scope
9
4.
Methodiek rekenmodel
12
5.
Uitgangspunten
15
6.
Gevoeligheidsanalyse
28
7.
Kansen en risico’s
34
8.
Bijlagen
36
• Bijlage 1: Afkortingen en definities • Bijlage 2: Berekening gemiddeld warmteverbruik • Bijlage 3: Energietarieven • Bijlage 4: Bepaling ACM tarieven centrale aansluiting
3
1. Inleiding
Second opinion businesscase warmte Schalkwijk
Inleiding
Second opinion businesscase warmte Schalkwijk Warmtenet Schalkwijk
Vraagstelling aan Fakton
De gemeente Haarlem onderzoekt de mogelijkheden voor realisatie van een open warmtenet in Schalkwijk te Haarlem. In dat kader is een integrale businesscase opgesteld op basis van de volgende onderzoeken en businesscases:
U vroeg ons om een second opinion uit te voeren op de integrale businesscase (versie 15 februari 2021). Concreet vraagt u van ons het volgende: 1.
Beoordeel de methodiek en uitgevoerde berekeningen van de integrale businesscase. Komt het resultaat van de businesscase op de juiste manier tot stand?
• Businesscase van Over Morgen en Firan/Qirion voor transport en distributie van warmte;
2.
Beoordeel de gehanteerde uitgangspunten en aannames. Zijn deze marktconform en realistisch?
• Businesscase van Engie voor de levering van warmte.
3.
Beoordeel de volledigheid van de gevoeligheidsanalyses. Zijn de belangrijkste gevoeligheden inzichtelijk en is het berekende effect aannemelijk?
4.
Beoordeel de risico’s. Zijn alle relevante risico’s in beeld en is de veronderstelde impact van de risico’s ook aannemelijk?
• Haalbaarheidsonderzoek RHDHV naar de uitkoppeling van restwarmte vanuit het datacenter CyrusOne;
De verschillende onderdelen van de warmteketen worden vertegenwoordigd door verschillende projectpartners. Ook de per onderdeel benodigde investeringen worden door de verschillende projectpartners gedaan. De integrale businesscase laat vooralsnog een positief maar beperkt rendement op investeringen zien. Verbetering van de businesscase is noodzakelijk om tot een positief financieringsbesluit te komen door de betrokken partijen. De betrokken partijen zijn hierover met elkaar in gesprek. Ook is behoefte aan een externe beoordeling van de gevoeligheden, risico’s en optimalisatiemogelijkheden in de businesscase, ter ondersteuning van de bestuurlijke besluitvorming. 5
Opbouw van deze rapportage In het volgende hoofdstuk (H2) beschrijven wij onze conclusies en aanbevelingen. Hoofdstuk 3 gaat in op de scope van de businesscase. Daarna gaan wij in op drie afzonderlijke vragen in de daaropvolgende hoofdstukken: methodiek rekenmodel (H4), uitgangspunten (H5), gevoeligheidsanalyse (H6), en risico’s (H7). Hoofdstuk 8 bevat de bijlagen, met onder meer een overzicht van gebruikte afkortingen.
2. Conclusies en aanbevelingen
Conclusies en aanbevelingen Second opinion businesscase warmte Schalkwijk
• Warmtetarieven eindgebruikers: wij adviseren om de gevoeligheid van de warmtetarieven mee te nemen in de analyse. Verhoging of verlaging heeft aanzienlijke invloed op de opbrengsten in de businesscase. Betaalbaarheid (woonlastenneutraliteit) is daarbij wel een belangrijk aandachtspunt.
Conclusie: volledige, navolgbare en realistische businesscase met zowel kansen als risico’s De businesscase voor het warmtenet voor Schalkwijk is volledig, juist en navolgbaar opgezet. Overall bezien is sprake van realistische en marktconforme uitgangspunten. Op een paar onderdelen zien wij aandachtspunten en mogelijkheden voor optimalisaties. Wij gaan daar op in onder de gevoeligheidsanalyse en het overzicht van kansen en risico’s. Gevoeligheidsanalyse: breid uit met een aantal belangrijke gevoeligheden
• Bijdrage aansluitkosten: de bijdrage aansluitkosten bevindt zich momenteel in het midden van de bandbreedte die wij zien in vergelijkbare projecten. De bijdrage aansluitkosten lijkt daarmee in deze fase een mogelijke draaiknop, waarvan het nuttig kan zijn om inzicht te krijgen in de gevoeligheid.
De gevoeligheidsanalyse bevat een aantal belangrijke gevoeligheden. Wij adviseren om een aantal gevoeligheden uit te breiden of toe te voegen die inzicht geven in aspecten die voor deze businesscase in deze fase relevant zijn:
• Warmteverlies: in de ontwerpfase van projecten is het warmteverlies vaak een onzekere factor. Het warmteverlies heeft invloed op de kosten in de businesscase. Wij adviseren om het warmteverlies als gevoeligheid mee te nemen.
• Investeringen transportnet: wij adviseren om deze gevoeligheid uit te breiden en ook de investeringen in de transportleidingen in de wijk mee te nemen, zodat er inzicht is in de gevoeligheid van alle investeringskosten.
• Ontwikkelkosten: de ontwikkelkosten zijn doorgaans onzeker. Wij adviseren om deze in de gevoeligheidsanalyse te betrekken, zodat inzicht ontstaat in het effect hiervan.
• SDE: toekenning van SDE is onzeker. Wij adviseren om de gevoeligheid hiervan in beeld te brengen. 7
Conclusies en aanbevelingen Second opinion businesscase warmte Schalkwijk Kansen en risico’s: voldoende in verhouding, nader onderzoeken
Wij adviseren om beide nader te onderzoeken om het effect van de kansen en risico’s in beeld te brengen. Veel van deze punten zijn in beeld bij de stellers van de businesscase; wij hebben begrepen dat naar de meeste punten momenteel nader onderzoek plaatsvindt.
Wij zien zowel kansen voor optimalisatie van de businesscase als risico’s. Het schema op de volgende pagina geeft dit weer. De kansen en risico’s lijken in voldoende mate in verhouding tot elkaar te staan. KANSEN
RISICO’S
• Optimalisatie investeringskosten: overall bezien achten wij de investeringskostenraming realistisch in deze fase van het project. Onze ervaring is dat meer ontwerpdefinitie er in volgende fasen voor kan zorgen dat meer duidelijkheid ontstaat over de daadwerkelijk te verwachten investeringskosten. Als gevolg daarvan kan de onzekerheidsmarge afnemen, waardoor investeringskosten mogelijk geoptimaliseerd kunnen worden. • Fiscale optimalisatie: verdere fiscale optimalisatie is mogelijk door het gebruik van EIA te optimaliseren en door rentekosten mee te nemen. • Hogere warmtevraag: mogelijk ligt de warmtevraag hoger dan nu ingeschat. Dat zou de opbrengsten in de businesscase kunnen doen toenemen. • Hogere tarieven: de warmtetarieven liggen momenteel aanzienlijk onder het wettelijk maximum. Wellicht is het mogelijk de warmtetarieven te verhogen. Belangrijk aandachtspunt is dat betaalbaarheid voor eindgebruikers niet onder druk komt te staan: nadere analyse is nodig om dit te expliciteren. • Fasering / volloop: gedetailleerder in beeld brengen van fasering van investeringen en volloop van aansluitingen kan beide meer in lijn brengen met elkaar, wat het resultaat van de businesscase doet verbeteren. • Subsidies: met uitzondering van SDE zijn subsidie momenteel nog niet meegenomen in de businesscase.
Subsidies als SAH (huursector), ISDE (particulieren) en PAW kunnen bijdragen aan een verbetering van de businesscase.
• SDE: de toekenning van SDE op productie is onzeker. Ook is optimaal gebruik van SDE waarschijnlijk niet mogelijk door de gefaseerde realisatie van de warmtepompcapaciteit. Het niet verkrijgen van SDE kan een belangrijke inkomstenbron doen wegvallen. • Inkooptarief warmte: voorgenoemd punt geldt ook voor de periode ná afloop van de SDE; onzeker is of de inkooptarieven voor die periode kunnen worden voortgezet. De onzekerheid van de kosten van de bron na 15 jaar is een belangrijk risico. • Warmteverlies: het warmteverlies zou hoger kunnen uitvallen dan vooralsnog is ingeschat. Dit kan het resultaat van de businesscase doen dalen. • Fasering aanleg transportleidingen: de aanleg van transportleidingen is nu voorzien in het eerste jaar, waarbij in het opvolgende jaar de warmtelevering aan de eerste woningen zal starten. Waarschijnlijk is er sprake van een langere aanloopperiode, waardoor opbrengsten langer op zich laten wachten. • Ontwikkelkosten: de ontwikkelkosten kunnen hoger uitvallen dan vooralsnog voorzien. Dat geldt voornamelijk voor de ontwikkelkosten van de netten. Hogere ontwikkelkosten drukken het resultaat van de businesscase. • Leegstand / debiteurenrisico: op dit moment is geen rekening gehouden met mogelijke leegstand en een debiteurenrisico. Beiden zorgen voor lagere opbrengsten.
Wij verwachten dat in overleg met de woningcorporaties een goede inschatting te maken is hiervoor.
8
3. Scope
Warmtenet Schalkwijk
CyrusOne (C1)
Scope
Warmtenet Schalkwijk Om de wijk Schalkwijk van warmte te voorzien, overweegt Gemeente Haarlem een warmtenet te realiseren. De warmte is afkomstig uit de volgende bronnen: 1) restwarmte uit een datacenter van CyrusOne (C1) in Polanenpark, 2) warmte uit warmtepompen op de AWZI-locatie en 3) piekwarmte uit groengasketels.
Het aansluiten van het vastgoed begint bij meergezinswoningen (MGW) van de woningcorporaties. Het vastgoed komt uit de jaren ‘60 – ’80 en is veelal nog matig geïsoleerd. Als eerst wordt de wijk Meerwijk aangesloten (cluster 1). In deze wijk worden 1.9081 woningen aangesloten op het warmtenet. Daarna worden de andere clusters aangesloten, wat samen uitkomt op een totaal van 5.1172 woningen. Na het aansluiten van deze 5.117 woningen worden er plannen opgezet voor de verdere uitrol van het warmtenet. Daarbij gaat het ook om ander vastgoed zoals VvE’s, grondgebonden woningen van zowel corporaties als particulieren en utiliteitsbouw.
MGW
Centraal
Individueel
Totaal
2.358
2.759
5.117
1 Gebaseerd op Masterplan Warmtenet Schalkwijk van gemeente Haarlem 2 Gebaseerd op data in businesscase
AWZI-locatie
10
Scope
Warmtenet Schalkwijk Het warmtenet wordt gedimensioneerd op midden-temperatuur. Op koude dagen voldoet echter de huidige isolatiegraad, in combinatie met de huidige warmteafgiftesystemen in de woningen, niet. Om die reden wordt op koude dagen extra bijgestookt. De aankomende jaren zullen de woningcorporaties het vastgoed verduurzamen zodat de aanvoertemperatuur stapsgewijs kan worden verlaagd naar de beoogde midden-temperatuur.
11
4. Methodiek rekenmodel
Second opinion op opbouw, functionaliteit en modeltechnische werking
Methodiek rekenmodel
Second opinion op opbouw, functionaliteit en modeltechnische werking In dit hoofdstuk beschrijven wij onze second opinion op de methodiek en het rekenmodel van de businesscase. We kijken naar de opbouw, functionaliteit en modeltechnische werking.
De businesscase maakt nog geen onderscheid in eigen en vreemd vermogen. In deze fase van verkenning van de financiële haalbaarheid van de businesscase is dat geen vereiste: het rendement op de kasstromen geeft inzicht in de algehele financiële haalbaarheid.
Methodiek rekenmodel: volledig, juist en goed navolgbaar
De deelbusinesscases kennen realistische beschouwingstermijnen van 15 jaar voor Productie en 35 jaar voor Transport en distributie en Levering en piekvoorziening.
Het model bestaat uit drie deelbusinesscases, die zijn samengevoegd tot een integrale businesscase: • Productie (datacenter) en transport naar AWZI
RESULTATENREKENING
KASSTROOMOVERZICHT
• Transport en distributie
Omzet Inkoopkosten Operationale kosten EBITDA
Resultaat Afschrijvingen Rentekosten Kasstroom uit operationele activiteiten
Afschrijvingen Rentekosten EBT
Investeringen Herinvesteringen Kasstromen uit investeringsactiviteiten
Vennootschapsbelasting Resultaat
Bijdrage aansluitkosten Kasstromen uit financieringsactiviteiten
• Levering en piekvoorziening De deelbusinesscases en integrale businesscase volgen allemaal dezelfde opbouw bestaande uit een resultatenrekening, kasstroomoverzicht en balans. Deze opbouw is goed navolgbaar en bevat alle componenten die nodig zijn om te komen tot een volledige doorrekening van de businesscase. Het overzicht hiernaast geeft de opbouw van de businesscase weer. Het schema op de volgende pagina geeft de drie deelbusinesscases weer en de relatie daartussen.
Kasstromen uit eigen vermogen
13
NCW IRR (rendement)
Methodiek rekenmodel
Second opinion op opbouw, functionaliteit en modeltechnische werking PRODUCTIE
TRANSPORT EN DISTRIBUTIE
LEVERING EN PIEKVOORZIENING
Demarcatie: Uitkoppeling van warmte van het datacenter (CyrusOne) en aanleg van transportleiding van CyrusOne naar AWZI-locatie
Demarcatie: Aanleg van warmteinfrastructuur van de AWZI-locatie tot en met de afleversets in de woningen.
Demarcatie: Realisatie van piekvoorziening met groengasketels. Inkoop van warmte en transport. Levering van warmte aan eindgebruikers.
Investeringen: Uitkoppeling datacenter Warmtepompen Transport CyrusOne naar AWZI-locatie
Investeringen Transport- en distributieleidingen Onderstations Afleverstations (centraal) Afleversets (individueel)
Investeringen: Piekvoorziening groengasketels
Omzet: Verkoop van warmte (€10/GJ) Inkomsten uit SDE (€7,78/GJ)
Omzet: Transportvergoeding variabel (€8/GJ) Vast transporttarief individueel (€150/won.) Vast transporttarief centraal (€9,60/kW) Huur afleversets (€103,72/won.)
Omzet: Verkoop warmte, variabele ink. (€20,20/GJ) Vaste inkomsten individueel (€287,73/won.) Vaste inkomsten centraal (€13,50/kW)
Kosten: Elektriciteit Operationele kosten
Kosten: Pompkosten Warmteverliezen Operationele kosten System operation
Kosten: Marge (€1,05/GJ) Inkoop warmte datacenter (€10/GJ) Kosten opwek piekwarmte groengasketels Variabele kosten transport (€8/GJ) Vaste kosten transport individueel (€150/won.) Vaste kosten transport centraal (€9,60/kW) Gasaansluiting Onderhoud Meet- en administratiekosten
BAK individueel: €6.500/won. BAK centraal: €2.500/won.
BAK individueel: €1.000/won. BAK centraal: €1.000/won.
14
5. Uitgangspunten
Second opinion op juistheid, realiteit en marktconformiteit
Uitgangspunten
Second opinion op juistheid, realiteit en marktconformiteit In dit hoofdstuk beschrijven wij onze second opinion op de uitganspunten zoals gehanteerd in de businesscase van Schalkwijk. Wij behandelen achtereenvolgens verschillende uitgangspunten.
Warmteverlies: aanname aan de onderkant van de bandbreedte Bij het transport van warmte van de bron naar de eindgebruikers gaat warmte verloren. Dit is het warmteverlies. In de businesscase is onderscheid gemaakt in het warmteverlies voor individuele aansluitingen (waarbij warmte wordt afgeleverd bij de woningen) en centrale aansluitingen (waarbij warmte wordt afgeleverd bij een centraal afleverstation):
Warmtevraag: conservatief ingeschat De warmtevraag per type woning zoals gehanteerd in de businesscase zijn de volgende:
• MGW individuele aansluiting: 7 GJ/woning/jr
• MGW individuele aansluiting: 29,3 GJ/woning
• MGW centrale aansluiting: 6 GJ/woning/jr
• MGW centrale aansluiting: 28,2 GJ/woning
Terugrekenend naar een percentage komt het warmteverlies op 17 tot 19%:
Gelet op het bouwjaar van het vastgoed in de wijk (voornamelijk 1965) achten wij de inschatting voor de warmtevraag aan de conservatieve kant. Op basis van kengetallen schatten wij de gemiddelde warmtevraag in op circa 39 GJ/woning (zie bijlage 2).
• MGW individuele aansluiting: 19,3% • MGW centrale aansluiting: 17,5%
Het warmteverlies per type woning blijft gelijk over de tijd. Aangezien de warmtevraag licht afneemt, nemen de warmteverlies percentages licht toe in de tijd.
Aanname is dat vastgoedeigenaren in de loop der tijd isolatiemaatregelen zullen uitvoeren waardoor de warmtevraag daalt. Ook is aangenomen dat het aantal graaddagen afneemt in de tijd als gevolg van klimaatverandering. De geschatte afname in warmtevraag per jaar is 0,70%. Dit lijkt ons een realistische aanname.
Het warmteverlies bevindt zich aan de onderkant van de bandbreedte van wat wij doorgaans in businesscases terugzien: 15 tot 30%. 16
Uitgangspunten
Second opinion op juistheid, realiteit en marktconformiteit Investeringen productie: grotendeels marktconform
De investeringskosten voor de overige onderdelen en de ontwikkelkosten achten wij marktconform in deze fase van het project.
In onderstaande tabel geven wij de investeringen weer zoals die zijn opgenomen in de businesscase productie. De investeringskosten in de transportleiding achten wij aan de onderkant van de marktconforme bandbreedte. Wij vermoeden dat voor het passeren van (water)wegen boringen nodig zijn die kostenverhogend werken. Eenheid
Prijs per eenheid
Totaal
Investeringskosten warmtepompen
8 MWth
€ 375.000/MWth
€ 3.000.000
Investering transportleiding (ongeïsoleerde PE- of PVC-leiding)
3.533 m1
€ 708,- / m1
€ 2.500.000
Investering elektriciteitsaansluiting
€ 421.667
Investeringskosten WP-gebouw
€ 750.000
Investeringskosten (transport)pompen warmte-uitkoppeling en LT-net
€ 250.000
Leidingwerk en warmte-uitkoppeling
€ 350.000
Totale investeringskosten
€ 7.271.667
% van investering
Ontwikkelkosten
€ 1.500.000
20,6%
17 Bedragen excl. btw en prijspeil 2021, tenzij anders vermeld
Uitgangspunten
Second opinion op juistheid, realiteit en marktconformiteit Investeringen transport en distributie: marktconform
De investeringen in distributie achten wij aan de onderkant van de marktconforme bandbreedte. Op totaalniveau bezien achten wij de investeringsbedragen van realistisch niveau in deze fase van het project.
In onderstaande tabel geven wij de investeringen weer zoals gehanteerd in de businesscase transport en distributie.
De ontwikkelkosten bedragen 3,3% van de totale investeringskosten voor deze businesscase. De ontwikkelkosten lijken daarmee laag ingeschat.
De investeringen in de tracés achten wij aan de bovenkant van de marktconforme bandbreedte. Wij zien investeringsbedragen van €1.500 tot €2.100 per m1. Eenheid
Prijs per eenheid
Totaal
Investering distributienet (incl. onderstation)
5.117 woningen
€ 3.500/woning
€ 17.909.500
Investering inpandige distributie en afleversets
2.759 woningen
€ 3.500/woning
€ 9.656.500
2.063 m1
€ 1.987/m1
€ 4.100.000
Investering tracé groen (winkelcentrum naar cluster 2)
491 m1
€ 2.648/m1
€ 1.300.000
Investering tracé roze (van Azieweg langs cluster 3)
586 m1
€ 2.048/m1
€ 1.200.000
Investering tracé zwart (van cluster 2 naar cluster 5)
897 m1
€ 2.006/m1
€ 1.800.000
Investering tracé blauw (van cluster 2 naar cluster 6)
700 m1
€ 2.286/m1
€ 1.600.000
Investering tracé geel (vanaf AWZI naar Meerwijk)
Totale investeringskosten
€ 38.866.000
% van investering
Ontwikkelkosten
€ 1.300.000
3,3%
18 Bedragen excl. btw en prijspeil 2021, tenzij anders vermeld
Uitgangspunten
Second opinion op juistheid, realiteit en marktconformiteit Investeringen levering en piekvoorziening: marktconform
De groengasketels vervullen primair de rol van piekvoorziening: in situaties waarin tijdelijk veel warmtevraag ontstaat voorzien de ketels in de extra vraag.
In onderstaande tabel geven wij de investeringen weer zoals aangehouden in de businesscase levering en piekvoorziening.
De groengasketels vervullen ook een gedeeltelijke rol als back-up voorziening. Het opgestelde vermogen van de groengasketels is 18MW. Het totale piekvermogen van het aan te sluiten woningprogramma schatten wij op 30MW (6kW/won. en 5.117 woningen). Wij hebben begrepen dat geen volledige back-upvoorziening nodig is vanwege de modulaire plaatsing van de warmtepompen, waardoor bij uitval van een warmtepomp de rest blijft doordraaien.
Wij achten de gehanteerde investeringskosten en ontwikkelkosten marktconform.
Investering groen gasketels (incl. gebouw)
Eenheid
Prijs per eenheid
Totaal
18 MW
€ 130.000/MW
€ 2.340.000
Investering gasaansluiting
€ 100.000
Totale investeringskosten
€ 2.940.000
% van investering
€ 500.000
17,0%
Ontwikkelkosten 19 Bedragen excl. btw en prijspeil 2021, tenzij anders vermeld
Uitgangspunten
Second opinion op juistheid, realiteit en marktconformiteit Afschrijftermijnen en herinvesteringen: realistische aannames Onderstaande tabel geeft de afschrijftermijnen weer zoals gehanteerd voor de verschillende onderdelen in de businesscases. Daar waar een herinvestering plaatsvindt is dit ook weergegeven. De afschrijftermijnen en herinvesteringen zijn realistisch.
Onderdeel
Businesscase
Ontwikkelkosten
Afschrijftermijn
Eenheid
Prijs per eenheid
Herinvestering
% van aanvangsinvestering
2.759 woningen
€ 1.000/woning
€ 2.759.000
100 %
18 MW
€ 90.000/MW
€ 1.620.000
69%
15 jr
Afleverset
Transport en distributie
15 jr
Warmtepompen
Productie
15 jr
Transport-, distributie- en aansluitleidingen
Transport en distributie
30 jr
Bijdrage aansluitkosten/PAW-subsidie
30 jr
Groen gasketels
Levering en productie
15 jr
Overige assets
Transport en distributie, levering en productie
30 jr
Overige assets
Productie
15 jr 20
Bedragen excl. btw en prijspeil 2021, tenzij anders vermeld
Uitgangspunten
Second opinion op juistheid, realiteit en marktconformiteit Inkooptarief warmte: afhankelijkheid toewijzing SDE
Alternatief is het stapsgewijs aanvragen van SDE, waarbij het risico bestaat dat SDE voor de eerste warmtepompen wel wordt toegewezen, maar voor de latere warmtepompen niet. Het lijkt ons raadzaam om dit nader te onderzoeken. Wij hebben begrepen dat dit aspect in onderzoek is.
De businesscase productie gaat uit van een vergoeding van verkoop warmte van €10/GJ, aangevuld met een vergoeding uit SDE van €7,78/GJ. Toekenning van SDE geschied op basis van de mate van CO2 reductie: initiatieven die meer CO2 reductie opleveren komen eerder in aanmerking. Als gevolg daarvan is de toewijzing voor SDE voor warmteoplossingen onzeker. Het risico bestaat dat SDE niet wordt toegewezen, waardoor deze opbrengsten wegvallen en het resultaat van de businesscase onder druk komt te staan.
Energietarieven voor warmtepompen en piekvoorziening: marktconforme uitgangspunten De businesscase bevat uitgangspunten voor energietarieven. Enerzijds voor elektratarieven voor de warmtepompen en pompenergie. Anderzijds gastarieven voor de piekvoorziening. De tarieven zoals gehanteerd namen wij op in bijlage 3. De energietarieven zijn marktconform en worden vermeerderd met de geldende wettelijke energiebelastingen en opslag duurzame energie. Voor de wettelijke energiebelastingen en opslag duurzame energie wordt gebruik gemaakt van de belastingtarieven van 2020. Overweging is om dit te actualiseren naar de tarieven van 2021. Wij verwachten dat actualisatie hiervan geen groot effect heeft op het resultaat van de businesscase.
SDE: onderzoek nodig naar optimale wijze van aanvragen De realisatie van de warmtepompen zal gefaseerd plaatsvinden. De businesscase gaat uit van realisatiemomenten in 2021, 2023 en 2029. SDE wordt toegewezen voor een periode van 15 jaar. Bij het in één keer aanvragen van SDE voor alle warmtepompen verwachten wij dat de SDE-periode gaat lopen vanaf 2021 en 15 jaar later afloopt. In dat geval zou de SDE in 2036 aflopen, als gevolg waarvan de investeringen in de warmtepompen in 2023 en 2029 maar beperkt van SDE gebruik kunnen maken. 21
Uitgangspunten
Second opinion op juistheid, realiteit en marktconformiteit Warmtetarieven eindgebruikers: biedt mogelijk ruimte voor extra opbrengsten
Individuele aansluitingen
Betaalbaarheid (woonlastenneutraliteit) is een belangrijk aandachtspunt bij businesscases warmte: betaalbare energietarieven zijn noodzakelijk voor het overtuigen van eindgebruikers om de overstap te maken van gas naar warmte. De warmtetarieven voor zowel individuele als centrale aansluitingen liggen ruim onder het wettelijk maximum. Een vergelijkende analyse naar de betaalbaarheid voor eindgebruikers maakt geen onderdeel uit van deze second opinion. In recente businesscases zien wij dat kortingen van minimaal 10% ten opzichte van ACM-tarieven nodig zijn om voor individuele aansluitingen te komen tot een energierekening die vergelijkbaar is met die van de huidige situatie op gas. De in de businesscase gehanteerde tarieven lijken daar ruim aan te voldoen. Mogelijk zijn hogere warmtetarieven te realiseren om zo meer opbrengsten in de businesscase te genereren. Nader onderzoek is nodig om de mogelijkheden daarvoor vast te stellen.
Businesscase (incl. BTW)
ACM max. (incl. BTW)
Verschil %
Variabel tarief
€/GJ
€ 24,21
€ 25,51
-5,0%
Vastrechttarief
€/aansluiting/jr
€ 321,451
€ 478,60
-32,8%
Meetkosten
€/weq/jr
€ 26,83
€ 26,83
0%
Afleverset
€/weq/jr
€ 125,50
€ 125,50
0%
Businesscase (incl. BTW)
ACM max. (incl. BTW)
Verschil %
Centrale aansluitingen
Variabel tarief
€/GJ
€ 24,21
€ 25,51
-5,0%
Vastrechttarief
€/kW/jr
€ 16,33
€ 21,012
-22,3%
1 In businesscase bevat het vastrechttarief voor de individuele aansluiting ook de
meetkosten en komt daarmee op €348,28/aansluiting/jr. Wij corrigeerden het vastrechttarief om vergelijking met de wettelijke ACM-tarieven mogelijk te maken. 2 Bijlage 4 beschrijft de berekening van het maximale ACM vastrechttarief voor een
22
centrale aansluiting. Wij zijn hierbij uitgegaan van de aanname dat de gemiddelde centrale aansluiting een vermogen heeft van 620 kW (zie bijlage 4).
Uitgangspunten
Second opinion op juistheid, realiteit en marktconformiteit Hoogte bijdrage aansluitkosten: midden van de bandbreedte Onderstaande tabel geeft de bijdrage aansluitkosten (BAK) weer zoals deze in de businesscase zijn meegenomen. De businesscase maakt onderscheid in een bijdrage aansluitkosten voor individuele aansluitingen en centrale aansluitingen. Dat onderscheid komen wij vaker tegen en lijkt ons een realistisch uitgangspunt: realisatie van een individuele aansluiting vraagt doorgaans hogere investeringen dan realisatie van een centrale aansluiting. Zowel in de businesscase Transport en distributie als in de businesscase Levering en productie (piekvoorziening) is een bijdrage aansluitkosten opgenomen. De totale bijdrage aansluitkosten valt in het midden van de bandbreedte die wij voor bijdrage aansluitkosten tegenkomen in andere businesscases. Een eventuele verhoging van de bijdrage aansluitkosten kan de financiële haalbaarheid van het project vergroten. BAK (excl. btw)
Transport en distributie
Levering en productie
Totaal BAK
MGW individueel
€ 6.500
€ 1.000
€ 7.500
MGW centraal
€ 2.500
€ 1.000
€ 3.500 23
Bedragen excl. btw en prijspeil 2021, tenzij anders vermeld
Uitgangspunten
Second opinion op juistheid, realiteit en marktconformiteit Operationele kosten: aan bovenkant van bandbreedte
Operationele kosten
De tabel hiernaast geeft de percentages weer die zijn gebruikt voor de bepaling van de operationele kosten en de grondslag waarover deze percentages worden gerekend.
Productie
Een aantal percentages achten wij aan de hoge kant: • De percentages voor transportnetten en distributieleidingen van 1,50% en 2,00% achten wij aan de hoge kant. Wij zien hier percentages van 0,50% tot 1,50%.
Transportleiding (C1-AWZI)
1,50 %
% van CAPEX
Pompen
3,00 %
% van CAPEX
Uitkoppeling / overige leidingwerk
2,00 %
% van CAPEX
Warmtepompen
6,00 %
% van CAPEX
WP gebouw
1,50 %
% van CAPEX
• Ook het percentage voor de warmtepomp van 6,00% achten wij aan de hoge kant. Wij zien hier percentages van 2,50% tot 5,00%.
Transport & distributie Transportnet
2,00 %
% van CAPEX leidingwerk
• Het percentage voor het warmtepompgebouw lijkt ons aan de hoge kant.
Distributienet (incl. onderstation t/m aansluitingen)
2,00 %
% van CAPEX aansluitingen
De overige percentages achten wij realistisch.
Inpandige installaties
2,00 %
% van CAPEX pompen etc.
3,00 %
% van herinvestering groen gasketels / jr.
Productie (piekvoorziening) Groen gasketels
24
Uitgangspunten
Second opinion op juistheid, realiteit en marktconformiteit Fasering en volloop: realistische uitgangspunten, wellicht optimalisatie mogelijk
Fasering/volloop en investeringen
De grafiek hiernaast laat de fasering van de investeringen en de volloop van het aantal aansluitingen zien. Hierbij zijn de investeringen geplot op de linker as en het aantal aansluitingen op de rechter as.
20.000.000
De investeringen vinden plaats over een periode van 2021 tot en met 2032, met een piek tussen 2021 tot en met 2024. Vanaf 2037 zijn ook investeringen opgenomen; dit betreft herinvesteringen in systeemonderdelen met een afschrijftermijn van 15 jaar. De volloopperiode is 15 jaar, van 2021 tot en met 2036. Na 10 jaar, in 2032, zijn de meeste woningen aangesloten.
14.000.000
De realisatie van de transportleidingen is nu voorzien in één jaar. Realistischer is spreiding over meerdere jaren. Anderzijds vermoeden wij dat optimalisatie van de investeringsplanning mogelijk is, zodat investeringen en volloop nog meer gelijke tred houden. Ook is wellicht versnelling van de volloop mogelijk, wat het resultaat van de businesscase kan verbeteren.
6.000
18.000.000
Investeringskosten (€)
4.000
12.000.000 10.000.000
3.000
8.000.000 2.000
6.000.000
4.000.000
Aantal aansluitingen
5.000
16.000.000
1.000
2.000.000 -
-
Kasstromen uit investeringsactiviteiten | integraal
Aantal nieuwe woningen - MGW collectief (woco)
Aantal nieuwe woningen - MGW individueel (woco)
Totaal aantal nieuwe aanlsuitingen (cumulatief)
25 Bedragen excl. btw en prijspeil 2021, tenzij anders vermeld
Uitgangspunten
Second opinion op juistheid, realiteit en marktconformiteit Indexatie: realistische aannames De businesscase gaat uit van onderstaande indices. De tabel presenteert ook welke onderdelen worden geïndexeerd en met welke index. Wij achten dit realistische aannames.
Indexaties
Toegepast op
Kale aardgastarief
1,50%
Kale aardgastarief
Kale elektriciteitsprijs
1,50%
Inkoopprijs kale elektriciteit
Correctiebedrag SDE++ subsidie
1,50%
SDE++ bijdrage
EB
1,80%
Inkoopkosten groengas, Inkoopkosten elektriciteit
ODE
1,80%
Inkoopkosten groengas, Inkoopkosten elektriciteit
CPI
1,80%
Warmtetarieven eindgebruikers, transportkosten, huurkosten afleverset, onderhoudskosten, investeringskosten, herinvesteringskosten, administratiekosten, BAK, operationalisatiekosten, inkoopkosten, periodieke vergoeding aansluitingen (gas & elektriciteit)
26
Uitgangspunten
Second opinion op juistheid, realiteit en marktconformiteit Fiscaliteit: op juiste manier meegenomen, diverse optimalisatiemogelijkheden
In de businesscase is ook rekening gehouden met toepassing van Energie Investeringsaftrek (EIA), gerekend over de investeringen in transport- en distributienetten in de businesscase Transport en distributie. Toepassing van EIA zorgt voor verlaging van de fiscale winst van die businesscase, waardoor de vennootschapsbelasting lager uitvalt. Dit is een juiste vertaling van de financiële mogelijkheden van de EIA.
In de businesscase is rekening gehouden met vennootschapsbelasting. Onderstaande tabel geeft de uitgangspunten van de vennootschapsbelasting weer zoals die zijn gebruikt in de businesscase. 2021
2022 en verder
Eerste schijf (tot € 395.000)
16,50%
25,00%
Tweede schijf (> € 395.000)
15,00%
25,00%
Wellicht is optimaler gebruik te maken van EIA. De fiscale winst van de businesscase Transport en distributie is in de eerste periode beperkt of zelfs negatief, waardoor toepassing van EIA weinig tot geen effect heeft. Wellicht is het mogelijk om de businesscase Transport en distributie onderdeel uit te laten maken van een andere onderneming, zodat de EIA verrekend kan worden met winsten van die onderneming. Op die manier is het mogelijk om het financiële voordeel uit EIA te vergroten.
De schijfgrens voor vennootschapsbelasting ligt momenteel op €245.000 en het tarief voor de eerste schijf is 15,00%. Aanpassing hiervan heeft echter geen fundamenteel effect op het resultaat van de businesscase. In de businesscase is rekening gehouden met carry forward: het verrekenen van verliezen in enig jaar met winsten in maximaal zes daaropvolgende jaren. Dat is een juiste en gedetailleerde wijze voor het bepalen van de te verwachten vennootschapsbelasting. 27
Op dit moment is de verdeling van vreemd vermogen en eigen vermogen nog niet aangegeven. Daardoor zijn nog geen rentekosten over vreemd vermogen meegenomen in de businesscase. Het expliciteren van de verhouding van vreemd vermogen en eigen vermogen maakt het mogelijk om rentekosten te bepalen die in mindering komen op de fiscale winst, waardoor de vennootschapsbelasting afneemt en het resultaat van de businesscase verbetert.
6. Gevoeligheidsanalyse
Gevoeligheidsanalyse
Belangrijkste gevoeligheden en effecten In dit hoofdstuk geven wij onze second opinion op de uitgevoerde gevoeligheidsanalyses in de businesscase. De businesscase bevat twee gevoeligheidsanalyses: één gericht op gevoeligheden die spelen vóór de financial close (technische optimalisatie en investeringskosten) en één gericht gevoeligheden die spelen ná de financial close (indices en operationele kosten).
Wij beoordelen of de belangrijkste gevoeligheden in beeld zijn gebracht en of het effect van de gevoeligheden aannemelijk is. Gevoeligheidsanalyse vóór financial close (technische optimalisatie en investeringskosten) Onderstaande tabel geeft weer welke gevoeligheden in beeld zijn gebracht in de businesscase. Wij gaan hierna puntsgewijs in op de gevoeligheden.
Omschrijving gevoeligheid
Base Case Verandering
% hogere(+) / lagere(-) investeringskosten transportleiding (AWZI - Schalkwijk) Investering distributienet (incl. onderstation) - MGW (woco) Investering gebouw - MGW individueel (woco) SCOP warmtepomp % productievermogen warmtepompen van totaal benodigd vermogen % productievermogen groen gasketels van totaal benodigd vermogen % warmteproductie warmtepompen van totaal warmteproductie (AWZI locatie) Scenario volloop (0 = normaal, 1 = versneld) Upside meerdere aansluitingen
% Euro / woning / weq Euro / woning kWh_th / kWh_e % % % 0 of 1 0 of 1
Rendement op eigen vermogen | integraal
%
3,500 3,500 4.5 30.00% 70.00% 80.00% -
3.6% 29
10.00% 4,000 4,000 5.4 50.00% 50.00% 90.00% 1 1
Effect rendement -0.4% -1.0% -0.5% 0.4% -0.6% 0.7% 2.0%
Gevoeligheidsanalyse
Belangrijkste gevoeligheden en effecten • SCOP warmtepomp: deze gevoeligheid ziet toe op een verbetering van het rendement van de warmtepompen. De doorgerekende gevoeligheid lijkt ons realistisch.
Gevoeligheidsanalyse vóór financial close (technische optimalisatie en investeringskosten) (vervolg) • Investeringskosten transportleidingen: deze gevoeligheid ziet toe op de investeringen in de hoofdtransportleidingen van de AWZI-locatie de wijk in. Daarbij is de gevoeligheid in beeld gebracht van een verhoging van 10%. Wij denken dat het in dit stadium van het project belangrijk is om de gevoeligheid van de investeringen in alle transportleidingen in beeld te brengen, inclusief de transportleiding van CyrusOne naar de AWZI-locatie. Daarbij schatten wij in dat een bandbreedte van +/25% passend is bij de mate van ontwerpdefinitie.
• Productievermogens en verdeling warmteproductie: deze gevoeligheid ziet toe op een andere verdeling van het productievermogen tussen de warmtepompen en de groengasketels en de hoeveelheid warmte die geproduceerd wordt door de warmtepompen. De doorgerekende gevoeligheid lijkt ons realistisch. • Volloop: deze gevoeligheid ziet toe op de versnelling van de volloop. Daarbij is uitgegaan van versnelling van 6 jaar: volloop tot en met 2030 in plaats van tot en met 2036. Dit lijkt ons een relevante en realistische gevoeligheidsanalyse.
• Investeringskosten distributienet: deze gevoeligheid ziet toe op de investeringen in distributienetten en onderstations in de wijk. Hier is een kostenstijging van 14% doorgerekend. Ook hier schatten wij in dat een bandbreedte van +/- 25% passend is bij de huidige mate van ontwerpdefinitie.
• Upside meerdere aansluitingen: deze gevoeligheid ziet toe op het effect van meer aansluitingen. Daarbij is uitgegaan van toevoeging van 882 meergezinswoningen (VvE’s) en 9 grootverbruikersaansluitingen. Deze gevoeligheid lijkt ons zeer relevant om inzicht te geven in de mogelijkheden van schaalvergroting en verdichting. Wij kunnen niet inschatten in hoeverre de toevoeging van aansluitingen vraagt om uitbreiding van het systeemontwerp en of dat juist is meegenomen.
• Investeringskosten gebouw: deze gevoeligheid ziet toe op de investeringen in de gebouwen (inpandige distributie en afleversets). Ook hier is een kostenstijging van 14% doorgerekend. Ook hier schatten wij in dat een bandbreedte van +/- 25% passend is bij de huidige mate van ontwerpdefinitie. 30
Gevoeligheidsanalyse
Belangrijkste gevoeligheden en effecten • Indexaties: deze gevoeligheden zien toe op de gevoeligheid van indexering van CPI, aardgastarieven en elektriciteitsprijzen. Voor CPI is gerekend met een bandbreedte van +/-0,50%. Voor de gastarieven is alleen gerekend met een hogere prijsstijging. Voor elektra is gerekend met een bandbreedte van +/-1,00%. Wij achten deze uitgangspunten realistisch.
Gevoeligheidsanalyse ná financial close (indices en operationele kosten) Onderstaande tabel geeft weer welke gevoeligheden in beeld zijn gebracht in de businesscase. In deze gevoeligheidsanalyse is zowel een verandering omlaag als omhoog doorgerekend. Dit is beide weergegeven in onderstaande tabel. Wij gaan hierna puntsgewijs in op de gevoeligheden.
Omschrijving gevoeligheid Base Case
Indexatiepercentage CPI Indexatiefactor kale aardgastarief Indexatiefactor kale elektriciteitsprijs OPEX inpandige installaties | t&d OPEX transportnet | t&d OPEX distributienet (incl. onderstation t/m aansluitingen) | t&d
Rendement op eigen vermogen | integraal
Verandering hoog
Verandering laag
Effect rendement hoog
Effect rendement laag
% / jr. % / jr. % / jr. % van CAPEX pompen etc. % van CAPEX leidingwerk % van CAPEX aansluitingen
1.80% 1.50% 1.50% 2.00%
2.30% 3.00% 2.50% 2.50%
1.30% 0.50% 1.50%
0.6% -0.3% -0.1%
-0.6% 0.2% 0.1%
2.00% 2.00%
2.50% 2.50%
1.50% 1.50%
-1.4%
1.1%
%
3.6% 31
Gevoeligheidsanalyse
Belangrijkste gevoeligheden en effecten Gevoeligheidsanalyse ná financial close (indices en operationele kosten) (vervolg)
Compleetheid gevoeligheidsanalyse: mogelijke toevoegingen De gevoeligheidsanalyse bevat een aantal belangrijke gevoeligheden. Op basis van onze second opinion en ervaring met vergelijkbare businesscases adviseren wij de volgende gevoeligheden toe te voegen aan de analyse:
• Operationele kosten: deze gevoeligheden zien toe op het effect van hogere of lagere operationele kosten. Daarbij is gerekend met een bandbreedte van +/- 1,00%. Wij achten deze gevoeligheid relevant en denken dat het zinvol is om ook de operationele kosten voor andere systeemonderdelen, zoals de warmtepompen, mee te nemen. Wij denken dat de onderkant van de bandbreedte lager kan liggen om zo een weerspiegeling te geven van de mogelijke optimalisatie van operationele kosten.
• SDE: deze gevoeligheid ziet toe op het effect van wel /niet verkrijgen van SDE voor de businesscase productie. De toekenning van SDE is onzeker. Daardoor is het belangrijk om inzicht te krijgen in het effect van de SDE op de businesscase. • Warmtetarieven eindgebruikers: deze gevoeligheid ziet toe op het effect van hogere of lagere warmtetarieven. De businesscase gaat uit van warmtetarieven die onder het wettelijk maximum liggen. Door toevoeging van deze gevoeligheid ontstaat inzicht in het effect van mogelijke verhoging van de warmtetarieven. Aandachtspunt daarbij is de betaalbaarheid voor eindgebruikers: voor draagvlak is het belangrijk dat de warmtetarieven dusdanig zijn dat sprake is van een concurrerend aanbod.
32
Gevoeligheidsanalyse
Belangrijkste gevoeligheden en effecten Compleetheid gevoeligheidsanalyse: mogelijke toevoegingen (vervolg) • Bijdrage aansluitkosten: deze gevoeligheid ziet toe op het effect van een hogere of lagere bijdrage aansluitkosten op het rendement van de businesscase. Wij achten de bijdrage aansluitkosten in het midden van de bandbreedte die wij doorgaans tegenkomen. Een hogere of lagere bijdrage aansluitkosten is daarom een relevante gevoeligheid. • Warmteverlies: deze gevoeligheid ziet toe op het effect van het warmteverlies op de businesscase. Een hoger warmteverlies zorgt voor meer kosten in de businesscase; een lager warmteverlies juist voor minder kosten. Zeker in de ontwerpfase van projecten is het warmteverlies vaak nog onzeker. Om die reden adviseren wij om het warmteverlies als gevoeligheid toe te voegen, met een bandbreedte van +/-5%. • Ontwikkelkosten: deze gevoeligheid ziet toe op het effect van hogere of lagere ontwikkelkosten. Wij denken dat het in deze fase nog onduidelijk is wat de hoogte van de ontwikkelkosten zal zijn. Hoewel de ontwikkelkosten een beperkt deel van de totale investeringskosten uitmaken, adviseren wij om dit als gevoeligheid op te nemen. Een bandbreedte hiervan kan zijn: 15% tot 25% ontwikkelkosten als percentage van de capex. 33
7. Kansen en risico’s
Kansen en risico’s
Belangrijkste kansen en risico’s van de businesscase Kansen en risico’s: voldoende in verhouding
De kansen en risico’s lijken in voldoende mate in verhouding tot elkaar te staan. Wij adviseren om beide nader te onderzoeken om het effect van de kansen en risico’s in beeld te brengen.
In dit hoofdstuk geven wij een overzicht van de kansen en risico’s die wij zien met betrekking tot deze businesscase. Wij zien zowel kansen als risico’s. KANSEN
RISICO’S
• Optimalisatie investeringskosten: overall bezien achten wij de investeringskostenraming realistisch in deze fase van het project. Onze ervaring is dat meer ontwerpdefinitie er in volgende fasen voor kan zorgen dat meer duidelijkheid ontstaat over de daadwerkelijk te verwachten investeringskosten. Als gevolg daarvan kan de onzekerheidsmarge afnemen, waardoor investeringskosten mogelijk geoptimaliseerd kunnen worden. • Fiscale optimalisatie: verdere fiscale optimalisatie is mogelijk door het gebruik van EIA te optimaliseren en door rentekosten mee te nemen. • Hogere warmtevraag: mogelijk ligt de warmtevraag hoger dan nu ingeschat. Dat zou de opbrengsten in de businesscase kunnen doen toenemen. • Hogere tarieven: de warmtetarieven liggen momenteel aanzienlijk onder het wettelijk maximum. Wellicht is het mogelijk de warmtetarieven te verhogen. Belangrijk aandachtspunt is dat betaalbaarheid voor eindgebruikers niet onder druk komt te staan: nadere analyse is nodig om dit te expliciteren. • Fasering / volloop: gedetailleerder in beeld brengen van fasering van investeringen en volloop van aansluitingen kan beide meer in lijn brengen met elkaar, wat het resultaat van de businesscase doet verbeteren. • Subsidies: mogelijke subsidies zijn momenteel niet meegenomen in de businesscase.
Subsidies als SAH (huursector), ISDE (particulieren) en PAW kunnen bijdragen aan een haalbare businesscase.
• SDE: de toekenning van SDE op productie is onzeker. Ook is optimaal gebruik van SDE waarschijnlijk niet mogelijk door de gefaseerde realisatie van de warmtepompcapaciteit. Het niet verkrijgen van SDE kan een belangrijke inkomstenbron doen wegvallen. Dit geldt ook als de SDE voor de exploitatieperiode van 15 jaar wél wordt toegekend: de onzekerheid van de kosten van de bron na 15 jaar is een belangrijk risico. • Warmteverlies: het warmteverlies zou hoger kunnen uitvallen dan vooralsnog is ingeschat. Dit kan het resultaat van de businesscase doen dalen. • Fasering aanleg transportleidingen: de aanleg van transportleidingen is nu voorzien in het eerste jaar, waarbij in het opvolgende jaar de warmtelevering aan de eerste woningen zal starten. Waarschijnlijk is er sprake van een langere aanloopperiode, waardoor opbrengsten langer op zich laten wachten. • Ontwikkelkosten: de ontwikkelkosten kunnen hoger uitvallen dan vooralsnog voorzien. Dat geldt voornamelijk voor de ontwikkelkosten van de netten. Hogere ontwikkelkosten drukken het resultaat van de businesscase. • Leegstand / debiteurenrisico: op dit moment is geen rekening gehouden met mogelijke leegstand en een debiteurenrisico. Beiden zorgen voor lagere opbrengsten. Wij verwachten dat in overleg met de woningcorporaties een goede inschatting te maken is hiervoor.
35
8. Bijlagen
Bijlage 1: Gebruikte afkortingen Afkorting
ACM BAK CAPEX EGW EIA IRR MGW NCW OPEX SDE Vpb Weq
Beschrijving
Autoriteit Consument en Markt Bijdrage Aansluitkosten Capital Expenditures; investeringskosten Eengezinswoning (laagbouw) Energie Investeringsaftrek Internal Rate of Return Meergezinswoning (hoogbouw) Netto Contante Waarde Operating Expenditures; operationele kosten Stimulering Duurzame Energie Vennootschapsbelasting Woning Equivalent
37
Bijlage 2: Berekening gemiddeld warmteverbruik woning Schalkwijk Galerijwoning1
Appartement1
179,3 kWh/m2.jr
148,4 kWh/m2.jr
0,65 GJ/m2.jr
0,53 GJ/m2.jr
20,3 kWh/m2.jr
25,8 kWh/m2.jr
0,07 GJ/m2.jr
0,09 GJ/m2.jr
97,0 kWh/m2.jr
94,0 kWh/m2.jr
0,35 GJ/m2.jr
0,34 GJ/m2.jr
17,2 kWh/m2.jr
17,5 kWh/m2.jr
0,06 GJ/m2.jr
0,06 GJ/m2.jr
54,9 kWh/m2.jr
49,9 kWh/m2.jr
0,20 GJ/m2.jr
0,18 GJ/m2.jr
15,2 kWh/m2.jr
15,8 kWh/m2.jr
0,05 GJ/m2.jr
0,06 GJ/m2.jr
Gemiddeld (70 m2)
Verdeling (aanname)
Gemiddeld warmteverbruik
1965 – 1974 Ruimteverwarming
Warmtapwater
41,3 GJ/jr 46,9 GJ/jr
60%
28,4 GJ/jr
35%
17,2 GJ/jr
5%
5,6 GJ/jr
1975 – 1991 Ruimteverwarming
Warmtapwater
24,2 GJ/jr
4,2 GJ/jr
1992 - 2005 Ruimteverwarming
Warmtapwater
1Waarden overgenomen van Uniforme Maatlat van RVO
13,3 GJ/jr
3,9 GJ/jr 38
38,9 GJ/jr
Bijlage 3: Energietarieven Kale aardgastarief
Euro / m 3
3
3
EB op aardgas (< 170.000 m )
Euro / m 3
3
EB op aardgas (170.000 - 1.000.000 m )
Euro / m 3
3
EB op aardgas (1.000.000 - 10.000.000 m )
Euro / m
3
3
ODE op aardgas (< 170.000 m )
Euro / m 3
3
ODE op aardgas (170.000 - 1.000.000 m )
Euro / m 3
3
0,1400 0,3331 0,0644 0,0235 0,0775 0,0214
ODE op aardgas (1.000.000 - 10.000.000 m )
Euro / m
0,0212
Kale elektratarief
Euro / kWh
0,0605
EB op elektriciteit (<10.000 kWh)
Euro / kWh
0,0977
EB op elektriciteit (10.000 - 50.000 kWh)
Euro / kWh
0,0508
EB op elektriciteit (50 MWh - 10 mln. kWh)
Euro / kWh
0,0135
EB op elektriciteit (>10 mln. kWh) - zakelijk
Euro / kWh
0,0006
ODE op elektriciteit (<10.000 kWh)
Euro / kWh
0,0273
ODE op elektriciteit (10.000 - 50.000 kWh)
Euro / kWh
0,0375
ODE op elektriciteit (50 MWh - 10 mln. kWh)
Euro / kWh
0,0205
ODE op elektriciteit (>10 mln. kWh)
Euro / kWh
0,0004
Energietarieven zoals opgenomen in het rekenmodel van de businesscase
39
Bijlage 4: Bepaling ACM tarieven centrale aansluiting Berekening Vastrecht centrale aansluiting (ACM) Vastrecht - basisbedrag Vastrecht - opslag bij ASW >100 kW
32,96 EUR / mnd 1,04 EUR / kW / mnd
Meetkosten
22,17 EUR / jr
Huur afleverset Huur afleverset - Basistarief RV en tapwater
225,84 EUR / mnd
Aanvullende correcties op huur bij collectieve afleverset: 0 - 50 kW aansluiting 51 - 75 kW aansluiting 76 - 125 kW aansluiting 126 - 200 kW aansluiting 201 - 400 kW aansluiting 401 - 750 kW aansluiting 751 - 1.250 kW aansluiting 1.251 - 2.000 kW aansluiting 2.001 - 4.000 kW aansluiting 4.001 - 10.000 kW aansluiting Berekening vastrecht centrale aansluiting Aansluitwaarde Vastrecht + opslag Huur afleverset - Basistarief RV en tapwater Correctie op huur collectieve afleverset Meetkosten Vastrecht centrale aansluiting
-
De licht groene cellen in de tabel geven de input waarden weer voor het berekenen van het maximale vastrecht tarief voor een gemiddelde centrale aansluiting. Wij gaan hierbij uit van het wooncomplex aan de Florence Nightingalestraat met 94 woningen. Het totaal vermogen van de centraal aan te sluiten woningen in de businesscase is 15.563 kW. Bij een totaal van 2.358 woningen komt het gemiddelde vermogen op 6,6 kW per woning. Het vermogen van het wooncomplex aan de Florence Nightingalestraat komt daarmee op 620kW.
(44,52)EUR / mnd (17,13)EUR / mnd EUR / mnd 21,02 EUR / mnd 52,79 EUR / mnd 94,26 EUR / mnd 137,18 EUR / mnd 181,79 EUR / mnd 249,26 EUR / mnd 343,74 EUR / mnd
De donker groene cellen geven het resultaat weer van de berekening, waarbij het gemiddelde vastrecht tarief uitkomt op € 21,01/kW/jr.
620 kW 575,06 EUR / mnd 225,84 EUR / mnd 94,26 EUR / mnd 22,17 EUR / jr 10.764 EUR / jr
excl. BTW
17,36 EUR/kW/jr
excl. BTW
21,01 EUR/kW/jr
incl. BTW
Wooncomplex Florence Nightingalestraat 94 woningen
40