20210104155 1. Vervolg op Strategisch Plan Afvalscheiding
Tekst van het document
Opinienota
Onderwerp Vervolg op Strategisch Plan Afvalscheiding Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernvraag aan de commissie
2021/104155 Berkhout, R.A.H. 5.1 Openbare ruimte en mobiliteit BBOR Starreveld, D. 023-5114187 dstarreveld@haarlem.nl Het college vraagt de commissie om de uitgangspunten voor het vervolg op Strategisch Plan Afvalscheiding (SPA) aan te geven door een voorkeur aan te geven voor een van de varianten. Met het huidige SPA worden resultaten behaald overeenkomstig de prognoses voor bronscheiding. Het afvalscheidingspercentage is toegenomen van 37% in 2015 tot 49% in 2019 en het restafval per inwoner per jaar in dezelfde periode is afgenomen van 278 kg naar 213 kg in 2019. Dit komt vooral door het goede scheidingsgedrag van de Haarlemmers. Driekwart van de stad is nu voorzien van inzamelcontainers. Begin 2022 wordt dit afgerond en is de hele stad voorzien. Om verschillende redenen zijn dan de ambities nog niet geheel gerealiseerd. Nu is het moment om het plan te maken voor het vervolg. Er worden drie varianten voorgesteld. Op basis van de uitgesproken voorkeuren voor een variant wordt een opvolgend afvalplan opgesteld: SPA 2.0.
Behandelvoorstel voor de commissie
Het college stuurt de opinienota ter bespreking naar de commissie Beheer. Door nu uit de varianten voor SPA 2.0 te kiezen zal bij de bespreking van het op basis hiervan uitgewerkte afvalplan meer draagvlak bestaan bij de raad. Bij de behandeling van de Kadernota dient rekening gehouden te worden met de financiële consequenties van het nieuwe afvalplan. Hiervoor dienen de benodigde gelden gereserveerd te worden.
Kenmerk: 2021/104155
1/7
Relevante eerdere besluiten
•
•
Besluit college d.d. 16 maart 2021
Opinienota SPA (2016/148113) in de commissie Beheer van 12 mei 2016 en bij behandeling van de kadernota door de gemeenteraad op 30 juni 2016. Extra maatwerk bij implementatie SPA (2018/411308) in de commissie Beheer op 11 oktober 2018 en bij de behandeling van de programmabegroting door de gemeenteraad op 29 november 2018. 1. het college stelt de opinienota aan de commissie vast.
de secretaris,
Kenmerk: 2021/104155
de burgemeester,
2/7
1. Inleiding Sinds eind 2016 is het Strategisch Plan Afvalscheiding (SPA) in uitvoering. De hiermee behaalde resultaten lopen in lijn met de ambities. Het afvalscheidingspercentage is toegenomen van 37% in 2015 tot 49% in 20191. Het restafval per inwoner per jaar is teruggelopen van 278 kg in 2015 tot 213 kg in 2019. Dit komt vooral door het goede scheidingsgedrag van de Haarlemmers. Driekwart van de stad is nu voorzien van inzamelmiddelen voor bronscheiding. Zo zijn er 30.000 duocontainers voor papier en PBD (plastic/blik/drinkpakken) uitgedeeld en in de meeste wijken zijn op korte loopafstand van ieder huishouden verzamelcontainers voor herbruikbare afvalstoffen geplaatst. Verwacht wordt dat in het eerste kwartaal van 2022 de laatste containers worden geplaatst en de hele stad is voorzien. Daarmee is SPA uitgevoerd en is het nu tijd om plannen te maken voor een vervolg. Met SPA 2016-2022 werd een afvalscheidingspercentage van 68% beoogd. Hoewel de uitvoering nog niet is afgerond is de verwachting dat de inzamel- en verwerkingsresultaten in 2023 nog niet op dit niveau zullen uitkomen. Hiervoor is een drietal redenen aan te wijzen: Ten eerste blijkt het moeilijkheid om groente-, fruit-, tuinafval en etensresten (GFT) goed te scheiden. Het wordt vooral bij hoogbouw en in de binnenstad als een lastige afvalstroom gezien doordat het als nat, vies en geurig wordt ervaren.
Omdat GFT een derde van het restafval betreft drukt de tegenvallende GFT-scheiding stevig op het scheidingsresultaat, De tweede reden is het tegenvallend resultaat van de nascheiding. De verwachting was dat daarmee het afvalscheidingspercentage met 10 procent kon worden verhoogd. De huidige situatie is echter dat dit rond de 3 procent schommelt, De derde reden komt voort uit het uitgangspunt van SPA dat ingezet zou worden op een stevige financiële prikkel tot afval scheiden “afval scheiden belonen”. Bij de vaststelling van SPA is afgesproken dat de invoering van deze beloningsmaatregel zal worden uitgesteld totdat duidelijk is wat de resultaten zijn die met bron- en nascheiding bereikt kan worden. Daarnaast zitten we in de bijzonder omstandigheden die het gevolg zijn van de corona-maatregelen. Hierdoor heeft een grote verschuiving plaatsgevonden van bedrijfsafval naar huishoudelijk afval (thuiswerken, horeca dicht) met als gevolg dat de inzamelcapaciteit zwaar belast wordt. Dit heeft een negatief effect op de scheidingsresultaten zo is de indruk. In de analyse naar de mogelijkheden om met nieuwe maatregelen een flinke boost te geven aan het verder verhogen van de afvalscheiding is een aantal constateringen aan het licht gekomen:
1
Door de grote impact van Corona op de hoeveelheid huishoudelijk afval, zijn er op dit moment voor 2020 nog geen goed vergelijkbare cijfers beschikbaar. In de informatienota SPA, die gepland staat voor mei 2021, worden de cijfers voor 2020 meegenomen.
Kenmerk: 2021/104155
3/7
Met name GFT (incl. etensresten) is een zeer waardevolle herbruikbare afvalstroom die nog veel voorkomt in het restafval. GFT is zwaar (relatief hoog soortelijk gewicht) en drukt dus zwaar op de rekening verwerkingskosten per kilogram restafval en het scheidingspercentage (op basis van gewichten). Het is dus zeer de moeite waard om zoveel als mogelijk GFT uit het restafval te halen. Uit sorteeranalyses blijkt het potentieel dat kan worden gescheiden nog erg groot. Ook in de buurten waar al langere tijd de mogelijkheid is om op korte loopafstand gescheiden GFT ter inzameling aan te bieden. Daarnaast is GFT in het restafval een belangrijke stoorstof die het nascheiden bemoeilijkt, Het belonen van afval scheiden kan een impuls zijn voor Haarlemmers om serieus werk te maken van afval scheiden. Het is echter een dure maatregel en heeft maar een beperkt effect op de gewenste GFT-scheiding zo blijkt uit onderzoek. Een beloningsmaatregel heeft vooral effect op het volume en daarmee dus vooral het PBD (laag soortelijk gewicht, groot volume), De nascheidingsinstallatie van het AEB (verwerker van het restafval van Haarlem) blijft wat betreft de scheidingsresultaten ver achter bij de verwachtingen. Een verschuiving van bron naar nascheiding zou met deze installatie een stevige terugval in scheidingspercentage betekenen.
Op basis van bovenstaande constateringen is een aantal onderzoeken uitgevoerd. Er is een verkenning naar beloningssystemen uitgevoerd en hierbij is onderzocht welke vorm het meest geschikt is voor Haarlem. Daarnaast is onderzocht op welke wijze de GFT-scheiding beter kan worden gefaciliteerd en worden gestimuleerd. En er is uitgezocht welke overwegingen bij een keuze tussen bron- en nascheiding relevant zijn. Ten slotte is verkend welke (alternatieve) maatregelen bijdragen aan een verdere afname van het restafval. Op 14 september en 16 november jl. zijn technische sessies met de raad gehouden, waarin de resultaten van de hiervoor genoemde verkenning en onderzoeken zijn toegelicht. Ook is ingegaan op het effect van Covid-19 voor de afvalinzameling. Er zijn meerdere mogelijkheden om het restafval te verminderen in lijn met de gewenste ambitie. Deze worden in drie varianten voorgelegd. Deze opinienota inclusief bijlage informeert u over de verkenning, onderzoeken en de uitkomsten van de technische sessies. Aan de Commissie Beheer en de Raad wordt gevraagd om een voorkeur uit te spreken voor een variant welke zal dienen als vertrekpunt voor het nieuwe afvalplan SPA 2.0 dat naar verwachting in het najaar aan de commissie en de raad kan worden voorgelegd.
2. Kernvraag aan de commissie Het college vraagt de commissie zijn voorkeur uit te spreken voor een van de volgende varianten: A. Het inzetten op een beloningssysteem om afval te scheiden,
Kenmerk: 2021/104155
4/7
B. Het (meer) inzetten op nascheiden van huishoudelijk afval in plaats van bronscheiden. C. Het inzetten op een maatregelenpakket dat gericht is op GFT en gedragsverandering, In de bijlage van deze opinienota (Notitie vervolg op SPA) worden deze varianten verder toegelicht. Het college heeft zelf een voorkeur voor variant C. Deze variant geeft uitzicht op een afvalscheidingspercentage overeenkomstig de ambitie tegen een kostenniveau die past binnen de huidige afvalstoffenheffing.
3. Overeenkomsten Alle drie de varianten leveren een bijdrage aan het verder terugdringen van het restafval. Het afvalscheidingspercentage is door de inzet van SPA toegenomen en het restafval is afgenomen. Maar voor de destijds vastgestelde ambities is het noodzakelijk dat er verder actie wordt genomen. Er zijn meerdere routes om hieraan invulling te geven. De varianten geven hier alle drie min of meer invulling aan middels het oorspronkelijke voornemen (A) en een vanuit bewoners (insprekers) en de raad aangedragen alternatief (B) en een betaalbaar alternatief (C). Variant A en C zijn ingestoken op een vergelijkbaar scheidingsresultaat overeenkomstig de ambitie. Variant B is hierbij echter sterk afhankelijk van de huidige en toekomstige technische mogelijkheden van de nascheider. Het nieuwe afvalplan gaat verder dan alleen afval scheiden. Naast de drie varianten dient ook stevig ingezet te worden op stimulerende maatregelen om het afval nog meer te scheiden (middels gedragsinterventies), de kwaliteit van de ingezamelde grondstoffen te borgen (vervuiling tegengaan), het voorkomen van afval (afvalpreventie) en een duurzame(re) inzameling (efficiënte en doelmatige inzameldienst). Welke variant ook de voorkeur heeft dit zullen altijd ook de voornaamste kaders van het nieuwe afvalplan SPA 2.0 zijn. Participatie is een randvoorwaarde.
Het sleutelwoord voor succes is en blijft bewustwording en gedragsverandering en daarvoor zullen de Haarlemmers actief moeten deelnemen. Alleen wanneer de gemeente, Spaarnelanden en de bewoners goed met elkaar in gesprek gaan en samen de schouders eronder zetten lukt het om de ambities te realiseren. In Haarlem is vanaf eind 2016 reeds stevig ingezet op bewustwording en gedragsverandering. Blijvende inzet op bewustwording en gedragsverandering is ook de komende jaren noodzakelijk om dit gedrag vast te houden en in de toekomst verder uit te bouwen. Als er geen of weinig aandacht aan geschonken wordt, zal het inzamelresultaat in de toekomst naar verwachting teruglopen. Bij elke variant zal dus ingezet moeten worden op een mix van instrumenten, die aansluit/voortborduurt op de huidige aanpak. Zoals: communicatie/campagnes (algemeen en per thema/project), afvalcoaches, inzet handhavers en grondstofstraatadoptanten.
Kenmerk: 2021/104155
5/7
Uiteraard wordt gekozen voor een goede verhouding in de mix en een uitwerking van de instrumenten die goed aansluit bij het te voeren variant. 4. Verschillen Benodigde financiën Vanaf 2022 met de afronding van SPA nemen de jaarlijkse kosten af, omdat er geen eenmalige invoeringskosten meer zijn en de transitiekosten afnemen. Met de behandeling van de kadernota kan de ruimte die daardoor ontstaat worden gereserveerd voor de financiering van het nieuwe afvalplan. Hierbij is het uitgangspunt dat de afvalstoffenheffing voor de realisatie van het nieuwe afvalplan niet hoeft te worden verhoogd. De variant C (maatregelenpakket) kan en zal hier op worden afgestemd (circa 10 euro per huishouden per jaar). Variant A (afval scheiden belonen) vereist echter een forse investering in vooral apparatuur en software voor de registratie van aangeboden kilo’s per huishouden. Dit kan onmogelijk zonder een verhoging van de afvalstoffenheffing worden gerealiseerd, omdat ook een spreiding van kosten en investeringen over meerdere jaren niet past binnen deze inzamelstrategie (circa 40 euro per huishouden per jaar).
Voor variant B (nascheiden) zal ook een aanzienlijke (des)investering noodzakelijk zijn, omdat het inzamelareaal (dat nog lang niet volledig is afgeschreven) moet worden aangepast en zullen de verwerkingskosten stijgen door de (extra) inzet van de nascheider ( verwachting circa 10-20 euro per huishouden per jaar). Aansluiting op het al ingezette beleid. Variant B (nascheiden) sluit niet aan op het tot nu toe gevoerde beleid. Immers met SPA werd juist invulling gegeven aan het faciliteren van bronscheiding. Als gevolg hiervan is geïnvesteerd in verzamelcontainers en duocontainers voor PBD. Als ingezet wordt op nascheiden van PBD dan zouden deze containers komen te vervallen en zal de capaciteit voor restafval moeten worden uitgebreid. Het PBD in het restafval zorgt er namelijk voor dat de hoeveelheid restafval flink toeneemt (vooral in volume en minder in gewicht). De varianten A en C daarentegen sluiten wel aan bij het gevoerde beleid van de afgelopen jaren. Organisatorische impact Met name variant A (afvalscheiden belonen) vereist een flink project met dito organisatie. Hoewel veel kan worden uitbesteed aan hierin gespecialiseerde leveranciers zal ook een stevig beroep worden gedaan op de eigen organisatie. Met name Bbor en Spaarnelanden zal hiervoor extra mankrachten moeten aantrekken.
Variant C (maatregelenpakket) kan door het slim te spreiden beter af met de bestaande organisatie. Variant B (nascheiden) zal zich vooral moeten richten op het vinden van een nascheider die de ambities van Haarlem kan waarmaken. Dit aspect wordt trouwens ook al opgepakt in de zoektocht naar en het contracteren van de nieuwe verwerker van restafval. Daarnaast zullen veel containers moeten worden omgebouwd, weggehaald of verplaatst.
Kenmerk: 2021/104155
6/7
5. Vervolg Het nieuwe afvalplan waarbij voortgebouwd wordt op de voorkeursvariant wordt opgesteld en na de zomer van dit jaar aangeboden aan de raad. Na de afronding van SPA in 2022 wordt gestart met het uitwerken van het door de raad vastgestelde afvalplan. De resultaten die worden behaald zullen tussentijds regelmatig met de commissie en de raad worden gedeeld. 6. Bijlagen Bijlage: Notitie vervolg op SPA (met 2 folders)
Kenmerk: 2021/104155
7/7