20210090336 02. Bijlage 1 Bestemmingsplan Reparatieplan C
Tekst van het document
In het algemeen zal bij bebouwing worden gestreefd naar: een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte; een goede hoogte-breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en een samenhang in bouwvorm / architectonisch beeld tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar georiënteerd is. behoud of versterken van de aanwezige trends. Trends zijn de binnen een (deel van een) straat voorkomende nagenoeg identieke dakopbouwen, kapvormen, dakkapellen of dakterrassen en dergelijke (die juridisch, technisch en qua ruimtelijke kwaliteit gewenst bevonden zijn). Hieronder vallen in ieder geval ensembles en seriebouw. Voor dit onderwerp zal getoetst worden aan: de Nota Ruimtelijke Kwaliteit; de Nota Dak; de parcellering; de aanwezigheid van ensembles en seriebouw. De verkeerssituatie ter plaatse Voor de binnen de bestemming toegelaten gebruiksvormen en bouwmogelijkheden dient rekening te worden gehouden met verkeersveiligheid, toe- of afname van parkeren en de doorstroming. 33
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
De privacy en bezonning van de omwonenden Voor de binnen de bestemming toegelaten gebruiksvormen dient rekening gehouden te worden met het instandhouden of tot stand brengen van een redelijke lichttoetreding en de aanwezigheid van voldoende privacy. Bij privacy wordt gekeken naar het gebruik van het bouwwerk en de invloed daarvan op de omliggende gronden. Naarmate de invloed van het gebruik op de omgeving toeneemt, dient een grotere afstand tot de omliggende gronden te worden aangehouden. De cultuurhistorische waarden Voor de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen en bouwmogelijkheden dient rekening te worden gehouden met de aanwezige cultuurhistorische waarden, waarbij wordt gestreefd naar het in stand houden of versterken van deze waarden. Uit cultuurhistorisch onderzoek, naar het oordeel van de gemeentelijk architectuurhistoricus, of uit andere informatie dient te blijken dat de cultuurhistorische waarden niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord. Voor dit onderwerp zal getoetst worden aan: de Nota Ruimtelijke Kwaliteit; de Nota Dak; de parcellering; de aanwezigheid van ensembles en seriebouw; de bouwhistorische waarderingskaart.
De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden Voor de binnen een bestemming toegelaten gebruiksvormen en bouwmogelijkheden dient rekening te worden gehouden met de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, als deze daardoor kunnen worden beïnvloed. Afwijkingen binnen 'Waarde - Beschermd stadsgezicht' Binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd stadsgezicht' is de bevoegdheid opgenomen voor burgemeester en wethouders om van de bouwregels af te mogen wijken voor de volgende onderdelen: Wijziging gevelindeling: wanneer is sprake van herstel of verbetering. Onder herstel wordt verstaan: het herstel van de gevelindeling, zoals deze was bij de oorspronkelijke bouw. Van verbetering is sprake als bij panden, vooral winkels en kantoren, waar de begane grond (plint) zich in de loop der tijd heeft getransformeerd zonder zich rekenschap te geven van de bovenliggende gevel de eenheid tussen plint en bovengevel wordt teruggebracht. Ook is sprake van verbetering als bij een in de loop der tijd afgesloten gevel, de blinde gevel wordt opgeheven. Daarnaast zijn de criteria van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit van toepassing. Afwijkende kap of dakvorm: herstel of verbetering volgens de Nota Dak. Een schilddak (schuine zijden aan alle kanten) of een plat dak met afgeschuind 34
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
dakschild zijn standaard toegestaan. Afwijkingen daarvan zijn mogelijk bij herstel of verbetering. Iemand die bijvoorbeeld een zadeldak of mansardekap wil realiseren of vervangen, kan dat niet via de direct toegestane bouwregels waarin alleen een schilddak of plat dak met afgeschuind dakschild is toegestaan. Hiervoor is een extra afweging noodzakelijk. Hierbij wordt getoetst aan de uitgangspunten van de Nota Dak. Onder herstel van de kapvorm wordt verstaan: het realiseren van een kap of dakvorm zoals deze was bij de oorspronkelijke bouw. Van verbetering is sprake als voldaan wordt aan alle volgende voorwaarden: de bezonningsituatie verslechtert niet onevenredig, installaties en leidingen worden weggewerkt, bouwwerk en kap vormen een eenheid en de kap voldoet aan de criteria uit de Nota Ruimtelijke Kwaliteit / Nota Dak. Dakkapellen: passend in (aanwezige) trend / Nota Dak Dakkapellen moeten voldoen aan de eisen uit de Nota Dak. Afwijkingen zijn toegestaan als er sprake is van vervanging van dakkapellen die behoren bij de oorspronkelijke bouw of wanneer ze aansluiten op een bestaande trend. Daarnaast zijn afwijkingen mogelijk bij enkele specifieke bouwkundige situaties, zoals een afwijkende vloerhoogte ten opzichte van de goot of vanuit het karakter van de kap, die om een afwijkende dakkapel vragen.
Dakterras op hoofdbebouwing: dubbelgebruik / Nota Dak De Nota Dak heeft als uitgangspunt dubbelgebruik van elk plat dak. Afwijking is onder voorwaarden mogelijk op hoofdbebouwing. Dat hangt samen met terughoudendheid in de beïnvloeding van het straatbeeld en de privacy van omwonenden. Samenvoegen van gebouwen: vanwege cultuurhistorische belangen is het samenvoegen van panden ongewenst. Uit oogpunt van de stedelijke dynamiek is verandering van parcellering en pandindeling van alle tijden. Daarom kan onder voorwaarden aan het samenvoegen van panden worden meegewerkt. Doel is de invloed op de gevelindeling, de parcellering en het straatbeeld beperkt te houden. Tabellen Onderstaande tabellen geven een overzicht van de bouwmogelijkheden met afwijkingsmogelijkheden.
35
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
36
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
37
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
5.2.3 Hoofdstuk 3: Algemene regels Artikel 25 Algemene aanduidingsregels Lid 25.1 Veiligheidszone - niet gesprongen explosieven Deze aanduiding is opgenomen om regels te stellen ter bescherming van iedereen bij en rondom grondroerende werkzaamheden nabij locaties waar niet gesprongen explosieven aanwezig kunnen zijn. Lid 25.2 Overige zone - herziening planregels 7 Deze aanduiding is opgenomen om een regeling te treffen voor het snippergroen. Daarnaast heeft de aanduiding betrekking op het aanpassen van de bestemming Wonen in andere bestemmingsplannen. De regeling heeft geen betrekking op de gebieden waar een beheersverordening voor geldt. Lid 25.3 Overige zone - herziening planregels 8 Deze aanduiding is opgenomen om het bestemmingsplan Vijfhoek/Heiliglanden - de Kamp aan te vullen voor het perceel Gasthuisvest 47. Lid 25.4 Overige zone - herziening planregels 9 Deze aanduiding is opgenomen om het bestemmingsplan Waarderpolder aan te vullen. Lid 25.5 Overige zone - herziening planregels 10 Deze aanduiding is opgenomen om de bepalingen voor de niet aanwezige waterkering op te heffen. Lid 25.6 Overige zone - herziening planregels 11 Deze aanduiding is opgenomen om Reparatieplan B aan te vullen. Lid 25.7 Overige zone - herziening planregels 12 Deze aanduiding is opgenomen om de voorschriften van bestemmingsplan Tjaden aan te vullen.
Lid 25.8 Overige zone - herziening planregels 13 Deze aanduiding is opgenomen om de voorwaardelijke verplichting in het bestemmingsplan Wijngaardtuin aan te passen. Lid 25.9 Overige zone - herziening planregels 14 Deze aanduiding is opgenomen om de voorschriften van de dubbelbestemming Beschermd Stadsgezicht aan te vullen. Spaarndam is overigens deels aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De regeling heeft geen betrekking op de gebieden waar een beheersverordening voor geldt. Lid 25.10 Overige zone - herziening planregels 15 Deze aanduiding is opgenomen om het bestemmingsplan Vijfhoek/Heiliglanden - de Kamp aan te vullen.
38
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
Artikel 26 Anti-dubbeltelregel Met deze regel wordt voorkomen dat er in feite meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt. Bijvoorbeeld in het geval (onderdelen van) bouwpercelen - al dan niet tijdelijk - van eigenaren wisselen. De regeling is vooral van belang met het oog op nieuwbouw. Door verwerving van een extra (bouw)perceel of een gedeelte daarvan, kunnen de gronden niet meegenomen worden met de berekening van de bouwmogelijkheden van het nieuwe perceel als de nieuw verworven gronden al meegenomen zijn bij de berekening van een eerdere omgevingsvergunning. Het is dus niet toegestaan gronden twee keer in te zetten om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit te verkrijgen. Artikel 27 Algemene bouwregels In dit artikel zijn de regels voor het bouwen van onder andere gebouwen, dakopbouwen en aan- en uitbouwen gedetailleerd vastgelegd. Er zijn algemene bouwregels opgenomen voor het bouwvlak, de voorgevelrooilijn et cetera. Ook bevat het voorschriften voor bouwwerken die niet direct passen binnen de bouwvoorschriften maar wel legaal zijn gerealiseerd. Zie hiervoor de regelgeving bij 'bestaande maatvoering'. Artikel 28 Algemene gebruiksregels De algemene gebruiksregels geven een opsomming van activiteiten die in strijd zijn met de bestemmingen van de gronden en de bouwwerken.
Artikel 29 Algemene afwijkingsregels Het bestemmingsplan als bindende verordening is opgebouwd uit objectief vastgelegde ruimtelijke begrenzingen. De mogelijkheden en onmogelijkheden voor het bouwen en het gebruik zijn nauwkeurig vastgelegd. Die ruimtelijke en functionele begrenzing is een afgeleide van de basisgegevens van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), stedenbouwkundige afwegingen en het bestaande gebruik. In de praktijk kunnen afwijkingen voorkomen. Ook kan, bij nieuwe ontwikkelingen, veranderde wetgeving of voorschreidend inzicht, toch behoefte zijn aan een andere maatvoering of een andere functie van bouwwerken. Starheid van bestemmingsregels mag niet de oorzaak zijn van gekunstelde oplossingen, waarmee de kwalitatieve doelstelling van het bestemmingsplan niet gediend is. Door middel van dit artikel is enige mate van flexibiliteit mogelijk. Zo kan er een afwijking plaatsvinden voor de in het plan aangegeven maten tot ten hoogste 10%. Het toepassen van een afwijkingsbevoegdheid gebeurt altijd met inachtneming van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, zodat belanghebbenden de mogelijkheid tot bezwaar/beroep hebben wanneer op grond van dit artikel van het plan wordt afgeweken. Artikel 30 Overige regels Dit artikel legt een koppeling tussen de regels van het bestemmingsplan en de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren.
De normen voor parkeren, stallen, laden en lossen zelf liggen namelijk niet vast in dit bestemmingsplan, maar in gemeentelijke beleidsregels. Die beleidsregels geven aan wanneer er 39
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
sprake is van voldoende ruimte voor parkeren, stallen, laden en lossen. Uitgegaan wordt altijd van de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren zoals die gelden op het moment van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. Lid 30.1.3 geeft ook aan wat als strijdig gebruik van gronden en bouwwerken is aangemerkt. Strijdig gebruik is het gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken waarbij niet in voldoende mate ruimte is aangebracht en in stand wordt gehouden op eigen terrein voor parkeren, stallen, laden en lossen overeenkomstig het gemeentelijke beleid. Tot slot bepaalt lid 30.1.4 dat er afgeweken kan worden onder de voorwaarden zoals die zijn genoemd in de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren. Ook hiervoor geldt dat uitgegaan dient te worden van de gemeentelijke beleidsregels voor het parkeren zoals die gelden op het moment van de ontvangst van de aanvraag om een omgevingsvergunning. 5.2.4 Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 31 Overgangsrecht Het overgangsrecht is van toepassing op bestaande situaties (gebruik en/of bebouwing) die op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan niet passen binnen het nieuwe plan. Het overgangsrecht houdt in dat gebruik en bebouwing dat in strijd is met het nieuwe bestemmingsplan, maar al aanwezig was ten tijde van de voorgaande plannen, onder voorwaarden, mag worden voortgezet.
Ook bouwwerken die op basis van een geldige omgevingsvergunning nog gebouwd mogen worden, worden onder het overgangsrecht geschaard. Het overgangsrecht is nadrukkelijk niet bedoeld voor bouwwerken die een gebruik kennen dat onrechtmatig is op het moment van het van kracht worden van dit bestemmingsplan. Er is geen sprake van legalisatie van al strijdig gebruik door dit bestemmingsplan en er kan ook nog steeds gehandhaafd worden. Ook bouwwerken die op de peildatum illegaal zijn, blijven illegaal. Artikel 32 Slotregel Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het onderliggende bestemmingsplan.
5.3
Hoofdopzet verbeelding
5.3.1 Inventarisatie plangebied In dit bestemmingsplan wordt uitgegaan van behoud van de bestaande situatie waarbij vervanging binnen grenzen mogelijk wordt gemaakt. De bestaande bebouwing wordt daarom positief bestemd. De gemeente Haarlem heeft op de volgende wijze onderzoek gedaan om de 40
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
bestaande situatie goed in beeld te brengen voor de totstandkoming van dit bestemmingsplan en de verbeelding in het bijzonder: bouwblokonderzoek; analyse van de luchtfoto's; waar nodig is voor dit bestemmingsplan het gemeentelijke bouwarchief geraadpleegd met bouwvergunningen, omgevingsvergunningen en vrijstellingen/ontheffingen/afwijkingen. Met de informatie van deze bronnen is een compleet beeld van het plangebied ontstaan op basis waarvan de bestemmingen, de bouw- en gebruiksmogelijkheden en de bouwvlakken op de verbeelding konden worden vastgelegd en in de regels konden worden geregeld. 5.3.2 Opbouw verbeelding De verbeelding is opgebouwd uit verschillende elementen. Dit zijn: de bestemmingen; de dubbelbestemmingen; aanduidingen. Hieronder wordt verder uitgelegd wat deze elementen inhouden. De bestemmingen De verbeelding geeft in verschillende kleuren de bestemmingen weer. De bestemmingen worden begrensd door bestemmingsgrenzen. De regels geven per bestemming aan wat deze bestemming inhoudt en welke bouw- en gebruiksregels gelden voor die bestemming. Voorbeelden van veel voorkomende bestemmingen zijn: wonen, groen, verkeer. Soms worden ook verzamelbestemmingen toegepast waarbinnen een grotere diversiteit aan functies mogelijk is zoals de bestemming gemengd. Ter onderscheid met de dubbelbestemmingen worden de bestemmingen ook wel enkelvoudige bestemmingen genoemd.
De dubbelbestemmingen Dubbelbestemmingen zijn een aparte vorm van bestemmingen. Dubbelbestemmingen beslaan vaak een groter gebied en omvatten vaak meerdere enkelvoudige bestemmingen. Op de verbeelding zijn ze opgenomen door middel van een arcering. De regels van de dubbelbestemmingen gaan vóór ten opzichte van de regels van de enkelvoudige bestemmingen. Dubbelbestemmingen zijn gericht op de bescherming van specifieke sectorale belangen. Zo is de dubbelbestemming 'Waarde - Beschermd stadsgezicht' gericht op de bescherming van het stadsgezicht en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' op de bescherming van de archeologische waarden in de ondergrond. Voor de dubbelbestemmingen geldt net als voor de enkelvoudige bestemmingen dat in de regels de specifieke bouw- en/of gebruiksregels zijn opgenomen. Aanduidingen Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken binnen een bestemming verder of specifieker te regelen. In dit bestemmingsplan zijn de volgende
41
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
aanduidingen op grond van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) opgenomen: 1. bouwvlakken; 2. functieaanduidingen; 3. bouwaanduidingen (zie ook 6.4 hoofdopzet waarderingskaart); 4. maatvoeringen; 5. figuren; 6. gebiedsaanduidingen. 1. Bouwvlakken Bouwvlakken zijn een noodzakelijk onderdeel van de verbeelding. Bouwvlakken bestaan uit dikke zwarte lijnen, die aangeven waarbinnen hoofdbebouwing is toegestaan. Bouwvlakken bepalen vaak ook de voorgevelrooilijn van gebouwen of clusters van gebouwen, waardoor ze een belangrijk element vormen bij de bescherming van een bepaald straatbeeld. Ook de achtergevelrooilijn wordt vaak al bepaald met een deel van de bouwvlaklijn. Hier geldt toch vaak een vergunningsvrije bouwmogelijkheid, waar er hier minder sprake is van een beschermend karakter in vergelijking met de voorgevelzijde. In de meeste gevallen laten de bouwvlakken op de verbeelding in combinatie met de bouwregels, verbetering, vernieuwing, bescheiden vergroting of vervanging met gelijkwaardige bouw toe. Daarbij is rekening gehouden met de nodige flexibiliteit, kwaliteitseisen voor de bebouwing, de woonomgeving en bereikbaarheid. Over het algemeen zijn de bebouwingsgrenzen van de geldende bestemmingsplannen overgenomen. Daar waar met een ontheffing is afgeweken van het geldende beleid is de nieuw ontstane situatie opgenomen.
2.Functieaanduidingen Functieaanduidingen zijn er in vele soorten en maten. De benaming van de diverse functieaanduidingen is vastgelegd in de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012). Ze zijn als een vlak op de verbeelding opgenomen. Een functieaanduiding wordt op de verbeelding opgenomen als er binnen een bepaalde bestemming maatwerk moet worden geleverd voor het gebruik. Het is daarbij gewoonlijk niet wenselijk of mogelijk om die functie in algemene zin in de planregels op te nemen, maar het is juist gewenst om het als uitzonderingssituatie vast te leggen. Het kan hierbij gaan om een verdere specificatie van het gebruik, een uitdrukkelijke verruiming daarvan of juist een beperking. 3. Bouwaanduidingen Bouwaanduidingen geven specifieke bouwmogelijkheden aan. Ze zijn als een vlak op de verbeelding opgenomen. De benaming van de diverse bouwaanduidingen zijn vastgelegd in de SVBP2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012). Een bouwaanduiding wordt op de verbeelding opgenomen als er binnen een bepaalde bestemming maatwerk moet worden geleverd voor de bouwmogelijkheden. Het is daarbij gewoonlijk niet wenselijk of mogelijk om die bebouwing in algemene zin in de planregels op te nemen, maar het is juist gewenst om het als uitzonderingssituatie vast te leggen. Een voorbeeld van een bouwaanduiding is: 'onderdoorgang'. Als een bepaalde 42
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
bouwaanduiding niet voorkomt in de SVBP is het mogelijk de volgende zinsnede toe te passen: 'specifieke bouwaanduiding - [omschrijving specifieke bouwaanduiding]'. Dit leidt dan bijvoorbeeld tot de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding - opbouw'. De in Haarlem meest gebruikte specifieke bouwaanduiding hangt samen met het beschermd stadsgezicht en de daarbij toegepaste 'ordes'. Dit zijn: 'specifieke bouwaanduiding - orde 1' (voor monumenten), 'specifieke bouwaanduiding - orde 2' (voor beeldbepalende panden ouder dan 50 jaar) en 'specifieke bouwaanduiding - orde 3' (voor niet-beeldbepalende panden ouder dan 50 jaar). 4. Maatvoeringsaanduidingen Maatvoeringsaanduidingen hebben betrekking op: afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en aantallen, zowel voor het bouwen als voor het gebruik. Afhankelijk van de waardering en het type bebouwing wordt een hoogte aangegeven met een van de volgende aanduidingen: te handhaven goot-/bouwhoogte (orde 1, 2) een maximum goot-/bouwhoogte (bijgebouwen hoger dan 3 meter) minimum of maximum goothoogte (nieuwbouw) minimum of maximum goot- en bouwhoogte (nieuwbouw) De opgenomen maten zijn in hele meters en naar boven afgerond. Te handhaven goothoogte Voor panden die op de verbeelding zijn aangegeven als orde 1 en 2 wordt de aanduiding goothoogte opgenomen.
In de regels staat omschreven dat de bestaande goothoogte gehandhaafd dient te blijven. Op de verbeelding worden hoogtematen naar boven afgerond. Dus 5,3 m of 5,8 m wordt allebei 6 m. In het beschermd stadsgezicht is een verspringende bouw-/goothoogte een noodzakelijk onderdeel van straat- en bebouwingsbeeld. Het kan zijn dat er 4 panden naast elkaar op de plankaart zijn aangegeven met een goothoogte 6 terwijl in werkelijkheid de hoogtes tot maximaal 0,9 m verspringen. Te handhaven bouwhoogte In enkele gevallen is een orde 1 of 2 pand plat afgedekt en al zo hoog dat een kap niet meer kan worden toegestaan. In die gevallen wordt het bouwvlak voorzien van een maatvoeringsaanduiding 'bouwhoogte (m)'. In de regels staat omschreven dat de bestaande bouwhoogte gehandhaafd dient te blijven. Op de verbeelding worden hoogtematen naar boven afgerond. Dus 5,3 m of 5,8 m wordt allebei 6 m. Maximum bouwhoogte De aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' wordt gebruikt in de tuinbestemmingen wanneer de maximum hoogte van 3 meter wordt overschreden. De daadwerkelijke bouwhoogte is opgenomen. Minimum en maximum goothoogte De aanduiding 'minimum goothoogte (m), maximum goothoogte (m)' wordt 43
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
gebruikt voor de hoofdbebouwing van orde 3 bebouwing. Bij orde 3 bebouwing is de rooilijn belangrijk voor het straatbeeld. Om meer flexibiliteit te geven is er ook meer marge in de goothoogte mogelijk. De minimum goothoogte is er om een minimale bebouwingswand te garanderen en een maximum bouwhoogte is er om op de plekken waar het kan extra bouwmogelijkheden te geven. Minimum en maximum bouw- en goothoogte Net als bij de aanduiding 'minimum goothoogte (m), maximum goothoogte (m)' wordt deze aanduiding alleen gebruikt bij orde 3 bebouwing. Deze aanduiding wordt gebruikt bij bebouwing met een hoofdzakelijk platte afdekking. Afdekken met een kap wordt op deze manier ook mogelijk gemaakt. 5. Figuren Figuren hebben in tegenstelling tot de andere aanduidingen geen betrekking op een vlak. Een figuur bestaat altijd uit lijnstukken. Een figuur is in dit bestemmingsplan gebruikt voor de gasleiding waarvoor een goede planologische regeling noodzakelijk is. Dit is de 'hartlijn leiding - gas'. 6. Gebiedsaanduidingen Gebiedsaanduidingen zijn op de verbeelding opgenomen om voor een op de verbeelding afgebakend gebied een specifieke regeling op te kunnen nemen. Het kan daarbij bijvoorbeeld gaan om een wijzigingsgebied, waarvoor de bestemming gewijzigd kan worden. Dit wordt op de verbeelding opgenomen met de gebiedsaanduiding 'wetgevingzone - wijzigingsgebied'.
Een ander voorbeeld is de gebiedsaanduiding voor een vrijwaringszone, zoals de 'Vrijwaringszone - zichtlijn'. Op de verbeelding zijn de gebiedsaanduidingen herkenbaar door hun schuine roodgekleurde arceringen.
44
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
Hoofdstuk 6 6.1
UITVOERBAARHEID
Economische uitvoerbaarheid Het reparatieplan voorziet niet in grote stedenbouwkundige veranderingen in het plangebied. Het herstelt in hoofdzaak slechts onvolkomenheden in andere bestemmingsplannen. De economische uitvoerbaarheid is dan ook niet in het geding. In artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening is bepaald dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan ook een exploitatieplan moet vaststellen als het kostenverhaal bij ontwikkelingen, zoals aangegeven in niet is verzekerd. Het bestemmingsplan plannaam maakt geen nieuwe bouwplannen mogelijk als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Er is dus geen plicht tot het vaststellen van een exploitatieplan. Zoals in elk bestemmingsplan is het mogelijk om binnen bestaande bebouwingscontouren sloop-nieuwbouwplannen te ontwikkelen. In die gevallen, voor zover zij zich zullen voordoen, zijn er geen kosten voor de gemeente, waardoor kostenverhaal niet aan de orde is.
6.2
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
6.2.1 Wettelijk vooroverleg Overeenkomstig artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het ontwerp-bestemmingsplan toegezonden aan de volgende instantie: - Provincie Noord-Holland - Hoogheemraadschap Rijnland - Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Deze instanties hebben aangegeven zich te kunnen vinden in het reparatieplan. 6.2.2 Zienswijzen Gedurende een periode van 6 weken, van 16 december tot en met 26 januari 2021, is een ieder in de gelegenheid gesteld om te reageren op het plan. In bijlage 4 is een samenvatting van de ingekomen zienswijzen, samen met de beantwoording van het gemeentebestuur opgenomen. Tijdens de inzagetermijn is overleg gevoerd met Bond Heemschut. Ook zijn de wijkraden op de hoogte gesteld van het ontwerp reparatieplan. Deze instanties hebben geen zienswijze ingediend.
45
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
6.3
Handhaving Met dit bestemmingsplan beoogt de gemeenteraad een voor de burgers duidelijk en herkenbaar ruimtelijk beleid te formuleren. Op grond daarvan mag dan ook verwacht worden dat het college van burgemeester en wethouders handhavend optreedt als iemand de regels van het bestemmingsplan niet naleeft. De ruimtelijke kwaliteit van het gebied loopt namelijk gevaar als men in strijd met het bestemmingsplan een bouwwerk bouwt of als men in strijd met het bestemmingsplan gronden of bouwwerken gebruikt. Het achterwege laten van handhaving kan ertoe leiden dat zich ongewenste ruimtelijke ontwikkelingen voordoen, die negatieve gevolgen hebben voor de ruimtelijke kwaliteit en de veiligheid. Daarom wordt hier het beleid over de handhaving uiteengezet en aangegeven hoe de handhaving van de bestemmingsplanregels wordt opgepakt. Volgens vaste jurisprudentie bestaat er een beginselplicht om handhavend op te treden. Dit houdt in dat, gelet op het algemeen belang dat gediend is met de handhaving, in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift of regel het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken. Alleen onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd dit niet te doen. Dit kan zich voordoen als er concreet zicht op legalisatie bestaat.
Verder kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. De gemeente Haarlem voldoet aan deze beginselplicht door daadkrachtig en consequent op te treden. Eens in de vier jaar stelt de gemeente Haarlem een integraal handhavingsbeleid vast waarin de projecten staan aangegeven die worden opgepakt. De opzet is dat de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving niet alle illegale situaties tegelijk aanpakt, maar wel een werkbaar aantal zaken, wat een uitstralend effect zal hebben. Nieuw vastgestelde bestemmingsplannen lenen zich bij uitstek voor deze projectmatige aanpak. Uiteraard wordt bij calamiteiten altijd opgetreden. Handhaving van de regels van bestemmingsplannen vindt in de gemeente Haarlem plaats langs bestuursrechtelijke weg. Rechtszekerheid en gelijke behandeling van burgers staan hierbij voorop. Daarbij is ook communicatie belangrijk. Hier kan bovendien een preventieve werking van uitgaan. De gemeente brengt vooral de relatie met de na te streven beleidsdoelstellingen onder de aandacht, zodat voor iedere inwoner, eigenaar en ondernemer duidelijk mag zijn hoe en wanneer het college handhaaft.
Ook voor dit plangebied zal de handhaving van de kaders van het bestemmingsplan ook plaatsvinden na het verstrekken van omgevingsvergunningen voor de activiteiten 'bouwen', 'het uitvoeren van een werk' en 'het gebruiken van gronden en bouwwerken'. Want niet alleen handelingen zonder vergunning zijn onderwerp van handhaving, maar ook handelingen in afwijking van een omgevingsvergunning vormen een overtreding. Het gemeentelijk toezicht tijdens de vergunningplichtige activiteiten is gewaarborgd doordat inspecteurs in Haarlem volgens het Landelijk Toezichtprotocol werken. Deze inspecteurs classificeren projecten volgens het
46
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
protocol, waarmee zij de noodzakelijke frequentie en het niveau van de controles tijdens de bouw bepalen. De rapportage van deze controles slaan zij digitaal op. Zo draagt het college zorg voor de handhaving van de bestemmingsplanregels.
47
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
48
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING
49
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
50
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
Bijlage 1 publicatie 23 mei 2019
51
STAATSCOURANT
Nr. 28635 23 mei 2019
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814
Voorbereiden bestemmingsplan gemeente Haarlem
Op grond van artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) delen burgemeester en wethouders van Haarlem mee dat zij een bestemmingsplan aan het voorbereiden zijn voor: -
het beschermen van bouwhistorische waarden in de binnenstad van Haarlem; Dit onderdeel heeft betrekking op de volgende bestemmingsplannen: Oude Stad; • Bakenes; • Nieuwstad; • Vijfhoek/Heiliglanden-De Kamp; • Burgwal; • Papentorenvest; •
-
het beschermen van cultuurhistorische waarden van De Stelling van Amsterdam; Dit onderdeel heeft betrekking op de volgende bestemmingsplannen: Meerwijk; • Liewegje; • Liewegje, 1e partiële herziening; • Hekslootgebied/Spaarndam-West; • Zomerzone Noord; • Schalkwijk; • Schalkwijkerweg; •
-
het in overeenstemming brengen van alle bestemmingsplannen met de onlangs aangepaste Huisvestingsverordening Haarlem. Voor zover dit al niet was uitgesloten in een specifiek bestemmingsplan, betekent dit dat – voor heel Haarlem – de mogelijkheden om woningen te splitsen in onzelfstandige woonruimten planologisch zullen worden beperkt. NB: Hospita-verhuur valt hier niet onder. Slechts in individuele gevallen zal er met een binnenplanse afwijking nog medewerking verleend kunnen worden aan het opsplitsen in onzelfstandige woonruimten.
Op grond van artikel 1.3.1. lid 2 Bro vermelden wij dat er geen zienswijzen kunnen worden ingediend tegen het voornemen en dat er ook geen stukken ter visie worden gelegd. Ook kunnen onafhankelijke instanties geen advies uitbrengen over het voornemen. Als het ontwerp bestemmingsplan klaar is leggen wij het ter inzage. Op dat moment kan iedereen een zienswijze indienen. Publicatie vindt plaats in de Staatscourant, Haarlems Nieuwsblad en langs elektronische weg.
1
Staatscourant 2019 nr. 28635
23 mei 2019
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
54
bestemmingsplan "Reparatieplan C Haarlem 2020" (vastgesteld)
Bijlage 2 Historisch Vooronderzoek NGE
55
Historisch Vooronderzoek Niet Gesprongen Explosieven
Haarlem NGE-Risicokaart RO-160069 versie 1.0 19 juli 2016
Historisch Vooronderzoek Niet Gesprongen Explosieven
Haarlem NGE-Risicokaart Opdrachtgever
:
Gemeente Haarlem
Kenmerk
:
72334/RO-160069 versie 1.0
Plaats en datum
:
Riel, 19 juli 2016
Auteur
:
dhr. L.J.J. Arlar, MA
Gecontroleerd door
:
dhr. J. de Graaf, Senior OCE-deskundige
Goedgekeurd door
:
mevr. N. van Domburg, Hoofd Advies
REASeuro
Opdrachtgever Gemeente Haarlem
mevr. N. van Domburg Hoofd Advies
dhr. M. Leloux Technisch Adviseur
Informatiebescherming. Op grond van artikel 6:162 BW, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze, inclusief digitale verwerking, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van REASeuro. De opdrachtgever mag voor intern gebruik duplicaten maken.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 1 van 188
INHOUDSOPGAVE Pagina 1
INLEIDING ................................................................................................................................................ 6 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
2
INVENTARISATIE BRONNENMATERIAAL ........................................................................................... 9 2.1 2.2 2.3
3
AANLEIDING.......................................................................................................................................................................... 6 ONDERZOEKSGEBIED ............................................................................................................................................................ 6 DOEL...................................................................................................................................................................................... 7 METHODIEK .......................................................................................................................................................................... 7 LEESWIJZER ........................................................................................................................................................................... 7
GERAADPLEEGDE BRONNEN................................................................................................................................................ 9 NIET GERAADPLEEGDE BRONNEN .................................................................................................................................... 11 BEVINDINGEN INVENTARISATIE BRONNENMATERIAAL .................................................................................................. 11
WERKWIJZE AFBAKENING NGE-RISICOGEBIEDEN .......................................................................... 14 3.1 ALGEMEEN ......................................................................................................................................................................... 14 3.2 NAUWKEURIGHEID AFBAKENING ..................................................................................................................................... 14 3.2.1 Horizontale verplaatsing NGE in de bodem .............................................................................................14 3.2.2 Cartografische onnauwkeurigheid ...............................................................................................................15 3.2.3 Onduidelijke locatieomschrijving of ............................................................................................................17 3.3 AFBAKENING NGE-RISICOGEBIEDEN..............................................................................................................................
17 3.3.1 Naar aanleiding van bombardementen .....................................................................................................18 3.3.2 Naar aanleiding van luchtaanvallen met boordgeschut ......................................................................19 3.3.3 Naar aanleiding van neergekomen vliegtuigen ......................................................................................19 3.3.4 Naar aanleiding van de aanwezigheid van verdedigingsstellingen ................................................19 3.3.5 Naar aanleiding van neergekomen projectiel luchtafweergeschut.................................................20
4
BEOORDELEN EN EVALUEREN BOMBARDEMENTEN ...................................................................... 22 4.1 INCIDENTELE BOMBARDEMENTEN, 1940 ....................................................................................................................... 22 4.1.1 Bominslag weiland Sperwerstraat, 27 mei 1940 .....................................................................................22 4.1.2 Bominslag in de Waarderpolder, 31 mei 1940 ........................................................................................23 4.1.3 Bominslagen bij de Zomerweg en de Buitenrustbrug, 20 juni 1940 ..............................................24 4.1.4 Bombardement op de Edisonstraat, 26 op 27 juni 1940 .....................................................................27 4.1.5 Bombardement op het Binnenpad, 26 juli 1940 .....................................................................................30 4.1.6 Bombardement op de Rozenprieel, 3 oktober 1940 ............................................................................33 4.2 VERGISSINGSBOMBARDEMENTEN, 1941........................................................................................................................
38 4.2.1 Bombardement bij het station, 1 maart 1941 ..........................................................................................38 4.2.2 Bombardement op de Gemeentereiniging, 14 april 1941 ..................................................................41 4.2.3 Bombardement op de grens tussen Haarlem en Heemstede, 11/12 mei 1941 .........................46 4.2.4 Bombardement op het Stationsplein en omgeving, 12/13 oktober 1941 ...................................48 4.3 BOMBARDEMENTEN OP DE FABRIEKEN, 1942 ............................................................................................................... 52 4.3.1 Beschieting van de Gasfabriek, 12 mei 1942 ............................................................................................52 4.3.2 Aanval op de Gasfabriek, 22 september 1942 .........................................................................................56 4.3.3 Aanval op de Gasfabriek, 27 oktober 1942 ...............................................................................................58 4.3.4 Bombardement op Droste en Figee, 8 december 1942 ......................................................................60 4.4 BESCHIETINGEN EN EEN RAMPZALIG BOMBARDEMENT, 1943 .....................................................................................
65 4.4.1 Beschieting op de scheepswerf bij Spaarndam, 10 april 1943 ..........................................................65
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 2 van 188
4.4.2 Bombardement op de Amsterdamse Buurt, 16 april 1943 .................................................................66 4.4.3 Beschieting bij de Zijlweg, 29 juni 1943 .....................................................................................................75 4.5 AANVALLEN OP VOERTUIGEN EN EEN NOODAFWORP, 1944-1945 ........................................................................... 76 4.5.1 Een voorwerp in het IJ, 21 juni 1944 ............................................................................................................77 4.5.2 Beschieting van een tram en treinen, 5 augustus 1944 .......................................................................78 4.5.3 Beschieting op vrachtwagens, 30 september 1944 ...............................................................................79 4.5.4 Speciale operatie door Mosquito’s, 7 december 1944 ........................................................................80 4.5.5 Beschieting van een trein, 9 maart 1945 ....................................................................................................81 5
BEOORDELEN EN EVALUEREN VLIEGTUIGCRASHES EN LUCHTAFWEERGESCHUT .................... 85 5.1 VLIEGTUIGCRASH AAN DE OUDEWEG, 6 JULI 1940 ...................................................................................................... 85 5.2 VLIEGTUIGCRASH IN DE WAARDERPOLDER, 13 JANUARI 1943 .................................................................................. 87 5.3 VLIEGTUIGCRASH AAN DE ZOMERWEG, 3 MEI 1943 .................................................................................................... 88 5.4 VLIEGTUIGCRASH AAN ’T KROM, 21 JULI 1943 ............................................................................................................ 89 5.5 NEERGEKOMEN GRANATEN VAN LUCHTAFWEERGESCHUT............................................................................................ 90 5.5.1 Granaat achter de locomotievenloods, 27 mei 1942 ............................................................................91 5.5.2 Luchtafweergranaat naast de schuur, 21 februari 1944 .......................................................................92
6
BEOORDELEN EN EVALUEREN STELLINGEN ..................................................................................... 95 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
7
AFBAKENING VERDEDIGINGSWERKEN ............................................................................................................................. 95 AFBAKENING LOOPGRAVEN EN WAPENOPSTELLINGEN ................................................................................................. 98 AFBAKENING GESCHUTOPSTELLINGEN ............................................................................................................................ 99 HAARLEMSE KAZERNES ................................................................................................................................................... 100 OVERIGE VERDEDIGINGSWERKEN .................................................................................................................................. 102
BEOORDELEN EN EVALUEREN NAOORLOGSE MUNITIEVONDSTEN .......................................... 105 7.1 7.2 7.3
8
AANGETROFFEN OEFENBOMMEN, 1980 TOT HEDEN.................................................................................................. 105 INCIDENTELE VONDSTEN EOD, 1970 TOT HEDEN...................................................................................................... 106 BAGGERWERKZAAMHEDEN STADSGRACHTEN .............................................................................................................. 107
NADERE TOELICHTING NGE-RISICOGEBIEDEN .............................................................................. 111 8.1 8.2 8.3 8.4
9
LEEMTEN IN KENNIS ........................................................................................................................................................ 111 HET VASTSTELLEN EN AFBAKENEN VAN HET NGE-RISICOGEBIED ............................................................................. 111 SOORT, HOEVEELHEID, VERSCHIJNINGSVORM VERMOEDE NGE EN RISICOANALYSE............................................... 111 VOORBEELDEN AAN TE TREFFEN NGE .......................................................................................................................... 112
CONCLUSIE EN ADVIES ...................................................................................................................... 116 9.1 9.2 9.3
10
CONCLUSIE HVO-NGE ................................................................................................................................................. 116 ADVIES.............................................................................................................................................................................. 116 PROTOCOL SPONTAAN AANTREFFEN NGE .................................................................................................................. 117 BIJLAGEN .......................................................................................................................................... 120
BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8 BIJLAGE 9 BIJLAGE 10
BEGRIPPENLIJST (3 BLADEN) ................................................................................................................................. 121 OVERZICHT VAN DE (ARCHIEF) INSTELLINGEN .................................................................................................... 124 GERAADPLEEGDE LITERATUUR .............................................................................................................................. 125 GERAADPLEEGDE ARCHIEVEN ............................................................................................................................... 151 OVERZICHT LUCHTFOTO’S..................................................................................................................................... 162 UITSNEDE GEALLIEERDE STAFKAART EN BOMBARDEMENTSGEGEVENS ............................................................. 164 NATIONAL ARCHIVES AND RECORD ADMINISTRATION .................................................................................... 174 EOD: MUNITIERUIMRAPPORTEN .......................................................................................................................... 176 EOD: MIJNENVELDKAART EN MMOD................................................................................................................
177 IN HET VERLEDEN UITGEVOERDE ONDERZOEKEN ................................................................................................ 178
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 3 van 188
BIJLAGE 11 CHECKLIST WSCS-OCE, INHOUD USB-STICK EN VERZENDLIJST.................................................................... 186 BIJLAGE 12 BINNENSTEDELIJK BAGGERWERK HAARLEM E.O. ................................................................................................. 187 BIJLAGE 13 TEKENINGEN (LOSBLADIG) .................................................................................................................................... 188
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 4 van 188
Algemene Informatie
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 5 van 188
1
INLEIDING
In dit hoofdstuk is beschreven wat de aanleiding is voor het uitvoeren van het Historisch Vooronderzoek-Niet-Gesprongen Explosieven (HVO-NGE). Daarnaast zijn het onderzoeksgebied, het doel van het onderzoek en de methodiek beschreven. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een leeswijzer. 1.1
AANLEIDING
In de gemeente Haarlem vinden regelmatig grondroerende werkzaamheden plaats. Voorafgaand aan deze werkzaamheden zijn door REASeuro op projectmatige basis diverse Historische Vooronderzoeken – Niet Gesprongen Explosieven uitgevoerd. Deze historische vooronderzoeken zijn uitgebreide updates van de in 2009 opgestelde NGE-Risicokaart voor de gehele gemeente Haarlem. De toenmalige risicokaart is opgesteld volgens de toenmalige richtlijnen zoals opgenomen in de BRL-OCE (Beoordelingsrichtlijn Opsporen Conventionele Explosieven). De nieuwe richtlijnen stellen strengere eisen aan het HVO-NGE, zowel op het gebied van te raadplegen bronnen als op de wijze van afbakenen van risicogebieden. Het voorliggende HVO-NGE is een volledige update van deze NGE-Risicokaart conform het WSCS-OCE, waardoor de projectmatige updates niet meer noodzakelijk zijn. De oorlogshandelingen die tijdens de Tweede Wereldoorlog plaats hebben gevonden binnen de gehele gemeente Haarlem worden in dit HVO-NGE opnieuw beoordeeld en geëvalueerd volgens de huidige richtlijnen. Deze NGE-Risicokaart biedt derhalve in één oogopslag inzicht in de NGE-Risicogebieden binnen de gemeente Haarlem. 1.2
ONDERZOEKSGEBIED
Het onderzoeksgebied voor dit HVO-NGE betreft het grondgebied van de gemeente Haarlem.
Figuur 1: Onderzoeksgebied.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 6 van 188
1.3
DOEL
Doel van het HVO-NGE is antwoord te geven op de volgende vragen: - Is sprake van NGE-Risicogebieden in (gedeelten van) de gemeente Haarlem naar de situatie van 1945 (het einde van de oorlog)? - Welke soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede NGE kunnen worden verwacht? - Wat is het advies met betrekking tot de toekomstige werkzaamheden? 1.4
METHODIEK
De rapportage is opgesteld volgens het Werkveldspecifiek certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE). Aan de hand van een aantal bronnen wordt NGE gerelateerde informatie van het onderzoeksgebied geïnventariseerd. In de inventarisatie van het bronnenmateriaal wordt gezocht naar: - gebeurtenissen die hebben geleid tot het in de bodem komen van NGE; - gebeurtenissen die hebben geleid tot het verwijderen van NGE uit de bodem. Op basis daarvan wordt beoordeeld en geëvalueerd of binnen de gemeente Haarlem een verhoogd risico bestaat op het aantreffen van NGE. Als dat het geval is, wordt het NGE-Risicogebied horizontaal afgebakend naar de situatie van 1940-1945 en wordt een advies gegeven. Het eindresultaat betreft deze rapportage en een bijbehorende NGE-Risicokaart. Het onderzoek is uitgevoerd door een projectteam bestaande uit Historici en Senior OCE-deskundigen. Op pagina 2 van dit rapport staan de betrokken deskundigen vermeld. 1.5
LEESWIJZER
De inventarisatie van het geraadpleegde bronnenmateriaal is weergegeven in de bijlagen. Ook is in de bijlagen een lijst opgenomen van de gehanteerde begrippen. In hoofdstuk 2 is een samenvatting van de belangrijkste bevindingen van het geïnventariseerde bronnenmateriaal weergegeven. In hoofdstuk 3 wordt de wijze van afbakenen van NGE-Risicogebieden nader toegelicht. In hoofdstuk 4 tot en met 7 is het geraadpleegde bronnenmateriaal beoordeeld en geëvalueerd. In hoofdstuk 8 worden de leemten in kennis en de afgebakende NGE-Risicogebieden nader toegelicht. Het HVO-NGE wordt afgesloten met hoofdstuk 9: Conclusie en advies.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 7 van 188
Inventarisatie Bronnenmateriaal
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 8 van 188
2
INVENTARISATIE BRONNENMATERIAAL
In dit hoofdstuk is beschreven welke bronnen zijn geraadpleegd. Per geraadpleegde bron is in de bijlagen een overzicht opgenomen van het verzamelde bronnenmateriaal. Op basis van de informatie die uit de bronnen is afgeleid, is een overzicht gemaakt van de belangrijkste oorlogsgerelateerde gebeurtenissen in Haarlem. Deze gebeurtenissen vormen de leidraad voor de beoordeling en evaluatie van het bronnenmateriaal in hoofdstuk 3 tot en met 7 van dit rapport. 2.1
GERAADPLEEGDE BRONNE N
Volgens het WSCS-OCE dient een aantal bronnen verplicht en aanvullend te worden geraadpleegd. REASeuro voldoet aan de gestelde eisen in het WSCS-OCE en raadpleegt daarnaast aanvullende bronnen die niet verplicht zijn gesteld. De aanvullende bronnen die voor dit HVO-NGE zijn geraadpleegd zijn de volgende: - NIOD instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies (NIOD) in Amsterdam. - Aanvullende collecties uit het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) in Den Haag. - Luchtfotocollecties van National Collection of Aerial Photography en Luftbilddatenbank. - The National Archives (TNA) in Londen. - The National Archives and Records Administration (NARA) in Washington D.C. - Bundesarchiv-Militärarchiv Freiburg. - Archief van de Mijn- en Munitie Opruimingsdienst (MMOD) in Den Haag. - In het verleden uitgevoerde gerelateerde NGE-bodemonderzoeken. Literatuur In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van de geraadpleegde literatuur. In de literatuur is gezocht naar beschrijvingen van voor de gemeente Haarlem mogelijk relevante gebeurtenissen. Deze gebeurtenissen zijn per tijdvak in de in bijlage 3 opgenomen tabellen weergegeven. Per gebeurtenis is een verwijzing opgenomen naar de betreffende bron en bladzijde.
Verliesregister Studiegroep Luchtoorlog (SGLO) De Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945 houdt een onlineregister bij van alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het betreft een overzicht van meer dan zesduizend neergekomen vliegtuigen. Dit register is geraadpleegd, de resultaten zijn verwerkt in bijlage 3. Gemeentelijk en Provinciaal Archief Het gemeentearchief van de gemeenten Haarlem en Haarlemmerliede en Spaarnwoude en het provinciaal archief van de provincie Noord-Holland zijn geraadpleegd. Delen van de gemeenten Haarlemmerliede en Spaarnwoude zijn immers na de oorlog bij Haarlem gevoegd. In de archieven is gezocht naar voor Haarlem mogelijk relevante informatie. In bijlage 4 is een gedetailleerd overzicht opgenomen van alle geraadpleegde archieven en inventarissen en de informatie die in de archieven en inventarissen is aangetroffen. Nationaal Archief (NA) in Den Haag In NA is onder andere het archief van de Hulpverleningsdienst geraadpleegd. Dit heeft relevante informatie opgeleverd, zie bijlage 4. Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) in Den Haag Het NIMH beheert onder andere de collecties Gevechtsverslagen en –rapporten mei 1940 (Collectie 409) en Duitse verdedigingswerken (Collectie 575).
Deze collecties dienen volgens het WSCS-OCE te worden geraadpleegd indien er aanwijzingen zijn dat grondgevechten hebben plaatsgevonden in mei 1940 of dat er Duitse stellingen hebben gelegen. Daarnaast wordt gekeken naar overige mogelijk relevante collecties. Omdat in Haarlem geen grondgevechten hebben plaatsgevonden in mei 1940, is de collectie
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 9 van 188
409 niet geraadpleegd. Wel zijn enkele stukken uit de collectie 575 geraadpleegd. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 4. NIOD instituut voor oorlogs-, holocaust- en genocidestudies (NIOD) in Amsterdam Het NIOD beschikt over de archieven van de diverse bezettingsautoriteiten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Voorbeelden hiervan zijn archieven van de Duitse politie-instanties en de archieven van de Duitse militaire staf in Nederland. Ook beschikt het NIOD over een uitgebreid knipselarchief, een grote collectie egodocumenten en over archieven van verzetsgroepen. In het NIOD is relevante informatie aangetroffen, zie bijlage 4. Daarnaast is in de literatuurcollectie van het NIOD gezocht naar relevante informatie voor de gemeente Haarlem. Dit heeft één aanvullende titel opgeleverd. Relevante informatie uit dit boek is verwerkt in bijlage 3. Luchtfoto’s Via de volgende luchtfoto-instanties zijn luchtfoto’s van tijdens en vlak na de oorlog verkregen: - Luchtfotocollectie van de Universiteit Wageningen, afdeling Speciale Collecties (Wageningen UR). - Luchtfotocollectie Topografische Dienst Kadaster Zwolle, afdeling GEO-informatie (Kadaster). - Luchtfotocollectie The National Collection of Aerial Photography in Edinburgh (NCAP). - Luchtfotocollectie Luftbilddatenbank in Estenfeld, Duitsland.
In bijlage 5 is een overzicht opgenomen van de gegeorefereerde en geanalyseerde luchtfoto’s van Haarlem. De luchtfoto’s geven informatie over de situatie in oorlogstijd en mogelijk zijn sporen van de oorlog, zoals kraters en verdedigingsstellingen, waar te nemen. De luchtfoto’s zijn ingepast in tekening 04. Kadaster Bij de afdeling GEO-informatie van het Kadaster in Zwolle is de geallieerde stafkaart besteld. De geallieerde stafkaart is nodig om te achterhalen of bombardementen uit de bombardementsgegevens in Haarlem hebben plaatsgevonden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog maakten de geallieerden gebruik van het zogenaamde Nord du Guerre coördinaatsysteem. Deze coördinaten staan op de stafkaarten vermeld. Op de stafkaart zijn de voor Haarlem relevante kaartvierkanten geselecteerd, zie bijlage 6. Met behulp hiervan is vastgesteld of er bombardementen binnen de kaartvierkanten of de onderliggende coördinaten hebben plaatsgevonden. The National Archives (TNA) in Londen REASeuro beschikt over kopieën van diverse gegevens uit The National Archives in Londen. Het betreft voornamelijk kopieën van de Operations Record Books (ORB’s) van de 2nd Tactical Air Force. Dit luchtleger voerde in 1944 en 1945 inleidende bombardementen uit vooruitlopend op de geallieerde troepenbeweging.
Daarnaast beschikt REASeuro over een groot aantal ORB’s van de Engelse luchtlegers Coastal Command, Bomber Command en Fighter Command. Er is gezocht naar luchtaanvallen die hebben plaatsgevonden in het Haarlem. In bijlage 6 is deze informatie opgenomen. The National Archives and Records Administration (NARA) in Washington D.C. REASeuro beschikt over een collectie archiefstukken uit de Amerikaanse National Archives and Records Administration. Het betreft stukken met betrekking tot de activiteiten van de Amerikaanse luchtmacht, zoals de Mission Reports, luchtfoto’s en stukken van de militaire inlichtingendienst. Het raadplegen van de NARA heeft relevante resultaten opgeleverd voor dit onderzoek, zie bijlage 7.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 10 van 188
Bundesarchiv-Militärarchiv Freiburg. REASeuro beschikt over diverse stukken uit het Bundesarchiv. Het betreffen stukken van Duitse marineeenheden in Nederland. De relevante stukken uit het Bundesarchiv-Militärarchiv zijn opgenomen in bijlage 4. Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) De EOD heeft de inventarissen van de munitieruimrapporten 1 beschikbaar gesteld. Dit zijn de munitieruimingen die zij van 1971 tot en met heden door heel Nederland hebben uitgevoerd. In bijlage 8 is een overzicht opgenomen van de in Haarlem verrichte ruimingen. Tevens is een begrippenlijst toegevoegd met de in de broninformatie gehanteerde vakinhoudelijke termen en afkortingen. Daarnaast is bij de EOD nagevraagd of in Haarlem mijnenvelden of mijnenverdachte gebieden hebben gelegen. De EOD heeft overzichtskaarten aangeleverd, waarop te zien is dat er geen mijnenverdachte gebieden hebben gelegen in Haarlem, zie bijlage 9. Tot slot is het MMOD-archief geraadpleegd. De MMOD is een voorloper van de EOD en heeft direct na de oorlog veel munitie geruimd. Het MMOD-archief is ondergebracht in de Semi-Statische Archiefdiensten (SSA) in Rijswijk. In het MMOD-archief is geen informatie voor het Haarlem aangetroffen, zie bijlage 9. In het verleden uitgevoerde gerelateerde NGE-bodemonderzoeken Er zijn diverse onderzoeken uitgevoerd met betrekking op de gemeente Haarlem.
Er wordt gekeken of in deze NGE-bodemonderzoeken relevante informatie staat die kan worden meegenomen voor dit onderzoek. In bijlage 10 is weergegeven welke in het verleden uitgevoerde onderzoeken in de omgeving zijn uitgevoerd. 2.2
NIET GERAADPLEEGDE B RONNEN
In dit HVO-NGE zijn geen getuigen geraadpleegd, omdat de bronnen beschreven in paragraaf 2.1 voldoende informatie opleveren om een goed beeld te krijgen van de gemeente Haarlem in oorlogstijd. 2.3
BEVINDINGEN INVENTAR ISATIE BRONNENMATERIAAL
Uit de inventarisatie van het bronnenmateriaal is gebleken dat Haarlem gedurende de Tweede Wereldoorlog meermaals doelwit is geweest van bombardementen en beschietingen. De ligging van Haarlem nabij belangrijke doelen voor de geallieerde luchtmachten, zoals industrie bij Velsen en IJmuiden en de nabijheid van Schiphol, maakte Haarlem het slachtoffer van vergissingsbombardementen. Daarnaast vormden fabrieken in en rond Haarlem een alternatief doel om aan te vallen als vliegtuigen nog bommen aan boord hadden, voordat zij richting hun bases in Engeland terugkeerden. Ook vliegtuigen in nood wierpen enkele malen hun bommenlast af op Haarlem, tijdens een zogenaamde noodafworp. Die prijs die Haarlem hiervoor betaalde was hoog. Tientallen burgers verloren het leven toen bommen neerkwamen in de dichtbevolkte wijken Rozenprieel (3 oktober 1940), de Amsterdamse Buurt (16 april 1943) en tijdens andere bombardementen en beschietingen. In hoofdstuk 4 worden deze bombardementen en beschietingen geanalyseerd om vast te stellen of er mogelijk NGE kunnen zijn achtergebleven. De grote activiteit in de lucht heeft tevens geleid tot enkele vliegtuigcrashes in Haarlem. Vier maal zijn vliegtuigen neergestort op Haarlems grondgebied, waarvan één midden in de stad. Enkele van deze vliegtuigen werden neergehaald door luchtafweergeschut.
De neergestorte vliegtuigen en de gevolgen van luchtafweergeschut worden in hoofdstuk 5 beoordeeld en geëvalueerd. 1 Beschikbaar van 1971 tot heden. De munitieruimrapporten worden ook wel MORA’s of UO’s genoemd.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 11 van 188
De in Haarlem aanwezige verdedigingswerken worden in hoofdstuk 6 geanalyseerd. Haarlem lag midden in de tweede verdedigingslinie achter de belangrijke linie langs de kust, waardoor stelling in Haarlem talrijk waren. Tot slot worden in hoofdstuk 7 naoorlogse munitievondsten beoordeeld en geëvalueerd. In de gemeente Haarlem heeft vooral de luchtoorlog veel schade berokkend. Grondgevechten hebben niet plaatsgevonden tijdens de inval in mei 1940, noch tijdens de bevrijding. De Duitse troepen in Haarlem capituleerden in de avond van 4 mei 1945. De stad was gedurende de gehele oorlogsperiode bezet.
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 12 van 188
Werkwijze afbakening
72334/RO-160069 versie 1.0
DR Update Haarlem NGE-Risicokaart
Pagina 13 van 188