20210086978 2. Bijlage Nota bovenwijkse netwerkvoorzieningen 2021
Tekst van het document
Omschrijving van de in het kostenverhaal te betrekken ontwikkellocaties en ontwikkelopgaven In hoofdstuk 7 is een overzicht opgenomen van de toekomstige ontwikkelopgave binnen de gemeente, eveneens voor de periode 2020-2030. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen woningbouw enerzijds en andere functies (relatie met arbeidsplaatsen) anderzijds. Voor de verdeling van deze ontwikkelopgave is uitgegaan van de indeling van de stad naar 21 wijken. De indeling van deze wijken is gebaseerd op de wijkindeling van Haarlem.
3
De bepaling van de verhaalbare kosten van de in het kostenverhaal te betrekken bovenwijkse netwerkvoorzieningen. In hoofdstuk 8 is per concrete voorziening de hoogte van de met de aanleg/aanpassing verband houdende kosten van realisatie opgenomen. Daarbij is, voor zover aan de orde, rekening gehouden met de aftrek van door de gemeente verkregen c.q. aan de gemeente toegekende subsidies of bijdragen van derden. Er is rekening gehouden met een fasering van de uitvoering van de voorzieningen in de tijd over de periode 2020 tot en met 2030.
4
De toedeling van de verhaalbare kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen aan de bestaande stad en aan de ontwikkellocaties/opgaven. De methodiek van de toedeling is uitgewerkt in hoofdstuk 9. De methodiek leidt ertoe dat, onderscheiden naar de 21 wijken, voor elke eenheid van een nieuwe ontwikkelopgave voor woningbouw of andere functies, een totaaltarief wordt bepaald voor de totale toe te rekenen kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen.
25
Voor elke eenheid van een nieuwe ontwikkelopgave voor woningbouw of andere functies, wordt per wijk een totaaltarief van toe te delen kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen vastgesteld. Dit totaaltarief is de optelsom van de tarieven voor de kosten van auto-infrastructuur, fietsinfrastructuur en openbaarvervoerinfrastructuur. Auto-infrastructuur Ten aanzien van de toedelingsmethodiek voor de bovenwijkse netwerkvoorzieningen voor auto-infrastructuur, is gebruik gemaakt van verkeersintensiteitsanalyses. Bij deze analyses is de situatie in 2030 vergeleken tussen twee scenario’s: a. Het scenario van een autonome ontwikkeling van de stad (dat wil zeggen zonder dat de in hoofdstuk 7 omschreven ontwikkellocaties en ontwikkelopgaven worden gerealiseerd). b. Het scenario van de ontwikkeling van de stad waarbij het geheel van ontwikkellocaties en ontwikkelopgaven is gerealiseerd. De vergelijking van deze twee scenario’s in 2030 geeft daarmee een goed onderbouwd beeld van het aan de verschillende ontwikkelopgaven in de stad toe te rekenen aandeel in de verkeersintensiteiten van de voorgenomen bovenwijkse netwerkvoorzieningen voor de auto-infrastructuur, verdeeld naar de onderscheiden 21 wijken.
Het op deze wijze voor een wijk bepaald aandeel in de verkeersintensiteit van de verschillende concrete autonetwerkvoorzieningen, is vervolgens uitgewerkt naar een tarief per eenheid per vierkante meter bvo voor de functies woningbouw, detailhandel, industrie en overig. Op basis van een verkeersanalyse is hiermee het aan de ontwikkelopgaven (verdeeld naar de 21 wijken) toe te rekenen proportionele aandeel van de verhaalbare kosten van deze categorie investeringen bepaald. Fiets- en openbaarvervoersinfrastructuur De gehanteerde methodiek voor de verdeling van de kosten van de autonetwerkvoorzieningen is niet goed bruikbaar voor de toedeling van de verhaalbare kosten van netwerkvoorzieningen van fiets- en openbaarvervoersinfrastructuur. Ten aanzien van de verdeling van de verhaalbare kosten, is voor de bepaling van het aan de ontwikkelopgaven toe te rekenen proportionele aandeel van de verhaalbare kosten, uitgegaan van een gelijke omslag naar aantallen gewogen vierkante meters bvo20 in de stad. Hierbij is het gewogen ontwikkelprogramma per wijk afgezet tegen het gewogen totaal van bestaand en nieuw programma in de hele stad.
Totaaltarief Het totaaltarief per eenheid vierkante meter bvo van een ontwikkelopgave voor het geheel van de toe te rekenen bovenwijkse netwerkvoorzieningen kan op deze wijze per wijk worden bepaald vanuit de optelsom van de hiervoor genoemde tarieven voor auto-, fietsen openbaarvervoerinfrastructuur. Dit totaaltarief is bepaald op basis van een netto contante waarde21 per 1 januari 2020 en is vanaf die datum rentedragend tegen 2,8% per jaar (samengestelde interest). Het totaaltarief is per wijk verschillend.
20 Bvo= bruto vloeroppervlak. Dit begrip is nader omschreven in bijlage 1. 21 Voor het begrip netto contante waarde zie bijlage 1.
26
Uit de gehanteerde methodiek volgt dat de totale verhaalbare kosten van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen als volgt worden verdeeld: a. Aandeel bestaande stad: 87% b. Aandeel totaal van de ontwikkelopgaven: 13%
27
5.
Implementatie van de Nota Met de vaststelling van de Nota is sprake van verschillende aandachts- en actiepunten die van belang zijn voor de uiteindelijke toepassing en uitvoering van de Nota. In dit hoofdstuk worden deze aandachts- en actiepunten beschreven.
5.1 Bestemmingsreserve bovenwijkse netwerkvoorzieningen Ter uitvoering van de Nota wordt een bestemmingsreserve bovenwijkse netwerkvoorzieningen gevormd. Deze reserve is geoormerkt aan de voorzieningen, zoals opgenomen in de Nota. Deze toepassing heeft tot gevolg dat de bestemmingsreserve in stand blijft gedurende de afschrijvingsperiode van de in de Nota opgenomen voorzieningen. Bestedingen ten laste van de bestemmingsreserve De vaststelling van de Nota heeft niet tot gevolg dat daarmee door de raad (tevens) de benodigde kredieten zijn gevoteerd voor de realisatie van de verschillende bovenwijkse netwerkvoorzieningen. Over deze kredietvotaties zal steeds afzonderlijk worden beschikt bij afzonderlijke raadsbesluiten. Wordt een krediet gevoteerd, dan wordt voor de dekking het aandeel van de kosten dat ingevolge deze Nota wordt toegerekend aan het geheel van de ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven, ten laste van deze reserve gebracht. Voor het niet aan de ontwikkellocaties/ontwikkelopgave toe te rekenen aandeel van de kosten wordt een separaat dekkingsvoorstel aan de raad gedaan. De voeding van de bestemmingsreserve De bestemmingsreserve wordt gevoed met de bijdragen, afkomstig uit: a. Gemeentelijke grondexploitaties; b. Particuliere grondexploitaties, op basis van privaatrechtelijk kostenverhaal.
5.2 Periodieke actualisatie van de Nota Zoals aangegeven in paragraaf 2.3 (status van de Nota) is het voor een effectieve werking en toepassing van de Nota van belang dat deel B (Uitwerking beleidskader) periodiek wordt geactualiseerd, ten aanzien van onder meer: • De wijzigingen in het uitvoeringsprogramma voor de realisatie van bovenwijkse netwerkvoorzieningen (ter uitvoering van de (huidige) Structuurvisie openbare ruimte). • Wijzigingen in de aard en omvang van de ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven en de daaraan verbonden programmatische kaders. • Wijzigingen in de uitvoeringsfasering van de realisatie van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen en de ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven. • Actualisatie van de investeringsramingen van de nog te realiseren bovenwijkse netwerkvoorzieningen c.q. het vastleggen van de kosten van gerealiseerde bovenwijkse netwerkvoorzieningen.
28
•
•
Actualisatie van de door de gemeente ontvangen en nog te ontvangen kostenverhaalsbijdragen en bijdragen uit gemeentelijke grondexploitaties in de bovenwijkse netwerkvoorzieningen. Actualisatie van parameters zoals de kostenindexeringen en rente.
Deze actualisatie ziet daarmee toe zowel op de bijstelling van ramingen, als op de verslaglegging van de gerealiseerde kosten en ontvangen vergoedingen. De actualisatie kan bijvoorbeeld in samenhang met de jaarstukken van de gemeente plaatsvinden en volgt dan de reguliere begrotingscyclus van de gemeente. De actualisatie kan ook plaatsvinden via de Meerjaren Prognose Grondexploitaties.
5.3 Toepassing van de Nota onder de Omgevingswet Tot aan de invoering van de Omgevingswet wordt voor de toepassing van het privaatrechtelijk kostenverhaal van de kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen, uitgegaan van een aantal bouwstenen. Deze bouwstenen zijn afgeleid van de voorstellen voor wetgeving voor het publiekrechtelijk kostenverhaal van financiële bijdragen voor de toepassing onder de nieuwe Omgevingswet. Met het voorsorteren op de kaders, zoals die in de nieuwe kostenverhaalsregeling voor financiële bijdragen in de Omgevingswet worden opgenomen, wordt bereikt dat de in de Nota gehanteerde beleidskaders in beginsel ook bruikbaar zijn als basis voor (zowel de privaatrechtelijke als publiekrechtelijke) toepassing van het kostenverhaal zodra het nieuwe instrumentarium onder de Omgevingswet in werking treedt. Zodra de Omgevingswet en het daarvan deel uitmakende nieuwe kostenverhaalsinstrumentarium worden ingevoerd, wordt de Nota (waar nodig) geactualiseerd en aangepast op basis van de definitieve wettelijke regeling.
29
Deel B: Uitwerking beleidskader
30
6.
Omschrijving van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen In de uitwerking van het beleidskader is de eerste stap het inventariseren van de verhaalbare bovenwijkse netwerkvoorzieningen. De inventarisatie van deze voorzieningen in de gemeente Haarlem is gebaseerd op een aantal verschillende brondocumenten. Deze stukken zijn recent open vastgesteld met voornamelijk als doel inzichtelijk te maken welke investeringen de gemeente moet doen om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving op peil te houden, mede in de context van de ontwikkelopgave. Het betreft: • • • • •
De Structuurvisie Openbare Ruimte, Haarlem 2040: Groen en Bereikbaar (inclusief het bijbehorende uitvoeringsprogramma). Het rapport Groeipotentie; Studie naar wonen, voorzieningen, werken en mobiliteit. De Haarlemse Rapportage Grote Projecten. De gemeentelijke grondexploitaties. De Programmabegroting 2020-2024.
De belangrijkste bron is de Structuurvisie Openbare Ruimte, Haarlem 2040, inclusief het bijbehorende uitvoeringsprogramma. Dit uitvoeringsprogramma is gesplitst in drie tijdvakken: • fase 1, no regret-maatregelen in de periode 2020-2025; • fase 2, maatregelen op hoofdlijnen voor de periode 2025-2030 en; • fase 3, de contouren van maatregelen voor de periode 2030-2040. Enkel de maatregelen behorende bij fase 1 en 2 zijn in de SOR geconcretiseerd en het uitvoeringsprogramma kent een investeringshorizon van 2020-2025. Het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks geactualiseerd, waarbij tevens de benodigde (voorbereidings)kredieten voor de voorgenomen maatregelen worden vrijgegeven. De concrete investeringen die in de periode 2025 tot en met 2030 worden voorzien, zijn de adaptieve maatregelen. Deze maatregelen vindt de gemeente noodzakelijk om de doelen uit de SOR te bereiken, maar ze kunnen nog niet heel concreet worden uitgewerkt. Hiervoor worden in fase 1 enkel voorbereidende werkzaamheden verricht, te denken valt aan onderzoeken en variantenstudies. Op basis van de verschillende bronnen is een lijst met bovenwijkse netwerkvoorzieningen opgesteld welke een gebiedsoverstijgend karakter kennen. Deze lijst is vervolgens geactualiseerd met besluitvorming van de gemeenteraad die plaats heeft gevonden na het opstellen van de brondocumenten, over specifieke voorzieningen uit de lijst.
Voor de SOR wordt namelijk jaarlijks het uitvoeringsprogramma geactualiseerd, inclusief een inventarisatie welke in de SOR opgenomen voorzieningen in het eerstvolgende begrotingsjaar gerealiseerd gaan worden. De bovenwijkse netwerkvoorzieningen zijn ingedeeld in drie categorieën van voorzieningen: fietsinfrastructuur, auto-infrastructuur en openbaarvervoersinfrastructuur. Voor elk van deze categorieën is een kaart opgesteld waarop de ligging van de in de Nota betrokken voorzieningen zoveel mogelijk inzichtelijk worden gemaakt. Vervolgens worden de specifieke netwerkvoorzieningen nader toegelicht. Dit overzicht is nader uitgewerkt in bijlage 2.
31
Afbeelding 2 – netwerkvoorzieningen fietsinfrastructuur van gemeentelijk en/of regionaal belang
32
BOVENWIJKSE NETWERKVOORZIENINGEN FIETSINFRASTRUCTUUR #
Naam voorziening
F1
De komende jaren krijgt de binnenstad te maken met een grote toename van fietsen. Voor een goede verblijfskwaliteit van de openbare ruimte is het belangrijk dat fietsparkeren goed wordt geregeld. Bij voorkeur wordt Fietsparkeren binnenstad fietsparkeren ondergronds opgelost, maar dat is niet altijd mogelijk. Mogelijke locaties zijn de Nieuwe Groenmarkt, Botermarkt en Grote Houtstraat. Het vergt grote investeringen in stallingsmogelijkheden.
F2
Fietsparkeren bij ov Houtplein
Het Houtplein en omgeving is een belangrijk openbaar vervoersknooppunt. Om het gebruik van het openbaar vervoer te stimuleren moeten er voldoende en goede stallingsmogelijkheden voor de fiets zijn. Daarnaast is het Houtplein een toegang tot het centrum en voor een goede verblijfskwaliteit van de openbare ruimte in het centrum is het belangrijk dat fietsparkeren goed wordt geregeld. Er moeten extra voorzieningen bij het Houtplein gerealiseerd worden.
F3
Kortetermijnoplossing fietsparkeren ov Spaarnwoude
Realisatie van een kortetermijnoplossing van 500 fietsparkeerplekken op maaiveld bij het station Spaarnwoude. Dit sorteert voor op de ontwikkelingen in ontwikkelzone Oostpoort.
F4
Fietsparkeren bij ov R(egio)net haltes
Haarlem kiest voor versterking van de ketenmobiliteit, wat betekent dat mensen tijdens hun reis op een makkelijke manier de fiets, het openbaar vervoer en de auto kunnen combineren. Voldoende stallingsaanbod bij Rnet haltes is hiervoor belangrijk. Er is behoefte aan uitbreiding met minimaal 650 fietsparkeerplaatsen bij 11 R-net haltes in Schalkwijk, Oost en Noord.
F5
Fietsknelpunt Kennemerplein / Schoterweg / Kennemerstraat
Vergroten capaciteit fietsverbinding Rijksstraatweg – stationsgebied. Centraal in het fietsnetwerk ligt de fietsring. Dit wordt geoptimaliseerd door het oplossen van het knelpunt Kennemerplein.
F6
Herinrichting Lodewijk van Deijssellaan tot fietsstraat
Als onderdeel van de snelfietsroute Haarlem-Velsen wordt de Lodewijk van Deijssellaan een fietsstraat waar de fietser voorrang krijgt. Op de hoek van de Zijlweg met de Westelijke Randweg wordt een tweerichtingenfietspad aangelegd, met een nieuwe oversteek zodat de fietsers beter kunnen oversteken.
F7
Korte termijn maatregelen fietsparkeren bij ov Stationsplein
Op korte termijn dient de capaciteit van het fietsparkeren nabij het ov stationsplein te worden vergroot.
F8
Lange termijn maatregelen fietsparkeren bij ov Stationsplein
Naast de vergroting van de capaciteit op korte termijn, is op lange termijn de uitbreiding van de huidige fietsenkelder noodzakelijk. Het betreft de toevoeging van 2.000 plaatsen.
F9
Herprofileren Kennedylaan, Belgiëlaan en Floris van Adrichemlaan
In het kader van de visie ‘Dwars door Schalkwijk’ wordt de oost-westroute vanaf het pontje over de Spaarne tot de Poelpolder geherprofileerd. Er komt meer ruimte voor langzaam verkeer. Met deze ingreep wordt tevens de recreatieve route versterkt.
Versmalling van de F10 rijbaan Amsterdamsevaart
Omschrijving
Reconstructie van de Amsterdamsevaart ten behoeve van de snelle fietsverbinding F200 en fietsnetwerk.
33
BOVENWIJKSE NETWERKVOORZIENINGEN FIETSINFRASTRUCTUUR #
Naam voorziening Ontbrekende fietsschakels F11 Planetenlaan – Schoterbos
Fietsring: Bolwerken, F12 Raaks en Wilhelminastraat
F13
Fiets- en voetbrug over de Ringvaart
Fietsenstallingen bij F14 economische centra (niet de binnenstad) Fietsparkeren lange F15 termijn bij station Spaarnwoude
Omschrijving Fietsbrug over de Jan Gijzenvaart. Fietspaden in Schoterbos zijn onderdeel van plan Schoterbos en ten behoeve van het fietsnetwerk. Het fietsnetwerk wordt de komende jaren geoptimaliseerd. Centraal in het fietsnetwerk ligt de fietsring. Dit is een ring rondom de Binnenstad van waaruit alle wijken van Haarlem ontsloten worden. Fietsers krijgen op de fietsring de ruimte waardoor ze verleid worden om om de binnenstad heen te fietsen. De ingrepen richten zich op een herinrichting van de wegstructuur, een andere indeling van het wegdek en een aanpassing van de VRI22. Nabij de fietsring komen meer voorzieningen om fietsen te parkeren. Overbrugging van de Ringvaart tussen het Emeltpad en R-net. Onderdeel van de regionale (snel)fietsroute. Haarlem kiest voor versterking van de ketenmobiliteit. Voldoende stallingsaanbod bij economische centra is hiervoor belangrijk. Naast de vergroting van de capaciteit op korte termijn, is op lange termijn de uitbreiding van de parkeercapaciteit noodzakelijk. Het betreft de toevoeging van 500 fietsparkeerplaatsen.
Tabel 4 – bovenwijkse netwerkvoorzieningen fietsinfrastructuur
22
VRI = VerkeersRegel Installatie, verkeerstoepassingen die de doorstroom en verkeersveiligheid verbeteren, zoals verkeerslichten
34
Afbeelding 3 – netwerkvoorzieningen auto-infrastructuur van gemeentelijk en/of regionaal belang
35
BOVENWIJKSE NETWERKVOORZIENINGEN AUTO-INFRASTRUCTUUR #
Naam voorziening
A1
De vervoerscapaciteit op de N200 (tussen de A200 en de Prinsenbrug) dient te worden vergroot, om het toenemende verkeer te kunnen Vergroten afwikkelen. Hierbij staat de bereikbaarheid van Haarlem-Noord vanuit het vervoerscapaciteit N200 oosten centraal, waarbij er betere mogelijkheden komen voor verschillende vervoersmodaliteiten.
A2
Herstructurering stadsstraat Europaweg
De Europaweg dient in het kader van de SOR te worden afgewaardeerd tot stadsstraat. De maatregel is gerelateerd aan het ov-knooppunt Buitenrust en de gebiedsontwikkeling Oostpoort.
A3
Herinrichting kruispunten Amerikaweg
De Amerikaweg doorkruist verschillende wegen, zoals de Boerhaavelaan, de Kennedylaan en de Schipholweg. De Amerikaweg vormt de toegangsweg van Schalkwijk en ten behoeve van de doorstroming worden de kruispunten geherstructureerd.
A4
A5
Verbetering doorstroming Waarderweg – Vondelweg Aanleg ongelijkvloerse kruising en herinrichting kruispunt Schipholweg Amerikaweg / Prins Bernhardlaan
Omschrijving
Om het verkeer van de Vondelweg en Waarderweg naar de regioring te leiden worden aanpassingen gedaan aan de wegbewijzering, indeling en VRI van deze wegen, verbetering doorstroming. Aanleg ongelijkvloerse kruising onder de N205 tussen de Amerikaweg en de Prins Bernhardlaan voor voetgangers en fietsers. Hiermee stroomt de N205 beter door en kunnen fietsers en voetgangers veiliger van de Amerikaweg naar de Prins Bernhardlaan.
A6
Herinrichting kruispunt Orionweg
Herinrichting van de kruising Orionweg met de N208 ten behoeve van een betere doorstroming. Het betreft ingrepen aan de Orionweg en de kruising, niet de N208 zelf.
A7
Herinrichting kruispunt Simon Vestdijkpark
Herinrichting van de kruising Simon Vestdijkpark met de N208 ten behoeve van een betere doorstroming. Het betreft ingrepen aan de Orionweg en de kruising, niet de N208 zelf.
A8
Herinrichting kruispunt Stuyvesantstraat
Herinrichting van de kruising Stuyvesantstraat met de N208 ten behoeve van een betere doorstroming. Het betreft ingrepen aan de Orionweg en de kruising, niet de N208 zelf.
A9
Herinrichting kruispunt Kleverlaan
Herinrichting van de kruising Kleverlaan met de N208 ten behoeve van een betere doorstroming. Het betreft ingrepen aan de Orionweg en de kruising, niet de N208 zelf.
A10
Herinrichting kruispunt Zijlweg
Herinrichting van de kruising Zijlweg met de N208 ten behoeve van een betere doorstroming. Het betreft ingrepen aan de Orionweg en de kruising, niet de N208 zelf.
A11
Herinrichting kruispunt De Ruijterweg
Herinrichting van de kruising De Ruijterweg met de N208 ten behoeve van een betere doorstroming. Het betreft ingrepen aan de Orionweg en de kruising, niet de N208 zelf.
A12
Herinrichting kruispunt Pijlslaan
Herinrichting van de kruising Pijlslaan met de N208 ten behoeve van een betere doorstroming. Het betreft ingrepen aan de Orionweg en de kruising, niet de N208 zelf.
A13
Herinrichting kruispunt Leidsevaart
Herinrichting van de kruising Leidsevaart met de N208 ten behoeve van een betere doorstroming. Het betreft ingrepen aan de Orionweg en de kruising, niet de N208 zelf.
36
A14
Bevordering gebruik hoofdroutes Oudeweg/ Schipholweg
Afwaardering van alternatieve routes, zoals de Amsterdamsevaart, Gedempte Oostersingelgracht en Europaweg om het gebruik van de hoofdroutes te stimuleren. De ingrepen zien toe op onder andere aanpassingen in de verharding en bewijzering.
A15
Verbinding Veerplas
Aanpassing bestaande viaduct richting de Veerplas door de Camera Obscuraweg het talud van de N200 te laten doorkruisen.
Tabel 5 – bovenwijkse netwerkvoorzieningen auto-infrastructuur
37
Afbeelding 4 – netwerkvoorzieningen ov-infrastructuur van gemeentelijk en/of regionaal belang
38
BOVENWIJKSE NETWERKVOORZIENINGEN OV-INFRASTRUCTUUR #
Naam voorziening
Omschrijving
OV1
Mobiliteitshub NieuwZuid
Ten behoeve van de groei van het busverkeer worden de openbaarvervoerslijnen bij de toegangspoort naar Schalkwijk gebundeld op een knooppunt. Om het knooppunt te realiseren worden op het traject haltes verplaatst en fietsparkeren en een P+R toegevoegd.
OV2
Herinrichting Houtplein
Herinrichting van het Houtplein en aangrenzende straten. Met de herinrichting van het Houtplein worden haltes voor het openbaar vervoer verplaatst.
OV3
Herstructurering stadsstraat Rijksstraatweg: ovmaatregelen
De Rijksstraatweg vormt een onderdeel van de realisatie ov-netwerk tussen Station Haarlem en het Delftplein. Voor een betere doorstroming van de bus en een grotere veiligheid voor fietsers wordt de Rijksstraatweg beter ingericht.
OV4
Herprofileren Tempeliersstraat
Met de herinrichting van het Houtplein worden haltes voor het openbaar vervoer verplaatst. Dat maakt het mogelijk de Tempeliersstraat her in te richten.
Herinrichting Nassaulaan
De Nassaulaan vormt de verbinding tussen de Gedempte Oude Gracht en de Parklaan. De weg is een Hov-route en een hoofdfietsverbinding. Voor een betere doorstroming van de bus en een grotere veiligheid voor fietsers wordt de Nassaulaan beter ingericht.
OV5
Tabel 6 – bovenwijkse netwerkvoorzieningen openbaarvervoersinfrastructuur
39
7.
Omschrijving van de toekomstige ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven De ontwikkellocaties en ontwikkelopgaven die worden voorzien, zijn ontleend aan het verkeersmodel dat gebruikt wordt voor de toerekening van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen (zie hoofdstuk 9). De programma’s die daarin zijn opgenomen komen voort uit gemeentelijke inzichten van actuele plancapaciteit (welke jaarlijks worden bijgehouden) en kennen een planhorizon voor de periode tot en met 203023. Bij de totstandkoming van de nota is gebruik gemaakt van het op dat moment meest recente verkeersmodel; het verkeersmodel Haarlem 2019, waardoor de meest actuele inzichten ten aanzien van plancapaciteit afwijken van de in deze Nota gehanteerde programmatische uitgangspunten. De tabel met het programma maakt een onderscheid tussen woningen, detailhandel, industrie en overig, verdeeld naar de 21 wijken. Onder deze categorieën vallen de volgende type ontwikkelingen: • Woningen: woningen. • Detailhandel: horeca (incl. recreatie), detailhandel food, detailhandel non-food en benzinestations. • Industrie: industrie. • Overig: groothandel, diensten, kantoren, onderwijs. Wijk
Woningen Detailhandel stuks
Amsterdamsewijk 30 Boerhaavewijk 3.121 Delftwijk 106 Duinwijk 486 Europawijk 733 Haarlemmerhoutkwartier 35 Houtvaartkwartier 1.737 Indischewijk 445 Meerwijk 723 Molenwijk 212 Oude Stad 298 Parkwijk 458 Slachthuiswijk 1.065 Te Zaanenkwartier 433 Ter Kleefkwartier 184 Transvaalwijk 416 Vogelenwijk 0 Vondelkwartier 360 Waarder- en Veerpolder 409 Zijlwegkwartier 5 Spaarndam 8 Totaal 11.264 Tabel 7 – ontwikkelopgave per wijk
Industrie
Overig
arbeidsplaatsen
4 4 4 5 2 6 172 10 23 3 54 4 2 5 6 12 1 2 21 5 0 345
2 1 1 1 1 4 -9 1 1 1 15 1 2 4 2 2 1 1 67 2 0 103
12 790 9 42 23 113 668 15 30 17 203 38 16 39 41 17 5 13 290 22 3 2.406
23 De informatie komt overeen met de cijfers die worden bijgehouden op www.plancapaciteit.nl (medio 2019).
40
8.
De verhaalbare kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen Van de bovenwijkse netwerkvoorzieningen zijn kostenramingen van de aanleg c.q. aanpassing van de voorzieningen geïnventariseerd. Deze kostenramingen zijn deels ontleend aan besluiten die door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Het betreft uitgewerkte SSK-kostenramingen24 van voorzieningen die binnen afzienbare tijd tot realisatie zullen komen. Voor de voorzieningen die verder in de toekomst liggen, zijn kostenramingen met een meer globaal karakter gehanteerd. Nadat van alle voorzieningen de aanleg- c.q. aanpassingskosten bekend waren, is een aantal stappen doorlopen. Allereerst heeft de gemeente voor enkele investeringen uit de voorzieningenlijst reeds subsidie verkregen vanuit het Rijk of de provincie. Dit deel van de kosten is daarmee anderszins verzekerd en kan om die reden niet meer worden verhaald op nieuwe ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven. Deze subsidies zijn daarom in mindering gebracht op de geïnventariseerde kosten. Ten tweede is in aanvulling op de realisatiekosten voor alle voorzieningen die nog gerealiseerd moeten worden, rekening gehouden met een opslag van 15% bijkomende kosten voor voorbereiding, toezicht en uitvoering. Er is bij deze kostenramingen voorts (nog) geen rekening gehouden met eventuele kosten voor verwerving, planontwikkelingskosten en onderzoekskosten.
Ten derde zijn alle voorzieningen gefaseerd in de tijd. Hierbij is rekening gehouden met de periode 2020 tot en met 2030. Voor de meest concrete voorzieningen is de fasering gebaseerd op de beschikbare informatie vanuit uitvoeringsprogramma’s c.q. vastgestelde raadsbesluiten (zie bijlage 2). Voor de voorzieningen die verder in de toekomst liggen is een onderbouwde aanname gedaan over de fasering van de uitvoering. De gehanteerde fasering van de kosten is opgenomen in bijlage 2. Tenslotte zijn de kosten van de voorzieningen opgenomen in een exploitatieopzet. In deze exploitatieopzet is rekening gehouden met 2,5% jaarlijkse kostenstijging (vanaf 1 januari 2020) en 2,8% disconteringsvoet (samengestelde interest). Dit is gebaseerd op de uitgangspunten die de gemeente Haarlem hanteert in haar grondexploitaties. De exploitatieopzet kent als prijspeildatum 1 januari 2020. De exploitatieopzet is opgenomen in bijlage 3. Op basis van de exploitatieopzet zijn de investeringskosten voor de bovenwijkse netwerkvoorzieningen die voor kostenverhaal in aanmerking komen, vertaald naar een netto contante waarde25 per 1 januari 2020. Dit bedrag ligt aan de basis van het verhalen van de kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen. In de tabellen op de volgende pagina zijn deze kosten opgenomen voor de verschillende categorieën van bovenwijkse netwerkvoorzieningen.
De totale verhaalbare kosten op netto contante waarde (1-1-2020) bedragen daarmee € 150.460.445 exclusief btw.
24 De Standaardsystematiek voor Kostenramingen (SSK) is een systematiek voor het maken van kostenramingen in
de bouw en biedt een handreiking voor kostenmanagement. Het maken van ramingen van investerings- én/of levensduurkosten (onderhoudskosten) van projecten gebeurt met de SSK op eenduidige wijze. 25 Voor het begrip netto contante waarde zie bijlage 1.
41
KOSTENRAMING BOVENWIJKSE NETWERKVOORZIENINGEN FIETSINFRASTRUCTUUR #
Naam voorziening
Investering*
F1
Fietsparkeren binnenstad
€ 3.340.071
F2
Fietsparkeren bij ov Houtplein
€ 1.308.037
F3
Korte termijn oplossing fietsparkeren ov Spaarnwoude
€
229.329
F4
Fietsparkeren bij ov R(egio)net haltes
€
371.032
F5
Fietsknelpunt Kennemerplein / Schoterweg / Kennemerstraat
€ 3.326.933
F6
Herinrichting Lodewijk van Deijssellaan tot fietsstraat
€
674.546
F7
Kortetermijnmaatregelen fietsparkeren bij ov Stationsplein
€
143.540
F8
Langetermijnmaatregelen fietsparkeren bij ov Stationsplein
€ 5.691.500
F9
Herprofileren Kennedylaan, Belgielaan en Floris van Adrichemlaan
€ 3.419.887
F10
Versmalling van de rijbaan Amsterdamsevaart
€ 2.000.000
F11
Ontbrekende fietsschakels Planetenlaan – Schoterbos
€
F12
Fietsring: Bolwerken, Raaks en Wilhelminastraat
€ 7.291.658
F13
Fiets- en voetbrug over de Ringvaart
€ 4.539.899
F14
Fietsenstallingen bij economische centra (niet de binnenstad)
€ 1.783.652
F15
Fietsparkeren lange termijn bij station Spaarnwoude
€ 1.137.621
TOTAAL Tabel 8 – kostenraming bovenwijkse netwerkvoorzieningen fietsinfrastructuur
€ 35.946.698
688.992
KOSTENRAMING BOVENWIJKSE NETWERKVOORZIENINGEN AUTO-INFRASTRUCTUUR #
Naam voorziening
A1
Vergroten vervoerscapaciteit N200
€ 15.144.213
A2
Herstructurering stadsstraat Europaweg
€ 9.547.740
A3
Herinrichting kruispunten Amerikaweg
€ 6.564.363
A4
Verbetering doorstroming Waarderweg - Vondelweg
€ 2.854.071
A5
Aanleg ongelijkvloerse kruising en herinrichting kruispunt Schipholweg Amerikaweg / Prins Bernhardlaan
€ 5.608.968
A6
Herinrichting kruispunt Orionweg
€ 3.926.277
A7
Herinrichting kruispunt Simon Vestdijkpark
€ 3.926.277
A8
Herinrichting kruispunt Stuyvesantstraat
€ 3.926.277
A9
Herinrichting kruispunt Kleverlaan
€ 3.926.277
A10
Herinrichting kruispunt Zijlweg
€ 3.926.277
A11
Herinrichting kruispunt De Ruijterweg
€ 3.926.277
A12
Herinrichting kruispunt Pijlslaan
€ 3.926.277
A13
Herinrichting kruispunt Leidsevaart
€ 3.926.277
A14
Bevordering gebruik hoofdroutes Oudeweg / Schipholweg
€ 2.756.247
A15
Verbinding Veerplas
€ 3.190.620
TOTAAL Tabel 9 – kostenraming bovenwijkse netwerkvoorzieningen auto-infrastructuur
Investering*
€ 83.807.200
42
KOSTENRAMING BOVENWIJKSE NETWERKVOORZIENINGEN OV-INFRASTRUCTUUR #
Naam voorziening
Investering*
OV1
Mobiliteitshub Nieuw-Zuid
€ 17.074.499
OV2
Herinichting Houtplein
€ 7.523.330
OV3
Herstructurering stadsstraat Rijksstraatweg: ov-maatregelen
€ 3.287.000
OV4
Herprofileren Tempeliersstraat
€
OV5
Herinrichting Nassaulaan
€ 2.283.257
TOTAAL
538.461
€ 30.706.547
* Netto gemeentelijke investering op netto contante waarde 1 januari 2020 exclusief btw (zie bijlage 3).
43
9.
Toedeling van verhaalbare kosten aan ontwikkellocaties 9.1 Schaalniveau van toerekening bovenwijkse netwerkvoorzieningen De bovenwijkse netwerkvoorzieningen worden toegerekend aan de ontwikkellocaties/ontwikkelopgaven en de bestaande stad op het niveau van wijken. De gemeente Haarlem kent 21 wijken en op basis van het hanteren van de wijkindeling als schaalniveau zal de uiteindelijke bijdrage differentiëren tussen deze wijken.
9.2 Gehanteerde verdeelsleutels Voor de onderscheidene categorieën van bovenwijkse netwerkvoorzieningen worden verschillende verdeelsleutels gehanteerd voor de bepaling van de mate van proportionaliteit (in relatie tot de functionele samenhang). De netwerkvoorzieningen die toezien op de fietsinfrastructuur en het openbaar vervoer worden toegerekend aan de hand van de groei van het aantal woningen en arbeidsplaatsen. De netwerkvoorzieningen voor de auto-infrastructuur zijn toegerekend aan de hand van verkeersintensiteitsanalyses zoals opgenomen in het verkeersmodel van de gemeente Haarlem. Toelichting verdeelsleutel infrastructuur voor fiets- en openbaarvervoer-voorzieningen Om de groei van Haarlem als verdeelsleutel te bepalen is, gebruik gemaakt van de programma’s die ten grondslag liggen aan het Verkeersmodel Haarlem 2019. Dit programma is reeds in hoofdstuk 7 toegelicht. Om dit programma te kunnen gebruiken, is allereerst het programma uitgedrukt in m² bvo. Voor woningbouw is daarmee rekening gehouden met het gemiddelde oppervlak van een woning in de gemeente Haarlem, zijnde 133 m² bruto vloeroppervlakte26. Voor het overige programma is op basis van arbeidsplaatsen een vertaling gemaakt naar oppervlakte. De gehanteerde omslagfactor is gebaseerd op de CROW-verkeerskengetallen.
Dit levert op dat één arbeidsplaats gelijk staat aan 67 m² detailhandel, 33 m² industrie en 25 m² bvo overige functies. Dit volgt uit de rapportage van Goudappel Coffeng, opgenomen in bijlage 4. De volgende stap bestaat uit de weging van de verschillende functies ten opzichte van elkaar. Dit komt voort uit het feit dat een vierkante meter bvo wonen niet hetzelfde effect heeft op verkeersintensiteiten dan een vierkante meter detailhandel, industrie of overige functies. In de Nota wordt de onderlinge weging van functies gebaseerd op het verkeersgenererend vermogen van de verschillende functies (zie hoofdstuk 4). De normen die hiervoor worden gehanteerd zijn afkomstig van de rapportage van Goudappel Coffeng (zie bijlage 4). Met behulp van deze normen is vervolgens een weging bepaald voor de verschillende functies, waarbij woningbouw als standaardreferentie heeft gediend. Met behulp van deze omrekenfactor is een gelijke omslag naar aantal eenheden bepaald, op basis van de ontwikkelopgave per wijk. Dit resulteert in een weging die is gebaseerd op het aantal ritten per vierkante meter nieuwe functie. Dit is weergegeven in de tabel op de volgende pagina.
26 Bron: CBS, 2020, gemiddeld oppervlak woningen
(https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/82550NED/table?fromstatweb).
44
woningen detail industrie ritten / woning of abp27 4,75 3,5 2 m² / woning of abp 133 67 33 ritten / m² 0,0357 0,0560 0,0710 Weging 1,00 1,56 1,98 Tabel 11 – weging verschillende functies o.b.v. verkeersgeneratie
overig 2,25 25 0,0920 2,57
Met behulp van deze wegingsfactor kan de verdeelsleutel voor de bestaande stad en de groei van de stad worden vastgesteld. Hiervoor zijn allereerst alle programma’s (te weten: huidig, toekomstig en ontwikkeling) vermenigvuldigd met deze wegingsfactor. Vervolgens is het gewogen ontwikkelprogramma per wijk gedeeld door de totale gewogen toekomstige voorraad (nieuwbouwontwikkelingen + de bestaande stad). De totale gewogen toekomstige voorraad bestaat uit 16.498.769 m². Gewogen toekomstige voorraad Amsterdamsewijk 629.823 Boerhaavewijk 1.168.580 Delftwijk 391.322 Duinwijk 576.636 Europawijk 850.689 Haarlemmerhoutkwartier 1.218.672 Houtvaartkwartier 1.031.072 Indischewijk 658.262 Meerwijk 846.027 Molenwijk 621.684 Oude Stad 2.075.455 Parkwijk 608.456 Slachthuiswijk 590.793 Te Zaanenkwartier 755.069 Ter Kleefkwartier 894.267 Transvaalwijk 777.544 Vogelenwijk 304.757 Vondelkwartier 419.927 Waarder- en Veerpolder 1.385.026 Zijlwegkwartier 642.994 Spaarndam 51.716 Totaal 16.498.769 Tabel 12 – toerekenfactor fiets- en ov-infrastructuur
Waarvan ontwikkelprogramma 5.287 466.351 15.216 67.938 99.239 12.842 291.301 61.249 100.542 29.710 59.271 63.860 143.040 60.833 27.886 57.851 521 48.935 79.635 2.678 1.295 1.695.478
Toerekenfactor fiets- en OV-infrastructuur 0,03% 2,83% 0,09% 0,41% 0,60% 0,08% 1,77% 0,37% 0,61% 0,18% 0,36% 0,39% 0,87% 0,37% 0,17% 0,35% 0,00% 0,30% 0,48% 0,02% 0,01% 10,28%
Op basis van deze analyse kan geconcludeerd worden dat op totaalniveau 10,28% van de kosten voor bovenwijkse netwerkvoorzieningen voor fietsinfrastructuur en ov-infrastructuur, toerekenbaar zijn aan de nieuwe ontwikkellocaties en ontwikkelopgaven . Toelichting verdeelsleutel auto-infrastructuur Voor de categorie auto-infrastructuur geldt dat de kosten worden toegerekend aan de wijken aan de hand van een verkeersmodel waarin een verkeersintensiteitsanalyse is uitgevoerd. Dit verkeersmodel is opgesteld door Goudappel Coffeng (zie bijlage 4) en hierin zijn, per voorziene maatregel voor auto-infrastructuur, zogenaamde selected zone-analyses uitgevoerd. Daarin wordt een vergelijking gemaakt tussen het verkeer van en naar een bepaalde wijk in de autonome situatie 27
Abp=arbeidsplaats
45
(dat wil zeggen zonder toevoeging van het ontwikkelprogramma) en in de situatie met toevoeging van het voorziene ontwikkelprogramma. Het procentuele verschil tussen beide bepaalt de mate waarin de ontwikkelopgave in een bepaalde wijk belang heeft bij een bepaalde ingreep. De resultaten van deze analyse zijn samengevoegd en op totaalniveau leidt dit tot de onderstaande toerekenfactoren. Toerekenfactor auto-infrastructuur Amsterdamsewijk 0,05% Boerhaavewijk 5,98% Delftwijk 0,14% Duinwijk 0,58% Europawijk 0,81% Haarlemmerhoutkwartier 0,02% Houtvaartkwartier 3,02% Indischewijk 0,51% Meerwijk 0,71% Molenwijk 0,28% Oude Stad 0,14% Parkwijk 0,46% Slachthuiswijk 1,06% Te Zaanenkwartier 0,56% Ter Kleefkwartier 0,25% Transvaalwijk 0,54% Vogelenwijk 0,01% Vondelkwartier 0,41% Waarder- en Veerpolder 0,50% Zijlwegkwartier 0,01% Spaarndam 0,00% Totaal 16,05% Tabel 13 – toerekenfactor auto-infrastructuur Wijk
Een uitgebreidere toelichting op de gehanteerde systematiek is terug te vinden in de rapportage van Goudappel Coffeng (bijlage 4).
9.3 Tarief bijdrage bovenwijkse netwerkvoorzieningen Op basis van de gehanteerde systematiek ontstaan voor de fietsinfrastructuur en ov-infrastructuur een verdeelsleutel op basis van een vast bedrag per m² exclusief btw. Voor de fietsinfrastructuur draagt elke nieuwe vierkante meter ontwikkeling € 2,18 bij en voor de ov-infrastructuur bedraagt dit € 1,86. Voor de auto-infrastructuur varieert het tarief per wijk als gevolg van de verkeersintensiteitenanalyse. De differentiatie tussen de verschillende totaaltarieven per wijk ontstaat daarom door de toerekening van de kosten voor auto-infrastructuur. De totale tarieven per eenheid nieuwe ontwikkeling exclusief btw zijn als volgt: Wijk Amsterdamsewijk Boerhaavewijk Delftwijk Duinwijk Europawijk Haarlemmerhoutkwartier
Totaaltarief € € € € € €
11,70 14,51 10,36 11,15 10,87 5,58
46
Wijk
Totaaltarief
Houtvaartkwartier € 12,68 Indischewijk € 9,17 Meerwijk € 9,75 Molenwijk € 11,82 Oude Stad € 5,99 Parkwijk € 9,18 Slachthuiswijk € 10,10 Te Zaanenkwartier € 10,53 Ter Kleefkwartier € 10,69 Transvaalwijk € 11,59 Vogelenwijk € 18,88 Vondelkwartier € 9,63 Waarder- en Veerpolder € 8,10 Zijlwegkwartier € 7,26 Spaarndam € 6,22 Tabel 14 – totale tarieven per eenheid ontwikkeling per wijk Om de aan een ontwikkellocatie/ontwikkelopgave toe te rekenen bijdrage in de kosten van bovenwijkse netwerkvoorzieningen te bepalen, dient het aantal eenheden van de nieuwe ontwikkeling te worden berekend. De eenheden worden bepaald aan de hand van de weging die eerder ook bij de toerekening is toegelicht. Voor het bepalen van het totaal aantal eenheden kan onderstaande hulptabel worden gebruikt. woningen … 1,00 …(1)
detail
industrie … 1,98 …(3)
overig
Totaal
A) m² bvo programma … … B) weging eenheden 1,56 2,57 resultaat (A x B) …(2) …(4) 1+2+3+4 (C) Totaal eenheden … m² bvo (C) Tarief betreffende wijk € … (D) Toe te rekenen kosten bovenwijkse netwerkvoorzieningen € … (C x D) Tabel 15 – rekentabel bepalen toe te rekenen kosten bovenwijkse netwerkvoorzieningen Voorbeeld berekening toe te rekenen kosten bovenwijkse netwerkvoorzieningen Een initiatiefnemer wenst een ontwikkellocatie te realiseren in de Amsterdamsewijk. Zijn plan voorziet in de realisatie van 200 woningen van gemiddeld 80 m² bvo, 1.000 m² bvo kantoren en een kleinschalige buurtwinkel van 250 m² bvo. Het totale bouwoppervlak bedraagt 17.250 m². Op basis van de weging in de tabel levert dit 16.000 eenheden op voor de woningbouw, 2.570 eenheden voor kantoor (overig programma) en 390 eenheden voor de winkel (detailhandel). In totaal betreft dit 18.960 eenheden. Het tarief in de Amsterdamsewijk bedraagt € 11,70 per eenheid. De totale toe te rekenen kosten bovenwijkse netwerkvoorzieningen bedragen daarmee € 221.832 exclusief btw (op prijspeil 1-1-2020, rente dragend tegen 2,8% per jaar).
47
Bijlagen Bijlage 1 – Relevante begrippen Bijlage 2 – Overzichtstabel bovenwijkse netwerkvoorzieningen Bijlage 3 – Exploitatieopzet bovenwijkse netwerkvoorzieningen Bijlage 4 – Notitie verkeerseffecten nieuwbouw Haarlem (Goudappel Coffeng)
48
Dit is een uitgave van gemeente Haarlem.
________________________________ Postbus 511 2003 PB Haarlem Tel. 14 023 haarlem.nl 49