CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210037602 3. Bijlage 2 Regionale samenwerkingsagenda behorend bij het regionaal meerjarenplan aanpak lage basisvaardigheden

commissie Samenleving 4 maart 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Regionaal Meerjarenplan Aanpak Lage Basisvaardigheden 2021-20242.923 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De regionale samenwerkingsagenda van de gemeenten van Zuid-Kennemerland en IJmond Behorende bij het regionaal meerjarenplan Aanpak verbeteren basisvaardigheden Zuid-Kennemerland en IJmond

B De gemeenten Beverwijk, Bloemendaal, Haarlem, Heemskerk, Heemstede, Velsen en Zandvoort

Concept 30 september 2020

1

Inhoudsopgave DE REGIONALE SAMENWERKINGSAGENDA VAN DE GEMEENTEN VAN ZUID-KENNEMERLAND EN IJMOND .................... 1 INHOUDSOPGAVE ............................................................................................................................................ 2 1.1 INLEIDING ................................................................................................................................................... 3 1.2 UITGANGSPUNTEN VOOR SAMENWERKING ............................................................................................... 3 1.3 OP WELKE ONDERWERPEN WERKEN WE SAMEN?...................................................................................... 4 1.3. A. BEREIK NT1-ERS ........................................................................................................................................... 5 1.3. B. BEREIK JONGVOLWASSENEN EN OUDERS ............................................................................................................ 6 1.3. C. HERIJKING VAN HET TOTALE BESTAANDE AANBOD OP BASIS VAN DE ERVARINGEN VAN DE DEELNEMERS .......................... 7 1.3. D. MONITORING BEREIK, KWALITEIT EN IMPACT ...................................................................................................... 8 3.3.

WAT ZIJN DE RANDVOORWAARDEN VAN DE REGIONALE SAMENWERKINGSAGENDA? ...................................................... 9 3.3. a. De taalnetwerken en de Taalhuizen ................................................................................................... 9 3.3. b. Samenwerkingsstructuur .................................................................................................................... 9 3.3. c. Verantwoording .................................................................................................................................. 9 3.3. d. Kennisdeling en netwerkactiviteiten ................................................................................................... 9 TOT SLOT ............................................................................................................................................................... 9

2

1.1 Inleiding Voor u ligt de regionale samenwerkingsagenda van de gemeenten uit de arbeidsmarktregio ZuidKennemerland en IJmond. Deze agenda hoort bij het ‘Regionaal meerjarenplan Aanpak verbeteren basisvaardigheden Zuid-Kennemerland en IJmond’. Wij adviseren u om eerst het meerjarenplan te lezen voordat u deze samenwerkingsagenda leest. In deze agenda leest u over de volgende zaken:  Uitgangspunten voor de samenwerking  Overzicht van de onderwerpen waarop de gemeenten verder gaan samenwerken, zoals: 1 o Het bereiken van NT1-ers ; o Het bereiken van ouders en jongvolwassenen; o Het herijken van al het aanbod op basis van de ervaringen van deelnemers; o Monitoring resultaten, de kwaliteit en de impact  De randvoorwaarden van de regionale samenwerking We starten met de inleiding. In de arbeidsmarktregio Zuid-Kennemerland en IJmond werken de gemeenten met partners al geruime tijd succesvol samen rondom onder andere het verminderen van te lage basisvaardigheden bij inwoners. Daarnaast heeft iedere gemeente een lokale aanpak passend bij de lokale situatie. Een van de manieren waarop we dit doen is via het regionale meerjarenplan Aanpak verbeteren basisvaardigheden 2020-2024. Bij dit plan hoort de regionale samenwerkingsagenda die nu voor u ligt. Deze agenda geeft aan waar de gemeenten op samenwerken de komende vier jaar.

In deze regionale samenwerkingsagenda leest u de volgende zaken: 1. 2.

3.

Uitgangspunten voor samenwerking Op welke onderwerpen werken we samen a. Bereik NT1-er b. Bereik jongvolwassenen i. Ouderbetrokkenheid vergroten ii. Aansluiten bij de Lokale Educatieve Agenda (LEA) iii. Voortijdig schoolverlaten voorkomen c. Monitoring bereik, kwaliteit en impact Randvoorwaarden voor samenwerking a. De Taalnetwerken en de Taalhuizen b. Samenwerkingsstructuur c. Verantwoording d. Kennisdeling en netwerkactiviteiten

Hieronder gaan we in op de uitgangspunten voor samenwerking.

1.2 Uitgangspunten voor samenwerking Omdat we verwachten dat er meer vragen gaan komen dan dat er middelen zijn, hanteren we een aantal uitgangspunten voor de samenwerking:      

1 2

We richten ons op het vergroten van de participatiemogelijkheden, inclusief werk als dat passend is; We leggen de verbinding met bestaande programma’s en initiatieven, in het bijzonder met het sociaal domein en de inburgering; 2 We leggen op thema de verbinding met formele-, non-formele- en informele educatie ; We zorgen voor een zorgvuldig samengesteld leeraanbod met combinatietrajecten en een goede spreiding in de regio zodat iedereen zijn of haar basisvaardigheden kan ontwikkelen; We faciliteren en stimuleren publieke samenwerking en investeren in zowel professionele als vrijwillige inzet daarbij; Van inwonersdie voldoende middelen hebben, zoals expats, verwachten we dat ze hun onderwijs zelf bekostigen. Natuurlijk kunnen zij wel gebruik maken van de algemene voorzieningen zoals de bibliotheek

Inwonersmet Nederlands als 1e taa,l (basis)onderwijs in Nederlands gevolgd – spreekt de taal goed Niet Web subsidiabel

3

 

We gaan door met het aanbesteden van het regionale formele aanbod en het subsidiëren van het nonformele aanbod; We vragen onze partners om te investeren in bewustwording van het verborgen probleem, te investeren in het herkennen en doorverwijzen, en in taalscholing van de eigen medewerkers.

We gaan uit van het principe regionaal waar mogelijk, lokaal waar nodig om gezamenlijk meer slagkracht te hebben. Dit betekent bijvoorbeeld dat we het formele aanbod regionaal gaan aanbesteden in 2021. Maar ook dat de non-formele trajecten via subsidiering plaats blijven vinden. De invulling hiervan vindt grotendeels lokaal plaats zodat er ruimte is voor lokale accenten. De gunning van de formele educatie aan het Nova College loopt tot en met uiterlijk 31-12-2021. Vanaf medio 2021 start Haarlem de aanbestedingsprocedure van de formele educatie voor een nieuwe periode. De gemeenten van onze regio worden hier nauw bij betrokken.

1.3 Op welke onderwerpen werken we samen? In de periode 2020-2024 werken we in ieder geval op de volgende punten regionaal samen: a. Bereik NT1-ers b. Bereik jongvolwassenen en ouders van kinderen op de basisschool c. Herijking bestaand aanbod op basis van de ervaringen van de deelnemers d. Monitoring bereik, kwaliteit en impact In de onderstaande overzichten beschrijven we per punt wat we willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen. De gemeenten kiezen zelf waar het lokale accent ligt en wat realistisch en haalbaar is. Nadere uitwerking volgt dan medio 2021.

4

1.3. a. Bereik NT1-ers Wat is er aan de hand? 3

Uit landelijke cijfers blijkt dat van de groep inwonersmet lage basisvaardigen het merendeel (56%) Nederlands als moedertaal heeft, de zogeheten NT1-ers. Deze verhouding zien we niet terug bij de deelnemers aan ons aanbod. Daarom willen we de komende jaren focussen op het verhogen van het bereik van deze groep en het creëren van passend aanbod voor hen. Om dit te realiseren gaan we: 1. NT1-ers werven 2. Het aanbod beter laten aansluiten op de vraag van NT1-ers Punt 2 is de verantwoordelijkheid van de verschillende gemeenten. Iedere gemeente stelt zelf het lokale aanbod samen. Hierbij willen we meer leren van elkaars ervaringen. Voor punt 1 gaan we regionaal samenwerken. Wij investeren in trajecten om deze inwoners te vinden en te verleiden met behulp van ervaringsdeskundigen en themagericht aanbod. Bijvoorbeeld aanbod waarbinnen gezondheidsvaardigheden leren centraal staat zoals rondom gezonde voeding. Inwoners met lage basisvaardigheden kunnen bijvoorbeeld niet goed etiketten lezen. Daarbij sluiten we aan op de levensgebieden waarop de persoon problemen ervaart. Digi vaardigheden verwerven en behouden zijn hierbij belangrijk. De aanpak ziet u in schema weergegeven hiernaast. Eerder sloten we een Taalakkoord voor onze regio af. De partners van het Taalakkoord en de gemeenten zijn ook werkgevers.

Bij en met hen vragen we aandacht voor het vergroten van kennis en herkenning van het verborgen probleem van te lage basisvaardigheden van professionals. Wat willen we bereiken? A. Meer inwoners die Nederlands als moedertaal hebben, de zogeheten NT1-ers, vinden hun weg naar beschikbare diensten en voorzieningen die hen ondersteunen bij het verwerven en onderhouden van basisvaardigheden B. Er is meer thematisch aanbod beschikbaar voor deze inwonersgericht op levensgebieden zoals gezondheid, financiën, opvoeding en werk Wat gaan we daarvoor doen? Doelstelling A: 1. 2. 3.

3

We werken de aanpak verder uit in een plan; We ontwikkelen een gezamenlijke communicatiestrategie zoals bijvoorbeeld een campagne om de activiteiten vanuit de Taalhuizen te promoten; We ontwikkelen een aanpak begrijpelijke communicatie, en benutten van (gezamenlijke)

Laaggeletterdheid in Zicht

5

subsidieverordeningen en bestekken medio 2022; Doelstelling B: 4. 5. 6.

We ontwikkelen thematisch aanbod gericht op levensgebieden zoals gezondheid We wisselen kennis en ervaring uit over het educatieve aanbod, zoals Stap In en Digi Sterker. Dit doen we in de periodieke overleggen op regionaal niveau; We ontwikkelen een werkgeversaanpak met een aantal partners van het Taalakkoord. Samen met een aantal van hen gaan we een werkgeversaanpak ontwikkelen voor de kwetsbare sectoren zoals bouw, horeca, handel en industrie.

1.3. b. Bereik jongvolwassenen en ouders Wat is er aan de hand? Steeds meer jongvolwassenen verlaten het onderwijs onvoldoende taalvaardig. Dat vraagt om een landelijke arbeidsmarktrelevante voorziening met van cursussen basisvaardigheden voor deze groepen. Bijvoorbeeld door de integratie van taaltrajecten in het mbo-onderwijs/taalgericht onderwijs, of een sterkere link met werk of vervolgopleiding binnen het educatieaanbod voor jongvolwassenen. Wij zullen hiervoor pleiten bij betrokken uitvoerende partijen de komende periode. 4

In onze regio heeft ca. 11% van de jongvolwassenen (16-30 jaar) te lage basisvaardigheden . We willen de komende periode investeren in een integrale preventieve aanpak voor jongvolwassenen en ouders door het vergroten van ouderbetrokkenheid, aansluiten bij de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) en het voorkomen van voortijdig schoolverlaten. We verkennen de komende periode welke van deze zaken in regionaal verband nog meer kunnen worden opgepakt. Het gaat om de volgende zaken: a. b. c.

Ouderbetrokkenheid vergroten Aansluiten bij de Lokale Educatieve Agenda’s (LEA) Voortijdig schoolverlaten voorkomen

a. Ouderbetrokkenheid vergroten Sommige ouders beheersen de taal onvoldoende, waardoor hun kinderen een groter risico hebben op een taalachterstand. Dit willen we voorkomen door ouders te stimuleren om hun taal te verbeteren in relatie tot de opvoeding en ontwikkeling van hun kind. We beginnen hiermee zo vroeg mogelijk in samenwerking met het CJG, de kinderopvang en het basisonderwijs. b. Agenderen lage basisvaardigheden jongvolwassenen Lokaal Educatieve Agenda (LEA) We nemen het voorkomen van lage basisvaardigheden op in de Lokaal Educatieve Agenda. Dit is een instrument voor gemeenten, schoolbesturen en overige partners om tot gezamenlijk afspraken voor het onderwijs- en het jeugdbeleid te komen. Het taalnetwerk zoekt hiervoor samenwerking met de betreffende onderdelen binnen gemeenten, de schoolbesturen, CJG en kinderopvangorganisaties binnen het LEAnetwerk. c. Voortijdig schoolverlaten voorkomen 5 In onze regio werken we samen met het RBL, Leerplein, Regionale Bureau voor RMC en leerplicht. Wij willen de jongvolwassenen de mogelijkheid bieden om door aanvullend (taal)aanbod alsnog een start- of beroepskwalificatie te behalen. Lukt dit niet dan bieden we een traject aan dat de zelfstandigheid vergroot, zoals Empowerment trajecten. Het gaat hier om jongvolwassenen in kwetsbare posities.

Wij willen dit aanbod voor deze groep samen met het RBL-leerplein, het Regionaal Bureau RMC en de leerplicht en de jongvolwassenen zelf ontwikkelen. Daarnaast investeren we in bewustwording bij de professionals door online materiaal in te zetten zoals filmpjes voor inwoners die met de doelgroep in aanraking komen. Hierbij 4

Geletterdheid in Zicht, 2020. Het gaan om zowel werkende als niet-werkende jongvolwassenen, zowel met een Nederlandse als nietNederlandse achtergrond, die overwegend niet hoogopgeleid zijn. 5 Zie voor meer informatie hierover ook het Jaarverslag 2019-2020 van het Leerplein

6

vragen we via de subsidie afspraken aan onze partners om hierin te investeren. Wat willen we bereiken?  In 2024 willen we dat er meer jongvolwassenen beschikken over voldoende basisvaardigheden om mee te kunnen doen in de samenleving; Wat gaan we daarvoor doen?  We verkennen de mogelijkheden voor een regionale jeugdpreventie coalitieaanpak. Het gaat hierbij om de structurele samenwerking tussen het LEA-netwerk en de netwerken voor (jong)volwassenen. Waar mogelijk sluit de inburgering hierbij aan. Het besluit hierover nemen we in 2021;  We verkennen de mogelijkheid van een regionale ‘talentenacademy’ die professionals structureel traint in het herkennen, benoemen en doorverwijzen van ouders en jongvolwassenen. Het besluit hierover nemen we in 2021;  In een periodiek overleg met het RBL Leerplein brengen we de processen van behoeftes en (herijkt) aanbod in kaart zodat er sneller en meer op maat lokaal aanbod beschikbaar is voor jongvolwassenen in de hele regio;  We bespreken de doelstelling periodiek en operationaliseren deze in het ambtelijk en bestuurlijk overleg op basis van voortschrijdend inzicht en met de uitkomsten van de monitor (zie hiervoor 1.3.d.)

1.3. c. Herijking van het totale bestaande aanbod op basis van de ervaringen van de deelnemers Wat is er aan de hand? In onze regio is een wisselend aanbod beschikbaar van zowel formele als non-formele educatie en combinatie-/participatie trajecten. Om zicht te krijgen op de kwaliteit van dit aanbod is het belangrijk dat we het aanbod allereerst goed in kaart hebben. We vragen onze partners en de taalnetwerken om het aanbod beter en overzichtelijk online te ontsluiten en de kwaliteit te meten via het monitoringssysteem. Zie hiervoor 1.3.d. Hoewel fysiek aanbod en menselijk contact belangrijk zijn bij leren en ontwikkelen, leerden we de afgelopen tijd ook dat online aanbod deels tegemoet kan komen aan de leerwensen van de deelnemers. We stimuleren dat inwonersgebruik maken van een combinatie van online en offline aanbod als dat bij hun mogelijkheden past. We werken aan passend aanbod voor de verschillende doelgroepen. We zullen gegevens krijgen uit de monitoring waarvan we kunnen leren. Daarnaast willen we ook leren van de ervaringen van de deelnemers. We investeren in een ervaringspanel van ervaringsdeskundigen die -als ze dat willen- een voorbeeld zijn voor anderen, voorlichting geven aan professionals en de toegankelijkheid van de communicatie in de gaten houden.

Naast de monitoring zijn er straks landelijke -verplichte- kwaliteitseisen waar het lokale aanbod minimaal aan moet voldoen. Wij verwachten van onze partners dat zij investeren in de implementatie van deze eisen. Wat willen we bereiken? A. In 2024 zijn de taalhuizen gecertificeerd op kwaliteit van zowel het aanbod als de toekomstbestendigheid van de organisatie; B. In 2024 is het actuele regionale aanbod zoveel mogelijk online en overzichtelijk ontsloten; C. In 2022 is een ervaringspanel beschikbaar van ervaringsdeskundigen. Wat gaan we daarvoor doen? A. We maken afspraken met de betrokken partners van de taalhuizen over het certificeringsproces in 2021. We maken dan ook afspraken over hoe de inhoudelijke expertise te borgen binnen de Taalhuizen; B. We verkennen in 2021 de mogelijkheden van een online platform voor het ontsluiten van het

7

C.

online en offline aanbod. We nemen hierover eind 2021 een bestuurlijk besluit; Op dit moment zijn er enkele ervaringsdeskundigen beschikbaar (IJmond) en zijn we aan het werven. In overleg met deze inwoners en met Stichting ABC besluiten we begin 2021 hoe het ervaringspanel eruit kan komen te zien en welke randvoorwaarden daarbij nodig zijn.

1.3. d. Monitoring bereik, kwaliteit en impact Wat is er aan de hand? Een eis vanuit de Rijksoverheid voor de aanpak van lage basisvaardigheden is dat gemeenten investeren in kwaliteitsbewaking van de non-formele educatie en in de monitoring van de deelname aan de trajecten en de impact van die trajecten op de deelnemers. Vanuit het ministerie van OCW komt nog een instrumentarium. Het is nog niet bekend hoe dit instrumentarium eruit gaat zien. We sluiten daarop aan als dat beschikbaar komt. In onze regio zijn we al bezig met het implementeren van het beproefde en bewezen monitor- en 6 registratiesysteem van Qwasp/ Maurice de Greef . We gaan dit systeem inzetten bij zowel de formele als de non-formele aanbieders. De vragenlijst bevat verplichte vragen vanuit het Rijk aangevuld met vragen die in onze regio van belang worden gevonden. Dit wordt bepaald na regionaal ambtelijk overleg, na consultatie van onze partners. Het systeem monitort op de volgende aspecten: Input/kwalitatief:  

Aantallen en soorten activiteiten; Aantallen deelnemers per activiteit.

Output:  

Activiteiten al dan niet afgerond/non-formele educatie; Diploma of certificaat als dan niet behaald/formele educatie.

Outcome/kwalitatief: 

Effecten op zelfredzaamheid, sociale contacten, arbeidsmarkt/betaald werk, vervolgonderwijs enz.

Het is de verwachting dat we met dit systeem goed kunnen aansluiten op het nog te ontwikkelen landelijke monitor systeem. Wat willen we bereiken? In 2024 beschikken aantoonbaar meer inwoners van Zuid-Kennemerland en IJmond over voldoende basisvaardigheden om mee te doen in de samenleving Wat gaan we daarvoor doen? 1.

2.

Op basis van de landelijke 0-meting in 2020 stellen we regionale doelstellingen vast voor het bereik van de doelgroep, afgeronde trajecten en uitkomsten zoals verbetering van vaardigheden en van participatie; Op basis van de metingen sturen we jaarlijks bij.

6

“Houder van de Unesco leerstoel Volwasseneneducatie aan de Vrije Universiteit Brussel”. Zet nu vanuit de organisatie Qwasp monitoringsactiviteiten op in de helft van de Nederlandse arbeidsmarktregio’s”.

8

3.3. Wat zijn de randvoorwaarden van de regionale samenwerkingsagenda? Er is een aantal randvoorwaarden om de beoogde resultaten te realiseren. Deze randvoorwaarden noemen we hieronder.

3.3. a. De taalnetwerken en de Taalhuizen De taalnetwerken van de Taalhuizen zijn essentiële schakels bij het verminderen van het aantal inwonersmet lage basisvaardigheden. Op dit moment breiden de netwerken zich uit, komen er nieuwe initiatieven en samenwerkingsvormen. In de vervolgaanpak is doorontwikkeling van het netwerk belangrijk. Zoals het creëren en bewaken van de samenhang en de duurzame inbedding van inhoudelijke expertise in de taalhuizen zelf. We onderzoeken wat er nodig is om de Taalhuizen te certificeren. Verder investeren we in het vergroten van de herkenbaarheid en het bereik van de taalhuizen in samenwerking met Sociale Wijkteams en welzijnsorganisaties. Zo kan een Taalhuis voor iedereen laagdrempelig is.

3.3. b. Samenwerkingsstructuur Er is een ambtelijke werkgroep die periodiek bijeenkomt en die verantwoordelijk is voor de voortgang in de gehele regio. Deze werkgroep laat zich o.a. adviseren door Stichting Lezen en Schrijven. Binnen de werkgroep zijn de taken verdeeld. Zie voor de rol- en taakverdeling tussen de gemeenten bijlage 5. Deze werkgroep werkt een aangepaste WEB-verordening uit na vaststelling van dit plan.

3.3. c. Verantwoording De wethouders ontvangen jaarlijks een rapportage. Deze rapportage komt aan de orde in het overleg bestuur van de GR (Gemeenschappelijke regeling) Schoolverzuim en VSV (Vroegtijdig School Verlaten). De rapportage bestaat uit voortgangsinformatie, resultaten uit de lokale/regionale en landelijke monitor, landelijke ontwikkelingen, een financieel overzicht en als nodig, sturingsvragen. Waar nodig is er tussentijdse informatieuitwisseling via de lokale routes.

3.3. d. Kennisdeling en netwerkactiviteiten De komende periode gebruiken we de periodieke overleggen voor kennisdeling en laten we ons inspireren door goede voorbeelden uit het land. We kunnen hiervoor sprekers uitnodigen en op werkbezoek gaan.

Tot slot De gemeenten streven ernaar samen met hun partners meer inwonersmet lage basisvaardigheden te bereiken en hen een passend aanbod aan te kunnen bieden. Zodat onze doelgroepen gemakkelijker/beter kunnen meedoen en zelf regie kunnen houden op leefgebieden zoals gezondheid, vitaliteit en betrokkenheid bij de opvoeding.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12276062/1