CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20210017077 1. Gevolgen van de decembercirculaire 2020 Gemeentefonds

commissie Bestuur 11 februari 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: Gevolgen van de decembercirculaire 2020 Gemeentefonds3.609 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Informatienota

Onderwerp Gevolgen van de decembercirculaire 2020 Gemeentefonds Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2021/17077 Rog, M.R.J. 7.2 Algemene dekkingsmiddelen CC Welsink, M. 023-5113887 mwelsink@haarlem.nl Op 16 december 2020 is de decembercirculaire verschenen. Ten opzichte van de septembercirculaire 2020 is er voor 2020 een positief budgettair effect, voor de daaropvolgende jaren zijn er kleine budgettaire nadelen. De belangrijkste oorzaak van het voordeel in 2020 is de geactualiseerde uitkeringsfactor. De decembercirculaire is anders dan gebruikelijk omdat gemeenten ook geïnformeerd worden over enkele corona-compensaties die via het gemeentefonds lopen. Haarlem ontvangt bij deze circulaire € 1,1 miljoen aan compensatie voor 2020 en € 5,3 miljoen voor 2021. Deze compensaties leiden niet tot budgettaire effecten omdat er ook (verwachte) lasten op de beleidsvelden tegenover de compensaties staan en/of omdat reeds rekening was gehouden met deze compensaties. Zo is in de Bestuursrapportage 2020 een verwachte coronacompensatie vanuit het Rijk van € 5,65 miljoen opgenomen voor 2020; na verwerking van de decembercirculaire wordt er nog € 2,35 miljoen aan compensatie voor 2020 verwacht. In deze informatienota zal geen toelichting gegeven worden voor bedragen onder de € 50 duizend. Decembercirculaire 2020 (bedragen x € 1.000)* Budgettair effect voor algemene middelen

2020

2021

2022

2023

2024

2025

95 v

-42 n

-42 n

-42 n

-42 n

-42 n

*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.

De gevolgen van de decembercirculaire voor 2020 worden verwerkt in de Jaarrekening 2020. Voor een aantal doelen kan gelden dat wij de middelen in 2020 ontvangen, maar deze pas in 2021 tot uitgaven leiden. In die gevallen zal een voorstel tot bestemming van het rekeningresultaat 2020 worden voorgelegd. De meerjarige gevolgen worden samen met de gevolgen uit de septembercirculaire verwerkt in de Kadernota 2022.

Kenmerk: 2021/17077

1/10

Behandelvoorstel voor commissie Relevante eerdere besluiten Besluit College d.d. 26 januari 2021

Naast de financiële uiteenzettingen van het gemeentefonds wordt in circulaire zicht gegeven op de huidige stand van zaken wat betreft de herijking van de verdeling van het gemeentefonds. De fondsbeheerders hebben besloten de besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds aan het volgende kabinet te laten en de invoering op te schuiven naar 1 januari 2023. Het college stuurt de informatienota ter kennisname naar de commissie Bestuur. Niet van toepassing 1. Het college stelt de informatienota aan de commissie vast. de secretaris,

de burgemeester,

Kenmerk: 2021/17077

2/10

1.Inleiding Alle gemeenten samen ontvangen van het Rijk per jaar ongeveer € 33 miljard uit het gemeentefonds. Dat geld wordt via de algemene uitkering (€ 27 miljard) en een aantal doeluitkeringen verdeeld over de gemeenten. Het Rijk maakt de verdeling bekend via meerdere circulaires per jaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2. Kernboodschap Ten opzichte van de septembercirculaire 2020 stijgt het gemeentefonds absoluut gezien voor 2020 en 2021 en is er een marginale daling in de daaropvolgende jaren. Budgettair is er echter enkel een voordeel voor het jaar 2020. Dit verschil heeft twee oorzaken. Ten eerste werd met een deel van de extra middelen al rekening gehouden. Daardoor zijn deze middelen reeds verwerkt in de Bestuursrapportage 2020 en leiden deze onderdelen nu niet meer tot een budgettair effect. Ten tweede zijn er mutaties op taakvelden en doeluitkeringen. Conform de afspraak “rijksbudget = werkbudget” worden deze middelen waar mogelijk toegevoegd aan de beleidsvelden waardoor zij niet zorgen voor een budgettair effect. De belangrijkste effecten voor de beleidsvelden zijn het gevolg van enkele corona-compensaties die via het gemeentefonds lopen en in de circulaire kenbaar gemaakt zijn. Haarlem ontvangt bij deze circulaire € 1,1 miljoen aan compensatie voor 2020 en € 5,3 miljoen voor 2021.

Deze compensaties leiden niet tot budgettaire effecten omdat er ook (verwachte) lasten op de beleidsvelden tegenover de compensaties staan en/of omdat reeds rekening was gehouden met deze compensaties. Zo is in de Bestuursrapportage 2020 een verwachte coronacompensatie vanuit het Rijk van € 5,65 miljoen opgenomen voor 2020; na verwerking van de decembercirculaire wordt er nog € 2,35 miljoen aan compensatie voor 2020 verwacht. De budgettaire effecten voor 2020 worden verwerkt in de Jaarrekening 2020 en de effecten voor de latere jaren worden in de Kadernota 2022 verwerkt. Samenvatting (bedragen x € 1.000)* Eindstand septembercirculaire 2020 Eindstand decembercirculaire 2020 Totaal verschil Waarvan: Reeds verwerkt in Bestuursrapportage Totaal verschil na correctie Waarvan: Effect voor overige beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen

2020 350.674 352.242 1.568 567 1.000 905 95 v

2021 333.717 338.995 5.279

2022 330.943 330.911 -32

2023 329.128 329.096 -31

2024 328.984 328.953 -31

2025 330.712 330.681 -31

5.279 5.322 -42 n

-32 11 -42 n

-31 11 -42 n

-31 11 -42 n

-31 11 -42 n

*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.

3. Consequenties Op basis van de decembercirculaire 2020 is een nieuwe berekening gemaakt van de algemene uitkering voor de jaren 2020 tot en met 2025. In deze analyse wordt de nieuwe berekening vergeleken met de berekening die is gemaakt op basis van de septembercirculaire 2020. De analyse volgt daarbij de opbouw van de berekening van de algemene uitkering. In de opgenomen tabellen is telkens aangegeven wat het budgettaire effect is voor de algemene middelen en de overige beleidsvelden.

Kenmerk: 2021/17077

3/10

3.1 Ontwikkelingen rijksniveau De ontwikkelingen op rijksniveau bestaan voornamelijk uit het effect van wijzigingen in de uitkeringsfactor en uitkeringsbasis op de Algemene Uitkering. Geeft het Rijk meer uit, dan ontvangen de gemeenten een hogere Algemene Uitkering en stijgt de uitkeringsfactor en vice versa. Ook de actualisatie van de landelijke maatstaf-hoeveelheden hebben invloed op de Algemene Uitkering. In de decembercirculaire is er, net als bij de septembercirculaire, geen aanpassing van de accressen in 2020 en 2021. De accressen voor deze jaren worden zoals eerder al gemeld in de meicirculaire 2020 “bevroren”. De gedachte hierbij is dat er rust en stabiliteit wordt geboden in een roerige tijd. Na 2021 zal duidelijk worden hoe de accressen zich daadwerkelijk hebben ontwikkeld en op welke wijze dit wordt verrekend met gemeenten. Overigens was de decembercirculaire ook in voorgaande jaren geen bijstelmoment voor het accres. Op rijksniveau treedt, via de uitkeringsfactor, een verschil op dat voor het grootste gedeelte het gevolg is van actualisatie van aantallen. De uitkeringsfactor is de verhouding tussen de voeding en de totale landelijke uitkeringsbasis. Als de landelijke aantallen kleiner worden betekent dit een verlaging van de uitkeringsbasis. Omdat het totaal te verdelen bedrag gelijk blijft volgt compensatie via een hogere uitkeringsfactor.

De verhoging van de uitkeringsfactor voor 2020 leidt voor Haarlem tot een voordeel van € 343 duizend. Ontwikkelingen rijksniveau (bedragen x € 1.000)* Nominale ontwikkeling (uitkeringsfactor) Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen

2020 343 343 v 0 343

2021

2022

2023

2024

2025

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.

3.2. Ontwikkeling gemeentelijk niveau Ontwikkeling hoeveelheden De ontwikkelingen op gemeentelijk niveau gaan over de wijzigingen van aantallen, zoals inwoners, huishoudens, leerlingen en lengte van wegen. Haarlems beleid is om eenmaal per jaar bij de meicirculaire de aantallen te actualiseren, waarbij de aantallen per 1 januari van een jaar worden gehanteerd. Dit is ook daadwerkelijk gebeurd bij het verwerken van de meicirculaire. Daardoor zijn er bij deze circulaire geen wijzigingen door hoeveelheidsverschillen, actualisatie vindt weer plaats bij de Kadernota 2022 en de verwerking van de meicirculaire 2021. In de meicirculaire 2021 wordt ook duidelijk hoe de WOZ-waarden in Haarlem zich ontwikkelen ten overstaan van de landelijke waarde mutaties.

Kenmerk: 2021/17077

4/10

3.3 Taakmutaties voor beleidsvelden In de decembercirculaire is sprake van vijf taakmutaties met een totaal nadelig effect voor de beleidsvelden van € 232 duizend. Taakmutaties met een effect kleiner dan € 50 duizend worden niet toegelicht. Taakmutaties (bedragen x € 1.000)* Mobiliteitshulpmiddelen en roerende voorzieningen Bijdrage centrale voorziening BasisRegistratie Personen Bijdrage MijnOverheid en DigiD Bijdrage GDI Logisch ontwerp GBA Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen**

2020 -132 -42 -37 -24 3 -232 n 0 -232

2021

2022

2023

2024

2025

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

0 0 0

*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan. **: Taakmutaties kunnen niet meer verwerkt worden in de begroting van de beleidsvelden: Omdat de decembercirculaire laat in het jaar verschijnt, is het niet meer mogelijk om wijzigingen voor het jaar 2020 in de begroting te verwerken. Zoals dit bijvoorbeeld wel gebeurt met wijzigingen in de meicirculaire (via de Bestuursrapportage) en septembercirculaire (via de Decemberrapportage). De mutaties gaan daarom ten bate/laste van de algemene middelen (programma 7). Via ‘voorstellen voor bestemming van het rekeningresultaat 2020’ kunnen eventuele grote voordelen als budget voor de beleidsterreinen worden toegekend voor besteding in jaar 2021. De raad besluit over de bestemming van het rekeningresultaat 2020 bij de Kadernota 2021.

Mobiliteitshulpmiddelen en roerende voorzieningen Op 1 januari 2020 is de hulpmiddelenzorg aan cliënten die in een Wet langdurige zorg (Wlz)-instelling wonen vereenvoudigd. Mobiliteitshulpmiddelen (zoals een rolstoel en een scootmobiel) voor alle cliënten in een Wlz-instelling worden verstrekt vanuit de Wlz en niet meer vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Hiervoor zijn in de septembercirculaire 2019 middelen overgeheveld naar de Wlz. Daarbij zijn het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Vereniging Nederlandse Gemeenten overeengekomen dat op basis van realisatiegegevens nacalculatie plaatsvindt. Op basis van de realisatiegegevens over de eerste acht maanden van 2020 blijkt dat er te weinig middelen zijn overgeheveld vanuit het Gemeentefonds naar de Wlz. Deze correctie vindt nu plaats voor 2020 en heeft voor Haarlem een nadelig effect van € 132 duizend. 3.4 Doeluitkeringen voor beleidsvelden De algemene uitkering wordt hoofdzakelijk gebruikt om het gemeentefonds over alle gemeenten te verdelen volgens dezelfde maatstaven. Daarnaast wordt aan individuele gemeenten of groepen van gemeenten een uitkering verstrekt voor een bepaald doel. Gemeenten zijn formeel-juridisch vrij om dat geld aan dat doel te besteden of ergens anders aan uit te geven.

De reden dat het Rijk dit doet is dat gemeenten op deze manier geen verantwoording aan het Rijk hoeven af te leggen over de besteding van de ontvangen gelden; ze vallen immers onder de algemene uitkering. Dit in tegenstelling tot gelden die via specifieke uitkeringen door het Rijk worden verstrekt. Het Rijk vertrouwt erop dat gemeenten de ontvangen gelden in lijn met het doel zullen uitgeven. De

Kenmerk: 2021/17077

5/10

bedragen in onderstaande tabel zijn extra inkomsten die ten gunste komen van de betreffende beleidsvelden en daarom niet leiden tot een verhoging van de vrij besteedbare algemene middelen. Voor onderstaande doelen kan gelden dat wij de middelen in 2020 ontvangen, maar dat deze pas in 2021 tot uitgaven leiden. In die gevallen zal een voorstel tot bestemming van het rekeningresultaat 2020 worden voorgelegd. Doeluitkeringen beleidsvelden (bedragen x € 1.000)* Maatschappelijke opvang en OGGz Vrouwenopvang Maatschappelijke begeleiding statushouders Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen

2020 6 199 17 222 v 199 23

2021 -3 7

2022 -3 7

2023 -3 7

2024 -3 7

2025 -3 7

4v 7 -3

4v 7 -3

4v 7 -3

4v 7 -3

4v 7 -3

*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan. **: Doeluitkeringen kunnen niet meer verwerkt worden in de begroting van de beleidsvelden: Omdat de decembercirculaire laat in het jaar verschijnt, is het niet meer mogelijk om wijzigingen voor het jaar 2020 in de begroting te verwerken. Zoals dit bijvoorbeeld wel gebeurt met wijzigingen in de meicirculaire (via de Bestuursrapportage) en septembercirculaire (via de Decemberrapportage). De mutaties gaan daarom ten bate/laste van de algemene middelen (programma 7). Via ‘voorstellen voor bestemming van het rekeningresultaat 2020’ kunnen eventuele grote voordelen als budget voor de beleidsterreinen worden toegekend voor besteding in jaar 2021. Deze informatienota gaat er vanuit dat zo’n voorstel volgt voor “Vrouwenopvang”. De raad besluit over de bestemming van het rekeningresultaat 2020 bij de Kadernota 2021. Werkelijke bestedingen kunnen afwijken van de raming.

Vrouwenopvang In de meicirculaire 2020 is aangekondigd dat vanaf 2020 structureel middelen aan het Gemeentefonds worden toegevoegd voor de kosten die voortkomen uit de stijging van het aantal slachtoffers dat contact legt met het Centrum Seksueel Geweld. Ook worden middelen toegevoegd ter ondersteuning van gemeenten in het kader van schadelijke praktijken. Voor beide ophogingen geldt dat de middelen objectief verdeeld worden volgens de actuele maatstaven van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang. De verdeling van de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang is ten opzichte van de septembercirculaire 2020 gewijzigd door het gebruik van actuelere maatstafaantallen (eenpersoonshuishoudens). Dit leidt voor de (centrum)gemeente Haarlem tot een hogere uitkering van € 199 duizend in 2020. 3.5 Integratie-uitkeringen (IU) De decembercirculaire leidt tot mutaties voor de IU Inburgering en de suppletie-uitkering (SU)Overheveling integratie-uitkering Sociaal Domein, met de suppletie worden herverdeeleffecten die voortkomen van de overgang van de IU Sociaal Domein naar de Algemene Uitkering ongedaan gemaakt. Aan de IU beschermd wonen worden voor 2020 middelen toegevoegd voor de meerkosten binnen het sociaal domein voor het voldoen aan de RIVM-richtlijnen als gevolg van Corona.

Naast de toevoeging aan de IU beschermd wonen wordt ook compensatie verleend via de algemene uitkering (zie “continuïteit van de zorg” in paragraaf 3.6).

Kenmerk: 2021/17077

6/10

Integratie-uitkeringen (bedragen x € 1.000)* Inburgering SU overheveling integratie-uitkering sociaal domein Beschermd wonen Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen

2020 -39 144 105 v 144 -39

2021 2 -39

2022 4 -39

2023 4 -39

2024 4 -39

2025 4 -39

-37 n 2 -39

-35 n 4 -39

-35 n 4 -39

-35 n 4 -39

-35 n 4 -39

*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.

3.6 Corona-compensatie Op 31 augustus jongstleden heeft het Kabinet de Tweede Kamer met een brief geïnformeerd over een nieuw pakket aan maatregelen om gemeenten (en provincies) te compenseren voor de gevolgen van de coronacrisis. De gemeente Haarlem heeft naar aanleiding van deze brief en de daarin genoemde landelijke bedragen een raming van € 5,65 miljoen aan corona-compensatie verwerkt in de Bestuursrapportage voor 2020. Op 16 december jongstleden is de Tweede Kamer opnieuw geïnformeerd per brief over een aanvullend compensatiepakket voor medeoverheden. De decembercirculaire bevat informatie over (een gedeelte van) het financiële effect voor Haarlem. De verwerkte maatregelen in deze circulaire zijn: -

Afrekening meerkosten RIVM-richtlijnen 2020 Jeugdwet en Wmo: Continuïteit van de zorg (2020) Het eerder verleende voorschot voor de meerkosten en inhaalzorg van de jeugdzorg en Wmo is vastgesteld, dit leidt tot een voordeel van € 302 duizend waarvan € 144 duizend via de Integratie-Uitkering Beschermd Wonen loopt (reeds genoemd in paragraaf 3.5). Dit betreft een afrondende afspraak en er vindt na afloop van 2020 dan ook geen nacalculatie meer plaats. Omdat de middelen direct gekoppeld zijn aan extra lasten op beleidsvelden heeft de compensatie geen effect voor de algemene middelen van Haarlem.

-

Compensatie quarantainekosten (2020) Gemeenten vervullen een rol bij het ondersteunen van mensen die in quarantaine moeten. Ter compensatie ontvangt Haarlem € 44 duizend.

-

Flankerend beleid (2020 en 2021) o (Impuls) re-integratie van bijstandsgerechtigden Haarlem ontvangt extra middelen voor de re-integratie van bijstandsgerechtigden. € 290 duizend in 2020 en € 669 duizend in 2021. Daarnaast ontvangt Haarlem € 357 duizend in 2021 als tijdelijke impuls voor re-integratie die de gemeente in staat moet stellen om de dienstverlening aan mensen die nu als gevolg van de crisis de bijstand instromen te intensiveren.

Kenmerk: 2021/17077

7/10

o Gemeentelijk schuldenbeleid en Bijzondere bijstand Gelet op de voorziene toename van de armoede- en schuldenproblematiek ontvangt Haarlem in 2020 (€ 233 duizend) en 2021 (€ 478 duizend) extra middelen vanuit het Rijk. o Crisisdienstverlening Haarlem ontvangt extra middelen voor de arbeidsmarktregio om werkloosheid te bestrijden. Voor 2020 € 404 duizend en voor 2021 € 1 miljoen. Omdat de middelen bedoelt zijn voor de regio heeft de compensatie geen effect voor de algemene middelen van Haarlem. Voor het flankerend beleid zijn ook voor 2022 en verder middelen gereserveerd. In de loop van 2021 worden gemeenten nader geïnformeerd over de verdeling van deze middelen. -

Extra kosten Tweede Kamerverkiezing (2021) Op basis van aanvullend noodzakelijke maatregelen voor de Tweede Kamerverkiezing door corona wordt compensatie uitgekeerd, voor Haarlem € 190 duizend.

-

Cultuurmiddelen (2021) Haarlem ontvangt in 2021 € 2,6 miljoen ter ondersteuning van de lokale culturele infrastructuur. Het is aan de gemeente zelf om de middelen daar in te zetten waar de culturele infrastructuur de steun het hardst nodig heeft.

In de Bestuursrapportage 2020 is reeds een verwachte compensatie vanuit het Rijk voor corona van € 5,65 miljoen opgenomen, € 2,73 miljoen daarvan is ontvangen bij de septembercirculaire 2020. Van de compensatie die in de decembercirculaire wordt ontvangen heeft € 567 duizend betrekking op de reeds opgenomen raming. Dit betekent dat er nog € 2,35 miljoen aan compensatie voor 2020 wordt verwacht. Wanneer de werkelijke compensatie (grotendeels op basis van nacalculatie) uiteindelijk lager uitvalt dan deze raming, dient het tekort gedekt te worden vanuit de risicoreserve Corona die in de Bestuursrapportage 2020 is ingesteld. Op een later moment volgt nog compensatie via het Gemeentefonds voor: - Inkomstenderving (voor 2020, op basis van jaarrekeningcijfers) - Afvalinzameling (voor 2020) - Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (voor het eerste half jaar 2021) - Perspectief Jeugd en jongeren (voor 2020 en 2021) Over de verwerking van deze afspraken in de verdeling van het gemeentefonds zullen gemeenten in het eerste kwartaal van 2021 worden geïnformeerd en dan zal ook duidelijk worden hoe de compensatie zich verhoudt tot de openstaande raming van € 2,35 miljoen. De compensatie voor 2021 wordt toegekend aan de betreffende beleidsvelden en zorgt daarmee niet voor een budgettair

Kenmerk: 2021/17077

8/10

effect voor de algemene middelen omdat het uitgangspunt is dat er in 2021 extra lasten tegenover de extra middelen zullen staan. Deze extra lasten cq de voorstellen voor de besteding van de middelen worden in een separaat stuk (“Voorstel steunmaatregelen corona eerste halfjaar 2021”) richting de raad gestuurd en de verwerking hiervan zal volgen in de Voortgangsrapportage 2021 als onderdeel van de Kadernota 2022. Corona-compensatie (bedragen x € 1.000)* Continuïteit van de zorg (Jeugd en Wmo) Compensatie quarantainekosten Re-integratie bijstandsgerechtigden Impuls voor re-integratie Gemeentelijk schuldenbeleid en bijzondere bijstand Crisisdienstverlening Extra kosten Tweede Kamerverkiezing Cultuurmiddelen Waarvan: Reeds verwerkt in Bestuursrapportage 2020 Totaal effect Effect voor beleidsvelden Budgettair effect voor algemene middelen

2020 158 44 290 233 404

-567 562 v 562 0

2021

669 357 478 1.006 190 2.613 5.313 v 5.313 0

*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.

De genoemde € 562 duizend voor de beleidsvelden in 2020 bestaat uit € 404 duizend die Haarlem voor de crisisdienstverlening in de arbeidsmarktregio ontvangt en daarom (grotendeels) door zal zetten en € 158 duizend nog niet geraamde baten voor de continuïteit van de zorg (Jeugd en Wmo). Tegenover deze extra baten zullen lasten (van gelijke omvang) staan. In de Jaarrekening 2020 wordt het resulterende effect zichtbaar gemaakt. Naast de aanvullende maatregelen die via het gemeentefonds lopen wordt ook nog een aantal specifieke uitkeringen verstrekt, het gaat hier om uitkeringen voor: - Zwembaden en ijsbanen - Verlenging steun aan sportverenigingen - Toezicht en Handhaving - De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers De uitwerking en bijbehorende verdeling van deze verschillende uitkeringen vindt op dit moment (per uitkering) plaats en de gemeente volgt de informatieverschaffing vanuit het Rijk hierover nauwgezet. 3.7 Berekening budgettair effect In voorgaande paragrafen is per onderdeel aangegeven wat het budgettair effect is voor de algemene middelen en wat het effect is voor de beleidsvelden. Onderstaande tabellen vatten dit in een overzicht samen. Samenvatting budgettair algemene middelen (bedragen x € 1.000)* 3.1 Ontwikkelingen rijksniveau 3.2 Ontwikkelingen gemeentelijk niveau

2020

2021

2022

2023

2024

2025

343 0

0 0

0 0

0 0

0 0

0 0

Kenmerk: 2021/17077

9/10

3.3 Taakmutaties voor beleidsvelden 3.4 Doeluitkeringen voor beleidsvelden 3.5 Integratie-uitkeringen 3.6 Corona-compensatie Budgettair effect algemene middelen

-232 23 -39 0 95

0 -3 -39 0 -42

0 -3 -39 0 -42

0 -3 -39 0 -42

0 -3 -39 0 -42

0 -3 -39 0 -42

2020

2021

2022

2023

2024

2025

0 0 0 199 144 562 905

0 0 0 7 2 5.313 5.322

0 0 0 7 4 0 11

0 0 0 7 4 0 11

0 0 0 7 4 0 11

0 0 0 7 4 0 11

*: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.

Samenvatting effecten beleidsvelden (bedragen x € 1.000)* 3.1 Ontwikkelingen rijksniveau 3.2 Ontwikkelingen gemeentelijk niveau 3.3 Taakmutaties voor beleidsvelden 3.4 Doeluitkeringen voor beleidsvelden 3.5 Integratie-uitkeringen 3.6 Corona-compensatie Effecten beleidsvelden *: v= voordeel, n= nadeel, door afronding kunnen verschillen ontstaan.

4. Vervolg De gevolgen van de decembercirculaire voor 2020 worden verwerkt in de Jaarrekening 2020. De meerjarige gevolgen worden samen met gevolgen van de septembercirculaire verwerkt in de Kadernota 2022. 5. Stand van zaken Herijking ververdeling Gemeentefonds Op 7 december hebben de fondsbeheerders de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over het vervolgproces van de herijking van de verdeling van het gemeentefonds. De fondsbeheerders hebben besloten de besluitvorming over de invoering van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds aan het volgend kabinet te laten. Dit betekent dat de invoering van de nieuwe verdeling opschuift naar 1 januari 2023. Reden hiervoor is de huidige financiële positie van gemeenten en de nog lopende gesprekken met gemeenten over onder andere de toereikendheid van de financiering van de jeugdzorg. Het is van belang dat er helderheid is over de financiële afspraken met, en positie van gemeenten alvorens tot de invoering van het nieuwe verdeelmodel over te gaan. 6. Bijlage Decembercirculaire 2020 Gemeentefonds

Kenmerk: 2021/17077

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12272875/1