CConstaterende datHaarlem
Koppel je AI →
Document · PDF

20201212399 4. Bijlage 3 Uitvoering Klimaatakkoord Regionaal Mobiliteitsprogramma Flevoland en Noord-Holland

commissie Beheer 15 april 2021, gemeente HaarlemBij agendapunt: 18.50 uur Stand van zaken Duurzame Mobiliteit1.747 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Het gebiedsgerichte bereikbaarheidsprogramma Metropoolregio Amsterdam

Uitvoering Klimaatakkoord:

Regionaal Mobiliteitsprogramma Flevoland en Noord-Holland Hoe zorgen we ervoor dat de CO2-uitstoot van onze mobiliteit fors vermindert? En dat we de transitie naar slimme en schone mobiliteit zo vormgeven dat we veiliger, gezonder en betrouwbaarder kunnen reizen? Voor deze vraagstukken uit het Klimaatakkoord stellen gemeenten, provincies, het Rijk, milieudiensten, werkgevers en brancheverenigingen komende jaren een Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP) op. Ook in Noord-Holland en Flevoland. Want alleen met elkaar – en samen met reizigers, vervoerders en andere sectoren zoals de industrie – kunnen we de klimaatdoelen waarmaken: 49 procent minder CO2-uitstoot in 2030 en maar liefst 95 procent in 2050. In Nederland zijn mobiliteit en het vrachtvervoer verantwoordelijk voor bijna een vijfde van de totale CO2-uitstoot. Flevoland en Noord-Holland nemen hiervan 15 procent voor hun rekening. Daarnaast zorgen luchtvervuilende stoffen als stikstof en fijnstof voor uitstoot. We staan dus voor heel wat aan de lat. Zeker gezien de verwachting dat de bevolking, de mobiliteit, gebiedsontwikkeling en het transport in onze regio komende jaren nog flink gaan toenemen. Om de klimaatverandering tegen te gaan en de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren, is het onvermijdelijk: ons verkeer en vervoer moet slimmer en schoner worden!

Reizen en goederenvervoer vanaf 2020 Enerzijds is er een gedragsverandering nodig bij reizigers en werkgevers die leidt tot minder kilometers en tot meer deelauto’s, fietsen, ov en P+R-gebruik. Slimmer gebruik maken van verschillende type voertuigen en vervoerswijzen is dus van belang. Ook minder reizen is een van de oplossingen en het aanleggen van meer en betere fietspaden, stallingen en P+R voorzieningen. Daarbij benutten we de actualiteit, zoals de ervaring die we in de coronacrisis hebben opgedaan met thuiswerken. Die willen we vasthouden om files en overvolle treinen blijvend terug te dringen. Anderzijds willen we zo snel mogelijk afscheid nemen van fossiele brandstoffen. Bijvoorbeeld door het stimuleren van waterstof en elektrisch rijden, door realisatie van laadinfrastructuur, zero-emissiezones en milieuzones. Ook ontwikkelen we logistieke hubs samen met transportbedrijven en vervoerders. Daarbij zetten we eveneens in op fietskoeriers en pakketkluizen voor de bezorging van pakketten. Verder geven we zelf het goede voorbeeld door als overheid anders te gaan reizen en inkopen. Immers, practise what you preach.

Tijd om door te pakken Gelukkig beginnen we niet bij nul, want Nederland werkt al enige jaren aan maatregelen die de uitstoot terugdringen. Er wordt hierdoor al goed nagedacht over effectieve maatregelen, er is veelvuldig getest en een deel van bovengenoemde maatregelen wordt nu uitgevoerd. Hierdoor is de juiste kennis en ervaring opgebouwd en zijn er al financiële middelen gereserveerd voor verschillende maatregelen. Maar om de mobiliteitsdoelen uit het klimaatakkoord te realiseren, is veel meer nodig. De CO2-uitstoot moet echt fors teruggebracht worden. Nu is het tijd om door te pakken! Uitwerking: één gezamenlijk Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP) Flevoland en Noord-Holland Als onderdeel van het Klimaatakkoord wordt in 2020 voor alle regio’s in Nederland een mobiliteitsprogramma uitgewerkt. De provincies Noord-Holland en Flevoland hebben met de gemeente Amsterdam, de Vervoerregio Amsterdam en het ministerie van IenW het initiatief genomen om het RMP voor deze twee

provincies gezamenlijk op te stellen. Vervoerstromen in onze provincies zijn immers nauw verweven, met de regio Amsterdam als hart van het vervoersysteem. Het RMP wordt voor drie-deelgebieden uitgewerkt: Noord-Holland-Noord (NHN), de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en Flevoland Noordoost (FL-NO). Dit gebeurt als onderdeel van het Rijk-regioprogramma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB). In het RMP wordt rekening gehouden met de (regionale) klimaatambities van overheden, en met de eerder in regionaal verband gemaakt afspraken, zoals in SBaB. Het RMP bestaat uit: 1. Een gezamenlijk ambitieniveau en doelstelling voor de gehele regio (Noord-Holland en Flevoland); 2. Een samenhangend pakket aan maatregelen voor de uitvoering van het Klimaatakkoord.

we allemaal al doen, waar we van elkaar kunnen leren en waar we juist méér moeten gaan doen. Ook geven we aan wie waar verantwoordelijk voor is: het Rijk, de regio of gezamenlijk. Daarbij willen we ook rekening gehouden hebben met de effecten en kansen van de coronacrisis. Parallel aan het opstellen van het RMP 2020, brengen we in kaart welke maatregelen in het RMP van 2021 opgenomen kunnen worden en blikken we al vooruit naar 2022. Zo maken we de agenda voor komende jaren en bouwen we samen aan het behalen van de klimaatdoelen. Hierover gaan we begin 2021 met alle betrokkenen het gesprek aan, zodat er eind 2021 een ambitieuzer maatregelenpakket ligt dat de CO2-uitstoot aanpakt.

Ambitie en doelstelling In het Klimaatakkoord staat dat alle sectoren samen in 2030 49% minder CO2 mogen uitstoten ten opzichte van 1990. In het Energieakkoord uit 2013 is afgesproken de CO2-uitstoot van de sector mobiliteit & transport in Nederland te reduceren tot maximaal 25 megaton. Omgerekend betekent dit dat de CO2-uitstoot door mobiliteit in Noord-Holland en Flevoland in 2030 maximaal 4,2 megaton mag bedragen. Ter vergelijking: in 1990 was de regionale uitstoot 5,0 megaton en in 2017 5,4 megaton. Voor de langere termijn moet de CO2-uitstoot door mobiliteit nog veel verder worden teruggebracht. Want voor 2050 is de doelstelling om de CO2-uitstoot te reduceren met 95% gemiddeld over alle sectoren ten opzichte van 1990. Megaton: hoeveel is dat? • Als we allemaal op zondag de auto laten staan kan dat 1,2 megaton CO2 besparen. • Maximaal 100km op snelweg bespaart 1,5 megaton. • Als alle autobanden op de juist spanning rijden, levert dat 0,4 megaton besparing op. Bron: RTL nieuws i.s.m. Hanzehogeschool

Maatregelenpakket Naast de gezamenlijke ambitie, gaat het RMP een overzicht bieden van alle maatregelen die de individuele partijen uitvoeren, gaan uitvoeren en kunnen gaan uitvoeren. Daarbij verwachten we dat er komende jaren nieuwe verduurzamingskansen op ons afkomen die extra CO2-reductie mogelijk maken. Daarom wordt het RMP jaarlijks geactualiseerd en ter besluitvorming voorgelegd. Door de flexibiliteit die zo wordt ingebouwd, groeit het RMP steeds meer uit tot een meerjarenprogramma met concrete maatregelen om de CO2-uitstoot aan te pakken. Maatregelenpakket 2020 en agenda voor 2021 en 2022 Het RMP 2020 wordt nu opgesteld in samenwerking met betrokkenen uit alle organisaties. Dit eerste RMP gaat vooral een overzicht geven van lopende initiatieven en projecten, voorgenomen maatregelen en quickwins. Hierdoor wordt duidelijk wat

Nulmeting: Feiten en cijfers over mobiliteit in Noord-Holland en Flevoland • Met 18% vormt mobiliteit in Nederland bijna een vijfde van de totale broeikasgasemissies (ook: landbouw, industrie, elektriciteit en gebouwde omgeving). Voor mobiliteit bestaan deze emissies voor 98% uit CO2-emissies. Deze cijfers gelden ook voor onze regio. • Noord-Holland en Flevoland vormen samen 15% van de Nederlandse mobiliteitsuitstoot. De Metropoolregio Amsterdam heeft het grootste aandeel (ca. 11%). Noord-Holland Noord is verantwoordelijk voor 3% en Flevoland Noordoost voor 1% van de landelijke uitstoot. • Ongeveer de helft van de CO2-emissie binnen het domein mobiliteit wordt veroorzaakt door personenauto’s en in totaal is het wegverkeer verantwoordelijk voor circa 80% van de CO2-emissie. De andere belangrijke bronnen zijn binnenvaart en mobiele werktuigen. • Zonder aanvullend beleid groeit de CO2-emissie van mobiliteit in de regio tot 2030 met 1%. Daarnaast wordt forse groei in mobiliteit verwacht door bevolkingsgroei. Hierdoor wordt verwacht dat als alle maatregelen uit het Klimaatakkoord volledig zijn uitgevoerd, er een resterende opgave overblijft. • De internationale luchtvaart en zeevaart vallen buiten het RMP. Deze twee bedrijfstakken worden in internationale context verduurzaamd.

Planning en besluitvorming De besluitvorming over de inhoud, scope en financiële inzet van de verschillende partijen vindt dit najaar plaats in de Programmaraad SBaB. In het Bestuurlijk Overleg over infrastructuur (het BO MIRT) wordt het RMP meegestuurd met de agenda: over specifieke maatregelen maken Rijk en regio (financiële) afspraken. In aanloop naar de besluitvorming worden ook de raden en Staten betrokken. Aan Provinciale Staten en gemeenteraden wordt het RMP begin 2021 ter besluitvorming voorgelegd. De decentrale overheden wordt gevraagd het RMP vast te stellen om te besluiten over de eigen inzet. Vervolgens start de uitvoering van het pakket door alle betrokken partijen, inclusief de monitoring van uitvoering, de voortgang en de effectiviteit van de maatregelen. Parallel hieraan wordt gezamenlijk het maatregelenpakket voor 2021 opgesteld en de agenda voor de komende jaren gemaakt. Organisatie De RMP-organisatie voert zelf geen maatregelen uit, maar heeft een faciliterende en stimulerende rol. Het bevordert kennisdeling, samenwerking en stelt onderwerpen of maatregelen voor om partners te helpen bij het verduurzamen van hun mobiliteit. Ook laat de RMP-organisatie onderzoek doen naar de verwachte effecten van maatregelen en het integrale maatregelenpakket, monitort in hoeverre de doelen worden behaald en bewaakt de voortgang van de uitvoering.

Samen De totstandkoming en uitvoering van het maatregelenpakket is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. We rekenen er op dat alle partners in Noord-Holland en Flevoland samen met ons deze uitdaging aangaan, want zonder actie van bedrijven, overheden en inwoners gebeurt er niets. Zo pakken we de verduurzaming van de mobiliteit samen en stap-voor-stap op.

Om te weten • Rijk en regio hebben besloten de verduurzaming van de mobiliteit vorm te geven via het Energieakkoord (2013) en het Klimaatakkoord (2019). • De CO2-reductiedoelen uit het Energieakkoord van 2013 zijn integraal opgenomen in het Klimaatakkoord. • IPO en VNG hebben het Klimaatakkoord namens provincies en gemeenten ondertekend. • Voor mobiliteit & transport is een apart hoofdstuk in het Klimaatakkoord opgenomen. Hierin staat dat alle regio’s een Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP) opstellen. • De uitspraak in de Urgenda-zaak (2019) heeft de urgentie van een snelle reductie van CO2-emissie nogmaals onderstreept. • In het klimaatakkoord van Parijs is afgesproken dat de opwarming van de aarde tot 2 graden beperkt moet worden, met als nadrukkelijk streven 1,5 graad. Op dit moment is de aarde al 1 graden opgewarmd volgens de NASA.

Adaptief werken: snel starten, meten en bijstellen tijdens de uitvoering

Uitvoeringsmaatregelen voor en door de regio bedenken en uitvoeren

Programma maken voor CO2-reductie mobiliteit regio NH-FV

Meer informatie kijk op www.samenbouwenaanbereikbaarheid.nl/rmp

Samen Bouwen aan Bereikbaarheid De Metropoolregio Amsterdam (MRA) is een aantrekkelijke en veelzijdige regio. Ruim 2,4 miljoen mensen wonen hier met veel plezier. De economie groeit flink en dat trekt nóg meer bedrijven en mensen aan. Om de bereikbaarheid van de MRA te borgen - ook na de bouw van 250.000 woningen tussen 2017 en 2040 - werken het Rijk en de MRA samen in het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid. Zo kunnen slimme samenhangende keuzes gemaakt worden op het vlak van infrastructuur, mobiliteit en verstedelijking. Ook stimuleert het programma een slimmere en duurzamere manier van reizen. Het Regionaal Mobiliteitsprogramma is onderdeel van Samen Bouwen aan Bereikbaarheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12273201/1